NL1005162C2 - Vuilnisbakwagen. - Google Patents

Vuilnisbakwagen. Download PDF

Info

Publication number
NL1005162C2
NL1005162C2 NL1005162A NL1005162A NL1005162C2 NL 1005162 C2 NL1005162 C2 NL 1005162C2 NL 1005162 A NL1005162 A NL 1005162A NL 1005162 A NL1005162 A NL 1005162A NL 1005162 C2 NL1005162 C2 NL 1005162C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
locking means
side wall
platform body
adjacent
same
Prior art date
Application number
NL1005162A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1005162A1 (nl
Inventor
Brett Severance
Joel Wittkamp
Donald Presnell
Robert Tokash
Original Assignee
Rubbermaid Commercial Products
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Rubbermaid Commercial Products filed Critical Rubbermaid Commercial Products
Publication of NL1005162A1 publication Critical patent/NL1005162A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1005162C2 publication Critical patent/NL1005162C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60DVEHICLE CONNECTIONS
    • B60D1/00Traction couplings; Hitches; Draw-gear; Towing devices
    • B60D1/48Traction couplings; Hitches; Draw-gear; Towing devices characterised by the mounting
    • B60D1/483Traction couplings; Hitches; Draw-gear; Towing devices characterised by the mounting adapted for being mounted to the side of a vehicle
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B60VEHICLES IN GENERAL
    • B60DVEHICLE CONNECTIONS
    • B60D1/00Traction couplings; Hitches; Draw-gear; Towing devices
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62BHAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
    • B62B5/00Accessories or details specially adapted for hand carts
    • B62B5/0083Wheeled supports connected to the transported object
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65FGATHERING OR REMOVAL OF DOMESTIC OR LIKE REFUSE
    • B65F1/00Refuse receptacles; Accessories therefor
    • B65F1/14Other constructional features; Accessories
    • B65F1/1468Means for facilitating the transport of the receptacle, e.g. wheels, rolls
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62BHAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
    • B62B2202/00Indexing codes relating to type or characteristics of transported articles
    • B62B2202/20Dustbins, refuse containers
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B62LAND VEHICLES FOR TRAVELLING OTHERWISE THAN ON RAILS
    • B62BHAND-PROPELLED VEHICLES, e.g. HAND CARTS OR PERAMBULATORS; SLEDGES
    • B62B2207/00Joining hand-propelled vehicles or sledges together
    • B62B2207/02Joining hand-propelled vehicles or sledges together rigidly
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65FGATHERING OR REMOVAL OF DOMESTIC OR LIKE REFUSE
    • B65F1/00Refuse receptacles; Accessories therefor
    • B65F1/0033Refuse receptacles; Accessories therefor specially adapted for segregated refuse collecting, e.g. receptacles with several compartments; Combination of receptacles
    • B65F2001/0086Means for holding receptacles together

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Handcart (AREA)
  • Refuse Receptacles (AREA)
  • Supplying Of Containers To The Packaging Station (AREA)
  • Making Paper Articles (AREA)

