<Desc/Clms Page number 1>
Ten name van : NEMSCHOFF CHAIRS INC. Betreffende : Zitmeubel Voorgestelde benaming : UITVINDINGSOCTROOI
<Desc/Clms Page number 2>
BESCHRIJVING BEHORENDE BIJ
DE OCTROOIAANVRAGE van NEMSCHOFF CHAIRS Inc. betreffende "Zitmeubel"
EMI2.1
------------------------------------------------------------- Amerikaanse octrooiaanvrage nr. 419,804 d. d. 20-09-1982 ingediend op naam van Leonard M. NEMSCHOFF
EMI2.2
-------------------------------------------------------------
De uitvinding heeft betrekking op een zitmeubel omvattende tegenover elkaar gelegen opstaande zijdelen die in zijdelingse richting op enige afstand vast met elkaar zijn verbonden, verder omvattende een rugkussen met een achterzijde en een zittingkussen met een onderzijde, waarbij elk van deze kussens éen in hoofdzaak stijf inwendig gestel heeft.
Een dergelijk meubel is uit de praktijk bekend en vooral in de laatste jaren heeft men aandacht besteed aan stoelen en meerzitsbanken die in het
<Desc/Clms Page number 3>
bijzonder zijn bestemd voor een omgeving waarin zij bestand moeten zijn tegen een nogal ruwe behandeling.
Slaapzalen en gezelligheidsruimtes in scholen en universiteiten hebben bijzondere behoefte aan dergelijke stevige meubels, doch er is eveneens een grote behoefte aan dergelijke zaken in de kamers en ontvangstruimten van hotels en motels. Ook in instituten voor overwerkte of overstuur geraakte personen alsmede voor geestelijk gestoorden, in de wachtruimten van vliegvelden en dergelijke publieke plaatsen bestaat veel vraag naar een dergelijk type meubel. Ook bestaat deze vraag in privé huizen, in het bijzonder voor het inrichten van een speelkamer.
Een dergelijk zitmeubel behoort een beklede zitting en rugleuning te hebben voor het verhogen van het comfort en het aantrekkelijke uiterlijk, doch het moet evenwel ook in staat zijn een hardhandig gebruik te doorstaan-en zelfs misbruik en vandalisme-zonder dat kostbare herstelwerkzaamheden nodig zijn. In verband hiermede worden zitmeubels van het hiervoor beschreven type uitgevoerd met een zeer stevig gestel en met omkeerbare kussens. Wanneer een zitkussen van een dergelijke stoel verontreinigd of versleten is, kan het worden weggenomen en onderste boven weer aangebracht teneinde de levensduur te verdubbelen.
Het zelfde geldt voor de rugleuning die eveneens kan worden omgekeerd. De bekleding van elk kussen kan ook zodanig zijn uitgevoerd dat het gemakkelijk kan worden verwijderd, zodat wanneer beide zijden van het kussen niet meer toontbaar zijn, deze bekleding kan worden verwijderd van het ondersteunende gestel en een nieuwe bekle-
<Desc/Clms Page number 4>
ding weer snel hierop kan worden aangebracht.
-In een stoel die in de handel verkrijgbaar is en die bestemd is voor hardhandig gebruik, is voorzien van omkeerbare kussens die worden ondersteund door L-vormige rails of groeven aan de tegenover elkaar gelegen zijden van het ondersteunende gestel, waarbij elke rail naar binnen uitsteekt vanaf een rechtopstaand deel van het zijfreem. Elke rail heeft een naar voren uitstekend gedeelte voor het kussen van de zitting en een naar boven uitstekend gedeelte voor het rugkussen. Een stug binnenfreem voor elk kussen heeft groeven in de tegenover gelegen zijkanten voor het opnemen van de rails waarmee het kussen samenwerkt. Elk van de kussens kan vrij verschuiven tot op enige afstand van zijn normale stand, totdat het in aanraking komt met een aanslag die kan worden losgenomen waarmede wordt voorkomen dat het kussen geheel wordt verwijderd van het steungestel.
