BE851976A - PROCEDURE FOR MOISTURIZING AND FOLDING OF ARMS AND ARTICLES THEREFORE TREATED - Google Patents

PROCEDURE FOR MOISTURIZING AND FOLDING OF ARMS AND ARTICLES THEREFORE TREATED

Info

Publication number
BE851976A
BE851976A BE1007985A BE1007985A BE851976A BE 851976 A BE851976 A BE 851976A BE 1007985 A BE1007985 A BE 1007985A BE 1007985 A BE1007985 A BE 1007985A BE 851976 A BE851976 A BE 851976A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
emi
intestine
artificial
liquid
moistening
Prior art date
Application number
BE1007985A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Tee Pak Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US05/662,669 external-priority patent/US4062981A/en
Application filed by Tee Pak Inc filed Critical Tee Pak Inc
Priority claimed from GB27485/79A external-priority patent/GB1572266A/en
Publication of BE851976A publication Critical patent/BE851976A/en
Priority claimed from AU57416/80A external-priority patent/AU519838B2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22CPROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
    • A22C13/00Sausage casings
    • A22C13/0013Chemical composition of synthetic sausage casings
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22CPROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
    • A22C13/00Sausage casings
    • A22C13/0013Chemical composition of synthetic sausage casings
    • A22C13/0016Chemical composition of synthetic sausage casings based on proteins, e.g. collagen

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Materials For Medical Uses (AREA)
  • Processing Of Meat And Fish (AREA)
  • Orthopedics, Nursing, And Contraception (AREA)

Description

       

   <EMI ID=1.1> 

  
i

  
Prioriteit van de Amerikaanse octrooiaanvragen nr. 662.669,  ' ingediend op 1 maart 1976 ten name van Douglas Joseph ; Bridgeford en nr. 669.074, ingediend op 22 maart 1976 ten

  
 <EMI ID=2.1>  

  
Kunstdarmen, vervaardigd van een grote verscheidenheid van stoffen,zoals geregenereerde cellulose en bollageen,hebben algemeen succes verkregen als synthetisch vervangingsmiddel voor natuurlijke darmen bij het vervaardigen Van worstjes. Bij de vervaardiging van deze kunstdarmen, worden deze geëxtrudeerd in de vorm van een eindloze buis. Voor het gemak van behandeling en verzending worden de kunstdarnen geplooid, bijvoorbeeld door lengten van 12-60 m te comprimeren tot lengten in de orde van decimeters, bijvoorbeeld van
10-75 cm. De geëxtrudeerde darmen hebben in het algemeen een vochtgehalte tussen 10 en 14%. Ten einde deze darmen te ploo-

  
 <EMI ID=3.1> 

  
verwerkende industrie te gebruiken dienen de darmen een hoger

  
 <EMI ID=4.1> 

  
reerde-cellulosedarmen en van 24-26% voor collageendarmen. Wanneer het vochtgehalte van de darmen lager is dan de genoemde vereiste grenzen zijn de darmen te bros en scheuren veelal tijdens het plooien of het stoppen.

  
Ten einde het vochtgehalte van kunstdarmen te verhogen om ze plooibaar te maken, is reeds voorgesteld

  
de kunstdarmen inwendig te bevochtigen en tegelijkertijd te

  
 <EMI ID=5.1> 

  
een stroom water en een afzonderlijke stroom smeermiddel via

  
de plooidoorn. Bevochtiging heeft ook plaatsgevonden door water op de plooiwielen of de plooibanden te sproeien en vervolgens deze wielen of banden in contact te brengen met het buitenoppervlak van de darm. Ook is voorgesteld bevochtigingsmiddelen bij deze werkwijzen toe te passen in een hoeveelheid van 0,02-0,04 gew.% in de oplossing, ten einde de bevochtigingssnelheid van de darm te vergroten.

  
Tevens is voorgesteld bekledingen op het inwendige van darmen van geregenereerde cellulose aan te brengen tijdens het plooiproces. De bij deze werkwijzen toegepaste bekledingen worden op de darm aangebracht voor het verbeteren

  
van de verwijderbaarheid van de in die darmen behandelde worstjes. Bij deze werkwijzen worden als smeermiddelen waterige emulsies van plantaardige, minerale of paraffine-olie toegepast.

  
Ook is voorgesteld kunstdarmen te bevochjtigen nadat ze geplooid zijn door een mengsel van water en .smeermiddel op het oppervlak van de geplooide darm te sproe- <EMI ID=6.1> 

  
emulsies van plantaardige, dierlijke of geraffineerde oliën.

  
Uit andere werken blijkt dat een grote verscheidenheid van bekledingen is aangebracht op het inwendige

  
 <EMI ID=7.1> 

  
oplossingen door de plooidoorn te sproeien. Deze bekledingsoplossingen bevatten in het bijzonder 0,2-2 gew.% cetylalco,hol, geacetyleerde monoglyceriden van dierlijke en plantaar-

  
 <EMI ID=8.1> 

  
werkwijze voor het bevochtigen van kunstdarmen voor worstjes, waarbij ongeplooide darmen worden opgeblazen en over

  
een plooidocrnworden geleid. Onmiddellijk voor het plooien vindt bevochtiging van de darm plaats door een vochtverschaffende vloeistof, die een mengsel van water en ongeveer 0,5 tot

  
 <EMI ID=9.1> 

  
 <EMI ID=10.1> 

  
Door het toepassen van deze uitvinding worden kunstdarmen vervaardigd, die minder tekortkomingen vertonen wat betreft beschadigingen op de plooidoorn en

  
die minder poriën bevatten en die een grotere elasticiteit vertonen, ten einde scheuren tijdens het stoppen te voorkomen. De in overeenstemming met de uitvinding bevochtigde darmen kunnen op gebruikelijke plooimachines worden geplooid zonder vastlopen zoals veelal geschiedt wanneer waterige emulsies van minerale olie en plantaardige olie worden gebruikt. De werkwijze volgens de uitvinding verschaft een darm die een zeer gelijkmatig vochtgehalte heeft, wat niet toeneemt vanaf de gecomprimeerde toestand vlak na het afnemen. 

