BE901431A - Gewasverwerkingsinrichting. - Google Patents

Gewasverwerkingsinrichting. Download PDF

Info

Publication number
BE901431A
BE901431A BE2/60586A BE2060586A BE901431A BE 901431 A BE901431 A BE 901431A BE 2/60586 A BE2/60586 A BE 2/60586A BE 2060586 A BE2060586 A BE 2060586A BE 901431 A BE901431 A BE 901431A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
crop
screw
processing device
cutting
members
Prior art date
Application number
BE2/60586A
Other languages
English (en)
Inventor
J G Wiser
E C Lundahl
W R Thornley
L H Jensen
Original Assignee
Lundahl Inc Ezra C
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lundahl Inc Ezra C filed Critical Lundahl Inc Ezra C
Publication of BE901431A publication Critical patent/BE901431A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D34/00Mowers; Mowing apparatus of harvesters
    • A01D34/01Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus
    • A01D34/412Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters
    • A01D34/42Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters having cutters rotating about a horizontal axis, e.g. cutting-cylinders
    • A01D34/52Cutting apparatus
    • A01D34/53Helically shaped cutting members
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D34/00Mowers; Mowing apparatus of harvesters
    • A01D34/01Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus
    • A01D34/412Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D57/00Delivering mechanisms for harvesters or mowers
    • A01D57/30Rotating attachments for forming windrows

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Harvester Elements (AREA)
  • Harvesting Machines For Root Crops (AREA)
  • Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
  • Combines (AREA)
  • Harvesting Machines For Specific Crops (AREA)
  • Outside Dividers And Delivering Mechanisms For Harvesters (AREA)

Abstract

De uitvinding heeft betrekking op een schroefsnijinrichting, zwadmaaier en conditioneerinrichting bestemd voor het snijden van staande gewassen zoals hooi e.d. voorzien van snijtanden op de centrale buisvormige as en een transportinrichting om de afgesneden gewassen naar een of meer zwadinrichtingen af te voeren.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



    BESCHRIJVING   behorende bij een
UITVINDINGSOCTROOIAANVRAGE ten name van : Ezra C. Lundahl, Inc., gevestigd te Logan, Utah, Verenigde Staten van Amerika, voor : Gewasverwerkingsinrichting. 



  Onder inroeping van het recht van voorrang op grond van octrooiaanvrage No. 567.661, ingediend in de Verenigde Staten van Amerika dd. 3 januari 1984 op naam van E. Cordell Lundahl, James G. Wiser, W. Ray Thornley, Laurel H. Jensen. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 



   De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwerken van gewassen en meer in het bijzonder voor het snijden, conditioneren en volgens zwadden leggen van staande gewassen, zoals hooi, koren en dergelijke. 
 EMI2.1 
 



  De wenselijkheid van een schroefsnijinrichting voor het snijden van staande gewassen is reeds onderkend. Dergelijke snijinrichtingen zijn doeltreffend en voorzien in het algemeen in een snellere snijwerking dan mogelijk is bij andere bekende snijinrichtingen. Zo beschrijft het Amerikaanse octrooischrift 3.073. 100 bijv. een bekende snijinrichting met een schroefvormige snijflens, die om een gelegerde as is bevestigd. Uit de omtreksranden van de schroefvormige flens strekt zich een vlak snijblad uit, dat van tanden kan zijn voorzien. 



   Ook het Amerikaanse octrooischrift Nr. 3.862. 539 toont een inrichting met schroefvormige bladen ten gebruike bij grondopruimingswerkzaamheden. De inrichting wordt aangedreven door een traktor en de bladen en snijelementen zijn bestemd om te worden toegepast bij het opruimen van zwaar afval, zoals stronken en kleine bomen, en het uitvoeren van een bodemnivellering. Snijelementen zijn bevestigd aan en steken uit de omtreksrand van de bladen. De snijelementen zijn op een afstand van elkaar langs de bladen opgesteld en wanneer de bladen roteren, bewegen de snijelementen daarop zich tussen snijelementen op een ondersteunend gestel, zodat daartussen gevoerde afval wordt vermalen. 



   Bij het snijden en conditioneren van staande gewassen is het gewenst, dat de gewassen worden gesneden en voor conditionering worden verwerkt zonder dat de gewassen worden beschadigd doordat deze worden vermalen of doordat bladen van de afgesneden stelen worden gestroopt. 



   Men heeft onderkend, dat een   schroefsnijinrichting   kan worden toegepast bij het snijden van staande voedergewassen, zoals hooi, niet slechts om de gewassen te snijden, doch ook de gewassen te conditioneren voor een snelle droging, zonder dat teveel blad verloren gaat en de gewassen in zwadden te brengen voor drogen en verdere manipulatie. 



   Het hoofddoel van de uitvinding is het verschaffen van een schroefsnijinrichting, zwadmaaier en conditioneerinrichting, welke bestemd is voor het snijden van staande gewassen, het conditioneren van de gewas- 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 sen, wanneer deze zijn gesneden, teneinde het droogproces te versnellen zonder dat de voedingswaarde verloren gaat, en de gesneden en geconditioneerde gewassen in zwadden worden geplaatst voor drogen en verdere manipulatie. 



   Een ander doel is het verschaffen van een schroefsnijinrichting, welke gemakkelijk kan worden aangepast, om door een aandrijforgaan in de vorm van een landbouwvoertuig, zoals een traktor, te worden geduwd of getrokken en welke inrichting, indien deze achter het aandrijforgaan wordt getrokken, de gewassen, die zich onder de wielen van het aandrijforgaan hebben bewogen, op een doeltreffende wijze verwerkt. 



   Weer een ander doel is het verschaffen van een schroefsnijinrichting, welke afgesneden gewassen na een of meer zwadinrichtingen afvoert, welke zijn voorzien van een centrale opening, die zich in de lengterichting daarvan uitstrekt voor het verschaffen van een meer doeltreffende droging van de gewassen. 



   De uitvinding voorziet in een snijstelsel met een schroefsnijinrichting, voorzien van een centrale buisvormige as en zich daaromheen uitstrekkende schroefbladen. De schroefbladen worden gevormd uit een flens, die schroefvormig om de centrale as is gewikkeld en de rotatierichting van de schroef wordt bij het gekozen afvoerpunt van een afgesneden gewas via een bodemopening en/of een achterafvoeropening in een zwadinrichting omgekeerd. Op een binnenvlak van de buitenomtreksrand van de schroefbladen zijn snijtanden gevormd om het staande gewas bij de voet van de stengel af te snijden. De tanden zijn in het schroefblad gesneden en steken bij het meest naar buiten gelegen uiteinde daarvan naar binnen ten opzichte van het schroefblad. 



