<Desc/Clms Page number 1>
"Gekombineerd gebruiksartikel-speelgoed".
De huidige uitvinding heeft als voorwerp een gekom- bineerd gebruiksartikel-speelgoed, en meer speciaal nog een gebruiksartikel of eetgerei, zoals bijvoorbeeld lepeltjes, messen, vorken, primes en dergelijke, zoals deze o.a. gebruikt worden voor lolly's, ijslolly's, ijskreem, fritten uit zakjes en dergelijke, waarbij het gebruiksartikel of eetgerei, nadat het voedsel of dergelijke is genuttigd, door de kinderen als speelgoed kan gebruikt worden.
Meer speciaal heeft zulk gebruiksartikel-speelgoed betrekking op kleine gebruiksartikelen die bij voorkeur in plastiekmaterie worden uitgevoerd.
De huidige uitvinding heeft betrekking op zulke ge-
<Desc/Clms Page number 2>
bruiksartikelen die, hetzij naar het vrij uiteinde van het steeluiteinde, hetzij op de eigenlijke steel, voorzien zijn van afbeeldingen, teksten, woorden, tekens, foto's of derge- lijke die, hetzij het voorwerp kunnen uitmaken van een verza- meling, hetzij voorwerp kunnen uitmaken van reklameaanduidin- gen of dergelijke.
Meer speciaal nog heeft de huidige uitvinding be- trekking op een inrichting die met zulk gekombineerd gebruiks- artikel-speelgoed kan samengesteld worden en waarbij deze in- richting, nadat zij met behulp van de verzamelde en nodige lepeltjes en/of onderdelen is samengesteld, een speelgoed vormt.
De huidige uitvinding heeft verder als voorwerp een samenstel of reeks van zulke gebruiksartikelen die al dan niet voorzien zijn van dezelfde of verschillende aandui- dingen, tekens of dergelijke, enerzijds, en middelen waarop zulke gebruiksartikelen eventueel nadat het eigenlijk schep- gedeelte, prikgedeelte of dergelijke is afgebroken, kunnen bevest igd worden, waarna het geheel op een staafje of - dergelijke kan aangebracht worden teneinde op deze wijze een molentje te vormen dat door de kinderen als speelgoed kan ge- bruikt worden.
Volgens de uitvinding kunnen speciale onderdelen voorzien worden, die al dan niet gekombineerd zijn met een ge- bruiksartikel, en die toelaten zulk molentje samen te stellen, waarna het op een fietsstuur, staaf of dergelijke kan beves- tigd worden.
Teneinde de kenmerken van de huidige uitvinding nader aan te tonen zijn hierna, met meer bijzonderheden en zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uit- voeringsvormen beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin :
<Desc/Clms Page number 3>
figuur 1 een bovenzicht toont van een gebruiksarti- kel, meer speciaal een lepeltje, dat in de inrichting volgens de uitvinding wordt toegepast; figuur 2 een zij zicht is van figuur 1; figuur 3 een doorsnede is volgens lijn 111-111 van figuur 2 ; figuur 4 een voorzicht is van.een speciaal onder- deel waarop gebruiksartikelen kunnen bevestigd worden teneinde een molentje te vormen; figuren 5 en 6 respektievelijk doorsneden zijn vol- gens de lijnen V-V en VI-VI van figuur 4;
figuur 7 een molentje voorstelt dat verwezenlijkt is door gebruik te maken, enerzijds, van gebruiksartikelen, bij- voorbeeld lepeltjes volgens figuur 1, en anderzijds, van het verzamelonderdeel volgens figuur 4; figuur 8 een zicht is volgens pijl P8van figuur 7; figuren 9, 10 en 11 respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen IX-IX, X-X en XI-XI van figuur 7; figuur 12 een voorzicht weergeeft van een uitvoe- ringsvariante van het speciaal onderdeel van figuur 4; figuren 13, 14 en 15, respektievelijk doorsneden zijn volgens de lijnen XIII-XIII, XIV-XIV en XV-XV van fi- guur 12; figuur 16 een bovenzicht toont van een uitvoerings- variante van een lepeltje;
figuur 17 een voorzicht weergeeft var een gedeeltelijk samengesteld molentje, verwezenlijkt door gebruik te maken van het speciaal onderdeel volgens figuur 12, enerzijds, en lepeltjes of dergelijke volgens figuur 16, anderzijds; figuur 18 een doorsnede is volgens lijn XVIII-XVIII van figuur 17; figuur 19 een bovenzicht toont van een speciaal ge- bruiksartikel, in dit geval een lepeltje dat verschillende ele-
<Desc/Clms Page number 4>
meuten groepeert; figuur 20 een zijzicht is van figuur 19; figuur 21 een uiteengenomen zijzicht weergeeft van drie elementen volgens de uitvinding; figuur 22 een samenstelling weergeeft van de elemen volgens figuur 21 voor het vormen van een molentje, enerzijds. en het bevestigen van zulk molentje op een staaf of dergelijk anderzijds ;
figuur 23 een voorzicht is van een gedeeltelijk same gesteld molentje volgens de uitvinding, voor wat betreft een uitvoeringsvariante; figuren 24 en 25 respektievelijk doorsneden zijn vol gens delijnen XXIV-XXIV en XXV-XXV van figuur 23; figuren 26 en 27 als voorbeeld twee bijzondere uitvo< ,ringen weergeven van molentjes volgens de uitvinding.
