BE705805A - - Google Patents

Info

Publication number
BE705805A
BE705805A BE705805DA BE705805A BE 705805 A BE705805 A BE 705805A BE 705805D A BE705805D A BE 705805DA BE 705805 A BE705805 A BE 705805A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
profiles
aforementioned
requirements
profile
elements
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE705805A publication Critical patent/BE705805A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16BDEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
    • F16B7/00Connections of rods or tubes, e.g. of non-circular section, mutually, including resilient connections

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Joining Of Corner Units Of Frames Or Wings (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  "Inrichting voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen". 



   De huidige uitvinding heeft een nieuwe inrichting als voorwerp voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen, meer speciaal half-open of buisvormige profielen. 



   Meer speciaal nog heeft de huidige uitvinding betrekking op zulke inrichting voor het verbinden der samenstellende profielen van metaalkonstrukties, zoals deuren, ramen en der- gelijke en die zowel kan gebruikt worden voor het maken van L-verbindingen, T-verbindingen,als dubbele T-verbindingen en waarbij de   eigenlijke   koppelelementen op zeer   eenvoudige   wijze en zeer   economisch   kunnen gefabriceerd worden, terwijl deze koppelelementen, voorafgaand aan de montage, op even 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 eenvoudige wijze kunnen aangebracht worden in de   betreffende   profielen zodat deze profielen daarop   volgend   eenvoudig vegen elkaar kunnen gebracht worden en door middel van één enkele   schreef   met elkaar kunnen bevestigd worden,

   zonder dat hier- voor bijzondere inrichtingen of gereedschappen noodzakelijk zijn. 



   Men kent reeds verschillende systemen voor het ver- binden van profielen waarbij in het algemeen gebruik wordt   genaakt   van L-vormige koppelstukken waarvan de benen in de met elkaar te verbinden profielen worden aangebracht en waarbij deze   L-vormige   koppelstukken met de   voornoemde   profielen worden bevestigd door schroeven of dergelijke, 
Ben- groot nadeel van deze systemen bestaat erin dat het   bevestigen   van deze L-vormige koppelelementen op de pro-   fiolen   cteeds samengaat met het boren van gaten en het trekken van schroefdraad, hetzij in de profielen, hetzij in deze L-   vornie     koppelelementen,

     waarbij tevens in   sommige   gevallen vervormigen voorkomen van de profielen nadat zij op   zulke     wijze   net elkaar zijn verbonden. 



   Nog een ander nadeel van deze bekende systemen is dat de   vees,   gevormd tussen de met elkaar te verbinden pro- fielen, dikwijls blijft openstaan, zelfs wanneer de montage van de konstruktie met zeer veel zorg wordt uitgevoerd. 



   Ben ander nadeel nog van de tot op heden bekende systemen is dat zij slechts kunnen gebruikt worden   voor   het verbinden van hoekprofielen zodat, voor het   plaatsen   van   tussen Stijlen   en   dercelijke.   speciale verbindingsstukken moeten gebruikt Horden. 



     Dc   huidige uitvinding heeft als voorwerp een koppel- inrichting voor metalen   raamkonstruktics,   deurkonstrukties en dergeilile die op zeer eenvoudige wijze kan aangebracht worden zonder dat hiervoor   bijkomende   geredscnappen noodzakelijk 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 zijn en waarmede de nadelen, verbonden aan de bestaande systemen, systematisch worden uitgesloten. 



   Deze inrichting bestaat hoofdzakelijk uit ten minste één samenstellend element dat is aangebracht in één der met elkaar te verbinden profielen, waarbij dit element minstens één gedeelte bevat dat samenwerkt met een geschikte doorduwing van het voornoemd profiel en waarbij dit element door ten minste een schroef verbonden is met een tweede element dat is aange- bracht in het tweede profiel dat met het eerste profiel moet verbonden worden. 



