NL1003230C2 - Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen. Download PDF

Info

Publication number
NL1003230C2
NL1003230C2 NL1003230A NL1003230A NL1003230C2 NL 1003230 C2 NL1003230 C2 NL 1003230C2 NL 1003230 A NL1003230 A NL 1003230A NL 1003230 A NL1003230 A NL 1003230A NL 1003230 C2 NL1003230 C2 NL 1003230C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
chickens
legs
cage
space
parts
Prior art date
Application number
NL1003230A
Other languages
English (en)
Inventor
Herman Kerstholt
Original Assignee
Herman Kerstholt
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Herman Kerstholt filed Critical Herman Kerstholt
Priority to NL1003230A priority Critical patent/NL1003230C2/nl
Priority to AU29158/97A priority patent/AU2915897A/en
Priority to AU29159/97A priority patent/AU2915997A/en
Priority to PCT/NL1997/000296 priority patent/WO1997045003A1/nl
Priority to PCT/NL1997/000298 priority patent/WO1997045005A1/nl
Priority to PCT/NL1997/000297 priority patent/WO1997045004A1/nl
Priority to AU29157/97A priority patent/AU2915797A/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1003230C2 publication Critical patent/NL1003230C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A22BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
    • A22BSLAUGHTERING
    • A22B1/00Apparatus for fettering animals to be slaughtered
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K45/00Other aviculture appliances, e.g. devices for determining whether a bird is about to lay
    • A01K45/005Harvesting or transport of poultry

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Birds (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Processing Of Meat And Fish (AREA)
  • Housing For Livestock And Birds (AREA)