Description

Titel: Vuilnisbakwagen.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een vuilnisbakwagen voorzien van een platformlichaam voor het dragen van een afvalbak, waarbij het genoemde platformlichaam ten minste een basis, een eerste en tweede zijwand en een 5 voorwand heeft; een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde platformlichaam verplaatsbaar is; een eerste vergrendelingsmiddel en een derde vergrendelingsmidde1, die zich in een naar buiten gekeerde richting uitstrekken vanuit 10 de genoemde eerste zijwand, en een tweede vergrendelingsmiddel en een vierde vergrendelingsmiddel, aansluitend aan de genoemde tweede zijwand gelegen, waarbij de genoemde eerste en de genoemde derde vergrendelingsmiddelen aan de genoemde wagen dienen voor het ingrijpen met het vergrendelen van de 15 tweede en vierde vergrendelingsmiddelen aan eenzelfde wagen.
Traditionele vuilnisbakwagens zijn op kenmerkende wijze cirkelvormig en hebben een in het algemeen platte bodem voor het dragen van een verscheidenheid aan gedimensioneerde afvalbakken. De wagens of onderwagens kunnen ook een 20 verscheidenheid aan bevestigingsmiddelen bevatten om bij te dragen aan het vasthouden van een verscheidenheid aan gedimensioneerde vuilnisbakken. Andere wagens kunnen in het algemeen rechthoekig zijn en vier zich in het algemeen naar boven toe uitstrekkende zijwanden hebben voor het vasthouden 25 van de afvalbak op de wagen. De traditionele vuilnisbakwagen kan een verscheidenheid aan haken, pennen en andere elementen hebben, die gebruikt worden om twee dezelfde wagens aan elkaar te bevestigen, voor het gemakkelijk transporteren van de afvalbakken.
30 Hoewel de bovengenoemde wagens in het verleden goed hebben gefunctioneerd, maken diverse gebreken het gebruik ervan voor de toekomst minder tevredenstellend. In de eerste 10 0 5 1 62 2 plaats is het veelal ongewenst dat een gebruiker een direct contact van de handen heeft met de wagens, ten gevolge van de onhygiënische aard ervan. Hoewel enkele van de traditionele wagens bevestigingsmiddelen verschaffen voor het aan elkaar 5 vastmaken van dezelfde wagens, moeten de bevestigingsmiddelen geactiveerd worden en bestuurd door de handen van een gebruiker. In het bijzonder moet een gebruiker bukken en de wagens met de hand aan elkaar bevestigen, waarbij hij in direct contact komt met vuil en andere vervuiling die zich op 10 de wagen verzameld hebben. Bovendien zouden bepaalde gebruikers met fysieke beperkingen niet in staat zijn een dergelijke taak uit te voeren als het met de hand aan elkaar vastmaken van de wagens.
In de tweede plaats vereisen de traditionele wagens 15 veelal dat een gebruiker een afvalbak oplicht over de zich naar boven toe uitstrekkende zij- en voorwanden, die de afvalbak stevig op de wagen vasthouden. De wagens kunnen ook een verscheidenheid aan vasthoudmiddelen bevatten, die met de hand van een gebruiker moeten worden geactiveerd, om bij te 20 dragen aan het bij elkaar houden van de bak en de wagen. Het extra optillen en/of de noodzaak van het met de hand verschaffen van vasthoudmiddelen voor de bak en de wagen maakt het nodig dat de gebruiker extra energie en tijd besteedt.
Om de bovenstaande gebreken te overwinnen is in DE-U-25 9100871.9 reeds een bakwagen-samenstelsel met verbeterde eigenschappen voorgesteld, die het gemak, de veiligheid en de ergonomie van de vuilnisbakwagen vergroot. De vuilnisbakwagen wordt zodanig vormgegeven, dat deze een platformlichaam heeft met een in het algemeen rechthoekige vorm. Het platform-30 lichaam heeft met een in het algemeen rechthoekige vorm. Het platformlichaam wordt gedragen door een aantal wielen, bevestigd aan een onderzijde van het lichaam. Het platformlichaam wordt gevormd door drie wanden, namelijk een eerste en tweede zijwand en een achterwand, die zich in het algemeen 35 rechtop uitstrekken vanuit het platformlichaam. Bovendien vormt een voorwand een helling die het mogelijk maakt dat een 1005162 3 gebruiker de vuilnisbak in wezen op de wagen sleept, in tegenstelling tot het op de wagen tillen van de vuilnisbak.
De wagen bevat ook een vergrendelingssaraenstelsel dat het mogelijk maakt dat een gebruiker een wagen gemakkelijk 5 onderling vergrendelt aan soortgelijke wagens, terwijl het directe contact van de gebruiker met de wagens geminimaliseerd wordt.
In het bijzonder bestaat het vergrendelings-samenstelsel uit vergrendelingselementen die zich bevinden aansluitend aan 10 een voorste en achterste gedeelte van de eerste en tweede zijwanden van de wagen. Het eerste vergrendelingselement, dat zich aansluitend aan het voorste gedeelte van de eerste zijwand bevindt, is een verplaatsbare haak. Het tweede vergrendelingselement, dat zich aansluitend aan het voorste 15 gedeelte van de tweede zijwand bevindt, is een opneemelement voor het opnemen van een haak van eenzelfde wagen. De achterste gedeelten van de wagens bevatten ook vergrendelingselementen, die gebruikt worden om de wagen aan dezelfde wagens te bevestigen. Verder bevat de wagen een 20 derde vergrendelingselement, dat zich aansluitend aan het achterste gedeelte van de eerste zijwand bevindt, en een vierde vergrendelingselement, dat zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de tweede zijwand bevindt.
OM het eerste en tweede vergrendelingselementen 25 gemakkelijk te kunnen losmaken uit het bijbehorende opneemelement ervan, is overeenkomstig de uitvinding een met de voet geactiveerd middel aanwezig is, dat zich aansluitend aan de genoemde voorwand bevindt voor het uit ingrijping halen van het genoemde eerste vergrendelingsmiddel van de wagen en 30 het genoemde tweede vergrendelingsmiddel van eenzelfde wagen, als reactie op een verplaatsing van het genoemde, met de voet geactiveerd middel. Het voetpedaal verschaft de gebruiker hierdoor een gemakkelijke besturing van een gedeelte van het vergrendelingssamenstel, hetgeen een gemakkelijke ontkoppe-35 ling van dezelfde wagens toelaat. Zodra de voorste gedeelten van de wagens zijn gescheiden, kunnen de vuilnisbakken worden 1005 Π2 4 gebruikt om de wagens zodanig te manoeuvreren dat de achterste gedeelten van de wagens gemakkelijk gescheiden zullen worden. De gebruiker kan de wagens gemakkelijk weer opnieuw aan elkaar vastmaken door de wagens, via de vuilnis-5 bakken, zodanig te manoeuvreren, dat de wagens een zodanige positie innemen, dat de derde en vierde vergrendelings-elementen onderling gemakkelijk kunnen worden opgesloten. De wagens kunnen dan ongeveer zij-aan-zij worden geplaatst en de eerste en tweede vergrendelingsmiddelen zullen onderling 10 worden opgesloten, waardoor een hoorbare klik teweeg wordt gebracht. Aldus voorziet het vex^rendelingssamenstelsel een ontkoppelings- en bevestigingsmiddel, dat het niet nodig maakt dat een gebruiker een direct handcontact met de wagens heeft, en dit wordt positief bevestigd door een hoorbare klik 15 en een zichtbare bevestiging van de vergrendelingselementen.
In overeenstemming daarmee is het een doel van de onderhavige uitvinding een vuilnisbakwagen-samenstelsel te verschaffen met een verbeterd mechanisme voor het aan elkaar bevestigen en vastmaken van dezelfde wagens.
20 Een verder doel is het verschaffen van een vuilnis- bakwagensamenstel met een helling, en een verbeterde ergonomische vorm voor een vergroot gemak en gebruiksnut.
Een nog verder doel is het verschaffen van een vuilnisbakwagensamenstelsel dat bevestigd kan worden aan en 25 losgemaakt kan worden van een soortgelijke wagen, zonder dat gebruiker een direct handcontact met de wagen heeft of voorover moet buigen om de wagens met elkaar te verbinden.
