BE856087A - Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt - Google Patents

Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt

Info

Publication number
BE856087A
BE856087A BE178761A BE178761A BE856087A BE 856087 A BE856087 A BE 856087A BE 178761 A BE178761 A BE 178761A BE 178761 A BE178761 A BE 178761A BE 856087 A BE856087 A BE 856087A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
core
pin
key
opening
slot
Prior art date
Application number
BE178761A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Litto N V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Litto N V filed Critical Litto N V
Priority to BE178761A priority Critical patent/BE856087A/nl
Publication of BE856087A publication Critical patent/BE856087A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E05LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
    • E05BLOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
    • E05B27/00Cylinder locks or other locks with tumbler pins or balls that are set by pushing the key in

Landscapes

  • Details Of Connecting Devices For Male And Female Coupling (AREA)

Description


  "Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt".

  
De uitvinding heeft betrekking op een cilinderslot dat een leger bevat, dat van een dwars er doorheen lopende opening en van een aantal, dwars op deze opening gerichte, op een in de langsrichting ervan lopende rij gelegen,

  
op deze opening uitgevende stiftopeningetjes waarvan het van

  
de eerstgenoemde opening afgekeerde einde afgesloten is,  voorzien is,welk slot ook een kern bevat die draaibaar in de eerstgenoemde opening gemonteerd is, die van een, op ten minste een van zijn einden uitgevende, sleuf voor een sleutel voorzien is en die tevens van een aantal op zijn zijwand uitgevende stiftopeningetjes welke de sleuf voor de sleutel snijden, voorzien is, welke voor een stand van de kern in het leger juist tegenover en in het verlengde van

  
 <EMI ID=1.1> 

  
ook een aantal vergrendelstiften bevat, die elk uit ten minste twee delen bestaan, die in de voorgenoemde stiftopeningetjes steken, en per vergrendelstift ten minste een verend element bevat dat in het overeenstemmende openingetje in het leger steekt en de stift uit deze opening duwt, waarbij de lengte van de delen van de vergrendelstiften en het verende element zo is dat het, het dichtst bij het verende elementgelegen, deel van elke vergrendelstift deels iri een openingetje in de.kern en deels in een openingetje in het leger steekt en dus rotatie van de kern in de behuizing belet wanneer de stiftopeningetjes in de kern en het leger tegenover elkaar liggen en enkel het verende element op de vergrendel stift inwerkt, maar een passende .sleutel in de sleuf de in <EMI ID=2.1>  deze sleuf zittende delen v&#65533;

  n de vergrendelstiften wegduwt tot de scheiding tussen de delen van elke stift samenvalt met de

  
 <EMI ID=3.1> 

  
kan draaien.

  
Bij bekende cilindersloten van deze soort bezit de sleuf voor de sleutel over gans de lengte van de kern dezelfde breedte. De erbij passende sleutel bevat tussen de baard en de kop een uitsteeksel dat niet in de sleuf kan en, bij het inbrengen van de sleutel in dé sleuf als een aanslag door het uiteinde van de kern tegengehouden wordt. Op de vertanding van de baard na vertonen de sleutels behorende bij deze bekende cilindersloten van een fabrikant veel gelijkenis met de sleutels behorende bij sloten van andere fabrikanten, althans indien de sloten dezelfde bestemming hebben, bijvoorbeeld voor deuren. Door de fabrikanten worden dan ook basissleutels in de handel gebracht waarvan de basis nog niet van tanden voorzien is, welke basissleutels gebruikt worden om kopieën van de bij de sloten geleverde sleutels te vervaardigen.

  
Opdat een cilinderslot zo veilig mogelijk zou zijn, komt het erop aan de namaak van de sleutels door anderendan de fabrikant ervan onmogelijk te maken. Het ideaal ware dat enkel en alleen de fabrikant van het slot kopieën van de erbij horende sleutels, bijvoorbeeld op voorlegging van een bewijs van-aankoop, kan leveren. Doordat nu basissleutels die in feite bestemd zijn voor het vervaardigen van sleutels voor bepaalde cilindersloten meestal ook kunnen gebruikt worden voor het vervaardigen van sleutels voor andere cilindersloten die men bijzonder veilig wenst te houden, wordt uiteindelijk niet deze gewenste veiligheid bekomen.

