<Desc/Clms Page number 1>
Beschrijving behorende bij de Octrooiaanvrage van
EMI1.1
Oornelie Jaoobus van Ginneken te Amsterdam,Nederland v o o r e e n Werkwijze en inrichting voor het bereiden van een mengprodukt. in het bijzonder van geconcentreerde
EMI1.2
kunet-kalvermelk.
De uitvinding heeft betrekking ? een werkwijze voor het bereiden van een, mengprodukt, in het bijzonder van geconcentreer- de kunst-kalvermelk, waarbij een poedrvormige stof en een vis- keuze vloeistof, zoals gesmolten vet,lin een =enger worden ge- mengd; alsmede op een inrichting voor toepassing van deze werk- wijze.
Kalveren worden vaak spoedig na hun geboortevan de moeder- koeien verwijderd en worden dan verder opgefokt met behulp van een voedingsmiddel, dat de koemelk kan vervangen, Dit voedingsmiddel bestaat uit een hoeveelheid droge stof, welke, vlak voor het ge- bruik, in water wordt opgelost en dan de kunst-kalvermelk vormt.
<Desc/Clms Page number 2>
De genoemde droge stof, dus de geconcentreerde kunst-kalvermelk, bestaat uit een mengsel van vet en poedervormige stoffen, waarvan magere melkpoeder het hoofdbestanddeel vormt, waarbij het vetperoen- tage van het mengsel in het algemeen niet meer dan 22% bedraagt.
Bij de fabricage van de geconcentreerde kunst-kalvermelk vormt het toevoegen van het vet meestal de laatste stap. Eerst wordt een mengsel van alle poedervormige stoffen gevormd, waarna een mengsel van verschillende vetsoorten en een emulgator in gesmolten toestand aan deze poedervormige stoffen toegevoegd wordt en het geheel in een, menger aan een intensieve menging blootgesteld wordt. Het, de menger verlatende, homogene materiaal bezit dan de voor de geconcentreerde kunst-kalvermelk verlangde samenstelling.
In dit materiaal bevindt het vet zich evenwel nog geheel, of althans grotendeels, in gesmolten toestand, zodat het materiaal, bij opslag bij temperaturen, waarbij het vet gaat stollen, zeer hard'en derhalve ongeschikt voor onmiddellijk gebruik zal worden.
Daar het temperatuurtrajeot, waarbij het vet stolt, praktisch nooit lager dan ongeveer 25 C ligt, is dit hard'worden van het materiaal een verschijnsel, dat, althans in West-Europa, gedurende het grootste gedeelte van het jaar optreedt, daar de opslagtempera- tuur meestal, zeker gedurende de nacht, lager dan 25 C is.
In de praktijk wordt derhalve, tot heden, het uit de menger verkregen materiaal door de fabrikant gedurende een zo lange tijd opgeslagen, dat het geheel doorgehard is, De opslagtijd bedraagt gewoonlijk tenminste 10 dagen, terwijl opslagtijden van 2 tot 3 weken geen uitzondering vormen. Na deze opslag wcrdt het geheel doorgeharde materiaal gebroken en gemalen, waarna het voor afleveren geschikt is.
Uiteraard is dit opslaan voor de fabrikant bezwaarlijk, terwijl ie breek- en maalbewerkingen tijdrovend en kostbaar zijn.
<Desc/Clms Page number 3>
De onderhavige uitvinding beoogt in de eerste plaats een werk- wijze te verschaffen voor het bereiden van een mengprodukt, in het bijzonder van geconcentreerde kunst-kalvermelk, waarbij zowel dit opslaan, als' de breek- en maal bewerkingen overbodig worden,
Hiertoe wordt deze werkwijze volgens de uitvinding daardoor ge- kenmerkt, dat het uit de menger uittredende materiaal aan een koel- luchtstroom wordt toegevoerd, die het materiaal door een leiding mee- voert, waarna het materiaal, na het verlaten van de leiding een vrije baan aflegt, en uiteindelijk wordt opgevangen in een stabiele poeder- vormige toestand, waarin de aanwezige vloeistof, althans grotendeels, gesteld is, Verrassenderwijze is gebleken, dat, door het materiaal, onmiddel- lijk na het verlaten der menger, intensief met lucht te koelen,
tot- dat de viskeuze vloeistof geheel of althans grotendeels is gestold, een poedervormig mengprod,ukt verkregen wordt, dat onmiddellijk voor gebruik geschikt is en dat, zelfs indien het in zakken wordt verpakt, aan druk wordt blootgesteld en gedurende langere tijd bij lage tempe- raturen opgeslagen wordt, niet hard wordt.
