NL1001661C2 - Schouderimplantaat. - Google Patents

Schouderimplantaat. Download PDF

Info

Publication number
NL1001661C2
NL1001661C2 NL1001661A NL1001661A NL1001661C2 NL 1001661 C2 NL1001661 C2 NL 1001661C2 NL 1001661 A NL1001661 A NL 1001661A NL 1001661 A NL1001661 A NL 1001661A NL 1001661 C2 NL1001661 C2 NL 1001661C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
plate
acromion
leg plate
implant
cutting line
Prior art date
Application number
NL1001661A
Other languages
English (en)
Inventor
Petrus Maria Rozing
Original Assignee
Petrus Maria Rozing
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Petrus Maria Rozing filed Critical Petrus Maria Rozing
Priority to NL1001661A priority Critical patent/NL1001661C2/nl
Priority to EP96937579A priority patent/EP0871406A1/en
Priority to PCT/NL1996/000448 priority patent/WO1997018770A1/en
Priority to AU75083/96A priority patent/AU708718B2/en
Priority to CA 2235730 priority patent/CA2235730A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1001661C2 publication Critical patent/NL1001661C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B17/00Surgical instruments, devices or methods
    • A61B17/56Surgical instruments or methods for treatment of bones or joints; Devices specially adapted therefor
    • A61B17/58Surgical instruments or methods for treatment of bones or joints; Devices specially adapted therefor for osteosynthesis, e.g. bone plates, screws or setting implements
    • A61B17/68Internal fixation devices, including fasteners and spinal fixators, even if a part thereof projects from the skin
    • A61B17/80Cortical plates, i.e. bone plates; Instruments for holding or positioning cortical plates, or for compressing bones attached to cortical plates
    • A61B17/8061Cortical plates, i.e. bone plates; Instruments for holding or positioning cortical plates, or for compressing bones attached to cortical plates specially adapted for particular bones
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B17/00Surgical instruments, devices or methods
    • A61B17/56Surgical instruments or methods for treatment of bones or joints; Devices specially adapted therefor
    • A61B17/58Surgical instruments or methods for treatment of bones or joints; Devices specially adapted therefor for osteosynthesis, e.g. bone plates, screws or setting implements
    • A61B17/68Internal fixation devices, including fasteners and spinal fixators, even if a part thereof projects from the skin
    • A61B17/80Cortical plates, i.e. bone plates; Instruments for holding or positioning cortical plates, or for compressing bones attached to cortical plates
    • A61B17/809Cortical plates, i.e. bone plates; Instruments for holding or positioning cortical plates, or for compressing bones attached to cortical plates with bone-penetrating elements, e.g. blades or prongs

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Orthopedic Medicine & Surgery (AREA)
  • Surgery (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Neurology (AREA)
  • Medical Informatics (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Prostheses (AREA)
  • Surgical Instruments (AREA)

