BE711096A - - Google Patents

Info

Publication number
BE711096A
BE711096A BE711096DA BE711096A BE 711096 A BE711096 A BE 711096A BE 711096D A BE711096D A BE 711096DA BE 711096 A BE711096 A BE 711096A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
receptacle
container
wall
pipe
valve
Prior art date
Application number
Other languages
English (en)
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed filed Critical
Publication of BE711096A publication Critical patent/BE711096A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B24GRINDING; POLISHING
    • B24BMACHINES, DEVICES, OR PROCESSES FOR GRINDING OR POLISHING; DRESSING OR CONDITIONING OF ABRADING SURFACES; FEEDING OF GRINDING, POLISHING, OR LAPPING AGENTS
    • B24B9/00Machines or devices designed for grinding edges or bevels on work or for removing burrs; Accessories therefor
    • B24B9/02Machines or devices designed for grinding edges or bevels on work or for removing burrs; Accessories therefor characterised by a special design with respect to properties of materials specific to articles to be ground
    • B24B9/06Machines or devices designed for grinding edges or bevels on work or for removing burrs; Accessories therefor characterised by a special design with respect to properties of materials specific to articles to be ground of non-metallic inorganic material, e.g. stone, ceramics, porcelain
    • B24B9/16Machines or devices designed for grinding edges or bevels on work or for removing burrs; Accessories therefor characterised by a special design with respect to properties of materials specific to articles to be ground of non-metallic inorganic material, e.g. stone, ceramics, porcelain of diamonds; of jewels or the like; Diamond grinders' dops; Dop holders or tongs
    • B24B9/161Dops, dop holders
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B28WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
    • B28DWORKING STONE OR STONE-LIKE MATERIALS
    • B28D5/00Fine working of gems, jewels, crystals, e.g. of semiconductor material; apparatus or devices therefor
    • B28D5/02Fine working of gems, jewels, crystals, e.g. of semiconductor material; apparatus or devices therefor by rotary tools, e.g. drills
    • B28D5/022Fine working of gems, jewels, crystals, e.g. of semiconductor material; apparatus or devices therefor by rotary tools, e.g. drills by cutting with discs or wheels
    • B28D5/024Fine working of gems, jewels, crystals, e.g. of semiconductor material; apparatus or devices therefor by rotary tools, e.g. drills by cutting with discs or wheels with the stock carried by a movable support for feeding stock into engagement with the cutting blade, e.g. stock carried by a pivoted arm or a carriage
    • B28D5/025Fine working of gems, jewels, crystals, e.g. of semiconductor material; apparatus or devices therefor by rotary tools, e.g. drills by cutting with discs or wheels with the stock carried by a movable support for feeding stock into engagement with the cutting blade, e.g. stock carried by a pivoted arm or a carriage with the stock carried by a pivoted arm

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Ceramic Engineering (AREA)
  • Inorganic Chemistry (AREA)
  • Closures For Containers (AREA)

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



    "Toestel,   voor het regelen van de snelheid van een houder met een edelsteen tijdens het   zagen   van deze   edelsteen".   



   De uitvinding heeft   betrekking   op een toestel voor het regelen van de snelheid van een houder met een edelsteen tijdens het zagen van   data   edelsteen, waarbij de houder ten minste een ten opzichte van de   zaag   wentelbare arm bevat, 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 
Dergelijke toestellen worden in het bijzonder gebruikt bij het zagen van diamant. De edelsteen, in het bijzonder de diamant, mag   slechte   met een kleine, zo constant mogelijke druk op de draaiende zaag duwen. Om dit te bekomen, wordt de snelheid waarmee de houder met de edelsteen ten opzichte van do zaag, eenmaal deze edelsteen tegen de   zaag   komt, zo constant mogelijk gehouden.

   De houder is meestal gevormd duor een rond een as wentelbare tang die twee armen bevat, tussen het uiteinde waarvan de edelsteen geklemd zit. 



  De snelheid van het wentelen van deze houder, wordt steeds geregeld door middel van een toestel. 



   Dergelijke bekende toestellen   bestaan   uit een pin die op de houder aangebracht is en uit een blokje rubber van een speciale samenstelling. De lengte van deze pin of de plaats van het blokje kan gewijzigd worden. Voor het zagen brengt      men de edelsteen juist tegen de   draaiende   zaag, terwijl men de pin en/of het blokje zo plaatst dat deze pin juist op het blokje rust. Men laat nu de houder los, Door het gewicht van deze houder, dringt de pin langzaam in het rubber blokje. 



  De houder wentelt op deze manier langzaam, zodat de zaag langszaam dieper in de edelsteen komt.      