Description

WERKWIJZE EN INRICHTING VOOR HET BEHANDELEN VAN KIPPEN
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het behandelen (handling) van kippen of dergeiijk pluimvee, 5 waarbij de kippen in een positie worden gebracht waarbij zij aan hun poten zijn opgehangen. In deze beschrijving zal steeds over kippen worden gesproken, maar daaronder moet ook ander pluimvee worden verstaan, waarop de uitvinding eveneens betrekking heeft.
10
Voordat kippen worden geslacht worden zij aan hun poten opgehangen waarna de verdere behandeling, inclusief het slachten, geheel of vrijwel geheel automatisch plaats vindt. Op verschillende wijzen is reeds geprobeerd het 15 ophangen van de kippen te automatiseren, omdat dit een onaangename handeling is om door mensen te worden uitgevoerd. Er moeten lastige bewegingen worden gemaakt en wanneer deze verkeerd worden uitgevoerd kan de kip worden beschadigd, waardoor het vlees van een mindere kwaliteit 20 is.
De uitvinding beoogt een werkwijze voor het behandelen van kippen, of dergelijk pluimvee, waarbij de kippen op een bedrijfszekere wijze aan hun poten worden opgehangen, welke 25 werkwijze geheel geautomatiseerd kan worden uitgevoerd.
Hiertoe worden volgens de uitvinding kippen in een beperkte ruimte gebracht, waarna wanddelen van die ruimte, zijnde bodemdelen en/of zijwanddelen, zodanig worden bewogen dat 30 de poten van de kippen tot buiten de ruimte gaan reiken, waarna de poten worden aangegrepen door grijporganen en de kippen vervolgens tot buiten de beperkte ruimte worderj gebracht. Wanneer kippen in een beperkte ruimte zijn gebracht, is het mogelijk om door het bewegen van wanddelen 35 van die ruimte de kippen zodanig te positioneren en/of te verplaatsen dat de poten van de kippen tot buiten de ruimte 10031:1 2 reiken, terwijl de kippen zelf zich in die ruimte bevinden. Deze poten kunnen dan worden aangegrepen door grijporganen wanneer deze poten zich op een vooraf bepaalde plaats bevinden of wanneer de plaats van de poten wordt 5 gedetecteerd. Doordat de kippen in de beperkte ruimte zijn opgesloten, is het bovendien mogelijk deze beperkte ruimte, die bij voorkeur wordt gevormd door een kooi, tezamen met de daarin gefixeerde kippen te kantelen of om te keren of anderszins te verplaatsen, zodat de poten goed kunnen 10 worden aangegrepen.
Volgens een kenmerk van de uitvinding kan de beperkte ruimte, die bij voorkeur wordt gevormd door een kooi, welke kooi tevens kan worden gebruikt om de kippen van elders aan 15 te voeren, zodanig zijn gevormd dat een aantal kippen in een rij is geplaatst. Daarbij kan de kooi langwerpig zijn uitgevoerd zodat de kippen die zich in de kooi bevinden zich in één enkele rij bevinden, het is echter ook mogelijk de kooi zodanig uit te voeren dat er meerdere rijen kippen 20 in aanwezig zijn.
Volgens een nader kenmerk van de uitvinding worden de lengte-assen van de kippen die zich in een rij in de beperkte ruimte bevinden in hoofdzaak gelijk gericht. Onder 25 de lengte-as van een kip moet hier worden verstaan een as door de kip die van voor de kip naar achter de kip loopt.
De lengte-assen van de kippen kunnen dwars ten opzichte van de rij staan of kunnen zich in de richting van de rij uitstrekken. In het eerste geval staan de kippen naast 30 elkaar (al of niet met de koppen in dezelfde richting) en in het tweede geval staan de kippen achter elkaar (eveneens al of niet met de koppen in dezelfde richting).
1 0 C 7 3
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding wordt een bodemdeel naar buiten bewogen, althans ten opzichte van de beperkte ruimte. Wanneer de kippen met hun poten op dat bodemdeel steunen zullen deze poten eveneens naar buiten 5 worden bewogen, zodat zij tot buiten de beperkte ruimte reiken. Volgens een verder kenmerk van de uitvinding zijn er twee bodemdelen, die elk een rand hebben die zich onder de kippen bevindt, welke bodemdelen zodanig worden bewogen dat genoemde randen zich uit elkaar bewegen. Het is daarbij 10 mogelijk om de poten van de kippen tussen de twee randen naar buiten te laten steken. In een voorkeursuitvoering worden de twee bodemdelen daarbij gekanteld, zodat die bodemdelen in schuine positie een goot met een open onderkant vormen. De kippen bevinden zich daarbij in de 15 goot en hun poten reiken door de open onderkant.
Overigens wordt opgemerkt dat de kippen doorgaans niet in de beperkte ruimte staan, doch zitten. Wanneer de bodem gaat bewegen, zodat zich een opening vormt, zal de kip de 20 poten strekken.
