NL1004436C2 - Voerhek. - Google Patents
Voerhek. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1004436C2 NL1004436C2 NL1004436A NL1004436A NL1004436C2 NL 1004436 C2 NL1004436 C2 NL 1004436C2 NL 1004436 A NL1004436 A NL 1004436A NL 1004436 A NL1004436 A NL 1004436A NL 1004436 C2 NL1004436 C2 NL 1004436C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tilting
- feeding
- fence
- locking
- sound
- Prior art date
Links
- 239000004033 plastic Substances 0.000 claims abstract description 31
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 claims abstract description 31
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract description 22
- 238000013016 damping Methods 0.000 claims description 24
- 239000011358 absorbing material Substances 0.000 claims description 12
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 claims description 12
- 239000005060 rubber Substances 0.000 claims description 12
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 3
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims description 2
- 239000004636 vulcanized rubber Substances 0.000 claims description 2
- 238000004073 vulcanization Methods 0.000 claims 1
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 description 11
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 3
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 2
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 2
- 244000043261 Hevea brasiliensis Species 0.000 description 1
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 description 1
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 238000012790 confirmation Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000007774 longterm Effects 0.000 description 1
- 229920003052 natural elastomer Polymers 0.000 description 1
- 229920001194 natural rubber Polymers 0.000 description 1
- -1 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 230000008719 thickening Effects 0.000 description 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/06—Devices for fastening animals, e.g. halters, toggles, neck-bars or chain fastenings
- A01K1/0606—Devices for fastening animals, e.g. halters, toggles, neck-bars or chain fastenings by means of grids with or without movable locking bars
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Zoology (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Packaging Of Annular Or Rod-Shaped Articles, Wearing Apparel, Cassettes, Or The Like (AREA)
- Treatment Of Liquids With Adsorbents In General (AREA)
- Lock And Its Accessories (AREA)
- Refuge Islands, Traffic Blockers, Or Guard Fence (AREA)
- Catching Or Destruction (AREA)
- Advancing Webs (AREA)
- Valve Device For Special Equipments (AREA)
- Eye Examination Apparatus (AREA)
- Liquid Crystal Substances (AREA)
- Floor Finish (AREA)
Description
Voerhek.
De uitvinding heeft betrekking op een voerhek met een onderligger en een bovenligger en een aantal deze liggers met elkaar verbindende verticale delen, omvattend een aantal op regelmatige afstand van elkaar geplaatste, 5 in hoofdzaak verticale spijlen, die telkens één zijde van een vreetplaats begrenzen, welke vreetplaatsen aan de andere zijde begrensd zijn middels een kantelspijl, die op kantelbare wijze bevestigd is in het voerhek om te kunnen kantelen tussen een eerste stand -toegangsstand-, waarin 10 de kantelbuis schuin staat en de vreetopening een in hoofdzaak V-vormige doorgang vormt, en tenminste één tweede stand -vangstand-, waarin de kantelspijl in hoofdzaak verticaal staat. In de bovenligger is voor elke kantelspijl een grendelmiddel aangebracht, waarbij het 15 voerhek voorzien is van een bedieningsstang, die zich evenwijdig aan het vlak van het voerhek uit strekt en voorzien is van middelen voor bediening van de grendelmid-delen.
Dergelijke voerhekken zijn algemeen bekend en 20 worden onder meer beschreven in Europees octrooi 322.023. In hoofdzaak zijn daarbij twee uitvoeringen te onderscheiden. In de eerste uitvoering is de kantelbuis te kantelen tussen de genoemde eerste en de genoemde tweede stand. Hierbij is de kantelbuis scharnierbaar bevestigd aan een 25 geknikte spijl, die zich eveneens uitstrekt tussen de 10 0 4446 2 bovenligger en de onderligger. Het scharnierpunt ligt hierbij in het midden of enigszins beneden het verticale midden van het voerhek. Het gedeelte van de geknikte spijl dat zich boven het scharnierpunt uitstrekt divergeert ten 5 opzichte van de aan de andere zijde van de vreetopening gelegen verticale spijl. Het gedeelte van de geknikte spijl dat zich beneden het scharnierpunt uitstrekt, loopt daarbij in hoofdzaak verticaal, tot aan de onderligger. De kantelbuis kan daardoor niet verder kantelen dan de voor-10 noemde tweede stand, althans tot aanslag tegen het onderste gedeelte van de geknikte spijl. In de eerste stand van de kantelspijl wordt een toegang voor de kop van een koe verschaft, zodat deze met haar kop bij het voer kan komen dat aan de andere zijde van het voerhek aangeboden is. De 15 kop van de koe zal dan neerwaarts bewegen, waarbij op een gegeven moment de kantelspijl op een plaats beneden het scharnierpunt beroerd zal worden, zodat de kantelspijl van de eerste stand naar de tweede stand zal kantelen tot deze tegen de geknikte spijl klapt. In de bovenligger is een in 20 één richting werkende grendelklep opgenomen, waaronder het boveneind van de kantelbuis kan passeren, maar dit zal, na het terugvallen van de grendelklep naar een blokkerende positie, niet terug kunnen bewegen. De kantelbuis wordt aldus in teruggaande richting tegengehouden door de gren-25 delklep en in verdergaande beweging tegengehouden door het onderste deel van de geknikte spijl. Tijdens het voeren zal de koe regelmatig heen en weer bewegen met haar kop en hals, zodat de kantelbuis tegen het onderste gedeelte van de geknikte spijl geslagen zal worden en terug tegen de 30 grendelklep. Zowel bij het kantelen van de eerste stand naar de tweede stand van de kantelbuis, als tijdens het voeren kan daardoor een metaal-op-metaal-geluid gegenereerd worden, hetgeen, indien men bedenkt dat honderden vreetplaatsen in een stal ondergebracht kunnen zijn, 35 gepaard kan gaan met een aanzienlijk lawaai.
