<EMI ID=1.1>
Korte aanduiding: Deur.
Onder inroeping van het recht van voorrang op grond van octrooiaanvragt <EMI ID=2.1> binnenlichaam en met op beide vlakke zijden daarvan aangebrachte dunne
dekplaten van vezelmateriaal. De uitvinding heeft in het bijzonder be- trekking op binnendeuren, dat wil zeggen deuren, die aan beide zijden
<EMI ID=3.1>
tijd geheel glad vervaardigd, hetgeen fabricage-technische oorzaken heeft, onder anderen de vereenvoudiging, die het gebruik van egale, vlakke dekplaten van harde vezelstof of dun fineer of achilhout of dergelijke met zioh méegebracht heeft. Een vérdere oorzaak voor het toepassen van geheel gladde deuroppervlakken is de omstandigheid, dat de dikte van de dekplaten zodanig verminderd is, dat daarbij sierpatronen niet anders uitgevoerd kunnen worden dan mogelijkerwijs door beschildering of in de vorm van sierranden, die op de deklagen bevestigd worden, hetgeen echter
<EMI ID=4.1>
een etreven steeds sterker merkbaar geworden naar afwisseling in het aan-
<EMI ID=5.1>
indruk maakt. De uitvinding heeft tot doel, een mogelijkheid te verschaf-
<EMI ID=6.1>
makkelijke bouwwijze, de deuren van elerpatronen te voorzien, die in hoge mate het aanzien van de deuren verbeteren. Vanwege de geringe dikte van de dekplaten van normaal gesproken slechts ongeveer 3 mm, wordt het tot nu toe als praktisch onuitvoerbaar aangemerkt deze van sierpatronen in de vorm van gleuven of kerven te voorzien, juist met het oog op de verzwak-
<EMI ID=7.1>
lijk geworden, dat er een bevredigende oplossing voor deze verzwakking mogelijk is, wanneer tegelijk het binnenlichaam op bijzondere wijze vervaardigd wordt. De uitvinding wordt derhalve daardoor gekenmerkt, dat het de combinatie heeft van een binnenlichaam, dat samengesteld is uit dwarse, op de smalle kant geplaatste, in meerdere richtingen afgebogen dunnen stroken van niet-metallische grondstof, zoals papier of karton, en sierpatronen, aangebracht op een of beide buitenoppervlakken van de afdekplaten; in de
<EMI ID=8.1>
wijze bestaan uit tot honingraatvorm gevouwen en samengevoegde stroken van papier of karton. Stroken van d6ze soort geven de dekplaten een ondersteunende stevigheid langs de siergleuven in.alle richtingen, zodanig, dat men niet gedwongen is, de versieringen alleen in een bepaalde richting van de deur aan te brengen, maar men de gleuven als raamvormige deurvelden kan aanbrengen. Verder is het van belang, dat de siergleuven bij verandering van
<EMI ID=9.1>
den wordt, dat een door de gleuven verzwakt hoekvormig deelstuk tussen de steunkanten van de stroken komt te liggen en tengevolge daarvan bij puntbelasting, bijvoorbeeld door een slag, los kan breken. De gladde vlakken
<EMI ID=10.1>
die nog verhoogd wordt doordat de gleufbodem een beschildering krijgt die tegen de overige beschildering van het deuroppervlak afsteekt.
De Uitvinding zal onder verwijzing naar een bij wijze van voorbeeld weergegeven uitvoeringsvorm in de bijgevoegde tekeningen nader in detail beschreven worden, Fig. 1 toont een zijaanzicht van een deur uitgevoerd volgens de uit- <EMI ID=11.1>
is; fig. 2 toont op grotere schaal een deel van het binnenlichaam van de deur;
<EMI ID=12.1>
111-111 in fig. 1.
De in de tekeningen weergegeven deur bestaat uit een binnenlichaam
10 en op de beide vlakke zijden daarvan doelmatig vastgelijmde dekplaten 12
<EMI ID=13.1>
hout aangebracht. De deur is verder op gebruikelijke wijze voorzien van scharnieren 18, een kruk 20 en een slot 22.