Teneinde de kippen in een gewenste stand te positioneren kan volgens een ander kenmerk van de uitvinding een zijwanddeel ten opzichte van de beperkte ruimte naar binnen 25 worden bewogen. Daarmee kan bereikt worden dat de lengteassen van de kippen gelijk gericht worden en/of dat de kippen nauwkeurig op de gewenste plaats worden gepositioneerd en/of dat de kippen als het ware worden vast gegrepen om in een bepaalde positie en/of op een bepaalde 30 plaats te worden vastgehouden.
In een voorkeursuitvoering van de uitvinding worden twee tegen over elkaar liggende zijwanddelen naar elkaar toe bewogen, waarbij de zijwanddelen bij voorkeur gekanteld 10032?; 4 worden. Deze kanteling kan plaats vinden om een nabij de onderkant van de zijwand gelegen as er. in een andere voorkeursuitvoering om een as die zich op enige afstand van die onderkant bevindt, zodat alleen het bovengedeelte van 5 de zijwand naar binnen kantelt, bij voorkeur ongeveer de helft van de hoogte van de zijwand. Daarbij worden de kippen niet alleen gedwongen zich in de rij te positioneren doch worden de kippen ook enigszins naar beneden bewogen, hetgeen kan bijdragen tot het naar buiten laten reiken van 10 hun poten.
Volgens een verder kenmerk van de uitvinding kan een bodemdeel met een zijwanddeel zijn verbonden en kunnen deze twee verbonden delen gezamenlijk een kantelbeweging maken. 15 De hoek tussen het bodemdeel en het ermee verbonden zijwanddeel is bij voorkeur groter dan 90°, bij voorbeeld tussen 95° en 120°.
De kantelbeweging wordt bij voorkeur in stappen gemaakt, 20 waarbij in een eerste stand het bodemdeel en het zijwanddeel zich in een positie bevinden waarbij zij delen van de bodem respectievelijk de zijwand vormen. In een tweede stand zijn beide delen zodanig gekanteld dat de poten van de kip tot buiten de beperkte ruimte reiken, 25 waarbij de kip binnen de ruimte wordt vastgehouden. In een derde stand zijn het zijwanddeel en het bodemdeel zo ver gekanteld dat de kip tot buiten de beperkte ruimte kan worden gebracht omdat het bodemdeel zo ver gekanteld is dat de kip kan passeren. De kantelbeweging kan achtereenvolgens 30 van de eerste stand naar de tweede stand plaats vinden, daarna van de tweede stand naar de derde stand en tenslotte van de derde stand terug in de eerste stand, waarbij bij voorkeur middelen aanwezig zijn om het bodemdeel en/of het zijwanddeel in de genoemde standen tijdelijk te fixeren.
1 0 C
•^1 «w/
Voorts kan volgens de uitvinding de beperkte ruimte, die bij voorkeur wordt gevormd door een kooi, geheel of gedeeltelijk worden omgedraaid wanneer de poten van de kippen tot buiten de ruimte reiken, waarmee de poten 5 gebracht kunnen worden op een plaats waar, en/of in een positie waarin, zij gemakkelijk kunnen worden aangegrepen door de grijporganen.
Voordat de poten door de grijporganen worden aangegrepen 10 kunnen de buiten de ruimte reikende poten door middel van stuurorganen in een gewenst stand cf op een gewenste plaats worden gepositioneerd, bij voorkeur in een rij, waarbij telkens twee zich achter elkaar bevindende poten van dezelfde kip zijn. Daarbij kunnen de grijporganen in 15 dwarsrichting ten opzichte van de rij worden verplaatst wanneer zij de poten gaan aangrijpen.
Wanneer de poten van de kippen tot buiten de ruimte reiken kunnen telkens twee poten van een kip zich naast elkaar 20 bevinden, en wel in dwarsrichting ten opzichte van de rij kippen. De stuurorganen kunnen dan bestaan uit langs de poten beweegbare middelen die telkens één van de twee naast elkaar bevindende poten zodanig verplaatst dat die in een rij wordt geplaatst met de andere poot, welke rij 25 evenwijdig is aan de eerdergenoemde rij kippen. Daardoor ontstaat één rij poten, waarvan telkens twee zich bij elkaar bevindende poten van een en dezelfde kip zijn.
De poten kunnen vervolgens door haken worden aangegrepen, 30 in welke haken de poten blijven hangen doordat aan de poten verdikkingen aanwezig zijn. Het is ook mogelijk om de poten eerst aan te grijpen door middel van een bewegende band, of een draaiende schijf, met een rand die voorzien is van uitsparingen waarin de poten worden geplaatst.
1 0 .
6
Nadat de kippen aan hun poten zijn opgehangen kan het zijn dat ze niet gelijk gericht zijn. Dit kan gedetecteerd worden, waarna de haken over de gewenste hoek om een vertikale as kunnen worden geroteerd. Dit is een bekende 5 techniek die reeds wordt toegepast.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een inrichting voor het behandelen van kippen of dergelijk pluimvee, voorzien van grijporganen om de poten van de kippen aan te 10 grijpen teneinde de kippen aan hun poten op te hangen, waarbij een beperkte ruimte aanwezig is waarvan wanddelen, zoals bodemdelen en/of zijwanddelen, zodanig beweegbaar zijn dat de poten van de kippen die zich in de ruimte bevinden tot buiten de ruimte gaan reiken teneinde te 15 worden aangegrepen door de grijporganen.
