<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
Drukplaat
EMI1.2
Do iivin4n. heeft betrekking op verbeterde 4plt.n voor am" brvik op rottHepereent Meer in het %ijion4oT beeft u1tv1ndtns %*h ok king op bnignazo rubberen drukplaten voor gebruik bij tloxosat1.ob.
4ukb.w.kinrtn.
Rubberen platen hebben grote tctpallinr $*vonden b het 90%*Pon4 4rukk. van het typ., waarbij 4e druktekene hoger ltegen dan hot opp'. vlak van do aohtergrond van d* plaat aad bij hoogdruk, vanwege do an*1* heid en economie van do vervaardiging en hun bniezaamheid, Otachoon ie buigzaamheid van rubber bepaalde voordelen heeft boven metalen hoodxk platen, b.v. wab betreft het aanbrengen op de pers, in deze v,.1tdo e8en
EMI1.3
sohap gebleken een ernstig nadeel te zijn voor het gebruik van rubberen
EMI1.4
platen indien kleine details gereproduceerd moeten worden, en dit typa
<Desc/Clms Page number 2>
EMI2.1
PI,aat wordt gewoonlijk beschouwd niet to voldoen voor het reproduceren '\'!tu haHto<l1\ ,lluaxa,s* Zolfs fijn lijaonwerk :18 in het alg8111..8n filitei van hwtkktlijkw kwaliteit india hot mo% ruhbooton platen wordt ,.,3 x.kt hl,1 da 'l:'al.d:
I1"/11"\1.k worden tfbMidiagan mot aMiaM ;oonlobd:'2.":Ln, tip d"-i !''I'j\kplant "a''"iatl door tin 60gJ4ée#Ó 1J1A1'1iUII 'Pl4í ster klein@ fiv '""Ï0'i"Jt;;üv t'fnrn on elkaar liggende stippen in T@l10f, waarbij het ,..,,(1. 1 viipp4n in <}<t Md* van rroottt VM 310 tot 6MO pn ca 2 16. van* 'xttf "fm titC¯ ,xt in klom gt:nprcduou1'4 mOl';
W0'dli op fion 1$dtPlp 10" ,>1 ti..,. 1:I).t)I..}' ef aan plaatio filet dun wordt een halftean plaat voor ,,1,1\1'1 ld.uur' fI,'Q1ll1U11c daax do standaard en elke ,>1 uL t h ll"n vrr rrrtwntdri,,k voor liet rl63d'Wklw, VM wen IUpPlnp&'II:roo1'1 \,"1 44n "I <HU. !...\. rasu7 baxadr vullc3.IUl':Li" o%1?pin>a<brooa, dé'l h.t ge" v.tJ f' io van d* 11 f:d'l"'lk van 40 vu...ch:l.3.1tnl1. p:l.II.t.11, .Ob'bU'IIU'w'o3.l.nl iH t'v,d;" a'4"t, op het te bedrutckttt .,,"'1\\1/1 'alnt,l4 \io:r4t door het oog van del w.-' "'l1t'1/1l1t-r t{'t,j 11 +lt.'I".órt\ ot do nrv1ouoinaOa i:(lónwlil.u41t Vén h0B o:J:Iirbt1. lJlHdd.
Het; zal 11uUoUjk bijt dat orl 801'1, grote betrouwbaarheid van dw gom d1'llk \'ct nrldwror,uru ta vu:It:r1JKIU1. dil Yr.1J\ 4a "'tiJ.- !6l<tAa 11I:I.pp.n :l.n "Ivo klOI12:';plo.a't op het tfl bo4Tukk n modi, "en #.pi$lé van l14h w<!!.f InlU'1;/118i13. ttaet, klitt fimuwkourig vn rootte 14 *1 Van pP00iWa é10 11:1.",:1." vanrvoor da b.t.rf8"d. plaat verantwoordelijk :1...
Mat op het grote i.ut.a.1 verheven 1.1,(p;nd. aiippon, hun %oor klein* atracting en !!;3.<tAM 't'H<" ft,jl1N:Llttl tot 01,knar, 11 het niet à Ttrwead<of<tH dat buisaggo xub'axa p'.tt: m niet bij>onder xueowtvcl voor 'aa,dwax,rx ",abt wl4In. aan- ,asiwn, elke raxwuxmu* aagondrukking or Verpl94teing van 40 klein* v<t!"* lieven etippen onder Invloed van tic "ptxoedl11.d. 41"UkpndnStn do noietner hebben ara het atipPenbo*14 uit tt 6.r'11., t* v*TV16*n o te ^rmxv'axtai ft ale gevolg een verlies aan helderheid c' betrouwbaarheid van het ds'ksalt In het bijzonder leidt hot <a.eendrnkh'*n. van de verheven rubberen atippea tot een vergroting van de 'boeldttfattting van de stip tot voorbij een nauwkeurige weergave van de originele tip.