   Ten einde de kenmerken van de huidige uitvinding beter aan te tonen is hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende   uitvoeringsvorn   beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin: figuur 1 in zijzicht en uiteengenomen de samenstellende delen weergeeft van een hoekverbinding door middel van de koppel- inrichting volgens de uitvinding; figuur een zicht is volgens pijl F2 van figuur   1.   meer speciaal voor wat betreft het eigenlijk te verbinden profiel; figuur een doorsnede is volgens lijn   III-III   van figuur 2;   figuur '.-   een doorsnede is volgens lijn IV-IV van figuur 2; figuur 5 een zijzicht is van één der koppelelementen volgens de uitvinding, meer speciaal volgens pijl F5 van figuur 1;

   figuren 6,7, 8, 9 en   10   respektievelijk doorsneden   zijn.   volgens de   lijnen   VI-VI, VII-VII, VIII-VIII, IX-IX, en X-X van figuur 5; figuur Il een langse doorsnede weergeeft van een   hoekver-   binding bekomen met de   koppel inrichting   volgens de uitvinding; figuur   12   een langse doorsnede weergeeft van een T-verbin- ding met een   koppelinrichting   volgens de uitvinding; figuur 13 een zicht is volgens pijl F13 van figuur 12; figuur 14 een   zij zicht   toont van een der koppelelementen 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 zoals toegepast in figuur 12; figuur 15 een zicht is volgens pijl F15 van figuur 14; figuur 16 een doorsnede is volgens linjn XVI-XVI van fi-   guur   15;

   figuur 17 een soorsnede is volgens lijnXVII-XVII van figuur 15; figuur 18 een   zij zicht   is van het tweede elament zoals gebruikt in figuur 12; figuur 19 een zicht is volgens pijl F19 van figuur 18; figuur 20 een doorsnede is volgens lijn XX-XX van fi- guur 19. 



   Zoals weergegeven in de figuren 1 tot 10 bestaat een koppelinrichting volgens de uitvinding voor het vormen van een   L-verbinding,   bij voorbeeld in   de hoeken   van   ranen,   deuren of   dergelijke,   hoofdzakelijk uit do twee met elkaar te koppelen profielen, respektievelijk 1-2, twee   koppelelenenten,     respok-   tievelijk 3-4 en een schroef 5 net bijpassende moer. 



     Volgens   de uitvinding wordt ieder der met elkaar te koppelen profielen 1-2 op een kleine afstand van het onderuit- einde en in één der zijwanden voorzien van een uitsnijding 6, terwijl in dezelfde wand en op een welbepaalde afstand van de onderrand van het profiel twee uitduwingen,   respektievelijk 7   en   0,zijn   aangebracht. 



     Zowel   de uitsnijding 6 als de doorduwingen 7 en 8 zijn voor al de riet elkaar te koppelen profielen gelijk en   worden   voor al deze profielen op eenzelfde afstand van het onderuit- einde van het profiel aangebracht, zodat voor het aanbrengen van deze   uitsnijding,     respektievelijk   doorduwingen, slechts één 
Matrijs nodig is die steeds onveranderlijk op dezelfde plaats de voornoemde bewerkingen uitvoert en dit voor alle met elkaar te verbinden profielen. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 



   Zoals meer speciaal in do figuren 1, en 5 tot 10 is weer- gegeven zijn de koppelementen 3-4 aan elkaar gelijk en bestaan zij   eder   hoofdzakelijk uit een prisnatisch of nage- noeg prismatisch lichaam 9 dat naar   een   uiteinde en naar de beide   zijrand.en   ervan voorzien is van uitsteeksels, respek- tievelijk 10-11 en waarbij deze uitsteeksels naar het boven- uiteinde een schuin vlak 12 vertonen dat in de verlenging ligt van het schuin uiteinde 13 van het lichaam   9,

       Naar   het onderuiteinde is het voornoemd lichaam 9 voorzien over een gedeelte van de breedte en in het midden er- van van een driehoekige   wegsnijding   14 waarbij vanuit deze wegsnijding 14 een gat of doorgang 15 vertrekt die verlengd is door een zeskantige uitsparing 16 waarbij de gemeenschappelijke hartlijn van deze doorgang 15 en uitsparing 16 ongeveer onder een hoek van 45  is geplaatst met het lichaam 9,   Naast   de driehoekige wegsnijding 14 is enerzijds een gedeelte 17 behouden dat de normale   verlenging   vormt van het   lichaam 9.   terwijl anderzijds een ruimte 18 is voorzien. 



  Naast het gedeelte 17 is ten slotte een uitsparing 19 aange- bracht terwijl naast de voornoemde ruimte 18 een gedeelte 20 is behouden dat eveneens een normale   verlenging   vormt van het lichaam 9. 



