NL1002289C2 - Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. - Google Patents
Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1002289C2 NL1002289C2 NL1002289A NL1002289A NL1002289C2 NL 1002289 C2 NL1002289 C2 NL 1002289C2 NL 1002289 A NL1002289 A NL 1002289A NL 1002289 A NL1002289 A NL 1002289A NL 1002289 C2 NL1002289 C2 NL 1002289C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- manure
- belt
- side walls
- rollers
- urine
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/01—Removal of dung or urine ; Removal of manure from stables
- A01K1/0135—Removal of dung or urine ; Removal of manure from stables by means of conveyor belts
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Zoology (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Housing For Livestock And Birds (AREA)
Description
ι\ - 1 -
INRICHTING VOOR HET UIT EEN STAL AFVOEREN VAN DIERLIJKE MEST
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. In het algemeen bevinden zich in een stal één of meer 10 mestgoten, welk goten zijn afgedekt met roosters waarop de dieren zich bevinden. De mest, bestaande uit fecaliën en urine, van de dieren valt door de roosters in de mestgoot en wordt hierin opgeslagen. Van tijd tot tijd worden deze goten geleegd en wordt de totale mest uitgereden op het land. Ook is het bekend om onder de roosters zogenaamde spoelgoten aan te brengen, die een aantal malen per dag worden gespoeld met water, om de mest uit de stal 15 naar een buiten de stal gelegen opslagreservoir af te voeren. Dit heeft weliswaar voordelen met betrekking tot het leefklimaat in de stal, maar heeft weer het nadeel dat de mest steeds wordt verdund met water zodat het opslaan van de mest en het eventueel verwerken hiervan extra problemen met zich meebrengt.
De op deze wijze in het opslagreservoir opgeslagen mest bestaat zodoende uit een 20 mengsel van de vloeibare en vaste componenten, en vormt in het totaal een min of meer vloeibare substantie. Bij deze bekende manier van het afvoeren van mest vindt zowel in de stal zelf als in het opslagreservoir de vorming van ammoniakgas plaatsvindt. Dit gas veroorzaakt niet alleen een onaangename stank, die het leefklimaat in de stal ongunstig beïnvloedt, maar is ook schadelijk in milieutechnisch opzicht. Het is de bedoeling dat de in 25 het opslagreservoir verzamelde mest later over het land wordt uitgereden. Dit is echter niet altijd mogelijk, vanwege de huidige strenge milieuvoorschriften ten aanzien van de overbemesting. Het gevolg is dat men tegenwoordig geconfronteerd wordt met een mestoverschot, dat voor de veehouder extra problemen en kosten met zich meebrengt met betrekking tot de mestopslag, en het voorkomen van ammoniakuitstoot.
30 Uit EP-A-0 518 438 is een inrichting bekend voor het scheiden van de vloeibare en de vaste bestanddelen van de mest. Hierbij is in de mestgoot onder een roostervormige vloer een eindloze transportband aangebracht, welk transportband in dwarsrichting schuin staat en 1002289 2 aan de lage zijde een opstaande rand heeft. De vloeibare bestanddelen worden via de transportband in een eerste houder en de vaste bestanddelen in een tweede houder gevoerd.
Uit de Nederlandse octrooiaanvrage 8000563 is eveneens een inrichting bekend voor het scheiden van de vloeibare en vaste bestanddelen van de mest. Hierbij wordt een 5 transportband verplaatst tussen een voorraadhaspel en een oprolhaspel. Deze band wordt over een aantal vrij draaiende rollen en hiertussen gelegen vlakke platen geleid. Deze platen kunnen in een uitvoeringvorm naar buiten hellen, waarbij langs de zijkanten een afvoergoot voor de vloeibare bestanddelen is aangebracht.
De onderhavige uitvinding beoogt nu een verbeterde inrichting te verschaffen voor 10 het uit een stal afVoeren van dierlijke mest, waarbij de vloeibare en vaste bestanddelen doelmatig worden gescheiden om de vorming van ammoniakgas te voorkomen of tenminste in aanzienlijke mate te verminderen, welke inrichting een eenvoudige constructie heeft en gemakkelijk in reeds bestaande mestgoten van een stal kan worden ingebouwd.
Deze oogmerken worden volgens de uitvinding bereikt door een inrichting met de in 15 conclusie 1 aangegeven kenmerken.