Een dergelijke vergroting à ontoelaatbaar bij rasterdruk, omdat aa, verandering van 0,025 maza in do a,f.
<Desc/Clms Page number 3>
meting van sen stip bijna gelijk is aan de gehele variatie in stipaf, meting tussen het sterk belichte gedeelte en schaduwgedeelite van de afdruk. Deze samendrukking of vervorming kan ook plaatshebben na het opmaken als gevolg van een zwelling onder invloed van de inkt-oplosmiddelen.
Teneinde kleurenreproductie van hoge kwaliteit te bereiken van illustraties of half toon beelden, met rubberen platen, moest de zoge- naamde drukperaing tot nu toe constant gehouden worden met een tolerantie van ongeveer + 0,025 mm. Het is duidelijk dat de term "drukperting" een technische term is, die niet betrekking heeft op een meting van de persing als zodanig, maar op de afstand tussen de elementen van de drukpers bij de kneep die bij een rotatiedrukpers gevormd wordt tussen de drukplaatcylinder en de tegendrukcylinder. Normaliter wordt de drukporsing gemeten vanuit het voorvlak van de tegendrukcylinder naar het voorvlak van de drukplaatoylinder. De meting heeft uiteraard bij de kneep plaats.
Onder ideale omstandigheden moet de afstand bij de kneep, tussen de drukplaatoylinder en de tegendrukoylinder, nauwkeurig gelijk zijn aan de totale dikte van het te bedrukken lintvormig materiaal, de dikte van de plaat zelve, de dikte van het hechtmiddel waarmee de plaat aan de plaatoylinder gehecht is en de dikte van de inktfila. D.i.
natuurlijk in de praktijk onmogelijk te handhaven als gevolg van de vele variaties van de verschillende erbij betrokken elementen, maar wel is het mogelijk om te voorzien, en dit is het eerste oogmerk van de uitvinding, in een compensatieconstructie on de ondersteuningedruk voor het drukoppervlak op een aannemelijk niveau te houden zonder sen kritieke begrenzing van de drukpersing,
Het is nog een ander oogmerk van de uitvinding on te voorzien in een compensatieconstructie voor een flexografische drukplaat, die sen ondersteuningsdruk verschaft welke recht evenredig is met de toondichtheid van het drukoppervlak.
Het is nog een ander oogmerk van de uitvinding om te voorzien in een werkwijze voor het maken van een dergelijke drukplaat. Andere oogner-
<Desc/Clms Page number 4>
ken en voordelen van de uitvinding zullen aan terzake deskundigen blijken uit de ondervolgende beschrijving en tekeningen, t.w.: tig. 1 is een gedeeltelijk zijaanzioht van een uitvoeringsvors van een flexografisch drukapparaat; fig. 2 is een gedeeltelijk bovenaanzicht van het drukoppervlak van een flexografische drukplaat; fig. 3, 4 en 5 zijn vergrote gedeeltelijke doorsneden die ongeveer genomen Mijn langs de lijnen III - III, IV - IV en resp.
V - V van fig. 2; fig. 6 is een vergrote gedeeltelijke doorsnede van een gewijzigde uitvoeringsvorm volgens de uitvinding; fig. 7, 8 en 9 zijn vergrote gedeeltelijke perspectivische aanzichten van het drukoppervlak van een flexografische drukplaat; fig. 10 is een werkschema van een vervaadigingswijze van een fiexcgrafische drukplaat.
De tekeningen en in het bijzonder fig. 1 beschouwende, is in deze figuur een lint 2 te zien, dat gevoerd wordt langs een loos meedraaiende rol 4 en in de kneep 6 tussen een tegendrukoylinder 8 en een drukplaat- oylinder 10, waar het lint wordt bedrukt.
Op de drukplaatoylinder 10 is gemonteerd een elastomerische druk- plaat 12 (tig. 1 en 2) die aan de drukplaatcylinder 10 gehecht of op andere wijze langs de omtrek is bevestigd. De drukplaatoylinder 10 is draaibaar opgesteld, in contact met een inktrol 14 die op zijn leurt van inkt voorzien wordt door een inktbron 16.
Evenals bij conventionele drukbewerkingen, levert de inktbron 16 inkt aan de inktrol 14, die op zijn beurt de drukplaat 12 van inkt voor. ziet bij elke omwenteling ervan, waardoor de plaat gereed is voor het drukken van het lint 2.
