NL1002436C2 - Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke. - Google Patents

Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke. Download PDF

Info

Publication number
NL1002436C2
NL1002436C2 NL1002436A NL1002436A NL1002436C2 NL 1002436 C2 NL1002436 C2 NL 1002436C2 NL 1002436 A NL1002436 A NL 1002436A NL 1002436 A NL1002436 A NL 1002436A NL 1002436 C2 NL1002436 C2 NL 1002436C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
conveyor belt
strip
conveyor
transport device
lip
Prior art date
Application number
NL1002436A
Other languages
English (en)
Inventor
Johannes Mattheus Cappendijk
Original Assignee
Olimex B V Maschf
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Olimex B V Maschf filed Critical Olimex B V Maschf
Priority to NL1002436A priority Critical patent/NL1002436C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1002436C2 publication Critical patent/NL1002436C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G15/00Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration
    • B65G15/30Belts or like endless load-carriers
    • B65G15/32Belts or like endless load-carriers made of rubber or plastics
    • B65G15/42Belts or like endless load-carriers made of rubber or plastics having ribs, ridges, or other surface projections
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G5/00Floral handling
    • A01G5/02Apparatus for binding bouquets or wreaths
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G2201/00Indexing codes relating to handling devices, e.g. conveyors, characterised by the type of product or load being conveyed or handled
    • B65G2201/02Articles

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Structure Of Belt Conveyors (AREA)

Description

Korte aanduiding: Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.
Beschrijving 5
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en andere gewassen, zoals groente (bijvoorbeeld peterselie, prei, selderij) omvattende een aangedreven transportband waarop een veelheid proportioneer-10 organen losneembaar kan worden bevestigd.
Een dergelijke inrichting is bekend uit de Nederlandse octrooiaanvrage NL 9100902. Hierin wordt een samenstel van twee transportbanden beschreven, waarvan de eerste transportband dient voor het ondersteunen van de bloemdragende einden van de bossen bloemen, en waarvan 15 de tweede transportband dient voor het met behulp van positioneerorga-nen of meeneemorganen bijeenhouden en meevoeren van de steeleinden van de bossen bloemen. De positioneerorganen zijn losneembaar teneinde afhankelijk van de soort te behandelen bossen bloemen verschillende typen positioneerorganen aan te kunnen brengen op de al naar gelang de 20 soort te transporteren bossen bloemen geschikte plaatsen daarvoor. Hoe de positioneerorganen losneembaar kunnen worden bevestigd aan de tweede transportband wordt hier nergens vermeld.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel het verschaffen van een transportinrichting van de hierboven aangegeven soort welke goedkoop 25 is te vervaardigen, waarbij de positioneerorganen gemakkelijk losneembaar zijn, waarbij de bevestigingsconstructie voor het aan de transportband bevestigen van de losneembare positioneerorganen een minimale hoeveelheid ruimte inneemt en de transportwerking van de transportband zo min mogelijk beïnvloedt, en waarbij het transportvlak van de trans-30 portband geen grote uitsteeksels voor de bevestiging van de losneembare positioneerorganen omvat.
Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt doordat de transportband is voorzien van zich in hoofdzaak evenwijdig aan de transportband uitstrekkende insteeksleuven voor het opnemen van aan de 35 positioneerorganen aangebrachte bevestigingslippen, waarbij elke in-steeksleuf ten minste één naar de transportzijde van de transportband openende insteekmond omvat. Dergelijke insteeksleuven laten zich zeer gemakkelijk vormen tussen twee lagen, waarbij dan in één van de lagen 1002436 2 of tussen twee randen van de lagen of tussen één rand van een laag en hun andere laag een insteekmond kan zijn gevormd. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar bij een transportband bestaande uit twee lagen in de bovenste laag een snede te maken waardoorheen een bevestigingslip kan 5 worden gestoken tot deze in een tussen de twee lagen gevormde insteek-sleuf komt te liggen. Het voordeel van een dergelijke bevestigingscon-structie is dat deze goedkoop is, er is nauwelijks of geen bevestigingsmateriaal nodig, de insteekmonden en insteeksleuven zijn op eenvoudige en goedkope wijze te vormen, en de dikte-afmetingen van de 10 transportband nemen nauwelijks of niet toe, eventuele uitsteeksels aan het bovenoppervlak van de transportband hebben een zodanig geringe hoogte dat zij de bossen bloemen, in het bijzonder de stelen daarvan nauwelijks of niet zullen contacteren zodat beschadiging daarvan wordt tegengegaan.
15 Volgens een voordelige uitvoeringsvorm strekt ten minste een aantal van de insteekmonden zich in een richting dwars op de transportband uit. Eventueel kunnen alle insteekmonden zich uitstrekken in een richting dwars op de transportband. Zich in een richting dwars op de transportband uitstrekkende insteekmonden zijn zeer praktisch bij 20 het op de transportband bevestigen van zich in langsrichting van de transportband uitstrekkende positioneerorganen. Deze kunnen dan aan hun einden zijn voorzien van bevestigingslippen die zich gezien de oriëntatie van de positioneerorganen dan vaak in de langsrichting van de transportband zullen uitstrekken.