De onderconclusies 2-6 geven nog verdere ontwikkelingen en details van de uitvinding aan.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, die als voorbeeld een doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding toont, en waarin: 20 figuur 1 een schematische afbeelding, die het principe laat zien volgens welk de inrichting volgens de uitvinding werkt, figuur 2 een dwarsdoorsnede is van de inrichting volgens de lijn II-II in figuur 1, figuur 3 op grotere schaal een detail toont van de in figuur 2 weergegeven doorsnede, figuur 4 meer in detail een zijaanzicht toont van een gedeelte van de inrichting uit 25 figuur 1, en figuur 5 een met figuur 3 overeenkomende doorsnede is van een detail van een andere uitvoeringsvorm van de inrichting.
De in de hierna volgende beschrijving gebruikte termen horizontaal, verticaal, boven en onder, hebben betrekking op de in de tekening weergegeven gemonteerde stand van de 30 inrichting.
In figuur 1 is een principeschets getoond van de inrichting volgens de uitvinding voor het uit een stal afVoeren van de mest van de dieren. De mest van de dieren bestaat uit vaste 1002289 3 fecaliën en vloeibare urine. Tot op heden werden de fecaliën en de urine gezamenlijk afgevoerd en eventueel opgeslagen als een min of meer vloeibare massa, waarbij in sterke mate de vorming van ammoniakgas plaats vond. De uitvinding gaat nu uit van de gedachte de urine en de mest gescheiden af te voeren en te verwerken. Dit heeft in de eerste plaats het 5 voordeel dat er minder ammoniakgas wordt gevormd. Bovendien is het verwerken en opslaan van de fecaliën eenvoudig, terwijl de urine na opslag zonder schade voor het milieu kan worden afgevoerd.
In figuur 1 is een eindloze band 1 weergegeven, die in de richting van de pijl A loopt over twee drijftollen 2, 3, en kan zijn aangebracht in een mestgoot, zoals er normaliter één of 10 meer aanwezig zijn in een stal. De band is, zoals hierna aan de hand van de figuren 2 en 3 nog zal worden beschreven, uitgevoerd voor het scheiden van de urine en de fecaliën. De urine wordt via een verzamelleiding 4 naar een buiten de stal aanwezige opslagtank 5 gevoerd, en kan van hieruit bijvoorbeeld naar een riool worden afgevoerd via de leiding 6. De fecaliën worden door de band meegenomen en vallen bij de rol 3 vanaf deze band in een 15 opvangbak 7. Voor het van de band verwijderen van de fecaliën kan bij de rol 3 een geschikte schraper 8 zijn aangebracht. De fecaliën kunnen vervolgens op elke geschikte wijze worden verwerkt. In het in figuur 1 weergegeven voorbeeld worden de fecaliën met behulp van een wormextrusie-inrichting 9 tot korrels geperst, en vervolgens opgeslagen in een houder 10. Het gescheiden afvoeren en opslaan van de vaste en vloeibare delen van de 20 mest heeft zodoende aanzienlijke voordelen, zowel met betrekking tot de vorming van ammoniakgas met de hierbij behorende stankoverlast als met betrekking tot het verwerken en opslaan van de afzonderlijke componenten van de mest.
In figuur 2 is een dwarsdoorsnede weergegeven van een mestgoot 11, die aan de bovenkant is afgesloten door middel van een rooster 12. De niet in de tekening weergegeven 25 dieren bevinden zich boven het rooster 12 en hun uitwerpselen vallen door het rooster op de eindloze band 1. Deze band, die is vervaardigd van een dun flexibel kunststof materiaal, bijvoorbeeld een met PVC bekleed weefsel, wordt door drijftollen 2 en 3 aangedreven en de bovenste baan van de band 1 wordt tussen de beide drijftollen ondersteund en geleid door een in hoofdzaak horizontale ondersteuningsconstructie 13. Deze ondersteuningsconstructie 30 13 bestaat uit een bovenste horizontaal lopende draagplaat 14, waarover de band 1 is geleid. De draagplaat 14 strekt zich over nagenoeg de gehele breedte van de goot 11 uit, en is zoals duidelijk zichtbaar in figuur 2 is in dwarsdoorsnede dakvormig uitgevoerd, d.w.z. vanuit de 1002289 4 longitudinale middellijn loopt de plaat 14 naar weerszijden met een geringe helling omlaag. De naar weerszijden van de draagplaat aflopende vlakken gaan in het midden van de draagplaat via een geschikte afronding in elkaar over. De over de draagplaat geleide dunne flexibele band 1 neemt hierbij zonder meer de vorm aan van de draagplaat 14.