De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op de drukplaat 12 zelve. De elastomerische drukplaat van fig. 3 bestaat in het algemeen uit twee delen, waarvan het ene deel 18 een drukoppervlak 20 en het andere deel 22 sen ondersteuningsoppervlak 23 omvat. Het drukoppervlak bestaat uit een groot aantal halftoon stappen in relief, die het eigenlijke beeld vormen dat door het drukoppervlak op het lint 2 wordt overgebracht. De de-
<Desc/Clms Page number 5>
len 18 en 22 van de drukplaat 12 kunnen hetzij afzonderlijke lagen zijn die aan elkaar gehecht zijn; of de gehele plaat kan gevormd en gevulca- niaeerd zijn tot een integrale plaat met een druk-en een endersteuningappervlak.
In de weergave van tig. 2 is het de bedoeling dat het drukoppervlak 20 een drukzone 22A van grote dichtheid illustreert aan de linkerzijde van de figuur, en een drukzone 22B van kleinere dichtheid aan de rechterzijde. In werkelijkheid zou dit betekenen, dat het drukoppervlak 20 een aantal verheven stippen 24 zou hebben die in doorsnede een groter oppervlak zouden hebben t.o.v, het gehele oppervlak van de zone 22A, dan de verheven stippen 24 t.o.v, de zone 22B zouden hebben. In de techniek heet het, dat de zone 22A een grotere toondichtheid heeft dan de zone 22B.
Het gebruikelijke ondersteuningsoppervlak van do flexografische drukplaat, die bij de vroegere techniek algemeen gebruikt werd bij het drukken'van aaneengesloten vlakken en lijnenwerk, is een vlak oppervlak.
De drukplaat wordt gewoonlijk aan de drukplaatoylinder van een pers be- vestigd door het aanbrengen van een dunne laag van een hechtaiddel, zoals een rubberoement aan de cylinder en/of de plaat, waarna de plaat op de oylinder gelegd wordt met de cement ertussen. De buigzame plaat neemt gemakkelijk de vorm aan van en hecht zich stevig aan het oulinderopper. vlak, doch zijn stand kan gemakkelijk gewijzigd worden indien dit nodig is om in register te komen, door de plaat eraf te pellen en weer op de cylinder te plaatsen.
In de techniek is evenwel bekend, zoals blijkt uit het Amerikaanse octrooischrift no. 1.580.010, dat het ondersteuningsoppervlak geribd kan zijn teneinde enigermate de zwelling of ongelijkheid van de persing op het drukoppervlak van een flexografisohe plaat te compenseren.
In de praktijk zijn de ribben van het ondersteuningsoppervlak van de plaat als cen drukvereffeningsconstructie, zoals beschreven is in bovengenoemd ootrooischrift, ongeschikt gebleken voor het drukken van aan-
<Desc/Clms Page number 6>
eengesloten vlakken en lijnenwerk, met inbegrip van het drukken van letters of ander lijnenverk zoals in genoemd octrooischrift is beschre- ven. Aaneengesloten vlakken en lijnenewerk verisen een wezenlijk ononderbroken vlak ondersteuningsoppervlak teneinde voldoende inkteverdracht te bewerkstelligen en aan een gedrukt aaneengesloten oppervlak of lijnenbeeld een bevredigende en vereiste intensiteit of diepte te geven.
Het in enige mate van betekenis in relief uitvoeren van het ondersteuningsoppervlak van de plaat door het aanbrengen van ribben resulteert in het ontstaan van een moiré patroon en in afdrukken met dunne aaneengesloten vlakken van lage intensiteit en lijnzones van geringe toondichtheid die zeer onbevredigend zijn, en een grotere mate van relief van het ondersteuningsoppervlak resulteert in gedeeltelijke of volledige onderbrekingen van het aaneengesloten vlak en lijnenbeeldt
Dit is duidelijk weergegeven in tabel I waarbij de drukkvaliteit geregistreerd is als een functie van de toonwaarde van het drukoppervlak en de toonwaarde van het ondersteunings- of achtervlak van de drukplaat.
Het is duidelijk dat de term "toonwaarde" voorzover deze slaat op het drukoppervlak, een maat is van het bovenoppervlak van de half toon stippen t.o.v. het totale oppervlak van het werkzame deel van de drukplaat.
B.v. is bij een 25 %-toonwaarde zone het stippenoppervlak gelijk aan 25% van het totale oppervlak, en 25 % van het oppervlak is dan niet-drukkend.
Evenzo heeft wat betreft het ondersteuningsoppervlak de term "toonwaarde" betrekking op het oppervlak van de rugzijde van de plaat, dat contact maakt met het oppervlak van de drukplaatcylinder t.o.v. het totale oppervlak van het werkzame deel van de plaatachterkart, waarbij wel opgemerkt wordt dat het werkzame deel zich evenver uitstrekt als het drukoppervlak en geen randzones omvat voor elke zijde van de plaat. In een 25 %-toonwaarde zone zoals b.v. in fig. 3 geiluustreerd is, is slechts 25% van het plaatachtervlak in ondersteunend contact met de drukplaatoylinder, terwijl de rest van de plaatachterzijde in relief is en zodoende geen ondersteunend contact maakt.
