BE691385A - - Google Patents

Info

Publication number
BE691385A
BE691385A BE691385DA BE691385A BE 691385 A BE691385 A BE 691385A BE 691385D A BE691385D A BE 691385DA BE 691385 A BE691385 A BE 691385A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
elevator
crops
aforementioned
towards
elevators
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE691385A publication Critical patent/BE691385A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D61/00Elevators or conveyors for binders or combines
    • A01D61/008Elevators or conveyors for binders or combines for longitudinal conveying, especially for combines

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Harvester Elements (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  "Verbeteringen aan elevators voor gewassen en dergelijke". 



   De huidige uitvinding heeft betrekking op   verbeteringen   aan elevators die normaal gebruikt worden voor het verplaatsen van gewassen en dergelijke. 



   Meer speciaal heeft de huidige uitvinding betrekking op elevators van het type waarbij boven een vaste bodem een transportinrichting is aangebracht, waarbij zulke inrichting bij   voorbeeld   gevormd wordt door een paar   eindloze   evenwijdige kettingen die met elkaar verbonden zijn door de eigenlijke meeneemorganen. 



   Deze laatste kunnen bij voorbeeld gevormd zijn door latten) hoekprofielen of   dergelijke   die al dan niet getand zijn 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 uitgevoerd en die op onderling regelmatige afstanden zijn aan- gebracht op de voornoemde kettingen. 



   Zulke elevator wordt dikwijls gebruikt om gewassen of dergelijke naar een inrichting te brengen die deze gewas- sen verder moet behandelen. 



   Dien weet dat de optimale werking van de inrichting die gevoed wordt via zulke elevator slechts wordt bekomen wanneer het gewas of dergelijke met een gelijkmatig debiet aan de be- handelingsinrichting wordt toegevoerd. 



   Ten einde bij de huidige konstrukties te   vermijden   dat, wanneer het gewas of dergelijke onregelmatig wordt toege- voerd aan de voornoemde elevator, er zich opstoppingen zouden voordoen tussen de voornoemde kettingen, respektievelijk mee-      neemorganen en de bodem van de elevator, wordt de as van de voorste kettingwielen verend opgesteld, zodat deze as bij toe-      voer van grote hoeveelheden gewas of   degelijke   vertikaal kan uitwijken. De bodem van de elevator is dan verder zodanig aan- gebracht dat de afstand tussen deze bodem en de erboven bewe- ! gende meeneemorganen steeds groter wordt naarmate men dichter bij de verdere behandelingsinrichting komt. 



   Een groot nadeel hiervan is dat veel gewas of derge- lijke op de bodem van een alzo gevormde elevator achterblijft      doordat het zich niet meer in het bereik bevindt van de mee- neemorganen die cp de voornoemde kettingen zijn aangebracht,      waarbij dit achterblijvend gewas zich ophoopt en als het ware in proppen, met andere woorden zeer   ongelijkmatig)   naar de ver-        . dere     behandelingsin richting   wordt gebracht. 



   Een typisch voorbeeld van het gebruik van zulke elevator is te vinden bij maaidorsers, waarbij de optimale werkingtvan het dorsmekanisme slechts wordt bekomen wanneer het afgemaaid gewas met een gelijkmatig debiet van het maai- bord naar de dorsinrichting wordt gevoerd, 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 
De huidige uitvinding heeft als   hoofdzakelijk   voor- werp de voornoemde en andere nadelen die verbonden zijn aan elevators met vaste bodem systematisch uit te sluiten. 



   Tot dit doel bestaan de verbeteringen aan elevators voor gewassen en dergelijke, van het type dat hoofdzakelijk gevormd is uit een bodem waarboven zich meeneemorganen ver- plaatsen, er hoofdzakelijk in dat de voornoemde bodem beweeg- baar is ten opzichte van de erboven geplaatste transportinrich- ting, respektievelijk meeneemorganen, één en ander zodanig dat de beweging van de voornoemde elevatorbodem gekontroleerd en bevolen wordt door het gewas of dergelijke zelf dat door de elevator moet verplaatst worden. 