Voor het omkeren van de kussens wordt het rugkussen eerst voldoende ver naar boven bewogen zodat de aanslag aan de onderzijde vrij komt. Door de toepassing van een speciaal gereedschap op het bedieningsorgaan, wordt'de stop vrijgegeven en kan het rugkussen volledig van het hoofdfreem worden verwijderd. Het zitkussen wordt vervolgens naar voren bewogen vanaf zijn normale stand teneinde de toegang vrij te maken naar een bedieningsorgaan voor het vrijgeven van de stop aan de achterzijde. Het gereedschap wordt op een zelfde wijze gebruikt zodat het zitkussen geheel naar voren kan worden uitgetrokken los van het hoofdfreem. Het speciale gereedschap moet opnieuw worden gebruikt wanneer elk kussen wederom op het hoofdfreem wordt aangebracht.
Teneinde het mogelijk te maken dat de rails van het hoofdfreem in de groeven van elk kussenfreem kan grijpen zonder last te ondervinden van de bekleding van het kussen, heeft de bekleding verlengde randgedeelten die zich uitstrekken voorbij de groef op enige afstand van de tegenover elkaar liggende zijden van de groef. Deze zijdelen
<Desc/Clms Page number 5>
zijn losneembaar bevestigd op het kussenfreem door middel van"VELCRO"of dergelijke.
Alhoewel dit bekende meubel duidelijke verdiensten en voordelen vertoont, heeft dit meubel ook zekere nadelen en tekortkomingen die niet steeds onmiddellijk in het oog springen, doch die desondanks van aanzienlijk belang zijn voor degene die belast is met het beheer en het onderhoud van het betroffen meubeltype. Het feit dat elk van de kussens vrij beweegbaar is over een waarneembare afstand naar en vanaf de normale stand, biedt een zekere verleiding voor pogingen tot een niet toegestaan complete verwijdering van de kussens, waarbij brute kracht kan worden toegepast in een poging de stops te doorbreken die normalerwijs worden vrijgemaakt door het speciale gereedschap.
De aard van de railverbinding tussen het hoofdgestel en de kussens is aanleiding tot andere nadelen. De inrichting is niet geschikt voor toepassing in een meerzitsbank aangezien er geen middelen zijn voor het ondersteunen van de zijkant van een kussen dat niet ligt naast een rechtopstaand freemdeel. De railverbinding maakt het noodzakelijk sleuven te maken in de zijkanten van elk kussenovertrek en veroorzaakt derhalve een toename in de snij-en naaikosten'van de overtrekken. Voor het verbergen van deze sleuven in het kussenovertrek kunnen de rechtop staande zijdelen van het freem geen openingen hebben en derhalve heeft de zitbank al vrij spoedig een nogal massief en volumineus aanzien.
Daar komt nog bij dat de randdelen van de zitting-overtrek gelegen lands de sleuven in het freem, betrekkelijk gemakkelijk en ongezien kunnen worden weggetrokken door de zittende persoon. Hierdoor kan het overtrek worden geopend door het hierin schuiven van kleine pakjes contrabande, watten of dergelijk, verbandmateriaal, kauwgom en dergelijke onaangename zaken.
De uitvinding beoogt een (stevig en aantrekkelijk doch niet kostbaar zitmeubel, zoals een stoel of een meerzits-
<Desc/Clms Page number 6>
bank te verschaffen, voorzien van een omkeerbare zitting en rugleuning die gemakkelijk kunnen worden verwijderd met een eenvoudig speciaal gereedschap doch die geen gemakkelijk zichtbare aanwijzing vertonen dat deze onderdelen van het hoofdgestel kunnen worden losgenomen.
Een verder oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van een konstruktieve uitvoering voor een omkeerbare zitting die net zo goed geschikt is voor toepassing in een stoel of dergelijke zetel als in een meerzitsbank voor twee of meer personen.
Een verder oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van een zitmeubel met omkeerbare kussens van het beschreven type waarbij de zitting en de rugleuning losneembaar zijn vergrendeld in hun normale standen en waarin alle elementen van het meubel zo zijn aangebracht dat een persoon die niet bekend is met de constructie, er niet achter komt dat de kussens kunnen worden verwijderd en nog minder de manier waarop de kussens kunnen worden verwijderd.
De uitvinding beoogt verder het verschaffen van een aantrekkelijk zitmeubel dat zowel kan worden toegepast als een enkele stoel of een meerzitsbank, waarin de stevigheid van de ondersteunende constructie in geen enkel opzicht op afhankelijke wijze is beïnvloed ten gunste van de losneembaarheid van da zitting of de rugleuning.