  
De in deze beschrijving gebruikte term "kunstdarm" heeft betrekking op kunstdarmen, vervaardigd van geregenereerde cellulose, vezel-achtige darmen zoals

  
 <EMI ID=11.1> 

  
'regenereren in en op de buis en kunstdarmen, vervaardigd van collageen, amylose, zetmeel of alginaten.

  
De vochtverschaffende vloeistof voor het

  
 <EMI ID=12.1> 

  
iteactieve middelen met smerende eigenschappen worden die opi

  
 <EMI ID=13.1> 

  
zal de darm vastkleven of hechten op de plooidoorn en de machine doen vastlopen. Dit vastlopen is economisch reeds ongewenst indien dit in aanzienlijke mate, d.w.z. eenmaal ;vastlopen per 10 haspels, m.a.w. per 15.000-18.000 m darm plaatsvindt.

  
 <EMI ID=14.1> 

  
eenvoudig roeren dispergeerbaar te zijn in water, zonder aanwezigheid van emulgeermiddelen. Het middel dient ook gedurende ten minste vier uur in een stabiele dispersie te blijven wanneer het zonder roeren gedispergeerd wordt in water. Zoals hiervoor vermeld zijn waterige emulsies van smerende ;oliën gebruikt voor het smeren van de binnenwand van kunst-

  
 <EMI ID=15.1> 

  
'kelijk dat de darm bevochtigd wordt in het korte tijdsverloop dat beschikbaar is tussen het contact met de waterige besproeiing en het contact met de plooiwielen, ten einde be-

  
 <EMI ID=16.1>   <EMI ID=17.1> 

  
De in water dispergeerbare oppervlakteactieve middelen volgens de uitvinding bevorderen niet alleen de bevochtiging en het uitspreiden voor het snel bevochj tigen van de darm, doch zorgen ook voor een dunne, gelijk-

  
 <EMI ID=18.1>  . ven. Het oppervlakteactieve smeermiddel vertraagt de bevochti- <EMI ID=19.1> 

  
! wordt gebruikt,word-t er onvoldoende oppervlakteactief.middel

  
 <EMI ID=20.1> 

  
het over de doorn bewegen te verkrijgen. Dit kenmerk verschilt

  
 <EMI ID=21.1> 

  
, len werden toegevoegd aan water en op de binnenwand van de darm warden gesproeid in een hoeveelheid van ongeveer 1/20 <EMI ID=22.1>  voor het verkrijgen van smerende eigenschappen voor de plooibewerking, hoewel bevochtiging tot stand der gebracht. Het grootste deel van de volgens de stand der techniek toegepaste . hoeveelheid oppervlakteactief middel diende echter voor het bevochtigen van de darm, d.w.z. voor het binnendringen van <EMI ID=23.1> 

  
Wanneer de hoeveelheid oppervlakteactief middel met smerende eigenschappen groter wordt dan ongeveer ' 5 gew.% van de bevochtigingsvloeistof bestaat het gevaar dat

  
 <EMI ID=24.1> 

  
:Onder zwellen wordt verstaan dat de geplooide darm niet in zijn compacte vorm blijft, doch expandeert na het afnemen.

  
 <EMI ID=25.1>  niet aan elkaar en zijn moeilijk te hanteren zonder barsteni

  
 <EMI ID=26.1> 

  
matische stopmachines.

  
Bij het toepassen van de uitvinding is de

  
 <EMI ID=27.1> 

  
eigenschappen een partiële vetzuurester van sorbitol en in

  
 <EMI ID=28.1> 

  
 <EMI ID=29.1> 

  
j een hoeveelheid van 0,5-5 gew.% en bij voorkeur van 0,8-1,5

  
1

  
;gew.% in water wordt gebracht voor het aanbrengen op de binnenwand van de darm, bedraagt de hoeveelheid oppervlakte-

  
 <EMI ID=30.1> 

  
van sorbitantrioleaat zodanig zijn, dat het voorkomen van <EMI ID=31.1>  lopen per 15.000 - 18.000 m geplooide darm. Dit is aanzienlijk lager dan verkregen wordt met darmen die bevochtigd zijn met water door de plooidoorn door gebruik te maken van een waterige emulsie van minerale of plantaardige olie als smeermiddel.

  
Een verder voordeel van sorbitantrioleaat als oppervlakte-actief middel is dat het de bevochtiging van :de darm verbetert voor het verkrijgen van een uitstekende soepelheid op het ogenblik dat de darm in contact komt met de plooiwielen. Dientengevolge veroorzaakt het ineendrukken

  
 <EMI ID=32.1> 

  
;Het voorkomen van porositeit in de volgens de uitvinding 'behandelde darmen is dan ook opmerkelijk laag. Naast dit ivoordeel zwelt de darm ook niet nadat deze geplooid is, zodat de geplooide darm gemakkelijk gehanteerd kan worden zon-

  
 <EMI ID=33.1>  

  
Hoewel uitstekende resultaten zijn verkre-

  
 <EMI ID=34.1> 

  
'mengsel van water en oppervlakte-actief middel en in het bijzonder van sorbitantrioleaat, is het soms wenselijk tijdens .het plooien-een extra smeermiddel toe te voeren in een luchtstroom. Smeermiddelen kunnen ook op het buitenoppervlak worden gesproeid, ten einde slijtage op de plooiwielen te verminderen. Gebruikelijke smeermiddelen voor deze toepassing zijn plantaardige en minerale oliën, gemengd met geacetyleerde monoglyceriden en polyoxyethyleen monoesters, bijvoorbeeld <EMI ID=35.1> 

  
Bij het plooien van collageendarmen is het in het bijzonder voordelig gebleken een partiële vetzuurester van glycerol op te nemen in de bevochtigingsvloeistof die

  
de partiële vetzuurester van sorbitol bevat. De toevoeging

  
 <EMI ID=36.1> 

  
jes tijdens het draaien voor het vormen van afbindingen. Dit verschijnsel wordt aangeduid met "breuk bij afbinding" en wanneer het percentage breuk bij afbinding hoger dan 2 a 3% is, zijn de darmen onaanvaardbaar voor het gebruik.