   Er is een transportschroef aanwezig voor het opvangen van het gewas, dat door de snijschroef is afgesneden en is geconditioneerd, welke transportschroef dient om de gewassen naar een centrale afvoerplaat te voeren, teneinde de gewassen via achterste afvoeropeningen met variabele afmetingen tot een zwad af te voeren. De transportschroef is voorzien van schroefbladen met een glad oppervlak, welke worden gevormd door een schroefvormig gewikkelde flens, en de bladen van de transportschroef bezitten langs een centrale as een grotere afstand ten opzichte van elkaar dan de bladen van de snijschroef. De schroefvormige flenzen van de transportschroef eindigen in schoepen of flenzen, welke zich 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 evenwijdig aan de hartlijn van de as uitstrekken om het gewas van de transportschroef af te voeren. 



   Een ondersteuningsgestel ondersteunt de snijschroef, de transportschroef, het   aandrijfstelsel   voor elke schroef, een voorste kap, welke met het gewas op een vooraf ingestelde hoogte samenwerkt om het gewas onder een juiste hoek aan de snijinrichting toe te voeren, een bovenste kap, welke met de transportschroef samenwerkt om het afgesneden gewas centraal naar afvoeropeningen in achterste kappen en gecentreerd met de schoepen op de transportschroef te bewegen, en een met de grond samenwerkende rol, welke voorziet in een beweging van de eenheid over de grond. 



   Bij een uitvoeringsvorm volgens de uitvinding ondersteunt het ondersteuningsgestel tevens roteerbare opneemweielen, welke zodanig zijn opgesteld, dat deze tussen de wielen van een aandrijforgaan en de snijschroef zijn gecentreerd. De opneemwielen bezitten uitstekende afgeschuinde, buigzame vingers, om welke vingers ringen zijn gevormd voor het vastgrijpen van stengels, waarover de wielen van het aandrijforgaan zijn gepasseerd en het optillen van de stengels voor het snijden door de snijschroef. 



   De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont : figuur 1 een vertikaal achteraanzicht van de schroefsnijinrichting, zwadmaaier en conditioneerinrichting volgens de uitvinding, welke, als aangegeven, door een aandrijfinrichting wordt getrokken ; figuur 2 een bovenaanzicht van de in figuur 1 afgebeelde inrichting ; figuur 3 een doorsnede over de lijn 111-111 van figuur 1 ; figuur 4 een vertikaal eindaanzicht van de schroefsnijinrichting, zwadmaaier en conditioneerinrichting volgens de uitvinding,   beschouwd   vanaf de rechter zijde van de eenheid, als aangegeven in figuur 1   ;   figuur 5 een doorsnede over de lijn V-V van figuur 4, waarbij de geleidingsplaat en de achterste afvoeropeningen zijn aangegeven ;

   figuur 6 een vergroot aanzicht van de snijschroef binnen de lijn VI-VI van figuur 5, waarbij de snijtanden op de snijschroef zijn aangegeven ; figuur 7 een nog meer vergrote doorsnede, beschouwd over de lijn 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 VII-VII van figuur 6 ; en figuur 8 een soortgelijke doorsnede over de lijn VIII-VIII van figuur 6. 



   Bij de afgebeelde voorkeursuitvoeringsvorm is de schroefsnij-, zwadmaai-en conditioneereenheid volgens de uitvinding in het algemeen aangegeven bij 10, waarbij deze eenheid wordt aangedreven door een aan-   drijfinrichting,   welke in figuur 1 en 2 is weergegeven als een traktor 11. Het is duidelijk, dat ofschoon de eenheid 10, zoals aangegeven, achter de aandrijfinrichting wordt getrokken, de eenheid even goed voor de aandrijfinrichting kan worden opgesteld, teneinde door deze laatste te worden voortgeduwd, of aan een zijde van de aandrijfinrichting kan worden gemonteerd voor het verkrijgen van een zijsnijwerking. 



   De schroefsnij-, zwadmaai-en conditioneereenheid 10 omvat een ondersteuningsgestel 12, dat het best in figuur 3 en 5 is weergegeven, welk gestel is voorzien van een bovenste rail 13, die uit een rechthoekige buis bestaat en voorzien is van eindplaten 14 en 15, en een ten opzichte daarvan vrij dragende centrale plaat 16. 



   Een paar transportschroeven, welke in figuur 5 in het algemeen resp. bij 17 en 17a zijn aangegeven, strekt zich tussen de eindplaten 14 en 15 uit en is in deze platen en in de centrale plaat 16 gelegerd. 



  Korte assen 18 resp. 19 steken uit de   transportschroefassen   20 en 20a, waarbij deze assen bij voorkeur uit buisvormige onderdelen bestaan, en via de eindplaten zijn gelegerd, waarbij op deze assen respectieve riemschijven 21 en 22 zijn bevestigd. 



   Over de lengte van de transportschroefas 20 aan een zijde van de centrale plaat 16 is een schroefvormige flens 23 aangebracht, terwijl over de lengte van de transportschroefas 20a aan de andere zijde van de centrale plaat 16 nog een schroefvormige flens 24 aanwezig is. Elk van de flenzen 23 en 24 wordt resp. om de bijbehorende as 20 en 20a geroteerd, teneinde materiaal, waarmede de flenzen samenwerken, naar de centrale plaat 16 te transporteren. Derhalve zijn de flenzen 23 en 24 tegengesteld gewikkeld. 



   De. flens 23 eindigt bij een van een reeks schoepen 25, die op een afstand van elkaar om de as 20, bij de centrale plaat 16 zijn opgesteld en de flens 24 eindigt op een soortgelijke wijze bij een van een reeks schoepen 26, die op een afstand van elkaar om de as 20a, eveneens bij 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 de centrale plaat 16 zijn opgesteld. Zoals later zal worden toegelicht, dragen de schoepen 25 en 26, die zich elk langs de assen 20 en 20a uitstrekken en uit deze assen uitsteken en evenwijdig zijn aan de hartlijn van deze assen, bij tot het afvoeren van gesneden materiaal uit de eenheid 10. 



   Een paar snijschroeven, welke in figuur 5 in het algemeen bij 30 en 30a is aangegeven, strekt zich eveneens tussen de eindplaten 14 en 15 uit en is bij de eindplaten en bij de centrale plaat 16 gelegerd. 