Een nogal speciaal doch zeer belangrijk oogmerk dat met de onderhavige aanvrage wordt nagestreefd is het verschaffen van een zitmeubel met omkeerbare kussens van het hiervoor beschreven type, waarbij elk van de zitting en rugleuning kussens is voorzien van slechts twee onmerkbaar kleine en betrekkelijk ontoegankelijke openingen die zorgen voor de bevestiging met de ondersteunende constructie, zodat de bekleding van de kussens geen bergplaats kan vormen voor onaangename voorwerpen en dergelijke doch waarin elke kussenbekleding is desondanks gemakkelijk verwijderbaar na het openen van een ritssluiting die normaal is verborgen
<Desc/Clms Page number 7>
en moeilijk toegankelijk voor een persoon die in het meubel is gezeten.
In deze samenhang beoogt de uitvinding verder een zitmeubel te verschaffen waarin de zijkanten van de zitting en rugleuning bekleding geen openingen of sleuven hebben die moeten worden verborgen door de opstaande zijdelen en waarbij deze zijdelen kunnen zijn uitgevoerd als geheel open armleuningen.
Verder beoogt de uitvinding een zitmeubel met omkeerbare kussens van het hiervoor beschreven type te verschaffen waarin het verwijderen van het kussen voor de zitting en de rugleuning, het gebruik vereist van een speciaal gereedschap doch waarbij het opnieuw aanbrengen van deze kussens op het steungestel kan worden verkregen bij eenvoudigweg elk van de kussens te verschuiven tot aan de geheel gemonteerde toestand, waarbij dan het kussen automatisch wordt vergrendeld. Ook wordt beoogd elk van de kussens afzonderlijk te. kunnen losnemen en weer aanbrengen zonder het andere kussen daarbij te storen.
Al deze oogmerken worden volgens de uitvinding bereikt doordat het zitmeubel is opgebouwd uit : een paar staafvormig, in hoofdzaak L-vormige delen, elk voorzien van een naar voren uitstekend been voor het kussen van de zitting en een naar boven uitstekend been voor het kussen van de rugleuning, verder uit een balk die zich dwars tussen de zijdelen uitstrekt en met elk zijdeel is verbonden in het achterste deel daarvan, welke balk een vast verbinding heeft met elk van de L-vormige delen nabij het overgangsgebied tussen beide benen, waarbij de L-vormige delen inwendig op een zekere afstand ten opzichte van de zijdelen worden ondersteund met de overeenkomstige benen evenwijdig aan elkaar, waarbij het inwendige gestel van elk van de kussens een paar evenwijdige kanalen vrijlaat die zich binnen het kussen uitstrekken vanaf de voorzijde,
in welke kanalen de benen van de L-vormige delen in lengterichting kunnen worden geschoven.
<Desc/Clms Page number 8>
Een gunstige uitvoering van het zitmeubel is voorzien van een paar snap-inrichtingen die vrijwel gelijktijdig in ingrijping komen wanneer het kussen volledig wordt geschoven op de betrokken benen van de L-vormige delen en waarbij het kussen ontgrendelbaar wordt vastgehouden tegen verplaatsing langs de benen in een richting van de balk af, waarbij elke snapinrichting is voorzien van een orgaan op een been van het L-vormige deel en een samenwerkend snaporgaan op het interne gestel van een kussen.
Bij voorkeur is een van de snaporganen beweegbaar in tegengestelde richtingen, evenwijdig aan de langsrichting van de balk en wordt gedrukt in een van deze richtingen teneinde een aanslag hierop in aanraking te brengen met een samenwerkende aanslag op het andere snaporgaan, waarbij dit ene snaporgaan een oplopend vlak heeft waarmee het in de andere van de tegengestelde richtingen kan worden bewogen door aanraking met het andere snaporgaan gedurende een laatste fase van de schuifbeweging van het kussen op het been en door aanraking daartegen met een'slank gereedschap dat in lengterichting in het kanaal langs het been wordt ingeschoven.