   De wegsnijding 14, de   gedeelten     17   en 20, de ruimte 18 en do uitsparing 19 zijn zodanig bepaald dat wanneer de koppel- elementen 3-4 tegen elkaar worden geplaatst met de   wegsnijdingen     14   tegen elkaar de gedeelten 17 en 20 van een   koppeleloment   zacht wrijvend in de ruimte 18 en de uitsparing 19 passen van het tweede koppelelement, 
Het   maken   van   hoekverbindingen   met koppelelementen volgens de uitvinding is zeer eenvoudig on als voigt. 



   De profielen 1-2 worden voorafgaand in verstek gezaagd waarna zij bijvoorbeeld in een matrijs worden gebracht, ten 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 einde enerzijds, het voornoemd   gat 6   aan te brengen en, ander- zijds, de voornoemde doorduwingen 7 en 8, waarbij et het pro- fiel zelf is dat de aanslag vormt in deze matrijs zodat in al de profielen dit gat 6 en deze   doordringen   7 en 8 op dezelfde plaatc   worden   aangebracht. 



   Vervolgens brengt men in één profiel één der elementen 3 of 4 aan terwijl men in het ander L-profiel 2 het andere ele- ment van de koppelelementen 3 on 4 aanbrengt. 



   Dit geschiedt eenvoudig door het element 3 of 4 in de opening te duwen die gevormd is tussen de wanden 21 en 22, enerzijds en de zijwanden van het profiel, respektievelijk   23   en 24, anderzijds. 



   Het is vanzelfsprekend dat de breedte van de elementen 3 en 4 bepaald is naar verhouding van de afstand tussen de wanden 23 en 24, terwijl de dikte van de elementen 3 en 4 eveneens bepaald is ten opzichte van de afstand tussen de wanden 21 en 22. 



   Bij het in de alzo gevormde ruimte brengen van de elementen 3-4 zullen de uitsteeksels, 10 en 11, in aanraking komen met de overeenstemmende doorduwingen 7 en 8 zodat het schuin vlak 12 van deze uitsteeksels geleid wordt door deze doorduwingen 7 en 8 naar de opening,   respektievelijk     25   en 26, die in de wand 21 zijn voorzien. Tijdens dit inbrengen worden de lippen 7 en 8 enigszins vervormd tot wanneer de betreffende uitsteeksels in deze openingen 25 en 26 hebben plaatsgevat waarna, door do veerkracht van deze doorduwingen 7 en 8 het betreffend element 3 of 4 op zijn plaats wordt gehouden zonder dat dit uitzichzelf uit het profiel kan vallen. 



   Deze bewerking kan voorafgaand   worde-   uitgevoerd zodat, vooraleer de ramen, deuren of dergelijke   .;orden     gemon-   teerd al de profielen kunnen voorzien worden van zulke elementen 3 en   4.   

 <Desc/Clms Page number 7> 

 



   Op het ogenblik van de montage volstaat het de alzo met elementen 3 en 4 uitgeruste profielen 1 en 2 naar elkaar te brengen   waarna',   via een gat 6.de schroef 5 wordt aangebracht die passeert doorheen de betreffende zeskantige uitsparing 16 en de beide   doorgangen   15 en in de moer 27 wordt geschroefd die in de   ande:re   zeskantige uitsparing onverdraaibaar is aange- bracht. 



   Door aanachroeven van deze schroef   5   bekomt men dat de elementen 3 en 4 via hun respektievelijke uitsteeksels 10 en 11 op de onderrand trekken van de openingen 25 en 26 die in de wanden   21van   de profielen 1 en 2 zijn voorzien zodat deze pro- fielen, tijdens dit aanschroeven zuiver tegen elkaar worden   getrokken   tot wanneer de schuine randen juist tegen elkaar liggen. 



   De   eindstand   van deze bewerkingen is in figuur 11 weerge- geven. 



   Op deze   wijze   bekomt men een zeer eenvoudige   ':oppelinrich-   ting voor het maken van   hoekverbindingen   voor metalen ramen, deuren of dergelijke, zonder dat deze profielen, onderworpen worden aan dwarse krachten en/of vervormingen, daar de krachten, uitgeoefend door het aanschroeven van de schroef 5 ontbonden worden in twee krachten die tegen elkaar   inwerken   en die recht- streeks op de twee profielen 1 en 2 inwerken ten einde deze tegen elkaar te trekken. 



   Zoals weergegeven in de figuren 12 tot 20 kan zulke koppel- inrichting eveneens gebruikt worden voor het bevestigen van tussenstijlen 28. Deze laatste worden in zulk   geval   eveneens voorzien van een toegangsopening 29 voor het aanspannen van een schroef 30 en van doorduwingen,   respektievelijk     31-32.   die een opening,   respektievelijk   33-34, vormen. 