   Men zou natuurlijk wel de afmetingen .van de baard van de sleutel zo kunnen veranderen dat men zo sterk van bestaande sleutels afwijkt dat de sleutel niet kan vervaardigd worden uit bestaande basissleutels maar dit is niet altijd mogelijk of gewenst, aangezien cilindersloten veelal min of meer ge-standaardiseerde afmetingen bezitten, te meer dat ze veelal moeten gemonteerd worden in bestaande slotmechanismen.

  
De uitvindirig heeft nu tot doel dit nadeel te verhelpen en een cilinderslot te verschaffen welke een bijkomende veiligheid biedt door de namaak van de erbij horende sleutel uitgaande van in de handel zijnde basissleutels on-  mogelijk, zo niet toch veel moeilijker te maken.

  
Tot dit doel is het leger van het cilinderslot van een bijkomend stiftopeningetje voorzien dat aan het uiteinde waarlangs de sleutel in de sleuf van de kern dient gestoken te worden, op de opening voor de kern uitgeeft en dat op dezelfde rij als de voorgenoemde stiftopeningetjes van het leger gelegen is, is de kern eveneens van een bijkomend stiftopeningetje voorzien dat aan het uiteinde waarlangs de sleutel ingestoken dient te worden op de wand van de kern uitgeeft en de sleuf voor de sleutel snijdt, en zo gelegen is dat, voor de hogergedoelde stand waarbij de stiftopenin&#65533;

  etjes van de kern tegenover de stiftopeningetjes van het leger gelegen zijn, het ook juist tegenover het bijkomende stiftopeningetje in het leger gelegen is, strekt de sleuf voor de sleutel zich, ter plaatse van het bijkomend openingetje in de kern, tot in-de wand van de kern uit en strekt ze zich bijgevolg over ten minste gans de diepte van het bijkomende openingetje in de kern uit, terwijl het cilinderslot een verend element bevat dat in het bijkomende openingetje in het leger zit en een blokkeerstift bevat die in de bijkomende openingetjes steekt en door het.verende element buiten het bijkomende openingetje in het leger geduwd wordt, welke blokkeerstift en verend element zo geconstrueerd zijn dat, wanneer de bijkomende openingetjes van de kern en het leger tegenover elkaar gelegen zijn en enkel het verende element

  
 <EMI ID=4.1> 

  
deels in het bijkomende openinoetje in de kern en deels in het bijkomende openingetje in het leger gelegen is maar door het. inbrengen van een passende sleutel dit blokkeerstiftje vol-

  
 <EMI ID=5.1>  de kern,geduwd wordt zodat dit stiftje dan nog uitsluitend in het openingetje in het leger steekt..

  
De bijkomende blokkeerstift is dus geenszins een uit twee delen bestaande bijkomende vergrendelstift

  
die enkel het aantal mogelijke vormen van sleutels behorende bij het slot zou doen toenemen. Deze blokkeerstift werkt onafhankelijk van de vorm van de vertanding van de sleutel maar vergt wel een bijzondere aanpassing van de erbij horende sleutel welke aanpassing evenwel dezelfde kan zijn voor een hele reeks sloten volgens de uitvinding.

  
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvin ding bestaat de blokkeerstift uit één stuk.

  
In een merkwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding is de diepte van het bijkomende openingetje in de

  
 <EMI ID=6.1> 

  
voor de vergrendelstiften.

  
In een doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding is een aanslag voor de sleutel in de kern zelf ingebouwd en gevormd door het plots veranderen van de evenwijdig aan de as van de stiftopeningetjes in de kern'gemeten breedte van de sleuf die, ter plaatse van het bijkomende openingetje, tot

  
in de rand van de kern reikt maar, ter plaatse van de ope-  ningetjes voor de stiften, op een afstand van de wand ophoudt.

  
De uitvinding heeft ook betrekking op een sleutel gebruikt bij een cilinderslot volgens een van de vorige uitvoeringsvormen.