De uitvinding heeft ook betrekking op een kooi waarin kippen of dergelijk pluimvee worden geplaatst, welke kooi middelen omvat om de kippen in één of meer rijen te 20 positioneren. Een dergelijk kooi kan zowel worden gebruikt voor het aanvoeren van de kippen van elders als bij de behandeling van de kippen, zodat de kippen niet met de hand behoeven te worden overgeladen.
25 Verdere kenmerken van de uitvinding, die zowel afzonderlijk als in combinatie kunnen worden toegepast, zijn beschreven in de figuurbeschrijving en zijn vermeld in de conclusies.
Ter verduidelijking van de uitvinding zullen enige 30 uitvoeringsvoorbeelden worden toegelicht aan de hand van een tekening.
Figuur 1 is een perspectivische weergave van een kooi, figuur 2 en 3 tonen de positie van een kip in een kooi, 1 o o- 7 figuren 4,5 en 6 tonen de wijze waarop de poten van een kip worden aangegrepen, figuur 7 toont de wijze waarop een kip uit de kooi wordt verwijderd, 5 figuur 8 toont een alternatieve wijze voor het aangrijpen van de poten van een kip, figuur 9 is een perspectivisch aanzicht van de inrichting volgens de uitvinding, figuren 10 en 11 tonen een tweede uitvoeringsvoorbeeld van 10 een kooi, en figuur 12 toont de kooi van het tweede uitvoeringsvoorbeeld m perspectivisch aanzicht.
De figuren zijn slechts schematische weergaven van de 15 uitvoeringsvoorbeelden, waarbij overeenkomstige onderdelen met gelijke verwijzingscijfers zijn aangegeven.
Figuur 1 toont een kooi, vervaardigd uit kunststof, met een lengte die vele malen groter is dan de breedte, zodat de 20 kooi een langwerpige vorm heeft. Een dwars ten opzichte van de kooi gelegen zijwand is weggelaten, zodat het inwendige van de kooi zichtbaar is.
De kooi is voorzien van twee zijwanden 1 die zich in 25 lengterichting van de kooi uitstrekken. De zijwanden 1 zijn verbonden met een bovenwand 2. Aan de onderzijde van de kooi zijn de zijwanden 1 voorzien van een loodrecht op de zijwanden staand gedeelte 3, dat een deel van de bodem van de kooi vormt.
30
De kooi volgens de uitvinding kan ook van ander materiaal worden vervaardigd, bijvoorbeeld van metaal. Het is overigens niet ongebruikelijk dat de bovenwand 2 van de kooi niet aanwezig is. Bij het stapelen van de kooien vormt 1 0 0 3 . .
8 dan de bovenliggende kooi de bovenwand van de onderliggende kooi .
5 De kooi heeft een zodanige afmeting dat de kippen in de kooi zich in hoofdzaak op een rij bevinden, dat wil zeggen dat de breedte van de kooi te klein is voor twee naast elkaar aanwezige kippen.
10 De kippen 4 kunnen in de kooi gebracht worden door de bovenwand 2 losneembaar te maken of bijvoorbeeld door een eindwand van de kooi geheel of gedeeltelijk te openen.
Naast het vaste bodemgedeeite 3 zijn beweegbare bodemdelen 15 5 aanwezig die kunnen scharnieren om scharnierassen 6 die zich in lengterichting van de kooi uitstrekken. In de kooi zijn overigens niet weergegeven veermiddelen aanwezig die de beweegbare bodemdelen 5 in de positie houden zoals in figuur 1 is weergegeven. Tegen de veerkracht van deze 20 veermiddelen in kunnen de beweegbare bodemdelen 5 om scharnierassen 6 naar beneden kantelen, waardoor de bodemdelen 5 de zijwanden van een goot vormen, welke goot een open onderzijde heeft.
25 De beweegbare bodemdelen 5 zijn vast verbonden met eveneens beweegbare zijwanddelen 7 die een stompe hoek met bodemdelen 5 maken en tezamen met deze bodemdelen 5 kunnen kantelen om de scharnierassen 6.
30 Figuur 2 toont de kooi volgens figuur 1 in dwarsdoorsnede. Kippen 4 zullen doorgaans in een kooi niet staan doch zitten, zoals is aangegeven in figuur 2.
1003230
Q
Figuur 3 toont de kooi volgens figuur 1 in dwarsdoorsnede, waarbij de beweegbare bodemdeien 5 naar beneden zijn gekanteld, zodat tussen deze bodemdeien 5 een opening ontstaat waardoorheen de poten 8 van de kip 4 zullen 5 reiken. Met de bodemdeien 5 zullen ook de beweegbare zijwanddelen 7 kantelen, waarmee voorkomen wordt dat de kip 4 in een verkeerde positie terecht komt. De kip 4 is nu zodanig gepositioneerd, dat de kooi kan worden omgekeerd waarbij de poten 8 naar boven gericht zijn.
10
De figuren 4,5 en 6 tonen de onderzijde van de kooi wanneer deze ondersteboven bevindt, zodat de poten 8 van de kip 4 naar boven zijn gericht.