Teneinde de werkwijze volgens de uitvinding in een betrekkelijk kleine ruimte uit te kunnen voeren, blasst de koelluchtstroom bij voorkeur het materiaal verticaal, als een fontein, vanuit de leiding omhoog en legt het materiaal, voordat het opgevangen wordt, nog een neerwaartse baan af.
De uitvinding omvat voorts een inrichting voor het bereiden van een mengprodukt, in het bijzonder van geconcentreerde kunst-kalver- melk, onder toepassing van de beschreven werkwijze, voorzien van een menger, welke een toevoer voor een poedervormige stof en een toevoer voor een viskeuze vloeistof, zoals gesmolten vet, alsmede een afvoer voor het gemengde materiaal bezit, welke inrichting daardoor geken- merkt wordt, dat de afvoer van de menger is verbonden met een leiding,
<Desc/Clms Page number 4>
waaraan tevens, aan een uiteinde, vanaf een compressor, koellucht onder druk wordt toegevoerd, terwijl het materiaal, nadat het, na het verlaten van de leiding, een vrije baan afgelegd heeft, een op- vanginrichting bereikt.
Met voordeel kan de leiding in een vertioaal gedeelte eindigen,
Een bijzonder gunstige uitvoering van de Inrichting volgens de uitvinding wordt daardoor gekenmerkt, dat de leiding oentraal uitmondt aan de onderzijde van een scheidingskamer, waarvan de zijwanden en de bovenwand uit filterdoek bestaan en waarop aan de onderzijde de op-' vanginrichting aansluit.
Gebleken is, dat een bijzonder goed mengprodukt verkregen wordt, indien als merger een inrichting, zoals beschreven in het Belgisch , ootrooischrift 554.385 toegepast is, daar het materiaal, dat deze menger verlaat, samengesteld is uit zeer kleine deeltjes, die in het algemeen, cen grootte van 100-500 micron bezitten, zodat een zeer groot aanrakingaoppervlak tussen het materiaal en de koellucht ver- schaft wordt
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de tekening, die een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding weergeeft.
Fig. 1 is aen vooraanzicht van een uitvoering van een inrichting volgens de uitvinding voor het bereiden van een mengprodukt, in het bijzonder van geconcentreerde kunst-kalvermelk.
Fig. 2 is een zijaanzicht van de inrichting volgens fig, 1.
In de tekening is met 1 een verticaal opgestelde menger aange- duid, welke bij voorkeur is uitgevoerd op de wijze, zoals beschreven . in het Belgisch octrcoischrift 544.385. Gesmolten vet wordt in fijne straaltjes in het boveneinde van de mengruimte van deze menger 1 gevoerd, waarin aan hetzelfde einde, via een sluis, ook ' poedervormige stof, waarvan mageramelkpoeder het hoofdbestanddeel vormt, toegevoerd wordt. Direkt onder de invoer van het vloeibare vet
<Desc/Clms Page number 5>
,wordt aan de poedervormige stof, door een aantal opeenvolgende, snel roterende messenstellen, een sterk ronddraaiende beweging, loodrecht op de uitstroomriohting van het vloeibare vet, gegeven. Door schoep-' werking van althans een 'deel der messen wordt de poedervormige stof voorts in zwevende toestand gebracht.
Hierdoor verplaatst de massa zich spiraalsgewijze in benedenwaartse richting en wordt door een aantal snel roterende messenstellen doorsneden.