5 De longitudinale eindranden van de plaat 14 zijn elk aangesloten op een opvanggoot 15, 15’, die elk weer vast zijn verbonden met een verticale zijwand 16, 16’. De zijwanden 16, 16’ liggen elk aan tegen de verticale van de mestgoot en zijn aan de bovenkant voorzien van een omgezette flensrand 17, 17’, waarmee deze zijwanden met de hiertussen aangebrachte draagplaat en opvanggoten als een uit één geheel bestaande constructie in de mestgoot kan 10 worden opgehangen. De draagplaat 14 is aan de onderkant bovendien voorzien van een aantal op onderlinge afstand aangebrachte verticale verstijvingsplaten 18, die loodrecht staan op en zijn verbonden met de verticale zijwanden 16, 16’. Tussen de zijwanden 16, 16’ zijn tevens een aantal vrij draaiende geleidingsrollen 19 aangebracht, waarover de teruggaande baan van de band 1 wordt geleid. De rollen 19 liggen bij voorkeur steeds verticaal onder een 15 verstijvingsplaat 18, waarbij tussen de rol en de steunplaat steeds een geringe spleet aanwezig is voor het doorlaten van de teruggaande baan van de band 1.
Zoals duidelijk zichtbaar is in figuur 2 is de gehele steunconstructie, bestaande uit de draagplaat 14 met de opvanggoten 15, 15’, de zijwanden 16, 16’, de verticale steunwanden 18 en de vrij draaiende rollen 19 uitgevoerd als een uit één geheel bestaande, de 20 ondersteuningsconstructie 13 vormende, eenheid, die kan zijn vervaardigd uit elk geschikte materiaal, zoals bijvoorbeeld een zuurbestendige kunststof.
Zoals duidelijker is aangegeven in figuur 3, waarin op grotere schaal een gedeelte van de ondersteuningsconstructie 13 uit figuur 2 is weergegeven, bestaat de opvanggoot 15 uit een in dwarsdoorsnede rechthoekige buis, met twee verticale wanden 15 a, 15b en twee 25 horizontale wanden 15c, 15d. De buis is met de ene verticale wand 15a vast verbonden met de betreffende zijwand 16. De buis heeft over de gehele lengte hiervan een longitudinale spieetvormige opening 20, die is gelegen tussen de verticale wand 15b en de bovenste horizontale wand 15d. Via deze opening steekt de longitudinale eindrand van de draagplaat 14 in het inwendige van de buis 15. De constructie is zodanig, dat de draagplaat 14 vast is 30 verbonden met het bovenste uiteinde van de verticale wand 15b, en op enige afstand onder de horizontale bovenwand 15d doorloopt, zodat deze bovenwand de draagplaat en daarmee 1002289 5 de hierover beweegbare band 1 overlapt. De afstand tussen de band 1 en de bovenwand 15d van de buis bedraagt ongeveer 2 a 3 nun.
In figuur 4 is in zijaanzicht een uiteinde van de ondersteuningsconstructie 13 weergegeven, met het hieraan grenzende drijfrol 2 voor de band 1. In deze figuur is duidelijk 5 te zien dat de draagplaat 14 naar het uiteinde toe vanaf de dakvormige vormgeving via een overgangsgebied verloopt naar een horizontale vlakke vorm, die nagenoeg tangentiaal aansluit op de omtrek van het drijfwiel 2. Een zelfde (niet weergegeven) overgangsgebied is natuurlijk aanwezig bij het aan de drijfrol 3 grenzende gedeelte van de draagplaat 14. De flexibele band 1 volgt de vormgeving van de draagplaat 14 en loopt zodoende vanaf het 10 vlakke gedeelte van de draagplaat via de rol terug over de rollen 19.
In figuur 5 is nog een doelmatige variant in de inrichting volgens de uitvinding weergegeven. De draagplaat 14 loopt nabij de beide zijranden via een afronding 20 met een stijler gedeelte 21 schuin omlaag naar de betreffende zijwand 16, en is hierbij direct met deze zijwand verbonden. Het stijlere gedeelte 21 vormt zodoende tezamen met de zijwand een 15 urine-opvanggoot 22. De opvanggoot is van boven weer afgeschermd tegen het hierin vallen van vaste fecaliën door middel van een schuin omlaag lopende wand 23, die op enige afstand boven de opvanggoot aan de zijwand 16 is bevestigd en zich uitstrekt tot boven het gedeelte van de draagplaat 14 waarover de band 1 beweegt. Tussen het uiteinde van de wand 23 en de band 1 is weer een ruimte van enkele millimeters aanwezig.