In figuur 1 is een gebruiksartikel 1 volgens de uitvir ding weergegeven dat in dit geval gevormd wordt door een lepelt Dit bestaat hoofdzakelijk uit een eigenlijk schepgedeelte 2, een tussendeel 3 en een eigenlijke steel 4, waarbij de afschei- ding tussen het voornoemd deel3 en de steel 4 zuiver gevormd is teneinde het eventueel afbreken volgens de lijn A-A later te vergemakelijken.
Aan het uiteinde van de voornoemde steel 4 en bij voorkeur op de achterzijde van deze steel zijn twee dopjes aangebracht, respektievelijk 5-6, waarbij ieder dopje voorzien is van een groef 7 en waarbij de groeven van de beide dopjes in elkaars verlengde zijn geplaatst en op gelijkaardige wijze zijn gevormd.. Men bekomt alzo een middel om zulk gebruiksarti- kel door de eigen elasticiteit van de benen, respektievelijk 9-9, van ieder dopje te kunnen vastklemmen op een geschikt staaf of dergelijke.
Het tweede element of verzamelelement 10 van de kombi- natie volgens de uitvinding is weergegeven in de figuren 4 tot 6,
Het bestaat in dit geval hoofdzakelijk uit minstens
<Desc/Clms Page number 5>
twee, in dit geval vier, bij voorkeur cilindrische staafjes, respektievelijk 11-12 en 13-14, die verbonden zijn met een ge- meenschappelijke naaf 15 waarin een geschikte doorgang 16 is voorzien. Bijkomend zijn de verschillende staafjes 11 tot 14 met elkaar verbonden door een verstevigingsring 17.
De voornoemde staafjes 11 tot 14 hebben zodanige af- metingen, respektievelijk een zodanige diameter, dat zij op geschikte wijze kunnen samenwerken met de voornoemde gleuven 7 teneinde de gebruiksartikelen, zoals bijvoorbeeld weergegeven in de figuren 1 tot 3, door klemming op eenvoudige wijze te kunnen aanbrengen op zulke staafjes 11 tot 14.
In de figuren 7 tot 11 is weergegeven op welke wijze, vertrekkend van elementen zoals weergegeven in de figuren 1 en 4, een eenvoudig molentje kan gevormd worden.
Het volstaat een bepaald aantal gebruiksartikelen zoals bijvoorbeeld weergegeven in figuur 1 te verzamelen en deze via de voornoemde dopjes 5 en 6 aan te brengen op de staafjes 11 tot 14 van een element zoals weergegeven in figuur 4, waarbij er eenvoudig dient opgemerkt te worden dat de ver- schillende steeltjes 4 schuin worden aangebracht op het element volgens figuur 4 teneide dewieken van zulk molentje, gevormd door de voornoemde gebruiksartikelen, in dezelfde richting te doen hellen en het draaien ervan door de wind alzo mogelijk te maken.
Zoals bijvoorbeeld blijkt uit figuur 7 volstaat het in zulk geval een eerste gebruiksartikel bijvoorbeeld aan te brengen op het staafje 11, vervolgens het volgende op het staaf- je 14 enz., zodat automatisch een hoek van het laatst geplaatst gebruiksartikel boven een onderste hoek valt van het vorig ge- bruiksartikel, enz. Men bekomt alzo dat iedere wiek automa- tisch schuin wordt geplaatst ten opzichte van het verzamel- element 10.
<Desc/Clms Page number 6>
Het is vanzelfsprekend dat deze gebruiksartikelen
1 op het element volgens figuur 4 kunnen aangebracht worden, hetzij als zodanig, hetzij bij voorkeur nadat het eigenlijk schepgedeelte 2 samen met tussendeel 3 van de eigenlijke steel 4 is afgebroken.