Met andere woorden wordt 25 % van het rugoppervlak gevormd door ondersteuningselementen 26 die in een re-
<Desc/Clms Page number 7>
liefvlak staan boven de rest van het rugvlak van de plaat en het zijn deze ondersteuningeslementen die oontact maken met de drukplaatoylinder en als ondersteuning voor de plaat dienen,
Tabel I
Toonwarden van drukoppervlak
EMI7.1
<tb>
<tb> Toonwaarden <SEP> van
<tb> ondersteuningsoppervlak <SEP> 25 <SEP> 50 <SEP> 75 <SEP> 100 <SEP> (a@neengesloten <SEP> vlakken)
<tb> 10 <SEP> goed <SEP> goed <SEP> onderbroken <SEP> onderbroken
<tb> 20 <SEP> goed <SEP> goed <SEP> onderbroken <SEP> onderbroken
<tb> 30 <SEP> goed <SEP> goed <SEP> onderbroken <SEP> onderbroken
<tb> 40 <SEP> goed <SEP> goed <SEP> redelijk <SEP> onderbroken
<tb> 60 <SEP> harde <SEP> randen <SEP> goed <SEP> goed <SEP> redelijk
<tb> 70 <SEP> harde <SEP> randen <SEP> redelijk <SEP> goed <SEP> goed
<tb> 80 <SEP> harde <SEP> randen <SEP> oneffen <SEP> gevuld <SEP> goed
<tb> 90 <SEP> harde <SEP> randen <SEP> oneffen <SEP> gevuld <SEP> goed
<tb>
Het zal uit tabel I duidelijk zijn dat een goede drukkvaliteit bij aaneengesloten zones slechte verkregen wordt wanneer de toonwaarde van het ondersteuningsoppervlak ten minste 70 is overeenkomstig fig. 3.
on bij voorkeur nagenoeg 100, hetgeen een volledig ondersteunende vlakke rug- zijde betekent. Half toon werk daarentegen, dat in het algemeen een toon- waarde bestrijkt van ongeveer 10 tot ongeveer 75, vereist een aan&lenliJ- ke mate van relief van het ondersteuningeoppervlak teneinde de gewenste drukkwaliteit te verkrijgen, zoals duidelijk aangetoond wordt door de ta- bel.
Zoals verder uit de tabel blijkt, bestaat er een direct verband tussen de toonwaarde van het drukoppervlak en olie van het onderttteuninga- oppervlak voor de produktie van een optimale kwaliteit.druk van de half- toon afdrukken. Het ia derhalve uit een oogpunt van drukkwaliteit slechts nodig om de toonwaarde van elke zone van het drukoppervlak aan te passen
<Desc/Clms Page number 8>
aan een nauwkeurig daarmee overeenkomende toonwaarde van het ondersteunings- of rugoppervlak van de plaat op de in fig. 3, 4 en 5 geillustreer- de wijze.
Fig. 7, 8 en 9 tonen duidelijker het uiterlijk van het drukoppervlak 20 en de verheven stippen 24 en de verhouding van de stippen 24 tot de rest van het oppervlak. Deze figuren laten de gradering zien van een drukzone met lagere toonwaarde in fig. 7 tot een drukzone met hoge toonwaarde in figuur 9. In elk van de gevallen zijn de stippen 24 verheven boven het grondvlak van de drukplaat 12 terwijl hun middelpunten op onderling gelijke afstanden liggen, maar wanneer de stippen groter worden, d.w.z. de toonwaarde toeneemt, dan vloeien zij ineen met de naaatlig- gende stippen totdat de terugwijkende zones rondom de stippen de vorm aanneemt van gedsoleerde uithollingen, zie fig. 9.
Dit kan bereikt worden door de volgende werkwijze voor het maken van flexografische drukplaten met werkzame half toon elementen aan zowel het drukoppervlak ala aan het ondersteuningsoppervlak, zoals schematisch in figuur 10 geïllustreerd is.
Bij de eerste stap van het procédé wordt een conventionele halftoon gravure van het gewenste beeld gemaakt op een etsbaar metaal, zoals koper, door belichting van de metalen plaat die bekleed is met een oonventionele lichtgevoelige beschermingslaag met licht via een standaard rasternegatief. Opgemerkt wordt dat, indien de reproduktie een eenvoudige zwart-wit afdruk moet zijn, slechts één enkel rasternegatief vereist is. Indien de reproduktie in kleur moet zijn, dan wordt het originele kunstwerk eerst onderworpen aan een conventionele kleurschiftingstechniek voor hot vervaardigen van het gewenste aantal, naar keuze drie of vier, continue toon kleurschiftingen die vervolgens afzonderlijk een raster krijgen voor het maken van een overeenkomstig aantal halftoon ne. gatieven, één voor elke kleur, op volkomen conventionele wijze.