  
Door een mengsel van partiële vetzuuresters van glycerol en van sorbitol te gebruiken worden bevochtigde kunstdarmen van dierlijk huidcollageen verkregen die een grotere elasticiteit vertonen, wat gunstig is voor het voorkomen van breuk bij afbinding tijdens het stoppen.

  
De partiële oliezuuresters van glycerol zijn in het bijzonder nuttig voor het toepassen van de uitvinding

  
en zijn in de handel verkrijgbaar als mengsels van mono- en diglyceriden van de Glidden-Durkee Devision van SCM onder

  
het handelsmerk GMO. GMO bestaat uit 55 gaw.% van het monoglyceride van oliezuur, 35% van het diglyceride van oliezuur

  
en voor de rest hoofdzakelijk uit het triglyceride van oliezuur.

  
 <EMI ID=37.1>   <EMI ID=38.1> 

  
De partiële vetzuurester. van glycerol dient in het waterige bevochtigingsmiddel aanwezig te zijn in een concentratie van meer dan 0,1 gew.%. Zoals hierna zal worden I toegelicht veroorzaakt de toevoeging van 0,1 gew.% van de partiële vetzuurester van glycerol in de bevochtigingsvloeistof :en ongewenste verhoging van het percentage breuk bij afbinding

  
 <EMI ID=39.1> 

  
,vloeistof in de orde van 0,12-1,0 gew.% te liggen. Hoewel !concentraties van deze glycerolester van meer dan 1 gew.%

  
 <EMI ID=40.1> 

  
 <EMI ID=41.1> 

  
;de concentratie van deze glycerolester tussen 0,15-1,0 gew.%

  
 <EMI ID=42.1> 

  
,tijdens normale plooibewerkingen een hoeveelheid van 15-155 mg ,glycerolester per m <2> darmoppervlak verkregen worden. De sorbitanvetzuurester, bijvoorbeeld sorbitantrioleaat, van het vetzuurestermengsel is in een hoeveelheid van 0,5-2,0 gew.% en bij voorkeur van ongeveer van 0,8-1,5 gew.% aanwszig in

  
de bevochtigingsvloeistof. Als vuistregel kan dienen dat bij verlaging van de glycerolester in de richting van de benedenconcentratiegrens de hoeveelheid sorbitanester vergroot dient

  
 <EMI ID=43.1> 

  
Omgekeerd geldt ook dat bij verlaging van de sorbitanesterconcentratie, bijvoorbeeld tot 0,5% de glycerolesterconcentratie verhoogd dient te worden, met bijvoorbeeld tot 1%.

  
De sorbitanester wordt op de binnenwand van de darm aangebracht in een hoeveelheid van 62-155 mg/m&#65533; darmoppervlak. De bevochtigingsvloeistof volgens de uitvinding dient op de darm voor het plooien te worden aangebracht, waarvoor diverse methoden geschikt zijn. Eén van de beste methoden voor het aanbrengen van de vloeistof tegen de binnenwand van de darm is tijdens het eigenlijke plooiproces. De in het Amerikaanse octrooischrift :3,451,827 beschreven inrichting is zeer geschikt voor het be-  vochtigen van de darm voor het plooien. Deze inrichting is voorzien van een sproeisysteem voor het aanbrengen van de  bevochtigingsvloeistof op de binnenwand van de darm,vlak 

  
 <EMI ID=44.1> 

  
zijn te beschouwen als gewichtspercentages.

  
i Voorbeeld 1

  
Kunstdarmen ven geregenereerde cellulose

  
 <EMI ID=45.1> 

  
idens het plooiproces door toepassing van de in het Amerikaan-

  
 <EMI ID=46.1> 

  
'dergelijke inrichting de voorkeur verdient, daar deze voorzien is van een sproeistelsel voor het aanbrengen van vloeistof op de binnenzijde van de darm, kan andere apparatuur 'voor het aanbrengen van een vloeistof als een binnenbekleding op de binnenwand van de darm tijdens het plooien worden gebruikt.

  
Zes bevochtigingsvloeistoffen werden bereid

  
 <EMI ID=47.1> 

  
oleaat te dispergeren in water. Van haspels lopende droge, d.w.z. 10% water bevattende, platgedrukte kunstdarm van geregenereerde cellulose met een diameter van 24 mm en een wand-

  
 <EMI ID=48.1> 

  
plooid. Bij het passeren van de doorn werd de binnenwand van de kunstdarm in contact gebracht met een f ijne nevel van de bovenbeschreven vloeistoffen. Elke darm werd bekleed met ongeveer 0,46 mg bevochtigingsvloeistof per m darmoppervlak. Elk geplooid stuk darm bevatte 37,5 m darm en was voorzien van ongeveer 11,6 mg - 465 mg sorbitantrioleaat per m<2> darmoppervlak. Het vochtgehalte van de darm bedroeg 18% plus of min 2%.