Description

Titel: Schouderimplantaat
De uitvinding heeft betrekking op een implantaat voor het fixeren van delen van een menselijke schouderblad.
Het schoudergewricht is een gewricht dat een beweging van de arm ten opzichte van het lichaam mogelijk maakt. Meer in 5 het bijzonder is het schoudergewricht een kogelgewricht, waarbij het in hoofdzaak bolvormige uiteinde van het opperarmbeen (humerus) rust in een door het schouderblad (scapula) gedefineerde komvormige ruimte. Die komvormige ruimte is, ten opzichte van het lichaam bezien, in hoofdzaak 10 open naar buiten en naar beneden, en heeft aan de binnenzijde een wand die wordt gedefinieerd door de schouderkom (glenoid) terwijl een bovenwand wordt gedefinieerd door de punt van het schouderblad (acromion).
Indien de continuïteit van dit botstuk wordt onderbroken 15 door een kunstmatige doorsnijding van het bot, een zogenaamde osteotomie, of door een breuk, wordt het genezingsproces bemoeilijkt doordat het niet, althans niet goed, mogelijk is om de gebroken delen stabiel ten opzichte van elkaar te fixeren.
20 De uitvinding beoogt het genezingsproces van een dergelijke breuk of osteotomie te verbeteren en te versnellen door een implantaat te verschaffen waarmee de breukdelen van het acromion ten opzichte van elkaar gefixeerd kunnen worden.
Een probleem daarbij is, dat zich over het schouder-25 gewricht de deltaspier (musculus deltoides) uitstrekt, die bij het fixeren van het acromion voor het plaatsen van een implantaat gepasseerd moet worden. Het is derhalve een verder doel van de onderhavige uitvinding een implantaat als genoemd te verschaffen, dat bij gebruik de deltaspier zo min mogelijk 30 beschadigt.
Daartoe heeft een implantaat volgens de uitvinding de kenmerken zoals beschreven in conclusie 1.
1001661 2
Deze en andere aspecten, kenmerken en voordelen van de onderhavige uitvinding zullen verduidelijkt worden door de hiernavolgende beschrijving van een voorkeursuitvoeringsvorm van een implantaat volgens de uitvinding, onder verwijzing 5 naar de tekening, waarin: figuur 1 een schematisch perspectiefaanzicht is van een rechterschouder van een mens, gezien van achteren; figuur 2 een meer schematische doorsnede is van enkele onderdelen van het schoudergewricht; 10 figuur 3 een schematisch bovenaanzicht is van de rechterschouder; figuur 4A een bovenaanzicht is van een uitvoeringsvorm van een implantaat volgens de uitvinding; figuur 4B een onderaanzicht is van deze uitvoeringsvorm; 15 figuur 4C een zijaanzicht is van deze uitvoeringsvorm; figuur 4D een vooraanzicht is van deze uitvoeringsvorm; en figuur 5 een met figuur 2 vergelijkbare doorsnede is om de werking van het implantaat volgens de uitvinding te illustreren.
20 Figuur 1 toont schematisch een in zijn algemeenheid met het verwijzingscijfer 1 aangeduid rechter schoudergewricht van een mens, gezien van achteren. Het schoudergewricht 1 kan worden opgevat als een kogelgewricht, waarbij het in hoofdzaak bolvormige uiteinde 2 van het opperarmbeen (humerus) 3 rust in 25 een door het schouderblad (scapula) 4 gedetineerde komvormige ruimte 5. Het benige deel van deze komvormige ruimte 5 wordt aan de binnenzijde gedefinieerd door de schouderkom (glenoid) 6 en aan de bovenzijde door de punt (acromion) 7 van het schouderblad 4. Het acromion 7 kan worden beschouwd als een 30 dakvormig uiteinde van een botrichel 8 die een integraal onderdeel is van het schouderblad 4.
In figuur 2 zijn alleen het acromion 7 en het bolvormige uiteinde 2 van het opperarmbeen 3 geschetst. In het acromion 7 is een breuk opgetreden, zoals aangeduid bij het verwijzings-35 cijfer 10; de breukhelften zullen in het hiernavolgende worden aangeduid als acromion-lichaam 11 en acromion-breukdeel 12.
Het acromion-lichaam 11 is het gedeelte van het acromion 7 dat 1001661 3 nog een integraal onderdeel van het schouderblad 4 is; het acromion-breukdeel 12 is het afgebroken, uiterste gedeelte van het acromion 7.
Figuur 3 toont schematisch het (gebroken) acromion 7 van 5 bovenaf. In figuur 3 is geïllustreerd, dat de botrichel 8 van het schouderblad 4, gezien vanuit het acromion 7, schuin naar achteren is gericht, en dat het sleutelbeen (clavicula) 9 schuin naar voren is gericht maar niet, althans niet door bot, is verbonden met het schouderblad 4.