De dekplaten 12, 14 bestaan uit harde houtvezelplaten met een dikte van ongeveer 3 mm. Het binnenlichaam bestaat uit een laag van op de smalle kant geplaatste papier- of kartonstroken 24, die met elkaar tot een honing- <EMI ID=14.1>
dat de vouwen alle even breed zijn en met elkaar een hoek van 120 vormen, Ze worden zo naast elkaar aangebracht, dat het zeshoekpatroon voltooid
<EMI ID=15.1>
gelijmd worden. Bij een zeer vaak voorkomende uitvoering heeft de in de zeshoek ingeschreven cirkel een doorsnede van 40 mm. De hoogte van de stroken kan 40 tot 50 mm bedragen. Ze zijn uit papier- of kartongrondstof vervaardigd, dat door impregneren met een kunsthars, zoals fenol of melamin,
<EMI ID=16.1>
knikvastheid, in het bijzonder wanneer de deur blootstaat aan plaatselijk begrensde belastingen.
Volgens de uitvinding is doelmatig in beide dekplaten 12 en 14 voorzien in aiergleuven of -kerven 28, 30, 32. Deze hebben bij het getoonde uitvoeringsvoorbeeld de vorm van boven elkaar aangebrachte hoofdzakelijk vierhoekige panelen, zij'kunnen echter vanzelfsprekend elke andere gewenste vorm hebben. Ze worden doelmatig door middel van een freeswerktuig ingefreeed en hebben een diepte van ongeveer de halve plaatdikte, dat wil zeggen r
1,5 mm. In dwarsdoorsnede hebben de gleuven bij voorkeur een gebogen vorm, zoals uit fig. 3 blijkt.
Een binnenlichaam met honingraatvorm heeft, ongeacht of hij nu een erg klein deel van het plaatoppervlak inneemt of niet, een grote stevigheid,
<EMI ID=17.1>
platen in het bijzonder in de onmiddellijke nabijheid van de gleuven op kunnen treden. De gleuven 28 betekenen een verzwekking van de reede op zich zwakke vezelplaten 12, 14. Om breukplaataen te voorkomen, worden de gleuven in de hoeken bij voorkeur zo gevormd, dat ze een deelstuk met gekromde vorm hebben, zoals getoond bij 34. De gekromde vorm kan hierbij ofwel concaaf naar binnen gericht zijn, zoala in de fig. 1 en 2 weergegeven is, ofwel convex. Van belang is verder, dat bij scherpe richtingsveranderingen de over-
<EMI ID=18.1>
er zich geen scherpe hoeken in het midden van een zeshoek kunnen bevinden,
<EMI ID=19.1>
een hoekdeelstuk van de gleuf niet door het binnenlichaam ondersteund en zou <EMI ID=20.1>
ken* Om het uitwendig aanzien van de deur te verbeteren, kunnen de gleuven 28 een schildering krijgen, die afwijkt van de omgevende gladde deuroppervlakken. Dit kan zo plaatshebben, dat men de gefreesde gleuven zeer grof met kwast of verfspuit verft en daarna de gladde vlakken met een andere verf door middel van een een of meer verf rollen bedekt, die dan
<EMI ID=21.1>
daarin, om na grof verven van de gleuven het gehele oppervlak van de dekplaat te reinigen, zodat de daarop gebrachte verf verwijderd wordt. Daarna kan de plaat door middel van rollen met een andere verf bedekt worden of ook het hele oppervlak met transparante lak bedekt. De eerstgenoemde werkwijze is in het bijzonder voor gepigmenteerde, dekkende lakken ge-
<EMI ID=22.1>
parante oppervlaktebehandeling. Door de uitvinding is hiermee de mogelijkheid gesohapen, binnendekplaten op niet-massieve lichte binnenliohamen te
<EMI ID=23.1>
verf hebben.
De uitvinding is vanzelfsprekend niet beperkt tot de getoonde uitvoeringsvorm, maar kan in dit opzicht binnen het kader van de hieraan ten grondslag liggende hoofdgedachte veranderd worden. In het begrip "deur" zijn ook luiken inbegrepen. Do dekplaten, die een dikte tot 5 mm hebben,kunnen
<EMI ID=24.1>
<EMI ID=25.1>
kant geplaatste stroken op dezelfde wijze in meerdere richtingen georiën-
<EMI ID=26.1>
over stroken lopen, in het bijzonder wanneer ze recht zijn. Aan de andere
<EMI ID=27.1>
het gezamenlijke volume daarvan hoogstens een paar procent van het totale volume van het binnenlichaam uitmaakt.