15 Teneinde de poten 8 in de juiste positie te brengen om te kunnen worden aangegrepen door een grijporgaan 9 (figuur 6} worden de poten 8 door middel van een stuurorgaan 10 en een positioneerorgaan 12 in een vooraf bepaalde positie gebracht. Ten opzichte van de kooi beweegt het stuurorgaan 20 10 zich in langsrichting, zoals aangegeven met pijl 11, en verplaatst het positioneerorgaan 12 zich in dwarsrichting, zoals aangegeven met pijl 13. Stuurorgaan 10 bestaat bijvoorbeeld uit een eindloze band van zacht materiaal, waardoor een poot 8 die tegen het stuurorgaan 10 ligt 25 enigszins wordt meegenomen en zodanig wordt verplaatst dat positioneerorgaan 12 beide poten 8 kan aangrijpen (figuren 4 en 5). Positioneerorgaan 12 bestaat uit een eindloze band met uitsparingen waarin de poten 8 kunnen worden geplaatst.
30 Nadat de poten 8 door het positioneerorgaan 12 zijn gefixeerd kunnen de poten 8 worden aangegrepen door het grijporgaan 9, zoals is weergegeven in figuur 6. Het zal duidelijk zijn dat de twee poten 8 van een kip 4 steeds in twee naast elkaar gelegen uitsparingen van 1003230 10 positioneerorgaan 12 aanwezig zijn. Teneinde door middel van grijporgaan 9 beide poten aan te kunnen grijpen kunnen de uitsparingen van positioneerorgaan 12 waarin de poten 8 zich bevinden worden gedetecteerd.
5
Figuur 7 toont de manier waarop de kip 4, hangend aan het grijporgaan 9 uit de kooi wordt gebracht. Daarbij kantelen de beweegbare bodemdelen 5 tegen de veerkracht van de eerdergenoemde veermiddelen in tot een positie waarbij de 10 kip 4 tussen deze bodemdelen 5 door naar buiten kan worden getrokken. De zijwanddelen 7 kruisen elkaar daarbij, hetgeen mogelijk is doordat zij zijn voorzien van spijlen die tussen elkaar kunnen reiken, zoals ook blijkt uit figuur 1.
15
Figuur 8 toont een uitvoeringsvoorbeeld waarbij het positioneerorgaan 12 zodanig is uitgevoerd dat dit positioneerorgaan de poten kan aangrijpen en de kip tot buiten de kooi kan brengen. Daartoe zijn de uitsparingen 20 van positioneerorgaan 12 voorzien van een verbreed gedeelte 14 waarin de poten 8 worden gefixeerd. Deze fixatie kan ook plaats vinden doordat de uitsparing een schuin naar beneden gericht verloop heeft waardoor de poten naar beneden glijden in het diepste gedeelte van die uitsparing.
25
Wanneer de poten 8 van de kip 4 worden aangegrepen door middel van het positioneerorgaan 12 zoals weergegeven in figuur 8 kunnen de kippen uit de kooi worden verwijderd zoals weergegeven in figuur 9.
30
Figuur 9 toont in perspectief een gedeelte van een inrichting voor het behandelen van kippen, waarbij de kippen in kooien worden aangevoerd en volledig geautomatiseerd vanuit de kooi aan grijporganen worden 1003230 11 opgehangen, om vervolgens verder getransporteerd te worden, de langwerpige kooien 15, waarin de kippen worden aangevoerd, zijn voorzien van beweegbare bodemdelen 5 die eerste zodanig bewogen worden dat de poten van de kippen 5 tot buiten de kooien 15 reiken. Daarna worden de kooien 15 omgekeerd, waarna zij ondersteboven en achter elkaar op een lopende band 16 worden geplaatst. De lopende band verplaatst zich in de richting aangegeven door pijl 17. Een eindloos positioneerorgaan 12 plaatst zich met een deel van 10 zijn lengte met de lopende band 16 mee, waarbij het positioneerorgaan 12 zodanig ten opzichte van de kooien 15 wordt bewogen dat de poten 8 van de kippen 4 door uitsparingen 18 van het positioneerorgaan worden aangegrepen. Daarbij verplaatst een stuurorgaan 10 zich 15 zodanig langs de poten 8 dat zij in de uitsparingen 18 worden gedrukt (zie figuur 4 en 5). Het positioneerorgaan 12 beweegt zich vervolgens ten opzichte van de kooien 15 in bovenwaartse richting zodat de kipper. 4 uit de kooien 15 worden gehaald. Vervolgens worden de kippen automatisch van 20 het positioneerorgaan 12 in de grijporganen 9 geplaatst, hetgeen een op zichzelf een bekende techniek is.
Nadat de kippen 4 uit de kooi 15 zijn verwijderd sluit de bodemdelen 5 zich onder de werking van de veerkracht van de 25 eerdergenoemde veermiddelen.
Figuren 10,11 en 12 tonen een ander uitvoeringsvoorbeeld van een kooi volgens de uitvinding. In deze kooi kan een zodanige hoeveelheid kippen worden geplaatst dat zij naast 30 elkaar plaats nemen en niet achter elkaar.
De scharnieras 6 bevindt zich bij dit uitvoeringsvoorbeeld ongeveer halverwege de zijwand 1, zodat de beweegbare zijwanddelen 7 zich zowel boven als onder de scharnieras 6 1003230 12 uitstrekken. Het boven de scharnieras 6 gelegen deel van zijwanddeel 7 is voorzien van een verbreed gedeelte 19, dat zodanig gevormd is dat bij het naar beneden kantelen van het zijwanddeel de kip 4 kan verplaatsen waarbij zowel voor 5 de kop als de staart van de kip 4 ruimte beschikbaar blijft.
De beschreven uitvoeringsvormen vormen slechts uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding, binnen het kader 10 van de uitvinding zijn ook andere uitvoeringsvormen mogelij k.
1 0 0 3 2 5 0