   Volgens een voorkeurdragende uitvoering zal zulke bodem aan de   ingangzijde   van de elevator scharnierend   beves-   tigd worden, vermits de afstand tussen de meeneemorganen en de ' bodem zich hier automatisch instelt, dank zij de verende op- stelling van de voornoemde onderas, terwijl naar de uitgang van zulke elevator deze bodem door veren opwaarts zal gedrukt worden en waarbij de veerdruk oordeelkundig zal bepaald worden ten opzichte   van e ventuele   opstoppingen die zich zouden kunnen voordoen tussen deze bodem en de erboven geplaatste meeneem- organen. Op deze wijze bekomt men dat deze beweegbare bodem steeds naar de meeneemorganen wordt gedrukt zodat opstoppingen totaal uitgesloten zijn. 



   Ten einde de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen is hierna als voorbeeld, zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven van zulke elevator. Deze beschrijving verwijst naar de bijgaande tekeningen waarin: figuur 1 een langse doorsnede weergeeft van de ver- .beterde elevator volgens de huidige uitvinding;' figuur 2 een gedeeltelijke dwarsdoorsnede toont volgens lijn   II-II   van figuur 1; 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 figuur 3 een schematisch zijzicht met gedeeltelijke doorsnede weergeeft van een maaidorser die gebruik maakt van een elevator volgens de figuren 1 en 2. 



   Zoals weergegeven in de figuren 1 en 2 bestaat de elevator volgens de huidige uitvinding hoofdzakelijk uit een bodem 1 die voorzien is van zijwanden 2, waarbij tussen deze zijwanden assen zijn aangebracht, respektievelijk 3-4, waarop bij voorbeeld paren kettingwielen, respektievelijk 5-6, zijn aangebracht, De kettingwielen zijn ieder verbonden met een   kettingwiel 6   door middel van een geschikte   ketting 2   waarbij, in dit geval, de kettingen 2 op onderling regelmatige afstanden met elkaar verbonden zijn door   hoekprofielen   waar- van de   onderrand .2   getand is uitgevoerd ten einde doelmatig in te kunnen werken op het te verplaatsen gewas. 



   De   as   der kettingwielen is op bekende wijze verend opgesteld zodat de eigenlijke transportinrichting 3 tot 9 opwaarts kan scharnieren rond   as   wanneer een grote hoeveelheid gewas of dergelijke wordt aangevoerd. 



   Volgens de uitvinding is boven de voornoemde bodem    een   valse bodem 10 aangebracht waarbij deze laatste naar de ingang van de alzo gevormde elevator verbonden is met de vaste   bodeml d oor   één of meer boutjes 11. Het onderuiteinde van de bodem 10 is bedekt door een plaatje 12 dat verhindert dat   ge-   was zou vastgeklemd worden tussen de bodem 1 en de bodem 10. 



   Naar het uiteinde van de elevator is onder de bodem 10 een dwarse steunstrip 13 bevestigd waarop minstens één stang 14 is bevestigd. 



   Deze laatste passeert opeenvolgens doorheen een gat 15 dat is aangebracht in de voornoemde bodem 1 en een gat 16 dat hiertoe voorzien is in een brug of U-vormige steun   12   die onder de voornoemde bodem ¯1 is bevestigd door middel van schroe- ven, respektievelijk 18 en 19. Het vrij uiteinde der voornoemde 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 stang 14 is voorzien van een schroefdraadgedeelte 20 waarmede moeren,   respektievelijk   21 en 22, samenwerken. 



   Tussen de voornoemde bodem 10, respektievelijk de voornoemde strip 13, en het brugje of   U-vormig   steunelement 17 is ten slotte een spiraalveer 23 aangebracht. 



   De voornoemde bodem 10 is naar de zijranden voorzien van een opwaarts geplooid schuin gedeelte 24 dat, door middel van boutjes 25, verbonden is met een strip 26 in een relatief elastisch materiaal, waarbij deze strip 26 aan iedere zijde van de elevator afdichting vormt tussen de bodem 10 en de zijwanden 2. 



   Het gebruik en de werking van de elevator zoals weer- gegeven in de figuren 1 en 2 is zeer eenvoudig en als volgt. 