In het tweede type voerhek heeft ook het onderste gedeelte van de geknikte spijl een divergerend verloop 1004436 3 ten opzichte van de verticale spijl, zodat de kantelbuis van de tweede stand door kan klappen naar een derde stand -veiligheidsstand-, waarin de vreetopening een in hoofdzaak omgekeerde V-vormige doorgang vormt. Een derge-5 lijk voerhek wordt ook wel aangeduid als veiligheidsvoer-hek, omdat de koe, indien dat nodig is, de kop in de ligstand enigszins kan verdraaien en dan terug kan trekken om van het voerhek los te komen. Om de kantelspijl in de tweede stand vast te leggen, zijn doorgaans in de boven-10 ligger twee in tegengestelde richtingen werkende grendel-kleppen opgenomen. Voor beide grendelkleppen zijn bedie-ningsmiddelen op de bedieningsstang nodig. De afstand tussen de aanslagoppervlakken van de beide grendelkleppen is groter dan de afmeting van het boveneind van de kantel-15 spijl, zodat de kantelbuis in de tweede stand zal klapperen met een voor de arbeidsomstandigheden van de in de stal aanwezige werknemers nadelig gevolg.
Lawaai kan stress veroorzaken bij de aanwezige dieren, hetgeen produktieverlies tot gevolg heeft.
20 De uitvinding heeft tot doel in althans een van de voornoemde onvolkomenheden in bestaande voerhekken verbetering te verschaffen, en voorziet daartoe in een voerhek van de in de aanhef genoemde soort, waarbij elk grendelmiddel opgenomen is binnen de bovenligger en voor-25 zien is van van de eerste stand afgekeerde grendelopper-vlakken voor het boveneind van de kantelspijl, waarvan de zwaaibaan althans gedeeltelijk binnen de bovenligger gelegen is, waarbij het boveneind eerste aanslagoppervlakken omvat, die samenwerken met de grendeloppervlakken 30 en vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof. Aldus kan er op eenvoudige wijze voor worden zorggedragen dat het contact tussen grendelkleppen en kantelspijlen een laag geluidsniveau heeft. Ook in bestaande voerhekken kan deze voorziening worden aange-35 bracht, bijvoorbeeld door het bevestigen van een rubber plaatje op het boveneind van een kantelspijl. De grendelkleppen kunnen hierbij ongemoeid gelaten worden.
1 C ?/.<? 3 6 4
Door aan het boveneind van de kantelspijl zelf een aanslagoppervlak van geluiddempend materiaal, zoals kunststof te voorzien voor de grendelklep wordt de mogelijkheid geschapen om op eenvoudige wijze tot een verdere 5 geluidsreductie in het voerhek te komen.
Het boveneind omvat daarbij bij voorkeur tweede aanslagoppervlakken, die radiaal uitsteken van de rest van de kantelspijl om in de eerste stand in aanslag te kunnen komen met vaste spijlen in het voerhek en die vervaardigd 10 zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
De eerste en/of tweede geluiddempende aanslagoppervlakken zorgen ook voor geluiddempend contact met een eventuele meenemer, die aangebracht is op een hulpbedie-ningsstang, welke verschuifbaar opgenomen is om de kantel-15 spijl van de eerste naar de tweede stand te brengen op te halen of, in het geval van een veiligheidsvoerhek, de kantelspijl naar de verder, doorgekantelde stand. Hiermee is een derde functie vervuld.
Aan de bovenzijde van het boveneind van de 20 kantelspijl zijn bij voorkeur vierde aanslagoppervlakken voorzien, die eveneens vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof en aan kunnen komen tegen de onderzijde van de grendelmiddelen om deze op te lichten bij kanteling daarlangs van de eerste stand naar de tweede 25 stand.
Het boveneind van de kantelspijl is opgenomen in de bovenligger via een sleufvormige opening daarin, en zal enigszins heen en weer bewogen kunnen worden in een richting dwars op het hoofdvlak van het voerhek. Het boveneind 3 0 van de kantelspijl zal dan tegen de begrenzingen van de sleufvormige onderopening aan kunnen komen, hetgeen gepaard gaat met een aanzienlijke geluidsproductie. Om dit lawaai tegen te gaan is het boveneind van elke kantelspijl bij voorkeur aan beide zijden, die in hoofdzaak evenwijdig 35 aan het vlak van het voerhek gelegen zijn, voorzien van vijfde aanslagoppervlakken, die vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
5
In het geval van een veiligheidsvoerhek kan het boveneind van de kantelspijl voorts bij voorkeur voorzien zijn van zesde aanslagoppervlakken van geluiddempend materiaal, zoals kunststof, die kunnen samenwerken met een 5 blokkeer- of grendelmiddel, zoals een grendelklep, die nabij de tweede stand opgesteld is en in een richting werkt die tegengesteld is aan eerstgenoemde grendelmiddel.
In het geval van een veiligheidsvoerhek is het boveneind van de kantelspijl verder bij voorkeur voorzien 10 van zevende aanslagoppervlakken van geluidddempend materiaal, zoals kunststof, die een aanslag vormen voor de kantelspijl tegen de verticale spijl die de andere zijde van de vreetplaats begrenst.
Volgens de uitvinding is er voorts in voorzien 15 om een of meer van de voornoemde, min of meer horizontaal werkende kunststof aanslagoppervlakken als één geheel met elkaar te vormen, in de vorm van een omlopend oppervlak. Hierbij kan gedacht worden aan een ring van geluiddempend materiaal, zoals kunststof, die eenvoudig aangebracht 20 wordt op het boveneind van de kantelspijl en dan zes van de voornoemde functies kan vervullen. Het is daarbij voordelig indien het omlopende oppervlak één geheel vormt met een bovenvlak van geluiddempend materiaal, zoals kunststof, om aldus een dop van geluiddempend materiaal, 25 zoals kunststof te vormen die op de kantelspijl bevestigd is en alle zeven voornoemde functies kan vervullen.
Een dergelijke dop kan een benedendeel bezitten, dat op klemmende wijze op de buisvormige kantelspijl geschoven is een als een geheel daarmee gevormd bovendeel, 30 dat het omlopende oppervlak vormt.
Een dergelijke dop kan ook eenvoudig aangebracht worden op bestaande voerhekken, bijvoorbeeld nadat het bovenste deel van een kantelspijl afgezaagd is, waarna de (kunststof) dop eenvoudig op dat boveneind gestoken kan 35 worden. De bevestiging kan bijvoorbeeld plaatsvinden middels een snapverbinding.
