NL1004381C2 - Ballonkatheter met spoel. - Google Patents
Ballonkatheter met spoel. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1004381C2 NL1004381C2 NL1004381A NL1004381A NL1004381C2 NL 1004381 C2 NL1004381 C2 NL 1004381C2 NL 1004381 A NL1004381 A NL 1004381A NL 1004381 A NL1004381 A NL 1004381A NL 1004381 C2 NL1004381 C2 NL 1004381C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- balloon
- coil
- catheter
- balloon member
- conductor
- Prior art date
Links
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims abstract description 31
- 238000000151 deposition Methods 0.000 claims abstract description 3
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract 5
- 239000012815 thermoplastic material Substances 0.000 claims 1
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 abstract 1
- 239000004033 plastic Substances 0.000 abstract 1
- 238000009834 vaporization Methods 0.000 abstract 1
- 230000005672 electromagnetic field Effects 0.000 description 2
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 230000001939 inductive effect Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 238000007740 vapor deposition Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01R—MEASURING ELECTRIC VARIABLES; MEASURING MAGNETIC VARIABLES
- G01R33/00—Arrangements or instruments for measuring magnetic variables
- G01R33/20—Arrangements or instruments for measuring magnetic variables involving magnetic resonance
- G01R33/28—Details of apparatus provided for in groups G01R33/44 - G01R33/64
- G01R33/32—Excitation or detection systems, e.g. using radio frequency signals
- G01R33/34—Constructional details, e.g. resonators, specially adapted to MR
- G01R33/34084—Constructional details, e.g. resonators, specially adapted to MR implantable coils or coils being geometrically adaptable to the sample, e.g. flexible coils or coils comprising mutually movable parts
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/06—Devices, other than using radiation, for detecting or locating foreign bodies ; Determining position of diagnostic devices within or on the body of the patient
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61M—DEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
- A61M25/00—Catheters; Hollow probes
- A61M25/10—Balloon catheters
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61M—DEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
- A61M25/00—Catheters; Hollow probes
- A61M25/10—Balloon catheters
- A61M25/104—Balloon catheters used for angioplasty
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Public Health (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Biophysics (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Surgery (AREA)
- Molecular Biology (AREA)
- Medical Informatics (AREA)
- Pathology (AREA)
- Condensed Matter Physics & Semiconductors (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Human Computer Interaction (AREA)
- Child & Adolescent Psychology (AREA)
- Pulmonology (AREA)
- Anesthesiology (AREA)
- Hematology (AREA)
- Magnetic Resonance Imaging Apparatus (AREA)
Description
5
BALLONKATHETER HET SPOEL
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een katheter die in het bijzonder bestemd is om gebruikt te worden bij inwendig onderzoek van een patiënt onder 10 MRI-omstandigheden.
De katheter volgens de uitvinding is gekenmerkt in conclusie 1.
De door de balloninrichting gedragen elektrische geleider wordt met de balloninrichting bij een 15 patiënt ingebracht. Hierbij verkeert elk ballonorgaan van de balloninrichting in gedeflateerde toestand, zodat deze inrichting een kleine diameter heeft.
Wanneer de balloninrichting op de beoogde plaats in het lichaam van de patiënt is gemanoeuvreerd, 20 kan elk ballonorgaan worden geïnflateerd teneinde de in een patroon aangebrachte elektrische geleider te ontplooien. De elektrische geleider heeft een interactie met het magnetisch veld van de MRI-inrichting, die een aantal diagnostische mogelijkheden verschaft.
25 Zo kan de geleider gevoed worden met een ge schikte elektrische stroom, waardoor een het veld van de MRI-inrichting beïnvloedend magneetveld ontstaat, dat zichtbare invloeden op het MRI-scherm teweegbrengt. Ook kan de geleider geheel passief zijn en door een specifie-30 ke verandering van het magneetveld tot een eveneens zichtbaar artefact op het MRI-scherm leiden. Het magneetveld van de MRI-inrichting kan ook gebruikt worden door een elektrische stroom in de geleider te induceren, waarvan de eigenschappen gemeten kunnen worden.
35 Bij voorkeur wordt de maatregel van conclusie 2 toegepast. Door de spoelvorm zijn de verwachte onderlinge beïnvloedingen voorspelbaar, waardoor specifieke doeleinden bereikt kunnen worden.
