BE705663A - - Google Patents

Info

Publication number
BE705663A
BE705663A BE705663DA BE705663A BE 705663 A BE705663 A BE 705663A BE 705663D A BE705663D A BE 705663DA BE 705663 A BE705663 A BE 705663A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
rod
bolt
lock
opening
piece
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE705663A publication Critical patent/BE705663A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E05LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05BLOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B63/00Locks or fastenings with special structural characteristics
    • E05B63/04Locks or fastenings with special structural characteristics for alternative use on the right-hand or left-hand side of wings
    • E05B63/044Locks or fastenings with special structural characteristics for alternative use on the right-hand or left-hand side of wings with reversible bolt or bolt head

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Connection Of Plates (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  " Slot   ".   



   De uitvinding betreft een slot dat een slotkast bevat alsook minstens een schieter, minstens en element dat   @  de schieter verbonden is en dat verschuifbaar in de slotkast opge- steld is en minstens een orgaan dat dit element kan verschuiven. 



   Bij dergelijke gekende sloten is de schieter meestal on- wrikbaar verbonden met het verschuifbaar   element.   



   Dergelijke sloten bestaan uit een mechanisme dat gewoon- 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 lijk opgesteld is tussen twee aan elkaar   evenwijdige   platen die loodrecht op een langwerpige plaat komen. In deze langwerpige plaat zijn een of meer openingen aangebracht waardoor een schieter steekt. Het geheel van platen vormt de slotkast. Deze wordt in een gleuf in de rand van een deur aangebracht zodanig dat de lang- werpige plaat   samenvalt   met het vlak van de opstaande smalle dwars- wand van de deur. De schieter die door een opening in de langwerpi- ge plaat steekt, is beweegbaar in een richting die loodrecht op die langwerpige plaat staat. In de deuromlijsting waartegenover de langwerpige plaat komt wanneer de deur toe is, is ter hoogte van de schieter een uitholling aangebracht waarin de schieter vol-   ledig   kan.

   Bovenop deze uitholling komt de opening van een slot- plaat. Meestal is het buiten de slotkast   uitstekende   deel van de schieter niet balkvormig maar nagenoeg prismatisch. Volgens een doorsnede door een vlak dat loodrecht op de langwerpige plaat staat, vertoont dit uiteinde van de schieter nagenoeg de vorm van een rechthoekige driehoek. Het uiterste begrenzingsvlak van de schie- ter staat dus schuin ten opzichte van de bewegingsrichting van deze schieter. Wanneer de schieter met zijn schuin begrenzingsvlak tegen een hindernis komt dan zal bij het duwen van de hindernis tegen de schieter of   omgekeerd   deze schieter in de slotkast schui- ven.

   Wanneer de schieter echter met zijn loodrecht op het vlak van de langwerpige plaat staande zijkant tegen een hindernis komt dan zal   ookbij   het duwen van die hindernis op de schieter deze schie- ter buiten de schletkast blijven. 



   Sloten met een dergelijke schieter worden veel gebruikt bij deuren die men door gewoon duwen kan dichtmaken, maar die men slechts door een sleutel, klink of ander hulpmiddel kan openen. 



  Wanneer men een deur voorzien van een slot met dergelijke schieter toedoet, komt op zeker ogenblik deze schieter tegen de deuromlijs- ting. Wanneer de schuine zijde van de schieter naar deze omlijsting gericht is, zal,wanneer men de deur verder dicht duwt, de schieter 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 in de slotkast schuiven. Hierdoor lan de deur een weinig verder bewegen tot de schieter in de   b.-ite   in de deuromlijsting springt. 



  Door de vorm van deze   deuromlijsting   kan de deur dan meestal niet verder in dezelfde zin draaien. Wanneer de schieter in de holte in de deuromlijsting zit, kan men de deur niet zonder hulpmidde- len openmaken. Wanneer men die deur wil openduwen zal de loodrecht op de langwerpige plaat van de slotkast staande zijde van de schie- ter tegen de wand van de uitholling in de deuromlijsting aandruk- ken. De schieter zal hierdoor geen neiging vertonen in do slotkast te schuiven. Naar gelang de deur naar binnen of naar buiten open- gaat moet de schuine zijde van de schieter respectievelijk naar buiten of naar binnen gericht zijn.