Opgemerkt wordt dat uit de Europese octrooiaan- 1 0 044 36 6 vrage 0.562.679 een voerhek bekend is, waarbij de kantel-spijlen bovenaan en/of onderaan voorzien zijn gaten en daarin geklemde rubberen staafjes, die van de kantelspijl uitsteken om dempend aan te kunnen slaan tegen respectie-5 velijk het schuine, bovenste gedeelte van de geknikte spijl en het onderste, verticale gedeelte van de geknikte spijl, respectievelijk in de eerste stand en in de tweede stand. Nabij het boveneind kan de kantelspijl bovendien aan de andere zijde voorzien zijn van eenzelfde, rubber 10 staafje, dat dempend aan kan komen tegen een neerwaarts uit de bovenligger uitstekende vaste aanslag, waarmee een voorbij de tweede stand kantelen van de kantelspijl voorkomen wordt. Hiermee wordt echter geen reductie verkregen van het geluid dat gegenereerd wordt door beweging van de 15 kantelspijlen tegen de grendelkleppen, danwel delen van de bovenligger.
Opgemerkt wordt verder dat uit de Duitse octrooiaanvrage 34.39.451 een voerhek bekend is, waarbij de grendelkleppen aan de bovenligger gelegerd zijn met behulp 20 van een tussengeplaatst rubber legerblok, en waarbij binnen het schuin afgezaagde boveneind van de kantelspij-len een rubber blok geplaatst is, dat met het bovenvlak op kan lopen tegen de onderzijde van de metalen grendelklep en met een van de eerste stand afgekeerd gedeelte aan kan 25 komen tegen een vaste, neerwaarts van de bovenligger uitstekende vaste aanslag voor de tweede stand. Voor geluidsreductie in de eerste stand is op de geknikte spijl een aparte rubber aanslag voorzien, die bovendien uitzet-baar is om de kantelspijl in de tweede stand te houden.
30 De uitvinding voorziet voorts in een voerhek, waarbij het grendelmiddel gevormd is door een grendelklep, die op een om een horizontale scharnieras draaibare wijze bevestigd is in de bovenligger en een aan de ene zijde van de scharnieras gelegen grendeldeel omvat en een aan de 35 andere zijde van de scharnieras gelegen bedieningsdeel, waarbij de bovenligger een horizontale bovenwand bezit waarin ter plaatse van de bedieningsdelen van de grendel- * Γ; O. * , , ·.
o b 7 kleppen vingerbedieningsgaten zijn aangebracht, waarbij de scharnieras nabij de bovenwand gelegen is en het bedie-ningsdeel zich in de grendelstand van de grendelklep nagenoeg horizontaal uitstrekt.
5 Op deze wijze wordt, onafhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van geluiddempende aanslagopper-vlakken op het boveneind van de kantelspijl, een verhoogd bedieningsgemak gekregen in een voerhekconstructie, die op zich bekend is van de Nederlandse octrooiaanvrage 10 92.00982. Door de maatregelen volgens de uitvinding zal het vingerbedieningsgat in de gesloten stand - de tweede stand van de kantelspijl - afgedicht zijn. Doordat het bedieningsdeel direct achter het vingerbedieningsgat en loodrecht op de toevoerrichting van de bedienende vinger 15 gelegen is worden betere aangrijpingsmogelijkheden voor de vinger verschaft en zal de bediening zeer veilig en betrouwbaar zijn.
Voor verdere geluidsreductie zijn de grendel-kleppen bij voorkeur vervaardigd van kunststof.
20 Verdere of alternatieve geluidsreductie kan in het voerhek van de in de aanhef genoemde soort verkregen worden, door aan de kantelspijl - bijvoorbeeld in het beneden het kantelpunt van de kantelspijlen gelegen ondergedeelte daarvan - een dempingsmiddel te voorzien, dat bij 25 voorkeur gelegen is aan de van de vreetplaats afgekeerde zijde van de kantelspijl. Gewoonlijk worden hiervoor rubber nagels gebruikt, die echter nogal snel afbreken.
Volgens de uitvinding wordt er in voorzien dat het dempingsmiddel een in een gat in de kantelspijl beves-30 tigde blindklinknagel is, op het tegenhoudplaatje waarvan een lichaam van geluiddempend materiaal bevestigd is. Dit materiaal is bij voorkeur rubber, dat op het tegenhoudplaat je gevulcaniseerd, gelijmd danwel op andere geschikte wijze bevestigd is.
35 De klinknagel wordt gestoken in een daarvoor gemaakt gat in de kantelspijl, en vervolgens vastgeklonken. Het lichaam van geluiddempend materiaal zit dan op 1 0 044 36 8 zeer stevige en betrouwbare wijze vast aan de kantelspijl voor langdurige werking.
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven 5 voorbeelduitvoeringen.
Getoond wordt in: figuur 1 een aanzicht op een voerhek volgens de uitvinding, met kantelspijlen; figuur 2 een aanzicht, schuin van boven, op een 10 opengewerkte bovenligger van het voerhek van figuur 1; figuur 3 de afbeelding van figuur 2, thans echter in een verticaal vlak; figuur 4 een verticale doorsnede door de spijl-dop van het voerhek van figuren 1-3; 15 figuur 5 een verticale doorsnede, in een vlak loodrecht op het vlak van doorsnede van figuur 4, van dezelfde spijldop; figuur 5A een aanzicht op de spijldop van de figuren 4 en 5; 20 figuur 6A-6C respectievelijk een bovenaanzicht, een zij-aanzicht en een aanzicht in perspectief van onderaf van een grendelklep voor het voerhek volgens de uitvinding; figuur 7 een perspectivisch aanzicht, van onder-25 af, op een alternatieve grendelklep volgens de uitvinding; en figuur 8 een doorsnede door een blindklinknagel met kantelspijldemper volgens de uitvinding.
Het in figuur 1 weergegeven voerhek 1 omvat in 30 principe een onderligger 3 en een bovenligger 4, waarin een verschuifbare bedieningsstang en daardoor bediende grendelkleppen 18 - voor elke vreetopening tenminste één -opgenomen zijn. De onderligger 3 en bovenligger 4 zijn bevestigd aan niet nader weergegeven standpijpen, die met 35 een onderste gedeelte ingeklemd zijn in de betonnen stal-vloer 2. Op de stalvloer 2 en tegen de standpijpen is een langsschot 36 geplaatst, waarmee het voer tegengehouden ' 'V . 36 9 wordt in de richting van de staan/ligplaats van het vee.
