BE890859A - Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur - Google Patents
Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur Download PDFInfo
- Publication number
- BE890859A BE890859A BE2/59432A BE2059432A BE890859A BE 890859 A BE890859 A BE 890859A BE 2/59432 A BE2/59432 A BE 2/59432A BE 2059432 A BE2059432 A BE 2059432A BE 890859 A BE890859 A BE 890859A
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- sheet pile
- soil
- pile construction
- emi
- cloth
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E02—HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
- E02D—FOUNDATIONS; EXCAVATIONS; EMBANKMENTS; UNDERGROUND OR UNDERWATER STRUCTURES
- E02D29/00—Independent underground or underwater structures; Retaining walls
- E02D29/02—Retaining or protecting walls
- E02D29/0225—Retaining or protecting walls comprising retention means in the backfill
- E02D29/0241—Retaining or protecting walls comprising retention means in the backfill the retention means being reinforced earth elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E02—HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
- E02B—HYDRAULIC ENGINEERING
- E02B3/00—Engineering works in connection with control or use of streams, rivers, coasts, or other marine sites; Sealings or joints for engineering works in general
- E02B3/04—Structures or apparatus for, or methods of, protecting banks, coasts, or harbours
- E02B3/06—Moles; Piers; Quays; Quay walls; Groynes; Breakwaters ; Wave dissipating walls; Quay equipment
- E02B3/066—Quays
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Environmental & Geological Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Paleontology (AREA)
- Mining & Mineral Resources (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Ocean & Marine Engineering (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Revetment (AREA)
- Investigation Of Foundation Soil And Reinforcement Of Foundation Soil By Compacting Or Drainage (AREA)
Description
"Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur". De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur. De uitvinding heeft tot doel een dergelijke werkwijze te verschaffen waarbij op een relatief eenvoudige manier een zeer stevige kaaimuur kan worden bekomen. Tot dit doel : a. haalt men de grond tot op de gewenste diepte en over de aan- zetbreedte van de gewenste kaaimuur met een erbij horend grondmassief uit, b. richt men op het aldus bekomen funderingsaanzetvlak aan de waterzijde een damwandconstructie op, c. brengt op het funderingsaanzetvlak, aan de bermzijde van de damwandconstructie het einde aan van ten minste een strook van onrotbaar doek, waarna men op dit einde een laaggrond <EMI ID=1.1> brengt men het einde van de strook doek op het funderingsaanzetvlak aan met het vrije einde aan de van de damwandconstructie afgekeerde zijde van het aanzetvlak en plaatst men na het storten <EMI ID=2.1> grondlagen de strook doek zo dat elke grondlaag aan de naar de damwandconstructie gekeerde zijde met doek is bekleed zodat het <EMI ID=3.1> In een merkwaardige uitvoeringsvorm van de uitvinding verdicht men na elke laag grond die men op het doek aanbrengt, deze laag mechanisch. In een doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding stort men na het vormen van het volledige door de lagen grond en het doek gevormde ingesnoerde grondmassief en na het storten van beton tussen de damwandconstructie en dit grond massief een betonplaat boven op het grondmassief. Bij voorkeur doet men deze betonplaat aansluiten <EMI ID=4.1> massief heeft gestort. In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding brengt men, na het ten minste gedeeltelijk plaatsen van de damwandconstructie, aan de waterzijde ervan, de grond die dieper werd uitgegraven dan het bodempeil terug tot op het bodempeil. In een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding laat men openingen in de damwandconstructie en het beton dat men tussen deze damwandconstructie en het ingesnoerde grondmassief stort, open. De uitvinding heeft ook betrekking op een kaai- <EMI ID=5.1> uitvoeringsvormen . Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding <EMI ID=6.1> enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de uitvinding niet; de verwijzingscijfers betreffen de hieraan toegevoegde tekeningen. Figuur 1 stelt een dwarse doorsnede voor van een kaaimuur vervaardigd volgens de werkwijze volgens de uitvinding. Figuur 2 stelt een doorsnede voor volgens de lijn II-II uit figuur 1 maar op grotere schaal getekend. Figuur 3 stelt een doorsnede voor analoog aan deze uit figuur 1, maar met betrekking op slechts een gedeelte van de kaaimuur en een andere uitvoeringsvorm van de werkwijze. In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen. Om aan een kanaal 1 met constant waterpeil 2 de kaaimuur met ingesnoerd grondmassief volgens de figuren 1 en 2 te bouwen, gaat men als volgt te werk : Men baggert de bodem 3 en het talud 4 van het kanaal 1, die in de figuur 1 in streeplijn zijn voorgesteld, uit tot ten minste over een breedte die gelijk is aan de aan2;etbreedte van de muur met grondmassief de gewenste diepte wordt bekomen, dit is tot op een laag met voldoende draagkracht om de zettingen in de te bouwen muur tot het minimum te beperken. <EMI ID=7.1> het talud 4 in diepte toenemende verdieping 5 gevormd, terwijl het talud 4 gedeeltelijk verlaagd wordt tot op het funderingsaanzetvlak 7 w aarop de bodem 6 van de verdieping 5 aansluit. Dit/aanzetvlak 7 sluit door het hellende vlak 8 aan op het oorspronkelijke talud 4. Het uitgebaggerde grondvolume wordt opgeslagen in zoverre het herbruikbaar is voor de latere wederaanvulling . Vervolgens richt men, ter plaatse van de samenkomst van debodem 6 en het funderingsaanzetvlak 7 een damwandconstructie 9 op. Deze damwandconstructie 9 kan een lichte metalen damwand zijn die bestaat uit damplanken die men naast elkaar in de grondlaag met voldoende draagkracht heit. In dit geval vormt <EMI ID=8.1> wandconstructie 9 kan evenwel ook, zoals in de figuren 1 en 2 is voorgesteld, gevormd zijn door metalen I-profielen 10 die men, op een afstand van elkaar, in de draagkrachtige grondlaag heit, en geprefabriceerde gewapende betonplaten 11 die men, <EMI ID=9.1> 11 evenwel niet onmiddellijk maar wel naarmate de te bouwen kaaimuur in hoogte toeneemt. De steek, dit is de afstand waarover de damplanken of de I-profielen 10 in de grondlaag worden geheid, wordt uiteraard zo berekend dat de uitwijkingen van de damwandconstructie 9 in horizontale richting bij het bouwen van de kaaimuur beperkt blijft. Zoals later vermeld, kan deze uitwijking ook verder worden beperkt door het gebruik van ankers of schoren. Vervolgens vult men de verdieping 5 met grond aan. Daarna brengt men een synthetisch en onrotbaar gaasdoek 12 aan op het funderingsaanzetvlak 7 dat een weinig daalt naar het hellende vlak 8 en dus naar de berm waarop het talud 4 aansluit en die eenvoudigheidshalve niet in de figuren is voorgesteld. Dit gaasdoek 12 brengt men aan onder vorm van stroken die op rollen zijn gerold. De rollen plaatst men op het bovenste einde van de damwandconstructie 9, met hun langsrichting in de richting van de te vormen kaaimuur waarbij twee naburige rollen een weinig ten opzichte van elkaar zijn verschoven en zo zijn gelegen dat de naburige stroken gaasdoek 12 elkaar overlappen met een afstand van ongeveer 50 cm. Het vrije einde <EMI ID=10.1> tegen het hellende vlak 8 bevindt en bijgevolg het einde van de strook gaasdoek 12 zich onder water vanaf het vrije einde in de richting van de damwandconstructie 9 uitstrekt. Op deze eerste laag van de strook gaasdoek 12 stort men een eerste laag grond 14. Deze grond verdicht men op de gebruikelijke manier mechanisch tot een conusweerstand van 2 ongeveer 100 kg per cm wordt verkregen. Door de laag grond 14 wordt het einde van de strook gaasdoek 12 stevig tegen het funderingsaanzetvlak 7 aangedrukt. <EMI ID=11.1> eerste laag grond 14 maar ook tussen deze laag grond 14 en de damwandconstructie 9 uitstrekt, plooit men over de laag grond 14 <EMI ID=12.1> de onderste laag van de strook gaasdoek 12,waarna men deze strook opnieuw plooit naar de damwandconstructie 9 toe. Op dit laatste gedeelte van de strook brengt men een nieuwe laag grond 15 aan die men gelijkmatig over deze laag verspreidt en op dezelfde manier als de laag grond 14 mechanisch verdicht. Tussen de laag grond 14 en de