"Electrische verlichtingsinstallatie"
De uitvinding heeft betrekking op een electrische verlichtingsinstallatie voor gebouwen met een voe-
<EMI ID=1.1>
diend wordt door tussenkomst van een laagspanningskring, welke in nagenoeg ieder vertrek van het desbetreffend ge-
<EMI ID=2.1>
punten vertoont.
De uitvinding heeft in het algemeen tot doel een verlichtingsinstallatie voor te stellen die toelaat vanaf een centrale plaats een volledig overzicht te hebben
<EMI ID=3.1>
verschillende lichtpunten te bedienen en te controleren, anderzijds.
Tot dit doel is minstens een centraal controle paneel voorzien, met, per lichtpunt of groep lichtpunten, een bij-
<EMI ID=4.1>
overeenkomstige plaatselijke schakelaar, en een bij elk lichtpunt of groep lichtpunten bijhorende verklikker , zo-
<EMI ID=5.1>
In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt ernaar gestreefd een verlichtingsinstallatie voor te stellen die gecombineerd is met een zeer afdoend
<EMI ID=6.1>
Doelmatig vertoont hiertoe de laagspanningskring in parallel over sommige plaatselijke schakelaars
en de overeenkomstige bijkomende schakelaars op het centraal controle paneel een alarmcircuit waarin aangepaste detectie-, controle- of verklikkerelementen, zoals verbreekschakelaars, voorzien zijn..
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding zijn in de laagspanningskring parallel. geschakelde diodes voor zien die toelaten, enerzijds, minstens de contacten van een deel van de impulsschakelaars onderling in parallel te schakelen,
<EMI ID=7.1>
van de impulsschakelaars in serie met een alarmschakelaar te brengen, zodanig dat, het sluiten vande alarmschakelaar de door de laagspanningskring bediende voedingskring min-
<EMI ID=8.1>
bracht wordt.
Op een voordelige wijze is de alarmschakelaar eveneens in serie met een sirene, bel of dergelijke.
Andere bijzonderheden- en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hiernavolgende beschrijving
<EMI ID=9.1>
beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet; de gebruikte verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.
Figuur 1 stelt een principeschema voor van een bi j zonder e uitvoeringsvorm van een electrische verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding. Figuur 2 is een vooraanzicht van een controle paneel van een verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding. Figuur 3 is een schematische voorstelling van een praktische bedrading van een electrische verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding.
In de verschillende figuren hebben dezelfde verwi jzingscijfers betrekking op dezelfde of analoge elementen.
In figuur 1 wordt een verlichtingsinstallatie voorgesteld die eventueel toegepast kan worden in een woning .
Deze installatie omvat een voedingskring 1 voor de lichtpunten 2, 3 en 4, die in 5 op de gewone netspanning van 220 volt wisselspanning aangesloten is. Deze voedingskring 1 bestaat hoofdzakelijk uit een gemeenschappelijke geleider 6 voor de verschillende lichtpunten 2, 3 en 4 en een tweede gemeenschappelijke geleider 7 waarvan in parallel drie afzonderlijke geleiders 8, 9 en 10 naar de overeenkomstige lichtpunten vertrekken. Deze kring wordt bij voorbeeld beschermd op de klassieke wijze door smeltveiligheden 18 van bij voorbeeld 6 ampères welke zich meestal bevinden in de normale verdeelkoffer van de electrische in stallatie.
Door middel van electromagnetische impulsschakelaars 11, 12 en 13, beter bekend onder de benaming "teleruptoren", voor elk te bedienen lichtpunt, wordt de voedingskring 1 electromagnetisch gekoppeld op een laagspanningskring 14 welke voor ieder lichtpunt i.n het overeen-komstig vertrek van de woning een plaatselijke drukschakelaar 15, 16, 17 vertoont voor het bedienen van deze lichtpunten 2, 3 en 4.
Deze laagspanningskring 14 wordt gevoed door een gelijkspannings- of batterijenkring 34, die continu
op de netspanning aangesloten is.
