NL1002885C2 - Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. - Google Patents
Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1002885C2 NL1002885C2 NL1002885A NL1002885A NL1002885C2 NL 1002885 C2 NL1002885 C2 NL 1002885C2 NL 1002885 A NL1002885 A NL 1002885A NL 1002885 A NL1002885 A NL 1002885A NL 1002885 C2 NL1002885 C2 NL 1002885C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- horseshoe
- bar
- bending
- longitudinal edge
- bevel
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B21—MECHANICAL METAL-WORKING WITHOUT ESSENTIALLY REMOVING MATERIAL; PUNCHING METAL
- B21H—MAKING PARTICULAR METAL OBJECTS BY ROLLING, e.g. SCREWS, WHEELS, RINGS, BARRELS, BALLS
- B21H7/00—Making articles not provided for in the preceding groups, e.g. agricultural tools, dinner forks, knives, spoons
- B21H7/12—Making articles not provided for in the preceding groups, e.g. agricultural tools, dinner forks, knives, spoons horse-shoes; articles of like shape, e.g. wear-resisting attachments for shoes
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01L—SHOEING OF ANIMALS
- A01L1/00—Shoes for horses or other solipeds fastened with nails
- A01L1/02—Solid horseshoes consisting of one part
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B21—MECHANICAL METAL-WORKING WITHOUT ESSENTIALLY REMOVING MATERIAL; PUNCHING METAL
- B21K—MAKING FORGED OR PRESSED METAL PRODUCTS, e.g. HORSE-SHOES, RIVETS, BOLTS OR WHEELS
- B21K15/00—Making blacksmiths' goods
- B21K15/02—Making blacksmiths' goods horseshoes; appurtenances therefor
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Agronomy & Crop Science (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Adornments (AREA)
Description
Titel: Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een hoefijzer met een convexe buitenkant en een concave binnenkant, waarbij het hoefijzer wordt vervaardigd door het buigen van een staaf met een ondervlak, 5 een bovenvlak en twee zijvlakken, welke zijvlakken na het buigen van de staaf de convexe buitenkant en de concave binnenkant vormen, waarbij de genoemde onder-, boven- en zijvlakken een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede bepalen, waarbij het bovenvlak via twee bovenlangsranden grenst aan 10 de zijvlakken en waarbij het ondervlak via twee onderlangs-randen grenst aan de zijvlakken.
Een dergelijke werkwijze is uit de praktijk bekend. De boven- en onderlangsranden van het staafmateriaal zijn bij de uit de praktijk bekende werkwijze echter in het algemeen 15 tamelijk scherp uitgevoerd. Teneinde te verhinderen dat de hoef over het hoefijzer groeit dient de buitenomtrek van het hoefijzer altijd iets groter te worden gekozen dan de buitenomtrek van de hoef zelf. Deze iets grotere buitenomtrek brengt bij hoefijzers met scherpe randen een aantal 20 nadelen met zich mee. Een eerste nadeel van dergelijk hoefijzers is de kans op het zogenaamde "aftrappen" waarbij het hoefijzer van de hoef wordt losgetrapt. Dit aftrappen treedt bijvoorbeeld op tijdens het galopperen wanneer een eerste hoef langs een tweede hoef beweegt, waarbij de 25 onderste convexe rand van het op de eerste hoef aangebrachte hoefijzer aangrijpt op de bovenste convexe rand van het op de tweede hoef aangebrachte hoefijzer, met als gevolg dat het op de tweede hoef aangebrachte hoefijzer van de tweede hoef wordt afgetrapt.
30 De uitvinding beoogt voor het bovenbeschreven probleem een oplossing te bieden en voorziet daarvoor in een werkwijze voor het vervaardigen van een hoefijzer van voornoemde soort, die wordt gekenmerkt doordat ten minste één van de '1 0 0 2 8 8 5 2 langsranden van de staaf, die na het buigen een begrenzing van de convexe buitenkant vormen, vóór het buigen wordt voorzien van een afschuining.
Met de werkwijze volgens de uitvinding kan machinaal op 5 economische wijze een hoefijzer worden vervaardigd, waarbij de kans dat het hoefijzer wordt afgetrapt tot een minimum is beperkt. Bovendien kan door de geringere kans op aftrappen een hoefijzer met een iets grotere buitenomtrek worden gekozen waardoor de hoef minder snel over het ijzer groeit, 10 zodat het hoefijzer langer kan blijven zitten.