25 Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding strekt ten minste een aantal van de insteekmonden zich uit in langsrichting van de transportband. Eventueel kunnen alle insteekmonden zich uitstrekken in langsrichting van de transportband. Dergelijke insteekmonden zijn op voordelige wijze toepasbaar voor het insteken 30 van de bevestigingslippen van positioneerorganen die van slechts één bevestigingslip zijn voorzien. Deze bevestigingslip zal zich dan in hoofdzaak in dwarsrichting van de transportband uitstrekken zodat in langsrichting van de transportband op het desbetreffende positioneer-orgaan inwerkende krachten goed worden weerstaan.
35 Teneinde een transportinrichting te verschaffen waarop een grote ^ verscheidenheid aan positioneerorganen op betrouwbare wijze is aan te brengen in velerlei patronen, is het volgens de uitvinding voordelig 1 0 0 2 A 3 6 3 wanneer de insteekmonden zich uitsluitend in langs- en/of dwarsrich-ting van de transportband uitstrekken.
Teneinde een transportinrichting te verkrijgen die aan zeer uiteenlopende bedrijfomstandigheden, zoals uiteenlopende soorten bossen 5 bloemen en andere gewassen, kan worden aangepast door het volgens een geschikte patroon aanbrengen van een geschikt aantal en geschikte soorten positioneerorganen is het volgens de uitvinding voordelige wanneer de insteekmonden zijn aangebracht volgens een regelmatig patroon, dat één of meer zich in langsrichting van de transportband 10 uitstrekkende rijen van in gelijke richting georiënteerde insteekmon-den omvat. Op deze wijze kunnen langs de gehele transportband rijen positioneerorganen opeenvolgend worden aangebracht.
Een insteeksleuf is volgens de uitvinding op eenvoudige en goedkope wijze te verkrijgen, door deze te vormen tussen twee lagen, waar-15 van de ene laag de transportband en de andere laag een hierop aangebrachte strip van in hoofdzaak strookvormig materiaal omvat. Een dergelijke strook laat zich op eenvoudige wijze op de transportband bevestigen door bijvoorbeeld lijmen, smeltlassen, nagelen of anderszins.
Een dergelijke strip heeft een betrekkelijk geringe dikte, van bij-20 voorbeeld maximaal 5 nm, zodat deze slechts weinig van de transportband hoeft uit te steken. Door toepassing van een dergelijke strip is op betrekkelijk goedkope, en constructief eenvoudige wijze een zeer betrouwbare bevestiging voor de bevestigingslippen van de positioneerorganen te verschaffen. Een dergelijke strip kan zich bijvoorbeeld 25 over de gehele lengte of breedte van de transportband uitstrekken.
Echter teneinde het materiaal verbruik te minimaliseren, en een aan vele bedrijfomstandigheden aanpasbare transportinrichting te verkrijgen is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de transportband is voorzien van ten minste één, bij voorkeur twee of drie, zich 30 in langsrichting van de transportband uitstrekkende rijen strips, welke bij voorkeur met één per rij constante tussenafstand zijn aange- | bracht. Voor de tussenafstand of steek kan bijvoorbeeld 100 mm worden aangehouden. Echter ook andere steekwaarden zoals bijvoorbeeld in de bereiken van 50 è 150 of 50 è 250 zijn zeer goed denkbaar. Ook kunnen 35 meer dan drie rijen strips, bijvoorbeeld 5 of 10 rijen strips zijn aangebracht. In de praktijk is gebleken dat met twee of eventueel drie rijen strips een zeer groot scala aan aanpassingsmogelijkheden van de transportinrichting is ter realiseren.
1002436 4
Bij dergelijke strips is het volgens de uitvinding in het bijzonder voordelig wanneer één of meer van de strips een door tegenover liggende zones van bevestiging aan de transportband begrensd tussen-deel omvatten, dat met de transportband een insteeksleuf begrenst, die 5 ten minste één, bij voorkeur twee tegenover liggende insteekmonden omvat, waarbij de ten minste ene insteekmond is begrensd door een rand van de strip en de transportband. Dergelijke strips laten zich op eenvoudige wijze bevestigen door met een tussenafstand ter grootte van de lengte van het tussendeel twee zones aan de transportband te beves-10 tigen. Het tussendeel dat zich hierbij vrij over de transportband uitstrekt, dat wil zeggen met de transportband een insteeksleuf begrenst, is hierbij gemakkelijk toegankelijk voor een bevestigingslip indien ten minste één rand van de strip niet met de transportband is verbonden. Een dergelijke rand vormt dan een natuurlijke insteekmond 15 waar de bevestigingslip van een positioneerorgaan gemakkelijk in is te steken. Zijdelingse stabiliteit (dat wil zeggen stabiliteit in een richting dwars op de insteekrichting van de bevestigingslip), is hierbij volgens de uitvinding op eenvoudige wijze te realiseren indien de strip bij de einden van elke door een rand van de strip begrensde 20 insteekmond ten opzichte van die rand uitspringende uitsteeksels omvat, die zodanig zijn gevormd dat een in de insteeksleuf gestoken bevestigingslip aan weerszijden van de insteekmond tegen deze uitsteeksels kan aanliggen. Het zijdelings verschuiven van het positioneerorgaan wordt dan op doeltreffende wijze verhinderd.