  Korte assen 31 en 32, die zich resp. uit de uiteinden van de snijschroefassen 33 en 33a uitstrekken, en welke eveneens uit een buisvormig materiaal kunnen zijn vervaardigd, zijn resp. via de eindplaten 14 en 15 gelegerd en zijn voorzien van daarop aangebrachte riemschijven 34 en 35. 
 EMI6.1 
 



  Tegengesteld gekeerde hoofdschroefflenzen 36 en 37 zijn resp. om de snijschroefassen 33 en 33a ter weerszijden van de centrale plaat 16 aanwezig. Omgekeerde flenzen 36a en 37a zijn om de assen 33 en 33a bij de uiteinden daarvan nabij de centrale plaat 16 aanwezig, om de gewassen beter te snijden en af te voeren, zoals later zal worden toegelicht. De omgekeerde flenzen 36a en 37a zijn afkomstig uit flensplaten 36b en 37b, welke met de snijschroefassen bij de centrale plaat 16 roteren. Op een soortgelijke wijze zijn de hoofdschroefflenzen 36 en 37 afkomstig uit flensplaten 36c en 37c, die zich resp. bij de eindplaten 14 en 15 bevinden.

   De snijschroeven 30 en 30a zijn zodanig opgesteld, dat de centrale hartlijnen daarvan evenwijdig zijn aan de centrale hartlijn van de transportschroeven 17 en 17a en op een zodanige afstand daarvan zijn gelegen, dat tussen de schroefvormige flenzen van de twee stellen schroeven een kleine speling aanwezig is. 



   De hoofdflenzen van de snij-en transportschroeven aan dezelfde zijden van de centrale plaat 16 verlopen in dezelfde richting om de bijbehorende schroefhartlijnen. Derhalve verloopt de flens 36 van de snijschroef 30 om de hartlijn van de snijschroef 30 in dezelfde richting als de flens 23 verloopt om de hartlijn van de transportschroef 17. 



  De flens 37 van de snijschroef 30a verloopt om de hartlijn van de snijschroef 30a in dezelfde richting als de flens 24 om de hartlijn van de transportschroef 17a verloopt. Tanden 38, welke later zullen worden beschreven, zijn op een afstand van elkaar langs de omtreksranden van de 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 flenzen 36,37, 36a en 37a gelegen en strekken zich daaruit uit, terwijl deze tanden zich ook uit de omtreksranden van de flensplaten 36b en 37b uitstrekken. 



   De snijschroeven zijn zodanig opgesteld, dat deze tijdens een beweging van de eenheid 10 bij het snijden, zwadmaaien en conditioneren van staande gewassen onder en voor de transportschroeven zijn gelegen. 



   Van een paar met de bodem samenwerkende rollen 40 en 40a kunnen de bijbehorende hartlijnen 41 en 41a in legers in de eindplaten 14 en 15 en de centrale plaat 16 zijn gelegerd. Het buitenvlak van de rollen 40 en 40a zal zich dan onder de andere constructie van de eenheid 10 en iets onder de buitenranden van de flenzen 36,37, 36a en 37a en de flensplaten 36b, 37b, 36c en 37c uitstrekken om de eenheid 10 wanneer deze zich over de bodem voortbeweegt, te ondersteunen. De rollen 40 en 40a zijn achter de snijschroef en onder de transportschroef opgesteld en, zoals duidelijk zal zijn, worden staande gewassen voor de rollen afgesneden en vanuit de eenheid 10 via de rollen naar de transportschroeven afgevoerd. 



   Bovenste kappen 45a en 45b, die aan de rail 13 zijn gelast of op een andere wijze daaraan zijn bevestigd, en de platen 14 en 15 en 16 strekken zich over de bovenzijde van de transportschroeven en de rollen uit. 



   Bovenste achtergeleidingshuisplaten 46 en 46a strekken zich tussen de eindplaten 14 en 15 en de centrale plaat 16 uit en zijn daaraan losneembaar geschroefd, waarbij elk van deze platen vanuit een bovenste kap is gekromd naar een punt aan de achterzijde van de transportschroeven 17 en 17a. Onderste achterhuiskappen 47 en 47a strekken zich dan vanuit de kappen 46 en 46a en tussen de eindplaten 14 en 15 en de centrale openingen 45c en 45d naar beneden uit. 



   De openingen 45c en 45d zijn in het onderste deel van de bovenste huisplaten 46 en 46a bij het midden daarvan en tussen de platen 47 en 47a en de centrale plaat 16 aanwezig. Glijplaten 48, die aan tegenover elkaar gelegen zijden van de openingen zijn geschroefd, zijn door bouten 48a, die zich door gleuven 48b en rolkapplaten 49 uitstrekken en door moeren 48c gemonteerd voor het instellen van een gewenste openingsafmeting. Zoals later zal worden toegelicht, zijn de glijplaten van elkaar gescheiden en bevestigd door de moeren en bouten, doch worden deze 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 naar elkaar of uit elkaar bewogen voor het verschaffen van een gewenste afmeting voor de openingen 45c en 45d.

   Het is duidelijk, dat gesneden gewassen, welke centraal door de transportschroeven 17 en 17a worden bewogen, via de openingen 45c en 45d zullen worden afgevoerd en achter de rollen 40 en 40a zullen vallen. 



   Dekplaten 49 strekken zich vanuit de onderste voorranden van de platen 47 en 47a en tussen de eindplaten 14 en 15 en de centrale plaat 16 over de rollen 40 en 40a en tussen de rollen en de snijschroeven uit. De dekplaten voorzien derhalve in geleidingen boven de rollen voor materiaal, dat door de snijschroeven is gesneden, doch door de transportrol niet direkt is opgenomen en zich op een plaats bevindt om door de transportschroeven te worden opgenomen. 



   Een tandwielkast 51, die door de rail 13 wordt ondersteund, wordt op de gebruikelijke wijze aangedreven door een aftakking van de aan-   drijfinrichting   of andere aandrijforganen. De tandwielkast bevindt zich boven de bovenkappen 60 en 60a en bezit zich uit de kast uitstrekkende aandrijfassen 52 en 53, welke via armen 54 en 55, die door de eindplaten 14 resp. 15 worden ondersteund, zijn gelegerd. Riemschijven 56 en 57 op de uiteinden van de respectieve assen 52 en 53 zijn door aandrijfriemen 58 met de riemschijven 34 en 35 verbonden, zodat bij een werking van de tandwielkast 51 de assen 52 en 53, de riemschijven 56 en 57, de riemen 58 en de riemschijven 34 en 35 roteerbaar zullen worden aangedreven.

   De riemschijven 59 en 59a, die zich eveneens op de respectieve assen 52 en 53 bevinden, zijn door riemen 58a verbonden met de respectieve riemschijven 21 en 22, welke met de korte assen 18 en 19 zijn verbonden. Men kan loze riemschijven 59d en   59e   gebruiken, om de riemen 58 en 58a gespannen te houden. 



   De relatieve omtreksrotatiesnelheden van de transportschroeven 17 en 17a en de snijschroeven 30 en 30a worden derhalve bepaald door de relatieve afmetingen van de aandrijvende en aangedreven riemschijf en door de relatieve diameters van de schroeven. Het is gebleken, dat men de beste snijwerking, zwadmaaiing en conditionering verkrijgt door gebruik te maken van een transportschroef, een grotere totale omtrek bezit dan de snijschroef en door de snijschroef met een grotere snelheid te doen roteren dan de transportschroef. 