  
De darm plooide zeer gelijkmatig bij sorbitanesterconcentraties van 0,5-10% en de darm liep niet vast tijdens het plooien van 15.000 m. De behandelde darm vertoonde goede gebruikseigenschappen, d.w.z. bij het stoppen, doch de stukken darm, die behandeld waren met de vloeistoffen, die <EMI ID=49.1>  

I 

  
0,25% en 10% sorbitantrioleaat bevatten, vertoonden niet j.  zulke goede eigenschappen als de stukken darm behandeld met vloeistoffen die 0,5-5% sorbitantrioleaat bevatten. Bij een sorbitantrioleaatgehalte van 0,25% bleken meer poriën in de j darm aanwezig te zijn en ook meer problemen tijdens het ploo-

  
 <EMI ID=50.1> 

  
oorzaakt ten gevolge van de lage concentratie smeermiddel op

  
 <EMI ID=51.1> 

  
: sorbitantrioleaat was goed te verwerken, doch vertoonde een neiging tot zwellen.

  
De beste plooiresultaten werden verkregen

  
 <EMI ID=52.1> 

  
de 1% vloeistof was gebruikt één defect per 1400 stukken darm werd waargenomen. In een andere fabriek bleek dat 30 ,defecten per 200 stukken darm werden waargenomen. Gebaseerd op een reeks stopproeven met als resultaten 1 defect per 1400

  
 <EMI ID=53.1> 

  
sloten dat de breukfrequentie bij de stopbewerking ten opzich. te van in de handel verkrijgbare darmen ven geregenereerde cellulose is verminderd.

  
Hoewel de resultaten varieerden in afhankelijkheid van de fabrieken, was de conclusie dat de darmen in het algemeen een beter gedrag vertoonden dan in de handel verkrijgbare cellulose kunstdarmen, behandeld door middel van bevochtigingsmethoden volgens de stand der techniek.

  
Voorbeeld 2

  
Geplooide stukken darm werden vervaardigd door een bevochtigingsvloeistof, bestaande uit 1% sorbitan; trioleaat in water op de binnenwand van cellulose kunstdarm

  
 <EMI ID=54.1> 

  
 <EMI ID=55.1>  .'ongeveer 18'gew.%. Met een luchtstroom voor het opblazen van <EMI ID=56.1> 

  
veelheid van 0,3'g per stuk darm van 30 m lengte en van 24 mm diameter.

  
Kenmerkende standdaard stopproeven met verscheidene duizenden stukken darm toonden een breukgehalte van 0,2-0,4%. Gebruikelijke darm, bevochtigd door middel van methoden volgens de stand der techniek vertoonden 2-3% breuk onder overeenkomstige beproevingsomstandigheden.

  
Voorbeeld 3

  
De werkwijze volgens voorbeeld 1 werd herhaald, met als verschil dat 12-15 m lange stukken collageendarmen werden gebruikt in plaats van geregenereerde cellulosedarm. De onbehandelde collageendarm had een diamter van 21 mm, een wanddikte van ongeveer 686 u en een vochtgehalte van 8-12%. De stukken darm werden over een plooidoorn geleid en

  
 <EMI ID=57.1> 

  
contact gebracht met een 1% sorbitantrioleaat bevattende waterige oplossing. De darm plooide gelijkmatig en bleek een vochtgehalte van meer dan 24% te vertonen.

  
Voorbeeld 4

  
Van collageen geëxtrudeerde kunstdarmen werden bevochtigd tijdens het plooiproces door de in het Amerikaanse octrooischrift 3,451.827 beschreven inrichting met een besproeiingstelsel voor het aanbrengen van vloeistof op de binnenwand van de darm te gebruiken.

  
De bevochtigingsvloeistof werd bereid door 1% sorbitantrioleaat en 0,2% GMO te dispergeren in een waterige oplossing. Een haspel met droge, d.w.z. 14% water bevattende, collageendarm in platte vorm met een diameter

  
 <EMI ID=58.1> 

  
plooidoorn gevoerd en geplooid. Tijdens het over de doorn lopen werd de binnenwand van de darm in contact gebracht met een fijne nevel van de waterige dispersie, waarbij 8 ml vloeistof per stuk darm van 12 m werd aangebracht. Bij deze 

I

  
 <EMI ID=59.1> 

  
 <EMI ID=60.1> 

  
Het vochtgehalte van de darm was ongeveer 24%.

  
De darm werd zeer gelijkmatig geplooid. Bij het stoppen en het afbinden gedroeg de darm zich goed, waarbij een breukpercentage bij het afbinden van 0,94% werd waargenomen wanneer de darm werd gestopt en afgebonden in een vleesverwerkende industrie.

  
Ter vergelijking werd de werkwijze volgens voorbeeld 4 herhaald, met als verschil dat in het water voor

  
 <EMI ID=61.1> 

  
Bij het stoppen en afbinden bleek de geplooide darm een breukpercentage van 2,20% te vertonen.

  
Voorbeeld 5

  
Bij een volgende proef werd een geplooid stuk collageendarm vervaardigd door een bevochtigingsvloeistof, bestaande uit 1% sorbitantrioleaat en 0,2% GMO in water op de binnenwand van de darm te sproeien op de in het voorgaande voorbeeld beschreven wijze. Het sorbitantrioleaat was op

  
 <EMI ID=62.1> 

  
darmoppervlak en het GMO was aanwezig in een hoeveelheid van 22 mgjm<2> darmoppervlak, terwijl het vochtgehalte van de darm werd verhoogd tot ongeveer 24 gew.%.

  
Ter'vergelijking werd de werkwijze van dit voorbeeld herhaald in een reeks proeven, met als verschil

  
 <EMI ID=63.1> 

  
tigingsvloeistof aanwezig was, bij weer een andere 1% sorbi-

  
 <EMI ID=64.1> 

  
voegsels in de bevochtigingsvloeistof 2,5% sorbitantrioleaat en 1% carboxymethylcellulose (CMC). waren.