   Bij een deur die in een be- paalde richting opengaat zal de schuine zijde van de schieter   naar   de ene zijde of naar de andere zijde van het slot moeten gericht zijn naar gelang de scharnieren rechts of links van die deur voor- komen. Bij het. monteren van een gekend slot met een dergelijke schieter moet men hiermee dus rekening houden. Anderzijds is de fabricage van twee typen sloten nodig. Bij het ene type moet de schuine zijde van de schieter naar de ene zijde en bij het andere type naar de andere zijde gericht zijn. 



   De uitvinding heeft tot doel een slot te verschaffen waarbij de schieter instelbaar is. Bij het gebruik-van een schieter met afschuining kan men bij een zelfde slot deze afschuining zowel naar de ene zijde als naar de andere zijde van het slot richten. 



   Tot dit doel is de schieter aan het verschuifbare element verbonden door een stang die met een uiteinde aan de schieter ver- bonden is en die in minstens een uitsparing in het element komt, waarbij minstens een middel voorzien is dat minstens tijdelijk uitschakelbaar is en dat het geheel gevormd door de schieter en de stang in een stand houdt waarbij een naar de binnenkant van de slotkast gericht deel van dit geheel komt tegen een ten opzichte 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 van het element minstens volgens de langsrichting van de stang on- beweegbaar stuk en waarbij die stang bij uitschakeling van het hoger vermelde middel ten opzichte van het element heen en weer verschuifbaar is uitgaande van hoger vermelde stand minstens tot in een stand waarbij de schieter voor minstens een stand van het verschuifbare element volledig buiten de   slotk:

  ast   komt, terwijl de schieter in die laatste uitgeschoven stand draaibaar is rond een as die samenvalt met deze van de stang. 



   In een bijzondere   uitvoeringsvorm   van de uitvinding is het tijdelijk uitschakelbare middel gevormd door een stuk dat ten op- zichte van het verschuifbare element in een richting die nagenoeg loodrecht staat op de langsrichting van de stang verschuifbaar   ia   en dat wanneer het middel ingeschakeld is met een deel nagenoeg tegen een op de langsrichting van de stang staande naar de schie- ter gerichte wand van die stang komt. 



   Bij voorkeur bezit het slot dan een verend element dat dit stuk tegen de stang duwt. 



   In een merkwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding bezit de stang een   cirkelvormige   doorsnede. 



   Doelmatig is in dit geval de op de langsrichting van   d e   stang staande wand waartegen het stuk van het uitschakelbare middel komt gevormd door een plotse toename van de diameter van de stang. 



   In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding is het in de slotkast verschuifbaar opgestelde element een nagenoeg L-   vormig   stuk dat met een been nagenoeg loodrecht op de langsrichting van de stang komt en waarbij dit been minstens ter hoogte van de uitsparing waarin de stang komt loodrecht op zijn langsrichting een U-vormige doorsnede bezit. 



   Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen   blijken   uit de hier volgende   beschrijving   van een slot volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 en beperkt de uitvinding niet; de verwijzingscijfers betreffen de hieraan toegevoegde tekeningen. 



   Figuur 1 is een   zij aanzicht   van een slot volgens de   uitvin-   ding, waarbij de dichtst bij gelegen   zijwand   van de slotkast weg- genomen werd en waarbij andere delen van de slotkast weggesneden werden. 



   Figuur 2 is een doorsnede volgens de lijn II-II uit figuur 1. 



   Figuur 3 is een zijaanzicht analoog aan dit uit figuur 1 van een deel van het slot maar bij een andere stand van de schieter, 
Figuur 4 is een zijaanzicht van het slot uit figuur 1 met echter de zijwanden getekend. 



   In de verschillende figuren hebben dezelfde   verwijzingscij-   fers betrekking op dezelfde elementen. 



   Het slot waarop de figuren 1 tot 4 betrekking hebben, bevat een slotkast die bestaat uit twee evenwijdig aan elkaar lopende   wandplaten   1 en een loodrecht erop staande langwerpige plaat 2. 