laag grond 15 bevindt zich dus een dubbele laag van de strook gaasdoek 12. Men plooit de strook gaasdoek 12 vervolgens opnieuw boven de laag grond 15 op dezelfde manier als boven de <EMI ID=13.1> het plooien van het gaasdoek 12 en het aanbrengen van een laag grond 15 tot men de bovenkant van de damwandconstructie 9 bereikt. Het is vanzelfsprekend dat de treksterkte van het gaasdoek 12 voldoende groot dient te zijn om de belastingen <EMI ID=14.1> maaswijdte van het gaasdoek 12 hangt af van de aard van de grond, dit is het gebruikte vulmateriaal en wordt zo gekozen dat een grote contactweerstand van de korrels die tot de verschillende lagen grond 14 en 15 behoren,wordt verkregen. De haakweerstand van het gaasdoek 12 kan worden bevorderd door de ruwheid van het weefsel waarvan het gaasdoek 12 is vervaardigd. Het gaasdoek dient onrotbaar en sterk te zijn en is bij voorkeur vervaardigd van een weefsel van draden van polyvinylchloride, polypropyleen of polyethyleen. Het eigenlijke weefsel kan al dan niet ingebed zijn in een laagje van dezelfde of andere kunststof. Zoals reeds vermeld is elke laag grond 14 of 15 aan de zijde van de damwandconstructie 9 begrensd door een oplopend gedeelte van de strook gaasdoek 12. Deze oplopende gedeelten sluiten tegen de van het kanaal afgekeerde randen van degeprofileerde damplanken aan indien de damwandconstructie 9 uit de damplanken bestaat of sluiten tegen de van het kanaal afgekeerde zijde van de I-profielen 10 aan indien de damwandconstructie uit profielen 10 en geprefabriceerde betonplaten 11 bestaat. In het gev al de damwand,van metalen damplaten is vervaardigd, is de volle dige damwandconstructie 9 reeds gevormd vooraleer de door de strook gaasdoek 12 ingesnoerde <EMI ID=15.1> tussen de naar de lagen 14 en 15 gekeerde holle zijden van de damplanken en de aan de zijde van de damplanken door gaasdoek 12 afgedekte lagen 14 en 15 met onder water hardbaar beton. Men stort dit beton bij voorkeur naarmate men de <EMI ID=16.1> brengen van een laag 14 of 15 beton stort tot aan de bovenkant van deze laag. In het geval de damwandconstructie 9,zoals in de figuren voorgesteld,is gevormd door I-profielen 10 en geprefabriceerde betonplaten 11, vormt men deze damwandconstructie 9 naarmate men de lagen 14 aanbrengt. Naast de onderste laag grond 15 brengt men geen betonplaat 11 aan aangezien deze onderste laag aansluit tegen de grond waarmee men de verdieping 5 heeft gevuld. Na het aanbrengen van de onderste laag 14 brengt men telkens een betonplaat 11 aan vooraleer men,aan de bermzijde ervan, een laag grond 15 aanbrengt. Deze betonplaat 11 schuift men tussen twee naburige I-profielen 10. De betonplaten 11 zijn voorzien <EMI ID=17.1> de hoogte van een laag grond 15 ook gelijk aan de hoogte van een betonplaat 11. Telkens men naast een zopas aangebrachte betonplaat 11 een door het gaasdoek 12 ingesnoerde laag grond 15 aangebracht heeft, vult men de ruimte tussen deze ingesnoerde laag 15 en de gedoelde betonplaat 11 met onder water hard- <EMI ID=18.1> evenals het plaatsen van de betonplaten 11 naarmate men lagen 15 aanbrengt. Tussen twee of meer boven elkaar liggende lagen grond 15 brengt men metalen strippen 17 aan welke men aan de damwandconstructie 9 bevestigt. Indien deze constructie 9 bestaat uit I-profielen 10 en betonplaten 11 bevestigt men deze strippen aan de uitstekende wapening van de betonplaten 11. Een einde van deze strippen wordt dus mee in het beton 16 ingewerkt. Deze metalen strippen 17 beperken de horizontale <EMI ID=19.1> In het geval mocht blijken dat toch nog ontoelaatbare horizontale vervormingen van de damwandconstructie 9 optreden, kan men aan de kanaalzijde schoren aanbrengen of aan de andere zijde van de damwandconstructie horizontale hoog gelegen trekankers met ankerscherm plaatsen. Deze trekankers kan men ter plaatse laten maar de schoren dienen uiteraard nadrhand te worden verwijderd. Eens het ingesnoerde grondmassief de gewenste hoogte heef t bereikt, kunnen de lagen grond 14 en 15 nog supplementair worden verdicht met een trilwals of statische wals. Bovenop dit grondmassief stort men een gewapende betonplaat 18 waarvan de dikte afhangt van de bereikte verdichtingsgraad van het ingesnoerde