   In de ruimte, die in dit   geval   wordt   gevormd   door de wanden 35-36 en 37-38 wordt op de reeds beschreven   wijze   een koppelement 39   bevestigd   dat bestaat uit een lichaam 40 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 dat naar één uiteinde en naar de   zijwanden   een uitsteeksel, respektievelijk 41-42, vertoont waarvan de bovenranden 43 zijn   afgeschuind.   



   Dit lichaam vertoont verder een   uitsnijdhg     44   voor de kop van de schroef 30 terwijl in de voet een gat 45 is aange- bracht. 



   Het tweede element 46 is zodanig gevormd dat het kan be- vestigd worden achter de ribben 47 en 48, Verder vertoont dit element een schroefdraadgat 49 waarmede de schroef 30 kan samen- werken. 



   Op deze wijze bekomt men dat eventuele tussenstijlen op willekeurige plaatsen kunnen aangebracht worden of verwijderd worden, terwijl verplaatsen van een stijl geen enkele moei-   lijkheid   oplevert. 



   De uitvoering is ten slotte zodanig dat het wegnemen of aanbrengen van een tussenstijl kan geschieden zonder dat het kader   moet     opgetrokken   worden. 



   Voor het vormen van een   kruisverbinding   zal vanzelfsprekend tweemaal gebruik worden gemaakt van de elementen   39   en 46, 
Do huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven en in de   bijgaande     tekeningen   weergegeven uitvoe- ringen doch zulke koppelinrichting kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden. 



    Eisen.   **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.

Claims (1)

  1. 1.- Inrichting voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen, met het kenmerk dat zij hoofdzakelijk be- staat uit ten minste één samenstellend element dat is aan- gebracht in één der met elkaar te verbinden profiefen, waarbij dit element minstens één gedeelte bevat dat samen- werkt met een geschikte doorduwing van het voornoemd profiel en waarbij dit element door ten minste één schroef <Desc/Clms Page number 9> verbonden is riet een tweede element dat is aangebracht in het tweede nrofiel dat met het eerste profiel moet ver- bonden worden.
    2.- Inrichting volgens eis 1, met het kenmerk dat het voornoemd tweede element eveneens minstens één gedeelte bevat dat samenwerkt riet een doorduwing van het tweede profiel, 3. - Inrichting volgens eisen 1 en 2, met het kenmerk dat in één wand van ieder der met elkaar te verbinden profielen, enerzijds, een opening is voorzien ten einde toegang te be- komen tot de voornoemde aanspanschroef, en, anderzijds, twee doorduwingen die als geleiding dienen voor het inbrengen van het voornoemd element, terwijl de door deze doorduwingen ge- vormde opening aanslag vormt voor de voornoemdegedcelten, 4.- Inrichting volgens eisen 1 tot 3,
    net het ken- merk dat ieder koppelelement gevormd is door een plat lichaam dat naar één uiteinde minstens één uitsteeksel vertoont dat met een doorduwing van het profiel kan samenwerken.
    5.- Inrichting volgens eis 4, met het kenmerkdat minstens het bovenuiteinde van de uitsteeksels schuin is uit- gevoerd ten einde een puntvormig uitsteeksel te bekomen.
    6. - Inrichting volgens één der voorgaande eisen, met het kennerk dat de¯koppelelementen naar het tweede uiteinde een doorgang vertonen die 45 vormt met het eigenlijk lichaam, waarbij deze doorgang co-axiaal verlengd is door een zeskan- tige uitsparing.
    7.- Inrichting volgens één der voorgaande eisen,met hetkenmerk dat ter plaatse van de voornoemde doorgang in het lichaam van ieder koppelelement een schuine uitsparing is voor.- zien met een bepaalde breedte en waarvan de achterwand loodrecht staat op de richting van de voornoemde doorgang.
    8.- Inrichting volgens één of meer voorgaande eisen, met het kenmerk dat ieder koppelelement, naast de voornoemde <Desc/Clms Page number 10> schuine uitsparing, voorzien is van minstens éé tand en minstens éé inkeping die met elkaar ingrijpen wanneer de koppelelementen tegen elkaar zijn geplaatst.
    9,- Inrichting volgens één of meer voorgaande eisen, met het kennel dat de lichamen der koppelelementen aan één zijde lichtjes zijn afgeschuind ten einde het inbrengen van deze koppelelementen in de betreffende profielen te vergemakke- lijken.
    10,- Inrichting volgens eis 1, met het kenmerk dat het voornoemd tweede element gevormd is door een blokje met zij- waartse uitsparingen, waarbij dit blokje, via deze uitsparingen, kan aangebracht worden achter ribben die in het profiel, waar- mede het moet bevestigd worden, zijn voorzien, 11.- Inrichting volgens eis 10, met het kenmerk dat in dit blokje een schroefdraadgat is voorzien waarvan de schuinte overeenstemt met de schuinte van de doorgang in het koppelele- ment dat met het eerste profiel samenwerkt.
    12,- Inrichting voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen, met het kenmerk dat voor het vormen van een hoekverbinding gebruik wordt genaakt van de elementen zoals beschreven in één of meer des eisen 1 tot 9.
    13,- Inrichting voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen, met het kenmerk dat voor het verbinden van een tussenstijl gebruik wordt gemaakt van elementen volgens één of meer der eisen 1, 10 en 11.
    14. - Inrichting voor het loodrecht met elkaar verbinden van twee profielen, met het kenmerk dat voor het vormen van een T-verbinding twee naai gebruik wordt gemaakt van de ele- menten volgens een of meer der eisen 1, 10 en @ 15,- Inrichting voor het loodrecht met elkaar ver- binden van twee profielen, hoofdzakelijk zoals voorafgaand <Desc/Clms Page number 11> beschreven en weergegeven in de bijgaande tekeningen.
BE705805D 1967-10-30 1967-10-30 BE705805A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE705805 1967-10-30