In het voerhek 1 zijn een aantal vreetopeningen gerealiseerd, waarvan er hier drie zijn weergegeven. Opgemerkt wordt dat de linker vreetopening afwijkt van de 5 middelste en de rechtse vreetopening. Laatstgenoemde twee vreetopeningen behoren bij een zogenaamd veiligheidsvoer-hek, waarin de kantelspijl 7 door kan kantelen. Hierop zal in het onderstaande nog nader worden ingegaan.
Tussen de onderligger 3 en de bovenligger 4 10 strekken zich verticale spijlen 5 en 6 uit, alsmede een geknikte spijl 8. De spijlen 5 en 6 zijn aan hun boveneind middels bevestigingsplaten 11 en aan hun ondereind middels bevestigingsplaten 12, bijvoorbeeld middels lassen, aan de bovenligger 4 respectievelijk onderligger 3 bevestigd. De 15 geknikte spijl 8 is aan zijn boveneind eveneens bevestigd aan de bevestigingsplaat 11 en aan zijn ondereind aan de onderligger 3. Op een plaats in het midden of enigszins beneden het midden van de afstand tussen de boven- en onderligger is de knik voorzien, alwaar een beugel 34 20 bevestigd is, welke beugel aan haar uiteinde een schar-nierpen 35 draagt, waarop de kantelspijl 7 bevestigd is. In het scharnierpunt kan een veer voorzien zijn, die de kantelspijl enigermate dwingt naar de links in het voerhek weergegeven stand, de toegangsstand. De vreetopening heeft 25 hierbij een in hoofdzaak V-vormige gedaante, geschikt om bovenin de kop van een koe te ontvangen, welke koe daarna door het neerwaarts bewegen van kop en hals de kantelspijl in de richting A kan laten verdraaien, naar de in het midden van het voerhek in figuur 1 weergegeven stand. In 30 die stand bevindt de kantelspijl zich in hoofdzaak verticaal, en zal deze gegrendeld kunnen zijn middels de gren-delklep 18. De vreetopening heeft dan een in hoofdzaak rechthoekige vorm, waarbij de afstand tussen de kantelspijl 7 en de verticale spijl 5 kleiner is dan de breedte 3 5 van de kop van de koe.
In het midden in figuur 1 zijn twee typen knik-spijlen weergegeven. Met gestreepte lijnen is het onderste 1004436 10 gedeelte van de knikspijl van de linker vreetopening opnieuw weergegeven. Met getrokken lijnen is weergegeven een kantelspijl 8, die geschikt is voor een veiligheids-voerhek. Het bovenste gedeelte van de kantelspijl 8a, is 5 identiek aan het bovenste gedeelte 8a van de linker vreetopening. Het onderste gedeelte 8c loopt echter in tegenstelling tot het onderste gedeelte 8b in de linker vreet opening eveneens divergerend naar de verticale spijl 6 om daarop bevestigd te zijn, zodat de kantelspijl 7 verder 10 kan klappen in de richting B, althans indien de grendel-klep 18 buiten werking gesteld is. Dan kan de rechts in figuur 1 weergegeven situatie bereikt worden, de zogenaamde veiligheidsstand, waarin de koe haar kop mogelijk kan terugtrekken uit het onderste gedeelte van de nu omgekeerd 15 U-vormige vreetopening.
Wanneer de koe haar kop heeft kunnen terugtrekken zal de kantelspijl 7 als gevolg van de voornoemde veerspanning neigen terug te draaien in de richting C en, indien de grendelkleppen 18 geschikt gevormd zijn, verder 20 zwaaien in de richting D om tot nabij het bovenste gedeelte 8a van de knikspijl te komen.
Als gevolg van aanraking van de koeien en aanslag bij het eind van een kantelbeweging zullen de kantel-spijlen veel contactgeluid kunnen veroorzaken. Dit is in 25 het bijzonder het geval bij het naar de toegangsstand terugklappen van de kantelspijl en in de vangstand. Met de maatregelen volgens de uitvinding wordt dit contactgeluid op verregaande wijze tegengegaan.
In figuur 2 is de bovenligger 4 weergegeven in 30 opengewerkte toestand. De bovenligger omvat een kokervormig profiel, dat aan de onderzijde een langwerpige spleet vormt, waardoorheen de boveneinden van de kantelspijlen kunnen zwaaien. De doorsnede is dus in hoofdzaak omgekeerd U-vormig. Weergegeven zijn de bovenwand 14, een zijwand 35 15, een helft van de bodemwanden 16 en de de gleuf begren zende zijrand 17 daarvan. Binnen het U-vormige profiel is, op de tekening gezien aan de voorzijde, een platte bedie- 1004436 11 ningsstang 17 opgenomen, die verschuifbaar is en steunt op de niet weergegeven andere helft van bodemwand 16. De bedieningsstang 70 is bij elke vreetplaats voorzien van een uitsparing 27, waarin het grendeldeel 25 van grendel-5 klep 18 kan vallen om dan in de baan te komen van kantel-spijl 7. Begrepen zal worden dat een uitsparing alternatief ook gevormd kan zijn door het gebied tussen twee verhogingen op de bedieningsstang die elk voorzien zijn ter plaatse van een vreetopening. Wanneer de grendelklep 10 18 uit de grendelende stand is gebracht rust grendeldeel 25 bovenop de bedieningsstang 70 en kan de kantelspijl onderlangs het grendeldeel 25 verzwaaid worden. De grendelklep 18 is met behulp van scharnierpen 23 op niet nader weergegeven wijze verdraaibaar bevestigd aan het kokerpro-15 fiel, in het bijzonder de zijwanden 15 daarvan. Aan de andere zijde van scharnier 23 bevindt zich bedieningsdeel 24 van de grendelklep 18, welk bedieningsdeel een plat bedieningsvlak 26 bezit (zie figuur 3). In de bovenwand 14 van het kokerpofiel zijn bij elke vreetplaats bedienings-20 gaten 22 aangebracht, die doorgang kunnen verlenen aan een vinger van de agrariër.