grondmassief en van de te verwachten bovenbelastingen. De plaat 18 wordt solidair gemaakt met het beton 16 en het bovenste einde van de damwandconstructie 9. Bij voorkeur voorziet men de betonplaat 18 aan de van de damwandconstructie 9 afgekeerde zijde van het ingesnoerde grondmassief aan de onderkant van een hiel 19. Het verdient ook de voorkeur deze betonplaat 18 als een ononderbroken plaat over gans de lengte van de kaaimuur te vervaardigen., Naarmate men de ingesnoerde lagen 14 en 15 aanbrengt, brengt men ook grond 20 aan boven het hellende vlak 8 zodat de ruimte tussen de grondlagen en dit hellende vlak eveneens geleidelijk wordt gevuld. Bij voorkeur laat men in de damwandconstructie 9,in het daarachter gestorte beton 16 en eventueel in gedeelten <EMI ID=20.1> constructie zoveel mogelijk dezelfde is. Voor het aanbrengen van de lagen grond 14 en 15 en het opvullen van de ruimte boven het hellende vlak 8 kan men eventueel gebruik maken van de grond die in het begin uitgebaggerd werd. Men kan evenwel, vooral voor de lagen grond 14 en 15,gebruik maken van andere materialen die een goede verdichting onder water toelaten. Het aanbrengen van deze grond <EMI ID=21.1> vanaf een ponton op het water. De hiervoor beschreven werkwijze kan eveneens worden toegepast op plaatsen waar een retourkaaimuur dient te worden voorzien. Een zeer lange kaaimmur kan ook worden ingedeeld in vakken waarbij tussen twee opeenvolgende vakken een scheidingswand op dezelfde manier als de kaaimuur wordt opgericht. Met de hiervoor beschreven werkwijze bekomt men op een zeer eenvoudige manier een zeer stevige kaaimuur. De uitvoeringsvorm van de kaaimuur volgens de figuur 3 verschilt slechts van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2/door een ander verloop van de strook gaasdoek 12. Men brengt op de hiervoor beschreven manier een einde van de strook gaas- <EMI ID=22.1> laag grond 14. Men stort deze laag 14 evenwel zo dat de dikte ervan naar de damwandconstructie 9 toeneemt. Men plooit de strookgaasdoek 2 rond deze laag 14 maar aan de van de damwandconstructie 9 afgekeerde zijde van de laag 14 plooit men deze strook 12 niet terug. Men laat de strook opwaarts lopen,hetgeen men bekomt door de rol doek van het kanaal weg te verplaatsen tot aan de bermzijde van het te vormen ingesnoerde grondmassief. Men brengt nu de tweede laag grond 15 aan waarbij men er voor zorgt dat de dikte van deze grond in de richting van de damwandconstructie 9 afneemt tot nagenoeg nul tegen deze damwandconstructie. Men plooit nu de strook gaasdoek 12 over deze laag 15 waarbij de strook aan de zijde van de damwandconstructie 9 <EMI ID=23.1> gelegen raakt. Men laat nu de strook gaasdoek 12 opwaarts lopen waarna men de derde laag grond 15 aanlegt waarvan de dikte opnieuw van de damwandconstructie 9 weg afneemt. Men gaat zo verder met het in zigzag plooien van de strook gaasdoek 12 en het aanbrengen van lagen 15. Tussen de opeenvolgende lagen grond 14 en 15 bevindt zich slechts een laag van de strook gaasdoek 12 maar de boven elkaar liggende lagen grond <EMI ID=24.1> in dikte toenemend en afnemend. De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven uitvoeringsvormen en binnen het raam van de octrooiaanvrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvormen vele veranderingen worden aangebracht, onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de onder- <EMI ID=25.1> bruikt. In het bijzonder moet grond in ruime zin worden begrepen zodat hieronder niet noodzakelijk aarde moet worden verstaan. Deze grond kan ook gevormd zijn door kiezel of ander onder water verdichtbaar materiaal. De hiervoor beschreven werkwijze kan ook in het droog worden uitgevoerd dus vooraleer het kanaal met water is gevuld. Het beton dat men tussen het grondmassief en de damwandconstructie 9 aanbrengt, moet men niet noodzakelijk in verschillende stappen naarmate het grondmassief in hoogte toeneemt,storten. Men kan ook dit beton na het aanbrengen van al de lagen grond aanbrengen. In het geval de damwandconstructie uit profielen en geprefabriceerde platen bestaat, kunnen de betonplaten tot aan het <EMI ID=26.1> laag grond worden gestort. Het doek moet ook niet noodzakelijk een weefsel zijn.