   Deze bekende toestellen bezitten echter   verschil-   lende nadelen. De snelheid waarmee   de,houder   wentelt, en dus de druk die door de edelsteen op de zaag uitgeoefend wordt, is niet zeer constant. In het begin zal de pin immers sneller in het rubber blokje dringen en zal de houder dus sneller wentelen dan wanneer de pin reeds over een zekere diepte in het rubber zit. Na een bepaalde wenteling van de houder 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 
 EMI3.1 
 echter zit d* pin aan zo diep in h rubber blokje dat ze niet meer dieper il dit blokje dr!11o t. Men moet dan deze pin terug op een andere plaats op loet 1: k je plaatsen. Dit laatpt- vergt natuurlijk een onderbreking inzet zagen en is ook tijdverlies. De .ne1b.eid van het indingen van de pin in het rubber blokje hangt uiteraard f van het blokje zelf.

   Hoe saieas3.r:, de mbber hoe snell'r en ook hoe dieper, bij een welfde bel..tin9, do pin erin x n dringen. Deze in- dringing8snelneid et ook door proberen bepaald worden. 



  Op de eene plaats van het blokje kan de p4 ook sneller indringen dan op een andere   plaats.   In het   'bijzonder   is 
 EMI3.2 
 aan de ene zijde van het blokje de rubber oi; soepeler.' dan aan de andere zijde. Het gevolg hiervan i. dat, wanneer teen zager voor de eterate saai een blokje gebrokt, hi j een tijd moet proberen ci aan St blokje gewoon te 4,rden. Een zager gebruikt daarenboven ook steeds hetzelfde l.okje. Tijdens het zagen kan <*en ook moeilijk de snelheid van het wentelen van de houder veranderen zonder dit zagen te   onderbraken.   



   De uitvinding heeft'tot doel deze nadelen te ver- helpen en een   toestel   voor het regelen van de snelheid van een houder met   een   edelsteen te verschaffen waarvan de con- structie eenvoudig is en dat toelaat op eenvoudige en   snelle   manier deze snelheid nauwkeurig in te stellen, en zelfs   tijdens   het zagen te veranderen, terwijl eenmaal ingesteld, deze snelheid zeer   gelijkmatig   is. 



   Tot dit   doel   bevat het toestel een gesloten recipiënt waarvan een gedeelte van de wand, ten opzichte van de rest van de wand,   verplaatsbaar   is, waarbij de houder met zijn arm op dit verplaatsbare gedeelte kan rusten, en een tweede gesloten      

 <Desc/Clms Page number 4> 

 
 EMI4.1 
 recipiënt die ten minste gedeeltelij gevuld is met een fluïdum 1/ en die door ten minste een leiding verbonden is met de eerst- - genoemde reoipiënt, terwijl op deze leiding ten minste een ) regelbare kraan staat. 
 EMI4.2 
 



  In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding (' . bezit de wand van de tweede recipiënt die ten minste gedeeltelij '"Ï met een fluïdum gevuld is, een gedeelte dat t.en opdehte van ') de rest van de wand verplaatsbaar is,   Bij   voorkeur is dan deze tweede recipiënt van een soepele   kunststof   vervaardigd, 
 EMI4.3 
 In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding jq is het beweegbare gedeelte van de wand van de eeratgenoemde 1' recipiënt waarop de houder met zijn arm kan rusten, ten minste een gedeelte van een elastisch membraan, 
 EMI4.4 
 Bij voorkeur 18 aan de buitenkant op dit mewbx4an .

   een plaat vastgemaakt waarop de houder met jij arm kan tast'et..' In een makwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding zizi bevat het toestel een veer die het beweegbare gedeelte van dq * wand van de eerstgenoemde recipiënt waarop de houder met zijn arm kan rusten, ten opzichte van de   rest   van de wand van   deze     recipiënt,   in een stand duwt, 
 EMI4.5 
 In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van ¯J' de uitvinding bezit de regelbare kraan ep de leiding een hal 1'" stuk dat in de leiding geschakeld ia en waarin een verplaatsbare f stift komt die met een uiteinde de opening waarlangs de leiding aan een   zi jde   op het holle stuk aansluit, kan afsluiten. 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 
 EMI5.1 
 



  Tn ' ee1 doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat het toestel een omloopleiding die ten minste het deel waarin de regelbare kraan komt van de leiding die de twee Xocipibnten met elkaar verbindt, ten minste tijdelijk kan vervangen, waarbij in deze   omloopleiding   een afsluitmiddel   aangebracht   is.      



     Bi j   voorkeur is dit   afsluitmiddel   een terugslagklep die enkel fluïdum van de laatstgenoemde recipiënt naar de eerstgenoemde op een gedeelte waarvan de houder met zijn arm kan rusten, toelaat, 
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de   kier   volgende beschrijving van een toestel voor het regelen van de snelheid van een houder met een edel- 
 EMI5.2 
 steen tijdens het zagen van deze edelsteen, volgens de uitvind3 deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en bepe.:' de uitvinding niet} de verwijzingsoijfr8 betreffen de h4F aan toegevoegde tekening. 



  De figuur stelt een doorsnede voor van e'r toestel volgens de uitvinding. 



  Het toestel waarop de figuur betrekk-r, heeft bevat vooreerst den gesloten nagenoeg cilindervormir recipiënt 1. 



