<Desc/Clms Page number 1>
BESCHRIJVING neergelegd tot staving van een aanvraag voor
BELGISCH OCTROOI geformuleerd door
Jean-Pierre VERHEDEN voor "Stapelaar"
EMI1.1
als -
<Desc/Clms Page number 2>
UITVINDINGSOCTROOIStapelaar.
EMI2.1
---------- De huidige uitvinding heeft betrekking op een stapelaar, met andere woorden een toestel dat bedoeld is om waren van allerlei aard op te stapelen. Zulke stapelaar bestaat in het algemeen uit een machinegedeelte dat van een verrijdbaar onderstel voorzien is, en een vorklift die daaraan bevestigd is.
Bij de bekende uitvoeringen van stapelaars gebeurt de sturing meestal door de gelijktijdige verdraaiing van een of twee wielen, terwijl de andere wielen niet stuurbaar aan het. onderstel bevestigd zijn. Volgens een bekende variante kunnen zowel de voor-als de achterwielen van de stapelaar gestuurd worden, waarbij evenwel de sturing afhankelijk van elkaar en door middel van een stuurinrichting geschiedt. Uit de praktijk is gebleken dat de wendbaarheid van dergelijke bekende stapelaars in menig geval ontoereikend is. De uitvinding heeft dan ook in de eerste plaats tot doel te voorzien in een stapelaar met een grotere wendbaarheid.
<Desc/Clms Page number 3>
Hiertoe bestaat de uitvindig uit een stapelaar, bestaande uit een machinegedeelte, een vorklift en een onderstel met een aantal wielen, waarbij de stapelaar het kenmerk vertoont dat hij twee afzonderlijke stuurinrichtingen bezit waarmee respektievelijk twee wielen en of wielgroepen onafhankelijk van elkaar gestuurd worden.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm vertoont het onderstel van de stapelaar twee armen die zich hoofdzakelijk langs beide zijden van de laadzone van de stapelaar uitstrekken, waarbij het vrije uiteinde van elke arm een wiel draagt.
Volgens nog een andere voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden de onafhankelijk van elkaar gestuurde wielen gevormd door, enerzijds, een wiel dat op het uiteinde van een van voornoemde armen van het onderstel bevestigd is, en anderzijds, een tweede gestuurd wiel dat zich centraal onder het machinegedeelte bevindt. Hierbij wordt dit laatste aangedreven om in de voortbeweging van de stapelaar te voorzien, terwijl tevens beide gestuurde wielen van, bijvoorbeeld elektromagnetische, remmen voorzien zijn.
Met het inzicht de kenmerken volgens de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeelden zonder enig beperkend karakter, een aantal voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin :
<Desc/Clms Page number 4>
Figuur 1 in perspektief een zieht weergeeft van de sta- pelaar volgens de uitvinding ; figuur 2 schematisch het onderstel en de wielopstelling van de stapelaar volgens figuur 1 weergeeft ; figuren 3 en 4 varianten weergeven voor de wielopstel- lingen van de stapelaar ; figuur 5 een zicht weergeeft van de arm van het onderstel volgens pijl F5 in figuur 1, waarbij de afdekkap verwij- derd is ; figuur 6 een electromagnetische rem voor de wielen van de stapelaar weergeeft ; figuur 7 het elektrisch circuit van de stapelaar weer- geeft.
Zoals in figuur 1 weergegeven bestaat de stapelaar hoofdzakelijk uit een machinegedeelte 1 dat op een verrijdbaar onderstel 2 is aangebracht en dat voorzien is van een vorklift 3.
Volgens de huidige uitvinding worden nu, zoals schematisch weergegeven in de figuren 2 tot en met 4, door middel van twee afzonderlijke stuurinrichtingen, respektievelijk twee wielen en/of wielgroepen onafhankelijk van elkaar gestuurd.
Naast deze gestuurde wielen wordt er eventueel nog voorzien in een aantal wielen die uitsluitend een steunfunktie bezitten, dewelke bij voorkeur vlij draaibaar zijn rond hun steunpunten en aldus automatisch de rijrichting van de stapelaar volgen.