  
Het percentage breuk bij afbinding bij het stoppen en afbinden in een vleesverwerkende industrie van de overeenkomstig dit voorbeeld bevochtigde collageendarmen evenals dat van de vergelijkingsproeven werd geregistreerd. Het percentage breuk van deze stukken darm is vermeld in de vol-

  
 <EMI ID=65.1>  

  
 <EMI ID=66.1> 

  

 <EMI ID=67.1> 


  
 <EMI ID=68.1> 

  
bij vergelijking met collageendarmen die bevochtigd zijn met waterige dispersies, die toevoegsels bevatten die niet voldoen aan de criteria van de uitvinding (proeven nrs. 2-4). 

  
!

  
 <EMI ID=69.1> 



   <EMI ID = 1.1>

  
i

  
Priority of U.S. Patent Application No. 662,669, filed March 1, 1976 to Douglas Joseph; Bridgeford and No. 669,074, filed March 22, 1976 at

  
 <EMI ID = 2.1>

  
Artificial casings made from a wide variety of materials, such as regenerated cellulose and spheroidal layer, have achieved widespread success as a synthetic natural casing substitute in sausage manufacturing. In the manufacture of these synthetic casings, they are extruded in the form of an endless tube. For ease of handling and shipping, the artificial drones are pleated, for example by compressing lengths of 12-60 m to lengths of the order of decimeters, for example from
10-75 cm. The extruded casings generally have a moisture content of between 10 and 14%. In order to fold these bowels

  
 <EMI ID = 3.1>

  
processing industry to use the intestines a higher

  
 <EMI ID = 4.1>

  
re-cellulose intestines and from 24-26% for collagen casings. When the moisture content of the intestines is lower than the stated required limits, the intestines are too brittle and often rupture during folding or plugging.

  
In order to increase the moisture content of artificial casings to make them pliable has already been proposed

  
to moisturize the artificial intestines internally and at the same time

  
 <EMI ID = 5.1>

  
a stream of water and a separate stream of lubricant through

  
the buckthorn. Wetting has also taken place by spraying water on the crimping wheels or the crimping bands and then bringing these wheels or bands into contact with the outer surface of the intestine. It has also been proposed to use wetting agents in these methods in an amount of 0.02-0.04% by weight in the solution, in order to increase the wetting rate of the intestine.

  
It has also been proposed to apply coatings of regenerated cellulose to the interior of intestines during the crimping process. The coatings used in these methods are applied to the intestine for enhancement

  
of the removability of the sausages treated in those intestines. In these processes, aqueous emulsions of vegetable, mineral or paraffin oil are used as lubricants.

  
It has also been proposed to wet artificial casings after they have been pleated by spraying a mixture of water and lubricant onto the surface of the pleated intestine. <EMI ID = 6.1>

  
emulsions of vegetable, animal or refined oils.

  
Other works show that a wide variety of coatings have been applied to the interior

  
 <EMI ID = 7.1>

  
solutions by spraying the pleated mandrel. These coating solutions contain in particular 0.2-2% by weight of cetyl alcohol, hollow acetylated monoglycerides of animal and vegetable

  
 <EMI ID = 8.1>

  
method of moistening artificial casings for sausages, wherein unfolded casings are inflated and over

  
a folds are led. Immediately before folding, the bowel is wetted by a moisturizing liquid comprising a mixture of water and about 0.5 to

  
 <EMI ID = 9.1>

  
 <EMI ID = 10.1>

  
By applying this invention, artificial casings are manufactured which exhibit fewer shortcomings in terms of damage to the pleat mandrel and

  
which have fewer pores and which exhibit greater elasticity to prevent cracking during plugging. The casings wetted in accordance with the invention can be crimped on conventional pleating machines without jamming as is often the case when aqueous emulsions of mineral oil and vegetable oil are used. The method of the invention provides an intestine that has a very uniform moisture content, which does not increase from the compressed state just after collection.

  
The term "artificial casing" as used in this specification refers to artificial casings made of regenerated cellulose, fibrous casings such as

  
 <EMI ID = 11.1>

  
regeneration in and on the tube and artificial intestines, made of collagen, amylose, starch or alginates.

  
The moisturizing liquid for it

  
 <EMI ID = 12.1>

  
itactive agents with lubricating properties are called opi

  
 <EMI ID = 13.1>

  
will stick or suture the casing on the arbor and jam the machine. This jamming is already economically undesirable if it occurs to a significant extent, i.e. once per reel, i.e. per 15,000-18,000 m of casing.

  
 <EMI ID = 14.1>

  
easily stirred to be dispersible in water, without the presence of emulsifying agents. The agent should also remain in a stable dispersion for at least four hours when dispersed in water without stirring. As mentioned above, aqueous emulsions of lubricating oils have been used to lubricate the inner wall of artificial

  
 <EMI ID = 15.1>

  
For example, that the intestine is wetted in the short period of time available between contact with the aqueous spray and contact with the folding wheels, in order to complete.

  
 <EMI ID = 16.1> <EMI ID = 17.1>

  
The water-dispersible surfactants of the invention not only promote wetting and spreading to quickly wet the intestine, but also provide a thin, uniform appearance.

  
 <EMI ID = 18.1>. ven. The surfactant lubricant retards the wetting <EMI ID = 19.1>

  
! is used, insufficient surfactant is used

  
 <EMI ID = 20.1>

  
to get it moving over the mandrel. This characteristic differs

  
 <EMI ID = 21.1>

  
They were added to water and sprayed on the inner wall of the intestine in an amount of about 1/20 <EMI ID = 22.1> to obtain lubricating properties for the pleating operation, although wetting was achieved. Most of the used in the prior art. amount of surfactant, however, served to moisten the intestine, i.e. to penetrate <EMI ID = 23.1>

  
When the amount of surfactant with lubricating properties exceeds about 5% by weight of the wetting liquid, there is a danger that

  
 <EMI ID = 24.1>

  
: By swelling it is meant that the pleated intestine does not remain in its compact form, but expands after being reduced.