Volgens een nadere uitwerking van de uitvinding kan ofwel alleen de bovenlangsrand ofwel alleen de onderlangs-rand ofwel zowel de bovenlangsrand als de onderlangsrand van de convexe buitenkant van het hoefijzer worden voorzien van 15 een afschuining. Het is duidelijk dat de kans op aftrappen bij de versie waarbij zowel de bovenlangsrand als de onder-langsrand zijn voorzien van een afschuining het kleinste is en dat dit derhalve de meeste voorkeur verdienende uitvoeringsvorm is.
20 Een ander verschijnsel dat zich kan voordoen bij de bekende, van scherpe randen voorziene hoefijzers is dat een op een achterbeen bevestigd hoefijzer met de zich aan de convexe buitenkant bevindende onderlangsrand in de hoefholte van het voorbeen slaat en daarbij blijft haken aan de 25 concave, aan de binnenkant gelegen onderlangsrand van het hoefijzer en daar blijft steken. Dit zogenaamde "klappen" van de hoefijzers, waardoor het paard ten val kan komen, kan volgens een nadere uitwerking van de uitvinding worden verhinderd doordat de onderlangsrand van de staaf die na het 30 buigen van de staaf de concave binnenkant begrenst wordt voorzien van een afschuining. De afschuining van de, aan de concave binnenkant gelegen onderlangsrand verkleint de kans dat de achterhoef blijft haken in de hoefholte van de voorste hoef.
35 Volgens nog een nadere uitwerking van de uitvinding kan ook de bovenlangsrand van de staaf, die na het buigen vein de staaf de concave binnenkant begrenst, worden voorzien van 1002885 3 een afschuining. Een voordeel van een dergelijke afgeschuining is dat de kans dat steentjes of dergelijke ongerechtigheden in de hoefholte blijven kleven tot een minimum wordt beperkt. Bij de bekende hoeven kunnen 5 steentjes en dergelijke tussen het bovenvlak van het hoefijzer en de hoefholte blijven klemmen, hetgeen tot irritatie van de hoefholte kan leiden.
Nadere uitwerkingen van de werkwijze volgens de uitvinding zijn beschreven in de volgconclusies en zullen 10 aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld, onder verwijzing naar de tekening, verder worden verduidelijkt.
Figuur 1 toont een bovenaanzicht van een hoefijzer volgens de uitvinding die is vervaardigd uit een staaf-materiaal met een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede; 15 figuur 2 toont een dwarsdoorsnede van het hoefijzer volgens figuur 1 langs de lijn II-II; figuur 3 toont een vooraanzicht van de hoeven van een paard bij het aftrappen; figuur 4 toont een dwarsdoorsnede van een hoef die is 20 voorzien van een hoefijzer dat is vervaardigd met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding; figuur 5 een zij-aanzicht van de hoeven tijdens het klappen van de hoeven; figuur 6 toont een aanzicht zoals weergegeven in figuur 25 3 van een ander uitvoeringsvoorbeeld van een hoefijzer volgens de uitvinding; en figuur 7 toont een aanzicht zoals weergegeven in figuur 3 van nog een ander uitvoeringsvoorbeeld van een hoefijzer volgens de uitvinding.
30 De in de figuren weergeven hoefijzers 1 zijn uitvoeringsvoorbeelden van hoefijzers die zijn vervaardigd met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding. Het hoefijzer 1 wordt vervaardigd door het machinaal buigen van een, in het algemeen rechte staaf met een ondervlak 2, een 35 bovenvlak 3 en twee zijvlakken 4, 5, welke zijvlakken 4, 5 na het buigen van de staaf de convexe buitenkant 4 en de concave binnenkant 5 vormen. De genoemde onder-, boven- en 1002885 4 zijvlakken 2, 3, 4, 5 bepalen een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede, waarbij het bovenvlak 3 via twee bovenlangs-randen 6, 7 grenst aan de zijvlakken 4, 5 en waarbij het ondervlak 2 via twee onderlangsranden 8, 9 grenst aan de 5 zijvlakken 4, 5. Volgens de uitvinding wordt ten minste één van de langsranden 6, 8 van de staaf, die na het buigen een begrenzing van de convexe buitenkant 4 vormen, voor het buigen voorzien van een afschuining 6, 8.
In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn zowel de 10 bovenlangsrand 6 als de onderlangsrand 8 van de staaf die na het buigen van de staaf de convexe buitenkant 4 begrenzen voorzien van een afschuining 6, respectievelijk 8. Het is echter duidelijk dat ook binnen het raam van de uitvinding tevens past dat slechts één van deze, het buitenvlak 15 begrenzende langsranden 6, 8 van een afschuining kunnen zijn voorzien.