Het materiaal, dat de menger 1 via de afvoerleiding 2 verlaat, bestaat uit kleine deeltjes, ten dele opgebouwd uit een vetkern, die door de poedervormige stof omgeven is. Deze deeltjes bezitten in het , algemeen een grootte van 100-500 micron.
Vanuit de afvoerleiding 2 bereikt dit materiaal een leiding 3, die op de perszijde van een compressor 4 aangesloten is, welke ge- koelde lucht naar de leiding toevoert. Deze lucht oefent een koe- lende werking op het materiaal uit en voert het materiaal via het boohtstuk 3a, naar het verticale leidinggedeelte 3b.
Dit verticale leidinggedeelte 3b mondt centraal uit aan de ondarzijde van een verticale scheidingskamer 5, waarvan de bovenwand
6 en de zijwanden 7 uit filterdoek, met een maaswijdte van maximaal
50 micron, bestaan. Het filterdoek wordt bij voorkeur uit gladde kunstvezels, zoals nylonvezels, gevormd en daar het gekoelde mate- riaal niet vettig meer is, behoudt het filterdoek gedurende een lange tijd een voldoende doorlaatbaarheid.
Bij het verlaten van het leidinggedeelte 3b vormt het materiaal een fontein van kleine deeltjes, die, na het bereiken van hun hoogste punt, vrij als een regen omlaag vallen, Op deze wijze wordt door de materiaaldeeltjes een zeer lange baan afgelegd, gedurende welke zij aan de koelende werking van de lucht blootgesteld zijn.
De door de leiding 3 aan de scheidingskamer 5 toegevoerde lucht verlaat de scheidingskamer 5 via de, uit filterdoek vervaardigde,
<Desc/Clms Page number 6>
bovenwand 6 en zijwanden 7 en wordt opgevangen in een gesloten, de scheidingskamer omgevende, kast 8. Vanuit daze kast 8 voert een leiding 9 deze lucht naar een koeler 10, waar de, door zijn kontakt met de materiaaldeeltjes verwarmde, lucht opnieuw tot de verlangde uitgangstemperatuur wordt gekoeld, Vanuit de koeler 10 stroomt de gekoelde lucht in een leiding 11, die de koeler 10 met, de zuigzijde van de compressor 4 verbindt waardoor een gesloten kringloop van de lucht verkregen wordt.
Vanuit de scheidingskamer 5 bereikt het mengprodukt, dat inmiddels zover is gekoeld, dat het aanwezige vet, althans grotendeels, gestold. is, de afzakbunkers 12, van waaruit het in zakken wordt verpakt.
Daar de lucht in een gesloten kringloop circuleert, heerst in de afzakbunkers 12 de atmosferische druk en zal het materiaal de afzak- bunkers 12 aan de onderzijde verlaten, zonder dat gelijktijdig lucht naar tuiten ontsnapt. Hierdoor wordt het in zakken verpakken van het materiaal zeer vereenvoudigd.
Voorts wordt het voordeel verkregen, dat de circulerende koel- lucht, door het uitvriezen van het hierin aanwezige vocht en door de hygroscopische eigenschappen van de poedervormige stof, reeds spoedig zeer droeg wordt. Dit komt enerzijds de kwaliteit van het mengprodukt ten.goede, terwijl anderzijds de koeler 10 praktisch zonder ijsvorming, en derhalve met een hoog rendement, zal werken. Daar voortdurend de- zelfde lucht circuleert, behoeft de koeler 10 voorts geen warmte voor , het condenseren van toegevoegd vocht te leveren, waardoor met een betrekkelijk kleine koeler 10 kan worden volstaan.
De, uit het filterdoek bestaande, zijwanden 7 van de scheidings- kamer 5 zijn uitsluitend aan de bovenzijde, bij 13, gefixeerd en hangen derhalve los omlaag, waardoor zij een grote bewegingsvrijheid bezitten on, tengevolge van de luchtstroming, voortdurend in beweging blijven.