  
De uitvinding heeft bijgevolg betrekking op een sleutel bestaande uit een baard en een kop,waarvan het kenmerkende erin bestaat dat de baard van de sleutel op zijn aan de zijde van de.kop gelegen uiteinde een uitsteeksel bezit bestemd om 

  
 <EMI ID=7.1>  slot en in staat is om bij het volledig inbrengen in de sleuf in de kern van het slot deze blokkeerstift volledig uit de sleuf en uit de kern te duwen.

  
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding bezit de baard aan zijn op de kop aansluitend uiteinde een gedeelte dat, abstractie gemaakt van de vertanding in de baard, merkelijk breder is dan de rest.

  
Bij voorkeur is de overgang van dit bredere gedeelte van de baard naar het andere van tanden voorziene gedeelte, vrij plots, welke overgang een aanslag vormt die bestemd is om samen te werken met een plotse vermindering van breedte van de sleuf in de kern van het erbij horende slot.

  
Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiervolgende beschrijving

  
van een cilihderslot en een daarbij gebruikte sleutel, volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voor-  beeld gegeven en beperkt de uitvinding niet; de verwijzingscijfers betreffen de.hieraan toegevoegde tekeningen.

  
Figuur 1 is een vooraanzicht van een bekend cilinderslot, dat dus niet volgens de uitvinding uitgevoerd  <EMI ID=8.1>  slot getekend werd. ,  Figuur 3 is een vooraanzicht van een cilinderslot volgens de uitvinding.  <EMI ID=9.1>  Figuur 5 is een onderaanzicht van de kern uit het cilinderslot volgens de figuren 3 en 4. Figuur 6 stelt een doorsnede voor volgens de <EMI ID=10.1> 

  
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen.

  
Het cilinderslot volgens de figuren 1 en 2, dat niet volgens de uitvinding uitgevoerd is, wordt enkel beschreven opdat bij de beschrijving van het cilinderslot volgens

  
de uitvinding volgens de figuren 3 tot 6 beter de kenmerken van de uitvinding tot uitdrukking zouden kunnen gebracht worden.

  
Het cilinderslot volgens de figuren 1 en 2 bevat een leger dat bestemd is om vast in een slotmechanisme, bijvoorbeeld van een deur, gemonteerd te worden en dat uit een

  
 <EMI ID=11.1> 

  
kend gedeelte 2 met een breedte kleiner dan de diameter van

  
 <EMI ID=12.1> 

  
Het cilindervormige gedeelte 1 van het leger is van een ronde opening 3 voorzien die dwars erdoor loopt en waarvan de meetkundige as samenvalt met de meetkundige as

  
 <EMI ID=13.1> 

  
 <EMI ID=14.1> 

  
4 aangebracht waarvan de meetkundige assen evenwijdig aan

  
 <EMI ID=15.1> 

  
andere uiteinde door een erin geklemde stop 5 gesloten is. 

  
Het leger is slechts duidelijkheidshalve ingedeeld in gedeelten 1 en 2 maar in de praktijk bestaat het

  
 <EMI ID=16.1> 

  
In de-opening 3 is een nagenoeg cilindervormige kern 6 draaibaar gelegerd. Deze kern is aan één uiteinde, namelijk het uiteinde dat aan de voorzijde van het cilinderslot gelegen is, van een kraag 7 voorzien die in een overeen-  stemmende uitsparing in het leger steekt en waardoor de kern 6 belet wordt, althans naar de achterkant toe, in de opening

  
3 te verschuiven. Het andere, achterste, uiteinde van de kern 6 steekt buiten de opening 3 uit. Op dit uiteinde is meestal een uitsteeksel vastgemaakt dat samenwerkt met het eigenlijke slotmechanisme. Eenvoudigheidshalve is in de figuren deze verbinding tussen het laatstgenoemde uiteinde van de kern'6 en het slotmechanisme niet voorgesteld.