  Deze recipiënt 1 is, wanneer het toestel in 1 iruik is, gevuld met olie. 1 inhoud van deie recipiënt s f.hter gemakkelijk veranderbaar. Hiertoe is deze recipiënt 1 .,mer8 van soepele kunststof vervaardigd. Door deze o-p . ='-""en te drukken kan men een hoeveelheid ¯:, .1, - .4- e reo.?iënt 1 wegduwen. Om het - ..=,.ux3cen van de recipiënt te v /:qemakkelijken, zijn in de wand, over gans de omtrek van deze :ecipiént, vouwen aange- 

 <Desc/Clms Page number 6> 

       met het elastische membraan  7 een   gesloten recipiënt waarvan de inhoud   veranderlijk   is. Het deel 6 van de leiding loopt dwars door de bodem 8 en mondt, ter hoogte van de   hoger   ge-   noemde   cirkelvormige   uitholling.   in deze recipiënt uit. 



  Op de buitenkant van deze recipiënt komt op het membraan   7   nog een   metalen   plaat   10.   Dese plaat 10 is   cirkelvormig   en bezit een diameter die een heel weinig kleiner is dan de binnenste diameter van de   doos   gevormd door de rand 9 en de bodem 8. In haar midden is de plaat   10     vastgemaakt   op een as 11. 



  Deze as 11 strekt zich ten opzichte van de plaat10 uit aan de   zijde   waarlangs de bodem 8   voorkomt.   Deze as 11 loopt dwars door het membraan 7. Aan de binnenkant van de recipiënt gevormd door het   membraan  7 en de bodem 8, zit op de as 11 nog een cirkelvormig metalen schijfje 12. Tussen dit schijfje 12 en de plaat 10 zit het   membraan   7   geklemd.   Het schijfje 12 komt met zijn van de plaat 10 afgekeerde zijde tegen een ver- dikking van de as   11.   Op haar van de plaat 10   afgekeerde   uiteinde bezit   de   as 11 een tweede verdikking. Met deze tweede verdikking steekt de as 11 in een opening   13   die in net midden dwars door de bodem 8 loopt.

   Deze opening 13 bezit een cirkel- vormige   doorsnede.   De diameter van deze opening 13 is vanaf haar verst van de plaat 10 verwijderde uiteinde tot op een kleine afstand van haar andere uiteinde een heel weinig groter dan de diameter van de laatstgenoemde verdikking op het vrije uit- einde van de as 11. De   diameter   van de opening 13 ter plaatse van haar naar de plaat 10 toegekeerde uiteinde is echter kleiner dan de diametex van deze verdikking en slechts een heel weinig groter dan de diameter van de as 11 tussen de twee   verdikkingen,.        

 <Desc/Clms Page number 7> 

 
 EMI7.1 
 op deze as. De opening 13 is nog aan haar van de plaat 10 "H: x,;' verwijderde uiteinde afgesloten door een stop 14.

   Deze stop j7:.r ,\' is in het uiteinde van' de opening gekleumd, Deze stop 14 '      
 EMI7.2 
 sluit de opening 13 volledig af, Rond het in de opening 13 ,It' komende gedeelte Van de a. 11 komt nog aan veer 15. Deze 'c' i veer 15 komt met een uiteinde tegen de verdikking op het 
 EMI7.3 
 vrije uiteinde van de's 11 en met zijn andere uiteinde tegen . 
 EMI7.4 
 het vernauwende, naar de plaat 10 gerichte uiteinde van de . " , opening 13. Deze veer 15 duwt, loor tussenkomst van de as 11, . a het membraan met de plaat 10 en het tsh.e 12 naar de M' -"f opening 13, en dus naar de bodem 8 tG-é. Della veer 15 tracht dus de inhoud van de recipiënt gevormd door het Membraan . ,4 
 EMI7.5 
 en de bodem 8, .xo klein mogelijk te maken.

   De verdikking op .r' . de as   11   waartegen het   schijfje   12   komt,   kan echter niet in 
 EMI7.6 
 de opening 13. De plaat 10 en het rneïabraan 7 kunnen dan slecht . naar de bodem 8 toe bewegen tot deze verdikking waartegen het # ' schijfje 12 komt tegen deze bodem 8 komt, Da baedts, evenwijdig aan de as 11 gemeten van deze laatsoemde verdikking en de . lengte van deze as 11 zelf, is zodanig dat, wanneer deze ver-   ,   
 EMI7.7 
 dikking tegen de bodem 8 komt, de verdikking op hetáxi e uiteinde van de as 11 nog op een heel kleine afstand komt van de stop   14.   



  De recipiënt gevormd door het   Membraan 7   en de bodem 8. is, wanneer het toestel in gebruik is,   evenals   het deel 6 van de leiding,   gevuld   met olie.   Naargelang   deze   hoeveelheid   olie kunnen het membraan 7 en de plaat 10 zich in hun   dichtst   bij de bodem 8 gelegen stand of in een verder van de   bodem 8   gelegen stand bevinden. Het membraan 7 en de plaat 10 zijn in deze   laatstgenoemde   stand in de figuur   voorgesteld.   