  De twee platen 1 zijn nagenoeg rechthoekig. In de figuren 1 en 3 is slechts een plaat gedeeltelijk voorgesteld. Deze voorgestelde plaat 1 is door een omgeplooide rand aan het langwerpige stuk 2 vastgemaakt. De andere plaat 1, namelijk deze die in figuur   4   zichtbaar is, is aan de eerste door klinknageltjes vastgemaakt. De plaat 2 heeft de vorm van een rechthoek waarvan de uiteinden afge- rond zijn. Deze plaat bezit een opening   waardoor   een schieter 3 juist kan. De platen 1 en 2 zijn bij voorbeeld van staal vervaar- digd. De schieter 3 is   bi j   voorbeeld van messing verva rdigd.

   Hij bezit de vorm van een stuk van een cilinder dat tussen twee aan elkaar evenwijdige vlakken gelegen is die evenwijdig aan   d e   langs- as van deze cilinder en symmetrisch ten opzichte van deze as lopen, waarbij van dit stuk een hoek afgesneden is d or een vlak dat schuin staat op de vermelde langsas. Dit laatste vlak loopt zodanig dat het een van de evenwijdig aan deze langsas lopende vlakken 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 snijdt nabij het loodrecht op deze langsas staande uiterste vlak van het stuk volgens een rechte evenwijdig aan dit vlak, en het andere uiterste vlak dat loodrecht op deze as staat snijdt volgens een rechte die nabij het andere evenwijdig aan deze as lopende vlak gelegen is en evenwijdig aan dit vlak loopt.

   Die eerste afstand tussen de snijlijn in het evenwijdig aan de langsas liggende vlak en het uiteinde is een weinig gro- ter dan de dikte van de langwerpige plaat 2. De 'opening in die plaat 2 is ook nagenoeg gelijk in vorm en grootte aan het lood- recht op hoger vermelde langsas staande grootste begrenzingsvlak van het stuk. De langsas van deze opening, dus deze die evenwij- dig loopt aan de aan elkaar evenwijdige wanden van de opening valt samen met de langsrichting van de plaat 2. In de wand van de schieter 3 die overeenkomt met het niet gesneden uiteinde van het hoger vermelde stuk, dus in die wand die de vorm heeft van de opening in de plaat 2, is een uitholling voorzien waarin het uiteinde van een stang steekt. Deze stang bezit een cirkelvormi- ge doorsnede. Het deel van die stang dat buiten de schieter steekt bestaat uit twee delen van verschillende diameter.

   Het op de schie- ter aansluitende deel 4 bezit een kleinere diameter dan het vrije uiteinde 5 van de stang. De langsrichting van de stang staat lood- recht op het   zoeven   vermelde vlak dat in vorm gelijk is aan de ope- ning in de plaat 2. Deze as valt dus samen met de langsas van hoger vermelde cilinder waarvan de schieter als   n deel kan aanzien worden. Door deze stang 4, 5 is de schieter verbonden met een in de slotkast verschuifbaar element. 



   Dit verschuifbaar element is nagenoeg L-vormig. Het is ge- vormd door een nagenoeg   L-vormige   platte plaat 6 waarvan op sommige delen van de rand een loodrecht op het vlak van de plaat staande opstaande rand staat. De vlakke plaat   6   van het verschuifbare ele- ment loopt evenwijdig aan de platen 1 en rust nagenoeg volledig 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 tegen de in de figuren 1 tot 3   voorgestelde   plaat 1. De hoogte 
 EMI7.1 
 . < slc , j ' in bez1t van de op dit vlak staande randen, gemeten vanaf de onderkant van ¯ /:. :\1' ad de-!.. =+r 1 w-- het vlak   6,   is een weinig kleiner dan de afstand tussen de twee 
 EMI7.2 
 o.:reC''., t" I. het platen 1. Het vlak 6 van dit verschuifbare element bezit twee 
 EMI7.3 
 Id;'t.. 1 . irr 17 j t loodrecht op elkaar staande benen.

   De langsrichting van een been el but eer loopt evenwijdig aan de langsrichting van de plaat 2. De langgrich- ting van het andere been van deze L komt loodrecht op de   langsrich-   ting van deze plaat 2. Dwars door dit laatste been is een   langwer- ¯        pige gleuf 7 aangebracht. De langsrichting van deze gleuf valt samen met deze van het been. Door deze   gleuf   steekt een rijnagel 8. Deze rijnagel 8 geleidt de beweging van het verschuifbare element. 