  
De kern 6 is van een sleuf 8 voorzien voor een sleutel 9. De sleuf 8 mondt uit in een zijwand van de kern

  
6. Deze sleuf 8 die zich over gans de lengte van de kern 6 uitstrekt bezit over gans deze lengte, in de radiale richting van de kern, dezelfde diepte. Déze'sleuf 8 bezit dus dezelfde diepte over gans haar lengte, behalve ter plaatse van 

  
de kraag 7 aangezien de sleuf 8 ook door deze kraag loopt. De laatstgenoemde diepte is trouwens . gelijk aan de breedte van de baard van de sleutel 9, daar waar deze baard op de

  
 <EMI ID=17.1> 

  
ting niet vlak maar bezit een geprofileerde doorsnede die overeenkomt met de geprofileerde doorsnede van de baard van 

  
 <EMI ID=18.1> 

  
Om het inbrengen van de sleutel 9 in de sleuf 8 te vergemakkelijken is in het uiteinde van de kern waarlangs de sleutel moet ingebracht worden, dit is dus aan de zijde van de kraag 7, nog een verdieping 10 rond de uitmonding van de sleuf 8 aangebracht.

  
Diametraal tegenover de uitmonding van de sleif 8 in de wand van de kern 6 is deze kern een weinig afgevlakt.

  
In de aldus gevormde afvlakking 11 monden vijf ronde stiftopeningetjes 12 uit die in de kern 6 aangebracht zijn. De assen van deze openingetjes 12 lopen evenwijdig aan elkaar, loodrecht op de meetkundige as van de opening 3. Deze ope-
-ningetjes 'zijn op een in de langsrichting van de kern 6 lopende rij gelegen en strekken zich tot in de sleuf 8 uit, namelijk tot in de omgeving van het midden van de sleuf 8. De
-stiftopeningetjes 12 zijn zo gelegen dat, voor een stand van de kern 6 in het leger 1,2, tegenover de uitmonding van elk stiftopeningetje 4 op de opening 3 een uitmonding past van een stiftopeningetje 12 op de afvlakking 11 van de kern 6.

  
De diameters van de stiftopeningetjes 4 en 12 zijn dezelfde.

  
Het cilinderslot bevat nog vijf vergrendelstiften die elk uit twee delen 13 en 14 bestaan. De delen 13 van 'de vergrendelstiften 13,14 zitten, .althans gedeeltelijk in

  
 <EMI ID=19.1> 

  
ningetje 4 een spiraalveer 15 die de stift 13,14 zo ver mogelijk wegduwt van de stop 5. De delen 13 van de vijf ver-

  
 <EMI ID=20.1> 

  
daarentegen zijn verschillend in lengte.

  
Wanneer op de stiften 13,14 uitsluitend.door de .spiraalveren 4 een kracht uitgeoefend wordt, en de stiftope. ningetjes 12 van de kern 6 juist tegenover de stiftopeninge-tjes 4 van het leger 1,2 gelegen zijn, dan zijn de gedeelten 14 van deze stiften tegen de bodem van de openingetjes

  
12 geduwd en steken ook de gedeelten 13 van al deze stiften gedeeltelijk in de openingetjes 12. Elk van de laatstgenoemde gedeelten 13 steekt dus deels in een openingetje 12

  
in de-kern 6 en deels in een openingetje 4 in het leger 1,2 en belet bijgevolg de rotatie van de kern 6 in de opening 3.

  
Wanneer men een sleutel 9 in de sleuf 8 brengt dan duwt deze sleutel de stiften 13,14 weg. Om dit te vergemakkelijken is de baard van de sleutel 9 van een puntige top voorzien en zijn ook de in de sleuf 8 stekende uiteinden van de gedeelten 14 van de stiften enigzins puntig.

  
Wanneer de sleutel 9 bij het cilinderslot past, dan is de vertanding van de baard zodanig dat, wanneer deze baard volledig in de sleuf 8 steekt, deze baard de vijf stiften 13,14 zo ver uit de sleuf 8 duwt dat de scheiding tussen de delen 13 en 14 van deze vergrendelstiften nu-juist samenvalt met de rand van de kern 6 en de wand van de opening 3 in het leger 1,2. In figuur 2 is in het slot een dergelijke passende sleutel 9 voorgesteld waarbij dus de vergrendelingsstiften 13,14 zich in de hiervoor beschreven stand bevinden. De kern 6 kan nu in de opening 3 gewenteld worden, waarbij dus de delen 14 van de stiften zich met de kern mee verplaatsen. _De sleutel 9 komt hierbij door middel van een tussen zijn baard en kop gelegen aanslag 16 tegen de voorzijde van de kern 6. 