Volgens de uitvinding is een centraal controle paneel voorzien dat in figuur 1 schematisch voorgesteld werd door de rechthoek 19, en waarop een bijkomende schakelaar per lichtpunt of groep lichtpunten, die in parallel geschakeld zijn over de overeenkomstige plaatselijke drukschakelaars, en ook verder nog een bi j elk lichtpunt of groep lichtpunten beho�ende verklikkerlampje aange-
<EMI ID=10.1>
overeenkomstige bijhorende verklikkerlampjes de referenties
23, 24 en 25 dragen.
Deze verklikkerlampjes zijn in de voedingskring 1 in parallel geschakeld over de overeenkomstige lichtpunten 2, 3 en 4 en lichten dus op wanneer het overeenkomstig lichtpunt brandt. Dank zij de schakelaars 20,
21 en 22 kunnen deze lichtpunten bediend worden vanaf het controle paneel 19.
Figuur 2 stelt een praktische uitvoeringsvorm voor van een dergelijk controle paneel 19.
Dit laatste omvat dus op een rij de verschil-
<EMI ID=11.1>
schakelaars die uitgevoerd zijn in de vorm van drukknoppen. Tussen een bepaald verklikkerlampje en de overeenkomstige drukknop is een ruimte voorzien voor het aanduiden van het lokaal waar zich het lichtpunt of de groep lichtpunten,
<EMI ID=12.1>
de in- en uitschakelde lichtpunten van de totale woning.
De in figuur 1 voorgestelde electrische verlichtingsinstallatie omvat verder nog een alarmcircuit dat:
schematisch voorgesteld werd en aangeduid werd door het referentiegetal 26. Dit alarmcircuit 26 maakt deel uit van de laagspanningskring 14 en vertoont aangepaste detectie-, controle- of verklikkerelementen. In figuur 1 werden deze elementen voorgesteld door verbreekschakelaars 27, 28 en
29 die in parallel geschakeld zijn over de plaatselijke
<EMI ID=13.1>
22 van het controle paneel 19. Dit heeft dus als gevolg dat wanneer een van deze schakelaars 27, 28 of 29 gesloten wordt het overeenkomstige lichtpunt brandt.
<EMI ID=14.1>
knippen, wat meestal als gevolg heeft dat de inbreker op de vlucht slaat. Terzelfdertijd wordt het branden van het
<EMI ID=15.1>
op het controle paneel 19, zodanig dat, wanneer de bewoners thuis zijn, ze onmiddellijk de plaats waar een eventuele inbraak gepleegd wordt kunnen identifiëren.
Verder is in de verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding bij voorkeur nog een eigenlijk alarmsysteem ingebouwd dat een gebouw beveiligt, tegen inbraak of dergelijke, bij afwezigheid van de bewoners bij voorbeeld.
Hiertoe zijn in de bedieningskring 14 een aan-
<EMI ID=16.1>
toelaten alle gewenste lichtpunten parallel te schakelen. Deze diodes zi jn dan in serie gebracht met een parallelschakelaar 44 en een. alarmschakelaar 31, zodanig dat bij het sluiten van deze beide schakelaars 44 en 31, minstens een deel van de lichtpunten branden, naargelang het aantal in parallel geschakelde als teleruptoren aangeduide impulsschakelaars .
In de uitvoeringsvorm volgens figuur 1 worden dus al de teleruptoren 11 tot 13 en bijgevolg de overeenkomstige lichtpunten 2, 3 en 4 door. de diodes 30a, 30b en 30c in parallel gebracht.
Deze alarmschakelaar 31 i s op een voordelige
<EMI ID=17.1>
dat bij het afsluiten van deze hoofdingang de alarmkring automatisch ingesteld wordt, na vooraf de parallelschakelaar 44 gesloten te hebben. Een veiligheidsschakelaar 32 kan eventueel in parallel over de alarmschakelaar 31 gemonteerd worden die op een eerder verborgen plaats ondergebracht is en bij voorbeeld bij middel van dezelfde sleutel als deze van het deurslot bediend kan worden.
Verder is de alarmschakelaar 31 in serie met een sirene, bel of dergelijke 33 geplaatst .
Op het deel van de bedieningskring voor de si-
<EMI ID=18.1>
op een eerste kontakt 38 in serie tussen de alarmschakelaar
31 en de sirene, bel of dergelijke 33, en op een tweede kontakt 39 in serie tussen de batterij en de electromagnetische spoel 37.