Het is een ander doel om een vuilnisbakwagensamenstelsel te verschaffen met een verbeterd mechanisme voor 30 het aan elkaar bevestigen en vastmaken van dezelfde wagens, waarbij het mechanisme een met de voet geactiveerd pedaal bevat om behulpzaam te zijn bij het gedeeltelijk scheiden van de wagens.
Nog een ander doel om een vuilnisbakwagen-samenstelsel 35 te verschaffen, met een verbeterd mechanisme voor het aan elkaar bevestigen en vastmaken van dezelfde wagens, dat 1005162 5 gemakkelijk en handig te gebruiken is en door het gebruik niet slechter wordt.
Een aanvullend doel is het verschaffen van een vuilnis-bakwagen-samenstelsel, dat economisch en gemakkelijk kan 5 worden geproduceerd, gemakkelijk kan worden samengesteld en handig is in het bedrijf.
Deze en andere doeleinden, die duidelijk zullen zijn voor deskundigen, worden bereikt door middel van een de voorkeur hebbende uitvoeringsvorm, die in detail hierna wordt 10 beschreven, en die geïllustreerd wordt door de begeleidende tekeningen.
Figuur 1 is een perspectivisch zij-aanzicht van het onderhavige afvalbakwagen-samenstelsel, waarbij de eerste zijwand van de wagen wordt afgebeeld.
15 Figuur 2 is een perspectivisch zij-aanzicht van de onderhavige wagen, waarbij de tweede zijwand van de wagen wordt afgebeeld.
Figuur 3 is een bovenaanzicht van de onderhavige wagen.
Figuur 4 is een uiteengetrokken, perspectivisch onder-20 aanzicht van de onderhavige wagen.
Figuur 5 is een onderaanzicht van de onderhavige wagen.
Figuur 6 is een perspectivisch aanzicht van het arm-element en het voetpendaal-samenstelsel van de onderhavige wagen.
25 Figuur 7 is een onderaanzicht van de onderhavige wagen, vastgemaakt aan eenzelfde wagen.
Figuur 8 is een onderaanzicht van de onderhavige wagen, nadat het voetpedaal is ingedrukt.
Figuur 9 is een perspectivisch vooraanzicht van de 30 achterste gedeelten van de onderhavige wagen, die bevestigd is aan eenzelfde wagen.
Figuur 10 is een uiteengetrokken, perspectivisch, gedeeltelijk vooraanzicht van de achterste gedeelten van een niet vastgemaakt wagen en eenzelfde wagen.
35 Figuur 11 is een onderaanzicht van de wagen die gedeeltelijk vastgemaakt is aan eenzelfde wagen.
100 5 1 6 2 5a
Eerst onder verwijzing naar de figuren 1-4, omvat het onderhavige afvalbakwagen-samenstelsel, dat in het algemeen wordt aangeduid door het verwijsnummer 10, een platform-lichaam 12, bestaande uit een in het algemeen platte basis 16 5 en drie opstaande wanden, namelijk een eerste zijwand 18, een tweede zijwand 20 en een achterwand 22. De hoogte van de eerste 18 en tweede 20 zijwanden is niet gelijkmatig, maar helt daarentegen geleidelijk, zodat de hoogte van het achterste gedeelte van beide zijwanden 18 en 20, ongeveer zes 10 tot tien inches, en, bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, ongeveer acht inches. De hoogte van de zijwanden 18 en 20 en de achterwand 22 is zodanig dat een afvalbak 25 (die in stippellijnen is weergegeven in figuur 1) stevig opgesloten zal blijven binnen het platformlichaam 12. De hoogte van de 15 voorwand 24 is minimaal en vormt in wezen een helling, die het mogelijk maakt dat een gebruiker de afvalbak 25 gemakkelijk het platformlichaam 12 op trekt, in tegenstelling tot het optillen van de afvalbak 25 over eventuele, zich naar boven toe uitstrekkende wanden. Ondanks de minimale hoogte 20 van de voorwand 24, heeft de voorwand 24 een taps toelopende hoogte, zodat de afvalbak 25 enigszins opgetild moet worden, teneinde de afvalbak 25 van het platformlichaam 12 te verwijderen. Bovendien loopt het bodemgedeelte 27 van de beide eerste 18 en tweede 20 zijwanden taps naar binnen toe, 25 in de 1005 1 62 - 6 - richting van het midden van het platformlichaam 12, waardoor het mogelijk wordt gemaakt dat afvalbakken 25 van diverse maten strak in de wagen 10 worden vastgehouden. Aldus verhindert de vorm van de voorwand 24 en de zijwanden 18 en 20 dat de afvalbak 25 per ongeluk 5 van de wagen 10 wordt verwijderd. Bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, loopt de hoogte van de voorwand 24 ongeveer van 0,5 tot 1,5 inches, en loopt de hoogte van de zijwanden 18, 20 ongeveer van 6 tot 10 inches.
De wagen 10 bevat een uniek vergrendelingssamenstelsel, dat het 10 mogelijk maakt dat eerste en tweede een zelfde wagens 10a gemakkelijk worden vastgemaakt aan en losgemaakt van de onderhavige wagen 10. Het vergrendelingssamenstelsel bestaat uit diverse vergrendelingsmidde-len, die zich aansluitend aan de eerste 18 en tweede 20 zijwanden van de wagen bevinden. In het bijzonder bevinden de eerste vergrende-15 lingsmiddelen zich aansluitend aan een voorste gedeelte van de eerste zijwand 18. Het eerste vergrendelingsmiddel bestaat uit een armele-ment 26, dat zich in een algemeen naar buiten gekeerde richting uitstrekt vanuit de eerste zijwand 18. Zoals duidelijk is afgebeeld in de figuren 5-6, is het voorste gedeelte 28 van het armelement 26 20 in het algemeen L-vormig en lijkt op een haak. Een in het algemeen L-vormige inkassing 29 bevindt zich aansluitend aan een voorste gedeelte van de tweede zijwand 20 en wordt beschouwd als het tweede vergrendel ingsmiddel . Een uitsteeksel 31 bevindt zich aansluitend aan de inkassing 29 en draagt bij aan het aan elkaar bevestigen van de wagen 25 en een zelfde wagen. Bovendien wordt de inkassing 29 zodanig gedimensioneerd, dat deze het voorste gedeelte 28 van het armelement van een zelfde wagen 10a opneemt, zoals is afgebeeld in figuur 7, en zoals later zal worden besproken. Bovendien wordt het voorste gedeelte 28 van het armelement van de zelfde wagen 10a zodanig gedimensioneerd, 30 dat deze wordt opgenomen in een inkassing in een (niet afgebeelde) tweede zelfde wagen.
Hoewel de afmetingen van het armelement 26 en het voorste gedeelte 28 van het armelement kunnen variëren, strekt, bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, het armelement 26 zich uit in 35 een naar buiten toe gekeerde richting, tussen ongeveer 1 en 3 inches vanuit een terugliggend, laagste gedeelte 30 van de eerste zijwand 18 van de wagen. Het laagste gedeelte 30 van de eerste zijwand ligt terug en loopt taps toe in een binnenwaartse richting, ongeveer 1005162 - 7 - tussen twee posities, ongeveer aansluitend aan de plaats waar het armelement 26 uitsteekt in een naar buiten toe gekeerde richting vanuit de eerste zijwand 18, en de positie van het derde vergrende-lingsmiddel, dat zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de 5 eerste zijwand 18 bevindt. Het laagste gedeelte 30 van de eerste zijwand ligt terug om te waarborgen dat een uitstekend, laagste gedeelte 33 van een zelfde wagen 10a er desgewenst dicht tegen aan kan worden bevestigd.
Het derde vergrendelingsmiddel bestaat in het algemeen uit een 10 in het algemeen C-vormige inkassing 34, die zich aangrenzend aan het achterste gedeelte van de eerste zijwand 18 bevindt, zoals is afgeheeld in de figuren 1 en 5, en een eerste uitsteeksel 36 dat zich uitstrekt in een naar buiten toe gekeerde richting vanuit de eerste zijwand 18, ongeveer aansluitend aan de inkassing 34. Een vierde 15 vergrendelingsmiddel bevindt zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de tweede zijwand 20 van de wagen, zoals is afgebeeld in de figuren 2 en 5. Het vierde vergrendelingsmiddel bevat een tweede uitsteeksel 38, dat uitsteekt in een naar buiten toe gekeerde richting vanuit de tweede zijwand 20 en een inkeping of inkassing 40, die 20 aansluitend aan het tweede uitsteeksel 38 is gelegen, en ongeveer aansluitend aan de achterwand 22 is aangebracht.