  
Het cilinderslot volgens de figuren 3 tot 6, dat volgens de uitvinding uitgevoerd is, verschilt van het cilinderslot volgens de figuren 1 en 2, dat tot de bekende stand <EMI ID=21.1>  punten.

  
Een eerst&#65533; verschilpunt bestaat erin dat het gedeelte 2 van het leger 1,2 , aan het voorste einde, dit

  
is het einde waarlangs de sleutel 9 in de sleuf 8 moet gebracht.worden, van een bijkomend stiftopeningetje 17 voorzien is. Dit stiftopeningetje 17 is identiek aan de stiftopeningetjes 4 en is op dezelfde rij gelegen als deze stiftopeningetjes 4 . De as van het stiftopeningetje 17 loopt evenwijdig aan de langsassen van de openingetjes 4 en ook het stiftopeningetje 17 geeft met een uiteinde op de opening 3 uit terwijl zijn andere uiteinde door een stop 5 afgesloten is. 

  
Om voor dit bijkomend stiftopeningetje 17 voldoende plaats te hebben, is het leger 1,2 ten opzichte van het cilinderslot in de figuren 1 en 2 aan de voorkant een weinig verlengd. Ook de kern 6 is in dezelfde mate langer.

  
Een tweede belangrijk verschilpunt bestaat erin dat ook in de kern 6, aan het voorste einde, een bijkomend stiftopeningetje 18 aangebracht is. De meetkundige as van dit openingetje 18 loopt evenwijdig aan de meetkundige assen van de openingetjes 12. Het openingetje 18 is op dezelfde rij als de openingetjes 12 gelegen. Het openingetje 18 bezit dezelfde diameter als de openingetjes 12 maar is daarentegen merkelijk minder diep. Voor de voorgenoemde stand van de kern 6 waarbij de openingetjes 12 tegenover de openingetjes 4 vallen, valt ook het bijkomend stiftopeningetje 18 van de kern 6 tegenover het bijkomend stiftopeningetje 17 van het leger 1,2.

  
Niettegenstaande zijn geringere diepte reikt het bijkomende stiftopeningetje 18 in de kern 6 toch.tot in de sleuf 8, maar dit komt doordat deze sleuf 8,bij het cilinderslot volgens de uitvinding,niet over gans de lengte dezelfde diepte of breedte bezit-maar, zich, aan het voorste einde van de kern 6 zich over gans de breedte, dus dwars door heel de kern 6 uitstrekt. De overgang van het diepere, op het voorste einde uitgevende gedeelte van de sleuf 8 en het andere achterste gedeelte is vrij plots zodat dus in feite een gedeelte van de kern 6 een op de sleuf 8 uitgevende aanslag vormt. Dit laatstgenoemde gedeelte is in de figuren 3 tot 6 met het verwijzingscijfer 19 aangeduid.

  
 <EMI ID=22.1> 

  
nog een bijkomende blokkeerstift 20 die, althans gedeeltelijk, in het bijkomende stiftopeningetje 17 in het leger 1,2 zit. Een spiraalveer 15 welke tussen deze stift 20 en de stop 5

  
in het openingetje 17 zit, duwt deze stift naar buiten. De stift 20 bestaat uit één stuk. Wanneer er geen sleutel 9

  
in de sleuf 8 steekt dan steekt de blokkeerstift 20 deels

  
in het b&#65533;komende stiftopeningetje 18 in de kern 6 en deels

  
in het stiftopeningetje 17 in het leger 1,2. Ook deze blokkeerstift 20 belet dus het draaien van de kern 6 in de opening 3.