 <Desc/Clms Page number 8> 

 



   De regelbare kraan die op de leiding 4 voorkomt, bevat hoofdzakelijk een hol stuk   16   dat in deze leiding 4    geschakeld is en een stift 17 die gedeelteli jk in heft holle   suk steekt. Het holle stuk 16 heeft de vorm van een holle' cilinder. Het op het deel 6 aansluitende gedeelte van het -      deel   4   van de leiding mondt in het stuk 16 uit ter plaatse van de cilindermantel van dit   Stuk     16.   Het andere gedeelte van het deel   4   van de leiding daarentegen mondt uit   op   een kanaaltje 18 dat dwars door een uiteinde van het   eilindrisch ,'   holle stuk 16 loopt. De diameter van het kanaaltje 18 is   merkelijk   kleiner dan de diameter van het deel 4 van de lading. 



  De diameter van het kanaaltje 18 is van de orde van één mm. 



  De stift 17 is gedeeltelijk van   schroefdraad   voorzien en is geschroefd in een van schroefdraad voorziene opening die door het tegenover het kanaaltje 18 gelegen uiteinde van het cilinder- vormig holle stuk 16 loopt.   Deze   stift 17 komt dus met een uit- einde tegenover het kanaaltje 18. Dit laatste uiteinde is conisch. 



  Op het buiten het stuk 16 uitstekende uiteinde van de stift 17 is een knop 19 aangebracht. Deze.knop 19 beweegt tegenover een schaal 20 die op het stuk 16 vastgemaakt is en waardoor de stift   17   steekt. Door het verdraaien van de stift 17 door middel van de knop 19, verplaatst deze stift zich ten opzichte van het kanaaltje 18. Voor een bepaalde stand van de knop 19 tegenover de   schaal   20,    luit   de stift 17 met haar conisch uit- einde het   kanaalt je   18 volledig af.

   De   olieafvoer   door het kanaaltje 18 is dus   regelbaar   tussen nul en een bepaalde waarde.' De figuur heeft betrekking op een stand van de stift waarbij het kanaaltje 18 volledig open is, 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 
De   terugslagklep   die op   het   deel 5 van de leiding voorkomt, bestaat   hoofdzakelijk   uit een   holle     recipiënt   21 die afgesloten ia door een atop 22 en waarin een klep 23 voor- komt. De recipiënt   21   is gevormd door een cilindervormig stuk waarin een   cilindervormige   uitholling   aangebracht   is. 



  De dikte van de wanden van deze recipiënt is van de   or.e   van grootte van de diameter van deze cilindervormige   uitholling,.   



  De dikte van de bodem van de recipiënt is van de   orde   van grootte van de diepte van deze   uitholling.   Aan zijn van   zijn: \,   bodem   verwi jderde   uiteinde is de recipiënt 21 inwendig van   ..;   schroefdraad voorzien.   De   stop 22 is gedeeltelijk in deze recipiënt geschroefd. Op zijn naar de boden van de recipiënt 21 gerichte zijde bezit de stop 22 een uitholling, Het   deel 5   van de leiding loopt in de bodem van deze recipiënt 21 en mondt in de   uitholling   van deze recipiënt uit, tegenover de stop 22. Rond de uitmonding van dit deel 5 is op de binnenkant van de bodem van de recipiënt 4 een kraag aangebracht die een zitting vormt voor de eigenlijke   klep   23.

   Het deel 5 van de leiding sluit op het deel 3 aan in de bodem van de recipiënt 21 zelf. Het deel 4 sluit dus eveneens op de leiding 3 aan in deze bodem van de recipiënt 21. De eigenlijke   klep   23 die zich in de   @itholling   van de recipiënt bevindt, is   een ..   zeshoekig prisma. De as van dit prisma valt samen met de as van de cilindervormige   recipiënt     21,   Loodrecht op deze as heeft de klep 23 de vorm van een zeshoek waarvan   de   zijde   naga.   noeg gelijk is aan de straal van de cilindervormige uitholling ' van de recipiënt 4.

   De hoogte van dit prisma is   zodanig   dat de klep 23 tussen de   bodem   van de   uitholling   in   de     recipiënt   21 en de stop 22 zich over een   afstand   kan   verplaatsen.   Op haar 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 naar dese bodem van de uitholling gericht   uiteinde,   dus op haar uiteinde dat het deel 5 van de leiding kan afsluiten, bezit deze   klep     2$     een     stukje   elastische   stof.   Hierdoor, en door de hoger   gen@emde     gevormde   kraag rond de uitmonding van het deel 5, kan een goede   afsluiting   van dit deel5 bekomen worden.

     Op   haar naar de stop 22   gericht   uiteinde bezit de klep 23 een uitholling. In deze   uitholling   en in de hoger genoemde uitholling in de stop 22 steken de uiteinden van een veer 24.   Deze   veer 24 duwt de klep 23 van de stop 22 weg, of met andere   woorden     tracht   de klep 23 tegen haar zitting die, rond de uitmonding van het deel 5, door de bodem van de 
21   recipiënt/gevormd   is, te duwen. Bij de in de figuur voorgestelde stand komt de klep 23 tegen haar zitting en sluit het deel 5 van de leiding volledig af. Op de binnenkant van de recipiënt 21 sluit, juist boven de bodem van deze recipiënt, het deel 6 van de leiding aan.