De gebruikte rasters met vierkante openingen kunnen in het bereik zijn van ongeveer 15 tot 60 of meer lijnen per strekkende centimeter in elke riohting, afhankelijk van de fijnheid van detail en de gewenste algemene
<Desc/Clms Page number 9>
EMI9.1
kwaliteit van de gedrukte reproduktie# Voorts is het duidelijk dat aen gravure gemaakt moet worden van elk van 41 halttoon kleurnegat1lYI, en dat hot volledig. vervaardiging.proe.dl van de plaat vitgevoora meet worden ter verkrijging van de afzonderlijke drukplaten voor het aanbrengen van elk der kleuren,
EMI9.2
Na belichting van sen mat de besoho=ingolaag beklede metalen plaat, wordt de beschermingslaag ontwikkeld en de plaat op conventionele wijze geëtst voor de vervaardiging van een positieve half toon gravure.
Daarna wordt een negatieve vorm gemaakt van de gravure, bij voorkeur door
EMI9.3
hem in voorkant-tegen-voorkant contact te plaatsen met een vol Materiaal dat geïmpregneerd is in een thermohardende plastic-hars (gewoonlijk aa- trijskarton genoemd) en het geheel onder druk te verwarmen voor het verharden van de hars. De resulterende negatieve vorm wordt gebruikt voor het gieten van het drukoppervlak van de uiteindelijke drukplaat, die dan een reliefbeeld zal hebben van het originele beeld, waarbij die zones, die in stippen onderverdeeld zijn door het rasterproces, nu een stippenpatroon vormen van het originele beeld in positief relief en liggend in
EMI9.4
hetzelfde reliefvlak.
Het aantal stippen en hun onderlinge afstand zal natuurlijk bepaald worden door de bijzondere fijnheid van het raster of scherm dat bij het proces gebruikt is, waarbij een scherm met 20 lihen per strekkende centimeter resulteert in een patroon met 400 stippen per vierkante centimeter, die gerangschikt zijn in een algemeen rasterver-
EMI9.5
mig patroon, en *en 40 lijnen per strekkende oontsnoter scherm reaultoert in **n 1600 stippen per vierkante oontimeter patroon.
Het te natuurlijk duidelijk dat in een zone met lage toonwaardel sommige van de . stippen ontbreken zullen terwijl bi j toonwaarden boven 50, de stippen in
EMI9.6
elkaar overgaan en hun individuele indentitelt verliezen, De vorm voor het gieten van het ondereteuningavlak voor do druk. plaat wordt gemaakt uit de continue toon kleursehifting op in het alge- meen dezelfde wijze als hierboven beschreven ds.
In dit geval echter wordt de continue toon kleurschifting, die omgekeerd is teneinde een spiegelbeeld te verkrijgen indien vergeleken met normaal gebruik, afgeschermd door een betrekkelijk grof scherm met bij voorkeur 2,4 tot 8 lijnen per
<Desc/Clms Page number 10>
EMI10.1
trekkende centimeter en bij voorkeur van 3#2 tot 408 lijnen per *trek* kende centimeter. uit dit grof gerasterd negatief wordt een gravure gemaakt en uit de gravure op de eerder beschreven wijze een matrijekartennen negatief gemaakt. Deze vorm is con spiegelbeeld (behalve 3at het veel erover gerasterd ie) van de negatieve vorm die voor het drukopperm vlak gemaakt ie.
De uiteindelijke drukplaat wordt gemaakt door de negatieve vorm van het drukoppervlak en de negatieve vorm van het ondersteuning.opper- vlak in voorkant-tegen-voorkant en op elkaar passend verband te plaatsen met ertussenin een voldoende hoeveelheid van een vormbaar elastomerisch
EMI10.2
materiaal zoals ongevulcaniseerde rubber, butylrubber, ethyleenpropylecu rubber of iets dergelijks voor de vorming van een drukplaat van de gewenste dikte.
Het samenstel wordt vervolgens in een pers geplaatst met vooraf ingestelde steunen om nauwkeurig de gewenste plaatdikte te krijgen, en de plaat wordt door warmte en druk gevormd en verhard, die daardoor het fine half toon drukoppervlak aan de ene zijde en het erbij passende grove half toon ondersteuningeoppervlak aan de andere zijde krijgt. Soortgelijke platen worden gemaakt voor het aanbrengen van elk der vereiste kleuren.
Ofschoon bovengenoemde werkwijze een optimale drukkwaliteit geeft, aangezien elke zone van het hal±toon drukoppervlak gesteund wordt door
EMI10.3
*en ondersteuning.oppervlak met een nagenoeg equivalente toonwaaract is do wer7ijze duur vanwege de daartoe vereist* gravures en maskers.