  
Om bij het slot.volgens de uitvinding de kern 6 te kunnen draaien moet men niet alleen gebruik maken van een

  
 <EMI ID=23.1> 

  
bij het volledig inbrengen van-de baard, de scheiding tussen de delen 13 en 14 van de vergrendelingstiften 13,14 samenvallen met de wand van de kern 6 maar moet daarenboven de sleutel een gedeelte bezitten dat voor de laatstgenoemde stand ook de bijkomende blokkeerstift 20 volledig buiten

  
 <EMI ID=24.1>  duwt. Ook indien de stiften 13,14 van het cilinderslot identiek zijn, verschilt de sleutel 9 gebruikt bij het slot volgens de uitvinding van de sleutel 9 gebruikt_bij het bekende slot volgens de figuren 1 en 2. Inderdaad, tussen de kop en het vertande gedeelte bezit de baard van de sleutel

  
9 gebruikt bij het slot volgens de uitvinding een uitspringend gedeelte 21 dat bij het inbrengen van de sleutel samenwerkt met de stift 20 en na het volledig inbrengen van de sleutel in de sleuf 8 zich tot in de wand van de kern 6 uitstrekt. De naar het punt van de baard gerichte zijde van dit uitspringende gedeelte 21 bestaat uit een op de baard aansluitend loodrecht op de langsrichting van de baard gerichte rand en uit een schuin van de meetkundige as van de baard weglopende rand die zich tot de maximale breedte van de baard uitstrekt. De eerstgenoemde rand welke dus een vrij plotse overgang van breedte van de baard vormt, werkt samen met de voorgenoemde aanslag 19 en vormt dus ook een aanslag die tegen de aanslag 19 komt wanneer de sleutel 9 maximaal in de sleuf 8 geschoven is. De sleutel 9 bevat benevens het gedeelte 21 geen ander aanslagvormend uitsteeksel 16.

  
Doordat de sleutel 9 volgens de uitvinding niet alleen een langere baard heeft dan de sleutel 9 voor de bekende cilindersloten volgens de figuur 1 en 2 maar daarenboven een plots breder wordend gedeelte bevat tussen zijn ver-

  
 <EMI ID=25.1> 

  
onmogelijk afgeleid worden van de niet van tanden voorziene basissleutel die bestemd is voor het vervaardigen van de bekende sleutel 9 uit de figuur 2. Ook de basissleutel waaruit de in de figuur 4 voorgestelde sleutel 9 volgens de uitvinding vervaardigd wordt, verschilt door de lengte van de baard  <EMI ID=26.1> 

  
en het verbrede gedeelte van de baard van de basissleutel

  
 <EMI ID=27.1> 

  
voorgestelde sleutel 9. De namaak van de sleutel 9 volgens de uitvinding is dus veel moeilijker bij gebrek aan passende basissleutel. Doordat het uitspringende gedeelte 21 van de sleutel 9 volgens de uitvinding tevens de aanslag vormt die met de kern 9 samenwerkt, kan men de lengte van het uitstekende gedeelte, gemeten in de langsrichting van de baard van de sleutel nog variëren zodat verschillende types mogelijk zijn.

  
 <EMI ID=28.1> 

  
van het leger 1,2 van het cilinderslot volgens de uitvinding identiek is aan de uitwendige vorm van het leger 1,2 van het cilinderslot volgens de figuren 1 en 2 is het mogelijk ook bij reeds bestaande slotmechanismen, die een cilinderslot van het bekende type volgens de figuren 1 en 2 bezitten dit cilinderslot te vervangen door een cilinderslot volgens de uitvinding. Zowel het bekende cilinderslot als het cilinderslot volgens de uitvinding kan bij een bepaald bestaand mechanisme gebruikt worden.

  
De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm en binnen het raam van de octrooiaanvrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvorm vele veranderingen aangebracht worden, onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de onderdelen die voor het verwezenlijken van de uitvinding gebruikt worden.

  
In het bijzonder moet het leger niet noodzakelijk

  
 <EMI ID=29.1> 

  
eender welke vorm bezitten in zoverre het maar een ronde opening voor de kern bevat en openingetjes voor de stiften. 

  
Ook de openingetjes voor de vergrendelstiften en de bijkomende blokkeerstift in de kern en in het leger moeten niet noodzakelijk dezelfde diameter bezitten. De diameters van de openingetjes in het leger, respectievelijk de kern, kunnen onderling verschillen en de diameter van het openingetje in de kern kan verschillen van de diameter van het erbij horende openingetje in het leger. Hetzelfde geldt voor de diameter van de delen van de stiften met dien verstande dat het deel dat bij het openingetje in de kern past ook in het overeenstemmende openingetje in het leger moet kunnen. 