Bijzonder is nu dat het bedieningsdeel 24 onder een hoek a, die afwijkt van 180°, gelegen is ten opzichte van het grendeldeel. Hierdoor wordt bereikt dat in de in 25 de figuren 2a en 3 weergegeven grendeltoestand het bovenoppervlak 26 van het bedieningsdeel 4 parallel loopt aan de bovenwand 14, op een minimale afstand daarvan. Hierdoor wordt enerzijds een afdichting van het bedieningsgat 22 verkregen in de grendelstand, anderzijds zal de vinger van 3 0 de agrariër snel contact maken met het oppervlak 26, waardoor de bediening van de grendelklep 18 op betrouwbare wijze plaatsvindt. Het is daarbij mogelijk om de grendelklep, die bij voorkeur uit kunststof vervaardigd is, een opvallende kleur te geven, zodat het aanstonds duidelijk 3 5 zal zijn voor de agrariër waar het bedieningsgat voor de grendelklep zich bevindt, in het geval er meerdere gaten aangebracht zijn in de bovenwand 14. Het is ook mogelijk 1 004436 12 om een verhoging mee te vormen op het oppervlak 26, welke verhoging tenminste tot in het bedieningsgat 22 reikt.
Zoals in figuren 6A en 6B te zien is, is de grendelklep 18 aan het uiteinde van het grendeldeel voor-5 zien van een grendelvlak 56, dat onder een hoek β staat ten opzichte van de hoofdvlakken van het grendeldeel 25, waarbij de hoek β gelijk is aan 90° - a. Het uiteinde van het grendeldeel 25 is voorts voorzien van een steunvlak 57, dat loodrecht staat op het grendelvlak 56. Met steun-10 vlak 57 steunt de grendelklep op de begrenzing van uitsparing 27 in de bedieningsstang 70.
In figuur 7 is grendelklep 18' weergegeven, die overeenkomt met grendelklep 18 maar bijzonder geschikt is voor zogenoemde brede bovenliggers. Het grendeldeel 25' is 15 aan de onderzijde voorzien van aangevormde nokken 58, die tot effect hebben dat, indien de bedieningsstang bediend wordt om de grendelklep 18' uit de grendelstand te bewegen, de daarvoor benodigde schuifslag te verkorten, omdat zij een verlaging betekenen van het onderoppervlak van het 20 grendeldeel en derhalve snel aankomen tegen de in figuur 3 gezien linker begrenzing van uitsparing 27. In dit geval is aan beide zijden een nok 58 voorzien, om een keuze te behouden voor wat betreft de zijde van de kantelspijl waar de bedieningsstang in de brede bovenligger komt te liggen. 25 In de figuren 2 en 3 is voorts de kantelspijl 7 te zien, die aan het boveneind voorzien is van een daarop gestoken kunststof dop 20. Deze dop 20 is in de plaats gekomen van het gewone boveneind van ronde kantelspijl 7, welke kantelspijl 7 vervaardigd is van staal. In het geval 30 van een nieuw voerhek is de kantelspijl 7 daartoe korter gehouden dan gebruikelijk is, in het geval van een oud voerhek zal het boveneind van de kantelspijl, dat gewoonlijk afgeplat is, afgezaagd kunnen zijn.
Zoals in detail te zien is in de figuren 4, 5 en 35 5A bestaat de kunststof spijldop 20 in hoofdzaak uit een benedendeel 28 en een bovendeel 29. Het benedendeel 28 dient om de spijldop 20 klemvast, tegen axiale verplaat- OC 44 36 13 sing en rotatie, vast te zetten op de kantelspijl.
Het benedendeel 2 8 omvat een omlopende wand 37, die aan het ondereind verjongd uitgevoerd is, met een binnenste zoekrand 32 en een buitenste schuine wand 33, om 5 verwondingen te voorkomen. Aan de binnenzijde is de omlopende wand 37 voorzien van verticale ribben 34, die radiaal binnenwaarts gerichte, axiale klemvakken vormen. Radiaal daarbinnen gelegen is een omlopende wand 36, die met omlopende wand 37 een spieetvormige ruimte 31 bepaalt, 10 waarin het boveneind van de kantelspijl 7 klemvast opgenomen kan worden. De omlopende wand 36 bepaald een binnenholte 30, waardoor de omlopende wand 36 bij het opzetten op de kantelspijl 7 enigszins naar binnen kan ontwijken, mocht dat nodig zijn.
15 De omlopende wand 37 is voorts op tenminste één plek, op afstand van het ondereind voorzien van een uitsparing, waarin een snaptong 35 met snapuiteinde 66 gelegen is. Het snapuiteinde 66 kan samenwerken met een op een geschikte plaats in kantelspijl 7 gemaakt gat, zodat na 20 het opzetten van de spijldop 20 op de kantelspijl 7 de spijldop 20 tegen rotatie en omhoog schuiven geborgd is.
Het benedendeel 28 is middels tussendeel 67 stevig verbonden met het bovendeel 29, dat een rechthoekige horizontale doorsnede bezit, zoals te zien is in figuur 25 5A. Het bovendeel 29 is uit overwegingen van materiaalbe- sparing en materiaalverwerking hol uitgevoerd. Nochtans is er naar gestreefd om het bovendeel 29 zo stijf mogelijk uit te voeren, hetgeen bereikt is door de roostervormige doorsnede (zie figuur 2), met omlopende wand 68 en tussen-30 wanden 39 en 40. Aldus worden kamers 38 (hier zes) bepaald, vanaf de bodem waarvan verstijvingsribben 41 opwaarts reiken. De stijve ribben 41 reiken tot tenminste het niveau van de onderwand van de bovenligger.
De spijldop 20, in het bijzonder het bovendeel 35 29 daarvan, verenigt in zich niet minder dan zeven aan- slagoppervlakken. Te onderscheiden zijn een eerste aan-slagoppervlak 42, dat samen kan werken met grendelopper- 1 n o / - 14 vlak 56 van de grendelklep 18. Daar beneden bevindt zich aansluitend een tweede aanslagoppervlak 43, dat op dempende wijze aan kan komen tegen het boveneind van geknikte spijl 8a. De eerste aanslagoppervlakken 42 en de daaron-5 dergelegen tweede aanslagoppervlakken 43 hebben voldoende lengte om derde aangrijpoppervlakken 47 te vormen die op dempende wijze aangegrepen te kunnen worden door een niet nader weergegeven ophaalmeenemer, die opgenomen kan zijn in de bovenligger 4 en op op zich bekende wijze werkzaam 10 kan zijn om de kantelspijl 7 te dwingen te kantelen in de richting A.