10 Met stippellijnen is in figuur 3 aangeduid, dat de aan het sleutelbeen 9 hechtende delta-spier (musculus deltoides) 20 over het acromion-breukdeel 12 heen ligt. Deze delta-spier 20 verstoort de positie van het acromion-breukdeel 12 ten opzichte van het acromion-lichaam 11 doordat op het van de 15 breuk 10 afgekeerde uiteinde van het acromion-breukdeel 12 een omlaag gerichte kracht wordt uitgeoefend, welke kracht in figuur 2 is aangeduid met Fl. De genezing van de breuk 10, dat wil zeggen het door bot-aangroei hechten van het acromion-breukdeel 12 aan het acromion-lichaam 11, wordt dus niet 20 alleen bemoeilijkt doordat het acromion-breukdeel 12 ten opzichte van het acromion-lichaam 11 kan bewegen, maar ook doordat het acromion-breukdeel 12 ten opzichte van het acromion-lichaam 11 een foutieve, omlaag gescharnierde stand inneemt.
25 Het implantaat volgens de uitvinding, waarvan de figuren 4A-D een uitvoeringsvorm 40 tonen, bevordert het genezingsproces enerzijds doordat het acromion-breukdeel 12 ten opzichte van het acromion-lichaam 11 wordt gefixeerd, en anderzijds doordat genoemde krachten worden opgevangen.
30 Het implantaat 40 is vervaardigd van een materiaal dat sterk is en bio-compatibel is. Het gebruikte materiaal kan bijvoorbeeld roestvast staal zijn, maar bij voorkeur wordt titanium gebruikt, omdat het dan nog mogelijk is om met behulp van röntgenstraling een afbeelding te maken van het gezette 35 acromion 7, de schouderkom en het opperarmbeen.
Het implantaat 40 heeft in zijaanzicht (figuur 4C) in hoofdzaak een L-vormige dwarsdoorsnede, en omvat een beenplaat 1001661 4 41 en een daar in hoofdzaak loodrecht op staande voetplaat 42. De snijlijn tussen het door de beenplaat 41 gedefinieerde vlak en het door de voetplaat 42 gedefinieerde vlak wordt aangeduid roet 43. De dikte van de beenplaat 41 en de voetplaat 42 is 5 relatief klein, en bedraagt bij voorkeur ongeveer 1 mm. In een eenvoudige vorm zijn de twee platen 41 en 42 vervaardigd uit een platte strook, door die strook om te buigen over de lijn 43. Bij voorkeur echter zijn de twee platen 41 en 42 vervaardigd uit een massief blok, door het wegfrezen van 10 materiaalgedeelten, omdat dan het resulterende implantaat 40 sterker is.
Het implantaat 40 is bestemd om geplaatst te worden op het acromion 7, en wel met de beenplaat 41 bovenop het acromion 7 terwijl de voetplaat 42 omlaag is gericht en tegen 15 het uiteinde van het acromion 7 rust, zoals geschetst in figuur 5. Zoals duidelijk getoond in het vooraanzicht van figuur 4D, heeft de voetplaat 42, langs de snijlijn 43 gemeten, een lengte L42 die is gebaseerd op de corresponderende afmeting van het acromion 7. Een geschikte lengte L42 20 is ongeveer 26 mm. De breedte B42 van de voetplaat 42, gemeten loodrecht op het vlak van de beenplaat 41, bedraagt ongeveer 7-10 mm. Een geschikte breedte bedraagt ongeveer 8,5 mm. Een centraal gedeelte van de voetplaat 42 is weggenomen, over een lengte van ongeveer 14 mm. De voetplaat 42 omvat aldus twee in 25 hoofdzaak loodrecht op de beenplaat 41 staande voetgedeelten 44 en 45 met elk een lengte L44 respectievelijk L45 (gemeten in de richting van genoemde snijlijn 43) van ongeveer 6 mm. In elk van deze voetgedeelten 44, 45 is een gat 46, 47 aangebracht voor het doorlaten van een schroef 61 (zie figuur 5).
30 Aan het van de beenplaat 41 afgekeerde uiteinde van elk voetgedeelte 44, 45 bevindt zich een in hoofdzaak driehoekig haakgedeelte 48, 49, dat in hoofdzaak loodrecht staat op de voetplaat 42 en dus in hoofdzaak evenwijdig is gericht aan de beenplaat 41. Een geschikte breedte 849, B49 voor elk drie-35 hoekig haakgedeelte 48, 49, gemeten vanaf het vrije uiteinde tot het corresponderende voetgedeelte 44, 45, dat wil zeggen loodrecht op de genoemde snijlijn 43, bedraagt ongeveer 7 mm.
1 Ü 0 1 6 6 1 5
De beenplaat 41 omvat een beenplaatbasisgedeelte 51 en een beenplaatfixatiegedeelte 52. Het beenplaatbasisgedeelte 51 grenst aan de snijlijn 43, en heeft een langs de snijlijn 43 gemeten lengte L51 die correspondeert met de lengte L42 van de 5 voetplaat 42. Het beenplaatbasisgedeelte 51 kan zich als een ononderbroken geheel uitstrekken langs de snijlijn 43 of, zoals getoond in het bovenaanzicht van figuur 4A, zijn voorzien van een centrale uitsparing 53 met bijvoorbeeld een half-cirkelvormige of half-ellipsvormige contour, welke 10 uitsparing 53 een voortzetting is van het weggenomen centrale gedeelte van de voetplaat 42.
Het beenplaatfixatiegedeelte 52 heeft een langwerpige vorm met een hartlijn 54. Deze hartlijn 54 snijdt genoemde snijlijn 43 bij een snijpunt S ongeveer halverwege het been-15 plaatbasisgedeelte 51. In het langwerpige beenplaatfixatiegedeelte 52 is ten minste één gat 55 aangebracht voor het doorlaten van een schroef 62 (figuur 5). In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn drie van dergelijke gaten 55, 55’, en 55" aanwezig. Aangezien, zoals in het voorgaande vermeld, 20 de botrichel 8 schuin naar achteren is gericht, maakt de hartlijn 54 van het langwerpige beenplaatfixatiegedeelte 52 een hoek α met de genoemde snijlijn 43, welke hoek α is aangepast aan de richting van de botrichel 8. Normaliter bevindt genoemde hoek α zich in het gebied van 40°-80°. Een 25 geschikte waarde voor deze hoek α bedraagt ongeveer 60°.