  
De twee delen van een vergrendelstift of blokkeerstift moeten ook niet noodzakelijk even lang zijn.

  
De stiften en de openingetjes ervoor moeten ook niet noodzakelijk rond zijn.

  
De kop van de sleutel kan eender welke vorm aannemen.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES.
    1. Cilinderslot dat een leger bevat, dat van een dwars er doorheen lopende opening en van een aantal, dwars op deze opening gerichte, op een in de :langsrichting ervan lopende rij gelegen, op deze opening uitgevende stiftopeningetjes waarvan het van de eerstgenoemde opening afgekeer- <EMI ID=30.1>
    i
    bevat die draaibaar in de eerstgenoemde opening gemonteerd is, die van een, op ten minste een van zijn einden uitgevende, sleuf voor een sleutel voorzien is en die tevens van een aantal op zijn.zijwand uitgevende stiftopeningetjes welke de sleuf voor de sleutel snijden, voorzien is, welke voor een stand van de kern in het leger juist tegenover en in het verlengde van de stiftopeningetjes in het leger gelegen zijn, welk slot ook een aantal vergrendelstiften bevat, die elk uit ten minste twee delen bestaan die in de voorgenoemde stiftopeningetjes steken, en per vergrendelstift ten minste een verend element bevat dat in het overeenstemmende
    <EMI ID=31.1>
    duwt, waarbij de lengte van de delen van de vergrendelstiften en het verende element zo is dat het, het dichtst bij het verende element gelegen, deel:van elke vergrendelstift deels in een openingetjes in de kern en deels in een openingetje in het leger steekt en dus rotatie van de kern in de'behuizing belet wanneer de stiftopeningetjes in de kern en het leger tegenover elkaar liggen en enkel het verende element op de vergrendelstift inwerkt, maar een passende sleutel in de sleuf de in deze sleuf zittende delen van de.
    <EMI ID=32.1>
    van elke stift samenvalt met de wand van de kern'en de kern dus in de opening in het leger kan draaien, m e t het
    .k e n m e r k dat het .leger van het cilinderslot van een bijkomend stiftopeningetje voorzien is dat aan het uiteinde waarlangs de sleutel in de sleuf van de kern dient gestoken te worden, op de opening voor de kern uitgeeft en dat.op de- <EMI ID=33.1>
    ger gelegen is, de kern eveneens van een bijkomend stiftopeningetje voorzien is dat aan het uiteinde waarlangs de sleu-
    <EMI ID=34.1> <EMI ID=35.1>
    het bijkomende stiftopeningetje in het leger gelegen is, de sleuf voor de sleutel zich, ter plaatse van het bijkomerd openingetje in de kern, tot in de wand van de kern uitstrekt en ze zich bijgevolg over ten minste gans de diepte van het bijkomende openingetje in de kern uitstrekt, terwijl het cilinderslot een verend element bevat dat in het bijkomende openingetje in het leger zit en een blokkeerstift bevat die in de bijkomende openingetjes steekt en door het verende dement buiten het bijkomende openingetje in het leger geduwd wordt, welke blokkeerstift en verend element zo geconstrueerd zijn dat, wanneer de bijkomende openingetjes van de kern en het leger tegenover elkaar gelegen zijn en enkel het verende element een kracht op de blokkeerstift uitoefent,
    <EMI ID=36.1>
    kernen deels in het bijkomende openingetje in het' leger gelegen is maar door het inbrengen van een passende sleutel
    dit blokkerstiftje volledig uit de sleuf en bijgevolg ook
    uit dit openingetje in de kern, geduwd wordt zodat dit stiftje dan nog uitsluitend::in het openingetje in het leger steekt.
    2. Cilinderslot volgens conclusie 1, m e t h e t kenmerk dat de blokkeerstift uit één stuk bestaat.
    3. Cilinderslot volgens een van de vorige conclusies, m e t h e t kenmerk dat de diepte van het bijkomende openingetje in de kern merkelijk kleiner is dan
    de diepte van de openingetjes voor de vergrendelstiften.
    4. Cilinderslot volgens een van de vorige con-
    <EMI ID=37.1>
    de sleutel in de kern zelf ingebouwd is en gevormd is door het plots veranderen van de evenwijdig aan de as van de stiftopeningetjes in de kern gemeten breedte van de sleuf die, ter plaatse van het bijkomende openingetje tot in de rand van de kern reikt maar, ter plaatse van de openingetjes voor de stiften, op een afstand van' de wand ophoudt.
    5. Cilinderslot zoals hiervoor beschreven of in de figuren 3 tot 6 voorgesteld.
    6. Sleutel bestemd om gebruikt te worden bij een cilinderslot volgens een van de vorige conclusies, en bestaande uit een baard en een kop, m e t h e t k e n m e r k dat de baard op zijn aan de zijde van de kcp gelegen uiteinde een uitsteeksel bezit bestemd om samen te werken met de blokkeerstift van het erbij horende slot en in staat om bij het volledig inbrengen in de sleuf van de kern van het slot deze blokkeerstift volledig uit de sleuf en uit de kern te duwen.
    7. Sleutel volgens vorige conclusie, m e t
    <EMI ID=38.1>
    tend uiteinde een gedeelte bevat dat, abstractie gemaakt van de vertanding in de baard, merkelijk breder is dan de rest.
    8. Sleutel volgens vorige conclusie, m e t h e t k e n m e r k dat de.overgang van dit bredere gedeelte van de baard naar het andere van tanden voorziene gedeelte, vrij plots is, welke overgang een aanslag vormt die bestemd is om samen te werken met een plotse vermindering van breedte van de sleuf in de kern van het erbij horende slot.
    9.. Sleutel zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde figuren 3 tot 6 voorgesteld:
    10. Slot volgens een van de conclusies 1 tot 5 voorzien van een sleutel volgens een van de conclusies 6 tot 9.
BE178761A 1977-06-24 1977-06-24 Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt BE856087A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE178761A BE856087A (nl) 1977-06-24 1977-06-24 Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE178761A BE856087A (nl) 1977-06-24 1977-06-24 Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt
BE856087 1977-06-24

