<Desc/Clms Page number 1>
"Dichting voor mofbuizen",
De huidige uitvinding heeft betrekking op een dichting voor zogenaamde mofbuizen, met andere woorden, buizen die aan een einde voorzien zijn van een mof, waarin het ander uiteinde of zogenaamd spieeinde van een andere buis kan ingevoerd worden, waarbij in de ruimte tussen buitenomtrek van spieeind en binnen- omtrek vande mof een afdichtingkan worden aangebracht.
Men weet dat de waterdichte verbinding van zulke mofbui- zen relatief moeilijk te verwezenlijken is, waarbij na verloop van tijd de mogelijkheid tot lekken relatief groot is.
Inderdaad, zulke mofbuizen, die in het algemeen gebruikt worden voor rioleringen en dergelijke, ondergaan door zettingen in de konstruktie en in de ondergrond, onderlinge verplaatsingen waardoor de dichting ongunstig wordt beïnvloed en waardoor meestal
<Desc/Clms Page number 2>
lekken optreden.
Om deze reden is de bekende dichting, gevormd door het instrijken van de ruimte tussen mof en spieeinde met een cement- mortelspecie, zelfs met toevoegsels, te verwerpen daar de flexi- ' biliteit van zulke dichting in de loop van de tijd geheel ver- dwijnt en men bijgevolg scheuren in de dichting bekomt zodat praktisch zeker lekken zullen optreden.
Een andere dichting, bestaande uit het inbrengen van een gebitumineerde koord in de ruimte tussen mof en spieeinde, nader- hand aangegoten met bitumen, voldoet aan de eia van dichtheid en flexibiliteit en kan in principe als goede dichting aanvaard worden. Deze dichting, evenals de vorige, dient op de legplaats van de leiding aangebracht te worden, zodat men hier moet afre- kenen met de moeilijkheden eigen aan het uitvoeren van zulke precisiewerken op de legplaats,met andere woorden, kontrole op de kwaliteit, tijdverlies bij het verleggen, moeilijkheden wan- neer de put niet volkomen droog is en nog andere.
Een andere dichting nog van zulke buizen bestaat in het aanbrengen, op het gewone buiseinde, van een cylindrische ring uit kunstrubber die op het spie inde van een buis wordt aange- bracht en samen met de buis in de mof wordt ingebracht. Op deze wijze wordt een goed(1 dichting gevormd. Daar echter de ring se- paraat wordt meegeleverd loopt men het gevaar dat men hem ver- liest.
Men heeft bijgevolg voordeel bij een dichting aangebracht in de fabriek. Deze dichting zal bij voorkeur alleen in het mof - einde van de buis worden aangebracht om beschadigingen gedurende het transport en de behandeling te voorkomen.
De huidige uitvinding heeft een dichting als voorwerp die de voornoemde en andere nadelen van de bestaande dichtingsmetho- den systematisch uitsluit.
Een eerste kenmerk van de dichting volgens de uitvinding
<Desc/Clms Page number 3>
is dat de ring zodanig gevormd is dat hij al de maatafwijkingen, eigen aan de fabrikatie van mofbuizen, kan opnemen zonder dat de aard en de eigenschappen van de dichting hierdoor gewijzigd @ worden,
Een ander kenmerk is dat de vormgeving zodanig is dat, eens de spits of spieeinde ingebracht, de druk van de ring op de binnenzijde van de mof ervoor zorgt dat tussen ring en mof de dichting dicht blijft.
Een ander kenmerk nog is dat om aanhechting van de ring aan de lijm te bevorderen, men met voordeel het kleefoppervlak van de ring zodanig vormt dat het kleefoppervlak vergroot wordt en een betere hechting in de lijm wordt verkregen, Op deze wijze worden de radiale verplaatsingen van de ring bij het inbrengen van de spits tegengegaan.
Nog een ander kenmerk van de dichtingsring volgens de uitvinding is dat de binnenzijde voorzien is van minstens één . afdichtingselement, waarvan de binnendiameter kleiner is dan de buitendiameterervan het spieeinde van de buis en deze binnendiameter mag zelfs gelijk zijn aan of kleiner zijn dan de binnendiameter van het spieeind.
Nog een kenmerk is dat het voornoemd afdichtingselement op soepele wijze bevestigd is op het kleef- en steunelement, derwijze dat de radiale verplaatsingen bij het inbrengen van het spieeinde of spits geen te grote radiale krachten doen ontstaan op het kleef- en steunelement, teneinde te beletten dat dit element zich losmaakt van de binnenzijde van de mof,
Een ander kenmerk van het afdichtingselement volgens de uitvinding is dat het zodanig gevormd is dat er een voldoende raakoppervlak met het spieeinde of spits ontstaat zodanig dat een kleine oneffenheid de dichtheid niet beïnvloedt. Tevens is het afdichtingselement zo gevormd dat zelfs onder hoge inwendige druk, dit element niet naar buiten kan omgeslagen worden.