   Op de binnenkant van de recipiënt 21 sluit, ten   opzichte   van de   bodem   van deze   recipiënt, juist boven   het deel 6 van de leiding, ook het deel 4 van de leiding aan. Dit deel 4 en dit deel 6 staan echter steeds met elkaar in verbinding. 



  Inderdaad, tussen een zijde van de prismatische klep 23 en een gedeelte van de cilindrische binnenwand van de recipiënt 21 ontstaat uiteraard steeds een ruimte. Doordat de delen 4 en 6      ten opzichte van de bodem van deze recipiënt 21 juist boven elkaar voorkomen   geven   beide delen steeds op een of twee van deze ruimten uit.. Het deel  3 van   de leiding staat echter slechts rechtstreeks met het deel 6 van de leiding in verbinding indien de klep 23 opgelicht is. 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 
 EMI11.1 
 



  Bij het in werking stellen yap het tpa4t-el, vult men de recipiënt 1, de delen z 5 en 6 van de leiding, de ,,1 recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bo4cm 01 de recipiënt 21 en het stuk 16 met olie, De werking van het j< /. hierboven beschreven toestel is dan alw volgt. Men draait eerst de stift 17 van de regelbare kraan die in het deel 4 van de leiding voorkomt, zodanig dat deze   stift   met haar conisch uiteinde het kanaaltje 18 volledig   afsluit.   Door een druk uit te oefenen op de   verst   van het   mondstuk   
 EMI11.2 
 verwijderde wand van de recipiënt 1, duwt men dee ï?esipi8nt 1 samen en duwt men een   zekere     hoeveelheid   olie in het deel 3 
 EMI11.3 
 van de leiding.

   Dit laatste samendrukken kapbij voorbeeld ""', gebeuren door tussenkomst van een   hefboom.   De   olie   onder druk kan langs het deel 4 van de leiding niet weg,   aangezien   deze leiding door een regelbare kraan gesloten is,   Deze   olie 
 EMI11.4 
 onder druk stroomt dan in het daal 5 van due leiding en duwt >j de klep 23 naar de stop 22 toe. De olie stroomt 'nu in do recipiënt 21. Hierdoor   stroomt   vanuit deze recipiënt 21 
 EMI11.5 
 nu olie langs het deel 6 van de leiding naar do ripiSnt gevormd door het membraan 7 en de sa;snn 8, Deze olie duwt dan het membraan 7 van   dobodem   8 weg, tegen de werking van de veer 15 in.

   Wanneer dit membraan   7 en   de   erop   komende plaat 10 zich niet verder meer van de bodem   8   kunnen verwijderen, dit is wanneer ze in de stand komen die in de figuur voorgesteld is, houdt men op de recipiënt 1   samen   te drukken. Alhoewel het deel 4 van de leiding eveneens op de recipiënt 21   uitgeeft,   stroomt er nagenoeg geen   olie   vanuit deze recipiënt 21 in de leiding 4, aangezien het kanaaltje 18 afgesloten is en het, 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 stuk 16 en het deel 4 van de leiding volledig met olie gevuld zijn. 



  Zelfz zou, indien dit kanaaltje 18 niet moest afgesloten zijn, een hoeveelheid olie   langs   de leiding 4 naar de recipiënt 21   vloeien.   Door olie uit de recipiënt 1 te duwen zou een kleine hoeveelheid olie uit het deel 3 van de leiding of uit deze      recipiënt 1 in het deel 4 van de leiding komen en dus olie uit het deel 4 of uit het stuk 16 van de regelbare kraan wegduwen. De   langs   het deel 4 van de leiding stromende   hoeveel-   heid olie is echter in alle   geval   klein, aangezien de diameter van het kanaaltje 18 kleiner is dan de diameter van de delen   4,    5 en 6   van de leiding.

   Van zodra men ophoudt de recipiënt 1 samen te drukken, wordt er door de olie in het deel 3 en het deel 5   @van   de leiding geen druk meer uitgeoefend op de klep   23.   Deze klep 23 komt dan door de veer 24   ogenblikkelijk   in haar   beginstand,   dit is in de stand die in de figuur voorgesteld is. Deze klep 23 sluit dan het deel 5 van de leiding af.

   De olie die   zich     onder   druk in de recipiënt gevormd door de bodem 8 en het membraan 7, in het deel 6 van de leiding, in het   op   de recipiënt 21   aansluitende   gedeelte van het deel 4 van de leiding,      in deze reciptiënt 21 zelf en in het holle stuk 16 van de afsluit- kraan bevindt, kan nu niet weg, aangezien zowel het kanaaltje 12 als het deel 5 van de   leiding   afgesloten is.

