<Desc/Clms Page number 1>
Regelbare kookbrander voor een gaskooktoestel.
De uitvinding heeft betrekking op een regelbare kook- brander voor een gaskooktoestel met een van branderpoorten voorziene branderkop, die bestaat uit een branderkelk met een daarop geplaatst branderdekael. Bij de bekende branders van deze soort heeft men in de stand "klein" het nadeel dat
<Desc/Clms Page number 2>
de in bovenwaartee richting brandende kleine vlammen nog zoveel warmte aan een op de brander geplaatste pan afgeven, dat doorkoken niet kan worden vermeden, terwijl plaatselijk een zodanige verhitting van de bcdem van de pan ontstaat, dat de kans op aanbranden zeer groot is. Dit bezwaar speelt vooral een rol bij gassen met een hoge verbrandingswaarde, zoals bijvoorbeeld aardgas.
Men heeft getracht dit bezwaar op te heffen door de toegevoerde hoeveelheid gas in de klein- stand nng verder te verminderen. Dit is echter niet mogelijk aangezien bij te kleine gastoevoer, in het bijzonder bij aard- gas, de vlammen gemakkelijk doven.
De uitvinding beoogt nu eon brander te verschaffen welke in de stand "klein" geschikt is voor het sudderen en warm- houden van gerechten, zonder dat gevaar van aanbranden bestaat..
Volgens de uitvinding is hiertoe het branderdekeel voorzien van een overkragende rand, waarvan het naar de branderpoorten gekeerde ondorvlak loodrecht of nagenoeg loodrecht op de as van de branderkop is gericht en op een zodanige hoogte boven de branderpoorten ie gelegan en zich in radiale richting zover uitstrekt, bijvoorbeeld 10 tot 12 mm, dat in de stand "klein" van de brander de vlammen in boven- waartse richting ongehinderd kunnen uitbranden en in de stand "groot" van de branders de vlammen in radiale richting tot buiten de overkragende rand reiken. Bij een dergelijke uit- voering bereikt men dat in de zone boven de vlammen de recht- streekse warmteoverdracht van de vlammen op de bodem van een pan in do etand "klein" voldoende wordt belemmerd om te voor- komen dat een te sterke plaatselijke verhitting van de bodem van de pan optreedt.
Doordat de rand zich in horizontale richting uitstrekt en op een voldoend grote afstand boven de brander openingen is gelegen, wordt de volledige verbranding van het uitstromende gas niet belemmerd.
<Desc/Clms Page number 3>
In de stand "groot" vindt geen belemmering van de warmte-overdracht plaats, daar het gas dan met voldoend grote druk in zijwaartee richting uitstroomt, waardoor de vlammen tot buiten de overkragende rand reiken.
In een doeltreffende uitvoeringnvorm van de brander volgens de uitvinding is flechts een klein aantal brander-
EMI3.1
poorten toegepast, en is gomden in omtroksrichting van de branderkop de breedte van de dammen groter dan die van de poorten. Op deze wijze kan in de stand "klein" een warmt'!)- produktie worden verkregen die slechts 50 tot 65% bedraagt van die van de bekende branden Hetleit dat hierbij een verdere ooncentratie van de, overigens geringere, warmte- produktie op minder plaatsen optreedt, levert geen bezwaar
EMI3.2
op dankzij de afeci.err4ende werking van do /.rt.H1fVOl.'m1g6 rand.
De uitvinding zal nader worden toegelicht in de volgende beschrijving van een uitvoeringavoorbeeld 'im dé hand van de tekening.
EMI3.3
In de tekening ia in doorsnede iiet bovenste u:i hlt van een branderkop van een .oo3brrzr.dsr val erm de uivin1n afgebeeld. De brander bestaat uit een trLnaetzel,4 1 waarop een branderring 2 rus c. Op deze t,rY;r.<brrifi+g 1 "'J(1 f,1'I1(jtJlJr- deksel 3 geplaatst. Tussen de tr&natr1n Z en de run1tx,,1± 1 wordt een iulpgasspl;5t 4 gevortd. I<J:;egn r.,i f.yhntfd':!! 3 en de branderzink- 2 zijn r5o:.rrxnl.Hr;,r,,r ;rn 1 / '1/f;J;u, branderpoorten var. F;1;a%I Z1Jfl 1:(HI}::e:r;l;r. 'n';T 'J01.'.',f. ;, nssxe- van de lengte geré=x n4 in <,xifxcéri<r.1E±.ég ib Wt da van de poenen 5.
Het GT':S'x$l"1:..,'.Í 'lGl' t'rr : E3fi i L/'I &r%t.'.IE3 i'r.r.^.. 7 woit- van L8t f.c.: due u:'$1xfi$:GrJZ,rr8r, j I':L':.f. is1 t'iT.'11R,Z"Yr''..ïsC '.. 11rLt of Lagenveg .GO.T.rC:r op e áe van 2 EransoTkc9 lb g;>±<;1,t.
'le bovenzijde van 1.et ;ran<oièk>e1 3 ±n 1> 4 ,r,f;':Kl.c...'.:.'.;l,. wijze etiezic6 be.lvomi uigvu!1.
Hen via de Gri$.'".L:C 1 tce4tzc=un<: el$4y1 I
<Desc/Clms Page number 4>
treedt via de hoofdbranderpoorten 5 naar buiten, waarbij een klein gedeelte via de branderepleet 4 naar buiten stroomt.
Doordat de toegang tot de spleet 4 nauw is uitgevoerd, treedt het gas met geringe snelheid uit en wordt een stabiele hulpgaavlam gevormd. Deze hulpgasvlam oefent een stabiliserende werking uit op de aan de hoofdbranderpoorten 5 gevormde vlammen, Wanneer de brander in de stand "klein" staat, ontstaan op de branderpoorten 5 kleine vlammetjes die schematieoh zijn aan- geduid met 9. Deze vlammetjes zijn naar boven gericht. De overkragende rand 7 ligt op een zodanige hoogte boven de poorten 5 dat deze vlammetjes 9 ongehinderd kunnen uitbranden, waarbij de rand 7 een afschermende'werking op de vlammetjes 9 uitoefent, zodat geen te sterke plaatselijke verhitting van de bodem van een op het kooktoestel geplaatste pan kan ontstaan.
In de etand "root" worden op de branderpoorten 5 zich in dwarsrichting uitstrekKende grote vlammen gevormd, die schematisch zijn aangegeven met 10. Deze vlammen ondervinden geen hinder van de rand 7 en kunnen hun warmte vrij afgeven aan een op het toestel geplaatste pan. Door het geringe aantal branderpoorten kan de warmteproduktie in de stond "klein" laag worden gehouden.
Dankij de afschermende werking van de ovorkragende rand 7 zal geen plaatselijke oververhitting van de bodem van een op het toestel geplaatste pan kunnen ontstaan. De afgebeelde brander ie dankzij de rand 7 dus bij uitstek geschikt om dienst te doen als sudderbrander.