Claims (19)

1. Werkwijze voor het behandelen van kippen of dergelijk 5 pluimvee, waarbij de kippen in een positie worden gebracht waarbij zij aan hun poten zijn opgehangen, met het kenmerk, dat de kippen in een beperkte ruimte zijn gebracht, waarna wanddelen van die ruimte, zijnde bodemdelen en/of zijwanddelen, zodanig worden 10 bewogen dat de poten van de kippen tot buiten de ruimte gaan reiken, waarna de poten worden aangegrepen door grijporganen en de kippen vervolgens tot buiten de beperkte ruimte worden gebracht.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de ruimte zodanig gevormd is dat een aantal kippen in een rij is geplaatst.
3. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met 20 het kenmerk, dat de lengte-assen van kippen die zich in een rij in de beperkte ruimte bevinden in hoofdzaak gelijk gericht worden.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met 25 het kenmerk, dat de beperkte ruimte gevormd wordt door een kooi, waarin de kippen worden aangevoerd.
5. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een bodemdeel, ten opzichte van de 30 beperkte ruimte, naar buiten wordt bewogen.
6. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat twee bodemdelen, die elk een rand hebben die zich onder de kippen bevindt, zodanig 10 0? . worden bewogen dat genoemde randen zich uit elkaar bewegen.
7. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met 5 het kenmerk, dat bodemdelen gekanteld worden zodat die bodemdelen in schuine positie een goot met een open onderkant vormen.
8. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met 10 het kenmerk, dat een zijwanddeel ten opzichte van de beperkte ruimte naar binnen wordt bewogen.
9. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat twee tegenover elkaar liggende 15 zijwanddelen naar elkaar toe worden bewogen, waarbij de zijwanddelen bij voorkeur gekanteld worden, zodat althans de bovengedeelten van die zijwanden tot boven de kip reiken.
10. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een bodemdeel met een zijwanddeel is verbonden en dat het bodemdeel en het zijwanddeel gezamenlijk een kantelbeweging maken.
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de beperkte ruimte, nadat de poten van de kippen er buiten reiken, zodanig wordt omgedraaid dat de poten in hoofdzaak naar boven gericht zijn. 30
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de buiten de ruimte reikende poten door middel van stuurorganen in een enkele rij worden 1 0 0 3 . geplaatst, in welke rij telkens twee naast elkaar gelegen poten van dezelfde kip zijn.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat 5 een positioneerorgaan zich in dwarsrichting ten opzichte van de rij verplaatst teneinde de poten te positioneren voordat zij door de grijporganen worden aangegrepen.
14. Inrichting voor het behandelen van kippen of dergelijk pluimvee, voorzien van grijporganen om de poten van de kippen aan te grijpen teneinde de kippen aan hun poten op te hangen, met het kenmerk, dat een beperkte ruimte aanwezig is waarvan wanddelen, zoals 15 bodemdelen en/of zijwanddelen, zodanig beweegbaar zijn dat de poten van kippen die zich in de ruimte bevinden tot buiten de ruimte gaan reiken teneinde te worden aangegrepen.
15. Inrichting volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de beperkte ruimte, die bij voorkeur gevormd wordt door een kooi, middelen omvat die kippen in die ruimte kunnen dwingen tot positionering in een rij, waarbij de lengte-assen van de kippen in hoofdzaak 25 gelijk gericht zijn.
16. Inrichting volgens een der conclusies 14-15, gekenmerkt door middelen voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een der conclusies 1-12. 30
17. Inrichting volgens een der conclusies 14-16, gekenmerkt door middelen om bodemdelen van de beperkte ruimte te bewegen van een eerste stand, waarbij de kippen zich in de kooi bevinden, naar een 1 0 0 3 1 tweede stand, waarbij de poten van de kippen buiten de kooi reiken en van die tweede stand naar een derde stand, waarbij de kippen uit de kooi kunnen worden verplaatst. 5
18. Kooi waarin kippen of dergeiijk pluimvee kunnen worden geplaatst, gekenmerkt door middelen om de kippen in een of meer rijen te positioneren.
19. Kooi volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de kooi beweegbare wanddelen heeft, in het bijzonder bodemdelen en/of zijwanddelen, waarmee een rij kippen zodanig kan worden verplaatst dat de poten van de betreffende kippen tot buiten de kooi reiken. 1 0 0 3 2: i
NL1003230A 1996-05-30 1996-05-30 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen. NL1003230C2 (nl)