Ontdekt 1. dat sen ster bevredigende dru7ckwalite3t bereikt kan vorden voor een drukoppervlak, dat in bepaalde on'8 een toonwaardlbere1k hoof% tut. men ongeveer 10 en ongeveer 75, indien het gehele rug- or onderoteuninge. oppervlak van do plaat (behalve de iandzonea en dergelijks) uitgevoerd il met een toonwaarde tussen ongeveer 10 en ongeveer 65 en bi j voorkeur tussen ongeveer 30 en ongeveer 50, op de wijze zoals die is weergegeven in de gewijzigde uitvoeringsvorm van de uitvinding in tig. 6.
Zoals in
EMI10.4
figuur 6 is weergegeven, heeft het ondersteuningsoppervlak, otsCh0011 da toonwaarde van het drukoppervlak varieert, een constante toonwaarde alhoe-
<Desc/Clms Page number 11>
wel @it oppervlak een lief heeft volgens dat van de uitvinding,
Een enkele gravure is nodig voor het maken van een negatief masker, dat voor het vormen van een oppervlak van dit type geschikt is, en gebruikt kan worden bij een grote verscheidenheid van negatieve maskers met halftoon drukoppervlak en als resultaat een wezenlijke bezuiniging t,o.v, de eerder besohreven meer ingewikkelde uitvoeringswijze,
terwijl de resulterende platen volgens ervaring gedrukte beelden geven van een
EMI11.1
-.kwaliteit die tot nu toe niet bereikbaar was bij flexograflache drukte. thodes.
EMI11.2
Bij het vervaardigen van het negatieve masker voor de undereteuningszijde wordt een met een beschermingelaag bekleed vlak metaalopporvlak fotografisch belioht via een raaternegatiet van een gekozen unifor- me algemene toonwaarde tussen ongeveer 10 en 65 en daarna op d* bekende wijze bewerkt, waarbij het duidelijk is dat de rasterverking in dit geval van een betrekkelijk grove aard is in het bereik van 2,4 tot s lijnen per strekkende centimeter en bij voorkeur tussen 3,2 en 4,8 lijnen per str*k-
EMI11.3
kende centimeter.
Na ontwikkeling van de bescheraingslaag wordt de vlak- ke metaalplaat op de eerder beschreven wijze geëtst ter verkrijging van een geëigende gravure die gebruikt wordt voor het vormen van een matrijs.
EMI11.4
kar%m*n negatief masker voor de vervaardiging van flexograrische platen et een algeheel uniforme toonwaarde aan het ondersteuningsoppervlak,
Indien gewenst kan een net zo geschikte moedergravure op d* bekende wijze gemaakt worden door een fotografische belichting van een licht-
EMI11.5
gevoelig polyzeriech materiaal, zoals een lichtgevoelige nylon, via asn rastertngatief,
gevolgd door een bekende ontwikkelingatechniek voor het maken van een reli foppervlak aan het belichte pelymweroppervlak* Ofschoon bovenstaande beschrijving betrekking heeft op middelen voor het vervaardigen van een negatieve vorm voor de on4*rnt*uninso>ij4* voor swn t.ox,jgref.auhe drukplaat, door h4t vorm*n van awa malAjokArt4n tegen 0*n po81 \tnfl moe:
dexgrarae die <o nakt 11 4uor #tan4mard tougrA'lUH-hchn1ithn, 10 ia het duidelijk dat een dna.1k aaaderror..op pervlak reoh1stre\. vervaardigd karn worden in *en vlak oppervlak van b*v*
<Desc/Clms Page number 12>
EMI12.1
een metaal zoals koper, staal, aluminium of een met hars geimpregneerd Tezelg1as8ateriaal of i*%* dergelijke, door zuiver mechanische middelen zaait kartelen, frezen, of alijpen, waarna de resulterende positieve moe- dergravure gebruikt wordt voor het vervaardigen van geëigende negatieve
EMI12.2
vormen van het ondersteuningsoppervlak die gewaakt zijn van matrijskarton. Natuurlijk kunnen negatieve vormen van het ondersteuningsoppervlak ook rechtstreeks vervaardigd worden met mechanische werktuigen.
Evenzo is het mogelijk, ofschoon betrekkelijk onpraktisch* om mechanisch elke
EMI12.3
gewenste toonwaarde aan te brengen in een vlak uitgevoerd cnderateuningaoppervlak van den flaxografische plaat door middel van een mechanische alijpbewerking teneinde bepaalde delen van het ondersteuningsoppervlak t* verwijderen, en zodoende het algemene ondarsteuningeappervlak in de ge- wenste mate te verkleinen.