' t 2
Een verdere ontwikkeling is .gekenmerkt in conclusie 3. De verschillende spoelvormen vertonen een reactie die afhankelijk is van de richting van het magneetveld ter plaatse, zodat de reacties van elk van de 5 spoelvormen afzonderlijk, te zamen een indicatie van de omstandigheden ter plekke waar de balloninrichting zich bevindt, kunnen opleveren.
Een geschikte uitvoeringsvorm is daarbij gekenmerkt in conclusie 4.
10 De spoelvormen kunnen daarbij op één ballonor- gaan worden aangebracht. Wanneer de maatregel van conclusie 5 wordt toegepast, wordt het aanbrengen van de geleiders eenvoudiger.
In die gevallen waarin het gewenst is de in-15 vloed van het omgevende veld op de elektrische geleider te meten, dan wel deze elektrische geleider met een voedingsspanning te voeden, wordt bij voorkeur de maatregel van conclusie 6 toegepast.
De geleider kan op verschillende wijzen aan het 20 ballonorgaan worden aangebracht. Een geschikte uitvoeringsvorm is gekenmerkt in conclusie 7.
Een andere geschikte uitvoeringsvorm is gekenmerkt in conclusie 8.
De uitvinding zal verder worden toegelicht in 25 de volgende beschrijving aan de hand van de bijgevoegde figuren.
Figuur 1 toont een gedeeltelijk weggebroken en gedeeltelijk schematisch perspectivisch aanzicht van 30 een ballonkatheter volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont een distaai einde van een ballonkatheter volgens een andere uitvoeringsvorm.
Figuur 3 toont een derde uitvoeringsvorm van de balloninrichting van de katheter volgens de uitvin-35 ding.
Figuur 4 toont een vierde uitvoeringsvorm.
1004381 3
De in fig. 1. getoonde katheter 1 volgens de uitvinding omvat een slangvormig basislichaam 2 met aan een distaai einde een balloninrichting 3, die in deze uitvoeringsvorm 1 een ballonorgaan 5 omvat. Aan het 5 tegenoverliggende proximale einde is een aansluitorgaan 4 aangebracht, waardoorheen een lumen 7 in het slangvormige orgaan 2 toegankelijk is en waardoorheen bijvoorbeeld aan het ballonorgaan 5 een medium onder druk kan worden toegevoerd, teneinde het ballonorgaan 5 vanuit de gede-10 flateerde inbrengtoestand in de weergegeven, geïnfla-teerde gebruikstoestand te expanderen.
Zoals de figuur laat zien draagt het ballonorgaan 5 een in een patroon aangebrachte elektrische geleider 6, waarbij het patroon bij dit uitvoeringsvoorbeeld 15 een spoelvorm is. De weerseinden van de spoelvorm zijn verbonden met verbindingsleidingen 8, 9 die door de wand van het basislichaam 2 naar het proximale einde van de katheter 2 lopen. Bij een andere uitvoeringsvorm kunnen de leidingen door een afzonderlijk lumen worden gevoerd. 20 Nabij het proximale einde zijn de geleiders 8, 9 naar buiten uitgevoerd en lopen deze uit in een aansluiting 10.
Met de aansluiting 10 kan een geschikte spanningsbron worden verbonden, welke spanningsbron een 25 gelijkstroom of een wisselstroom met een willekeurige golfvorm kan leveren. Hierdoor wordt door de in een spoelvorm aangebrachte geleider 6 een geschikt elektromagnetisch veld rondom het ballonorgaan 5 opgewekt, dat inwerkt op het magnetisch veld van de MRI-inrichting. De 30 hierdoor veroorzaakte invloed op het met de MRI-inrich-ting gevormde beeld verschaft extra informatie omtrent het gebied waar de balloninrichting 3 in het lichaam van de patiënt zich bevindt.
Bij een andere gebruikswijze wordt de spoel 6 35 gebruikt als ontvangstinrichting in het omgevende elektromagnetische veld. Met deze ontvangstinrichting kan de sterkte van het veld ter plekke worden bepaald, hetgeen ïOü^ei 4 weer informatie kan verschaffen omtrent de aard van het de balloninrichting 3 omgevende weefsel van de patiënt.
Bij de balloninrichting 3 van fig. 1 heeft de daarop aangebrachte spoelvorm 6 een spoelas die in hoofd-5 zaak coaxiaal is met de langsas van het basislichaam 2.