<EMI ID=19.1>
kelaar. Hiertoe is de basis van deze transistor verbonden met een condensator 46 die bij het opladen, over een weerstand 48, aan de basis de vereiste spanning levert
om een electrische stroom van de collector via de emis-
sor van de transistor naar de spoel toe te laten. De opladingsduur van 'de condensator bedraagt ongeveer 0,2 seconden ten einde de genoemde vertraging teweeg te brengen. Wanneer de spoel 40 bekrachtigd wordt bedient
ze een kontakt van een onderbreker 41, die geschakeld
is voor de impulsschakelaars 11, 12 en 13, zodanig dat
de stroomtoevoer tot deze laatste onderbroken wordt.
Ook is een inverseerschakelaar 35 voorzien op de voeding van de laagspanningskring voor het ompolen van de spanning aan de electromagnetische spoelen van de impuls-schakelaars 11, 12 en 13 en aan de diodes 30a. 30b.. 30c.
<EMI ID=20.1>
tigd wordt, de beide kontakten 35a en 35b omslaat in een andere stand. Deze spoel 49 werkt verder in op een bijkomende schakelaar 50 die in serie geplaatst is tussen de
<EMI ID=21.1>
keld tussen de alarmschakelaar 31 en de electromagnetische spoel 37 van genoemd alarmrelais 36.
Ten slotte is nog een alarmonderbrekingsschakelaar 42 op een verborgen plaats aangebracht die in serie
<EMI ID=22.1>
worden : een toestand met totaal uitgeschakeld alarmsysteem, een toestand met gedeeltelijk, ingeschakeld alarmsysteem en een toestand met volledig ingeschakeld alarmsysteem.
<EMI ID=23.1>
batterij 34 verbonden terwijl de negatieve pool aangesloten is op de gemeenschappelijke geleider voor de impulsschake-
<EMI ID=24.1>
paneel 19 gesloten wordt, wordt de overeenkomstige spoel van een impuls schakelaar bekrachtigd en gaat enkel het licht branden waarvan de schakelaar gesloten werd, samen
<EMI ID=25.1>
paneel.
In de tweede toestand,met gedeeltelijk ingeschakeld alarm, wordt de schakelaar 43 gesloten. Dit heeft als gevolg dat de verbreekschakelaars 27, 28 en 29 in parallel met de drukschakelaar 15, 16 en 17 gebracht worden zodanig dat wanneer één van deze verbreekschakelaars,bij voorbeeld bij het openen van een venster, gesloten wordt, eveneens een bepaald licht met het overeenkomstige verklikkerlampje gaat branden, op een analoge manier als in de hiervoor beschreven eerste toestand.
In een derde toestand met volledig ingeschakeld
<EMI ID=26.1> <EMI ID=27.1>
sloten.
Op deze wijze worden de verlichtingspunten 2,
<EMI ID=28.1>
hoofdingang wordt de alarmkring gesloten en dus het alarmsysteem ingesteld.
Wanneer men nu op welke manier ook een kontakt
<EMI ID=29.1>
als gevolg dat de sirene 33 in werking gesteld wordt en aangezien het kontakt 38 de spoel 37 overbrugt worden de sirene en het relais 36 rechtstreeks op de batterij aangesloten, zodanig dat de kring naar de sirene niet meer verbroken kan
<EMI ID=30.1>
inverseerspoel 49 bekrachtigd en wordt, door de schakelaar
35, de spanning naar de impulsschakelaars 11, 12 en 13 en de
<EMI ID=31.1>
gemeenschappelijke geleider van de impuls schakelaars een positieve spanning aangelegd. Tegelijkertijd wordt door de
<EMI ID=32.1> 30b en 30c, die nu in doorlaatrichting staan, aan de andere pool van de impulsschakelaars 11, 12 en 13 aangebracht wordt. Dit heeft als gevolg dat al de lichtpunten waarvan de bedieningskring een diode 30a, 30b of 30c vertonen branden. Meestal zorgt er'men voor dat minstens een dergelijk lichtpunt per lokaal voorzien is.
Onmiddellijk daarna, na ongeveer 0,2 seconden, wordt de spoel 40 bekrachtigd en onderbreekt het kontakt
<EMI ID=33.1>
deze niet ongewenst strocmvoerend blijven maar bovendien niet meer uitgeschakeld kunnen worden en aldus de voedingskring 1 van dé lichtpunten 2, 3 en 4 gesloten houden.