Priority Applications (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1003230A NL1003230C2 (nl) 1996-05-30 1996-05-30 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen.
AU29158/97A AU2915897A (en) 1996-05-30 1997-05-28 Method and device for handling chickens
AU29159/97A AU2915997A (en) 1996-05-30 1997-05-28 Method and device for handling chickens
PCT/NL1997/000296 WO1997045003A1 (nl) 1996-05-30 1997-05-28 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen________
PCT/NL1997/000298 WO1997045005A1 (nl) 1996-05-30 1997-05-28 Werkwijze eninrichting voor het behandelen van kippen
PCT/NL1997/000297 WO1997045004A1 (nl) 1996-05-30 1997-05-28 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen
AU29157/97A AU2915797A (en) 1996-05-30 1997-05-28 Method and device for handling chickens

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1003230A NL1003230C2 (nl) 1996-05-30 1996-05-30 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen.
NL1003230 1996-05-30

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1003230C2 true NL1003230C2 (nl) 1997-12-03

Family

ID=19762939

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1003230A NL1003230C2 (nl) 1996-05-30 1996-05-30 Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1003230C2 (nl)

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1011200C2 (nl) * 1999-02-02 2000-08-03 Meyn Maschf Inrichting voor het vastgrijpen van de poten van gevogelte.
US6254472B1 (en) 2000-01-28 2001-07-03 Meyn Food Processing Technology B.V. Apparatus for suspending poultry with the legs from a hanging conveyor
US7134956B2 (en) 1999-12-23 2006-11-14 Georgia Tech Research Corporation Automated feet-gripping system