Nadat het molentje op deze wijze is gevormd vol- staat het bijvoorbeeld dit aan te brengen, via de voornoemde doorgang 16 van de naaf 15, op een geschikt stangetje, staafje of dergelijke, bijvoorbeeld een omgeplooide breinaald cf dergelijke 18, teneinde het vrij draaien van het molentje mogelijk te maken.
Het is vanzelfsprekend dat de voornoemde wieken of steeltjes 4 zullen bekomen worden door het verzamelen van meerdere verbruiksartikelen die geleverd worden bij lolly's, ijslolly's, ijskreem, friten in zakjes en dergelijke, terwijl het element volgens figuur 4 kan bekomen worden op iedere geschikte wijze, bijvoorbeeld door het te voorzien als afbreek- baar element op het uiteinde van een speciaal lepeltje ; als uitwisselelement voor een bepaald aantal gebruiksartikelen 1 van één of van verschillende soorten ; premie bij een be- paalde afname in éénmaal van een bepaald artikel enz.
Eveneens kan zulk element volgens figuur 4, bijvoorbeeld in het geval vancp voorhand verpakte artikelen, het voorwerp uitmaken van een bijkomend venassingselement dat in de verpakking bijvoorbeeld onzichtbaar is aangebracht.
Men bekomt op deze wijze een speelgoed, meenspeciaal molentje, dat op zeer eenvoudige wijze kan gevormd worden en waarvan de samenstellende delen hoofdzakelijk gevormd worden door gebruiksartikelen die normaal geleverd worden bij lolly's, ijskreem, fritten in zakjes, en dergelijke.
In de figuren 12 tot 15 is een variante weerge- geven van het verzamelelement 10. In dit geval wordt dit ele-'
<Desc/Clms Page number 7>
ment 10 gevormd door zes, bij voorkeur cilindrische staafjes, respektievelijk 19-20, 21-22 en 23-24, die twee aan twee diametraal tegenover elkaar bevestigd zijn op de voornoemde van een doorgang 16 voorziene naaf 15, waarbij de verschillen- de staafjes, evenals in het voorgaand uitvoeringsvoorbeeld, bijkomend met elkaar verbonden zijn door een verstevigingsring 17.
In deze uitvoering is naast ieder staafje-19 tot 24 en steeds aan dezelfde zijde van de verschillende staafjes een uitsteeksel aangebracht, respektievelijk 25-26, 27-28 en
29-30, waarbij ieder uitsteeksel 25 tot 30 in dit geval een kegelvorm vertoont en waarbij de top 31 van ieder van deze uitsteeksels voorbij het betreffend staafje uitsteekt en wel met een op voorhand bepaalde afstand a.
Hierdoor bekomt men dat bij het plaatsen van een wiek, steeltje 4 of gebruiksartikel 1 op ieder van de voornoemde staafjes 19 tot 24 de betreffende wiek automatisch schuin wordt geplaatst doordat één zijrand van zulke wiek steeds in aanraking komt met de top 31 van het betreffend uitsteeksel, terwijl de andere langszijde van zulke wiek tegen de voornoem- de ring 17 zal geduwd morden.
Het is vanzelfsprekend dat, teneinde de mogelijkhe- den uit te breiden, zulke uitsteeksels, hetzij rechts van ieder staafje, hetzij links van ieder staafje kunnen geplaatst wor- den teneinde molentjes te kunnen vormen die, hetzij rechtsom draaien, hetzij linksom draaien.
In figuur 16 is een gebruiksartikel weergegeven, in dit geval eveneens een lepeltje 1, dat zoals in de uitvoering volgens figuur 1 gevormd is door een schep gedeelte 2, een tussenstuk 3 en de eigenlijke steel 4, doch waarbij het vrij uiteinde van het lepeltje een driehoeksvorm 32 vertoont.
Hierdoor bekomt men dat bij het vormen van het
<Desc/Clms Page number 8>
molentje, door middel van gebruiksartikelen volgens figuur 16, enerzijds, en een verzamelelement 10 volgens figuur 12, ander- zijds, de verschillende driehoekige uiteinden 32 samenvallen teneinde, rond de naaf 15 een gesloten geheel te bekomen, zoals blijkt uit figuur 17.
In figuur 19 is een speciaal gebruiksartikel 33 l,r..-- weergegeven, in dit geval nogmaals een lepeltje, waarvan het schepgedeelte 34, via een tussenstuk 35, afbreekbaar verbonden is met een bevestigingselement 36, terwijl met het tweede uiteinde van dit bevestigingselement 36 afbreekbaar een ver- zamelelement 10 is verbonden. Uiteindelijk is in deze uitvoe- ring en eveneens afbreekbaar op het alzo gevormd gebruiksarti- kel 33 en meer speciaal op de ring 17 van het verzamelelement
10 een afbreekbare draaispil 37 aangebracht.