  Dit verschuifbare element kan dus bewegen in een richting loodrecht op de langsrichting van de plaat 2. De rijnagel 8 doet tevens dienst als klinknagel die de twee zijwanden 1 aan elken   @   evenwijdig aan delangwenrdge piaar 2 lopende been van de plaat 
 EMI7.4 
 6 die deel uitmaakt van het verschuifbaelent be.z1t op- evewijdig aan de plaat 2 lopende randen twee opstaande randen 9 en 10. Deze opstaande randen 9 en 10 lopen van aan het andere been tot   an   het vrije uiteinde van het been waarop zij staan. In deze opstaande   ruiden   zijn uitsparingen voorzien waardoor de stang 4, 5 kan steken.

   De dichtst bij de plaat   2   gelegen opstaande rand 9 be- zit ter hoogte van het midden van de opening in deze   plat   2 waar- door de schieter steekt een.rechthoekige gleuf 11 die over gans de hoogte van het boven de plaat 6 gelegen deel van de opstande rand 9 loopt. De breedte van deze gleuf 11   is   nagenoeg gelijk   &in   de diameter van het deel 4 van de stang. Tegenover deze gleuf is in de andere opstaande rand   10   eveneens een   uitsparing   12 anngebracht. 



  Deze uitsparing heeft de vorm van een halve cirkel die naar de plaat 6 toe overgaat in een rechthoekige   opening   met breedte gelijk aan twee maal de straal van de halve cirkel. Deze opening 12 loopt van nabij de bovenste rand van de   opstaande   rand 10 tot aan de on- 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 derkant van het deel 6 van het verschuifbare element en loopt zelfs door tot in dit deel 6, tot nagenoeg halverwege tussen de opstaande randen 9 en 10. De breedte van het rechthoekige deel van de opening 12 dat gedeeltelijk in de rand 10 en in de plaat 6 komt, is gelijk aan de diameter van het deel 5 van de stang* De loodrechte afstand tussen de bovenkant van de opening 12 en de bovenkant van.het deel 6 is echter kleiner dan deze diameter van het stuk 5.

   Het stuk 5 komt dus, wanneer het in de uitsparing 12 zit, met een gedeelte in het deel van die uitsparing 12 dat in de plaat 6 van het verschuifbare element aangebracht is. De lengte van het deel 5 van de stang is echter groter dan de helft van de afstand tussen de twee randen 9 en 10 en dus groter dan het deel van de opening 12 in het deel 6. Het uiteinde 5 van de stang kan dus in de uitsparing 12 verschuiven in een richting volgens de langsrichting van de stang tot de naar de schieter gerichte ring- vormige wand die loodrecht op de langsrichting van de stang staat ter plaatse van de diametertoename tussen de stukken 4 en 5 tegen het deel 6 komt. Het middelpunt van de halve cirkel van de opening 
12 komt op een afstand boven de bodem 6 die gelijk is aan de straal van het deel   4   van de stang.

   Wanneer de stang met het deel 5 in de opening 12 zit komt het deel 4 van deze stang juist op de bodem 
6 terecht. De lengte van het deel 4 van de stang is gelijk aun de afstand tussen de naar de plaat 2 gerichte zijden van de opstaande randen 9 en 10. Wanneer de schieter dus met zijn naar de stang ge- richte zijkant tegen de opstaande rand 9 komt, komt het ringvormige vlak ter hoogte van de verdikking tussen de stukken 4 en 5 van de stang juist ter hoogte van de naar de plaat 2 gerichte zijde van de rand 10. Deze stand voor de schieter en stang is in figuur 1 voorgesteld. De schieter en stang komen bij normaal gebruik van het slot voor in deze stand ten opzichte van het verschuifbare element. Ze worden in deze stand gehouden door een hulpstuk 13. 