Om terug naar de normale verlichtingsinstallatie te kunnen overschakelen moet de verborgen opgestelde alarmonderbre-
<EMI ID=34.1>
kelaar in zijn normaal open stand teruggebracht worden.
Zoals kan voorgesteld worden betreft het hier dus een zeer eenvoudig en afdoend alarmsysteem met de hoogste betrouwbaarheid; trillingen, lichtflitsen en dergelijke kunnen bij voorbeeld het alarmsysteem niet van zelf op gang brengen. Bovendien betreft het hier een zeer soepel systeem dat alle combinaties, naargelang het speci-fiek geval van de vereiste beveiliging, mogelijk maakt; het betreft hier dus geen zogenoemd geprefabriceerd alarmsysteem maar een beveiliging die alle mogelijke varianten toelaat zodanig dat het praktisch ook door oningewijden niet doorgrond kan worden.
De uitvinding laat dus toe, mits het toevoegen van een beperkt aantal onderdelen aan een op zichzelf bekende verlichtingsinstallatie, een volledig beveiligd alarmsysteem te bekomen zonder op een noemenswaardige wijze
<EMI ID=35.1>
Dit is hoofdzakelijk te danken aan het feit dat de verlichtingsinstallatie zelf in het alarmsysteem ingeschakeld wordt en du s als een wezenlijk onderdeel van dit laatste dient beschouwd te worden.
In figuur 3 wordt een praktisch uitvoerings-
<EMI ID=36.1>
de uitvinding voorgesteld voor een eenvoudige woning.
Hierbij zijn in totaal tien lichtpunten a, b,
<EMI ID=37.1>
zien worden die eveneens in de laagspanningsbedienings-kring 14 geschakeld zijn en niet te onderscheiden zijn van de gewone stroomstopkontakten. Aldus is het mogelijk om het even op welke plaats om het even welke detector of dergelijke op te stellen. Verder kunnen nog van deze
<EMI ID=38.1>
naar niet voorgestelde verbreekschakelaars doorgetrokken worden, welke op diverse manieren geplaats kunnen worden. Deze schakelaars kunnen bi j voorbeeld zodanig voorzien zijn dat bij het openen van een raam, deur of rolluik een kontakt gemaakt wordt dat het lichtpunt in het desbetreffend lokaal doet branden. Deze verbreekschakelaars kunnen in een geblokkeerde toestand gebracht worden wanneer deze niet dienen ingeschakeld te worden. Deze leidingen met de desbetreffende schakelaars maken dus deel uit van het hierboven be-
<EMI ID=39.1>
vinding wordt gebruik gemaakt, bij het uitvoeren van een electrische verlichtingsinstallatie volgens de uitvinding, van een zeer volledig,. centraal controle paneel 19 waarop nagenoeg alle onderdelen in de gewenste schakeling vooraf aangebracht werden.
Zoals in streeplijn aangeduid werd in figuur 1 en zoals ook voorgesteld werd in figuur 2, vertoont volgens de uitvinding de voorzijde van het controle paneel,
(zie figuur 2)per lichtpunt 2, 3, 4 of groep lichtpunten een drukknop 20, 21, 22, naast elk drukknop aen verklik-
<EMI ID=40.1> de inverseerschakelaar 35 en de verschillende relais 36,
40, 49 met de overeenkomstige kontakten bevestigd en in de gewenste schakeling onderling met elkaar gekoppeld.
<EMI ID=41.1>
deze kring geschakelde lichtpunten 2, 3, 4, voor de overeenkomstige plaatselijke drukschakelaars 15, 16, 17, voor
<EMI ID=42.1>
Dit paneel kan. bij voorbeeld het deksel vormen van een volledig beveiligde doos waarin alle genoemde onder-
<EMI ID=43.1>
Het spreekt van zelf dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen en dat binnen het raam van de octrooiaanvrage meerdere verande-
<EMI ID=44.1>
<EMI ID=45.1>
beperken tot het doen branden van de lichtpunten en kan de sirene bij voorbeeld vervangen worden door een zwaailicht of dergelijke.