Bij voorkeur zijn de aanslagen zodanig aangebracht dat hun samenwerking een positieve doch weer losneembare vergrendeling tot stand brengt van het kussen tegen verplaatsing langs de betrokken benen van de L-vormige delen in een richting van de balk af. De snaporganen op de benen van de L-vormige delen liggen aanzienlijk dichter bij het vrije uiteinde van de benen dan bij de balk en elk kanaal heeft een verbreed gedeelte waarin een snapinrichting is ondergebracht en dat in buitenwaartse richting van de snapinrichting uitsteekt door de zijde van het kussen voor het opnemen van een lang slank gereedschap waarbij het ene snaporgaan kan worden verplaatst in de andere van de twee tegengestelde richtingen voor het'vrijmaken van de samenwerkende aanslag uit de snapinrichting.
<Desc/Clms Page number 9>
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening die een beeld geeft van een uitvoeringsvorm die op dit moment beschouwd wordt als een voorkeursuitvoering.
Fig. 1 is een perspectivisch vooraanzicht van een stoel waarin het principe van de uitvinding is verwerkt en waarbij het rugkussen gedeeltelijk uit de normale stand is verschoven.
Fig. 2 is eveneens een perspectivisch vooraanzicht van de ondersteuningsconstructie van de stoel volgens de uitvinding waarbij zowel de zitting als de rugleuning is verwijderd.
Fig. 3 geeft perspectivisch op iets vergrote schaal een detail weer van het inwendige freem van de rugleuning met betrekking tot de steunconstructie wanneer het rugkussen zich bevindt in de stand volgens fig. 1.
Fig. 4 is een aanzicht overeenkomstig fig. 3 waarbij het inwendige freem van de rugleuning zich bevindt in zijn normale volledig samengestelde stand op de steunconstructie.
Fig. 5 toont een detail in doorsnede volgens het inwendige symmetrievlak van de rugleuning waarbij de snapinrichting in de vergrendelde stand is weergegeven.
Fig. 6 geeft een beeld overeenkomstig fig. 5 waarbij het rugkussen gedeeltelijk is uitgeschoven en de snapconstructie is ontgrendeld.
Fig. 7 toont het zitmeubel in doorsnede volgens een vertikaal vlak gelegen binnen een van de opstaande zijdelen en gezien in de richting naar het andere zijdeel.
Fig. 8 toont op nog verder vergrote schaal de losgenomen delen van de snapinrichting.
Fig. 9 is een doorsnede volgens de lijn IX-IX in Fig. 7.
Fig. 10 toont de rechtstreekse ondersteuningsdelen voor de rugleuning en de zitting in uiteengenomen toestand.
Fig. 11 toont een deel van een meerzitsbank met losgenomen zitting en rugleuning en een enkel zijdeel.
<Desc/Clms Page number 10>
Een zitmeubel volgens de uitvinding, beschouwd als een stoel, omvat in het algemeen een ondersteuningsconstructie of hoofdgestel 5, een hoofdzakelijk horizontaal zitkussen 6 en een als kussen uitgevoerde opstaande rugleuning 7. Het hoofdgestel omvat een paar rechtopstaande zijdelen 8 die vast zijn bevestigd en zijdelings op afstand van elkaar worden gehouden door stevige dwarsdelen die hier zijn afgebeeld als omvattende een voorste dwarslat 9 en twee op enige afstand boven elkaar gelegen afzonderlijke achterste dwarslatten 10.
In dit geval zijn de zijdelen 8 afgebeeld als platte, betrekkelijk dikke en in hoofdzaak met een rechthoekige buitenzijde uitgevoerde elementen met een zodanig hoogte dat de bovenranden 11 daarvan kunnen dienst doen als armsteunen voor de stoel, zoals duidelijk blijkt uit Fig. 1.
Voor een aantrekkelijk aanzien kunnen de zijdelen 8 van hout zijn vervaardigd doch ook andere materialen zijn vanzelfsprekend geschikt, wanneer men rekening houdt met het feit dat de zijdelen bij voorkeur op zich zelf stevig zijn en een zeer vaste verbinding hebben met de dwarslatten 9 en 10. Ten gevolge van de wijze waarop de zitting en rugleuning 6 en 7 worden ondersteund-zoals hierna toegelichtzijn de kanten van deze kussens zichtbaar zodat de zijdelen 8 open kunnen zijn met, zoals afgebeeld-een bovenste en een onderste rechthoekige uitsparing 13 en 13'. Iedere andere vorm van uitsparing indien gewenst voor de luchtcirculatie of voor dierdoeleinden, is uiteraard mogelijk.