   Door het   aansohroeven,     respèktievelijk     losschroeven   van de moeren 21 en 22, kan men de minimale afstand   bepalen   tussen de voornoemde bodem 10 en, in dit geval, de getande   ,hoekprofielen     .   Deze afstand kan zodanig geregeld worden dat het opgevoerde gewas of dergelijke steeds tegen de voornoemde hoekprofielen wordt gedrukt zodat dit gewas of'dergelijke zonder vertraging wordt opgevoerd, respektievelijk toegevoerd, naar een verdere   behandelingsinrichting.   



   In een uitvoeringsvariante zal men de voornoemde bodem 1 vervangen door een openraamkonstruktie die voorzien is van middelen voor het verend   ondersteunen   van de beweegbare bodem 10, zodat in dit geval de bodem 10 de   werkelijke   bodem van het toevoerhuis van de elevator vormt.   Op     déze   wijze voorkomt men dat tussen de bodems 1 en 10 stof of dergelijke zou kunnen terecht komen waardoor de verende werking van de bodem 10 zou geremd worden. 



   In figuur 3 is als voorbeeld een maaidorser weerge- geven die gebruik maakt van een elevator volgens de huidige uitvinding. 



   In dit geval wordt het afgemaaid gewas door een zo- 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 genaamde pennenvijzel 27 naar de ingang van de elevator 1-26 gebracht waar dit gewas door de voornoemde getande hoekpro- fielen wordt gegrepen en wordt opgevoerd naar de dorsinrichting die geschematiseerd is door de dorstrommel 28 en de ermede samen- werkende   dorskorf   29. 



   In dit geval wordt zoals reeds beschreven aan de hand der figuren 1 en 2 het gewas gegrepen door de getande hoek- '   profielen 8   en opgevoerd tussen deze profielen en de voornoemde bodem 10, waarbij dit gewas steeds tegen de   hoekprofielen   wordt gedrukt door de bodem   12 zodat   opstoppingen nagenoeg volledig worden uitgesloten en waardoor het voornoemd dorsmekanisme 28- 29 gelijkmatiger wordt gevoed, zodat de   topkapaciteit   van zulke maaidorser beter kan bereikt worden. 



   De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de tekeningen weergegeven uit- voeringen doch kan in allerlei vormen en afmetingen worden ver- wezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding'te treden. 



    EISEN.   



   1.- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en dergelijke, van het type dat hoofdzakelijk bestaat uit een bodem waarboven zich minstens   een   meeneemorgaan verplaatst, met het kenmerk dat de voornoemde bodem beweegbaar is ten op- zichte van de erboven geplaatste   transportinrichting,   respek- tievelijk meeneemorgaan of   meeneemor-ganen,   één en ander zo- danig dat de beweging van de voornoemde   elevatorbodem   gekon- troleerd en bevolen wordt door het gewas of dergelijke zelf dat door de elevator moet verplaatst worden.. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.

Claims (1)

