NL1002803C2 - Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen. - Google Patents

Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen. Download PDF

Info

Publication number
NL1002803C2
NL1002803C2 NL1002803A NL1002803A NL1002803C2 NL 1002803 C2 NL1002803 C2 NL 1002803C2 NL 1002803 A NL1002803 A NL 1002803A NL 1002803 A NL1002803 A NL 1002803A NL 1002803 C2 NL1002803 C2 NL 1002803C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
spiral
auxiliary
cord
assembly
connecting cord
Prior art date
Application number
NL1002803A
Other languages
English (en)
Inventor
Erro Herman Pieter R Verschoor
Original Assignee
Premo Products En Schrijfwaren
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Premo Products En Schrijfwaren filed Critical Premo Products En Schrijfwaren
Priority to NL1002803A priority Critical patent/NL1002803C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1002803C2 publication Critical patent/NL1002803C2/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04MTELEPHONIC COMMUNICATION
    • H04M1/00Substation equipment, e.g. for use by subscribers
    • H04M1/02Constructional features of telephone sets
    • H04M1/15Protecting or guiding telephone cords

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Details Of Indoor Wiring (AREA)

Description

Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een samenstel omvattende een verbindingssnoer tussen twee toesteldelen, tenminste 5 gedeeltelijk voorzien van een spiraal, zoals een spiraalsnoer van een telefoontoestel, waarbij de schroefrichting van die spiraal zich in een zin uitstrekt, alsmede tenminste ter plaatse van die spiraal aangebrachte, verwarren van die spiraal tegengaande middelen, welke middelen omvatten een hulpspiraaldeel alsmede klemmiddelen om dat 10 hulpspiraaldeel bij de uiteinden daarvan aan dat verbindingssnoer te bevestigen.
Een dergelijk samenstel is bekend uit het Amerikaanse octrooi-schrift 2.795.641. Daarin wordt een later aan te brengen spiraal beschreven die over de reeds bestaande spiraal van een spiraalsnoer 15 geklemd wordt. D.w.z. de later aan te brengen spiraal omvat een zich in langsrichting uitstrekkende opening die voorzien is van een sleuf waardoor het bestaande spiraalsnoer aangebracht kan worden. Op deze wijze ontstaat een enkele spiraal met verhoudingsgewijs grote dikte. Doordat in het hulpspiraaldeel een veerblad aangebracht is, wordt 20 volgens dit Amerikaanse octrooischrift gewaarborgd dat het zo verkregen spiraalsnoer niet in zichzelf verward raakt.
Begrepen zal worden dat het verhoudingsgewijs tijdrovend is om een dergelijke grotere spiraal op de afzonderlijke spiraalwikkelingen van het bestaande spiraalsnoer aan te brengen. Bovendien bestaat 25 het gevaar van wegschieten van het spiraalsnoer uit het hulpspiraaldeel. Om dit te voorkomen wordt een afzonderlijke huls aangebracht. Deze wordt slechts aan de einden geplaatst, zodat op tussenliggende gebieden het gevaar van losschieten nog steeds bestaat. Bovendien is het aanzicht van de constructie volgens het Amerikaanse octrooi-30 schrift weinig aantrekkelijk.
In het Amerikaanse octrooischrift 4.5357.500 wordt voorgesteld een elastische draad aan te brengen in het inwendige van het spiraalsnoer. Op deze wijze wordt de elastische verwerking van het spiraalsnoer weliswaar verbeterd, maar wordt niet tegengegaan dat 35 verwarring van het spiraalsnoer met zichzelf plaatsvindt.
Het doel van de onderhavige uitvinding is te voorzien in een eenvoudig later aan te brengen constructie die enerzijds het aanzien van het spiraalsnoer niet schaadt, d.w.z. het uiterlijk daarvan niet 1002803 2 verandert, en anderzijds het verwarren daadwerkelijk voorkomt.
Dit doel wordt bij een hierboven beschreven samenstel verwezenlijkt doordat het hulpspiraaldeel een kleinere buitendiameter heeft dan de binnendiameter van de spiraal en dat de schroefrichting van 5 het hulpspiraaldeel tegengesteld is aan die van de spiraal.