20 De inrichting volgens de uitvinding werkt als volgt: Zoals gezegd, vallen de fecaliën en de urine door het rooster op de in de mestgoot aanwezige band 1. De helling van de band bedraagt ongeveer 5°, en is in ieder geval zodanig dat de vaste fecaliën hierop blijven liggen, en de vloeibare urine zijwaarts wegstroomt naar de longitudinale zijranden van de draagplaat 14 en dus van de band 1, en van hier in de opvanggoten 15, 15’ terechtkomt. De urine wordt 25 via deze opvanggoten afgevoerd naar een gemeenschappelijk reservoir 5 (figuur 1). De vaste fecaliën blijven op de band 1 achter en worden met de band meegevoerd naar de eindrol 3 en zoals aangegeven figuur 1 via een schraper 8 afgevoerd en/of verwerkt.
De uitvinding is zodoende gebaseerd op de gedachte de vloeibare en de vaste component van de mest gescheiden te houden, gescheiden af te voeren en op te slaan. Dit 30 gescheiden houden van de componenten heeft enerzijds het voordeel dat de vorming van ammoniakgas aanzienlijk wordt verminderd, terwijl anderzijds het verwerken en opslaan van de afzonderlijke componenten minder milieubelastend is.
1 0 0 2 2 Si 6
Het zal duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot de hier weergegeven en beschreven uitvoeringsvorm, maar dat voor de vakman binnen het kader van de bijgaande conclusies een groot aantal varianten voor de hand liggen. Zo kan de vormgeving van de draagplaat en de hierop aansluitende opvanggoten verschillen van die welke hier is 5 weergegeven. In plaats van naar beide zijden te hellen, kan de draagplaat ook zijn uitgevoerd als een vlakke naar één zijde schuin lopende plaat, waarbij dan slechts één opvanggoot aanwezig is. Van belang is hierbij dat de opvanggoot voor de urine van boven is afgeschermd, zodat er geen fecaliën in kunnen vallen.
1002289
Claims (6)
1. Inrichting voor het uit een stal verwijderen van dierlijke mest, die bestaat uit fecaliën en urine, waarbij de mest wordt opgevangen in een in de stal aanwezige mestgoot, in welke mestgoot een zich tussen twee drijfrollen uitstrekkende eindloze transportband aanwezig 10 is, welke transportband is uitgevoerd om de vaste en de vloeibare bestanddelen van de mest naar afzonderlijk opvangreservoirs te voeren, met het kenmerk, dat de eindloze transportband met de bovenste baan hiervan is geleid over een de ruimte tussen de beide drijfrollen (2, 3) overbruggende ondersteuningsconstructie (13), die een bovenste draagplaat (14) bevat, die in dwarsdoorsnede tenminste één schuin omlaag lopend 15 oppervlak bevat en nabij de tenminste ene onderste zijrand van het schuin omlaag lopende oppervlak is verbonden met een opvanggoot (15, 15’) voor urine, en de nabij de drijfrollen gelegen gedeelten van de draagplaat via een overgangsgebied tangentiaal aansluiten op de buitenomtrek van deze drijfrollen, welke ondersteuningsconstructie tevens twee evenwijdige verticale zijwanden (16,16’) bevat, die de draagplaat (14) met de 20 opvanggoten (15, 15’; 22) tussen zich insluiten, welke zijwanden in gemonteerde stand van de ondersteuningsconstructie aanliggen tegen de zijwanden van de mestgoot (11).
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de zijwanden (16, 16’) van de ondersteuningsconstructie zijn voorzien van naar binnen toe uitstekende longitudinale 25 wanden (15d, 15d’; 23), die de draagplaat (14) gedeeltelijk overlappen en de opvanggoten van boven afdekken.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat tussen de genoemde zijwanden op onderlinge afstanden loodrecht hierop staande verstijvingsplaten (18) zijn aangebracht, 30 die tevens met de onderkant van de draagplaat (14) zijn verbonden. 1 0 ü 2 2 ij i
4. Inrichting volgens de voorafgaande conclusies 1-3, met het kenmerk, dat tussen de genoemde zijwanden (16, 16’) vrij draaiende rollen (19) zijn aangebracht, die de teruggaande onderste baan van de band (1) ondersteunen.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de rollen (19) steeds verticaal onder een verstijvingsplaat (18) zijn aangebracht onder het vrijlaten van een geringe spleet voor het doorlaten van de onderste baan van de band (1).