Claims (1)
- CONCLUSIES1. Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur, <EMI ID=27.1>a. men de grond tot op de gewenste diepte en over de aanzet-breedte van de gewenste kaaimuur met een erbij horend grondmassief uithaalt,b. men op het aldus bekomen funderingsaanzetvlak aan de waterzijde een damwandconstructie opricht,c. men op het funderingsaanzetvlak, aan de bermzijde van dedamwandconstructie,het einde aanbrengt van ten minste een strook van onrotbaar doek, waarna men op dit einde een laag grond aanbrengt en men vervolgens achtereenvolgens ten minste een laag doek van deze strook en een laag grond aanbrengt tot de bovenkant van de damwandconstructie is bereikt en,d. men, ten minste boven de bodem aan de waterzijde, tussen de<EMI ID=28.1>kenmerk dat men het einde van de strook doek op het funderingsaanzetvlak aanbrengt met het vrije einde aan de van de damwand-<EMI ID=29.1>storten van de onderste grondlaag en tussen het storten van opeenvolgende grondlagen de strook doek zo plaatst dat elke grondlaag aan de naar de damwandconstructie gekeerde zijde met<EMI ID=30.1>doek terug van de damwandconstructie weg naar de bermzijde aanbrengt, men deze strook aan de bermzijde plooit en terug tot aan de damwandconstructie aanbrengt, men over de2:e dubbele<EMI ID=31.1>gaat tot de bovenkant van de damwandconstructie.4. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk dat men na het storten van de onderste laag, de strook doek<EMI ID=32.1>stort, men daarna de strook tot aan de damwandconstructie boven deze laag aanbrengt, men vervolgens de volgende laag stort en men zo verder werkt tot aan de bovenkant van de damwandconstructie, waarbij men elke laag zo in dikte doet variëren, dat, ten minste aan de zijde van de damwandconstructie, de aan deze zijde gelegen lussen van de strook doek elkaar nagenoegraken.5. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men het einde van de strook doek op het funderingsaanzetvlak onder water aanbrengt door het vrije einde van deze strook te laten zakken met behulp van zinkstukken.6. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men na elke laag grond die men op het doek aanbrengt, deze laag mechanisch verdicht.7. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies,<EMI ID=33.1>achter elkaar verschillende geplooide stroken doek met lagen grond ertussen aanbrengt, waarbij de naburige stroken doek elkaar met hun randen overlappen.8. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men na het vormen van het volledige door de lagen grond en het doek gevormde ingesnoerde grondmassief en<EMI ID=34.1>kenmerk dat men deze betonplaat doet aansluiten op het beton dat men tussen de damwandconstructie en dit grondmassief heeft gestort.<EMI ID=35.1>massief stort, aan de van de damwandconstructie afgekeerde zijde en aan de onderkant van een hiel voorziet. 11. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men, na het ten minste gedeeltelijk plaatsen<EMI ID=36.1>-dieper werd uitgegraven dan het bodempeil terug tot op het bodempeil brengt.12. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men de damwandconstructie vervaardigt van I-profielen die men in het funderingsaanzetvlak heit en ge-<EMI ID=37.1>brengt.13. Werkwijze volgens vorige conclusie, met het kenmerk dat men dergelijke betonplaten aanbrengt ten minste boven de bodem aan de waterzijde, en men deze betonplaten aanbrengt naarmate men de ingesnoerde grondlagen aanbrengt.14. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men het beton tussen de damwandconstructie<EMI ID=38.1>lagen aanbrengt.15. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men na het plaatsen van al de ingesnoerde grondlagen het gehele grondmassief verdicht.16. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men tussen ten minste een aantal grondlagen metalen strippen aanbrengt die men aan de damwandconstructie vastmaakt.17. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies,<EMI ID=39.1>ingesnoerde grondlagen het talud aan de van de damwandconstructie afgekeerde zijde van deze grondlagen opvult.18. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men als doek een geweven gaasdoek van synthetisch materiaal gebruikt.19. Werkwijze volgens een van de vorige conclusies, met het kenmerk dat men openingen in de damwandconstructie en in het beton dat men tussen deze damwandconstructie en het ingesnoerde grondmassief stort, openlaat.20. Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur zoals hiervoor beschreven.21. Muur gebouwd volgens de werkwijze volgens een van de vorige conclusies.22. Muur zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2/59432A BE890859A (fr) | 1981-10-26 | 1981-10-26 | Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2/59432A BE890859A (fr) | 1981-10-26 | 1981-10-26 | Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur |
| BE890859 | 1981-10-26 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE890859A true BE890859A (fr) | 1982-02-15 |
Family
ID=25659760
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2/59432A BE890859A (fr) | 1981-10-26 | 1981-10-26 | Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE890859A (nl) |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2584113A1 (fr) * | 1985-07-01 | 1987-01-02 | Balzer Edmond | Construction de soutenement, procede pour realiser cette construction de soutenement, moyens pour mettre en oeuvre le procede |
| EP0215407A3 (en) * | 1985-09-12 | 1987-05-13 | Geotech-Lizenz Ag | Wall with gravity support structure, building element and method for construction thereof |
| US4756645A (en) * | 1985-07-01 | 1988-07-12 | Balzer Edmond H M | Support structure, process for producing this support structure, means for practicing the process |
-
1981
- 1981-10-26 BE BE2/59432A patent/BE890859A/nl not_active IP Right Cessation
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2584113A1 (fr) * | 1985-07-01 | 1987-01-02 | Balzer Edmond | Construction de soutenement, procede pour realiser cette construction de soutenement, moyens pour mettre en oeuvre le procede |
| US4756645A (en) * | 1985-07-01 | 1988-07-12 | Balzer Edmond H M | Support structure, process for producing this support structure, means for practicing the process |
| EP0215407A3 (en) * | 1985-09-12 | 1987-05-13 | Geotech-Lizenz Ag | Wall with gravity support structure, building element and method for construction thereof |
| EP0273077A1 (fr) * | 1986-12-29 | 1988-07-06 | Edmond Henri Marie Balzer | Construction de soutènement et procédé pour réaliser cette construction de soutènement |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| DE69926791T2 (de) | Staudamm und abdichtungsverfahren | |
| CN210315102U (zh) | 复合式生态装饰面板护坡加筋路基结构 | |
| CN109024665A (zh) | 一种砌块式加筋土挡墙及其施工方法 | |
| CN105804007B (zh) | 一种基于滩涂软基的加筋土岸墙结构 | |
| US3383864A (en) | Method of protecting or repairing scoured areas of a situs | |
| BE890859A (fr) | Werkwijze voor het bouwen van een kaaimuur en aldus gebouwde muur | |
| CN112813757A (zh) | 一种用于桥头过渡处理的泡沫轻质土复合路基施工方法 | |
| CN108677999B (zh) | 一种淤泥质袋装土挡墙结构及施工方法 | |
| CN112049134A (zh) | 一种生态护坡用格栅及其施工方法 | |
| CN219772875U (zh) | 一种土石坝坝后上坝道路结构 | |
| CN116377957B (zh) | 一种土石坝坝后上坝道路结构及其施工方法 | |
| JP7295538B2 (ja) | 遮水層構築工法 | |
| BE1007279A3 (nl) | Werkwijze voor het in de grond bouwen van een bouwwerk. | |
| JPH01146020A (ja) | 盛土による基礎構築体とその築造方法 | |
| CN116516758A (zh) | 软土地基高速公路拼宽施工方法 | |
| BE1008084A3 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een onderschoeiingsmuur. | |
| JP3045673B2 (ja) | 軽量埋戻し、裏込工法および軽量盛土工法 | |
| RU2182200C1 (ru) | Способ укрепления конусов мостов и/или путепроводов | |
| CN114687583A (zh) | 建筑涂料外墙处的防散水下沉施工方法及施工结构 | |
| NL1010332C2 (nl) | Werkwijze voor het saneren van dijken. | |
| NL194007C (nl) | Monoliet damwandstabilisering. | |
| RU2717536C1 (ru) | Георешетка | |
| JPS61134432A (ja) | 土留擁壁の保護工法 | |
| CN217203965U (zh) | 一种基于纵横拉杆和底支撑的整体式闸室结构 | |
| BE1028215B1 (nl) | Middel voor bescherming tegen erosie en werkwijze voor het vervaardigen ervan |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| RE | Patent lapsed |
Owner name: DE SAEDELEER RUDDY J.R. Effective date: 19851031 |