Het kan echter ook gewenst zijn om een spoel met een spoelas onder een andere hoek ter beschikking te hebben. Dit is verwezenlijkt in de uitvoeringsvorm van fig. 2. De balloninrichting 15 van fig. 2 omvat een 10 ballonorgaan 16 en een daarbinnen aangebracht ballonor-gaan 18. Het buitenste ballonorgaan 16 draagt een geleider 17 die in een spoelvorm is aangebracht, met een spoelas die dwars op de langsrichting van het basislichaam van de katheter staat.
15 Het binnenste ballonorgaan 18 draagt een gelei der 19 die weer in een spoelvorm is aangebracht met een spoelas welke coaxiaal is met de langsas van het basislichaam. Aldus worden twee spoelvormen verschaft met onderling loodrechte spoelassen.
20 Elke geleider 17, 19 is weer verbonden met verbindingsleidingen 20, 21 die naar het proximale einde zijn gevoerd.
Het toevoeren van medium onder druk voor het expanderen van de ballonorganen 16, 18 geschiedt via 25 lumens in het basislichaam, welke niet in detail zijn getoond.
Het basislichaam omvat verder een lumen 22 dat zich door het gehele basislichaam uitstrekt en aan het uiterste distale einde open is. Door dit lumen 22 kan 30 een leidraad worden gevoerd, ter geleiding van het distale einde van de katheter naar de gewenste positie in het lichaam van een patiënt.
Een andere mogelijkheid om spoelvormen met onderling onder een hoek staande spoelassen te realiseren 35 is getoond in fig. 3. Hier omvat de getoonde balloninrichting 25 drie ballonorganen 26, 27, 28 die achter elkaar zijn aangebracht aan het basislichaam. Elk ballonorgaan 26, 27, 28 heeft een langwerpige vorm en draagt
V
5 een elektrische geleider respectievelijk 29, 30, 31 met een spoelas die in hoofdzaak evenwijdig aan de langsas van het betreffende ballonorgaan verloopt. Door de getoonde rangschikking van de ballonnen 26-28 worden drie 5 spoelen 29, 30, 31 gevormd, met drie onderling loodrechte assen, zodat de veldsterkte in drie onderling loodrechte richtingen kan worden bepaald of beïnvloed. De met de elektrische geleiders op de ballonorganen verbonden t verbindingsleidingen 32 zijn weer via het basislichaam 10 naar het proximale einde van de katheter gevoerd.
Bij een andere uitvoeringsvorm kunnen de ballonorganen de meer gebruikelijke bolvorm hebben.
De elektrische geleiders kunnen op verschillende manieren aan de ballonorganen worden aangebracht.
15 Geschikt is het aanbrengen van de geleider met een depo-sitietechniek, bijvoorbeeld opdampen. De geleider wordt dan zeer flexibel en kan de vervormingen van het betreffende ballonorgaan volgen, zonder dat een onderbreking in de geleider optreedt.
20 Er kan echter ook uitgegaan worden van een draadvormige geleider die op een ballonorgaan wordt gelijmd, daaraan vast wordt gesmolten of ingesloten wordt in een dubbele wand.
Bij de uitvoeringsvorm van fig. 4 omvat de 25 balloninrichting 35 één ballonorgaan 36 met twee geleiders 37, 38. De geleider 37 is aangebracht op het buitenoppervlak van het ballonorgaan 36 en de geleider 38 is aan het binnenoppervlak van het ballonorgaan 36 aangebracht. De geleider kunnen ook op eenzelfde oppervlak, 30 bij voorkeur het buitenste worden aangebracht, indien deze van een isolatie worden voorzien. Zoals wordt getoond zijn de geleiders 37, 38 weer aangebracht in spoel-vormen, waarbij in dit geval de spoelassen van deze spoelvormen onderling loodrecht zijn.
35 Hoewel bij de hier getoonde uitvoeringsvormen voor de duidelijkheid telkens spoelvormen met een cilindrische basisvorm of bolvorm zijn getoond, kan de geleider in elk gewenst patroon op of aan de ballonorganen 1004381 6 worden aangebracht. De. toegepaste vorm hangt daarbij mede af van de gekozen gexpandeerde vorm van het ballonorgaan. Zo zijn behalve de getoonde spoelvormen ook spiraalvormen, zigzagvormen en dergelijke mogelijk. Door een ge-5 schikte keuze van het ballonorgaan kunnen ook zadelvormige spoelen in de geëxpandeerde toestand van de betreffende ballonnen worden verkregen.