Een andere uitvoeringsvorm van het vergrendelingssamenstelsel zou kunnen bestaan uit de eerste en tweede vergrendelingsmiddelen, aansluitend aangebracht aan de eerste en tweede zijwanden 18 respec-25 tievelijk 20. De eerste en tweede vergrendelingsmiddelen zouden kunnen bestaan uit het in het algemeen L-vormige armelement 26, dat zich aansluitend aan de eerste zijwand 18 bevindt, of een ander soort vergrendelingsmiddel, dat zou kunnen worden opgenomen in de tweede zijwand 20 van een zelfde wagen 10a. Bij deze uitvoeringsvorm van de 30 uitvinding, zou er dan geen behoefte bestaan aan derde en vierde vergrendelingsmiddelen. Het voetpedaal 50 zou (zoals later besproken zal worden) dan doorlopen om de wagen 10 en een zelfde wagen 10a desgewenst te ontkoppelen.
Zoals het duidelijkst is afgebeeld in de figuren 4-7, worden de 35 wagens 10 en de zelfde wagens 10a voorzien van wielen of zwenkwielen 42, die bevestigd zijn tegen de onderkant van het platformlichaam 12 van de wagen, met gebruikmaking van bouten of schroeven, waardoor de wagens 10 en 10a verplaatsbaar worden gemaakt. Als alternatief zouden 1005162 - 8 - zwenkwielen van een soort met een schacht kunnen worden gebruikt, waarbij het schachtgedeelte van de zwenkwielen in openingen in de onderkant van het platformlichaam 12 zouden kunnen worden opgesloten. Elk van de vier zwenkwielen 42 zwenkt volledig over 360°, waardoor de 5 wagens 10 en 10a volledig mobiel worden gemaakt.
Het armelement 26 wordt ook bevestigd tegen de onderkant van de wagen 10. In het bijzonder wordt het achterste gedeelte 46 van het armelement bevestigd tegen de onderkant van het platformlichaam 12, ongeveer aansluitend aan één van de zwenkwielen 42. Het achterste 10 gedeelte 46 van het armelement kan worden bevestigd tegen de onderkant van de wagen 10, met gebruikmaking van een verscheidenheid aan bevestigingsmiddelen, met inbegrip van bouten, schroeven en volgpla-ten. Het armelement 26 kan een element uit één stuk zijn of, als alternatief, twee of meer afzonderlijke elementen, die aan elkaar 15 zijn bevestigd of tot één geheel zijn gevormd. Bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, is het armelement 26, zoals afgebeeld in de figuren 4 en 5, een element uit één stuk, met een achterste gedeelte 46 en een voorste gedeelte 28. Het voorste gedeelte 28 wordt verschuifbaar bevestigd tegen de onderkant van de wagen 10, via een 20 uitsteeksel 47, dat bevestigd wordt tegen de onderkant van de wagen, en wordt opgesloten in een gleuf 51 in het voorste gedeelte 28 van het armelement. Dit bevestigingsmiddel maakt het mogelijk dat het voorste gedeelte 28 van het armelement zich verschuifbaar beweegt tussen bepaalde posities, waardoor aan het armelement 26 de mogelijk-25 heid wordt verleend om een zelfde wagen 10a vrij te maken of vast te maken. Het achterste gedeelte 46 van het armelement wordt ook bevestigd tegen de onderkant van de wagen 10 en kan worden vastgemaakt door een verscheidenheid aan middelen, met inbegrip van moeren, bouten en schroeven.
30 Een achterste gedeelte 46 en een voorste gedeelte 28 van het armelement hebben afmetingen die van elkaar verschillen, gedeeltelijk ten gevolge van de verschillende functies die ze uitvoeren. Het achterste gedeelte 46 van het armelement heeft in het algemeen kleinere afmetingen voor de breedte en hoogte, in vergelijking met 35 het voorste gedeelte 28 van het armelement, zodat het armelement 26 van de juiste flexibiliteit wordt voorzien. De lengte van het armelement 26 ligt tussen ongeveer 8 en 11 inches en de breedte ligt tussen ongeveer 0,25 en 2 inches en de hoogte loopt tussen ongeveer 0,25 en 1005162 - 9 - 1 inches. Het armelement 26 wordt bij voorkeur vervaardigd van nylon, met een elastisch geheugen, zodat het armelement 26 kan bewegen en buigen en de oorspronkelijke vorm ervan kan behouden. Eén van de primaire functies van het achterste gedeelte 46 van het armelement is 5 om te fungeren als een scharnier voor het armelement 26. Eén van de primaire functies van het voorste gedeelte 28 van het armelement is om bij te dragen aan het aan elkaar bevestigen van de wagen 10 en een zelfde wagen 10a, zoals is afgebeeld in figuur 7.
De figuren 4 en 5 beelden ook een uitsteeksel 48 af, dat 10 uitsteekt vanuit de onderkant van het platformlichaam 12. Het uitsteeksel 48 wordt zodanig georiënteerd, dat ruwweg het midden van het achterste gedeelte 46 van het armelement direct contact maakt met ruwweg het midden van het uitsteeksel 48. Daardoor draagt het uitsteeksel 48 bij aan het beheersen van de verplaatsing van het armele-15 ment 26, zodra de gebruiker een voetpedaal 50 in drukt. Bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, bestaat het voetpedaal 50 uit een element uit één stuk, hoewel talrijke elementen aan elkaar zouden kunnen worden bevestigd om op soortgelijke wijze te functioneren en te worden gebruikt als een voetpedaal 50. Bovendien kunnen het 20 armelement 26 en het voetpedaal 50 ook als één onderdeel worden vervaardigd of als talrijke onderdelen die aan elkaar worden bevestigd.
Zoals is afgebeeld in de figuren 4, 5 en 6, bestaat het voetpedaal 50 in het algemeen uit een voorste gedeelte 52, dat zich aan-25 sluitend aan de voorwand 24, een tussengedeelte 54 en een achterste gedeelte 56 bevindt. De voorste 52, achterste 56 en tussen gelegen 54 gedeelten kunnen als één geheel worden gevormd, als één onderdeel, of aan elkaar worden bevestigd door een verscheidenheid aan bevestigingsmiddelen, met inbegrip van maar niet beperkt tot moeren, bouten 30 en schroeven. Een gebruiker kan de verplaatsing van het armelement 26 besturen en uiteindelijk ook het tijdstip van het ontkoppelen van de wagen 10 en een zelfde wagen 10a, door een selectieve besturing, als druk wordt uitgeoefend tegen een voorste gedeelte 52 van het voetpedaal. Zoals is afgebeeld in de figuren 5 en 6, wordt het tussenge-35 deelte 54 van het voetpedaal bevestigd tegen de onderkant van het platformlichaam 12, op één of meerdere plaatsen. Bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, wordt het tussengedeelte 54 van het voetpedaal op twee plaatsen bevestigd tegen de onderkant. Het achter- 1005162 - 10 - ste gedeelte 56 van het voetpedaal wordt ongeveer aansluitend aan het armelement 26 georiënteerd en zal direct contact maken met het armelement, als reactie op de kracht die wordt uitgeoefend op het voorste gedeelte 52 van het voetpedaal, zoals is afgeheeld in de 5 figuren 7 en 8. Het voetpedaal 50 en het armelement 26 worden beide bij voorkeur vervaardigd van een nylon-materiaal, in een poging om de wrijving te verlagen en minder slijtage tussen de elementen te veroorzaken. Het tussengedeelte 54 van het voetpedaal kan ook verschuifbaar worden bevestigd tegen de onderkant van de wagen, door een 10 verscheidenheid aan middelen, met inbegrip van uitsteeksels 58, of zelftappende schroeven en een volgring. Het uitsteeksel 58 wordt verschuifbaar vastgehouden in gleuven 60 die zich bevinden in de voorste 52 en/of tussen gelegen 54 gedeelten van het voetpedaal, waardoor de verplaatsing van het voetpedaal 50 beperkt wordt tot de 15 afmeting van de gleuf 60. Daardoor kan het voetpedaal 50 verschuifbaar bewegen tussen ten minste twee posities, zoals duidelijker is afgeheeld in de figuren 7 en 8, en daardoor bijdragen aan het beheersen van de ontkoppeling van de wagen 10 en een zelfde wagen 10a. Bij de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, loopt de lengte van het 20 voetpedaal 50 van ongeveer 5 tot 8 inches, en loopt de breedte van ongeveer 0,5 tot 4 inches en loopt de hoogte van ongeveer 0,5 tot 3 inches.