<Desc/Clms Page number 5>
In de uitvoeringsvorm volgens figuur 2, die schematisch het onderstel van de stapelaar volgens figuur 1 weergeeft, zijn twee onafhankelijk van elkaar gestuurde wielen, respektievelijk 4 en 5, evenals drie wielen, respektievelijk 6,7 en 8, met uitsluitend een steunfunktie aanwezig. Bij voorkeur worden de gestuurde wielen 4 en 5, zoals o. a. weergegeven in figuur 2, zodanig onder het onderstel voorzien dat het eerste gestuurde wiel 4 zich onder het machinegedeelte 1 en in het symmetrievlak 9 van de stapelaar bevindt, terwijl het tweede gestuurde wiel 5 zich nabij een zijrand van het onderstel 2, en meer speciaal nabij een hoek ervan, bijvoorbeeld de hoek 10, bevindt. Bovendien zal het gestuurde wiel 4 zich bij voorkeur centraal onder het machinegedeelte 1 bevinden.
In figuur 3 wordt nog een variante weergegeven waarbij de onafhankelijk van elkaar gestuurde wielen 11 en 12 respektievelijk aan twee diagonaal tegenover elkaar gelegen hoeken van het onderstel 2 voorzien zijn, terwijl op de andere hoeken wielen 13 en 14 met louter een steunfunktie zijn aangebracht.
Zoals in figuren 1 tot en met 3 wordt weergegeven is het onderstel 2 bij voorkeur voorzien van twee armen 15 en 16 die zieh hoofdzakelijk langs beide zijden van de laadzone 17 van de stapelaar uitstrekken, waarbij deze armen aan hun uiteinden een aantal van de voornoemde wielen, respektievelijk 5,
<Desc/Clms Page number 6>
6, 12 en 14, bevatten. Door een van de gestuurde wielen, zoals dit het geval is in figuren 2 en 3 met wielen 5 en 12, aan een van de armen te voorzien, wordt een zeer grote wendbaarheid van de stapelaar verkegen.
Uiteraard zijn er vele varianten voor de wielopstellingen mogelijk. Zo wordt er bijvoorbeeld in figuur 4 een mogelijkheid weergegeven voor een stapelaar die, in plaats van het breed spoor dat door het gebruik van de armen 15 en 16 wordt verkregen, een smal spoor vertoont en waarbij alle wielen, respektievelijk 18,19 en 20, zieh onder het machinegedeelte 1 bevinden.
Volgens niet in de figuren weergegeven uitvoeringen kunnen volgens de uitvinding ook twee groepen van wielen onafhankelijk van elkaar gestuurd worden. Zo kan bijvoorbeeld bij een stapelaar met vier wielen, respektievelijk twee vooraan en twee achteraan, een eerste stuurinrichting aanwezig zijn. om de voorwielen gezamenlijk te besturen, en tevens een tweede stuurinrichting om de achterwielen gezamenlijk te besturen, waarbij deze stuurinrichtingen volgens de uitvinding volledig afzonderlijk zijn en onafhankelijk van elkaar werken.
De voortbeweging van de stapelaar wordt verzorgd door middel van een aandrijving die minstens op een van de gestuurde wielen, hetzij het wiel 4,5, 11,12, 18, of 19, is aange-
<Desc/Clms Page number 7>
sloten en die bij voorkeur van het elektrische type is. Verder is minstens een van de gestuurde wielen, of minstens een van de afzonderlijk gestuurde wielgroepen, doch bij voorkeur beide wielen of wielgroepen, met elk een rem, respektievelijk 21 en 22, uitgerust. De remmen zijn bij voorkeur van het elektromagnetische type en zullen samen met de electrische aandrijving hierna nog aan de hand van het electrische circuit van de stapelaar beschreven worden.
Teneinde, in een uitvoering zoals deze van figuur 2, waarbij bij voorkeur het gestuurde wiel 4 in de aandrijving voorziet, permanent een kontakt te behouden van dit wiel 4 met het rijvlak of de onderliggende vloer, wordt dit wiel in een vertikaal beweegbare wielbevestiging aangebracht, waarbij elastische drukmiddelen voorzien zijn om de wielbevestiging naar de vloer toe te drukken. Zulke wielophanging kan ook aan de andere gestuurde wielen worden voorzien.