25 Volgens een verdere voordelige uitvoeringsvorm is ten minste een aantal van de insteekmonden gevormd door een spleet, waarvan de doorgang zich uitstrekt in of evenwijdig aan het door de transportband opgespannen vlak. Een dergelijke spleet laat zich op eenvoudige wijze in een strip of in de transportband vormen door bijvoorbeeld een 30 stanshandeling. Het is hierbij volgens de uitvinding in het bijzonder voordelig wanneer de spleet een lengte en breedte heeft, die overeenkomt met respectievelijk de breedte en dikte van een omgezette, bij voorkeur een in hoofdzaak haaks omgezette bevestigingslip, zodanig dat deze omgezette bevestigingslip met zijn haakse gedeelte in hoofdzaak 35 vormsluitend in de spleet past. Door een dergelijke spleet laat het desbetreffende positioneerorgaan althans de bevestigingslip zich fixeren aan de transportband. Verschuiven in een richting evenwijdig aan 10 0 2 A3 6 5 het vlak van de transportband wordt hierbij op zeer doeltreffende wijze verhinderd.
Een strip voor het aanbrengen op een transportband van een trans-portinrichting volgens de uitvinding is volgens de uitvinding op zeer 5 voordelige wijze in hoofdzaak I-vormig, waarbij het lijf van de I-vormige strip het zogenaamde tussendeel vormt en de ribben van de einden van de I-vormige strip de, het tussendeel begrenzende, bevesti-gingszones vormen, en waarbij in ten minste één van de bevestigings-zones ten minste één van die spleten is gevormd. De ribben van de ΧΙΟ vormige strip verschaffen hierbij de eerder genoemde zijdelingse ondersteuning aan een tussen het tussendeel en de transportband gestoken bevestigingslip van een positioneerorgaan. Indien het tussendeel geheel vrijliggend is laat een dergelijke bevestigingslip zich van twee kanten tussen het tussendeel en de transportband steken. Een verdere 15 bevestigingsmogelijkheid met een insteekmond die zich dwars op de insteekmond(en) van het tussendeel uitstrekt is hierbij te realiseren door in ten minste één van de bevestigingszones een eerder besproken spleet te vormen. Een dergelijke I-vormige strip vormt aldus een be-vestigingsorgaan waaraan onder verschillende steekrichtingen een posi-20 tioneerorgaan is te bevestigen. Dit komt de veelzijdigheid van een met dergelijke I-vormige strips uitgeruste transportinrichting zeer ten goede.
Volgens een voordelige uitvoeringsvorm strekken dergelijke I-vormige strips zich uit in een richting in hoofdzaak loodrecht op de 25 langsrichting van de transportband.
De uitvinding heeft verder betrekking op een samenstel van een transportinrichting volgens de uitvinding en een veelheid positioneer-organen, waarbij de positioneerorganen tot dakvormige lichamen gevormde stroken omvatten, die aan beide einden zijn voorzien van in een 30 insteeksleuf gestoken of te steken bevestigingslippen. Onder de dakvormige lichamen gevormde stroken worden hierbij in zeer ruime zin verstaan: "lichamen van willekeurige dwarsdoorsneden gevormd uit een eindige strook, waarvan de einden de zogenaamde bevestigingslippen voor het insteken in een insteeksleuf vormen." Dergelijke dakvormige 35 lichamen kunnen daarbij bijvoorbeeld een driehoekige dwarsdoorsnede-vorm hebben (zoals weergegeven in de uitvoeringsvoorbeelden van deze uitvinding), vormen zoals weergegeven in de figuren 3a en 3b van de Nederlandse octrooiaanvrage 9100902 welke voor wat betreft de vorm van 1002436 6 deze positioneerorganen in deze aanvrage is opgenomen door referentie, een cirkelboogvormige dwarsdoorsnede, een rechthoekige dwarsdoorsnede, etc.