   Dit stuk 13 is een nagenoeg rechthoekig   plaatje   waarvan een 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 deel van de randen omgeplooid is, zodanig dat dit deel loodrecht op het'vlak van het plaatje komt. Het stuk 13 is nagenoeg in twee delen verdeeld door een gleuf die evenwijdig loopt aan de langs- randen van het stuk en die van de ene dwarsrand tot op een kleine afstand van de andere dwarsrand loopt. Het stuk 13 komt met zijn gleuf over een deel van de opstaande rand 10. Het deel van het stuk 13 dat ten opzichte van die gleuf aan de zijde van de plaat 2 ligt komt met zijn vlak op het deel 6 van het verschuifbare ele- ment gedeeltelijk tussen de opstaande randen 9 en 10. Dit deel bezit zelfs aan de zijde van de rand 9 een opstaande rand die tegen deze rand 9 komt.

   Het tussen de randen 9 en 10 komende deel van het stuk 13 bezit een breedte die nagenoeg gelijk is aan de afstand tussen de twee opstaande randen 9 en 10. Aan zijn vrij uiteinde bezit dit deel eveneens een opstaande rand die over een breedte loopt die gelijk is aan de afstand tussen de randen 9 en 10. Deze opstaande rand komt tegen de stang   4,   5. Voor een stand van de stang zoals in figuur 1 voorgesteld komt deze opstaande rand tegen het deel 4 van de stang, terwijl voor een stand van die stang zoals in figuur 3 voorgesteld deze opstaande rond tegen het deel 5 van de stang komt. Het deel van het stuk 13 dat aan de andere zijde van de gleuf ligt komt grotendeels een weinig lager dan het eerste deel. 



  Het vlak van dit laatste deel kont dan grotendeels tegen de plaat 1 waartegen het deel 6 van het verschuifbare element ook komt. Dit laatste deel bezit een naar de plaat 2 toe gebogen einde datter plaatse van de opening   @   die in de rand 10 en het deel 6 aange- bracht is, komt. Op dit uiteinde   va@@dit   deel van het stuk 13 rust dus het deel 5 van de stang. De dikte   @   dit deel, en overigens de dikte van het ganse stuk 13, is gelijk van het verschil tussen de dikte van het deel 6 van het verschuifbare   e@@tent   en de toename van straal tussen het deel 5 en het deel 4 van de   .tang.   Op de rand van het stuk 13 die evenwijdig loopt aan de andere   @@@nd   van het stuk 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 13 die tegen de stang komt, staat eveneens een opstaande rand.

   Tegen deze opstaande rand drukt een been van een veer   14.   Deze veer 14 bestaat uit een fijn staafje dat meerdere malen rond een uitsteeksel 15 gedraaid is dat op het element 6 staat. Met zijn uiteinden vormt dit   staafje   twee uit elkaar lopende benen. Het uitsteeksel 15 komt voor op het been van het verschuifbare element dat loodrecht gericht is op de plaat 2. Het staat nagenoeg in het verlengde van de opstaan- de wand 10, Dit uitsteeksel 15 is gevormd door een klein deeltje van het vlak 6 dat naar omhoog geduwd werd zodanig dat het loodrecht op het vlak 6 komt. De veer   14   zit zodanig op dit uitsteeksel 15 dat haar beide benen naar de plaat 2 toe gericht zijn. Het verst van de opstaande randen 9 en 10 verwijderde been van die veer 14 loopt langs het deel 6 nagenoeg tegen dit deel.

   Dit been komt ook tegen een uitstekende rand 16 die loodrecht op dit deel 6 staat. 



  Deze opstaande rand 16 heeft de vorm van een L waarvan een been evenwijdig aan het vlak 6 en tevens aan de plaat 2 loopt. Het ande- re been van die L staat op de dichtst bij de plaat 2 gelegen rand van het verschuifbare element. Het staat ook nabij het uiteinde van het evenwijdig aan de plaat 2 lopende been van dit element dat het verst van de goot, gevormd door de randen 9 en 10,   verwijderd   is. 



  Het andere been van de veer 14 komt, zoals reeds vermeld, tegen een opstaande rand van het stuk 13. Dit been van de veer komt even- eens boven een deeltje van het vlak van het stuk 13 dat buiten die opstaande rand uitsteekt. Op die manier wordt het stuk 13 door die veer 14 tegen het deel 6 van het verschuifbare element geduwd. Die veer 14 duwt het stuk 13 tegen de stang   4,   5. 



   Tussen de twee platen 1 van de slotkast zijn nog enkele andere elementen opgesteld die op het verschuifbare element inwerken. Zo is er een tuimelaar 17 die draaibaar tussen de twee platen 1 zit. 