<Desc/Clms Page number 4>
Een ander kenmerk nog is dat het afdichtingselement zo- danig van vormgeving is dat bij het invoeren van het spieeind in de mof, dit element een druk op het hecht- en steunelement uit- oefent, zodat hierdoor de afdichting tussen ring en mof wordt bevorderd.
Nog een ander kenmerk van de dichting volgens de uit- vinding is dat de verbinding en de onderlinge akties en reakties van afdichtings- en hechtelement zodanig soepel zijn dat beide onafhankelijk van elkaar de maatafwijkingen van mof- en spieeind van de buis kunnen opnemen zonder dat de dichtheid in het gedrang komt.
De dichting volgens de uitvinding die de voornoemde en andere voordelen en kenmerken vertoont bestaat hiertoe in hoofd- ' zaak uit een ringvormig lichaam dat op één zijde minstens één ringvormig uitsteeksel vertoont, waarbij het geheel in een veer- krachtig materiaal is uitgevoerd.
Het is vanzelfsprekend dat de kwaliteit van de grondstof van de dichtingsring kan gekozen worden overeenkomstig de eisen van agressiviteit van de te transporteren vloeistoffen.
Teneinde de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende uitvoeringsvorm beschreven van een dichtings- ring volgens de uitvinding waarbij wordt verwezen naar de bij- gaande tekeningen waarin: figuur 1 een bovenzicht toont van een dichtingsring vol- gens de uitvinding; figuur 2 op vergrote schaal een doorsnede weergeeft vol- gens lijn II-II van figuur 1;
figuur 3 een uiteengenomen zicht toont van een buisver- binding waarbij gebruik wordt gemaakt van de dichtingsring vol- gens figuren 1 en 2; figuur 4 een zicht is gelijkaardig aan dit van figuur 3,
<Desc/Clms Page number 5>
doch nadat het spieeind van de ene buis in de mof van de andere buis is ingevoerd,
De dichtingsring 1 volgens de figuren 1 en 2 wordt hoofd- zakelijk gevormd door een hechtingselement of steunelement 2 en het eigenlijk dichtingselement 3 dat, in dit geval, ongeveer loodrecht is ingeplant op het voornoemd hechtingselement 2 en dat puntig uitloopt.
De verbinding tussen het steunelement 2 en het dichtings- element 3 wordt bijvoorkeur gevormd door een gedeelte 4 waarvan de breedte a kleiner is dan de breedte, respektievelijk b en c, van de nabijgelegen delen der elementen 2 en 3. Hierdoor bekomt men een grotere soepelheid van de ring doordat de vervormingen ervan voor het grootste gedeelte worden opgenomen door dit ver- zwakt gedeelte 4.
De binnendoormeter d van de ring 1 is steeds kleiner dan de buitendoormeter van het spieeind 5, terwijl de buitendoorme- ter e van deze ring bijvoorkeur gelijk is of enigszins groter is dan de binnendoormeter van de mof 6.
De zijrand 7 van de ring 1 zal bijvoorkeur voorzien worden van meerdere omtreksgroefjes teneinde het aanhechten van de lijm te verbeteren,
Tenslotte zal de dictingsring 1 bijvoorkeur verwezen- lijkt worden uit kunstrubber teneinde een blijvende elastische dichting te bekomen die bestand is tegen de meest voorkomende afvalwaters.
Zoals weergegeven in figuur 3 wordt de alzo bekomen dichtingsring 1 aangebracht in de mof 6, waarbij tussen de zij- wand 7 en de binnenwand van de mof een laag lijm 8 wordtaange- bracht ten einde later verschuiven van de ring te voorkomen en een afdichting tussen ring en mof te bekomen.
Wanneer de spits 5 in de mof 6 wordt gebracht, zal de ring 1 vervormd worden zonder dat grote kracten op het steun-
<Desc/Clms Page number 6>
element 2 worden uitgeoefend. Dit is mogelijk door de aanwezig- heid van het verzwakt gedeelte 4 zodat, enerzijds, een ombuigen van het dichtingselement 3 wordt bekomen, terwijl, anderzijds, een onafhankelijke aanpassing wordt verkregen van het hechtings- element en het dichtingselement, respektievelijk aan mof en spieeinde.
De dichtingsring 1 is uiteindelijk zodanig ontworpen, dat een verhoging van de inwendige druk in de leiding'bijdraagt tot een nog betere afdichting daar in zulk geval het element 3 met grotere kracht tegen het spieeind 5 wordt gedrukt.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de tekeningen weergegeven uitvoering doch zulke dichtingsring kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
EISEN.
1.- Dichting voor mofbuizen, met het kenmerk dat zij hoofdzakelijk bestaat uit een ringvormig lichaam dat op één zijde minstens één ringvormig uitsteeksel vertoont, waarbij het geheel in een veerkrachtig materiaal is uitgevoerd en waarbij deze dichtingsring op de binnenwand van de mof van de buis wordt vast- gekleefd. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.