Bij een dergelijk samenstel is het volgens de uitvinding in het 5 bijzonder voordelig wanneer de bevestigingslippen zich in langsrich-ting van de transportband uitstrekken, waarbij de stroomafwaarts gelegen bevestigingslip wijst in de transportrichting van de transportband, en waarbij deze bevestigingslip via een door een rand van de strip begrensde insteekmond in een insteeksleuf is gestoken of is te 10 steken. Door de stroomafwaarts gelegen bevestigingslip te laten wijzen in de transportrichting en deze bevestigingslip via een door een rand van de strip begrensde insteekmond in een insteeksleuf te steken, wordt bereikt dat deze bevestigingslip uit zijn insteeksleuf zal losraken wanneer bijvoorbeeld een arm van een bedienend persoon in het 15 dakvormige positioneerorgaan wordt gestoken en een kracht tegengesteld aan de transportrichting uitoefent op de binnenzijde van het dakvormige positioneerorgaan. Dit komt de veiligheid van de transportinrichting volgens de uitvinding zeer ten goede. Immers hiermee wordt de kans op verwonding of letsel bij het bedienend personeel aanzienlijk 20 gereduceerd. Dit losraken in geval van obstructie is echter ook te realiseren door het dakvormige positioneerorgaan betrekkelijk slap, en voldoende flexibel uit te voeren, bijvoorbeeld door toepassing van een geschikt kunststofmateriaal van geringe dikte (bijvoorbeeld ± 1 è 2 of 3 mm). Als kunststofmateriaal kan daarbij worden gedacht aan polypro-25 peen of polypropyleen.
Echter in het bijzonder wanneer de positioneerorganen zijn voorzien van stijve bevestigingslippen en bevestigingsbenen, dan is het van belang dat de stroomopwaartse of eventueel enige bevestigingslip zich in stroomafwaartse richting uitstrekt.
30 De uitvinding betreft verder een samenstel van een positioneer- inrichting volgens de uitvinding en een veelheid verdere positioneerorganen met haakse bevestigingslippen, waarvan het haakse gedeelte in hoofdzaak vormsluitend in die spleet past, waarbij die spleet bij voorkeur loodrecht op de transportrichting is georiënteerd. D e 35 uitvinding heeft in het bijzonder ook betrekking op een samenstel van de transportinrichting volgens de uitvinding met zogenaamde dakvormige 1002436 7 positioneerorganen en met van haakse bevestigingslippen voorziene positioneerorganen.
De uitvinding heeft verder betrekking op een positioneerorgaan voorzien van een bevestigingslip geschikt voor aanbrenging op een transportinrichting volgens de uitvinding of bij een samenstel volgens 5 de uitvinding.
In het bijzonder heeft de uitvinding hierbij betrekking op een positioneerorgaan dat een tot een dakvormig lichaam gevormde strook omvat, die aan beide einden is voorzien van een bevestigingslip, waarbij de bevestigingslippen zich in hoofdzaak in hetzelfde vlak uit-10 strekken, en waarbij ten minste één bevestigingslip is gericht naar het tegenover liggende eind van de tot een dakvormig lichaam gevormde strook. Deze ten minste ene bevestigingslip zal hierbij de stroomop-waartse, in stroomafwaartse richting wijzende lip vormen. Teneinde met het oog op de veiligheid een foutief aanbrengen van dergelijke positi-15 oneerorganen te voorkomen is het volgens de uitvinding voordelig wanneer de bevestigingslippen naar elkaar toe wijzen. Hierbij is immers ten alle tijden de veiligheid verzekerd bij in de langsrichting van de transportband uitstrekkende bevestigingslippen.
De uitvinding heeft verder betrekking op een positioneerorgaan 20 waarbij de bevestigingslip een omgezet, bij voorkeur haaks gedeelte omvat dat bij voorkeur geschikt is om vormsluitend te worden opgenomen in de spleet waarmee de transportinrichting volgens de uitvinding is uitgerust.
De uitvinding zal in het nu volgende aan de hand van een in de 25 tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeeld nader worden toegelicht. Hierin toont:
Figuur 1 een perspectivisch aanzicht van een samenstel bestaande uit een transportinrichting volgens de uitvinding en positioneerorganen volgens de uitvinding; 30 Figuur 2 schematische dwarsdoorsnede van het samenstel volgens figuur 1;
Figuur 3 een detailaanzicht van de transportband van de transportinrichting volgens de uitvinding;
Figuur 4 een onderaanzicht op een I-vormige strip volgens de 35 uitvinding;
Figuur 5 een bovenaanzicht op een transportinrichting volgens de uitvinding voorzien van positioneerorganen volgens de uitvinding; en
Figuur 6 een zijaanzicht van Figuur 5· 1002436 8
Figuur 1 toont een perspectivisch aanzicht van een transportinrichting volgens de uitvinding welke is uitgerust met positioneer-organen volgens de uitvinding. Deze positioneerorganen worden veelal ook aangeduid als meeneemorganen.