Een geschikte breedte B52 voor het beenplaatfixatiegedeelte 52, gemeten loodrecht op de hartlijn 54, is ongeveer 8 mm. Een geschikte lengte L52 voor het beenplaatfixatiegedeelte 52, gemeten langs de hartlijn 54 van het uiteinde tot 30 aan het genoemde snijpunt S, bedraagt ongeveer 50 mm.
Aldus heeft de beenplaat 41 een vorm die in bovenaanzicht (zie figuur 4A) in hoofdzaak correspondeert met de vorm van een hockeystick of met de vorm van de Griekse letter λ.
Het zal duidelijk zijn dat een implantaat voor een 35 linkerschouder spiegelsymmetrisch is uitgevoerd met betrekking tot het weergegeven implantaat voor de rechterschouder.
1001661 6
Thans zal het gebruik van het implantaat 40 volgens de uitvinding worden uitgelegd. Het aanbrengen van het implantaat 40 gebeurt operatief, zoals duidelijk zal zijn. Het implantaat 40 wordt van opzij over het acromion 7 geschoven, waarbij de 5 haakgedeelten 48, 49 onder het uiteinde van het acromion- breukdeel 12 worden gestoken, terwijl de beenplaat 41 komt te liggen op het acromion-lichaam 11 en de botrichel 8. Er worden horizontale schroeven 61 aangebracht door de gaten 46, 47 in de voetgedeelten 44, 45 van de voetplaat 42, welke horizontale 10 schroeven 61 bij voorkeur reiken tot in het acromion-lichaam 11. Er worden verticale schroeven 62 aangebracht door de gaten 55, 55', 55" in het beenplaatfixatiegedeelte 52, welke verticale schroeven 62 reiken in het acromion-lichaam 11 en/of de botrichel 8. Bij voorkeur is althans één van die gaten (55") 15 enigszins langwerpig (waarbij de lange as van de ellips in hoofdzaak loodrecht op de voetplaat staat), om bij het aanbrengen enige speling te kunnen opvangen.
Door de horizontale schroeven 61 wordt het acromion-breukdeel 12 in eerste instantie op de juiste plaats 20 gepositioneerd ten opzichte van het acromion-lichaam 11. Deze schroeven 61 alleen zouden echter niet zijn opgewassen tegen de genoemde kracht Fl. Deze kracht wordt echter opgevangen door de haakgedeelten 48, 49, die een steun vormen onder het uiteinde van het acromion-breukdeel 12, en die kracht 25 overdragen op het acromion-lichaam 11 en/of de botrichel 8 door middel van genoemde verticale schroeven 62. Vanwege de relatief grote lengte van het beenplaatfixatiegedeelte 52 worden die verticale schroeven 62 relatief weinig belast.
Zoals boven vermeld, verloopt de deltaspier over het 30 uiteinde van het acromion-breukdeel 12, en die deltaspier zit eigenlijk in de weg bij het aanbrengen van fixatie-middelen. Bij het aanbrengen van het implantaat 40 kan men echter volstaan met het aanbrengen van relatief kleine incisies in de lengterichting van de deltaspiervezels, voor het laten 35 passeren van de voetgedeelten 44, 45 met de bijbehorende haakgedeelten 48, 49 en schroeven 61, welke incisies relatief snel helen over het implantaat heen.
1001661 7
Voor de horizontale schroeven 61 wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van gecanuleerde schroeven, dat wil zeggen schroeven met een daardoorheen langs de lichaamsas daarvan verlopend kanaal, welke schroeven door middel van een 5 geleidedraad kunnen worden aangebracht. Deze techniek is op zich bekend.
Het implantaat volgens de uitvinding verschaft een maximum aan stabiliteit bij een minimum aan bevestigings-10 materiaal en een minimum aan "operatie-schade" (aan de deltaspier).
Het zal voor een deskundige duidelijk zijn dat het mogelijk is de weergegeven uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding te veranderen of te modificeren, zonder 15 de uitvindingsgedachte of de beschermingsomvang van de uitvinding, zoals gedefinieerd in de conclusies, te verlaten. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de genoemde maten en hoeken worden aangepast aan de lichaamsbouw en/of de leeftijd van de persoon voor wie het implantaat bedoeld is.
20 Ook is het mogelijke dat het beenplaatfixatiegedeelte 52 een gebogen hartlijn 54 heeft.
Voorts is het mogelijk dat het implantaat enigszins wordt gebogen om qua vorm beter aangepast te worden aan de vorm van de botdelen bij de betreffende patiënt. Deze aanpassing kan 25 door de chirurg zelf worden uitgevoerd vlak voor het aanbrengen van het implantaat.
Voorts is het mogelijk dat het aantal voetgedeelten groter is dan twee, of dat het aantal schroefgaten (55) verschilt van drie.
1001661