  
 <EMI ID = 25.1> not together and are difficult to handle without cracks

  
 <EMI ID = 26.1>

  
tamping machines.

  
In practicing the invention, the

  
 <EMI ID = 27.1>

  
properties a partial fatty acid ester of sorbitol and in

  
 <EMI ID = 28.1>

  
 <EMI ID = 29.1>

  
j an amount of 0.5-5% by weight, and preferably 0.8-1.5

  
1

  
% by weight is placed in water before application to the inner wall of the intestine, the amount of surface area

  
 <EMI ID = 30.1>

  
of sorbitan trioleate, such that the occurrence of <EMI ID = 31.1> walking per 15,000-18,000 m pleated intestine. This is considerably lower than that obtained with intestines wetted with water through the buckle mandrel using an aqueous emulsion of mineral or vegetable oil as a lubricant.

  
A further advantage of sorbitan trioleate as a surfactant is that it improves the wetting of the intestine to provide excellent flexibility when the intestine comes into contact with the folding wheels. As a result, it causes squeezing

  
 <EMI ID = 32.1>

  
The incidence of porosity in the intestines treated according to the invention is therefore remarkably low. In addition to this benefit, the bowel does not swell after it has been folded, so that the folded bowel can be easily handled without

  
 <EMI ID = 33.1>

  
Although excellent results have been obtained

  
 <EMI ID = 34.1>

  
In a mixture of water and surfactant, and in particular of sorbitan trioleate, it is sometimes desirable to supply additional lubricant in an air stream during bending. Lubricants can also be sprayed on the outer surface to reduce wear on the crimping wheels. Common lubricants for this application are vegetable and mineral oils mixed with acetylated monoglycerides and polyoxyethylene monoesters, for example <EMI ID = 35.1>

  
In folding collagen casings it has been found to be particularly advantageous to include a partial fatty acid ester of glycerol in the moistening fluid

  
contains the partial fatty acid ester of sorbitol. The addition

  
 <EMI ID = 36.1>

  
while twisting to form bonds. This phenomenon is referred to as "fracture on ligation" and when the fracture fracture on ligation is greater than 2 to 3%, the intestines are unacceptable for use.

  
By using a mixture of partial fatty acid esters of glycerol and of sorbitol, moisturized animal skin collagen artificial intestines are obtained which exhibit greater elasticity, which is beneficial in preventing breakage on ligation during stopping.

  
The partial oleic acid esters of glycerol are especially useful for practicing the invention

  
and are commercially available as mixtures of mono- and diglycerides from the Glidden-Durkee Devision of SCM under

  
the trademark GMO. GMO consists of 55 wt.% Of the monoglyceride of oleic acid, 35% of the diglyceride of oleic acid

  
and otherwise mainly from the triglyceride of oleic acid.

  
 <EMI ID = 37.1> <EMI ID = 38.1>

  
The partial fatty acid ester. of glycerol should be present in the aqueous humectant at a concentration greater than 0.1% by weight. As will be explained below, the addition of 0.1% by weight of the partial fatty acid ester of glycerol in the wetting liquid causes an undesirable increase in the percentage of breakage on ligation.

  
 <EMI ID = 39.1>

  
, liquid should be on the order of 0.12-1.0% by weight. Although concentrations of this glycerol ester of more than 1% by weight

  
 <EMI ID = 40.1>

  
 <EMI ID = 41.1>

  
the concentration of this glycerol ester between 0.15-1.0% by weight

  
 <EMI ID = 42.1>

  
, during normal folding operations an amount of 15-155 mg, glycerol ester per m <2> intestinal surface can be obtained. The sorbitan fatty acid ester, e.g., sorbitan trioleate, of the fatty acid ester mixture is present in an amount of 0.5-2.0% by weight, and preferably about 0.8-1.5% by weight.

  
the dampening liquid. As a rule of thumb, if the glycerol ester is lowered towards the lower concentration limit, the amount of sorbitan ester should be increased.

  
 <EMI ID = 43.1>

  
Conversely, it also holds that when the sorbitan ester concentration is lowered, for example to 0.5%, the glycerol ester concentration must be increased, for example to 1%.

  
The sorbitan ester is applied to the inner wall of the intestine in an amount of 62-155 mg / m &#65533; intestinal surface. The moistening liquid according to the invention should be applied to the intestine before folding, for which various methods are suitable. One of the best methods of applying the liquid to the inner wall of the intestine is during the actual folding process. The device described in U.S. Pat. No. 3,451,827 is well suited for moistening the intestine prior to pleating. This device is equipped with a spray system for applying the moistening liquid to the inner wall of the intestine, flat

  
 <EMI ID = 44.1>

  
are to be regarded as percentages by weight.

  
i Example 1

  
Artificial casings made from regenerated cellulose

  
 <EMI ID = 45.1>

  
idens the folding process by applying the American

  
 <EMI ID = 46.1>

  
Such a device is preferred, as it is provided with a spray system for applying liquid to the interior of the intestine, other equipment for applying a liquid to the interior wall of the intestine can be used as an inner lining during crimping. .

  
Six wetting liquids were prepared

  
 <EMI ID = 47.1>

  
to disperse oleate in water. Dry, i.e. 10% water-containing, squeezed artificial casing of regenerated cellulose with a diameter of 24 mm and a wall

  
 <EMI ID = 48.1>

  
pleated. As the mandrel passed, the inner wall of the artificial intestine was brought into contact with a fine mist of the above-described liquids. Each intestine was coated with approximately 0.46 mg of humectant per m 2 of intestinal area. Each pleated piece of intestine contained 37.5 m of intestine and was supplied with approximately 11.6 mg - 465 mg of sorbitan trioleate per m <2> of intestinal surface. The moisture content of the intestine was 18% plus or minus 2%.