Bij voorkeur bestaat een van de voornoemde stuurinrichtingen hoofdzakelijk uit een stuurknuppel 23 die op het machinegedeelte 1 is aangebracht en die mechanisch gekoppeld is aan een van de gestuurde wielen, of aan een van de gestuurde wielgroepen. Bij voorkeur bevat deze stuurknuppel 23 aan zijn vrije uiteinde een handvat 24 met een ingebouwd bedieningsbord 25 voor de rijrichtingsbepaling.
De tweede stuurinrichting is bij voorkeur hydraulisch. In
<Desc/Clms Page number 8>
de uitvoeringsvorm volgens figuur 5 voorziet deze stuurinrichting in de sturing van het wiel 5 dat zich op het uiteinde van de arm 15 bevindt. De stuurinrichting bestaat hoofdzakelijk uit een hydraulische cylinder 26 waarvan de zuigerstang 27 door middel van een scharnierend bevestigde arm 28 met de draaibare wielvork 29 van het betreffende wiel 5 gekoppeld is. Voornoemde hydraulische cylinder 26 wordt bij voorkeur bevolen door middel van een driestandenregeling die respektievelijk de zuiger in de cylinder doet ingaan, deze doet stilstaan, of deze doet uitgaan, waarbij, bij voorbeeld op het machinegedeelte 1 van de stapelaar, een hendel 30 is voorzien om de driestandenregeling te bevelen.
Een tweede meestal daarnaast geplaatste hendel 31 voorziet in de beveling van de op-en neergaande beweging van de vork 32.
De voornoemde armen 15 en 16 worden voorzien van beschermingskasten 33 en 34, zoals weergegeven in figuur l, om de nodige bescherming tegen stoten aan de verschillende onderdelen van de stuurinrichting en aan, de eventueel op de wielen gemonteerde remmen 22 te bieden.
Zoals in figuur 6 wordt weergegeven worden de electromagnetische remmen 21 en 22 bijvoorkeur ingebouwd in de zijplaat 35 van de betreffende wielvorken 29. Elke rem bestaat hoofdzakelijk uit achtereenvolgens axiaal naasteen gelegen een
<Desc/Clms Page number 9>
eerste drukschijf 36 die op de flank 37 van een wiel bevestigd is ; een remschijf 38 ; een tweede drukschrijf 39 die, door middel van axiaal gerichte asjes 40, axiaal verschuifbaar, in van geleidingsbussen 41 voorziene openingen 42, in de zijplaat 35 gelagerd is ; een derde drukschijf 43 die op de uiteinden van deze asjes 40, en langs de buitenzijde van de wielvork 29, is aangebracht ;
elastische elementen, zoals bijvoorbeeld veren 44, die een axiaal gerichte kracht op de derde drukschijf 43 uitoefenen, ten einde de remschijf 38 te klemmen tussen de eerste en de tweede drukschijf, respektievelijk 36 en 39 ; een steunelement 45 dat een steunvlak vormt voor de elastische elementen ; en een elektromagneet 46 die de derde drukschrijf 43 tegen de kracht van de elastische elementen in kan doen verschuiven. In de onbekrachtigde toestand van de elektromagneet 46 worden de eerste drukschijf 36, de remschijf 38 en de tweede drukschijf 39. onder invloed van de drukkracht van de veren 44 tegen elkaar gedrukt, zodanig dat de rem 21 of 22 aldus in werking is..
Door de elektromagneet 46 te bekrachtigen wordt de drukschijf 43 naar het steunelement 45 toe getrokken waardoor de remschijf 38 vrij komt te zitten en de remwerking opgeheven wordt.
Bij voorkeur zijn de remmen 21 en 22 voorzien van een instelmechanisme voor het instellen van de remkracht, of m. a. w. om de lengte van remweg van de stapelaar te kunnen wijzigen. Volgens figuur 6
<Desc/Clms Page number 10>
wordt dit instelmechanisme gevormd door het steunelement 45 axiaal verplaatsbaar uit te voeren, waarbij de verplaatsing aldus de drukkracht van de veren 44 op de drukschijf 43 bepaalt. De verplaatsing kan geschieden door middel van een regelmoer 47. Zulke regelmoer 47 laat ook toe dat in het geval van een defekt men ze kan losschroeven en alzo de stapelaar op de gewenste plaats kan rijden voor herstelling.