Bij de uitvoeringsvorm van fig. 2 kan het bijvoorbeeld zo zijn dat het binnenste ballonorgaan 18 10 onafhankelijk van het buitenste ballonorgaan 16 kan worden geëxpandeerd. Hierdoor kan een bewerking worden uitgevoerd met alleen het buitenste ballonorgaan 16 in geëxpandeerde toestand en het binnenste ballonorgaan 18 nog in de gedeflateerde toestand, zodat een zo klein 15 mogelijke onderlinge beïnvloeding van de spoelen kan optreden. Ook bij een uitvoeringsvorm zoals getoond in fig. 3 kunnen de ballonorganen 26-28 afzonderlijk expan-deerbaar worden uitgevoerd.
De verbindingsleidingen van de geleiders aan de 20 ballonorganen naar het proximale einde van de katheter kunnen op veel verschillende wijzen worden uitgevoerd. Zo kan, op de getoonde wijze, voor elke elektrische geleider aan een ballonorgaan een afzonderlijk paar verbindingsleidingen naar het proximale einde worden toegepast, maar 25 kan ook bij een relatief groot aantal elektrische geleiders bijvoorbeeld een multiplexer worden toegepast. In de verbindingsleidingen kunnen elektronische schakelingen worden opgenomen zoals voorversterkers en afstemmings- en aanpassingselektronica. Al deze en dergelijke uitvoe-30 ringsvormen worden geacht binnen het kader van de bijgevoegde conclusies te vallen.
' ,'· o \ • \ ' < r,
Claims (9)
1. Katheter omvattende een slangvormig basislichaam met een distaa,l en een proximaal einde, een nabij het distale einde aangebrachte balloninrichting die ten minste één ballonorgaan omvat en die een in een patroon 10 aangebrachte elektrische geleider draagt.
2. Katheter volgens conclusie 1, waarbij het patroon een spoelvorm is.
3. Katheter volgens conclusie 1, waarbij het patroon een aantal spoelvormen omvat, elk met een spoel- 15 as, en waarbij de spoelassen van de spoelvormen zich in verschillende richtingen uitstrekken.
4. Katheter volgens conclusie 3, omvattende drie spoelvormen, waarbij de spoelassen in hoofdzaak loodrecht op elkaar staan.
5. Katheter volgens conclusie 3 of 4, waarbij elke spoelvorm door een afzonderlijk ballonorgaan wordt gedragen.
6. Katheter volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij elektrische verbindingsleidingen met 25 einden van de geleider zijn verbonden die zich door het basislichaam naar het proximale einde uitstrekken.
7. Katheter volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de elektrische geleider op het materiaal van het ballonorgaan is aangebracht met een deposi- 30 tietechniek.
8. Katheter volgens conclusie 7, waarbij de elektrische geleider op het materiaal van het ballonorgaan is opgedampt.
9. Katheter volgens één van de conclusies 1-8, 35 waarbij het ballonorgaan van thermoplastisch materiaal is en de elektrische geleider in het materiaal van het ballonorgaan is opgenomen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004381A NL1004381C2 (nl) | 1996-10-30 | 1996-10-30 | Ballonkatheter met spoel. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004381 | 1996-10-30 | ||
| NL1004381A NL1004381C2 (nl) | 1996-10-30 | 1996-10-30 | Ballonkatheter met spoel. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1004381C2 true NL1004381C2 (nl) | 1998-05-08 |
Family
ID=19763758
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1004381A NL1004381C2 (nl) | 1996-10-30 | 1996-10-30 | Ballonkatheter met spoel. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1004381C2 (nl) |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2000022904A3 (de) * | 2000-02-02 | 2002-02-14 | Scherrer Inst Paul | Vorrichtung zur positionsbestimmung von körperteilen und verwendung der vorrichtung |
| EP1128765A4 (en) * | 1998-11-13 | 2005-08-10 | Univ Johns Hopkins | MAGNETIC RESONANCE MINIATURE COILS OF CATHETER AND ASSOCIATED METHODS |
| WO2005107841A3 (en) * | 2004-05-06 | 2005-12-29 | Boston Scient Scimed Inc | Intravascular device with inflatable member carrying a mri antenna |