Elk van de kussens voor de zitting en rugleuning 6 en 7 is losneembaar aangebracht op'het hoofdgestel 5 zoals hierna wordt toegelicht. Het kussen voor de zitting 6 is symmetrisch ten opzichte van een hoofdzakelijk horizontaal vlak, terwijl het kussen van de rugleuning 7 symmetrisch is ten opzichte van een in hoofdzaak opstaand vlak, zie fig. 7. Vanzelfsprekend vertoont elk van deze kussens ook een symmetrie van links naar rechts. Het is denkbaar dat het rugkussen 7 identiek is met het zittingkussen 6, mogelijk onder het opofferen van enig zitcomfort of uiterlijk aspect.
<Desc/Clms Page number 11>
De constructie die rechtstreeks de kussens 6 en 7 onder- steunt, bestaat uit een horizontale balk 12 die zich uit- strekt tussen de zijdelen 8 en aan een achterste gedeelte van elk van deze twee delen is bevestigd. De constructie bevat voorts een paar staafvormig, in hoofdzaak L-vormige delen 14 die elk zijn voorzien van een naar voren uitstekend been 16 voor het kussen van de zitting 6 en een bovenwaarts uitstekend been 17 voor het rugkussen. Op het overgangspunt - van beide benen 16 en 17 heeft elk van de L-vormige delen
14 een vaste verbinding 18 met de balk 12. De verbindingen
18 zijn zodanig gesitueerd langs de balk 12 dat de delen 14 op een afstand van elkaar liggen die iets kleiner is dan de breedte van de kussens 6 of 7. Voor een stoel is de plaats van elk L-vormig deel 14 gelegen aan de binnenzijde en nabij een van de zijdelen 8.
Opgemerkt wordt dat de benen 16 en 17 van de delen 14 volledig vrij uitsteken en dat de benen 16 evenwijdig aan elkaar liggen evenals dit het geval is met de benen 17.
Aangezien de vrij uitstekende benen 16 het gewicht op de zitting 6 moeten dragen, zal het duidelijk zijn dat de verbindingen 18 bijzonder sterk moeten zijn. In dit geval bestaan deze verbindingen uit ringvormige passtukken die zijn vastgelast op de balk 12 en op de delen 14. Verder is elk deel 14 gevormd uit een enkel stuk van een sterke buis met vierkante doorsnede dat over een betrekkelijk grote straal is gebogen op de verbindingsplaats van de benen 10 en 17. Alhoewel het naar voren uitstekende been 16 zeer stijf is, hebben deze benen een zekere veerkracht en kunnen der- halve enigszins buigen op het opnemen van een plotseling optredende neerwaartse belasting op deze benen.
In het geval van een stoel bestaan de grootste krachten op de balk 12 uit torsiekrachten zodat deze balk bij voorkeur uit een buis of pijp bestaat met ronde doorsnede. Elk uit- einde van de balk 12 is stevig vastgelast aan het achterste gedeelte van een lange plaat 20 die plat ligt naast de binnen- kant van een aangrenzend zijdeel 8 waaraan deze plaat is
<Desc/Clms Page number 12>
bevestigd met schroeven 21. Elke plaat 20 strekt zich naar voren uit over een aanzienlijke afstand langs het zijdeel 8 teneinde aldus een lange hefboomarm te verschaffen voor het opnemen van de torsiekrachten op de balk 12. Deze balk werkt ook samen met de dwarslatten 9 en 10 door zijn verbinding met de platen 20 voor het verschaffen van de verbinding tussen de zijdelen 8.
Elk van de kussens 6 en 7 heeft inwendig een hoofdzakelijk rechthoekig freem 22 dat ligt in het vlak van symmetrie van het kussen. Het zal duidelijk zijn dat een geschikte vulling of polstering is aangebracht langs de tegenover elkaar gelegen zijden van elk kussenfreem 22, en dat een overtrek van een weefsel of dergelijke deze vulling en het freem omsluit. Langs elk van de tegenover gelegen zijkanten is elk freem 22 uitgevoerd met een kanaalvormige uitsparing 23 waarin een van de benen 16 of 17 van een L-vormig deel.