Bij een proef, ontworpen ter illustrering van de over een wijd be- reik van drukpereing met behulp van de uitvinding bereikbare drukkwali- teit, werden vergelijkingen gemaakt van de bereikte kwaliteit bij het druk- ken van zowel illustraties als aaneengesloten beelden. De proeven werden uitgevoerd onder standaard werkomstandigheden voor het commercieel flezo- grafiaoh drukken op massief, gebleekt sulfiet bordpapier, waarbij gebruik
EMI12.4
gemaakt werd van ondervolgende flexografische platens A.
Een plaat met een half toon relief drukoppervlak in het toonwaardebereik van ongeveer'10 tot ongeveer 75 of 80 en met een ondersteu-
EMI12.5
ningsoppervlak met een algemene toonwaarde van'ongeveer 25, d.wezo met li relict ondersteuningselementen over z van het werkzame ondersteunings- @ oppervlak.
@
EMI12.6
Be Een plaat met een zelfde drukoppervlak ale A, maar met een helemaal vlak werkzaam ondersteuningsoppervlak.
Ce Een plaat mot een aaneengesloten drukoppervlak. .x.s. een toonwaarde van 1f1!ig en denwachterw syf onder8tew.\B.opp.lak met een algeme" 1'fá tt.tiill'titll4l"c!! van ongeveer s. ali .ii bovengenoemde plaat A.
Do ten plaat met een uniform drukvpporwl&1 als in plaat Ct en met een helemaal vlak werkzaam onderoteuningeoppervlak. Dit oppervlak zona over.
<Desc/Clms Page number 13>
senkomen met de algemeen gebruikte flexografische plaat voor het drukken van saneengesloten beelden en lenwark.
In de ondervolgende tabel II heeft de term "onderbroken" betrekking op een beeld dat vlekkig is en van variabele drukdichtheid, met som- mige niet-bedrukte zones, de term "verbonden stippen" heeft betrekking op een beeld waarbij de afzonderlijke atipbeelden vergroot, gesmeerd en vervormd zijn, zodat de beelden van de afzonderlijke stippen samenvloeien.
Het beeld is niet langer helder en scherp en het algemene kleureffectis gespikkeld, vlekkig en in het algemeen dieper van toon dan gewenst is.
In de tabel wordt de drukpereing ook gemeten in termen van de afstand in honderdste millimeters, waarmee de *plaat van d* kneep tussen de druk. eylinder en de tegendrukcylinder van de pers verminderd wordt voorbij bet punt, waarbij het oppervlak van de drukplaat juist het oppervlak van het te drukken lintmateriaal raakt. De term "goed" heeft betrekking op een be- vredigende kwaliteit van het gedrukte beeld.
Tabel II
Kwaliteit v/h gedrukte beeld.
EMI13.1
<tb>
<tb>
Drukpersing <SEP> in <SEP> mm <SEP> Plaat <SEP> A <SEP> Plaat <SEP> B <SEP> Plaat <SEP> 0 <SEP> Plaat <SEP> D
<tb> 0,025 <SEP> onder- <SEP> enigszins <SEP> onderbroken <SEP> onderbroken
<tb> broken <SEP> onderbroken
<tb> 0,05 <SEP> goed <SEP> goed <SEP> onderbroken <SEP> enigszins
<tb> onderbroken
<tb> 0,075 <SEP> goed <SEP> beginnende <SEP> onderbroken <SEP> goed
<tb> stipverbinding
<tb> 0,10 <SEP> goed <SEP> verbonden <SEP> enigszins <SEP> goed
<tb> stippen <SEP> onderbroken
<tb> 0,125 <SEP> goed <SEP> verbonden <SEP> goed
<tb> stippen <SEP> enigszins
<tb> onderbroken
<tb> 0,15 <SEP> goed <SEP> verbonden <SEP> goed <SEP> goed
<tb> stippen
<tb> 0,175 <SEP> beginnende <SEP> verbonden <SEP> goed <SEP> goed
<tb> stipverbin- <SEP> stippen
<tb> ding
<tb> 0,
20 <SEP> beginnende <SEP> verbonden <SEP> goed <SEP> goed
<tb> stipverbin- <SEP> stippen
<tb> ding
<tb>
<Desc/Clms Page number 14>
Tabel II (vervolg) Kwaliteit v/h gedrukte beeld.
EMI14.1
<tb>
<tb>
Drukpersing <SEP> Plaat <SEP> A <SEP> Plaat <SEP> B <SEP> Plaat <SEP> C <SEP> Plaat <SEP> D
<tb> in <SEP> mm
<tb> 0,225 <SEP> verbonden <SEP> verbonden <SEP> goed <SEP> goed
<tb> stippen <SEP> stippen
<tb> 0,25 <SEP> verbonden <SEP> verbonden <SEP> goed <SEP> goed
<tb> stippen <SEP> stippen
<tb>
Het zal duidelijk zijn dat, terwijl de halftoon plaat B met een vlak onderateuningsoppervlak een bevredigende druk geeft over -sofa klein bereik van drukpersing dat een commercieel bedrijf binnen het gewenste bereik praktisch onmogelijk is, gezien de machinetoleranties, dat de plaat volgens de uitvinding (A) een voldoende drukkwaliteit geeft over een voldoend groot bereik van drukpersing om een praktisch commercieel gebruik van flexografische platen in halftoon reprodukties mogelijk te maken.