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE705805A true BE705805A (nl) 1968-03-01

Family

ID=3851742

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE705805D BE705805A (nl) 1967-10-30 1967-10-30

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE705805A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2201053A1 (de) * 1972-01-11 1973-07-26 Schuermann & Co Heinz Einteiliger verbinder fuer profile, rohre od.dgl

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2201053A1 (de) * 1972-01-11 1973-07-26 Schuermann & Co Heinz Einteiliger verbinder fuer profile, rohre od.dgl

Similar Documents

Publication Publication Date Title
DE4430974B4 (de) Verpackungsbehälter
DE2627260C2 (nl)
DE1658834A1 (de) Gebaeudetrenn- oder Zwischenwaende aus Fertigbauteilen
DE1812474A1 (de) Schloss zum Verbinden von Konstruktionsteilen
DE8010921U1 (de) Scharnierbandverbindung fuer fenster, tueren und tore
DE3404349A1 (de) Schrank zur aufnahme von elektrischen bauteilen
DE10014069A1 (de) Anker
DE8130103U1 (de) Profilstab, insbesondere leichtmetallprofilstab, fuer dreidimensionale rahmenstrukturen
DE3928486A1 (de) Bauteil fuer rahmen- und/oder tragkonstruktionen
DE1914488A1 (de) Eckverbindung fuer auf Gehrung geschnittene Hohl- oder U-Profile,insbesondere fuer Fenster- und Tuerrahmen
DE2651114A1 (de) Eckverbindung fuer stulpschienen eines fenster- oder tuerbeschlages
DE8709026U1 (de) Fachwerk für Decken und Wände
DE1800302C3 (de) Einheit Türzarge-Türband
DE2653176A1 (de) Wandschrank
DE19747460A1 (de) Mehrfunktions-Winkelprofil zum Verbinden der Streben eines Einrichtungsgegenstandes
DE9302568U1 (de) Metallfreie Holzverbindung, die lösbar ist
DE2607210A1 (de) Montagemoebel in kastenform, insbesondere an- oder aufbaumoebel
DE60317628T2 (de) Posterrahmen für ein posterschild
AT398271B (de) Profilleistensystem
DE2541185A1 (de) Moebelstueck, insbesondere regal, schrank oder dergleichen
DE2264143C2 (de) Bausystem
DE8813904U1 (de) Tür für einen Schrank zur Aufnahme von elektrischen bzw. elektronischen Baugruppen oder Geräten
AT231134B (de) Schienenförmiges Bauelement
AT256404B (de) Verbindungsglied zu Plattenbauten
DE1501230C3 (de) Vorrichtung zum Befestigen eines Turlagers an einem Kuhlschrankgehause