   Een paar voorkappen 60 en 60a strekt zich over de eindplaten 14 en 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 15 en de centrale plaat 16 uit en is bij 60b scharnierbaar tussen deze platen bevestigd. De voorkappen 60 en 60a voorzien in oppervlakken, die op een instelbare wijze naar boven naar de rail 13 hellen, vanuit een punt, dat juist boven de bodem aan de voorzijde van de eenheid 10 tijdens het gebruik daarvan is gelegen. Pennen 60c zijn via openingen 60d in de voorkappen en een gekozen opening 60e in de zijplaten 14 en 15 en de centrale platen 16 ingebracht om de voorkappen in de gewenste hoekrelaties daarvan te houden. Wanneer de voorkappen met de af te snijden staande gewassen samenwerken en zich daarover bewegen, buigen de hellende vlakken van de kappen de stengels van de gewassen zodanig naar beneden dat de snijschroef dan de stengels in een gebogen toestand opneemt. 



   De tanden 38 op de flenzen 36 en 37,36a en 37a van resp. de snijschroeven 30 en 30a, op de omtreksranden van de flensplaten 36b en 37b zijn in de buitenomtreksranden van elk van de flenzen en de flensplaten gesneden en zijn zodanig gevormd, dat zij vlakken hebben, die zich naar binnen ten opzichte van de bewegingsrichting van door deze flenzen afgesneden gewassen uitstrekken, d. w. z. naar de centrale plaat 16, in het geval van de flenzen 36 en 37 en de flensplaten 36c en 37c, en vanaf de centrale plaat 16 in het geval van de flenzen 36a en 37a en de flensplaten 36b en 37b. Elk tand 38 op een flens heeft een snijrand 61, welke tijdens de rotatie van de snijschroef een voorrand wordt, en de tanden zijn langs de randen van de flenzen dicht naast elkaar op gesteld. 



   Wanneer een tand 38 op een flens de onderste stand daarvan bereikt, wijkt de zijde 61b daarvan, welke zich dan in hoofdzaak loodrecht ten opzichte van de bodem bevindt, met het onderste gedeelte van het gebogen stengels van het gewas samen, om de stengels af te snijden, welke tegelijkertijd ook worden gebogen door een samenwerking met de omtreksrand van de flens, waarin de tanden zijn gevormd. De voortgezette rotatie van de snijschroef beweegt de afgesneden stengel dan naar binnen naar een gebied bij de centrale plaat 16 en naar boven in de transportschroefflenzen.

   De tanden 38 op de flensplaten snijden de stengels dicht bij de eind-en middenwanden af en wanneer de afgesneden stengels vallen, worden zij opgevangen door de flenzen van de snijschroeven, om in dezelfde richting te worden bewogen, als aangegeven door de richtpijlen, waarbij afgesneden materiaal zich over de bovenzijde van de snijschroef en naar de transportschroef beweegt. Het materiaal wordt dan over de bovenzijde 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 van de transportschroef en naar de openingen 45c en 45d bewogen voor het vormen van een zwad. 



   De vertikale buitenste platen 63 en 64, die resp. bij 63a en 64a scharnierbaar ter weerszijden van de opening 45c zijn verbonden en door spanschroeven 63b en 64b worden geregeld, strekken zich vanuit de achterplaten naar achteren uit om het afgevoerde gewas vast ge houden en ervoor te zorgen, dat dit gewas volgens het gewenste zwadpatroon valt. 



  Voorts kan een paar divergerende centrale geleidingsplaten 65 en 66 tussen de openingen 45c en 45d aanwezig zijn om gesneden gewassen naar tegenover elkaar gelegen zijden daarvan te richten. Hierdoor wordt het zwad gesplitst, waardoor tijdens het drogen van het gewas een betere ventilatie wordt verkregen. De mate van divergentie tussen de platen 65 en 66 wordt bij voorkeur geregeld door de platen bij 65a resp. 66a scharnierbaar op de achterplaten te monteren en tussen de platen en de centrale plaat 16 instelbare spanschroeven 68 aan te brengen. De platen 65 en 66 kunnen gebogen bovenzijden bezitten, om te beletten, dat gewassen daarover worden afgevoerd. 



   Wanneer de   snijschroef-, zwadmaai-en   conditioneereenheid 10 achter een aandrijfinrichting 11 wordt getrokken, zoals is aangegeven, zullen de wielen van de aandrijfinrichting zich over het staande gewas bewegen en het gewas naar de bodem doen buigen. Om een snijden en verwerken van het gewas, dat door de wielen is omgebogen, te verzekeren, zijn gewashersteleenheden 70 aanwezig. 



   Elkegewashersteleenheid omvat een steunplaat 71, welke wordt ondersteund door een arm 72, die aan de rail 13 is bevestigd en waarbij de steunplaat achter een achterwiel van de aandrijfinrichting is opgesteld. 



  Aan elke steunplaat is een hydraulische motor 73 bevestigd, en de motor is via de steunplaat verbonden met een roteerbaar cirkelvormige plaat 74. 



  Elke hydraulische motor 73 wordt aangedreven via buigzame leidingen, die op een gebruikelijke wijze met het hydraulische stelsel van de aandrijf inrichting zijn verbonden. Buigzame vingers 75 bevinden zich op een afstand van elkaar langs en steken uit een cirkelvormige plaat 74, en wanneer de plaat 74 wordt geroteerd, werken de vingers met de grond achter het wiel van de aandrijfinrichting samen en vegen over deze grond, teneinde door het wiel omgebogen gewassen op te nemen. De vingers 75 zijn bij voorkeur afgeschuind, om aan de verwijderde uiteinden daarvan een grotere buigzaamheid te verschaffen en bezitten aan de verwijderde uit- 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 einden rondgaande groeven 75a voor een betere samenwerking met en een beter opnemen van de gewassen.

   De door de gewashersteleenheden opgenomen gewassen zijn dan gereed om met de voorste kappen 60 en 60a of de snijschroeven samen te werken, zoals boven is beschreven. 



   Een bovenste arm 78, die in het midden van de bovenrail 13 is gemonteerd, en twee zijarmen 76 en 77, die met de bovenrail 13 zijn verbonden, voorzien in een driepuntsophanging voor bevestiging aan een hefeenheid van de aandrijfinrichting, waardoor de eenheid 10 tijdens vervoer over de weg en dergelijke naar boven kan worden bewogen en tijdens het verwerken van gewassen naar beneden in samenwerking met de bodem kan worden bewogen. 



   Tijdens het bedrijf van de snijschroef-, zwadmaai-en conditioneereenheid 10 volgens de uitvinding, wordt de eenheid 10 over een gewas zoals hooi of graan, dat moet worden gesneden, gedrukt of getrokken. 