Het ruime werkbereik van de drukper@ing die mogelijk is met de standaard plaat voor aaneengesloten vlakken en lijnenverk (plaat D) die gewoonlijk gebruikt wordt bij het flexografisch drukken, blijkt eveneens uit tabel II. De tabel illustreert ook dat een verkleining van de toonwaarde (door verkleining van het oppervlakte-percentage van de ondersteuningselementen) van het ondersteuningsoppervlak van een plaat die gebruikt wordt voor het drukken van aaneengesloten vlakken of lijnenwerk (plaat 0) in feite verkeerd is, doordat dit het bereik van de drukpersing, waarbinnen een bevredigende drukdichtheid verkregen kan worden, verkleint.
In bovenstaande beschrijving van verbeterde flexografische halftoon drukplaten, ia hoofdzakelijk verwezen naar platen die op de drukcylinder gekit zijn en die in de handel "kleefrug"-platen genoemd worden.
Een tweede soort van flexografische platen zijn die, waarbij de rubberplaat gevormd wordt in contact met een dunne, buigzame metallieke steunplaat, die bij voorkeur van messing is. Dit type flexografische plaat, gewoonlijk genoemd een plaat met "messing rug", wordt in het algemeen aan de drukcylinder bevestigd door geëigende klemmiddelen die in de druk.
<Desc/Clms Page number 15>
techniek bekend zijn. Voor halftoon drukwerk geschikte messing rug- platen kunnen door de werkwijze van de uitvinding vervaardigd worden, ,door het elastomerische deel op de hierin beschreven wijze te vormen en het relief ondersteuningsoppervlak te hechten aan een messing steunelement middels een geschikte hechtende cement.
Dit type plaat is in het bijzonder bruikbaar voor het maken van half toon beelden op papier, waarmee resultaten verkregen worden die tot nu tce onbe- reikbaar waren bij het flexografisch half toon drukken op dit type van oppervlak.
Als een verdere kleine wijziging van het beschreven proces voor het maken van halftoon flexografische platen, kunnen elastome- rische materialen van verschillende hardheid gebruikt worden voor de twee oppervlakken van de plaat, waarbij de twee lagen onlosmakelijk met elkaar versmolten worden bij het vormings- en vuicantiserings. proces van de plaatvervaardiging. Op deze wijze kan een betrekkelijk niet meegevend drukoppervlnk gesteund worden met een zachter onder- steuningsoppervlak.
Het zal duidelijk zijn, dat, indien de platen op deze wijze gemaakt worden, de toonwaarde of het percentage onder-
EMI15.1
steuningselementen dat op het ondersteuning80pporvlok aanwezig in voor het geven van de gewenste mate van ondersteuning aan het drukoppervlak, enigszins zal afwijken van de eerdergenoemde, doch normaliter zal liggen binnen de eerdergenoemde grenzen.
Indien b.v. het drukoppervlak gemaakt wordt van rubber met een durometer-hard- heid 50 en een gegeven zone met een toonwaarde 25, een onderateu- ningsoppervlak van rubber met een durometer-hardheid 3 0 een ideaal ondersteuningselement kan hebben met een percentage van ongeveer 50 of 60, terwijl idien het ondersteuningsoppervlak oen iets hardere
EMI15.2
rubber zou zijn, het ideale ondersteuningselemcnt-perccntage of toonwaarde ervan dichter bij die van het corresponderende drukopporvlak zou mepten liggen.
In figuur 10, hebben de referentie nummers de volgende betekenis:
<Desc/Clms Page number 16>
100 originele beeld 101 : fijn raster 16-20 lijnen 102 : continue toon kleurschifting 103 grof raster 2,4-8 lijnen per cm 104 met beschermingslaag bekleed metaaloppervlak 105 halftoon gerasterd negatief 106 halftoon gerasterd negatief 107 met beschermingslaag bekleed.metaaloppervlak 108 belichten 109 :ontwikkelen.
110 : etsen 111 druko,ppervlak gravure 112 vormbare matrijs karton 113 ondersteuningsoppervlak gravure 114 vormen 115 negatieve vorm van drukoppervlak
EMI16.1
116 : negatieve vorme van ondersteuningsoppervalk 117 :vormbaar elastomersch materiaal 118 : halftoon flexografische plaat.
,