Het voordeel van dergelijke aan de buitenkant 4 grenzende afschuiningen is dat het zogenaamde aftrappen van de hoefijzers wordt voorkomen. Het verschijnsel aftrappen 20 doet zich voor wanneer, zoals weergegeven in fig. 3, de
hoeven van twee voorbenen of twee achterbenen langs elkaar bewegen. Wanneer de langsranden van de staaf waaruit het hoefijzer wordt vervaardigd scherp zijn bestaat de kans dat het hoefijzer la van de hoef die in fig. 3 is aangeduid met 25 de verwijzingsletter A het hoefijzer lb van de hoef B
aftrapt, waarbij het hoefijzer lb van de hoef B losraakt. Door de afschuiningen 6, 8 wordt de kans op het aftrappen tot een minimum beperkt, terwijl het hoefijzer zich toch vrij ver buiten de omtrek van de hoef kan uitstrekken 30 teneinde het over het hoefijzer groeien van de hoef zoveel mogelijk uit te stellen. Bovendien wordt met de afgeschuinde langsranden de kans tot een minimum beperkt dat de benen van het paard door de hoefijzers worden verwond tijdens het stappen, draven en galopperen.
35 In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn bovendien zowel de bovenlangsrand 7 als de onderlangsrand 9 die na het buigen van de staaf de concave binnenkant 5 van het hoef- 1002885 5 ijzer 1 begrenzen voorzien van een afschuining 7, 9. Ook voor een werkwijze ter vervaardiging van een hoefijzer waarbij geen of slechts één van de, de binnenkant 5 begrenzende langsranden 7, 9 wordt voorzien van een 5 afschuining 7, 9, geldt dat deze binnen het raam van de uitvinding valt.
Met behulp van de afschuining van de aan de concave binnenkant 5 gelegen langsrand 9 wordt de kans op het klappen van de hoefijzers, dat is weergegeven in fig. 5 tot 10 een minimum beperkt. Bij het klappen van de hoefijzers haakt het hoefijzer van een achterbeen in de hoefholte C van een voorbeen. De afschuining 9 verkleint de kans op het klappen van de hoefijzers aanzienlijk. De afschuining van de binnenkant 5 begrenzende bovenlangsrand 7 bewerkstelligt dat 15 de kans dat steentjes S of dergelijke ongerechtigheden in de hoefholte C blijven steken tot een minimum is beperkt. Dit bijkomende voordeel is verduidelijkt in fig. 4.
Teneinde de bovenbeschreven effecten op bevredigende wijze te verkrijgen is het van bijzonder voordeel wanneer de 20 breedte L van de of elke afschuining 6, 7, 8, 9 ten minste 2,0 mm bedraagt en bij voorkeur ligt in het gebied van 3 mm tot 5,0 mm. Voor hoefijzers waarbij de afstand tussen het onder- en het bovenvlak 2, respectievelijk 3 circa 5,0 mm bedraagt gaat de voorkeur uit naar een afschuiningsbreedte L 25 van 2-3,0 mm. Bij hoefijzers waarbij de afstand tussen het onder- en het bovenvlak 2, respectievelijk 3 circa 15,0 mm bedraagt gaat de voorkeur uit naar een afschuiningsbreedte L van 4,0-5,0 mm. De hoek α van de afschuining 6, 7, 8, 9 ten opzichte van de onder-, boven-, respectievelijk zij-30 vlakken 2, 3, 4, 5 bedraagt bij voorkeur ca. 45°. Het is duidelijk dat deze hoek α enigermate kan worden gevarieerd onder behoud van de beoogde effecten volgens de uitvinding.
De figuren 6 toont een alternatief uitvoeringsvoorbeeld volgens de uitvinding waarbij de convexe onderlangsrand is 35 voorzien van een afschuining 8 met een aanzienlijke grotere lengte L heeft. Teneinde het oppervlak van het ondervlak 2 van het hoefijzer niet te veel te verkleinen kan de hoek β 1002885 6 van de afschuining 8 ten opzichte van het ondervlak 2 ook iets groter worden gekozen. De hoek β ligt bij een afschuining 8 met een grotere lengte L in het bereik van 30° tot 80°. Een hoek β uit het onderste gedeelte van het 5 genoemde bereik verdient echter de voorkeur.
De grotere lengte van de afschuining 8 van de convexe onderlangsrand leidt tot een gemakkelijker afrollen van de hoef langs het vloeroppervlak. Ten eerste worden hierdoor de spieren, pezen en botten minder belast. Bovendien wordt door 10 een afname van de weerstand als gevolg van de rollende beweging de bevestiging van de hoefijzers, in het bijzonder de hoefnagels, minder zwaar belast. Door de geringere belasting van de hoefnagels wordt bovendien de hoefwand minder belast en blijft het hoefijzer langer goed vast 15 zitten. Een ander bijkomend voordeel van een grotere lengte van de afschuining 8 van de convexe onderlangsrand is dat de slijtage van het hoefijzer afneemt ten opzichte van een hoefijzer met een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede.