6. Inrichting volgens een of meer van de voorafgaande conclusies 1-5, met het kenmerk, 10 dat de hellingshoek van het schuin lopende oppervlak of de schuine oppervlakken van de bovenste baan van de band (1) is of zijn gelegen tussen de 3-8°. 1002289
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002289A NL1002289C2 (nl) | 1996-02-09 | 1996-02-09 | Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002289 | 1996-02-09 | ||
| NL1002289A NL1002289C2 (nl) | 1996-02-09 | 1996-02-09 | Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1002289C2 true NL1002289C2 (nl) | 1997-08-12 |
Family
ID=19762273
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1002289A NL1002289C2 (nl) | 1996-02-09 | 1996-02-09 | Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1002289C2 (nl) |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1008842C2 (nl) * | 1998-04-08 | 1999-10-11 | Tolsma Techniek B V | Mestverwerkingssysteem. |
| NL1035229C2 (nl) * | 2008-03-31 | 2009-10-01 | Lely Patent Nv | Omgeving ingericht voor het houden van dieren. |
| WO2014040174A1 (en) | 2012-09-17 | 2014-03-20 | Sandmiser Inc. | System and method for transporting sand |
| US9718624B2 (en) | 2014-04-17 | 2017-08-01 | Sandmiser Inc. | System and method for transporting sand |
-
1996
- 1996-02-09 NL NL1002289A patent/NL1002289C2/nl not_active IP Right Cessation
Cited By (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1008842C2 (nl) * | 1998-04-08 | 1999-10-11 | Tolsma Techniek B V | Mestverwerkingssysteem. |
| EP0948888A1 (en) * | 1998-04-08 | 1999-10-13 | Tolsma Techniek B.V. | Dung processing system |
| NL1035229C2 (nl) * | 2008-03-31 | 2009-10-01 | Lely Patent Nv | Omgeving ingericht voor het houden van dieren. |
| WO2014040174A1 (en) | 2012-09-17 | 2014-03-20 | Sandmiser Inc. | System and method for transporting sand |
| EP2894969A4 (en) * | 2012-09-17 | 2016-04-27 | Sandmiser Inc | SYSTEM AND METHOD FOR TRANSPORTING SAND |
| US9374978B2 (en) | 2012-09-17 | 2016-06-28 | Sandmiser Inc. | System and method for transporting sand |
| US9718624B2 (en) | 2014-04-17 | 2017-08-01 | Sandmiser Inc. | System and method for transporting sand |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR101073445B1 (ko) | 고체 폐기물로부터 액체 폐기물을 분리하기 위한 폐기물수집 시스템 | |
| US5749318A (en) | Self-cleaning litter box for animals | |
| US7669555B2 (en) | Self-cleaning pet litter box assembly with reciprocating bars | |
| US4023531A (en) | Animal waste disposal apparatus | |
| US6827035B2 (en) | Self-refreshening litter box | |
| US5816195A (en) | Debris containment system for use by animals and related method | |
| US11696564B2 (en) | Separation device for emission reduction in stables and animal stable | |
| NL1002289C2 (nl) | Inrichting voor het uit een stal afvoeren van dierlijke mest. | |
| KR20080079433A (ko) | 가축의 분과 뇨의 분리 기능이 있는 축사 | |
| JPH06510694A (ja) | 集卵装置 | |
| GB2230711A (en) | Apparatus for dewatering sludge | |
| US2591643A (en) | Fertilizer separator for barns and like structures | |
| US20080149036A1 (en) | Self-cleaning pet litter box | |
| AU712227B2 (en) | Worm farm | |
| SU854339A1 (ru) | Клетка дл животных | |
| CN221576424U (zh) | 一种羊粪清理输送装置 | |
| CN220292801U (zh) | 一种蛋鸡鸡舍粪便收集输送带 | |
| NL1004036C2 (nl) | Stalinrichting, bak te gebruiken bij de stalinrichting en werkwijze voor het houden van dieren. | |
| SU1375207A1 (ru) | Клетка дл содержани птицы | |
| SU1722329A1 (ru) | Устройство дл удалени навоза из животноводческих помещений | |
| NL8502326A (nl) | Leghok voor kippen. | |
| SU1376994A1 (ru) | Устройство дл удалени органических материалов | |
| JPS6123329Y2 (nl) | ||
| JPS6230940Y2 (nl) | ||
| EP3639656A1 (en) | Stable floor discharge system for animal excrements and stable floor comprising the stable floor discharge system, an animal support grid and a floor part |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20000901 |