Aan de uitvinding ligt het inzicht ten grondslag dat indien een hulpspiraaldeel gebruikt wordt dat tegengesteld gewikkeld is aan het spiraalsnoer en dit hulpspiraaldeel in het spiraalsnoer aangebracht wordt het uit elkaar draaien van het spiraalsnoer het in elkaar 10 draaien van het hulpspiraaldeel tot gevolg heeft. Aangezien dit steeds moeilijker gaat, zal uit elkaar draaien van het snoer op effectieve, progressieve wijze voorkomen worden. Hoewel het hulpspiraaldeel in het spiraalsnoer aangebracht is, is dit bij normaal gebruik niet of nauwelijks zichtbaar. Dit kan door een passende 15 kleurcombinatie nog verder bevorderd worden. De omvang van het spiraalsnoer verandert in ieder geval niet. Het hulpspiraaldeel kan elk in de stand der techniek bekend materiaal omvatten, maar is bij voorkeur een kunststofmateriaal. In het bijzonder blijkt PVC-materi-aal te voldoen. Dit omdat aanzienlijke eisen gesteld worden aan de 20 materiaaleigenschappen van dergelijke spiralen of veren. Voor de beoogde toepassing is het van belang dat het kunststofmateriaal reeds bij het opbrengen van een geringe trekkracht een zeer grote rek vertoont. Dit is van belang om de eigenschappen van het bestaande spiraalsnoer zo weinig mogelijk te beïnvloeden. Anderzijds is het 25 van belang dat voldoende 'massa' aanwezig is om het effekt van het tegengaan van verwarren van het spiraalsnoer optimaal te maken.
De dwarsdoorsnede van het draaddeel van de veer of spiraal kan elke in de stand der techniek bekende dwarsdoorsnede zijn en is bij voorkeur rechthoekig. Omdat de schroefrichting van met name het 30 telefoonsnoer in het algemeen rechtsom is, is de schroefrichting van de hulpspiraal volgens een voorkeursuitvoering linksom.
De klemmiddelen kunnen alle in de stand der techniek bekende constructies omvatten en bestaan bij voorkeur uit een C-vormig deel, dat over het hulpspiraaldeel te schuiven is en dit vastklemt. Daar-35 bij wordt het hulpspiraaldeel bij de einden eerst om het draaddeel van het spiraalsnoer gewikkeld en vervolgens daaraan vastgeklemd.
De stijfheid van het materiaal van het hulpspiraaldeel ligt bij voorkeur in het bereik van ongeveer 1/3 - 1/1 van de stijfheid van 1002803 3 het materiaal van het spiraalsnoer.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op een kit of middelen die de verschillende hierboven genoemde onderdelen bevatten.
Het hulpspiraaldeel is op alle in de stand der techniek bekende 5 wijzen te vervaardigen. Zo is het mogelijk dit als spiraal te extru-deren, maar het is ook mogelijk om uitgaande van een buis door het aanbrengen van een spiraalvormige insnijding tot een spiraal te komen.
De uitvinding zal hieronder aan de hand van een in de tekening 10 afgebeeld uitvoeringsvoorbeeld nader verduidelijkt worden. Daarbij tonen:
Fig. 1 de verschillende delen van de kit of middelen die de verwarring van een spiraalsnoer moeten tegengaan;
Fig. 2a-2c de verschillende stadia van het aanbrengen van de 15 middelen volgens fig. 1 aan een spiraalsnoer; en
Fig. 3. de afgewerkte complete constructie van het samenstel bestaande uit de middelen volgens de uitvinding en het spiraalsnoer.
In fig. 1 is met 1 het hulpspiraaldeel volgens de uitvinding aangegeven. Het blijkt dat het draaddeel een rechthoekige dwarsdoor-20 snede heeft. Het 2 zijn klemmen aangegeven die C-vormig zijn en voorzien van vlakken 4.
Uit fig. 2a blijkt het inbrengen van het hulpspiraaldeel 1 in een spiraalsnoer 3. Daaruit blijkt tevens, dat de wikkelrichting van hulpspiraaldeel 2 tegengesteld is aan de wikkelrichting van het spi-25 raalsnoer 3 terwijl de uitwendige diameter van het hulpspiraaldeel 1 zoveel kleiner is dan de binnendiameter van spiraalsnoer 3 dat dit gemakkelijk daardoor kan worden binnengeschoven.
In fig. 2b is getoond dat het hulpspiraaldeel 1 op lengte wordt geknipt zodanig dat een klein deel nog uitsteekt. Vervolgens wordt, 30 zoals in fig. 2c getoond is, dit vrije einde aan weerszijden om het spiraalsnoer gewikkeld en vervolgens vastgeklemd.
Tot slot is in fig. 3 de volledige constructie getoond.
Begrepen zal worden dat het hulpspiraaldeel elke andere dwarsdoorsnede kan hebben dan getoond. Het hulpspiraaldeel bestaat bij 35 voorkeur uit een PVC-materiaal. Na experimenten is gebleken dat dit de beste keuze is.
Een hulpspiraaldeel volgens de uitvinding moet bij een typische toepassing uitrekbaar zijn van ongeveer 30 cm tot ongeveer 120 cm.
1002803 4
Bij een dergelijke maximale rek moet de trekweerstand kleiner dan 2,5 m zijn. Bovendien moet na deformatie het hulpspiraaldeel tot de oorspronkelijke afmetingen terugveren. Gebleken is dat met name PVC en meer in het bijzonder PVC met een aanzienlijk deel weekmaker aan 5 deze eis voldoet. Daarbij heeft het PVC deel in een typische toepassing een inwendige diameter van 8 mm en een uitwendige diameter van 10 mm.
Hoewel de uitvinding hierboven aan de hand van een voorkeursuitvoering beschreven is, zal begrepen worden dat daaraan talrijke 10 wijzigingen kunnen worden aangebracht zonder buiten het bereik van de onderhavige aanvrage te geraken. Al deze mogelijkheden liggen binnen het bereik van de bijgevoegde conclusies.
**** 1002803