Verder heeft de geringere weerstand door de rollende 20 beweging tot gevolg dat het voorbeen sneller is vertrokken waardoor de kans op raken tussen voor- en achterbeen afneemt.
Het in figuur 7 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld heeft naast een vergrote lengte van de afschuining 8 van de 25 convexe onderlangsrand tevens een vergrote lengte L van de afschuining 9 van de concave onderlangsrand. Hoek γ ligt tussen de 3 0° en 85° en bedraagt bij voorkeur circa 40°. De grotere lengte van de afschuining 9 vermindert de kans op het klappen van de hoefijzers aanzienlijk.
30 Teneinde de staaf op economische wijze te voorzien van de ten minste ene afschuining kan deze volgens een nadere uitwerking van de uitvinding worden gevormd door middel van een wals- of persbewerking. Bij deze wals- of persbewerking kan dan tevens bijvoorbeeld een rits te noemen gleuf 10 in 35 het ondervlak 2 van de staaf worden aangebracht.
In de weergegeven uitvoeringsvoorbeelden zijn slechts hoefijzers weergegeven die niet van een teenlip of zij lip 1002885 7 zijn voorzien. Het is echter duidelijk dat de werkwijze volgens de uitvinding tevens het aanvormen van één of meer lippen kan omvatten.
Het is duidelijk dat de uitvinding tevens betrekking 5 heeft op een hoefijzer 1 dat is vervaardigd met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding.
1002885
Claims (10)
1. Werkwijze voor het vervaardigen van een hoefijzer (1) met een convexe buitenkant (4) en een concave binnenkant (5), waarbij het hoefijzer (1) wordt vervaardigd door het buigen van een staaf met een ondervlak (2), een bovenvlak 5 (3) en twee zijvlakken (4, 5), welke zijvlakken (4, 5) na het buigen van de staaf de convexe buitenkant (4) en de concave binnenkant (5) vormen, waarbij de genoemde onder-, boven- en zijvlakken (2, 3, 4, 5) een in hoofdzaak rechthoekige doorsnede bepalen, waarbij het bovenvlak (3) 10 via twee bovenlangsranden (6, 7) grenst aan de zijvlakken (4, 5) en waarbij het ondervlak (2) via twee onderlangs-randen (8, 9) grenst aan de zijvlakken (4, 5), met het kenmerk, dat ten minste één van de langsranden (6, 8) van de staaf, die na het buigen een begrenzing van de convexe 15 buitenkant (4) vormen, voor het buigen wordt voorzien van een afschuining (6, 8).
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de bovenlangsrand (6) van de staaf die na het buigen van de staaf het convexe buitenvlak (4) begrenst wordt voorzien van 20 een afschuining (6).
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de onderlangsrand (8) van de staaf die na het buigen van de staaf het convexe buitenvlak (4) begrenst wordt voorzien van een afschuining (8).
4. Werkwijze volgens één der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de bovenlangsrand (7) van de staaf die na het buigen van de staaf de concave binnenkant (5) begrenst wordt voorzien van een afschuining (7).
5. Werkwijze volgens één der conclusies 1-4, met het 30 kenmerk, dat de onderlangsrand (9) van de staaf die na het buigen van de staaf de concave binnenkant (5) begrenst wordt voorzien van een afschuining (9).
6. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de breedte van de of elke afschuining (6, 35 7, 8, 9) ten minste 2,0 mm bedraagt en bij voorkeur ligt in 1002885 het gebied van 2,O mm tot 5,0 mm en dat de hoek (a) van de of elke afschuining ten opzichte van respectievelijk het onder-, boven-, en de zijvlakken (2, 3, 4, 5) ongeveer 45° bedraagt.
7. Werkwijze volgens één der conclusies 1-5, met het kenmerk, dat de afschuining 8 van de convexe onderlangsrand en/of de afschuining 9 van de concave onderlangsrand een aanzienlijk grotere lengte hebben, zodat deze afschuining 8, respectievelijk afschuiningen 8, 9 zich over vrijwel de 10 gehele hoogte van het hoefijzer uitstrekken.
8. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de staaf voorzien van de ten minste ene afschuining (6, 7, 8, 9) wordt gevormd door middel van een wals- of persbewerking.
9. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tijdens de wals- of persbewerking van de staaf tevens een rits te noemen gleuf (10) in het ondervlak (2) van de staaf wordt aangebracht.