  Deze tuimelaar 17 is draaibaar volgens een as die loodrecht op de platen 1 staat. Hij kan langs ronde openingen in de platen 1 van 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 buiten de slotkast uit verdraaid worden. Hij bezit een langwerpig uitstekend deel dat evenwijdig aan de platen 1 loopt en dat op het loodrecht op de plaat 2 staande been van het verschuifbare ele- ment komt. Dit uitsteeksel van de tuimelaar 17 komt, wanneer de schieter buiten de schietkast steekt, tegen een opstaande rand 18 van dit been. Deze rand komt voor op het verst van de plaat 2 verwijderde uiteinde van dit been van het verschuifbare element. In- die stand is de tuimelaar in de figuren 1 en 3 voorgesteld.   Een   veer 19 duwt het uitsteeksel van de tuimelaar 17 naar de plaat 2 toe. Dit uitstekende deel is echter tegengehouden door de rijnagel 8.

   De veer 19 duwt met een uiteinde tegen het uitstekende deel van de tuimelaar 17 en loopt rond een d eel van het lichaam van deze tuimelaar. Het andere uiteinde van deze veer 19 vormt een lus die over een balkvormig uitsteeksel 20   geschoven   is. Dit uitsteek- sel 20 loopt tussen de twee platen 1. Wanneer menuitgaande van 
 EMI11.1 
 de stand die, 111 f4 =jj= -"'--"'6'1;.r- :"y:! 4 Q, %nwp +'>4r'ni af + --  - ,-xi',5 draait, schuift door het uitsteeksel van die tuimelaar het ver- schuifbare element eveneens naar rechts. Van zodra een de tuimelaar terug loslaat zal door de veer 19 deze tuimelaar 17 terug naar zijn beginstand, dit is met zijn uitsteeksel tegen de rijnagel 8,sprin- gen. Opdat het verschuifbare element   eveneens   naar zijn beginstand, dit is tegen de plaat 2, zou springen duwt op dit verschuifbare element een veer 21.

   Deze veer 21 is een langwerpig plaatje van veerstaal dat met een uiteinde tegen de opstaande rand 9 duwt. Dit plaatje loopt verder gedeeltelijk rond een uitsteeksel 22 dat lood- recht op de plat 1 staat en duwt met zijn andere uiteinde tegen een element dat in de figuren niet voorgesteld is. Eet   staafje   22 dient tevens als klinknagel die de twee platen 1 bij elkaar houdt. 



   In de plaat 1, die in de figuren 1 tot 3 niet voorgesteld werd, dit is op de   plcat   1 die evenwijdig loopt aan deze plaat 1 waartegen het deel 6 van het verschuifbare element komt, is op de 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 plaats die boven de uitsparingen 11 en 12 komt een uitsnijding 23 aangebracht. Zoals blijkt uit figuur   4   heeft deze uitsnijding de vorm van een vierkant waarvan de zijden nagenoeg even lang zijn als de afstand tussen de twee opstaande randen 9 en 10. Ter hoogte van de plaats waar de stang 4,5 komt, maken beide wanden 1 ook een kleine uitsprong. 



   Om nu, uitgaande van de stand in figuur   1.   de schieter 3 te wentelen, gaat men als volgt te werk. Langs de opening 23 in de plaat 1 duwt men met een of ander voorwerp de tegen het deel 4 van de stang komende opstaande rand van het stuk 13 van dit deel   4   van de stang weg. Men duwt dit stuk 13 zover van de stang weg dat de naar de schieter 3 gerichte wand ter plaatse van de diameter- toename van de stang tussen de delen   4   en 5 nu niet meer tegen dit stuk 13 komt. De stang kan nu in de gleuf 11 en in de opening 12 verschuiven over een afstand die gelijk is aan de lengte van het deel van de opening 12 die in het deel 6 van het verschuifbare ele- ment voorkomt. Deze afstand is voldoende opdat de schieter 3 volle- dig buiten de slotkast zou kunnen komen.