     Alhoewel   het      dus niet   absoluut   noodzakelijk was het kanaaltje 18 af te sluiten om een   hoeveelheid   olie in de recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bodem 8 te   duwen,   is het wel nodig dit kanaaltje af te sluiten om te   beletten   dat deze olie terug uit de   laatstgenoemde   recipiënt wegvloeit. Men wentelt nu de houder met de edelsteen zodanig dat deze edelsteen juist tegen de zaag komt.

   Men verplaatst de recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bodem 8   zodanig   dat   de   plaat 10 juist de armen van 

 <Desc/Clms Page number 13> 

   de   houder   ondersteunt.   Men doet de   schijf zaag   nu draaienl, Door   de   stift 17 door middel van de knop 19 te   draaien, .   verplaatst men deze stift ten opzichte van het kanaaltje 18 en opent men dit kanaaltje gedeeltelijk of volledig. Langs      het kanaaltje 18 kan nu, zoals reeds   vermeld,   olie uit het ' holle stuk 16 langs een gedeelte van het deel 4 en langs het deel 3 van de leiding terug naar de recipiënt 1   vloeien.   De snelheid van dit wegvloeien van de olie hangt af van de atand van de stift 17.

   Het toestel is in de figuur voorgesteld in die stand die men bekomt juist na het hoger genoemde openen van het kanaaltje   18.   De recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bodem 8 bezit dan nog zijn   grootst   mogelijke inhoud,   terwi.   de klep 23 het deel 5 van de   leiding     afsluit,   Vooral door de werking van de veer 15 en door het gewicht Van de houder die op de plaat 10 komt, wordt nu ook de olie uit de recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bodem 8, 14ng4 het deel 6 van de leiding en het ermee verbonden gedeelte van het deel 4 van de leiding naar het holle stuk 16 van de regelkraan geduwd die vandaar op de hierboven beschreven wijze terug naar de recipiënt..! vloeit.

   Het afvoeren van de olie uit de eerstgenoemde recipiënt naar de laatstgenoemde recipiënt 1 kan echter niet zeer snel   gebeuren,     aangezien   het   kan@aaltje   18 een kleine diameter bezit en eventueel nog ge-   deeltel i jk   door de stift 17 kan afgesloten zijn. Door het wegstromen van de olie uit deze recipiënt gevormd door het membraan 7 en de bodem 8, door de werking van de veer 15 die op de verdikking op het vrije uiteinde van de aan de plaat 10 verbonden as 11 duwt, en door het   gewicht   van de   houder   die op deze plaat 10 rust, verplaatsen dit membraan en de erop komende plaat 10 zich langzaam naar de bodem 8 toe.

   De 

 <Desc/Clms Page number 14> 

   snelheid   waarmee de plaat   10     zich     tijdene   het wegvloeien van de olie in de recipiënt gevormd door het membraan7 en de bodem 8 verplaatst, en dus de   snelheid   van het wentelen van de houder met edelsteen die op deze plaat 10 rust, hangt   a   van de   snelheid   van   afvoeren   van deze olie.

   Deze snelheid nu is bepaald door de grootte van de doorlastopening ter hoogte van het kanaaltje 18 in de regelbare   ]traan.   pe bewegingssnelheid      van het plaatje 10 hangt bijgevolg af van de stand van de stift 17.   Op   de schaal 20 tegenover de knop 19 die aan de stift 17 vast is, kunnen dus deze   bewegingssnel@eden   van de plaat   10   aangeduid worden. Tijdens de   laatstgenoemde   beweging van het plaatje 10 kan men de stand van de stift 17 veranderen waardoor de grootte van de opening van het   kanaalt@a   18 verandert, wat toelaat de   snelheid     waarmee   de   houder, \1   dus ook de edel- steen, ten opzichte van de zaag bewegen,   ka@gewijzigd   worden. 



  Zolang de stift   17   in dezelfde stand blijft, s de afvoer van olie door het   kanaaltje   18 hetzelfde, en de bewegings- snelheid van de plaat   10   ook dezelfde. De zaag   :ringt   dan met constante snelheid in de edelsteen. 



   Na het zagen van de edelsteen kan men dor de recipiënt 1 samen te drukken terug op de hierboven beschrever.   ianier   olie naar   ue   recipiënt gevormd door de bodem 8 en het mem aan 7 stuwen. De hierboven beschreven cyclus kan nu opnieuw   linnen.   



   De uitvinding is geenszins beperkt tot de   hi@voor   beschreven   uitvoeringsvorm   en binnen het raam van de   oct@@i-   aanvrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvorm vele ver- anderingen aangebracht worden, onder meer wat betreft de vorn. de samenstelling, de schikking en het aantal van de onderdelen die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden. 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 



   In het bijzonder kan de   samendrukbare   recipiënt '      vervangen worden door een   cilinder   met   beweegbare   zuiger. 



   Het deel van de leiding   tussen   de   recipiënt   waarop de houder met een arm kan rusten en de regelbare kraan moet ook niet noodzakelijk langs de recipiënt die deel uitmaakt van de   terug@lagklep   van de omloopleiding die   deze     regelkraan   kan uitschakelen, lopen, 
De as die door het membraan steekt en waarop de plaat vastgemaakt is, moet   o@@   niet noodzakelijk uit een stuk ver- vaardigd zijn.