Figuur 7 geeft een mogelijke uitvoeringsvorm voor het electrisch circuit van de stapelaar. Dit circuit is volgens de uitvinding met zo weinig mogelijk componenten opgebouwd, zodanig dat dit gemakkelijk kan ingebouwd worden en bovendien relatief goedkoop is. De opbouw van het elektrisch gedeelte bestaat hoofdzakelijk uit een reversibele motor 48 voor de aandrijving van de wielen, een pompmotor 49 voor de hydraulishe besturing van bijvoorbeeld een van de stuurinrichtingen en voor de hydrau-
EMI10.1
lische aandrijving van de vorklift 3, vier relais 50 t. 53 als eveneens vier schakelkontakten 54 t. 57 voor de inscha- keling van deze relais alsmede voor de inschakeling van de elektromagneten 46 van de remmen 21 en 22.
Het geheel wordt gevoed vanuit een akku 58 van waaruit door middel van een kontaktslot 59 het relais 50 ingeschakeld wordt, waardoor de overige onderdelen onder spanning komen. Door het schakelkontakt 54 in te schakelen wordt door middel van het relais 51 de pompmotor 49 aangezet. Door de bediening van de schakelcon- tacten 55 en 56 wordt door middel van relais 52 en 53 de re-
<Desc/Clms Page number 11>
versibele motor 48 hetzij in voorwaartse zin of hetzij in achterwaartse zin ingeschakeld.
Het schakelkontakt 57 is automatisch met de schakelkontakten 55 en 56 verbonden, zodanig dat in de ingeschakelde stand van een van de relais 52 of 53, en dus van de motor 48 ook het schakelkontakt 57 een verbinding maakt, zodanig dat de elektromagneten 46 aldan in werking treden, waardoor-de remmen 21 en 22 ontkoppeld worden. Verder is in het circuit nog een rijsnelheidregeling opgenomen die gestuurd wordt door middel van een thyristor 60 die geregeld wordt aan de hand van een potentiometer 61. De thyristor 60 wordt hierbij beveiligd door middel van een diac 62. Verder zijn er bij voorkeur nog een aantal zekeringen, resp.
63,64 en 65 in het circuit aanwezig, evenals een voorschakelweerstand 66 voor het kontaktslot 59 en een parallelschakeling van een weerstand 67 met een metaalfilm 68 tussen de negatieve pool van de akku 58 en de potentiometer 61.
De stapelaar is voorzien van een aantal veiligheidsschakelaars 69 en 70 die als ze in werking gesteld worden gedurende het achteruit rijden van de stapelaar, onmiddelijk de draairichting van de reversibele motor 48 omschakelen, zodanig dat deze de stapelaar naar voor aandrijft. Deze veiligheidsschakelaars 69 en 70 zijn van het type microschakelaar en zijn aan de zijkanten en/of achterzijde van het machinegedeelte 1 en/of aan de stuurhendelkop van de stuurknuppel 23 aangebracht. Hierdoor wordt vermeden dat een bedienaar, bij het ingesloten raken tussen het achteruitrijdende toestel en een muur of dergelijke, gekneld zal worden.
<Desc/Clms Page number 12>
Het is duidelijk dat de stapelaar volgens de uitvinding ook van een zitplaats of een staanplaats voor een bedienaar kan voorzien zijn zodanig dat er eigenlijk sprake is van een kleine vorkheftruck.
Het is tevens duidelijk dat zowel in de beschrijving hiervoor als in de hiernavolgende eisen met het begrip "wiel" zeer algemeen elk rolbaar steunpunt bedoeld wordt, waarbij zulk steunpunt, zoals weergegeven in figuur 6, bijvoorbeeld ook uit meerdere wieltjes 71 en 72 kan bestaan die al dan niet op dezelfde as bevestigd zijn.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringen, doch zulke stapelaar kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.