  
The intestine pleated very evenly at sorbitan ester concentrations of 0.5-10% and the intestine did not become stuck during the 15,000 m folding. The treated intestine showed good handling properties, i.e. when stopping, but the pieces of intestine treated with the fluids , which <EMI ID = 49.1>

I.

  
0.25% and 10% sorbitan trioleate did not show such good properties as the pieces of intestine treated with liquids containing 0.5-5% sorbitan trioleate. At a sorbitan trioleate content of 0.25%, more pores were found in the intestine and more problems during folding.

  
 <EMI ID = 50.1>

  
due to the low concentration of lubricant

  
 <EMI ID = 51.1>

  
Sorbitan trioleate was easy to process, but showed a tendency to swell.

  
The best bending results were obtained

  
 <EMI ID = 52.1>

  
the 1% liquid was used, one defect per 1400 pieces of intestine was observed. In another factory it was found that 30 defects per 200 pieces of intestine were observed. Based on a series of shutdown tests with results of 1 defect per 1400

  
 <EMI ID = 53.1>

  
Concludes that the break frequency in the stop operation is compared. Too of commercially available casings of regenerated cellulose is reduced.

  
Although the results varied depending on the plants, it was concluded that the intestines generally showed better performance than commercially available cellulose artificial casings treated by prior art wetting methods.

  
Example 2

  
Pleated pieces of intestine were prepared by a moistening liquid consisting of 1% sorbitan; trioleate in water on the inner wall of cellulose artificial casing

  
 <EMI ID = 54.1>

  
 <EMI ID = 55.1> "about 18% by weight. With an air flow for inflating <EMI ID = 56.1>

  
multiplicity of 0.3 g per piece of casing of 30 m length and 24 mm diameter.

  
Typical standard stop tests with several thousand pieces of intestine showed a fracture content of 0.2-0.4%. Conventional gut wetted by prior art methods showed 2-3% breakage under similar test conditions.

  
Example 3

  
The procedure of Example 1 was repeated except that 12-15 m lengths of collagen casings were used instead of regenerated cellulose casing. The untreated collagen casing had a diameter of 21 mm, a wall thickness of about 686 µ and a moisture content of 8-12%. The pieces of intestine were passed over a thorn and

  
 <EMI ID = 57.1>

  
contacted with an aqueous solution containing 1% sorbitan trioleate. The intestine creased evenly and was found to have a moisture content of more than 24%.

  
Example 4

  
Collagen extruded artificial casings were wetted during the crimping process using the apparatus described in U.S. Pat. No. 3,451,827 having a spray system for applying liquid to the inner wall of the intestine.

  
The wetting liquid was prepared by dispersing 1% sorbitan trioleate and 0.2% GMO in an aqueous solution. A reel with dry, i.e. 14% water containing, collagen casing in flat shape with a diameter

  
 <EMI ID = 58.1>

  
pleated thorn lined and pleated. While walking on the mandrel, the inner wall of the intestine was contacted with a fine mist of the aqueous dispersion, applying 8 ml of liquid per 12 m piece of intestine. Hereby

I.

  
 <EMI ID = 59.1>

  
 <EMI ID = 60.1>

  
The intestinal moisture content was approximately 24%.

  
The intestine was folded very evenly. The gut behaved well on stopping and ligation, with a 0.94% ligation fracture rate observed when the intestine was plugged and ligated in a meat processing industry.

  
For comparison, the procedure of Example 4 was repeated, except that in the water for

  
 <EMI ID = 61.1>

  
The pleated intestine was found to have a fracture rate of 2.20% upon stopping and tying.

  
Example 5

  
In a subsequent test, a pleated piece of collagen casing was prepared by spraying a wetting fluid consisting of 1% sorbitan trioleate and 0.2% GMO in water onto the inner wall of the intestine in the manner described in the previous example. The sorbitan trioleate had run out

  
 <EMI ID = 62.1>

  
intestinal surface and the GMO was present in an amount of 22 mg / m <2> intestinal surface, while the intestinal moisture content was increased to about 24% by weight.

  
For comparison, the procedure of this example was repeated in a series of tests, with the difference

  
 <EMI ID = 63.1>

  
liquid was present, with yet another 1% sorbent

  
 <EMI ID = 64.1>

  
additives in the moistening liquid 2.5% sorbitan trioleate and 1% carboxymethyl cellulose (CMC). goods.

  
The percent breakage at setting upon plugging and ligation in a meat processing industry of the collagen casings wetted according to this example as well as that of the comparison tests were recorded. The percentage breakage of these pieces of intestine is given in the following

  
 <EMI ID = 65.1>

  
 <EMI ID = 66.1>

  

 <EMI ID = 67.1>


  
 <EMI ID = 68.1>

  
when compared to collagen casings wetted with aqueous dispersions containing additives not meeting the criteria of the invention (Runs Nos. 2-4).

  
!

  
 <EMI ID = 69.1>


    

Claims (1)