  Wanneer de eenheid zich over het gewas beweegt, buigen de voorste kappen 60 en 60a de stengels van het gewas zodanig, dat de tanden 38 op de roterende snijschroeven met de onderzijden van de stengels zullen samenwerken en deze zullen afsnijden. De snijschroeven roteren dan zodanig, dat de snijrand van de tanden op de schroefvormige delen van de snijschroeven dan de onderzijde van de stengel met een in wezen opwaartse en waartse snede doorsnijden. De naar binnen stekende tanden blijven in samenwerking met de afgesneden stengel en voeren deze over de snijschroef voordat de stengel wordt afgevoerd. Wanneer de stengels door de snijschroef naar boven worden bewogen, worden zij door de transportschroeven opgenomen om het gewas binnen de boven-en achterkappen te bewegen.

   Wanneer het gewas door de snijschroeven wordt bewogen, wordt het geconditioneerd en de gewenste mate van conditionering (welke van gewas tot gewas of van snijding tot snijding kan   varieren)   wordt geregeld door de afmeting en het type van de snijtanden en de schroefrotatiesnelheid. 



   Bij gewassen, zoals hooi, met betrekkelijk korte stengels, wordt het gesneden gewas in het geleidingshuis 46 en 46a bewogen door het blad van de transportschroef. Het afgesneden gewas wordt dan via de openingen 45c en 45d op de eerder beschreven wijze afgevoerd. Bij dergelijke gewassen zijn de voorkappen 60 en 60a zodanig opgesteld, dat de voorranden daarvan zich betrekkelijk dicht bij de bodem bevinden, om de stengels 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 op de juiste wijze te buigen voor een samenwerking met de tanden op de snijschroeven. 



   Bij gewassen, zoals koren, dat langere stengels heeft (langer dan de gesneden stengels bij hooi bijv. ) worden de boven-en achterkappen bij voorkeur verwijderd en werkt de transportschroef met de bovenste huizen samen om de stengels te bewegen voor afvoer naar de centrale achterzijde van de eenheid. 



   Gewassen, die uit de openingen 45c en 45d worden afgevoerd, worden gevormd tot een dubbele zwad met een vooraf ingestelde breedte, zodat een snelle droging van het gewas zal plaatsvinden. 



   De breedte en de vorm van de dubbele zwad worden bepaald door de hoekopstelling van de buitenplaten 63 en 64. De buitenplaten zijn scharnierbaar met de achterplaten 48 verbonden door scharnierverbindingen 63a en 64a. De hoekrelaties tussen de bovenkappen en de buitenplaten worden dan ingesteld onder gebruik van de spanschroeven 63b resp. 64b, welke tussen de plaat 63 en de achterplaten 48 en de plaat 64 zijn verbonden. 



  De vorm, breedte en de centrale afstand van de dubbele zwad wordt derhalve geregeld door de spanschroeven 63b, 64b, 68 en 69 en kan door de gebruiker worden ingesteld, rekening houdende met faktoren, zoals het type gewas, dat gesneden wordt, de dichtheid van het gewas, het vochtgehalte van het gewas en de geldende weersomstandigheden, voor het verschaffen van een optimale zwad.

Claims (34)