   Men kan de stang niet volledig uit de slotkast trekken doordat,   terwijl   het uiteinde van het deel 5 van de stang nog in het deel van de opening 12 in de rand 10 zit, de buiten het deel   4   uitstekende wand van het deel 
5 tegen het deel 6 van het verschuifbare element komt ter plaatse van het naar de schieter gekeerde uiteinde van het deel van de opening 12 dat in het deel 6 komt. Wanneer men aldus de schieter uit de schietkast getrokken heeft kan men deze wentelen rond een , as die samenvalt met deze van de stang. Het stuk 13 dat men intus- sen losgelaten heeft drukt nu onder invloed van de veer 14 tegen het deel 5 van de stang, Figuur 3 heeft betrekking op deze stand van de schieter. Wa wentelen van de schieter kan men deze terug in de opening in de plaat 2 duwen.

   Van zodra hot deel 5 van de stang buiten de ruimte komt tussen de twee randen 9 en 10 zal het 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 stuk 13 terug tegen het deel   4   van de stang duwen, De schieter zit weer vast ten opzichte van het verschuifbare element. Hij kan nu samen met dit verschuifbare element terug heen en weer verschuiven. 



   De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschre- ven uitvoeringsvorm en binnen het raam van de octrooiaanvrage kunnen aan de beschreven   uitvoeringsvorc   vele veranderingen   aan.-   gebracht worden onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de onderdelen die voor het verwe-   zenlijken   van de uitvinding gebruikt worden. 



   In het bijzonder kan in de   slotkast   benevens het hierboven beschreven mechanisme ook nog een ander mechanisme   aanwezig   zijn dat bij voorbeeld een   nachtschoot   bevat en dat door een sleutel bediend is.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES.
    1. Slot dat een slotkast bevat alsook minstens een schieter, minstens een element dat aan de schieter verbonden is en dat ver- schuifbaar in de slotkast opgesteld is en minstens een orgaan dat dit element kan verschuiven, m e t h e t kenmerk dat de schieter aan het verschuifbare element verbonden is door een stang die met een uiteinde aan de schieter verbonden is en die in min- aten$ een uitsparing in het element komt, waarbij minstens een middel voorzien is dat minstons tijdelijk uitschakelbaar is en dat het geheel gevormd door de schieter en de stang in een stund houdt waarbij een naar de binnenkant van de slotkast gericht deel van dit geheel komt tegen een ten opzichte van het element minstens volgens de langsrichting von de stang onbeweegbaar stuk ei;
    waarbij die stang bij uitschakeling van het hoger vermelde middel ter. opzichte van het element heel en weer verschuifbaar is <Desc/Clms Page number 14> uitgaande van hoger vermelde stand minstens tot in een stand waarbij de schieter voor minstens een stand van het verschuif- bare element volledig buiten de slotkast komt, terwijl de schieter in die laatste uitgeschoven stand draaibaar is rond een as die samenvalt met deze van de stang.
    2. Slot volgens de vorige conclusie, m e t h e t k e n - merk dat het tijdelijk uitschakel bare middel gevormd is door een stuk dat ten opzichte van het verschuifbare element in een richting die nagenoeg loodrecht staat op de langsrich - ting van de stang verschuifbaar is en dat wanneer het middel ingeschakeld is met een deel nagenoeg tegen een op de langs- richting van de stang staande naar de schieter gerichte wand van die stang komt.
    3. Slot volgens de vorige conclusie, m e t h e t k e n .. m e r k dat het een verend element bezit dat dit stuk tegen de stang duwt.
    4. Slot volgens een van de vorige conclusies, met h e t kenmerk dat de stang een cirkelvormige doorsnede bezit.
    5. Slot volgens de vorige conclusie, m e t h e t k e n m e r k dat de op de langsrichting van de stang staande wand waartegen het stuk van het uitschakelbare middel komt gevormd is door een plotse toename van de diameter van de stang* 6. Slot volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat het in de slotkast verschuifbaar opgestelde element een nagenoeg L-vormig stuk is dat met een been nagenoeg loodrecht op de langsrichting van de stang komt en waarbij dit been minstens ter hoogte van de uitsparing waarin de stang komt, loodrecht op zijn langsrichting een U-vormige doorsnede bezit.
    7. Slot volgens een van de conclusies 2 en 3 en volgens de conclusie 6, m e t h e t kenmerk dat het ten opzichte <Desc/Clms Page number 15> van het verschuifbare element verschuifbare stuk minstens ge- deeltelijk tussen de twee opstaande benen van het deel met , U-vormige doorsnede komt.
    8. Slot volgens de conclusie 5 en een van de conclusies 6 en 7, m e t h e t kenmerk dat de uitsparing in het element voor de stang gevormd is door een gleufin de dichtst bij de schieter gelegen opstaande rand van hot deel met U-vormi- ge doorsnede van het verschuifbare element waardoor het deel van de stang dat tussen de schieter en de. verdikking komt, kan, waarbij die gleuf over gans de hoogte van die rand tot op de bodem van het U-vormige deel reikt, en gevormd is door een ope- ning in de andere opstaande rand van het V-vormige deel waarbij deze laatste opening aansluit op een opening in de bodem van dit deel en waarbij door beide openingen samen het deel van de stang met toegenomen diameter kan.
    9. Slot volgens de vorige conclusie, m e t h e t k e n- m e r k dat de lengte van de opening in de bodem van het 0-vor- mige deel kleiner is dan de lengte van het deel van de stang 5 met toegenomen diameter, terwijl de afstand tussen de bodem van dit U-vormige deel en de bovenkant van de op de vorige opening aansluitende opening in het opstaande been van dit deel kleiner is dan de diameter van het deel van de sting met toegenomen dia- meter.
    10. Slot volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat het in de slotkast verschuifbare element een gleuf bezit die dwars door dit element gaat en waardoor een rij- nagel steekt die vast is aan de wand van de slotkast.
    11. Slot volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat in de wand van de slotkast, ter hoogte van de plaats waar het tijdelijk uitschakelbare middel tegen d e stang komt, een opening aangebracht is. <Desc/Clms Page number 16> EMI16.1
    12. Slot zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
BE705663D 1967-10-26 1967-10-26 BE705663A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE705663 1967-10-26