De gebruiker kan gemakkelijk naar keuze de wagen 10 en een zelfde wagen 10a van elkaar scheiden. Om de wagens van elkaar te 25 scheiden zonder enig handcontact van de gebruiker met de wagens, moet de gebruiker een geringe buitenwaartse druk uitoefenen op de bakken 25, terwijl gelijktijdig het voetpedaal 50 van de wagen wordt ingedrukt. Als het voorste gedeelte 52 van het voetpedaal wordt ingedrukt, beweegt het voetpedaal 50 schuivend in een achterwaartse 30 richting, naar de achterwand 22. De schuivende beweging van het voetpedaal 50 wordt begrensd door de maat van de gleuf of opening 60. Als het voetpedaal 50 zich in de achterste positie ervan beweegt, oefent het achterste gedeelte 56 van het voetpedaal druk uit tegen het voorste gedeelte 28 van het armelement. Bovendien zorgt de 35 verschuivende beweging van het voetpedaal 50 er ook voor dat het achterste gedeelte 46 van het armelement de vorm ervan aanpast aan die van het uitsteeksel 48. Deze beide gebeurtenissen zorgen er voor dat het voorste gedeelte 28 van het armelement zich beweegt in een 1005162 - 11 - algemeen achterwaartse richting, begrensd door de maat van de gleuf 51. Als het voorste gedeelte 28 van het armelement zich dan ook in een in het algemeen achterwaartse richting beweegt, komt dit vervolgens los uit de inkassing 29, die zich bevindt in de tweede zijwand 5 20 van een eerste gelijke wagen 10a. Aldus worden de voorste gedeel ten van de wagens 10 en 10a, zoals afgebeeld in de figuren 7 en 8, gemakkelijk ontkoppeld. Het achterste gedeelte 56 van het voetpedaal strekt zich uit over het armelement 26 en draagt daardoor bij aan het verhinderen van een verticale verplaatsing van het armelement 26 en 10 het beperken van de verplaatsing van het armelement 26 tot een horizontale verplaatsing. Het achterste gedeelte 56 van het voetpedaal kan een verscheidenheid aan lengten en breedten hebben, in de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft, ligt de lengte van het achterste gedeelte 56 van het voetpedaal evenwel ongeveer tussen de 0,5 en 15 2,5 inches.
Om de wagens 10 en 10a volledig los te koppelen, moeten de achterste gedeelten van de wagens worden ontkoppeld. Zoals is afgebeeld in de figuren 7-9, worden de eerste 36 en tweede 38 uitsteeksels en de daarmee overeenkomende inkassingen 40 en 34 zodanig 20 gedimensioneerd, dat de uitsteeksels gemakkelijk in de inkassingen kunnen passen. Daartoe vergrendelen de eerste 36 en tweede 38 uitsteeksels zich in elkaar, waardoor een verbinding wordt verschaft tussen de achterste gedeelten van de twee wagens 10 en 10a. Hoewel de voorste gedeelten van de wagens 10 en 10a niet verbonden zijn, kunnen 25 de wagens nog steeds samen worden verplaatst over korte afstanden, op voorwaarde dat de eerste zijwand 18 van de wagen 10 ongeveer evenwijdig ligt aan de tweede zijwand 20 van een zelfde wagen 10a.
Ondanks de mogelijkheid van de wagens 10 en 10a om over korte afstanden samen te bewegen, zal het betrekkelijk gemakkelijk voor de 30 gebruiker zijn om de twee wagens 10 en 10a van elkaar te scheiden zonder dat een direct handcontact van de gebruiker met de wagens 10 en 10a nodig is. De wagens 10 en 10a zijn gemakkelijk te manoeuvreren door het gebruik van de afvalbakken 25 als geleiders voor de wagens. Om de wagens 10 en 10a dan ook volledig van elkaar te scheiden, 35 zouden de wagens moeten worden georiënteerd ongeveer zoals is afgebeeld in figuur 9, zodat de achterste gedeelten van de wagens 10 en 10a ongeveer tussen de 10 en 90° ten opzichte van elkaar georiënteerd worden, bij voorkeur tussen ongeveer 25-45°. Als de wagens 10 en 10a 1005162 - 12 - in deze positie georiënteerd worden, worden de eerste 26 en tweede 38 uitsteeksels gemakkelijk gescheiden van de respectievelijk inkassin-gen 40 en 34 ervan. De wagens kunnen, via de afvalbakken 25, gemakkelijk van elkaar worden gescheiden, zoals is afgebeeld in figuur 10.
5 Net zoals de wagens 10 en 10a gemakkelijk van elkaar worden gescheiden, worden ze ook gemakkelijk aan elkaar bevestigd, zonder de noodzaak van een direct handcontact met één van de wagens. De gebruiker kan de twee wagens 10 en 10a aan elkaar bevestigen, door de wagens 10 en 10a, via de afvalbakken 25, zodanig te manoeuvreren, dat 10 de wagens 10 en 10a georiënteerd worden in een positie die gelijksoortig is aan de wagens die zijn afgebeeld in figuur 9. De wagens 10 en 10a zouden zodanig moeten worden georiënteerd dat de achterste gedeelten een hoek van ongeveer 10-90° met elkaar maken, bij voorkeur een hoek van ongeveer 20 tot 45°. Als de wagens zich in deze oriënta-15 tie bevinden, kunnen de eerste 36 en tweede 38 uitsteeksels gemakkelijk worden ingebracht in de respectievelijke inkassingen 40 en 34 van een zelfde wagen 10a of een wagen 10, waardoor de achterste gedeelten van de wagens met elkaar vergrendeld worden. Zodra de achterste gedeelten met elkaar vergrendeld worden, zouden de wagens 20 zodanig georiënteerd moeten zijn, dat de eerste zijwand 18 van de wagen ongeveer evenwijdig loopt aan de tweede zijwand 20 van een zelfde wagen 10a. Zoals is afgebeeld in figuur 11, zal, als de wagens 10 en 10a in deze positie georiënteerd zijn, het voorste gedeelte 28 van het armelement in eerste instantie contact maken met de buiten-25 kant van de in het algemeen L-vormige inkassing 29, die georiënteerd is in de tweede zijwand van een zelfde wagen 10a. Dit contact en de zijdelingse druk van het uitsteeksel 61 zullen er voor zorgen dat het armelement 26 en het voorste gedeelte 28 van het armelement zich in een in het algemeen achterwaartse richting verplaatsen. Terwijl het 30 voorste gedeelte 28 van het armelement in een in het algemeen achterwaartse richting beweegt, past het achterste gedeelte 46 van het armelement zich aan aan de vorm van het uitsteeksel 48. Het uitsteeksel 48 zorgt er uiteindelijk voor dat het armelement 26 in een voorwaartse richting veert, zodat het voorste gedeelte 28 van het 35 armelement in de inkassing 29 wordt vastgehouden en de wagens met elkaar vergrendeld worden. Zodra het voorste gedeelte 28 van het armelement in de inkassing 29 wordt opgesloten, kunnen de wagens 10 en 10 alleen van elkaar worden gescheiden, als de gebruiker kracht 1005162 - 13 - uitoefent op het voetpedaal 50. Het indrukken van het voetpedaal 50 zal een verplaatsing veroorzaken van het armelement 26, waardoor een scheiding wordt veroorzaakt van de voorste gedeelten van de wagens, zoals hierboven duidelijk is beschreven.
5 De hierboven beschreven werkwijze voor het bevestigen en het ontkoppelen kan worden gebruikt om elk willekeurig aantal van dezelfde wagens in een serie te koppelen, waardoor een trein van wagens wordt gevormd. De trein van wagens zal geschikt zijn om afvalbakken over een verscheidenheid aan oppervlakken en drempels te transporte-10 ren, met inbegrip van ruwe of hellende vlakken.
Hoewel het bovenstaande de uitvoeringsvorm die de voorkeur heeft van de onderhavige uitvinding beschrijft, is het niet de bedoeling dat de uitvinding daartoe beperkt wordt. Andere uitvoeringsvormen, die duidelijk zullen zijn aan deskundigen, en die 15 gebruik maken van de hierin uiteengezette leer, worden geacht binnen het kader en de geest van de onderhavige uitvinding te liggen.
1005162