  1. CONCLUSIES 1. Gewasverwerkingsinrichting, gekenmerkt door een ondersteuningsgestel, dat bestemd is om met een aandrijfinrichting te worden gekoppeld, tenminste een transportschroef, welke door het ondersteuningsgesteld wordt ondersteund en van een zich daaromheen uitstrekkende schroefvormige flens is voorzien, tenminste een snijschroef, welke door het ondersteuningsgestel wordt ondersteund en een schroefpaar met de transportschroef vormt en voorzien is van een zich daaromheen uitstrekkende schroefvormige flens met aan de omtreksrand daarvan snijtanden, waarbij de snijschroef zich voor en onder de transportschroef van het schroefpaar bevindt en zich evenwijdig aan de transportschroef uitstrekt waarbij de schroefvormige flenzen van de schroeven van het schroefpaar op een geringe afstand van elkaar zijn gelegen, en achterste kaporganen,
    welke door het ondersteuningsorgaan worden ondersteund en zich over de transportschroef en de snijschroef van het schroefpaar uitstrekken om gewasmateriaal, dat door de snijschroef van het schroefpaar is afgesneden en door de transportschroef van het schroefpaar wordt bewogen naar een afvoergebied te richten.
  2. 2. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elk transportschroef-en snijschroefpaar is voorzien van een paar flenzen, die in dezelfde richting zijn gekeerd om materiaal naar een afvoerplaats te transporteren.
  3. 3. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door organen, om de transportschroef en de snijschroef met voorafbepaalde relatieve snelheden aan te drijven.
  4. 4. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 3, gekenmerkt door voorste kaporganen, welke door het gestel aan een voorzijde van de verwerkingsinrichting worden ondersteund, waarbij deze voorste kaporganen zodanig zijn opgesteld, dat zij het gewas, waarmede later de snijschroef tijdens het gebruik van de verwerkingsinrichting samenwerkt, buigen.
  5. 5. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt door organen om de transportschroef en de snijschroef met voorafbepaalde relatieve snelheden aan te drijven.
  6. 6. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 5, gekenmerkt door voorstel kaporganen, die door het gestel aan een voorzijde van de verwerkingsinrichting worden ondersteund, waarbij deze voorste kaporganen <Desc/Clms Page number 14> zodanig zijn opgesteld, dat zij het gewas, dat daarna tijdens het gebruik van de verwerkingsinrichting met de snijschroef samenwerkt, buigen.
  7. 7. Gewasverwerkingsinrichting volgens concluie 6, met het kenmerk, dat de achterste kaporganen zijn voorzien van een centraal gelegen doorgaande opening, door welke opening het gewas, dat door de snijschroef is afgesneden, door de transportschroef is getransporteerd en door de bovenste achterkaporganen is gericht, wordt afgevoerd.
  8. 8. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 7, gekenmerkt door een vertikale geleidingsplaat aan elke tegenover elkaar gelegen zijde van de opening in de achterste kaporganen, om een plaatsing van het via de openingen afgevoerde gewas te richten.
  9. 9. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 8, gekenmerkt door centrale geleidingsplaatorganen, welke zich centraal vanuit de opening in de achterste kap uitstrekken, om de plaatsing van het via deze opening afgevoerde gewas te splitsen.
  10. 10. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de tanden aan de omtreksrand van de schroefvormige flens zich uit de flens uitstrekken in de bewegingsrichting van het door de snijschroef afgesneden materiaal langs de snijschroef.
  11. 11. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat elke snijschroef is voorzien van een omgekeerde flens, welke zich voortzet vanuit de flens van de zijschroef, die in de richting van de flens bij een afvoergebied is gekeerd.
  12. 12. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat elke transportschroef is voorzien van schoepen, die zich daaruit bij EMI14.1 het afvoergebied naar buiten uitstrekken.
  13. 13. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 12, met heM dat tenminste twee transportschroeven op een gemeenschappelijke hartlijn aanwezig zijn, tenminste twee snijschroeven op een gemeenschappelijke hartlijn aanwezig zijn, de afvoeropening centraal is gelegen om afgesneden gewas uit de schroeven te ontvangen, en de flenzen op de schroeven zodanig zijn opgesteld, dat deze het gewas naar het midden daarvan voeren en via de afvoeropening afvoeren.
  14. 14. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door geleidingsorganen bij de afvoeropening, welke geleidingsorganen zijn voor- <Desc/Clms Page number 15> zien van plaatorganen, die zich vertikaal in het midden van de afvoeropening uitstrekken.
  15. 15. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de geleidingsorganen verder zijn voorzien van plaatorganen, die zich vertikaal ter weerszijden van de afvoeropening uitstrekken.
  16. 16. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 15, met hetkenmerk, dat tenminste sommige van de plaatorganen scharnierbaar ten opzichte van de afvoeropening zijn gemonteerd, en organen aanwezig zijn om de hoek van elk van de scharnierbaar gemonteerde plaatorganen ten opzichte van de opening in te stellen.
  17. 17. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 12, gekenmerkt door geleidingshuis, dat zich vanaf een punt boven elke transportschroef om de transportschroef naar een punt onder de transportschroef uitstrekt en een bodemafvoeropening in het geleidingshuis, via welke opening het afgesneden gewas naar de afvoeropening wordt gevoerd.
  18. 18. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 17, gekenmerkt door organen om de afmeting van de bodemafvoeropening te wijzigen.
  19. 19. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het geleidingshuis verwijderbaar in de achterkap is bevestigd.
  20. 20. Gewasverwerkingsinrichting, gekenmerkt door een ondersteuningsgestel, dat geschikt is om met een aandrijfinrichting te worden gekoppeld, tenminste een langwerpige snijschroef, welke in het ondersteuningsgestel is gelegerd en voorzien is van een centrale as, om welke as zich een schroefvormige flens uitstrekt, snijtanden, die op een afstand van elkaar langs de buitenomtreksrand van de schroefvormige flens zijn aangebracht en daarin zijn gesneden, waarbij de buitenste rand van elke tand zich vanuit de flens uitstrekt in de richting, waarin het gewas zich beweegt, dat door de tanden is afgesneden en door de schroefvormige flens wordt getransporteerd en organen om de snijschroef om de longitudinale hartlijn daarvan te roteren.
  21. 21. Gewasverwerkingsinrichting volgens concusie 20, gekenmerkt door rolorganen op het gestel, om het gestel over de bodem te bewegen.
  22. 22. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 21, gekenmerkt door organen om de snijschroef op een gekozen afstand boven de bodem en met de longitudinale hartlijn daarvan in hoofdzaak loodrecht op de bewegingsrichting van het gestel te houden. <Desc/Clms Page number 16>
  23. 23. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 22, gekenmerkt door kaporganen om gewas, dat door de snijschroef is afgesneden, naar een afvoerplaats te richten.
  24. 24. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 23, gekenmerkt door een trekstang, welke is verbonden met en uitsteekt uit het gestel om te worden verbonden met de trekstang van een trekkende aandrijfinrichting, gewasopneemorganen, welke door het gestel worden ondersteund en tussen elke snijschroef en de wielen van de aandrijfinrichting zijn opgesteld, welke gewasopneemorganen zijn voorzien van een ondersteuningsas, die aan het gestel is bevestigd, een wiel, dat door de ondersteuningsas wordt ondersteund, buigzame vingers, welke zich vanuit de omtrek van het wiel uitstrekken om tijdens de rotatie van het wiel met de bodem samen te werken, en organen, die door het gestel worden ondersteund om het wiel te laten roteren.
  25. 25. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 24, met hetkenmerk, dat de buigzame vingers zijn afgeschuind en zijn voorzien van evenwijdige om de vingers gevormde groeven.
  26. 26. Gewasopneeminrichting ten gebruike bij het opnemen van omgebogen gewas, dat door een gewasverwerkingsinrichting moet worden afgesneden, gekenmerkt door een ondersteuningsas, die aan het gestel is bevestigd, een wiel, dat door de ondersteuningsas wordt ondersteund, buigzame vingers, die zich vanuit de omtrek van het wiel uitstrekken om tijdens de rotatie van het wiel met de bodem samen te werken, en organen, die door het gestel worden ondersteund om het wiel te laten roteren.
  27. 27. Gewasopneeminrichting volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de buigzame vingers zijn afgeschuind en zijn voorzien van evenwijdige rondgaande groeven.
  28. 28. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door een trekstang, welke is verbonden met en uitsteekt uit het gestel ter verbinding met de trekstang van een trekkende aandrijfinrichting, gewasopneemorganen, welke door het gestel worden ondersteund en tussen elke snijschroef en de wielen van de aandrijfinrichting zijn opgesteld, waarbij de gewasopneemorganen zijn voorzien van een ondersteuningsas, die aan het gestel is bevestigd, een wiel, dat door de ondersteuningsas wordt ondersteund, buigzame vingers, die zich vanuit de omtrek van het wiel <Desc/Clms Page number 17> uitstrekken om tijdens de rotatie van het wiel met de bodem samen te werken, en organen, die door het gestel worden ondersteund, om het wiel te laten roteren.
  29. 29. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 28, met het kenmerk, dat de buigzame vingers zijn afgeschuind en van evenwijdige rondgaande groeven zijn voorzien.
  30. 30. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 13, gekenmerkt door een trekstang, welke is verbonden met en uitsteekt uit het gestel ter verbinding met de trekstang van een trekkende aandrijfinrichting, gewasopneemorganen, die door het gestel worden ondersteund en tussen elke snijschroef en de wielen van de aandrijfinrichting zijn opgesteld, waarbij de gewasopneemorganen zijn voorzien van een ondersteuningsas, die aan het gestel is bevestigd, een wiel, dat door de ondersteuningsas wordt ondersteund, buigzame vingers, die zich vanuit de omtrek van het wiel uitstrekken, om tijdens de rotatie van het wiel met de bodem samen te werken en organen, die door het gestel worden ondersteund, om het wiel te laten roteren.
  31. 31. Gewasverwerkingsinrichting volgens concusie 30, met het kenmerk, dat de buigzame vingers zijn afgeschuind en zijn voorzien van evenwijdige rondgaande groeven.
  32. 32. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de organen voor het aandrijven van de transportschroef en de snijschroef de schroeven in dezelfde rotatierichting aandrijven.
  33. 33. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de organen voor het aandrijven van de transportschroef en de snijschroef de schroeven in dezelfde rotatieinrichting aandrijven.
  34. 34. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 27, met het kenmerk, dat de organen voor het aandrijven van de transportschroef en de snijschroef de schroeven in dezelfde rotatierichting aandrijven.
BE2/60586A 1984-01-03 1985-01-03 Gewasverwerkingsinrichting. BE901431A (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/567,661 US4550554A (en) 1984-01-03 1984-01-03 Crop processor

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE901431A true BE901431A (nl) 1985-05-02

Family

ID=24268107

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2/60586A BE901431A (nl) 1984-01-03 1985-01-03 Gewasverwerkingsinrichting.