Claims (16)

1. Samenstel omvattende een verbindingssnoer tussen twee toestel delen, tenminste gedeeltelijk voorzien van een spiraal, zoals een spiraalsnoer van een telefoontoestel, waarbij de schroefrichting 5 van die spiraal zich in een zin uitstrekt, alsmede tenminste ter plaatse van die spiraal aangebrachte, verwarren van die spiraal tegengaande middelen, welke middelen omvatten een hulpspiraaldeel alsmede klemmiddelen om dat hulpspiraaldeel bij de uiteinden daarvan aan dat verbindingssnoer te bevestigen, met het kenmerk, dat het 10 hulpspiraaldeel een kleinere buitendiameter heeft dan de binnendia-meter van de spiraal en dat de schroefrichting van het hulpspiraaldeel tegengesteld is aan die van de spiraal.
2. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij het hulpspiraaldeel een kunststofmateriaal omvat.
3. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het hulpspiraaldeel een PVC-materiaal omvat.
4. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de draad van het hulpspiraaldeel een rechthoekige dwarsdoorsnede heeft.
5. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de schroefrichting van dat hulpspiraaldeel linksom is.
6. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij die klemmiddelen een C-vormig deel omvatten.
7. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij 25 tenminste een van de uiteinden van het hulpspiraaldeel om het verbindingssnoer is gewikkeld en daaraan is vastgeklemd.
8. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de stijfheid van het materiaal van het hulpspiraaldeel tenminste 1/3 van de stijfheid is van het materiaal van de spiraal van het verbin- 30 dingssnoer.
9. Samenstel volgens conclusie 8, waarbij de stijfheid van het materiaal van het hulpspiraaldeel ten hoogste gelijk is aan de stijfheid van het materiaal van de spiraal.
10. Samenstel volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij 35 de klemmiddelen voorzien zijn van een vlak voor het aanbrengen van leesbare informatie.
11. Verwarring van een gespiraliseerd verbindingssnoer tegengaande middelen, omvattende een hulpspiraaldeel alsmede klemmiddelen 10 0 2 S 0 o om dat hulpspiraaldeel aan een verbindingssnoer te bevestigen, met het kenmerk, dat de uitwendige diameter van het hulpspiraaldeel ligt tussen 7 en 14 mm.
12. Middelen volgens conclusie 11, waarbij de schroefrichting 5 van het hulpspiraaldeel linksom is.
13. Middelen volgens conclusie 11 of 12, waarbij het hulpspiraaldeel een kunststofmateriaal omvat.
14. Middelen volgens conclusie 13, waarbij het hulpspiraaldeel een PVC-materiaal omvat.
15. Middelen volgens een van de conclusies 11-14, waarbij het draaddeel van de hulpspiraal een rechthoekige dwarsdoorsnede heeft.
16. Middelen volgens een van de conclusies 11-15, waarbij de klemmiddelen een C-vormig deel omvatten. 15 ****** <" r i 2 8 0 3
NL1002803A 1996-04-04 1996-04-04 Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen. NL1002803C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002803A NL1002803C2 (nl) 1996-04-04 1996-04-04 Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002803A NL1002803C2 (nl) 1996-04-04 1996-04-04 Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen.
NL1002803 1996-04-04