  1. 2.- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en der- gelijke volgens eis 1, met het kenmerk dat de elevator gevormd is door een vaste bodem en twee zijwanden waartussen de assen zijn aangebracht der kettingwielen die de kettingen dragen waarop de eigenlijke meeneemorganen zijn aangebracht en waarbij boven <Desc/Clms Page number 7> de voornoemde vaste bodem een beweegbare bodem is geplaatst die, naar de ingang van de elevator, scharnierend of vast verbonden is met de voornoemde vaste bodem, terwijl naar de uitgang van de elevator de voornoemde tweede bodem verend ver- , bonden is met de eronder gelegen vaste bodem.
    3.- Verbeterde elevator voor gewassen en dergelijke volgens eisen 1 en 2, met het kenmerk dat de voornoemde be- weegbare bodem naar de ingang van de elevator door middel van boutjes of dergelijke verbonden is met een vast gedeelte van het elevatorhuis terwijl, naar de uitgang van de elevator onder de beweegbare bodem, minstens één veerelement is voorzien dat deze bodem steeds naar de voornoemde meeneemorganen drukt.
    4.- Verbeterde elevator voor gewassen en dergelijke, met het kenmerk dat de voornoemde veer is aangebracht tussen de onderzijde van de beweegbare bodem en een vast gedeelte van het elevatorhuis, waarbij deze veer is aangebracht over een stang die naar één uiteinde voorzien is van schroefdraad, waarbij deze stang passeert doorheen de steun waarop de voornoem- de veer drukt en waarbij de alzo gevormde geleidingsstang achter deze steun voorzien is van een moer ten einde de minimale af-. stand tussen de beweegbare bodem en de meeneemorganen te kunnen regelen.
    5.- Verbeterde elevator voor gewassen en dergelijke, met het kenmerk dat de beweegbare bodem naar iedere zijde van de elevator voorzien is van elastische afdichtingsmiddelen die stevig tegen de overeenstemmende zijwand van het elevator- huis drukken.
    6.- Verbeterde elevator voor gewassen en dergelijke volgens één of meer voorgaande eisen, met het kenmerk dat de beweegbare bodem is bevestigd boven een openraamkonstruktie die het geraamte van de elevator vormt.
    7.- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en <Desc/Clms Page number 8> dergelijke volgens één of meer der eisen 1 tot 5, met het ken- merk dat de beweegbare bodem is aangebracht boven een vaste' bodem van het elevatorhuis.
    8,- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en der-- gelijke, volgens eis 7, methet kenmerk dat de vaste bodem voor- zien is van openingen.
    9,- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en der- gelijke volgens één of meer voorgaande eisen, met het kenmerk dat de as, van de eigenlijke transportinrichting verplaatsbaar is aangebracht tussen de voornoemde zijwanden van de elevator, waarbij deze as bijvoorbeeld door veren steeds naar de bodem van de elevator gedrukt wordt.
    10.- Verbeteringen aan elevators voor gewassen en dergelijke, hoofdzakelijk zoals voorafgaand beschreven en weergegeven in de bijgaande tekeningen.
    11.- Iedere machine voor het verplaatsen van de gewassen en dergelijke, die is uitgerust met een elevator volgens één i of meer der eisen 1 tot 9.
    12. - Iedere maaidorser die is uitgerust met een eleva- tor met beweegbare bodem volgens één of meer der eisen 1 tot 9,
BE691385D 1966-12-19 1966-12-19 BE691385A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE691385 1966-12-19

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE691385A true BE691385A (nl) 1967-05-29

Family

ID=3849896

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE691385D BE691385A (nl) 1966-12-19 1966-12-19

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE691385A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2154156A5 (nl) * 1971-09-20 1973-05-04 Sperry Rand Corp

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2154156A5 (nl) * 1971-09-20 1973-05-04 Sperry Rand Corp

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4475672A (en) Hopper discharge device
US5435433A (en) Dual belt conveyor with product isolation
US3620192A (en) Animal actuated silo feeding gate
EP0338193B1 (de) Steilförderer-Vorrichtung
DE2127310C3 (de) Fördereinrichtung für Flaschen oder ähnliches Fördergut
US2768734A (en) Barn gutter cleaner
DE2416963A1 (de) Bandfoerdergeraet mit dichtungsschuerzen
US4055497A (en) Hold-down mechanism for scraper conveyor and settling tank
US2816797A (en) Vehicle body structure
CH664164A5 (de) Textilfaser-mischkammer.
US2446772A (en) Combined wet screening and shredding apparatus
DE3822084C2 (nl)
US3047128A (en) Pusher-type conveyor
US542996A (en) Conveyer for fodder-cutters
DE342475C (de) Sammelbehaelter bei Saugluftfoerderern fuer Schuettgut
DE19513422C2 (de) Staurollenbahn
US992176A (en) Link for conveyer-chains.
NL9002003A (nl) Inrichting voor het mengen en/of gedoseerd afgeven van veevoeder of dergelijke.
DE418049C (de) Faltschachtelverschlussmaschine
GB975623A (en) Improvements in or relating to conveyors
DE1482332C (de) Fütterungsvorrichtung für Geflügel
DE60307144T2 (de) Förderband
DE2126611C3 (de) Stückgutförderer mit einem in die Hauptförderbahn hineinragenden, angetriebenen Abförderer
US270755A (en) Jeeome a
DE2064609A1 (de) Vorrichtung zur Entnahme von Schüttgut aus Öffnungen