Country Status (17)

Country Link
US (1) US4550554A (nl)
JP (1) JPS60176514A (nl)
AU (1) AU601356B2 (nl)
BE (1) BE901431A (nl)
BR (1) BR8500003A (nl)
CA (1) CA1267291A (nl)
DE (1) DE3500096A1 (nl)
DK (1) DK3285A (nl)
ES (1) ES8702109A1 (nl)
FR (1) FR2557420A1 (nl)
GB (1) GB2152346B (nl)
IE (1) IE56242B1 (nl)
IL (1) IL73977A (nl)
IT (1) IT1199618B (nl)
NL (1) NL194148C (nl)
SE (1) SE469963B (nl)
ZA (1) ZA8517B (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US12329061B2 (en) * 2020-07-22 2025-06-17 Maschinenfabrik Bernard Krone GmbH & Co. KG Cutting device

Families Citing this family (37)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3528372A1 (de) * 1985-08-07 1987-02-12 Kloeckner Humboldt Deutz Ag Vorrichtung zum maehen und aufbereiten von halmgut
US4761942A (en) * 1985-12-11 1988-08-09 Williames Hi-Tech International Pty. Ltd. Flower harvesters
DE3701668A1 (de) * 1986-10-22 1988-08-04 Wieneke Franz Maehschnecke
DE3635925A1 (de) * 1986-10-22 1988-04-28 Wieneke Franz Schneckenmaeher
US5077964A (en) * 1986-10-22 1992-01-07 Kabat Thomas W Crop harvesting method and apparatus
EP0300004A1 (en) * 1987-02-05 1989-01-25 Maschinenfabrik Bernard Krone GmbH Apparatus and method for treating and moving crop
EP0328080B1 (de) * 1988-02-08 1995-11-15 Franz Prof. Dr.-Ing. Wieneke Walzenmäher
US4887418A (en) * 1988-07-05 1989-12-19 Guy Pelletier Apparatus for mowing, chipping and blowing
US5005342A (en) * 1990-02-13 1991-04-09 Ezra C. Lundahl, Inc. Crop processor
US5090187A (en) * 1990-02-27 1992-02-25 Mews Kenneth F Pick-up assembly
US5167110A (en) * 1991-05-17 1992-12-01 Peter Reimer One pass bean cutting and windrowing apparatus
US5309702A (en) * 1992-08-20 1994-05-10 Lundahl Research, Inc. Cutting tooth
JPH0715574U (ja) * 1993-08-18 1995-03-14 トング・コング・カンパニー 空き缶を灰皿に利用するための器具
US5806293A (en) * 1995-09-22 1998-09-15 Amazone Machines Agricoles S.A. Mower and/or aerating device
US5867971A (en) * 1996-09-25 1999-02-09 Bob Grbavac Combine header
US6058688A (en) * 1998-05-08 2000-05-09 Deere & Company Windrower specialty crop platform having right- and left-hand cantilevered augers located beneath a full-length center-feed auger
DE19832525C1 (de) * 1998-07-20 2000-02-17 Bermatingen Maschf Schneckenmäher
DE19931684C1 (de) * 1999-07-08 2000-09-07 Krone Bernhard Gmbh Maschf Gerätekombination zum Ernten von landwirtschaftlichem Halmgut
US6561896B1 (en) 2000-05-22 2003-05-13 David M. Lauer Auger for combine header
US6679042B1 (en) 2002-11-12 2004-01-20 Acco Corporation Infeed cutter baler having increased throughput
DE10354977A1 (de) * 2003-11-25 2005-06-30 Maschinenfabrik Kemper Gmbh & Co. Kg Querförderschnecke für einen Erntevorsatz
EP1977639B1 (en) * 2006-01-23 2013-03-06 José Antonio Esmoris Bertoa Double-helix tool and lawnmower that incorporates such a tool
EP2286656B1 (en) * 2008-12-08 2013-03-13 CNH Belgium N.V. Header for a forage harvester
US10159223B2 (en) * 2011-10-12 2018-12-25 Kelley Manufacturing Co. Windrower machine
DE102012000301A1 (de) * 2012-01-10 2013-07-11 Alois Pöttinger Maschinenfabrik Gmbh Mähmaschine
US9333509B2 (en) 2012-04-26 2016-05-10 Coneqtec Corp. Grapple grinder
DK2789224T4 (en) 2013-04-11 2018-10-08 Kverneland Group Kerteminde As Mower and mower unit
DK2829168T4 (da) * 2013-07-22 2024-09-09 Kverneland Group Kerteminde As Slåmaskine
WO2015097230A1 (en) 2013-12-23 2015-07-02 Kverneland Group Kerteminde As Agricultural machine
CN104255205B (zh) * 2014-09-26 2017-02-08 新疆科农机械制造有限责任公司 秸秆粉碎两侧还田机
US9814181B2 (en) * 2015-05-08 2017-11-14 Cnh Industrial America Llc Drive mechanism for augers of an agricultural harvester header
US9578806B2 (en) 2015-06-12 2017-02-28 Cnh Industrial America Llc Agricultural harvester header with retracting paddles for conveying crop material
CN105660052A (zh) * 2016-01-18 2016-06-15 邓尾 一种农作物株茎粉碎还田机及农作物株茎粉碎的方法
US10729070B2 (en) * 2017-01-25 2020-08-04 Paul Howard Nyboer Mulching apparatus for a lawnmower
CA2995544A1 (en) * 2017-02-17 2018-08-17 Tigercat International Inc. Mulching apparatus and related components
EP4104662B1 (en) 2021-06-17 2025-04-09 CNH Industrial Belgium N.V. Cutting apparatus
EP4104664A1 (en) 2021-06-17 2022-12-21 CNH Industrial Belgium N.V. A belt-type cutting system for cutting crops in a field