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1002803C2 true NL1002803C2 (nl) 1997-10-07

Family

ID=19762629

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1002803A NL1002803C2 (nl) 1996-04-04 1996-04-04 Verwarring van een spiraalsnoer tegengaande middelen.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1002803C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1999057363A3 (en) * 1998-05-06 2000-03-23 James Scott Ferguson Anti-twist device

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR820710A (fr) * 1936-07-20 1937-11-17 Gaîne protectrice pour fils électriques, notamment pour fil souple des récepteurs téléphoniques
GB637696A (en) * 1948-01-21 1950-05-24 David Rose Improvements in or relating to devices for preventing knotting or twisting of electrical flex
US4939778A (en) * 1988-07-14 1990-07-03 Tomberlin Anita A Telephone cord cover
DE9401137U1 (de) * 1994-01-25 1994-03-17 Woelky, Otto Werner, 53721 Siegburg Vorrichtung zur Verhinderung vor Verwinden, bzw. Verdrehen oder Verknoten der Telefonkabel zwischen Gerät und Hörer

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR820710A (fr) * 1936-07-20 1937-11-17 Gaîne protectrice pour fils électriques, notamment pour fil souple des récepteurs téléphoniques
GB637696A (en) * 1948-01-21 1950-05-24 David Rose Improvements in or relating to devices for preventing knotting or twisting of electrical flex
US4939778A (en) * 1988-07-14 1990-07-03 Tomberlin Anita A Telephone cord cover
DE9401137U1 (de) * 1994-01-25 1994-03-17 Woelky, Otto Werner, 53721 Siegburg Vorrichtung zur Verhinderung vor Verwinden, bzw. Verdrehen oder Verknoten der Telefonkabel zwischen Gerät und Hörer

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1999057363A3 (en) * 1998-05-06 2000-03-23 James Scott Ferguson Anti-twist device

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US1435311A (en) Flexible tubular clamping jacket
US6497382B2 (en) Cord holder
CA2154844A1 (en) Medical Electrical Lead System Having a Torque Transfer Stylet
NZ202039A (en) Fibre optic cable clamp assembly
US3924819A (en) Electrical utility cord storage and shortening device
CA2399796A1 (en) Cable management tie wrap
US4436265A (en) Cable socket with traction relief for the housings of electric machines
DE602004000942D1 (de) Führungsdraht
US20080256761A1 (en) Cord Clip
JPS62250404A (ja) 光フアイバ押し広げ装置
EP1360121B1 (en) A fitting for the use as a means for the gripping of one or more objects
US7149392B2 (en) Round multi-fiber cable assembly and a method of forming same
EP0137880A2 (en) Braided sleeving
US4485852A (en) Apparatus and method for removing slack in wire fences
US5536051A (en) Knotting tool
JP2761630B2 (ja) 引下線用端末キャップ
GB2297577A (en) Holding Device
US3322128A (en) Loose leaf binder post assembly
JP2010197687A (ja) 光ドロップケーブル敷設具
JP2714918B2 (ja) 釣糸通し具
EP0184884B1 (en) A surplus cord holder
WO1999057363A3 (en) Anti-twist device
JP3515211B2 (ja) 光ファイバケーブルの成端筐体
CA2122447A1 (en) Coil for an electromagnetic relay
SE506720C2 (sv) Linspole för fiskerulle

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20011101