Het verzamelelement 10 kan iedere vorm vertonen doch is in dit geval op gelijkaardige wijze gevormd als in de uit- voering volgens figuur 12.
Nadat zulk speciaal lepeltje afgebroken is volgens de lijnen B-B en C-C en eveneens de spil 37 is losgemaakt bekomt men, enerzijds, het eigenlijk schepgedeelte 34 met het tussen- stuk 35 dat eenvoudig kan weggeworpen worden en, anderzijds, zoals in figuur 21 uiteengenomen is voorgesteld, de drie elementen, namelijk het verzamelelement 10, het bevestigings- element 36 en de spil 37.
Het bevestigingselement 36 bestaat in dit geval uit een eenvoudig rechthoekig plaatje 38 dat in het midden voorzien is van een dom 39 waarin een doorgang 40 is aangebracht. Aan één zijde is het plaatje 38 voorzien van twee evenwijdige ribben, respektievelijk 41-42, terwijl aan de andere zijde dit plaatje aan de dwars uiteinden voorzien is van uitsteeksels, res- pektievelijk 43 en 44.
De voornoemde spil 37 is voorzien van een kop 45 waarvan de diameter enigszins groter is dan de diameter
<Desc/Clms Page number 9>
van de voornoemde doorgang 16 van de naaf 15, terwijl de dia- meter van de eigenlijke spil 37 enigszins kleiner is dan de dia- meter van de voornoemde doorgang 16, doch klemmend kan aange- bracht worden en samenwerken met de doorgang 40 van het beves- tigingselement 36.
Op deze wijze wordt, zoals in figuur 22 is weerge- geven, een samenstel gevormd voor het bevestigen van een molen- tje op een fietsstuur, buis of dergelijke.
Inderdaad kan men het verzamelelement 10 aanbrengen op de spil 37 en vervolgens deze spil met haar vrij uiteinde vast duwen in het bevestigingselement 36 teneinde alzo een draaias te verwezenlijken voor het verzamelelement 10 waarop al dan niet voorafgaand de verschillende wieken, steeltjes of dergelijke op geschikte wijze zijn aangebrachte
De voornoemde ribben 41 en 42 zullen wanneer het - bevestigingselement 36 op een fietsstuur, buis of dergelijke 46 wordt geplaatst, een steun geven aan di-t bevestigingsele- - ;
ment en het steeds in dezelfde stand houden ten opzichte van de buis of dergelijke, waarbij omheen de uiteinden van het be- vestigingselement, op geschikte wijze, een bindmiddel, schema- tisch door 47 aangeduid, kan aangebracht worden om het molentje op de staaf, stang of dergelijke 46 te bevestigen, waarbij de uitsteeksels 43 en 44 het ongewenst wegschuiven van zulk bind- middel 47 beletten. Dit laatste kan gevormd worden door een koordje, lintje, elastiek of dergelijke.
Eveneens zou men volgens de huidige uitvinding zulk bindmiddel op voorhand kunnen aanbrengen in de vrije uiteinden van het bevestigingselement 36.
Ook in dit geval kan men zulk lepeltje 33 op om het even welke wijze verspreiden, hetzij als eigenlijk lepeltje, hetzij als premie, hetzij als verrassingselement, uitwissel- element of dergelijke, waarbij in bepaalde gevallen eveneens de
<Desc/Clms Page number 10>
elementen 36, 10 en 37 afzonderlijk als uitwisselelementen, verassingselement of dergelijke kunnen verspreid worden.
In figuur 23 is op schematische wijze een andere zeer eenvoudige uitvoering weergegeven waarbij het verzamel- element 10 eenvoudig gevormd wordt door een cilindrische schijf
48 waarin bijvoorbeeld schuin gerichte gaatjes, respektievelijk
49 en 50, zijn aangebracht per wiek, waarbij vanzelfsprekend, in dit geval de gebruiksartikelen, zullen voorzien worden van bijvoorbeeld twee pennetjes 51-52 die met deze gaatjes 49 en 50 kunnen samenwerken, waarbij door de schuine plaatsing van deze gaatjes het gebruiksartikel aanstonds schuin wordt aange- bracht op zulke schijf 48.
Vanzelfsprekend zou omgekeerd zulke schijf 48 kunnen voorzien worden van pennetjes en de gebruiksartikelen van gaatjes om hetzelfde resultaat te bekomen.