5 Verwijzend naar de Figuren 1 en 2 bestaat de positioneerinrich- ting 1 volgens de uitvinding uit een door een rol 2 aangedreven transportband 3 van het eindloze type. Deze transportband is aangebracht op een frame 4 van zelfdragende platen, welk frame is voorzien van eventueel in hoogte verstelbare poten 5 met zwenkwielen 6. De lengte van 10 de transportinrichting is afhankelijk van de wensen van de gebruiker aanpasbaar door meer of minder zelfdragende platen aan elkaar te koppelen. Het frame is aan de buitenzijde bekleed met platen teneinde te voorkomen dat voorwerpen binnen in het frame met bewegende delen in aanraking kunnen komen.
15 Zoals in het bijzonder uit Figuur 2 blijkt is het frame tussen het bovenpart 3a en het onderpart 3b van de transportband 3 naar binnen toe inspringend gevormd. Hierdoor wordt de mogelijkheid verschaft verdere apparatuur, zoals bijvoorbeeld een bundelinstallatie, aan de transportinrichting 1 volgens de uitvinding op te hangen zonder dat 20 deze apparatuur ver zijdelings (in dwarsrichting van de transportband) van de transportinrichting uitsteekt.
De inspringende delen 7 maken het ook mogelijk dat verdere benodigde apparatuur tot zeer dicht bij de transportband 3 wordt gebracht, de verdere apparatuur kan hier zelfs gedeeltelijk tussen worden ge-25 schoven. Daar de inspringende delen 7 zich langs de gehele transportband uitstrekken, kern de verdere benodigde apparatuur op elke plaats langs de transportband 3 zeer dichtbij worden geplaatst.
De inspringende delen 7 aan weerszijden van de transportinrichting zijn aan een onderzijde voorzien van verdere inspringingen 8 die 30 bedoeld zijn als zogenaamde kabelgoten voor het opnemen van de bedrading van voornoemde aan de transportinrichting te bevestigen verdere * apparatuur.
Het benedenpart 3b van de transportband wordt door op geschikte onderlinge afstanden aangebrachte rollen 9 aan de onderzijde onder-35 steund. Van deze rollen 9 zijn er in Figuur 2 getoond, maar het zal » duidelijk zijn dat zowel in langs- als in dwarsrichting beschouwd meerdere van dergelijke rollen 9 onder het benedenpart 3b zullen zijn aangebracht.
1 0 0 2 4 3 6 9
Verwijzend naar in het bijzonder Figuren 3 en 4 is te zien dat de in de richting T transporterende transportband 3 is voorzien van twee evenwijdige, zich in langsrichting van de transportband uitstrekkende rijen I-vormige strips 10. Deze strips 10 vormen tezamen met de trans-5 portband 3 een veelheid tweelagige constructies. De eerste laag wordt hierbij gevormd door de transportband 3 en de tweede laag door telkens een strip 10. De I-vormige strips 10 zijn bij de aan tegenover liggende einden van het lijf 18 gelegen ribben 14 en 15 aan de transportband bevestigd, bijvoorbeeld door smeltlassen of lijmen. Tengevolge van 10 deze bevestiging zijn bevestigingszones 21 en 26 (in Figuur 4 gespikkeld weergegeven) gevormd, in welke zones de strips met de transportband 3 zijn verbonden. Het tussen de eindribben 14 en 15 liggende middendeel 18, dat wil zeggen het lijf van de I-vormige strip, is niet met de onderliggende transportband verbonden. Dit middendeel 18 ligt 15 op of met geringe afstand iets boven de transportband 3 zodat een bevestigingslip hiertussen gestoken kan worden.
Het middendeel 18 en de daaronder liggende transportband 3 begrenzen tezamen een zogenaamde insteeksleuf 20. Deze insteeksleuf is aan tegenover liggende zijden voorzien van insteekmonden 11. Deze 20 insteekmonden 11 worden begrensd door de rand 17 van de I-vormige strip en de transportband 3· Bij de einden van de door de randen 17 van de strip 10 begrensde insteekmond 11 zijn ten opzichte van die rand 17 uitspringende uitsteeksels 23 gevormd. Deze uitsteeksels 23 verschaffen zijdelingse steun, in het geval van Figuur 3 dus steun in 25 dwarsrichting van de transportband 3. aan de bevestigingslippen 31. 32 van een positioneerorgaan 30.