Claims (7)

1. D 1 6 6 1 voorts een vanaf het beenplaatbasisgedeelte (51) reikend langwerpig beenplaatfixatiegedeelte (52) heeft.
1. Implantaat (40) voor het fixeren van delen (11, 12) van een acromion (7), omvattende: een beenplaat (41); ten minste één in de beenplaat (41) aangebrachte opening (55; 5 55'; 55") voor het doorlaten van een schroef (62); een in hoofdzaak loodrecht op de beenplaat (41) staande voetplaat (42), waarbij de beenplaat (41) en de voetplaat (42) elkaar ontmoeten volgens een snijlijn (43); ten minste één in de voetplaat (42) aangebrachte opening (46, 10 47) voor het doorlaten van een schroef (61); ten minste één loodrecht op de voetplaat (42) staand haakgedeelte (48, 49).
2. Implantaat volgens conclusie 1, waarbij een centraal 15 gedeelte van de voetplaat (42) is weggenomen om twee voetplaatgedeelten (44, 45) te definiëren, waarbij aan het uiteinde van elk voetplaatgedeelte (44, 45) een loodrecht op de voetplaat (42) staand haakgedeelte (48, 49) is gevormd, en waarbij in elk voetplaatgedeelte (44, 45) een opening (46, 47) 20 voor het doorlaten van een schroef (61) is aangebracht.
3. Implantaat volgens conclusie 1 of 2, waarbij elk haakgedeelte (48, 49) een in hoofdzaak driehoekige vorm heeft.
4. Implantaat volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de voetplaat (42) een langs de snijlijn (43) gemeten lengte heeft van ongeveer 26 mm.
5. Implantaat volgens één der voorgaande conclusies, waarbij 30 de beenplaat (41) een aan de snijlijn (43) grenzend beenplaat-basisgedeelte (51) omvat waarvan de langs de snijlijn (43) gemeten lengte in hoofdzaak gelijk is aan de corresponderende lengte van de voetplaat (42), en waarbij de beenplaat (41)
6. Implantaat volgens conclusie 5, waarbij het beenplaat- 5 fixatiegedeelte (52) een hartlijn (54) heeft die met genoemde snijlijn (43) een hoek α insluit in het gebied van 40e-80°, bij voorkeur ongeveer 60°.
7. Implantaat volgens één der voorgaande conclusies, 10 vervaardigd van titanium. 1 Ü ü 1 6 6 1
NL1001661A 1995-11-15 1995-11-15 Schouderimplantaat. NL1001661C2 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1001661A NL1001661C2 (nl) 1995-11-15 1995-11-15 Schouderimplantaat.
EP96937579A EP0871406A1 (en) 1995-11-15 1996-11-14 Shoulder implant
PCT/NL1996/000448 WO1997018770A1 (en) 1995-11-15 1996-11-14 Shoulder implant
AU75083/96A AU708718B2 (en) 1995-11-15 1996-11-14 Shoulder implant
CA 2235730 CA2235730A1 (en) 1995-11-15 1996-11-14 Shoulder implant