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AU6003980A (en) * 1980-07-02 1982-01-07 Parker, A.E. Jr. Shackling system for live poultry
EP0145077A2 (en) * 1983-11-28 1985-06-19 van den Brink, Hendrikus Gerrit Device for conveying chickens to a slaughtering plant
WO1992020223A1 (en) * 1991-05-14 1992-11-26 British Technology Group Ltd. Poultry-handling assembly
EP0533288A1 (en) * 1991-09-20 1993-03-24 Machinefabriek Meyn B.V. Method and apparatus for suspending poultry with its legs from a suspension conveyor
NL9201061A (nl) * 1992-06-15 1994-01-03 Johannus Albertus Derks Werkwijze en inrichting voor het aangrijpen van de poten van pluimvee alsmede slachtlijn voor pluimvee.
WO1994019957A1 (en) * 1993-03-01 1994-09-15 Poutech A/S A method for suspending live poultry by the legs and apparatus, catching means and shackle for carrying out the method

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AU6003980A (en) * 1980-07-02 1982-01-07 Parker, A.E. Jr. Shackling system for live poultry
EP0145077A2 (en) * 1983-11-28 1985-06-19 van den Brink, Hendrikus Gerrit Device for conveying chickens to a slaughtering plant
WO1992020223A1 (en) * 1991-05-14 1992-11-26 British Technology Group Ltd. Poultry-handling assembly
EP0533288A1 (en) * 1991-09-20 1993-03-24 Machinefabriek Meyn B.V. Method and apparatus for suspending poultry with its legs from a suspension conveyor
NL9201061A (nl) * 1992-06-15 1994-01-03 Johannus Albertus Derks Werkwijze en inrichting voor het aangrijpen van de poten van pluimvee alsmede slachtlijn voor pluimvee.
WO1994019957A1 (en) * 1993-03-01 1994-09-15 Poutech A/S A method for suspending live poultry by the legs and apparatus, catching means and shackle for carrying out the method

Cited By (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1011200C2 (nl) * 1999-02-02 2000-08-03 Meyn Maschf Inrichting voor het vastgrijpen van de poten van gevogelte.
EP1025753A1 (en) * 1999-02-02 2000-08-09 Meyn Food Processing Technology B.V. Apparatus for gripping the feet of poultry
US6254471B1 (en) 1999-02-02 2001-07-03 Meyn Food Processing Technology B.V. Apparatus for gripping the legs of poultry
US7134956B2 (en) 1999-12-23 2006-11-14 Georgia Tech Research Corporation Automated feet-gripping system
US6254472B1 (en) 2000-01-28 2001-07-03 Meyn Food Processing Technology B.V. Apparatus for suspending poultry with the legs from a hanging conveyor

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP0839455B1 (en) Eviscerator
CA1225803A (en) Filleting apparatus
EP0145077B1 (en) Device for conveying chickens to a slaughtering plant
US5334083A (en) Method and device for mechanically drawing slaughtered poultry
US5672100A (en) Method for suspending live poultry by the legs and an apparatus, catching means and slaughter shackle for carrying out the method
NL1003230C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen.
US7628684B2 (en) Monolithic bacon hanger
JP7524217B2 (ja) オーバーハングレール搬送システム
EP0345036B1 (en) Off-loading conveying system
NL8501748A (nl) Fileermachine.
NL8103823A (nl) Drijfgang voor slachtvee.
KR101920135B1 (ko) 섀클에 매달리는 위치에 조류를 배치하기 위한 방법 및 장치
US5168642A (en) Tobacco drying apparatus
NL9200676A (nl) Inrichting voor het automatisch aan transporthaken hangen van te slachten pluimvee.
JP2024500667A (ja) オーバーハングレール搬送システム
NL1005771C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het behandelen van kippen.
NL8501798A (nl) Inrichting voor het slachten van dieren, zoals varkens.
NL9201061A (nl) Werkwijze en inrichting voor het aangrijpen van de poten van pluimvee alsmede slachtlijn voor pluimvee.
NL1018513C2 (nl) Snijbloementransportinrichting.
KR20210045215A (ko) 식용육 꽂이장치
NL9201574A (nl) Werkwijze en inrichting voor het verwijderen en verwerken van een organenpakket van een slachtdier.

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
SD Assignments of patents

Owner name: JOHANNES HENDRIKUS VAN HOUT

VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20031201