Zoals in het bijzonder uit Figuur 4 en 3 duidelijk zal zijn is de bevestigingszone 21 bij rib 15 U-vormig gevormd. Deze bevestigingszone 21 omsluit hierbij als het ware een insteeksleuf 16. Het gedeelte van 30 de strip 10 boven de insteeksleuf 16 vormt hierbij weer een zogenaamd tussendeel met aan tegenover liggende einden een bevestigingszone, te weten de gebieden 21a en 21b van de bevestigingszone 21. De rand 19 van de I-vormige strip 10 en de transportband 3 begrenzen hierbij tezamen de insteekmond 12. Deze insteekmond 12 kan evenals de insteek-35 mond 11 uiteraard ook van uitsteeksels zijn voorzien aan de tegenover liggende einden daarvan. De insteeksleuf 16 is aan de zijde tegenover de rand 19 begrensd door een in de strip 10 gevormde spleet 13. Deze spleet 13 kan bijvoorbeeld door stansen in de strip 10 zijn gevormd 1002436 10 alvorens de strip 10 op de transportband 3 te bevestigen. Deze spleet 13 vormt een insteekmond. De spleet 13 heeft een lengte L en een breedte M die overeenkomen met de breedte N van een bevestigingslip 42 en de dikte P van het aan de bevestigingslip gevormde opstaande been 5 45· Ten gevolge van deze afmetingen kan het omgezette gebied 4l, dat wil zeggen de vouw, vormsluitend in de spleet worden opgenomen. Hierdoor wordt verhinderd dat het positioneerorgaan 40 vanzelf uit de insteeksleuf 16 kan losraken. Immers de insteeklip 42 kan geheel vlak aanliggen op de onderliggende transportband 3 en verschuiven daarvan 10 wordt verhinderd.
Het positioneerorgaan 40 betreft een zogenaamd sponswiel zoals ook bekend is uit NL 9100902 (in het bijzonder de Figuren 1, 2 en 3 hiervan). Het positioneerorgaan 30 betreft een zogenaamd dakvormig positioneerorgaan, zoals op zich bekend. Een dergelijk dakvormig posi-15 tioneerorgaan 30 kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld de vormen zoals weergegeven in de Figuren 3a en 3b van NL 9100902 (verwijzings- nummers 13, 14 en 18).
De keuze van het type positioneerorgaan zal afhankelijk zijn van het met de transportinrichting te verwerken soort bloemen. Dit is op 20 zich uit de stand van de techniek bekend en behoeft in het kader van de uitvinding geen nadere toelichting. Eventueel kan nog worden verwezen naar Figuur 2 van NL 9100902 waarin twee bossen bloemen tussen positioneerorganen zijn ingetekend, welke voor wat dit betreft door referentie is opgenomen.
25 Het positioneerorgaan 40 bestaat in wezen uit een bevestigingslip 42, een opstaand been 4l, een as 44 en een op de as 44 bevestigd sponswiel. Zoals uit NL 9100902 en Figuur 6 van de onderhavige aanvrage duidelijk is worden de positioneerorganen 40 met een sponswiel in het algemeen paarsgewijs toegepast waarbij aangrenzende sponswielen 30 bij voorkeur met elkaar contact maken.
Het positioneerorgaan 30 kan zoals al aangegeven vele vormen aannemen. Volgens de uitvinding wijst de stroomopwaartse bevestigingslip 31 bij voorkeur in de stroomafwaartse richting. Hierdoor wordt verzekerd dat het positioneerorgaan bij bevestigingslip 31 gemakkelijk 35 kan losschieten indien bijvoorbeeld de arm van een bedienend persoon in de door het dakdeel 30 omsloten ruimte bekneld zou raken. Bij bewegende transportband zal deze arm dan namelijk tegen het stroomopwaartse been van het dakdeel 30 drukken en de bevestigingslip 31 in stroom- 1002436 11 opwaartse richting uit zijn insteeksleuf duwen. Dergelijke gevaren van obstructie doen zich in het bijzonder voor bij de overgang van het bovenpart 3a naar het benedenpart 3b.
Een verder voordeel van de transportinrichting volgens de uitvin-5 ding is dat hierbij, in tegenstelling tot bijvoorbeeld NL 9100902, kan worden volstaan met slechts één transportband waarbij langs één zijde één, twee, drie of eventueel nog meer rijen strips 10 zijn aangebracht. Figuur 1 toont een uitvoeringsvoorbeeld waarbij langs één zijde twee rijen strips zijn aangebracht. Dit wordt mogelijk gemaakt 10 doordat voor aanpassing aan verschillende soorten bloemen slechts de positioneerorganen hoeven te worden vervangen of verplaatst. Bij het uit NL 9IOO9O2 bekende systeem moest in principe de transportband waarop de positioneerorganen bevestigd zijn worden vervangen. Het niet van positioneerorganen voorziene deel van de transportband 3 volgens 19 de uitvinding dient ter ondersteuning van de bloemdragende einden van de bossen.
Echter ook de tweede transportband 6 uit NL 9100902 kan volgens de uitvinding worden vervangen door een transportband voorzien van strips 10.
20 Tenslotte tonen Figuren 5 en 6 in boven- respectievelijk zijaanzicht een gedeelte van de transportband 3 waarop een veelheid positioneerorganen kO en 30 is bevestigd.
1002436

Claims (18)

1. Transportinrichting (1) voor het transporteren van bossen bloemen en andere gewassen, omvattende een aangedreven transportband 5 (3) waarop een veelheid positioneerorganen (30, 40) losneembaar kan worden bevestigd, met het kenmerk, dat de transportband (3) is voorzien van zich in hoofdzaak evenwijdig aan het vlak van de transportband uitstrekkende insteeksleuven (16, 20) voor het opnemen van aan de positioneerorganen (30, 40) aangebrachte bevestigingslippen (31. 42), 10 waarbij elke insteeksleuf (16, 20) ten minste één naar de transport-zijde van de transportband openende insteekmond (11, 12, 13) omvat.
2. Transportinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat ten minste een aantal van de insteekmonden (11) zich uitstrekt in een richting dwars op de transportband. 15 3· Transportinrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat ten minste een aantal van de insteekmonden (12, 13. zich uitstrekt in langsrichting van de transportband.
4. Transportinrichting volgens conclusies 2 en/of 3. met het kenmerk, dat de insteekmonden (11, 12, 13) zich uitsluitend in langs- 20 en/of dwarsrichting van de transportband uitstrekken.
5· Transportinrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de insteekmonden (11, 12, 13) zijn aangebracht volgens een regelmatig patroon. dat één of meer zich in langsrichting van de transportband uitstrekkende rijen van in gelijke richting ge- 25 oriënteerde insteekmonden (11, 12, 13) omvat.
6. Transportinrichting volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat ten minste één insteeksleuf (16, 20) is gevormd tussen twee lagen, waarvan de ene de transportband (3) en de andere een hierop aangebrachte strip (10) van in hoofdzaak strook- 30 vormig materiaal omvat.
7. Transportinrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de transportband is voorzien van ten minste één, bij voorkeur twee of drie, zich in langsrichting van de transportband uitstrekkende rijen strips (10), welke bij voorkeur met een per rij constante tussen- 35 afstand (S) zijn aangebracht.
8. Transportinrichting volgens conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat één of meer van de strips (10) een door tegenoverliggende zones (20, 21; 21a, 21b) van bevestiging aan de transportband 3 begrensd 100243« tussendeel (18; 22) omvatten, dat met de transportband een insteek-sleuf (20; 16) begrenst, die ten minste één, bij voorkeur twee tegenoverliggende insteekmonden (11; 12) omvat, waarbij de ten minste ene insteekmond (11; 12) is begrensd door de transportband (3) en een rand 5 (17; 19) van de strip (10).
9. Transportinrichting volgens conclusie 8, «et het kenmerk, dat de strip (10) bij de einden van elke door een rand (17) van de strip (10) begrensde insteekmond (11; 12) ten opzichte van die rand uitspringende uitsteeksels omvat, die zodanig zijn gevormd dat een in de 10 insteeksleuf gestoken bevestigingslip aan weerszijden van de insteekmond tegen deze uitsteeksels kan aanliggen.
10. Transportinrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat ten minste een aantal van de insteekmonden is gevormd door een spleet (13), waarvan de doorgang zich uitstrekt in of 13 evenwijdig aan het door de transportband (3) opgespannen vlak.
11. Transportinrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de spleet (13) een lengte (L) en breedte (M) heeft, die overeenkomen met respectievelijk de breedte (N) en dikte (P) van een omgezette, bij voorkeur in hoofdzaak haakse bevestigingslip (44), zodanig dat 20 deze omgezette bevestigingslip (42) met zijn omgezette gebied (4l) in hoofdzaak vormsluitend in de spleet past.
12. Transportinrichting volgens conclusies 7 en 9 en 10 of 11, met het kenmerk, dat ten minste één, bij voorkeur elke strip (10) in hoofdzaak I-vormig is, waarbij het lijf (18) van de I-vormige strip 25 het tussendeel vormt en de ribben (14, 15) van de einden van de I-vormige strip (10) de, het tussendeel begrenzende, bevestigingszones (26, 21) vormen, en waarbij in ten minste één van de bevestigingszones (21) ten minste één van die spleten (13) is gevormd.
13. Transportinrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, 30 dat die spleet (13) zich uitstrekt in een richting in hoofdzaak loodrecht op de langsrichting van de I-vormige strip (10).
14. Transportinrichting volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat de I-vormige strips (10) zich uitstrekken in een richting in hoofdzaak loodrecht op de langsrichting van de transportband (3)· 35 15· Samenstel van een transportinrichting (1) volgens één der voorgaande conclusies en een veelheid positioneerorganen (30), waarbij de positioneerorganen tot dakvormige lichamen gevormde stroken omvat- 1002436 'V ten, die aan beide einden zijn voorzien van in een insteeksleuf (20) gestoken of te steken bevestigingslippen (3).
16. Samenstel volgens conclusie 15, waarbij de bevestigingslippen (31. 32) zich in langsrichting van de transportband (3) uitstrekken, 5 waarbij de stroomopwaarts gelegen bevestigingslip wijst in de trans-portrichting (T) van de transportband, en waarbij deze bevestigingslip (31) via een door een rand van de strip (10) begrensde insteekmond (11) in een insteeksleuf (20) is gestoken of is te steken.