Family Cites Families (39)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3125845A (en) * 1964-03-24 Swath gathering mechanism
US882969A (en) * 1907-10-30 1908-03-24 Friederich Rump Harvester.
US1070346A (en) * 1911-12-08 1913-08-12 William J Kent Machine for cutting sugar-cane trash.
US2000249A (en) * 1934-08-08 1935-05-07 Victor G Pew Lawn mower attachment
US2550976A (en) * 1945-06-09 1951-05-01 Harry R Olson Replaceable beet elevating spike for beet harvesters
US2631418A (en) * 1948-03-15 1953-03-17 Jacob A Ronning Mobile leaf gathering, comminuting, and redistributing machine
US2517390A (en) * 1948-12-22 1950-08-01 Int Harvester Co Auxiliary cutter for harvester platforms
US2640309A (en) * 1949-08-19 1953-06-02 Merle K Benson Cutter mechanism for mowing machines
US2634567A (en) * 1950-08-29 1953-04-14 John J Huitema Stalk shredder
US2663985A (en) * 1950-12-29 1953-12-29 James L Hinson Forage harvester
US2836023A (en) * 1953-06-30 1958-05-27 Caldwell Walter Dwight Forage harvester cutting mechanism
US2783606A (en) * 1954-04-09 1957-03-05 Eugene I Wilson Windrow divider and baler pickup extension
US2758435A (en) * 1954-06-01 1956-08-14 Vernon J Lundell Crop gathering and chopping device
US2831308A (en) * 1954-09-27 1958-04-22 Andrew L Raba Grass cutter
US2835097A (en) * 1955-11-25 1958-05-20 Thomas P Sullivan Row crop pick-up attachment for combines
US2827745A (en) * 1955-12-22 1958-03-25 Deere Mfg Co Combination chopper, windrower and crusher
US3054247A (en) * 1958-12-01 1962-09-18 Daniel P Roesler Lawn mower
US2990667A (en) * 1959-08-11 1961-07-04 Sperry Rand Corp Forage harvester
US3029583A (en) * 1959-09-08 1962-04-17 Patt Sylvester Cutter bar and reel
US3073100A (en) * 1960-08-15 1963-01-15 Richard O Kingsley Mower having helical cutter blade
US3122871A (en) * 1961-11-29 1964-03-03 Ford Motor Co Flail type cutter
AT262680B (de) * 1961-12-01 1968-06-25 Lely Nv C Van Der Trommelwender
US3157014A (en) * 1962-09-10 1964-11-17 B M B Company Inc Mowing and windrowing machine
US3233395A (en) * 1963-06-21 1966-02-08 Edwin M Dahl Reel auger
US3205643A (en) * 1963-06-27 1965-09-14 Thomas W Dunham Attachment for lawn mower
NL142050B (nl) * 1965-03-29 1974-05-15 Texas Industries Inc Maaimachine.
US3479805A (en) * 1967-10-24 1969-11-25 Deere & Co Combination mower,conditioner and windrower
US3678669A (en) * 1970-09-28 1972-07-25 Henry J Czajkowski Sweeper attachment for harvesting machinery
JPS512525B1 (nl) * 1971-04-01 1976-01-27
US3862539A (en) * 1973-07-27 1975-01-28 J L Stevens Ground clearing attachment for tractors
DE2523404A1 (de) * 1975-05-27 1976-12-16 Georg Weiss Heustrickwickelpresskombinationen
US4141201A (en) * 1975-07-09 1979-02-27 Christensen Steven H Apparatus for cutting tops from plants
NL7604451A (nl) * 1976-04-27 1977-10-31 Texas Industries Inc Maaimachine.
US4148175A (en) * 1977-04-01 1979-04-10 Miller Kent A Corn stalk harvester and windrow attachment for a corn picker header
JPS5416036U (nl) * 1977-06-30 1979-02-01
US4182103A (en) * 1977-07-15 1980-01-08 Mcnutt Darrell A Window tucker wheels
GB1567939A (en) * 1977-12-15 1980-05-21 Farrant D J Mowers
US4189907A (en) * 1978-05-15 1980-02-26 Victor Erdman Pick up tine
US4188738A (en) * 1978-07-05 1980-02-19 Vohl Paul Eugene Endless screw propeller unit for a snow thrower

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US12329061B2 (en) * 2020-07-22 2025-06-17 Maschinenfabrik Bernard Krone GmbH & Co. KG Cutting device

Also Published As

Publication number Publication date
CA1267291A (en) 1990-04-03
BR8500003A (pt) 1985-08-13
IT8519007A1 (it) 1986-07-03
SE469963B (sv) 1993-10-18
ZA8517B (en) 1985-08-28
NL194148C (nl) 2001-08-03
DE3500096A1 (de) 1985-09-05
NL8500009A (nl) 1985-08-01
IT8519007A0 (it) 1985-01-03
GB2152346A (en) 1985-08-07
SE8500023D0 (sv) 1985-01-03
IL73977A0 (en) 1985-04-30
AU3729885A (en) 1985-07-18
IE850008L (en) 1985-07-03
IE56242B1 (en) 1991-05-22
FR2557420A1 (fr) 1985-07-05
NL194148B (nl) 2001-04-02
GB8500003D0 (en) 1985-02-13
ES539346A0 (es) 1986-12-16
US4550554A (en) 1985-11-05
GB2152346B (en) 1988-09-28
IL73977A (en) 1992-11-15
ES8702109A1 (es) 1986-12-16
DK3285D0 (da) 1985-01-03
DK3285A (da) 1985-07-04
JPS60176514A (ja) 1985-09-10
AU601356B2 (en) 1990-09-13
IT1199618B (it) 1988-12-30
SE8500023L (sv) 1985-07-04

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE901431A (nl) Gewasverwerkingsinrichting.
DE2937306A1 (de) Zuckerrohrerntemaschine
US4350207A (en) Agricultural implement for the extraction and shredding of stalks and roots
US2720070A (en) Forage crop cutting and conveying device
DE2245602A1 (de) Schraegfoerderer fuer maehdrescher
US6003293A (en) Vegetable harvester
US5255500A (en) Cutter unit for combines
US2477795A (en) Machine for gathering hay and conditioning it for animal food
US2949717A (en) Pickup mechanism for harvesters
US4129339A (en) Trash removal apparatus for sugar cane harvesters
US4862683A (en) Apparatus for harvesting berries on low plants
US3726345A (en) Peanut digger shaker inverter
US3712039A (en) Crop pick-up harvester
US3792733A (en) Beet harvesting machine
CN112203497A (zh) 收割机器的升降机装置和收割机器
US4125987A (en) Row crop harvester
DE3820703C1 (nl)
US3427794A (en) Mobile cucumber harvester
US2679716A (en) Vegetable gathering and topping device
AU599011B2 (en) Improvements to harvesters
US3810351A (en) Mechanical fruit picker
US3780511A (en) Trash separator for crop pick-up harvester
US2431477A (en) Harvester
JPS60160815A (ja) 刈取機の穀稈搬送装置
GB2186779A (en) Crop processor