Claims (27)

1. Vuilnisbakwagen, voorzien van: een platformlichaam voor het dragen van een afvalbak, waarbij het genoemde platformlichaam ten minste een basis, een eerste en tweede zijwand en een voorwand heeft; 5 een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde platformlichaam verplaatsbaar is; een eerste vergrendelingsmiddel en een derde vergrendelingsmiddel, die zich in een naar buiten gekeerde 10 richting uitstrekken vanuit de genoemde eerste zijwand, en een tweede vergrendelingsmiddel en een vierde vergrendelingsmiddel, aansluitend aan de genoemde tweede zijwand gelegen, waarbij de genoemde eerste en de genoemde derde vergrendelingsmiddelen aan de genoemde wagen dienen 15 voor het ingrijpen met en het vergrendelen van de tweede en vierde vergrendelingsmiddelen aan een zelfde wagen, met het kenmerk, dat een met de voet geactiveerd middel aanwezig is, dat zich aansluitend aan de genoemde voorwand bevindt voor het uit ingrijping halen van het genoemde eerste 20 vergrendelingsmiddel van een zelfde wagen, als reactie op een verplaatsing van het genoemde, met de voet geactiveerde middel.
2. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de genoemde eerste en de genoemde tweede zijwanden zich 25 in het algemeen rechtop uitstrekken.
3. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het genoemde derde vergrendelingsmiddel van de wagen te scheiden is van het genoemde vergrendelingsmiddel van een zelfde wagen, als de genoemde wagen georiënteerd wordt tussen 30 circa tien en negentig graden ten opzichte van de genoemde, een zelfde wagen. 10 0 5 1 β 2 15
4. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het genoemde eerste vergrendelingsmiddel voorts een eerste haakelement omvat, bevestigd aan het genoemde platformlichaam, waarbij het genoemde haakelement onderworpen 5 is aan een verplaatsing als reactie op het genoemde, met de voet geactiveerde middel.
5. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de genoemde wagen voorts het genoemde platformlichaam met een achterwand omvat.
6. Vuilnisbak volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het genoemde, met de voet geactiveerde middel voorts een pedaal omvat, bevestigd aan het genoemde platformlichaam, aansluitend aan het genoemde eerste haakelement, zodat, als het genoemde pedaal wordt ingedrukt, het genoemde eerste 15 haakmiddel beweegt in een van de genoemde voorwand af gekeerde richting, en wordt vrijgemaakt van het genoemde tweede vergrendelingsmiddel van de genoemde, een zelfde wagen.
7. Vuilnisbak volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat 20 de genoemde eerste en de genoemde tweede zijwanden geleidelijk taps toelopen tot een hoogte die ongeveer gelijk is aan de hoogte van de genoemde achterwand.
8. Vuilnisbakwagen, voorzien van: een platformlichaam, dat een basis, een eerste en tweede 25 zijwand, en een voorwand omvat; een aantal wielen, dat bevestigd is aan een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde platformlichaam verplaatsbaar is; een eerste vergrendelingsmiddel, dat aansluitend aan de 30 genoemde eerste zijwand is gelegen en een tweede vergrendelingsmiddel, dat aansluitend aan de genoemde tweede zijwand is gelegen, waarbij de genoemde eerste en tweede vergrendelingsmiddelen dienst doen voor het ingrijpen met en aan elkaar vergrendelen van de genoemde wagen en een zelfde 35 wagens, met het kenmerk, dat een voetpedaal aanwezig is, dat aan het genoemde platformlichaam gemonteerd is en is 1005162 16 gekoppeld met de eerste en tweede vergrendelingsmiddelen, om bij te dragen aan het ten minste gedeeltelijk uit ingrijping halen van de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagens.
9. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 8, met het kenmerk, 5 dat de genoemde wagen voorts een derde vergrendelingsmiddel omvat, dat aansluitend aan de genoemde eerste zijwand is gelegen, en een vierde vergrendelingsmiddel, dat aansluitend aan de genoemde tweede zijwand is gelegen, om bij te dragen aan het ingrijpen met en vergrendelen aan de genoemde wagen 10 en de genoemde een zelfde wagens.
10. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 9, met het kenmerk dat het genoemde eerste vergrendelingsmiddel is gelegen aansluitend aan een voorste gedeelte van de genoemde eerste zijwand en het genoemde tweede vergrendelingsmiddel is 15 gelegen aansluitend aan een voorste gedeelte van de genoemde tweede zijwand.
11. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het genoemde tweede vergrendelingselement, voorts een in het algemeen L-vormige inkassing omvat, voor het opnemen van 20 het genoemde eerste vergrendelingselement waarbij het genoemde eerste vergrendelingselement een in het algemeen haakvormig element is.
12. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het genoemde derde vergrendelingsmiddel zich nabij een 25 achterste gedeelte van de genoemde eerste zijwand bevindt en het genoemde vierde vergrendelingsmiddel zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de genoemde tweede zijwand bevindt.
13. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 9, met het kenmerk, 30 dat genoemde wagen voorts een bevestigingsmiddel en een ontkoppelingsmiddel omvat, voor het bevestigen en ontkoppelen van de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagens, zonder dat de gebruiker een direct handcontact heeft met de genoemde wagens.
14. Vuilnisbakwagen voorzien van: 100 5 1 62 17 een platformlichaam, dat een basis, een eerste en een tweede zijwand en een voor en een achterwand omvat; een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde 5 platformlichaam verplaatsbaar is; een eerste vergrendelingsmiddel, dat zich aansluitend aan een voorste gedeelte van de genoemde eerste zijwand bevindt; een tweede vergrendelingsmiddel, dat zich aansluitend aan een voorste gedeelte van de genoemde tweede zijwand bevindt; 10 een derde vergrendelingsmiddel, dat zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de genoemde eerste zijwand bevindt; een vierde vergrendelingsmiddel, dat zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de genoemde tweede zijwand 15 bevindt; waarbij het genoemde eerste vergrendelingsmiddel dienst doet voor het ingrijpen en vergrendelen met het tweede vergrendelingsmiddel van een zelfde wagen; waarbij het genoemde derde vergrendelingsmiddel dienst doet voor het ingrijpen en vergrendelen met het vierde 20 vergrendelingsmiddel van de genoemde een zelfde wagen; met het kenmerk, dat een met de voet geactiveerd middel aanwezig is, dat zich aansluitend aan het genoemde platformlichaam bevindt, voor het uit ingrijping halen van het genoemde eerste 25 vergrendelingsmiddel van de wagen en het genoemde tweede vergrendelingsmiddel van een zelfde wagen.
14 1005162
15. Vuilnisbakwagen, voorzien van: een platformlichaam, omvattende een basis, een eerste zijwand, een tweede zijwand, een voorwand en een achterwand; 30 een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde platformlichaam verplaatsbaar is; en ten minste twee vergrendelingsmiddelen, bevestigd tegen het genoemde platformlichaam, voor het ingrijpen met en het 35 losmaakbaar vergrendelen van de genoemde wagen aan een zelfde wagen, met het kenmerk, dat