Op deze wijze vindt derhalve een zelfreinigende werking
<Desc/Clms Page number 7>
van het filterdoek plaats, welke, zonodig, periodiek, ondersteund kan worden, door de bovenwand 6 en de zijwanden 7 van de scheidings- kamer 5, door middel van een, over katrollen 14 gevoerde, kabel 15 te vibreren,
De hoogte van de scheidingskamer 5 dient zodanig te worden vast- gesteld, dat het in de scheidingskamer 5 omhoog bewegende materiaal niet, of slechts met een geringe snelheid, met de bovenwand 6 van de scheidingskamer 5 in aanraking komt, teneinde te voorkomen, dat de materiaaldeeltjes, tengevolge van een krachtige botsing met deze bovenwand 6, agglomeraten zouden vormen.
Gebleken is, dat, indien het materiaal de leiding 3 met een snelheid van ongeveer 15 meter/sec. verlaat, de hoogte van de scheidingskamer 5 tenminste 21/2 meter moet zijn. In de praktijk bedraagt de hoogte van de scheidingakamer 5 ongeveer 6 meter.
De, aan de leiding 3 toegevoerde, koellucht dient een zodanige temperatuur te bezitten, dat het vet in het materiaal bij het berei- ken der afzakbunkers 12, althans grotendeels, gestold is. De maximaal toelaatbare temperatuur van de koellucht hangt af van de temperaturen van de toegepaste droge stof en het vet, van de mengverhouding van deze beide ingredi nten, van het stolpunt of het stoltrajeot van het vet, alsmede van de verhouding van de, per tijdseenheid toegevoerde, gewichtshoeveelheid koellucht en het gewicht van het, per tijdseen- heid te koelen, materiaal.
Voorbeeld:
In een menger, uitgevoerd volgens het Belgisch ootrooisohrift 544.385 werd vaste stof (in hoofdzaak magere melkpoeder) van 15 C en gesmolten vet met een temperatuur van 45 C gemen gd. Dit mengsel werd vervolgens toegevoerd aan een leiding, welke op dezelfde wijze als de in fig. 1 weergegeven leiding 3 uitgevoerd was en welke uit- mondde aan de onderzijde van een scheidingskamer, waarvan de zijwanden
<Desc/Clms Page number 8>
en de bovenwand uit, uit nylonvozels gevormd, filterdoek bestonden en waarop aan de onderzijde twee afzakbunkers aansloten.
Voor het koelen werd, per 50 kg materiaal, 115 kg koellucht met een tempera- tuur van 2 C aan deze leiding toegevoerde De temperatuur van het, de afzakbunkers bereikende, mengprodukt, dat geen klonten of brokken bevatte, bedroeg 17 C. Het mengprodukt werd vervolgens in zakken verpakt en, door meerdere zakken op elkaar te stapelen, opgeslagen onder een druk van circa 0,8 kg/cm2, bij een gemiddelde temperatuur van 8 C. Na 10 dagen bleek het mengprodukt volkomen zacht en geheel vrij van klonten of brokken gebleven te zijn,
De uitvinding is niet beperkt tot het in de tekening weergege.. ven uitvoeringsvoorbeeld, dat, op verschillende manieren, binnen het kader der uitvinding kan worden gevarieerd.
C o n c 1 u e i e s.
1. Werkwijze voor het bereiden van een mengprodukt, in het bijzon- der van geconcentreerde kunat-kalvermelk, waarbij een poedervormige stof en een viskeuze vloeistof, zoals gesmolten vet, in een menger worden gemengd, met het k e n m e r k, dat het uit de menger uittredende materiaal aan een koelluchtstroom wordt toegevoerd, die .. het materiaal door een leiding meevoert, waarna het materiaal, na het verlaten van de leiding een vrije baan aflegt en uiteindelijk wordt opgevangen in een stabiele poedervormige toestand, waarin de aanwezige vloeistof, althans grotendeels, gesteld is.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het k e n m e r k, dat de koelluchtstroom het materiaal verticaal, als een fontein, vanuit da leiding omhoog blaast en het materiaal, voordat het opge- vangen wordt, nog een neerwaartse baan aflegt. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.