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1001661 1995-11-15
NL1001661A NL1001661C2 (nl) 1995-11-15 1995-11-15 Schouderimplantaat.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1001661C2 true NL1001661C2 (nl) 1997-05-21

Family

ID=19761856

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1001661A NL1001661C2 (nl) 1995-11-15 1995-11-15 Schouderimplantaat.

Country Status (5)

Country Link
EP (1) EP0871406A1 (nl)
AU (1) AU708718B2 (nl)
CA (1) CA2235730A1 (nl)
NL (1) NL1001661C2 (nl)
WO (1) WO1997018770A1 (nl)

Families Citing this family (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
RU2168956C1 (ru) * 1999-12-22 2001-06-20 Афанасьев Александр Спиридонович Устройство для лечения суставных переломов
RU2238691C2 (ru) * 2002-06-10 2004-10-27 Дальневосточный государственный медицинский университет Пластина для остеосинтеза эпифизеолизов и остеоэпифизеолизов лучевой кости у детей
US7951176B2 (en) 2003-05-30 2011-05-31 Synthes Usa, Llc Bone plate
CA2512229C (en) * 2005-07-14 2008-11-18 Terray Corporation Clavicular bone plate
RU2343866C1 (ru) * 2007-04-25 2009-01-20 Федеральное государственное учреждение "Российский научно-исследовательский институт травматологии и ортопедии им. Р.Р. Вредена Федерального агентства по высокотехнологичной медицинской помощи" (ФГУ "РНИИТО им. Р.Р. Вредена Росмедтехнологий") Внутренний фиксатор для артродеза плечевого сустава
CN102283707B (zh) * 2011-08-19 2014-08-20 上海市奉贤区中心医院 一种肩锁钢板
CN104306059B (zh) * 2014-11-21 2016-09-14 陆晓生 一种肩胛骨喙突区记忆合金解剖锁定内固定的器械
CN106667568A (zh) * 2016-12-31 2017-05-17 苏州市康力骨科器械有限公司 一种解剖型肩胛骨锁定钢板
US10687854B2 (en) * 2017-05-30 2020-06-23 DePuy Synthes Products, Inc. Acromioclavicular hook plate
EP3694430A1 (en) 2017-10-11 2020-08-19 Tornier, Inc. Humeral fixation plate guides
EP4009887B1 (en) * 2019-08-06 2024-09-25 Exactech, Inc. Acromion fracture repair system