Aan de bovenzijde vormen de omlopende wand 68 en de tussenwanden 39 en 40 vierde aanslagoppervlakken 44, die samen kunnen werken met het onderoppervlak van gren-15 deldeel 25 van grendelklep 18, bij een beweging in de richting A (figuur 1) . Aan weerszijden, zoals in figuur 5 is weergegeven, bevinden zich vijfde aanslagoppervlakken 45, die geluiddempend aan kunnen komen tegen de randen 17 van het kokerprofiel van de bovenligger 4.
20 Aan de van de eerste en tweede aanslagoppervlak ken afgekeerde zijde is het bovendeel 29 van spijldop 20 voorzien van een zesde aanslagoppervlak 46, dat op een zelfde wijze als eerste aanslagoppervlak 42 kan samenwerken met een grendelklep, die ten opzichte van grendelklep 25 18 en kantelspijl 7 op spiegelsymmetrische wijze aange bracht is in de bovenligger 4, in het geval van een vei-ligheidsvoerhek, zoals weergegeven in het midden en rechts van figuur 1. Mocht er geen sprake zijn van een veilig-heidsvoerhek, dan kan het vijfde aanslagoppervlak 46 30 samenwerken met een vast in het bovenprofiel gemonteerd aanslagblok, dat bij voorkeur eveneens vervaardigd is van kunststof of een ander geluiddempend materiaal.
Tenslotte kan onderscheiden worden het zevende aanslagoppervlak 48, waarmee dempend aangeslagen kan 35 worden tegen de verticale spijl 5 die de andere zijde van de vreetopening begrenst.
De open bovenzijde van de spijldop 20 maakt deze 15 geschikt om vergrendeld te worden met behulp van een van een aangrijp- en steunverdikking 76 voorziene stoppen 75, die in een ter plaatse van de vreetstand voorzien gat 77 in de bovenwand 14 van de bovenligger 4 en dan in de open 5 kamers van de spijldop 20 gestoken kan worden (zie figuren 4, 5). Op deze wijze kan de agrariër tevens direct waarnemen welke kantelspijlen zich in de vergrendelde vreetstand bevinden.
Het materiaal waarvan de klep 18 en de dop 20 10 vervaardigd zijn is geluiddempend, slijtvast en sterk. Een geschikt materiaal is polypropeen, maar andere geschikte kunststoffen of geschikte natuurrubbers kunnen ook in aanmerking komen.
In figuur 1 is nog een extra demper 19 op de 15 kantelspijl 7 weergegeven. Bij kanteling van de kantel-spijl 7 in de richting A kan het benedendeel van de kantelspijl 7 aanslaan tegen benedengedeelte 8b van de geknikte spijl. Het is gebleken dat rubber dopjes, die in een gat in de kantelspijl 7 worden gestoken, geen lang 20 leven beschoren zijn. Volgens de uitvinding is er in voorzien om een blindklinknagel in een daarvoor gemaakt gat in kantelspijl 7 te steken, zoals in figuur 8 is weergegeven. De blindklinknagel heeft een kop 61, een stuikhuls 62, een tegenhoudplaatje 64 en een daarop gevul-25 caniseerd rubber blokje. Bij het aantrekken van de blindklinknagel, in het bijzonder het staafje 60 daarvan, vervormt de stuikhuls 62 naar de vorm weergegeven met 62', waarna de blindklinknagel vast opgesloten is op de kantelspijl 7 tussen vervormde stuikhuls 62' en tegenhoudplaatj 30 64. Daarmee zit ook het rubber blokje 63 stevig op zijn plaats. Het rubber blokje kan bijvoorbeeld 4 è 15 mm dik zi jn.
Claims (21)
1. Voerhek met een onderligger en een bovenligger, en een aantal van deze liggers met elkaar verbindende verticale delen, omvattende een aantal op regelmatige afstand van elkaar geplaatste, in hoofdzaak verticale 5 spijlen, die telkens één zijde van een vreetplaats begrenzen, welke vreetplaatsen aan de andere zijde begrensd zijn middels een kantelspijl die op kantelbare wijze bevestigd is in het voerhek om te kunnen kantelen tussen een eerste stand, waarin de kantelbuis schuin staat en de vreetope-10 ning een in hoofdzaak V-vormige doorgang vormt, en tenminste een tweede stand, waarin de kantelspijl in hoofdzaak verticaal staat, waarbij in de bovenligger voor alle kantelspijlen tenminste een grendelmiddel aangebracht is, waarbij het voerhek voorzien is van een bedieningsstang, 15 die zich evenwijdig aan het vlak van het voerhek uitstrekt en voorzien is van middelen voor bediening van de grendel-middelen, waarbij elk grendelmiddel opgenomen is binnen de bovenligger en voorzien is van van de eerste stand afgekeerde grendeloppervlakken voor het boveneind van de 20 kantelspijl, waarvan de zwaaibaan althans gedeeltelijk binnen de bovenligger gelegen is, waarbij het boveneind eerste aanslagoppervlakken omvat, die samenwerken met de grendeloppervlakken en vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
2. Voerhek volgens conclusie 1, waarbij het boveneind tweede aanslagoppervlakken omvat, die radiaal uitsteken van de rest van de kantelspijl om in de eerste stand in aanslag te kunnen komen met vaste spijlen in het voerhek, en vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, 30 zoals kunststof.
3. Voerhek volgens conclusie 1, waarbij het 1 }V voerhek voorts voorzien is van een verschuifbare hulp-bedieningsstang, die voorzien is een van binnen de bovenligger gelegen meenetners voor het ophalen van de kantel-spijl, welke meenemer voorzien is van oppervlakken die 5 samenwerken met door de eerste en/of de tweede aanslagop-pervlakken gevormde derde aanslagoppervlakken op het boveneind van de kantelspijlen voor het bij verschuiving van de hulp-bedieningsstang laten kantelen van de kantel-spijl in een richting naar de tweede of een verder gekan- 10 telde stand toe, waarbij de derde aanslagoppervlakken vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof .
4. Voerhek volgens conclusie 3, waarbij de derde aanslagoppervlakken zich in de langsrichting van de kan- 15 telspijl uitstrekken op een plaats en over een lengte die samenvalt met de bewegingsbaan van de meeneemoppervlakken over het boveneind van de kantelspijl.