   In het bijzonder kan   om   de   constructie   te ver-      gemakkelijken de verdikking op het vrije uiteinde van   deze   as uit een afzonderlijk stukje   bestaan   dat, na het gedeeltelijk      inbrengen van deze as .in de   opging   door de bodem van de recipiënt waarvan het membraan   de,   uitmaakt, op deze as vaat- gemaakt wordt.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES, 1. Toestel voor het regelen van de snelheid van een -,' '' houder met een edelsteen ti jdens het ae van deze edelsteen, waarbij de houder ten minste een ten op@ichte van de zaag , ;
    wentelbare arm bevat, m e t h e t k e n n e r k dat het ' een gesloten recipiënt bevat waarvan een gede@@@ van de ward, ten opzichte van de rest van de wand, verplaatsbaar @ . waarbij de houder met zi jn arm op dit verplaatsbare gedeelte kan @@sten en een tweede gesloten recipiënt die ten minste gedeeltelijk gevuld is met een fluïdum en die door ten minste een leiding verbonden is met de eerstgenoemde recipiënt, terwijl op deze leiding ten minste een regelbare kraan staat, 2.
    Toestel volgen de vorige conclusie, m e t h' t, <Desc/Clms Page number 16> kenmerk dat de wand van de tweede recipiënt die ten minste gedeeltelijk met een fluïdum gevuld is, een gedeelte bezit dat ten opzichte van de rest van de wand verplaatsbaar is.
    Toestel volgens de vorige conclusie, m e t h @ @ kenmerk dat deze tweede recipiënt van soepele kunt' of vervaardigd is.
    4. Toestel volgens een van de conclusies 3, m e t het kenmerk dat deze recipiënt nage eg cilin- dervormig is terwijl de cilindervormige wand van de recipiënt EMI16.1 over gans de omtrek van ten minste een vouw voc:.3 is.
    5. Toestel volgens een Van dé voj?4.e''s-###-#- met h e t kenmerk dat het beweegb'.r gedeelte van de wand van de eerstgenoemde recipiënt waar@@de houder met zijn EMI16.2 arm kan rusten, ten minste een geheel>/ a,.en elastisch membraan is.
    6. Toestel ,."1$ de vor.ge .a.usie, m e t h e t k e n m e -- -4a recipiënt een oj H ndrisahe doos bevat die -"'" oJrI'.ul bevat en een opstaande rand d3 eau gedeelte van de bodem omringt, waarbij het membraan met @jn rand tussen de opstaande rand en de bodem van deze doos astgeklemd zit, terwijl deze recipiënt ten minste gedeel: lijk gevormd is door ten minste een gedeelte van de bodem var eze doos en door ten minste een gedeelte van dit membraan. EMI16.3
    7. Toestel volgens een van de onclusies 5 en 6, met h e t kenmerk dat aan de 'b: itenkant van dit membraan een plaat vastgomaakt is waarop de houder met zijn arm kan rusten.
    8, Toestel volgens de vorige conclusie, m e t het kenmerk dat op de andere zijde tegen het membraan tegenover de plaat een schijfje komt, waarbij het membraan tussen dit <Desc/Clms Page number 17> schijfje en de plaat geklemd zit, , 9, Toestel volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat het een veer bezit die het beweegbare gedeelte van de wand van de eerstgenoemde recipiënt . waarop de helder met zijn arm kan rusten, naar de rest van de wand van deze recipiënt duwt.
    10. Toestel volgens een van de conclusies 7 en 8 en volgens de conclusie 9, met het kenmerk dat op de plaat een as vastgemaakt is die door het nembraan steekt en gedeeltelijk in een uitsparing in de wand van de recipiënt steekt, waarbij deze uitsparing nagenoeg tegen haar naar het membraan gekeerde uiteinde een vernauwing bezit, terwijl de veer die het beweegbare gedeelte van deze wand naar de rest van de wand toe duwt, rond een in de uitsparing komend gedeelte van de as komt, en met een uiteinde tegen het deel van de wand dat de vernauwing van de uitsparing vormt an met zijn ander uiteinde tegen een verdikking op liet verst van de plaat ver- wijderde uiteinde van deze as, komt, 11.
    Toestel volgens de conclusies 6 en 10, m e t h e t k e n m e r k dat de uitsparing waarin een gedeelte van de as komt, een opening is die dwars door de bodem van de cilindrische doos loopt en aan haar ver net membraan verwijde @ @ stop afgesloten is.
    12. Toestel volgens aan van de vorige conslusies, m e t het kenmerk dat de regelbare kraan op de leiding een hol stuk bezit dat in de leiding geschakeld is en waarin een verplaatsbare stift komt die Met een uiteinde de opening waarlangs de leiding aan een zijde op het holle stuk aansluit, kan afsluiten. <Desc/Clms Page number 18>
    13. Toestel volgens de vorige conclusie, met h a t kenmerk dat de stift door een wand van het holle stuk geschroefd is, waarbij het buiten het holle stuk uitstekende uiteinde van deze stift van een knop voorzien is die beweegt tegenover een schaal.
    14. Toestel volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat het toestel een omloop leiding bevat die ten minste het deel waarin de regelbare kraan komt van de leiding die de twee recipiënten met elkaar verbindt, ten minste gedeeltelijk kan vervangen, waarbij in deze omloop leiding een afsluitmiddel aangebracht is.
    15. Toestel volgens de vorige conclusie, m e t h e t kenmerk dat dit afsluitmiddel een terugslagklep is die enkel fluïdum van de laatstgenoemde recipiënt naar de eerstgenoemde op een gedeelte waarvan de houder met zijn arm kan rusten, toelaat.
    16. Toestel volgens de vorige conclusie, m e t h e t kenmerk dat de terugslagklep een recipiënt bevat die door een stop afgesloten is, waarbij in deze recipiënt de eigenlijke klep voorkomt die ten opzichte van de bodem van de recipiënt beweegbaar is, terwijl het deel van de omloop- leiding dat met een van de twee door ten minste een leiding waarop ten minste een regelbare kraan staat niet elkaar verbonden recipiënten in verbinding staat, op de hoger genoemde recipiënt die een deel urmt van de terugslagklep, aansluit ter hoogte van de bodem van deze laatstgenoemde recipiënt, terwijl het deel van de omloopleiding dat met de andere van de twee,
    ten minste door een leiding waarop ten'minste een regelbare kraan staat met elkaar verbonden recipiënten, in verbinding staat, <Desc/Clms Page number 19> op de recipiënt die een deel vormt van de terugslagklep, aansluit ter hoogte van de opstaande wand van deze laatstgenoemde recipiënt.
    17. Toestel volgens de vorige conclusie, m e t h e t kenmerk dat de terugslagklep een veer bezit die de eigen- lijke klep, ten opzichte van de stop van de recipiënt die een deel van de terugslagklep vormt, naar de bodem van deze recipiënt toe duwt.
    18. Toestel volgens een van de conclusies 16 en 17, m e t h e t kenmerk dat de eigenlijke klep uitwendig nagenoeg de vorm heeft van een zeshoekig prisma, terwijl de binnenkant van de recipiënt die een deel vormt van de terug- slagklep cilindervormig is, waarbij ten minste een ruimte gevormd tussen een opstaande zijwand van de prismatische eigenlijke klep en een.gedeelte van de buitenste cilindrische wand van de laatst- genoemde recipiënt, deel,uitmaakt van de leiding waarop ten minste een regelbare kraan staat en die de twee door ten minste een leiding met elkaar verbonden recipiënten verbindt.
    19. Toestel volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t k e n m e r k dat het fluïdum waarmee de recipiënt die door een leiding met de eerstgenoemde recipiënt waarop de houder met zijn arm kan rusten, verbonden is, ten minste ge- deeltelijk gevuld is, olie is.
    20. Toestel zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toeaevoeade tekening voorgesteld,
BE711096D 1968-02-21 1968-02-21 BE711096A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE711096 1968-02-21