<EMI ID=70.1> <EMI ID = 70.1> 1. Werkwijze voor het bevochtigen van een kunstdarm op een plooimachine door een bevochtigingsvloeistof in contact te brengen met de binnenwand van ongeplooide darm en de darm vervolgens te plooien, met het kenmerk, dat als bevochtigingsvloeistof een mengsel wordt gebruikt, dat water en ongeveer 0,5-5% van een oppervlakte-actief middel met smerende eigenschappen bevat, welke vloeistof in een zodanige hoeveelheid op de darm wordt gebracht, dat daarop 23-232 mg 1. A method of moistening an artificial casing on a pleating machine by contacting a moistening fluid with the inner wall of an uncompleted intestine and then pleating the intestine, characterized in that the moistening fluid used is a mixture comprising water and about 0%. 5-5% of a surfactant with lubricating properties, which liquid is applied to the intestine in such an amount that it contains 23-232 mg. <EMI ID=71.1> <EMI ID = 71.1> 2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de kunstdarm bestaat uit geregenereerde cellulose. 2. A method according to claim 1, characterized in that the artificial casing consists of regenerated cellulose. 3. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de kunstdarm bestaat uit collageen. A method according to claim 1, characterized in that the artificial intestine consists of collagen. <EMI ID=72.1> <EMI ID = 72.1> <EMI ID=73.1> <EMI ID = 73.1> kenmerk, dat de partiële vetzuurester van sorbitol sorbitantrioleaat is. characterized in that the partial fatty acid ester of sorbitol is sorbitan trioleate. <EMI ID=74.1> <EMI ID = 74.1> kenmerk, dat ongeveer, 0,8-2,5% sorbitantrioleaat aanwezig is characterized in that approximately 0.8-2.5% sorbitan trioleate is present <EMI ID=75.1> <EMI ID = 75.1> 7.. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de ccllageendarm wordt bevochtigd met een be: vochtigingsvloeistof, die naast water en een partiële vet- 7. A method according to claim 4, characterized in that the collagen casing is wetted with a moistening liquid which, in addition to water and a partial fat <EMI ID=76.1> <EMI ID = 76.1> :kenmerk, dat de partiële vetzuuresters beide oliezuuresters Characteristic that the partial fatty acid esters are both oleic acid esters . zijn. . to be. 9. Werkwijze volgens conclusie 7, met het The method of claim 7, including the <EMI ID=77.1> <EMI ID = 77.1> !ceriden is. <EMI ID=78.1> ! ceriden. <EMI ID = 78.1> sies 7-9, met het kenmerk, dat de glycerolester in een hoe;veelheid van meer dan 0,1 gew.% aanwezig is in de bevochtigingsvloeistof. Sions 7-9, characterized in that the glycerol ester is present in an amount of more than 0.1% by weight in the moistening liquid. 11. Werkwijze volgens één van de conclusies 7-10, met het kenmerk, dat de glycerolester aanwezig is in een concentratie van 0,12-1,0 gew.% A method according to any one of claims 7-10, characterized in that the glycerol ester is present in a concentration of 0.12-1.0% by weight <EMI ID=79.1> <EMI ID = 79.1> toepassing van de werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies. application of the method according to any one of the preceding claims. <EMI ID=80.1> <EMI ID = 80.1> i i
BE1007985A 1976-03-01 1977-03-01 PROCEDURE FOR MOISTURIZING AND FOLDING OF ARMS AND ARTICLES THEREFORE TREATED BE851976A (en)

Applications Claiming Priority (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05/662,669 US4062981A (en) 1974-07-15 1976-03-01 Humidifying and shirring artificial sausage casing
GB27485/79A GB1572266A (en) 1976-03-01 1977-03-01 Process for humidifying and shirring artificial sausage casing
AU57416/80A AU519838B2 (en) 1976-03-01 1980-04-10 Humidifying and shirring sausage casing

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE851976A true BE851976A (en) 1977-09-01

Family

ID=27155137

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE1007985A BE851976A (en) 1976-03-01 1977-03-01 PROCEDURE FOR MOISTURIZING AND FOLDING OF ARMS AND ARTICLES THEREFORE TREATED

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE851976A (en)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
DE69113157T2 (en) Acid-resistant removable covers.
CA1105311A (en) Internally coated sausage casing with improved meat release composition
US5690977A (en) Tubular food casing having a modified liquid smoke solution applied thereto and process of making
EP0109611A2 (en) Peelable tubular casings for foodstuffs, especially sausage casings
EP0502431B1 (en) Tubular casings for foodstuffs with an improved peel-off ability
US4062981A (en) Humidifying and shirring artificial sausage casing
JPH0740861B2 (en) Strippable fibrous food casing impregnated with smoked liquid, manufacturing and use
CA1209396A (en) Arabinogalactans as release additives for cellulose containing casings
EP0700637B1 (en) Tubular cellulose-hydrate-based food casing impregnated with liquid smoke
EP0502432B1 (en) Tubular casings for foodstuffs with an improved peel-off ability
US5480691A (en) Tubular food casing having improved peelability
FI60102C (en) LAETT AVSKALTAT KORVSKINN AV REGENERERAD CELLULOSA SAMT FOERFARANDE FOER FRAMSTAELLNING AV DETSAMMA
BE851976A (en) PROCEDURE FOR MOISTURIZING AND FOLDING OF ARMS AND ARTICLES THEREFORE TREATED
US4062980A (en) Humidifying and shirring edible collagen sausage casing
FI63325C (en) FOERFARANDE FOER BEFUKTNING OCH VECKNING AV ETT KONSTGJORT KORVSKINN
US5914141A (en) Easy peeling wiener casings via use of enzymes
US20040043166A1 (en) Release coating for food casing
MXPA97001515A (en) Improvements in the production of tubular cellulose wraps for meat products, especially for embuti
DE2918164A1 (en) MODIFIED LIQUID SMOKE
JPS6031456B2 (en) Treatment method for tubular cellulose casing
AT375815B (en) METHOD FOR THE PRODUCTION OF A HOSE-SHAPED FOOD SHELL, PREFERRED TO ANY FIBER-REINFORCED CELLULOSE-HELL, A COLLAGEN-HELLED AND, IF ANY, FIBER-RECHARGED, HELLO-IMPROVED, HELLO-IMPROVED, HELLO-PURPOSE
IE44780B1 (en) A process for humidifying ans shirring artificial sausage casing
JPS6192523A (en) Release agent for food casing
DE3409746A1 (en) Process for lining the inner wall of a cellulose casing serving for the production of sausages
JPS6192524A (en) Release agent for food casing

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: TEEPAK INC.

Effective date: 19970301