100. U2 18 een voetpedaal-element aanwezig is, dat bevestigd is tegen het genoemde platformlichaam, voor het uit ingrijping halen van ten minste één van de genoemde vergrendelingsmiddelen, als reactie op een verplaatsing van 5 het genoemde voetpedaal-element.
16. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de twee genoemde vergrendelingsmiddelen, zich aansluitend aan de genoemde eerste zijwand van de wagen bevinden.
17. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de twee genoemde vergrendelingsmiddelen ingrijpen en losmaakbaar vergrendelen met vergrendelingsmiddelen die zich aansluitend aan de tweede zijwand van de genoemde een zelfde wagen bevinden.
18. Vuilnisbakwagen, voorzien van: een platformlichaam, dat een basis, een eerste zijwand, een tweede zijwand, een voorwand en een achterwand omvat; een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde 20 platformlichaam verplaatsbaar is; en een eerste vergrendelingsmiddel, dat zich aansluitend aan de genoemde eerste zijwand bevindt voor een ingrijping met het tweede vergrendelingsmiddel, dat zich aangrenzend aan een tweede zijwand van een eerste zelfde wagen bevindt; met het 25 kenmerk, dat een voetpedaal-element aanwezig is, gemonteerd tegen het genoemde platformlichaam, voor het uit ingrijping halen van de genoemde eerste en tweede vergrendelingsmiddelen, als een reactie op de verplaatsing van het genoemde voetpedaal-30 element.
19. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de genoemde wagen voorts een derde vergrendelingsmiddel omvat, dat zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de genoemde eerste zijwand bevindt, 35 voor een ingrijping met een vierde vergrendelingsmiddel, dat 1005 1 62 19 zich aansluitend aan een achterste gedeelte van de genoemde tweede zijwand van de genoemde eerste zelfde bak bevindt.
20. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het genoemde eerste vergrendelingsmiddel een 5 eerste haakelement omvat, dat zich uitstrekt in een in het algemeen naar buiten gekeerde richting vanuit de genoemde eerste zijwand, en zodanig gedimensioneerd is, dat dit wordt opgenomen door het genoemde tweede vergrendelingsmiddel.
21. Vuilnisbakwagen volgens conclusie 20, met het 10 kenmerk, dat het genoemde tweede vergrendelingsmiddel voorts een eerst inkassing omvat, die zich aansluitend aan de genoemde tweede zijwand van de genoemde eerste zelfde bak bevindt, en zodanig gedimensioneerd is dat deze het genoemde eerste haakelement opneemt.
22. Afvalbakwagen, voorzien van: een platformlichaam met een basis voor het dragen van een vuilnisbak; een aantal wielen, dat bevestigd is tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde 20 platform verplaatsbaar is; waarbij het genoemde platformlichaam voorts een vergrendelingsmiddel omvat voor het tot stand brengen van een vergrendelende ingrijping tussen de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagen, waarbij het genoemde 25 vergrendelingsmiddel reageert op een horizontale verplaatsing van de genoemde wagen ten opzichte van de genoemde een zelfde wagen; en een losmakingsmiddel om bij te dragen aan het ten minste gedeeltelijk van elkaar scheiden van de genoemde wagen en de 30 genoemde een zelfde wagen, als reactie op een kracht, die wordt uitgeoefend op het genoemde losmakingsmiddel, waarbij het genoemde platformlichaam voorts een eerste zijwand en een tweede zijwand omvat, waarbij beide genoemde wanden zich uitstrekken in een in het algemeen naar boven 35 gekeerde richting vanuit de genoemde basis, en
100. H2 20 waarbij de genoemde wagen voorts een verbindingsmiddel omvat, dat het mogelijk maakt dat de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagen aan elkaar worden bevestigd en van elkaar worden gescheiden, zonder enig direct hand-contact van 5 de gebruiker met de genoemde wagen of de genoemde een zelfde wagen.
23. Afvalbakwagen volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat het genoemde verbindingsmiddel het genoemde losmakingsmiddel en een afzonderlijk vergrendelingsmiddel 10 omvat; waarbij het genoemde afzonderlijke vergrendelingsmiddel voorts een eerste vergrendeld verbindingselement omvat, dat zich aansluitend aan een eerste zijwand van de genoemde wagen bevindt, en een overeenkomstig tweede vergrendelend element, 15 dat zich aansluitend aan een tweede zijwand van een van de genoemde, een zelfde wagens bevindt, voor het onderling vergrendelen van de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagen.
24. Afvalbakwagen volgens conclusie 23, met het kenmerk, 20 dat de genoemde vergrendelingselementen gemakkelijk gescheiden worden, als de genoemde wagen georiënteerd wordt met een hoek van ongeveer tien tot negentig graden ten opzichte van de genoemde een zelfde wagen.
25. Afvalbakwagen, voorzien van: 25 een platformlichaam voor het dragen van een afvalbak; een aantal wielen, bevestigd tegen een onderkant van het genoemde platformlichaam, waardoor het genoemde platform verplaatsbaar is; een verbindingsmiddel, dat zich aansluitend aan het 30 genoemde platformlichaam bevindt om een bevestiging en een scheiding mogelijk te maken van de genoemde wagen en een zelfde wagen, zonder dat een hand van een gebruiker contact maakt met de genoemde wagen of de genoemde een zelfde wagen; waarbij de genoemde bak voorts een pedaalmiddel omvat, 35 dat zich aansluitend aan het genoemde platformlichaam bevindt voor het beheersen van het tijdstip van de gedeeltelijke 100 5 1 62 21 scheiding van de genoemde wagen en de genoemde een zelfde wagen.
26. Transporttrein-samenstelsel van vuilnisbakwagens, voorzien van: 5 een aantal platformlichamen, gedragen op wielen, waarbij de genoemde platforms een voorste gedeelte en een achterste gedeelte hebben; middelen om de genoemde platformlichamen met elkaar te koppelen; 10 door de voet geactiveerde middelen voor het ten minste gedeeltelijk ontkoppelen van de platformlichamen. waarbij het genoemde samenstelsel voorts eerste vergrendelingsmiddelen omvat voor het koppelen van de genoemde voorste gedeelten van de platformlichamen, en tweede 15 vergrendelingsmiddelen, voor het koppelen van de genoemde achterste gedeelten van de platformlichamen; en waarbij de genoemde, met de voet geactiveerde middelen, voorts middelen omvatten voor het onkoppelen van de genoemde voorste gedeelten van de platformlichamen.
27. Transporttrein-samenstel voor vuilnisbakken volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de genoemde eerste vergrendelingsmiddelen en de genoemde tweede vergrendelingsmiddelen voorts middelen omvatten voor het koppelen en ontkoppelen van de genoemde platformlichamen, 25 zonder dat een contact van de handen van de gebruiker met de genoemde platformlichamen nodig is. 1005 H2
NL1005162A 1996-02-02 1997-01-31 Vuilnisbakwagen. NL1005162C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US59580596A 1996-02-02 1996-02-02
US59580596 1996-02-02