5. Voerhek volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het boveneind vierde aanslagoppervlakken 20 omvat, die opwaarts gekeerd zijn en zodanig gelegen zijn dat de grendelmiddelen in de zwaaibaan daarvan steken opdat het boveneind de grendelmiddelen op kan lichten bij een beweging van de eerste stand naar de tweede stand, waarbij de vierde aanslagopervlakken vervaardigd zijn van 25 geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
6. Voerhek volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het boveneind van elke kantelspijl aan weerszijden gelegen zijden omvat, die vijfde aanslagoppervlakken vormen, waarvan de normaal in hoofdzaak loodrecht 30 op het vlak van het voerhek staat en die vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
7. Voerhek volgens een der voorgaande conclu sies, waarbij de bovenligger voorzien is van een verder grendelmiddel voor het tegenhouden van de kantelspijl naar 35 een kanteling van de tweede stand naar een verder gekantelde, veiligheidsstand, waarbij het verdere grendelmiddel opgenomen is binnen de bovenligger en voorzien is van naar 1004436 de eerste stand toegekeerde grendeloppervlakken voor het boveneind van de kantelspijl, waarvan de zwaaibaan althans gedeeltelijk binnen de bovenligger gelegen is, waarbij het boveneind van de kantelspijl zesde aanslagoppervlakken 5 omvat, die samenwerken met de grendeloppervlakken van het verdere grendelmiddel en vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
8. Voerhek volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het boveneind zevende aanslagoppervlakken 10 omvat, die radiaal uit steken van de rest van de kantelspijl om in een verder dan de tweede gekantelde veilig-heidsstand in aanslag te kunnen komen met vaste spijlen in het voerhek, en vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
9. Voerhek volgens een der voorgaande conclu sies, waarbij het boveneind van de kantelspijl een omlopend oppervlak van kunststof materiaal bezit, dat de eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en/of zevende aanslagoppervlakken bevat.
10. Voerhek volgens conclusie 8, waarbij het omlopende oppervlak één geheel vormt met een van geluiddempend materiaal, zoals kunststof bovenvlak, dat de vierde aanslagoppervlakken vormt.
11. Voerhek volgens conclusie 10, waarbij het 25 boveneind gevormd is als een dop van geluiddempend materiaal, zoals kunststof, die op een kantelspijl van metaal bevestigd is.
12. Voerhek volgens conclusie 11, waarbij de kunststof dop een benedendeel bezit dat op klemmende wijze 3. op de buisvormige kantelspijl geschoven is en een als een geheel daarmee gevormd bovendeel, dat het omlopend oppervlak vormt.
13. Voerhek volgens conclusie 12, waarbij het benedendeel van de dop voorzien is van een snapvinger, die 35 past in een in de kantelspijl aangebrachte snapopening.
14. Dop van geluiddempend materiaal met een ondereind dat voorzien is van middelen voor bevestiging op 1 0 0 4 4 ? c het boveneind van een kantelspijl van een voerhek.
15. Voerhek volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het grendelmiddel gevormd is door een gren-delklep, die op een om een horizontale scharnieras draai- 5 bare wijze bevestigd is in de bovenligger en een aan de ene zijde van de scharnieras gelegen grendeldeel omvat en een aan de andere zijde van de scharnieras gelegen bedie-ningsdeel, waarbij de bovenligger een horizontale bovenwand bezit waarin ter plaatse van de bedieningsdelen van 10 de grendelkleppen vingerbedieningsgaten zijn aangebracht, waarbij de scharnieras nabij de bovenwand gelegen is en het bedieningsdeel zich in de grendelstand van de grendel-klep nagenoeg horizontaal uitstrekt.
16. Voerhek volgens conclusie 15, waarbij de 15 grendelkleppen vervaardigd zijn van geluiddempend materiaal, zoals kunststof.
17. Voerhek volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de kantelspijl voorzien is van een of meerdere dempingsmiddelen, die gevormd zijn door een in 20 een gat in de kantelspijl bevestigde blindklinknagel, op het tegenhoudplaatje waarvan een lichaam van geluiddempend materiaal bevestigd is.
18. Voerhek volgens conclusie 17, waarbij het geluiddempend materiaal rubber is, dat op het tegenhoud- 25 plaatje bevestigd is, bijvoorbeeld door vulcanisatie.
19. Voerhek volgens conclusie 17 of 18, waarbij het dempingsmiddel gelegen is aan de van de vreetplaats afgekeerde zijde van de kantelspijl.
20. Voerhek volgens conclusie 19, waarbij het 30 bevestigingsmiddel voorzien is in het beneden het kantel- punt van de kantelspijl gelegen gedeelte van de kantelspijl.
21. Blindklinknagel, waarvan het tegenhoudplaat-je aan de trekzijde voorzien is van daarop bevestigd dem- 35 pend materiaal, bij voorkeur daarop gevulcaniseerd rubber. r'. ^ L ... Q O
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004436A NL1004436C2 (nl) | 1996-11-05 | 1996-11-05 | Voerhek. |
| DK97203382T DK0845206T3 (da) | 1996-11-05 | 1997-11-04 | Foderhæk |
| AT97203382T ATE237222T1 (de) | 1996-11-05 | 1997-11-04 | Fressgitter |
| DE69720921T DE69720921T2 (de) | 1996-11-05 | 1997-11-04 | Fressgitter |
| EP97203382A EP0845206B1 (en) | 1996-11-05 | 1997-11-04 | Feeding rack |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1004436A NL1004436C2 (nl) | 1996-11-05 | 1996-11-05 | Voerhek. |
| NL1004436 | 1996-11-05 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1004436C2 true NL1004436C2 (nl) | 1998-05-08 |
Family
ID=19763801
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1004436A NL1004436C2 (nl) | 1996-11-05 | 1996-11-05 | Voerhek. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0845206B1 (nl) |
| AT (1) | ATE237222T1 (nl) |
| DE (1) | DE69720921T2 (nl) |
| DK (1) | DK0845206T3 (nl) |