| EP1751582A4 (en) * | 2004-05-04 | 2009-09-30 | Gen Hospital Corp | POSITIONING A COIL NETWORK |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0385367A1 (en) * | 1989-02-27 | 1990-09-05 | Medrad Inc. | Intracavity probe and interface device for MRI imaging and spectroscopy |
| US4960106A (en) * | 1987-04-28 | 1990-10-02 | Olympus Optical Co., Ltd. | Endoscope apparatus |
| US5050607A (en) * | 1987-03-04 | 1991-09-24 | Huntington Medical Research Institutes | High resolution magnetic resonance imaging of body cavities |
| US5318025A (en) * | 1992-04-01 | 1994-06-07 | General Electric Company | Tracking system to monitor the position and orientation of a device using multiplexed magnetic resonance detection |
| WO1994012102A1 (en) * | 1992-11-25 | 1994-06-09 | Medrad, Inc. | Endorectal probe with planar movable mri coil |
-
1996
- 1996-10-30 NL NL1004381A patent/NL1004381C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5050607A (en) * | 1987-03-04 | 1991-09-24 | Huntington Medical Research Institutes | High resolution magnetic resonance imaging of body cavities |
| US4960106A (en) * | 1987-04-28 | 1990-10-02 | Olympus Optical Co., Ltd. | Endoscope apparatus |
| EP0385367A1 (en) * | 1989-02-27 | 1990-09-05 | Medrad Inc. | Intracavity probe and interface device for MRI imaging and spectroscopy |
| US5318025A (en) * | 1992-04-01 | 1994-06-07 | General Electric Company | Tracking system to monitor the position and orientation of a device using multiplexed magnetic resonance detection |
| WO1994012102A1 (en) * | 1992-11-25 | 1994-06-09 | Medrad, Inc. | Endorectal probe with planar movable mri coil |
Cited By (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1128765A4 (en) * | 1998-11-13 | 2005-08-10 | Univ Johns Hopkins | MAGNETIC RESONANCE MINIATURE COILS OF CATHETER AND ASSOCIATED METHODS |
| WO2000022904A3 (de) * | 2000-02-02 | 2002-02-14 | Scherrer Inst Paul | Vorrichtung zur positionsbestimmung von körperteilen und verwendung der vorrichtung |
| US7204796B1 (en) | 2000-02-02 | 2007-04-17 | Northern Digital Inc. | Device for determining the position of body parts and use of the same |
| EP1751582A4 (en) * | 2004-05-04 | 2009-09-30 | Gen Hospital Corp | POSITIONING A COIL NETWORK |
| WO2005107841A3 (en) * | 2004-05-06 | 2005-12-29 | Boston Scient Scimed Inc | Intravascular device with inflatable member carrying a mri antenna |
| US7496397B2 (en) | 2004-05-06 | 2009-02-24 | Boston Scientific Scimed, Inc. | Intravascular antenna |
| US8116846B2 (en) | 2004-05-06 | 2012-02-14 | Boston Scientific Scimed, Inc. | Intravascular antenna |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0858815B1 (en) | Balloon catheter with radioactive means | |
| US12239447B2 (en) | Multi-axial position sensors printed on a folded flexible circuit board | |
| US5792055A (en) | Guidewire antenna | |
| US7194297B2 (en) | Impedance-matching apparatus and construction for intravascular device | |
| US7096057B2 (en) | Method and apparatus for intracorporeal medical imaging using a self-tuned coil | |
| US6847837B1 (en) | MR imaging method and medical device for use in method | |
| CA2372001C (en) | Magnetic resonance imaging guidewire probe | |
| EP2334364B1 (en) | Catheter for magnetic resonance guided procedures | |
| US20080208043A1 (en) | Apparatus and construction for intravascular device | |
| EP1128765A4 (en) | MAGNETIC RESONANCE MINIATURE COILS OF CATHETER AND ASSOCIATED METHODS | |
| NL1004381C2 (nl) | Ballonkatheter met spoel. | |
| US8610531B2 (en) | Microcoil construction | |
| HK1043032A1 (zh) | 可膨胀的磁共振成像接收线圈 | |
| WO2004013647A1 (en) | Method and apparatus for intracorporeal medical mr imaging using self-tuned coils | |
| CN100419448C (zh) | 用于磁共振成像中的导管 | |
| CA2494228A1 (en) | Method and apparatus for intracorporeal medical mr imaging using self-tuned coils |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20010501 |