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1005162A1 NL1005162A1 (nl) 1997-08-05
NL1005162C2 true NL1005162C2 (nl) 1998-01-21

Family

ID=24384750

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1005162A NL1005162C2 (nl) 1996-02-02 1997-01-31 Vuilnisbakwagen.

Country Status (8)

Country Link
CN (1) CN1077056C (nl)
BE (1) BE1011435A5 (nl)
DE (1) DE19703545A1 (nl)
FR (1) FR2744412B1 (nl)
GB (1) GB2309673B (nl)
ID (1) ID15871A (nl)
IT (1) IT1290214B1 (nl)
NL (1) NL1005162C2 (nl)

Families Citing this family (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE29718442U1 (de) * 1997-10-17 1998-03-19 Österreicher, Herbert, Dipl.-Ing. (FH), 80804 München Zieh-Wagen in paarweiser Ausführung
GB2359061B (en) * 2000-02-11 2003-11-26 Lin Pac Mouldings A mobile platform assembly
US6729631B2 (en) 2001-01-24 2004-05-04 Vestil Manufacturing, Company Multi-diameter container dolly
GB2377689A (en) * 2001-05-17 2003-01-22 Paxton C G Ltd Interlocking Dolly.
DE102006017124B4 (de) 2005-04-28 2022-03-03 Industrie-Service Gmbh Rollgestellsystem
FI121419B (fi) * 2008-01-18 2010-11-15 Hartwall K Oy Ab Adapteripaletti ja kuormankäsittelymenetelmä
FR2940145B1 (fr) * 2008-12-24 2011-03-25 Millipore Corp Chariot et installation de traitement d'un liquide biologique
CN104071424A (zh) * 2014-05-12 2014-10-01 国家电网公司 一种可拆分运输存放用托盘
DE102016108404B4 (de) * 2016-05-06 2026-02-19 Wolfcraft Gmbh Transportvorrichtung für Möbel
US12421026B2 (en) 2021-09-14 2025-09-23 Cfs Brands, Llc Trash bin dolly system

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB483326A (en) * 1936-10-16 1938-04-19 Harold Craske Improvements relating to refuse-disposal apparatus
CH599886A5 (en) * 1977-03-18 1978-06-15 Scholer Kurt Sa Refuse bin for domestic or industrial waste
US4127202A (en) * 1977-10-31 1978-11-28 Jennings Frederick R True tracking trailer
US4313612A (en) * 1980-02-20 1982-02-02 Rubens Robert A Convertible trash container carrier
DE9100871U1 (de) * 1991-01-25 1991-04-18 Schlosser & Co. GmbH, 8062 Markt Indersdorf Altstoff-Sammeleinrichtung
GB2263684A (en) * 1992-02-03 1993-08-04 Lin Pac Mouldings Interlockable pallets.
GB2280166B (en) * 1993-07-12 1997-01-29 Lin Pac Mouldings A mobile platform assembly

Also Published As

Publication number Publication date
FR2744412B1 (fr) 1999-05-28
ID15871A (id) 1997-08-14
FR2744412A1 (fr) 1997-08-08
CN1077056C (zh) 2002-01-02
GB2309673A (en) 1997-08-06
GB2309673B (en) 2000-11-15
DE19703545A1 (de) 1997-08-07
NL1005162A1 (nl) 1997-08-05
BE1011435A5 (nl) 1999-09-07
ITMI970167A1 (it) 1998-07-30
GB9702047D0 (en) 1997-03-19
CN1171345A (zh) 1998-01-28
IT1290214B1 (it) 1998-10-22

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5704625A (en) Trash container carrier
NL1005162C2 (nl) Vuilnisbakwagen.
AU754757B2 (en) Battery retaining system for a children's ride-on vehicle
US7172088B2 (en) Insert for a rollout type waste container and waste container assembly
US5383536A (en) Foot actuated wheel brake
US5395163A (en) Utility cart and latch assembly therefor
US5328000A (en) Foot actuated wheel brake
US6761364B2 (en) Plastic shopping cart
EP0176168A2 (en) Bottom supported basket
NL8200390A (nl) Aanhangwagen.
NL9102042A (nl) Sluitinrichting voor een afvalcontainer.
US20090115163A1 (en) Trailer
US5360259A (en) Containing and dumping apparatus
US20090090711A1 (en) Recycle container for curbside refuse pickup
CA2645166A1 (en) Wheeled waste collection container
CN102030027A (zh) 用于运送儿童的推车、模块化支承系统和部件
US7255206B1 (en) Shopping cart brake
JP4177141B2 (ja) 収納部材の脱着構造及び収納部材付き自転車
CA2330865A1 (en) Coupling for trailer
US20230348182A1 (en) Extension device for refuse containers
CA2212841A1 (en) Shopping trolley with seat for a child or baby
WO2000034102A1 (en) Shopping cart
JP2846873B2 (ja) 運搬用台車
WO2005102812A1 (en) Goods handling arrangement
EP0906242A1 (en) Improved cart

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 19970909

PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20010801