In nog een andere uitvoering zou men de gaatjes 49 en 50 kunnen vervangen door een gleuf.
Het is eveneens vanzelfsprekend dat zulke verzamel- elementen 10 iedere ander geschikte vorm kunnen vertonen, o.a. ovaal, ruitvormig, vierkantig, kruisvormig enz., zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
In een speciale uitvoering zal men de doorgang 16 van een verzamelelement 10 excentrisch kunnen aanbrengen op dit verzamelelement teneinde alzo een bijzonder draaieffekt te be- komen.
Eveneens zal men, als dan niet in kombinatie met het voornoemd bevestigingselement 36, de uitvinding kunnen uitbrei- den door bijvoorbeeld op dit element een uitsteeksel of derge- lijke te voorzien, bijvoorbeeld een lichte bladveer of dergelijke die bij het draaien van het gevormd molentje opeenvolgend in aan- raking komt met de verschillende wieken teneinde alzo een bijko- mend geluidseffekt te bekomen.
<Desc/Clms Page number 11>
Eveneens zou men, met het inzicht zulk geluidseffekt te beko/men, in de voornoemde steeltjes 4, gaatjes kunnen aanbrengen die al dan niet speciaal gericht zijn ten opzichte van de draaizin van het molentje en die op verschillende plaatsen kunnen aangebracht worden.
Tenslotte zullen de steeltjes 4 van de gebruiksarti- kelen bij voorkeur in verschillende kleuren worden uitgevoerd. waarbij deze kleuren oordeelkundig kunnen gekozen worden om alzo op zekere toerentallen andere kleurenkombinaties te voorschijn te brengen en/of andere figuren te vormen.
In de figuren 26 en 27 zijn tenslotte nog twee moge- lijke toepassingen weergegeven van de uitbreiding van de kombi- natie volgens de uitvinding.
In het geval van figuur 26 zou men bijvoorbeeld een groter molentje kunnen verwezenlijken door gebruik te maken van meerdere steeltjes 4 Waarbij het verzamelelement 10in dit geval gevormd wordt door twee of meer ringen, in dit geval twee,respektievelijk 53 en 54, die met elkaar verbonden zijn door spaken 55 en die zijn uitgerust om de voornoemde steeltjes of dergelijke 4 te ontvangen, één en ander zoals duidelijk blijkt uit figuur 26.
In figuur 27 is uiteindelijk nog een toepassing weer- gegeven waarbij, vertrekkend van verzamelelementen 10 volgens de figuren 4, 12, 23 of dergelijke, molentjes worden gevormd zoals hiervoor beschreven, waarna deze molentjes worden aange- bracht op een speciale ring 56, één en ander zoals eveens duidelijk blijkt uit figuur 27.
In dit laatste geval kan men eveneens verschillende toepassingen beogen, o.a. kan men verschillende molentjes rechts- om laten draaien en ander linksom enz.
Het is vanzelfsprekend dat zulke bijkomende, relatie- ve grote verzamelelementen 10', eveneens op iedere wijze ter beschikking kunnen gesteld worden, zoals bijvoorbeeld als
<Desc/Clms Page number 12>
premie, als uitwisselelement enz.
Uiteindelijk kan men volgens de uitvinding langere spillen 37 voorzien, teneinde alzo op één en dezelfde spil meerdere molentjes aan te brengen.
Het is eveneens vanzelfsprekend dat de gebruiksartike- len op iedere wijze op een verzamelelement 10 kunnen bevestigd worden zodat zulke bevestiging niet noodzakelijk moet geschie- den door klemmen.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven en in de bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringen, doch zulk gekombiheerd gebruiksartikel-speelgoed kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
EISEN. l.- Gekombineerd gebruiksartikel-speelgoed, voor het vormen van een molentje, met het kenmerk dat zulk molentje minstens bestaat in de kombinatie van een centraal verzamel- element; in dit laatste een geschikte draaias en minstens twee wieken die gevormd zijn door een gedeelte of een volledig gebruiksartikel, waarbij het voornoemd verzamelelement, enerzijds, en ieder gebruiksartikel, anderzijds, voorzien zijn ven middelen die met elkaar kunnen samenwerken teneinde het gedeelte van het gebruiksartikel of het volledig gebruiksartikel geschikt te bevestigen op het verzamelelement.
2. - Gekombineerd gebruiksartikel-speelgoed volgens eis 1, met het kenmerk dat het centraal verzamelelement gevormd wordt door een schijfje waarin een doorgang is voorzien voor de voornoemde draaias en dat iedere geschikte vorm kan vertonen. **WAARSCHUWING** Einde van DESC veld kan begin van CLMS veld bevatten **.