10. Hoefijzer vervaardigd met behulp van de werkwijze 20 volgens één der conclusies 1-9. 1002885
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002885A NL1002885C2 (nl) | 1996-04-17 | 1996-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002885A NL1002885C2 (nl) | 1996-04-17 | 1996-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. |
| NL1002885 | 1996-04-17 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1002885C2 true NL1002885C2 (nl) | 1997-10-21 |
Family
ID=19762693
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1002885A NL1002885C2 (nl) | 1996-04-17 | 1996-04-17 | Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1002885C2 (nl) |
Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE26345C (de) * | M. M. MARKS in Cincinnati, V. St. A | Hufeisenbiegemaschine | ||
| FR332247A (fr) * | 1903-05-20 | 1903-10-19 | Arthur Smith | Appareil propre à étamper des barres ou tiges pour la fabrication de fers à cheval à la machine |
| GB290133A (en) * | 1927-12-16 | 1928-05-10 | Max Muecklich | Method for fastening the calks and the tread of horse shoes made by rolling process |
| US2679906A (en) * | 1950-05-15 | 1954-06-01 | Leo F Mcgraw | Horseshoe |
| US3340933A (en) * | 1966-02-03 | 1967-09-12 | Mcgraw Bros Inc | Differential traction horseshoe |
| US3400532A (en) * | 1965-10-22 | 1968-09-10 | Smith Raymond | Apparatus for making horseshoes |
| DE3928341A1 (de) * | 1989-08-26 | 1991-02-28 | Fritz Roedder | Hufeisen |
| AU620059B2 (en) * | 1987-12-18 | 1992-02-13 | Steven Mark Lowings | A horse shoe section |
-
1996
- 1996-04-17 NL NL1002885A patent/NL1002885C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE26345C (de) * | M. M. MARKS in Cincinnati, V. St. A | Hufeisenbiegemaschine | ||
| FR332247A (fr) * | 1903-05-20 | 1903-10-19 | Arthur Smith | Appareil propre à étamper des barres ou tiges pour la fabrication de fers à cheval à la machine |
| GB290133A (en) * | 1927-12-16 | 1928-05-10 | Max Muecklich | Method for fastening the calks and the tread of horse shoes made by rolling process |
| US2679906A (en) * | 1950-05-15 | 1954-06-01 | Leo F Mcgraw | Horseshoe |
| US3400532A (en) * | 1965-10-22 | 1968-09-10 | Smith Raymond | Apparatus for making horseshoes |
| US3340933A (en) * | 1966-02-03 | 1967-09-12 | Mcgraw Bros Inc | Differential traction horseshoe |
| AU620059B2 (en) * | 1987-12-18 | 1992-02-13 | Steven Mark Lowings | A horse shoe section |
| DE3928341A1 (de) * | 1989-08-26 | 1991-02-28 | Fritz Roedder | Hufeisen |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4605071A (en) | Therapeutic horseshoe | |
| GB2556437A (en) | Horseshoe with offset nail-receiving notches in its crease | |
| WO2004047526A1 (de) | Grössenverstellbarer schuh für huftiere | |
| Pardoe et al. | The effect of shoe material on the kinetics and kinematics of foot slip at impact on concrete | |
| AU737658B2 (en) | A Horseshoe | |
| NL1023607C2 (nl) | Kunststof hoefbeslag. | |
| NL1002885C2 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van hoefijzer en hoefijzer verkregen met de werkwijze. | |
| US20020189823A1 (en) | Horseshoe | |
| US7624811B2 (en) | Horseshoe crease structure for improved traction and locking attachment nails | |
| US7806194B2 (en) | Mechanical shoeing for hoof, which is intended, in particular, for sport horses | |
| US3460627A (en) | Horseshoe with racing calks | |
| US5158143A (en) | Ribbed horseshoe | |
| US3159220A (en) | Self-cleaning racing plate | |
| US4333532A (en) | Flexible horseshoe | |
| US7793734B2 (en) | Reinforced polymer horseshoe | |
| US4721165A (en) | Horseshoe | |
| US3340933A (en) | Differential traction horseshoe | |
| NL1018900C2 (nl) | Verbeterd hoefijzer. | |
| Morey | Ostracoda from the Amsden formation of Wyoming | |
| US7011163B2 (en) | Horseshoe including calks | |
| EP1336336A1 (en) | Arrangement for slatted flooring in stables and cowsheds | |
| US5076366A (en) | Heel sock for horseshoe | |
| US20080230237A1 (en) | Horseshoe | |
| NL1032780C2 (nl) | Verbeterd hoefijzer. | |
| BE1019510A3 (nl) | Hoefijzer. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20021101 |