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE705663A true BE705663A (nl) 1968-03-01

Family

ID=3851730

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE705663D BE705663A (nl) 1967-10-26 1967-10-26

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE705663A (nl)

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2488644A1 (fr) * 1980-08-16 1982-02-19 Gretsch Unitas Gmbh Pene demi-tour pour serrure a gauche ou a droite
EP0653535A1 (de) * 1993-11-15 1995-05-17 Schloss- und Beschlägefabrik AG Schloss

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2488644A1 (fr) * 1980-08-16 1982-02-19 Gretsch Unitas Gmbh Pene demi-tour pour serrure a gauche ou a droite
EP0653535A1 (de) * 1993-11-15 1995-05-17 Schloss- und Beschlägefabrik AG Schloss

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US2590516A (en) Trigger safety for firearms
US2522896A (en) Merchandise dispensing device
US8001693B2 (en) Closable knife with opening mechanism
EP2762666A1 (en) Adjustable snap-acting hinge
US20170086583A1 (en) Side-Locking Sliding Rail Assembly Having an Auto-Opening Mechanism
US20080263926A1 (en) Pistol with a Trigger Mechanism
JP2019135714A5 (nl)
CN1890528B (zh) 具有弹仓的手枪
US5560134A (en) Trigger safety device for a firearm and the like
BE705663A (nl)
US4405153A (en) Safety binding for ski
US6402274B1 (en) Drawer slide construction with anti-rebound feature
US3016646A (en) Hammer assembly for a pistol
EP0134278B1 (de) Behälter mit Verriegelungseinrichtung zum Aufbewahren von Aufzeichnungsträgern
GB2247049A (en) Sealant gun.
US1715203A (en) Rear sight for firearms
US3438344A (en) Knockdown steel shelving unit and corner fastening means
DE202017103117U1 (de) Vorrichtung zur Bewegungsbeeinflussung eines Möbelteils und Möbel
US3907347A (en) Latch mechanism for a closure member
US2315303A (en) Loose-leaf binder
CN216406472U (zh) 风撑组件及使用该风撑组件的窗户
US3049126A (en) Card file tray and compressor
GB1009849A (en) Improvements relating to bricklayers templates
US3315597A (en) Print member guide and return means for selective printing machines
US2736024A (en) Stapling machines

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: LITTO S.A.

Effective date: 19871026