14 in langsrichting kan worden geschoven met een nauwkeurige passing. De twee kanalen 23 in elk kussen 6,7 lopen natuurlijk evenwijdig aan elkaar en hebben een onderlinge afstand gelijk aan die van de twee delen 14. De kanalen 23 in het zittingkussen 6 hebben een toegang via de overtrek aan de nauwe achterkant 24 van dat kussen voor het opnemen van de naar voren uitstekende benen 16. Op soortgelijke wijze hebben de twee kanalen 23 van het rugkussen 7 een opening door de overtrek bij de smalle onderkant 25 voor het opnemen van de naar voren uitstekende benen 17. Opgemerkt wordt dat de twee gaten in elk kussen overtrek die de benen 16 of 17 voor het kussen moeten opnemen, de enige opening in de overtrek zijn. Deze gaten zijn betrekkelijk klein en zijn gelegen in een deel van het kussen dat normaal niet zichtbaar is en betrekkelijk ontoegankelijk.
Voor het vergemakkelijken van het verwisselen van de overtrek voor elk kussen, kan de overtrek zijn voorzien van een langwerpige opening 27 (zie fig. 10) die zich uitstrekt over de gehele lengte van die zijde 24 resp. 25 van het kussen 6 resp. 7 dat is
<Desc/Clms Page number 13>
uitgevoerd met de gaten 23. Deze opening 27 kan worden gesloten met een ritsluiting of dergelijke.
Wanneer elk kussen 6 of 7 over de bijbehorende benen 16 of 17 wordt geschoven, wordt een binnen het kussen verborgen snapinrichting 29 voor elk van deze benen via een nokvlak bewogen. Zodra het kussen zijn normale gebruikstand heeft bereikt, treedt de vergrendeling in werking voor het aldus losneembaar vasthouden van het kussen tegen elke verplaatsing uit die eindstand. De normale gebruikspositie van elk kussen 6,7 is vanzelfsprekend de stand waarbij de benen 16 of 17 volledig zijn binnengedrongen in het kussen via de van openingen voorziene zijde 24 of 25, waarbij het kussen zich zo dicht mogelijk bij de balk 12 bevindt. Elke snapinrichting kan zodanig worden uitgevoerd (door bepaalde vanzelfsprekende wijzigingen van de hierna te beschrijven constructie) dat het slechts een meegevende weerstand opwekt tegen het terugtrekken van het kussen uit de normale gebruiksstand.
Bij voorkeur echter belet elke snapinrichting een verplaatsing door middel van een positieve doch losneembare vergrendeling van het kussen op de benen 16 of 17.
Elke snapinrichting 29 is voorzien van een snaporgaan 31 dat op een been 16 of 17 is aangebracht en een samenwerkend snaporgaan 32 dat is aangebracht op het inwendige kussenfreem 22 nabij het binnenste uiteinde van een verbreed gedeelte 34 van het kanaal 23 waarin het been wordt opgenomen. Dit verbrede gedeelte 34 strekt zich over de gehele lengte uit dat aan de zijde 24 of 25 van het betrokken kussen 6 of 7 uitmondt.
In het algemeen is een van de snaporganen van elke inrichting 29 beweegbaar in tegenover gestelde richtingen, evenwijdig aan de langsrichting van de balk 12 en wordt door veerdruk in een van deze richtingen gehouden, zodat een aanslag hierop in aanraking kan komen met een aanslag van het andere snaporgaan. Verder is het ene snaporgaan zo uitgevoerd dat gedurende het verschuiven van het kussen naar zijn normale stand, het andere snaporgaan schuift langs het
<Desc/Clms Page number 14>
ene snaporgaan in de ene of de andere van de genoemde tegengestelde richtingen om aldus een automatische ingrijping van de aanslagen te verkrijgen.