17· Samenstel van een transportinrichting volgens conclusie 11 en 10 een veelheid verdere positioneerorganen (40) met omgezette bevestigingslippen (42), waarvan het omgezette gebied (4l) in hoofdzaak vorm-sluitend in die spleet (13) past, waarbij die spleet (13) bij voorkeur loodrecht op de transportrichting (T) is georiënteerd. l8. Samenstel volgens conclusie 17 en volgens één der conclusies 15 15 of 16.
19· Positioneerorgaan (30, 40) voorzien van bevestigingslip (31. 32; 42) geschikt voor aanbrenging op een transportinrichting (1) volgens één der conclusies 1-14 of bij een samenstel volgens één der conclusies 15-18.
20. Positioneerorgaan volgens conclusie 19, waarbij het positio neerorgaan (30) een tot een dakvormig lichaam gevormde strook omvat, die aan beide einden is voorzien van een bevestigingslip (31. 32), waarbij de bevestigingslippen (31, 32) zich in hoofdzaak in hetzelfde vlak uitstrekken, en waarbij ten minste één bevestigingslip (31) is 25 gericht naar het tegenoverliggende eind van de tot een dakvormig lichaam gevormde strook.
21. Positioneerorgaan volgens conclusie 19. waarbij de bevestigingslip een omgezet, bij voorkeur haaks omgezet gebied (41) omvat dat bij voorkeur geschikt is om vormsluitend te worden opgenomen in de 30 spleet (13) van een transportinrichting (1) volgens conclusie 11. 1002436
NL1002436A 1996-02-23 1996-02-23 Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke. NL1002436C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002436A NL1002436C2 (nl) 1996-02-23 1996-02-23 Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002436A NL1002436C2 (nl) 1996-02-23 1996-02-23 Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.
NL1002436 1996-02-23

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1002436C2 true NL1002436C2 (nl) 1997-08-26

Family

ID=19762377

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1002436A NL1002436C2 (nl) 1996-02-23 1996-02-23 Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1002436C2 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3645394A (en) * 1970-09-21 1972-02-29 Goodale Mfg Co Inc Apparatus for sorting and grading cut flowers
NL7811638A (nl) * 1977-11-25 1979-05-29 Teunis Cornelis Van Den Dool Inrichting voor het bundelen van snijbloemen.
FR2626550A1 (fr) * 1988-02-02 1989-08-04 Mitanne Georges Machine autorisant le bottelage et liage en automatique de produits au moyen d'un ou plusieurs rubans adhesifs, et le procede de liage des articles
NL9100902A (nl) * 1991-05-27 1992-10-01 Olimex B V Maschf Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3645394A (en) * 1970-09-21 1972-02-29 Goodale Mfg Co Inc Apparatus for sorting and grading cut flowers
NL7811638A (nl) * 1977-11-25 1979-05-29 Teunis Cornelis Van Den Dool Inrichting voor het bundelen van snijbloemen.
FR2626550A1 (fr) * 1988-02-02 1989-08-04 Mitanne Georges Machine autorisant le bottelage et liage en automatique de produits au moyen d'un ou plusieurs rubans adhesifs, et le procede de liage des articles
NL9100902A (nl) * 1991-05-27 1992-10-01 Olimex B V Maschf Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP3609122B2 (ja) コンベア装置
AU2005322875B2 (en) Conveyor having a roller-conveyor belt with flights
EP1647515B1 (en) Non-skid modular plastic conveyor belt
US4961492A (en) Article carrying conveyor and wearstrip set therefor
EP0212027B1 (en) A method and device for distributively feeding articles
CN102498051B (zh) 输送设备和支撑装置
US4643298A (en) Magnetic bend segment for a chain conveyor
US20030213680A1 (en) Sloped surface links for a conveyor belt
US4653632A (en) Endless, agricultural, belted-chain conveyor with provision for attaching crop-protecting, sprocket-run covers
US7284657B2 (en) Modular conveyor belt with unique link capture means
US2990929A (en) Box or package conveyor
CA2275655C (en) Cleated belt adaptable to curvilinear shapes
DE1966898B2 (de) Kurvengängiger Forderer
NL1002436C2 (nl) Transportinrichting voor het transporteren van bossen bloemen en dergelijke.
US4515265A (en) Belt conveyer system and conveyer belt usable therewith
ES2145523T3 (es) Apilador de rodajas, especialmente para rodajas de queso.
DE3443071A1 (de) Foerdereinrichtung fuer gegenstaende
US11772897B2 (en) Conveyor belt and module with wear pads
RU98104142A (ru) Конвейер для транспортировки грузов
ATA59197A (de) Förderanlage zum transport von gütern
WO2000013993A1 (en) Conveyor mat built up from plastic modules, and module for such conveyor mat
GB2365401A (en) Conveyor/elevator web
US5303816A (en) Seal strip for reciprocating floor conveyors
WO2021078560A1 (en) Glide strips and glide blocks for conveyors
US12617624B2 (en) Modular metal-link conveyor belt

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20040901