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE711096A true BE711096A (nl) 1968-07-01

Family

ID=3852407

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE711096D BE711096A (nl) 1968-02-21 1968-02-21

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE711096A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL7802572A (nl) * 1977-03-09 1978-09-12 Gersoran Sa Machine voor het snijden van edelstenen.

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL7802572A (nl) * 1977-03-09 1978-09-12 Gersoran Sa Machine voor het snijden van edelstenen.

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5076333A (en) Pour spout
US4830226A (en) Liquid dispensing apparatus
US3805998A (en) Dispensing pipette
DK0929498T3 (da) Fremgangsmåde, apparat og indretning til afgivelse af doserede væskemængder
DE8905681U1 (de) Dosieradapter
CA2167108A1 (en) A method and device for providing and spreading fluids
AU747580B2 (en) Dispensing closure assembly
EP1075644A1 (en) Dose measuring apparatus for distributing a liquid
BE711096A (nl)
US427165A (en) William smith fickett
US1106937A (en) Automatic reacting siphon air-pump and stopper.
US3565298A (en) Liquid-dispensing device
US11365998B2 (en) Dosing device for a liquid supply with neck
US2459133A (en) Salt and pepper shaker
US2123737A (en) Fluid dispensing apparatus
US2168050A (en) Apportioning device
US2306309A (en) Automatic liquid measuring device
US4821930A (en) Bottle mounted adjustable liquor dispensing device
KR920700158A (ko) 에어로솔 용기용 밸브
US598035A (en) Automatic liquid measuring and filling apparatus
US2018033A (en) Container closure
US1947310A (en) Liquid dispenser
US3334424A (en) Device for use in testing reaction time
CH382993A (fr) Dispositif d&#39;injection d&#39;une quantité réglable de matière à injecter
US3425603A (en) Valve operated liquid dispenser