In het bijzonder voor wat betreft de uitvoeringsvorm van de snapinrichting die in de tekening is afgebeeld, zal het snaporgaan 31 dat een betrekkelijke vaste aanslag vormt, zijn uitgevoerd als een tapeinde of schroef met dikke kop (zie fig. 8 en 9) bevestigd op het been 16 of 17, zodat het aan een einde van dit been op een bepaalde afstand van de balk 12 uitsteekt. Het andere snaporgaan 32 zoals het beste te zien in de figuren 5,6 en 8 omvat een gebogen bladveer met een opgesloten uiteinde 33 dat op elke geschikte wijze is bevestigd aan het kussenfre m 22. Deze bladveer steekt in lengte richting buiten het verbrede gedeelte 34 uit waarbij de bolle zijde is gericht naar het aangrenzende been 16 of 17.
Een gat 37 in het bol uitstaande middelste deel van de bladveer 32 verschaft de aanslag op dat orgaan en heeft een zodanige afmeting dat het andere penvormige snaporgaan kan worden opgenomen voor het verkrijgen van een losneembare vergrendeling. Het zal duidelijk zijn dat wanneer een kussen 6 of 7 de laatste stadia doorloopt van zijn beweging naar zijn normale eindstand, het penvormige orgaan 31 als een nok glijdt langs het hellend oplopende vrije gedeelte van de bladveer 32, zoals te zien in fig. 6. Daarbij wordt het bol uitstaande middelste deel van de bladveer weggedrukt van het aangrenzende been 16 of 17, zodat het penvormige orgaan 31 kan snappen in het gat 37.
Een lang, slank en spaanvormig werktuig 38 wordt gebruikt voor het ontgrendelen van de bladveer 32 uit zijn vergrendelende aanraking met de pen 31. Zoals te zien in fig. 5 wordt het werktuig 38 in langsrichting in het verbrede gedeelte 34 van het kanaal 23 geschoven en wordt zijn uiteinde in aanraking gebracht met het hellende vrije eindgedeelte van de bladveer 32. Hiermee wordt het bol uitstaande gedeelte
<Desc/Clms Page number 15>
van dat orgaan zijdelings weggebogen voor het vrijmaken van zijn ingrijping met het penorgaan 31. De samenwerkende snaporganen 31 en 32 zijn bij voorkeur zo ver van de ingang van het kanaal 23 verwijderd dat deze organen ontoegankelijk zijn voor een normale schroevendraaier. Op deze plaats is de vergrendelinrichting 29 dusdanig onzichtbaar dat de aard van zijn funktioneren niet gemakkelijk kan worden ontdekt.
De gewijzigde uitvoeringsvorm van de uitvinding afgebeeld in fig. 11 bestaat uit een meerzitsbank zoals een sofa, voorzien van drie zitkussens 6 die naast elkaar worden ondersteund en drie soortgelijk aangebrachte rugleuningen 7. Elk kussen 6,7 is weer ondersteund door soortgelijke benen 16, 16 of 17,17 van een paar L-vormige delen 14. Zes van deze delen 14 zijn nodig en zijn op onderlinge afstanden bevestigd aan een enkele balk 12'. Aangezien de lange balk 12'slechts aan zijn uiteinde wordt gedragen door de zijdelen 8 die op een afstand van elkaar liggen gelijk aan drie zittingen, kan deze balk worden onderworpen aan sterke buigkrachten alsmede aan sterke torsiekrachten.
Op grond hiervan is de balk 12'vervaardigd uit buismateriaal met een rechthoekige dwarsdoorsnede :
Uit het voorafgaande in combinatie met de tekening zal het duidelijk zijn dat de uitvinding een zeer stevig zitmeubel verschaft voorzien van omkeerbare kussens voor de zitting en rugleuning, welke kussens normaal vergrendeld zijn in hun gebruiksstand en geen merkbare aanwijzing verschaffen dat deze kussens kunnen worden losgenomen van het ondersteunende gestel van het meubel. Daarentegen kunnen de kussens snel en gemakkelijk worden verwijderd door een ingewijd iemand met behulp van een zeer speciaal doch anderzijds zeer goedkoop werktuig.
Het is ook duidelijk dat het wezen van de uitvinding kan worden toegepast in stoelen en meerzitsbanken en dat al dergelijke zitmeubels comfortabel,
<Desc/Clms Page number 16>
aantrekkelijk en niet kostbaar zijn. Belangrijk is verder dat de overtrek van elk kussen uit een dergelijk zitmeubel geen gelegenheid biedt tot misbruik als bergplaats of verstoppingsoord voor schadelijke voorwerpen.