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1982001645A1 (en) * 1980-11-14 1982-05-27 Rahmanzadeh Rahim Device for holding the parts of the joint of a human shoulder
US5015248A (en) * 1990-06-11 1991-05-14 New York Society For The Relief Of The Ruptured & Crippled, Maintaining The Hospital For Special Surgery Bone fracture fixation device
DE9308944U1 (de) * 1993-06-16 1993-08-12 Eska Medical GmbH & Co, 23556 Lübeck Fixationshaken

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1982001645A1 (en) * 1980-11-14 1982-05-27 Rahmanzadeh Rahim Device for holding the parts of the joint of a human shoulder
US5015248A (en) * 1990-06-11 1991-05-14 New York Society For The Relief Of The Ruptured & Crippled, Maintaining The Hospital For Special Surgery Bone fracture fixation device
DE9308944U1 (de) * 1993-06-16 1993-08-12 Eska Medical GmbH & Co, 23556 Lübeck Fixationshaken

Also Published As

Publication number Publication date
WO1997018770A1 (en) 1997-05-29
AU708718B2 (en) 1999-08-12
AU7508396A (en) 1997-06-11
EP0871406A1 (en) 1998-10-21
CA2235730A1 (en) 1997-05-29

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1001661C2 (nl) Schouderimplantaat.
US20110184413A1 (en) Ankle Fusion Plate
US9918850B2 (en) Spinal implant configured for midline insertion
US8663295B2 (en) Posterior spinal prosthesis
JP3726108B2 (ja) 脊椎後部安定化装置
US5380331A (en) Method for performing knee surgery and retractors for use therein
US8092453B2 (en) Intramedullary interlocking fixation devices for the distal radius
US20030233149A1 (en) Porous unicondylar knee
US20190231392A1 (en) Method and system for patella tendon realignment
US20160015528A1 (en) Spinal implant configured for lateral insertion
US20090093849A1 (en) Metatarsal fixation system
EP2243445B1 (en) A glenoid component of a shoulder joint prosthesis
JP2000513972A (ja) 骨外科用装置
EP0253796A2 (de) Anatomische Knochenplatte bzw. Fixationsplatte
US12279796B2 (en) Suprapectineal quadrilateral bone plating system and methods of making and using same
WO2014209430A1 (en) Medial distal femur bone plate system
CN115300085A (zh) 肩锁钩板
JPH06505423A (ja) 大腿骨頸部の転子破損における接骨補助手段
FR2650500A1 (fr) Prothese a angulation variable pour la reduction de fracture des membres inferieurs
US20210045787A1 (en) Pre-contoured buttress plate for posterior wall acetabular fractures
BE1028532B1 (nl) Proximaal humeraal fixatiesysteem
WO1994018910A1 (en) Orthopaedic reconstruction plate
US20060241611A1 (en) Modular spinal implant system to assist with cervical stabilization
US12453586B2 (en) Bone reduction and plate fixation forceps
BE1032339B1 (nl) Implantaat en boormal voor de behandeling van heupdysplasie

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20000601