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE856087A true BE856087A (nl) 1977-10-17

Family

ID=25650142

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE178761A BE856087A (nl) 1977-06-24 1977-06-24 Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE856087A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5582050A (en) Cylinder lock-key-combination, a key therefor and a method of producing the key from a key blank
NL8003896A (nl) Cilinderslot, een sleutel hiervoor en een werkwijze voor de vervaardiging van deze sleutel.
JP6165971B2 (ja) サイドバーを有するシリンダ錠と鍵
US5839307A (en) Electromechanical cylinder lock with rotary release
US3524335A (en) Axial tumbler type lock and key therefor
EP2119853A1 (en) Key for use in a lock and key system with extra code combinations
JP3782462B2 (ja) キー捕捉機能を有する錠装置
JP2000096889A (ja) シリンダ錠と鍵との組合せ
JPH07500390A (ja) シリンダー錠のピン・タンブラと対応する鍵との改良
JPH09507274A (ja) シリンダー錠に案内外形リッジを有するシリンダー錠と鍵の組み合せ
US3681955A (en) Multiple-axial-pin tumbler lock
US5088305A (en) Snap-in self holding disc tumbler construction
JP2001514714A (ja) 改善されたシリンダ錠システム
EP0623185A1 (en) A cylinder lock-key combination which includes a side bar; and a lock key.
BE856087A (nl) Cilinderslot en sleutel hierbij gebruikt
US7377146B2 (en) Cylinder lock with an axially moving sidebar
US6119493A (en) Tamper resistant combination lock
US1237138A (en) Lock.
US5899098A (en) Tamper resistant combination lock
US5829179A (en) Tamper resistant trigger blocking device
US7798303B1 (en) Multi-coin operated actuation mechanism
CA2215738C (en) Rotary coin mechanism and token therefor
US2007142A (en) Lock construction
JPH0340190B2 (nl)
US1595747A (en) Coin-controlled lock

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: LITTO N.V.

Effective date: 19890630