| NL (1) | NL1004436C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6708857B1 (en) | 1997-09-05 | 2004-03-23 | Sgt Explotitatie B.V. | Method for cutting a glass duct, such as a gas chromatography column, a glass fiber, and the like, and device for practicing this method |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2812172B1 (fr) * | 2000-07-31 | 2003-02-14 | Jose Fornes | Balancier de cornadis comprenant un dispositif anti-bruit |
| FR2943214B1 (fr) * | 2009-03-19 | 2012-10-05 | Jose Fornes | Blocage antibruit pour balancier pivotant de cornadis |
| EP2737793B1 (en) * | 2010-11-12 | 2017-01-18 | GEA Farm Technologies GmbH | Self-locking feed fence |
| KR101992974B1 (ko) * | 2017-09-21 | 2019-06-26 | 안광덕 | 틸팅 사료급이기 |
Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0063184A1 (en) * | 1981-04-15 | 1982-10-27 | De Erven G.de Boer B.V. | Feeding fence for cattle stables |
| DE3439451A1 (de) * | 1983-11-09 | 1985-05-15 | Sonntag GmbH, 8945 Legau | Vorrichtung an selbstfanggattern fuer rinder |
| EP0322023A1 (en) * | 1987-12-16 | 1989-06-28 | Spinder Stalinrichting B.V. | Feed barrier |
| NL9200982A (nl) * | 1984-01-20 | 1992-10-01 | Spinder Stalinrichting Bv | Voerhek voorzien van een in de bovenbalk ingebouwd sluitmechanisme. |
| EP0562678A1 (en) * | 1992-03-26 | 1993-09-29 | De Boer Stalinrichtingen B.V. | Stroke damping and method for making said damping |
| DE4216620A1 (de) * | 1992-05-20 | 1993-11-25 | Wilhelm Kristen | Selbstfangfreßgitter |
| DE9413403U1 (de) * | 1993-08-26 | 1994-10-13 | Weelink, Johannes Martinus Willibrordus, Vries | Selbstfangendes Futtergitter für Vieh, und Gitterstab und Gitterstab-Endteil zur Benutzung dabei |
Family Cites Families (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| AU476213B2 (en) * | 1972-10-06 | 1974-04-11 | Takahashi, Junji | Plastic rivet |
| US4826378A (en) * | 1985-07-22 | 1989-05-02 | R B & W Corporation | Sealing cap tubular rivet head and assembly |
| US5387837A (en) | 1992-03-27 | 1995-02-07 | U.S. Philips Corporation | Low-pressure discharge lamp and luminaire provided with such a lamp |
| GB9519474D0 (en) * | 1995-09-23 | 1995-11-22 | Emhart Inc | Improved blind rivet |
-
1996
- 1996-11-05 NL NL1004436A patent/NL1004436C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1997
- 1997-11-04 EP EP97203382A patent/EP0845206B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1997-11-04 AT AT97203382T patent/ATE237222T1/de not_active IP Right Cessation
- 1997-11-04 DK DK97203382T patent/DK0845206T3/da active
- 1997-11-04 DE DE69720921T patent/DE69720921T2/de not_active Expired - Lifetime
Patent Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0063184A1 (en) * | 1981-04-15 | 1982-10-27 | De Erven G.de Boer B.V. | Feeding fence for cattle stables |
| DE3439451A1 (de) * | 1983-11-09 | 1985-05-15 | Sonntag GmbH, 8945 Legau | Vorrichtung an selbstfanggattern fuer rinder |
| NL9200982A (nl) * | 1984-01-20 | 1992-10-01 | Spinder Stalinrichting Bv | Voerhek voorzien van een in de bovenbalk ingebouwd sluitmechanisme. |
| EP0322023A1 (en) * | 1987-12-16 | 1989-06-28 | Spinder Stalinrichting B.V. | Feed barrier |
| EP0562678A1 (en) * | 1992-03-26 | 1993-09-29 | De Boer Stalinrichtingen B.V. | Stroke damping and method for making said damping |
| DE4216620A1 (de) * | 1992-05-20 | 1993-11-25 | Wilhelm Kristen | Selbstfangfreßgitter |
| DE9413403U1 (de) * | 1993-08-26 | 1994-10-13 | Weelink, Johannes Martinus Willibrordus, Vries | Selbstfangendes Futtergitter für Vieh, und Gitterstab und Gitterstab-Endteil zur Benutzung dabei |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6708857B1 (en) | 1997-09-05 | 2004-03-23 | Sgt Explotitatie B.V. | Method for cutting a glass duct, such as a gas chromatography column, a glass fiber, and the like, and device for practicing this method |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ATE237222T1 (de) | 2003-05-15 |
| EP0845206A3 (en) | 1998-09-30 |
| DE69720921T2 (de) | 2004-02-12 |
| DE69720921D1 (de) | 2003-05-22 |
| DK0845206T3 (da) | 2003-08-04 |
| EP0845206A2 (en) | 1998-06-03 |
| EP0845206B1 (en) | 2003-04-16 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1004436C2 (nl) | Voerhek. | |
| US20140360680A1 (en) | Boom skirt | |
| US20210282364A1 (en) | Pet Guide Platform for a Pet Door Opening | |
| US4844423A (en) | Pop-up stock guard | |
| US9968071B1 (en) | Portable gate | |
| US4314528A (en) | Cattle stanchion having a simplified self-locking mechanism | |
| EP2120535B1 (en) | A bail element for animal bail apparatus and an animal bail apparatus comprising a plurality of the bail elements | |
| US7104005B2 (en) | Mole trap | |
| US11484007B2 (en) | Milking arrangement | |
| US20110108790A1 (en) | Gate | |
| NL2018015B1 (en) | Mounting assembly for a traffic barrier and traffic barrier comprising a mounting assembly | |
| US6834618B2 (en) | Gate | |
| NL8101854A (nl) | Voerhek voor veestallen. | |
| AU607047B2 (en) | Race backing gate | |
| KR200494696Y1 (ko) | 사각 프레임의 우사용 목걸이틀 | |
| NL8503066A (nl) | Zelfsluitend voerhek. | |
| KR101095908B1 (ko) | 걸림링크 | |
| NL9301481A (nl) | Zelfvangend voerhek voor vee, en spijl en spijl-einddeel voor gebruik daarbij. | |
| NL1002120C2 (nl) | Voerhek. | |
| KR200462046Y1 (ko) | 도어 개폐구조 | |
| BE1028403B1 (nl) | Beklede structuur en werkwijze voor het bekleden van een frame | |
| EP2813393B1 (en) | Horsebox partition | |
| US20070056142A1 (en) | Automatic corral gate closure | |
| US20100276652A1 (en) | Livestock Drop Guard | |
| FR2715858A1 (fr) | Dispositif de fixation de sécurité pour portes de buts mobiles. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| SD | Assignments of patents |
Owner name: REDNIPS HOLDING B.V. |
|
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20050601 |