NL1006098C2 - Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. - Google Patents
Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1006098C2 NL1006098C2 NL1006098A NL1006098A NL1006098C2 NL 1006098 C2 NL1006098 C2 NL 1006098C2 NL 1006098 A NL1006098 A NL 1006098A NL 1006098 A NL1006098 A NL 1006098A NL 1006098 C2 NL1006098 C2 NL 1006098C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- toner
- image
- charge
- medium
- level
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 36
- 238000011161 development Methods 0.000 claims description 44
- 238000009877 rendering Methods 0.000 claims 1
- 239000010410 layer Substances 0.000 description 16
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 8
- 239000003086 colorant Substances 0.000 description 5
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 4
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 2
- 229910052802 copper Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010949 copper Substances 0.000 description 2
- 238000000151 deposition Methods 0.000 description 2
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 2
- CWYNVVGOOAEACU-UHFFFAOYSA-N Fe2+ Chemical compound [Fe+2] CWYNVVGOOAEACU-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 241000872198 Serjania polyphylla Species 0.000 description 1
- 239000004809 Teflon Substances 0.000 description 1
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- 229910002056 binary alloy Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000013461 design Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000005286 illumination Methods 0.000 description 1
- 230000005415 magnetization Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 1
- 239000002356 single layer Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G13/00—Electrographic processes using a charge pattern
- G03G13/01—Electrographic processes using a charge pattern for multicoloured copies
- G03G13/013—Electrographic processes using a charge pattern for multicoloured copies characterised by the developing step, e.g. the properties of the colour developers
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G2215/00—Apparatus for electrophotographic processes
- G03G2215/01—Apparatus for electrophotographic processes for producing multicoloured copies
- G03G2215/0103—Plural electrographic recording members
-
- G—PHYSICS
- G03—PHOTOGRAPHY; CINEMATOGRAPHY; ANALOGOUS TECHNIQUES USING WAVES OTHER THAN OPTICAL WAVES; ELECTROGRAPHY; HOLOGRAPHY
- G03G—ELECTROGRAPHY; ELECTROPHOTOGRAPHY; MAGNETOGRAPHY
- G03G2215/00—Apparatus for electrophotographic processes
- G03G2215/01—Apparatus for electrophotographic processes for producing multicoloured copies
- G03G2215/0167—Apparatus for electrophotographic processes for producing multicoloured copies single electrographic recording member
- G03G2215/0174—Apparatus for electrophotographic processes for producing multicoloured copies single electrographic recording member plural rotations of recording member to produce multicoloured copy
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Color Electrophotography (AREA)
Description
Océ-Nederland B.V., te Venlo
Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor 5 het uitvoeren van de werkwijze
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vormen van ten minste twee tonerbeelden in register op een roteerbaar ladingvasthoudend medium, de werkwijze achtereenvolgend omvattend in één omwenteling van het ladingvasthoudend 10 medium: een overeenkomstig een eerste beeld een eerste maal aanbrengen van een eerste ladingsbeeld op het ladingvasthoudende medium, een eerste keer ontwikkelen van een eerste tonerbeeld overeenkomstig het eerste ladingsbeeld op het ladingvasthoudende medium door het opbrengen van magnetiseerbare toner door middel van een magneetborstel, ten minste een tweede 15 keer overeenkomstig een tweede beeld aanbrengen van een tweede ladingsbeeld op het ladingvasthoudend medium, ten minste een tweede keer ontwikkelen van ten minste een tweede tonerbeeld overeenkomstig het tweede ladingsbeeld op het ladingvasthoudend medium door het opbrengen van magnetiseerbare toner door middel van een magneetborstel.
20 De uitvinding heeft eveneens betrekking op een beeldvormende inrichting voor het uitvoeren van de bovengenoemde werkwijze waarbij de inrichting is voorzien van een roteerbaar ladingvasthoudend medium en achtereenvolgend in een voortbewegingsrichting van en nabij het ladingvasthoudend medium geplaatste: eerste ladingschrijfmiddelen geschikt voor het overeenkomstig het eerste beeld 25 beeldelementsgewijs opbrengen van lading voor het verkrijgen van het eerste ladingsbeeld, eerste ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het eerste ladingsbeeld, ten minste tweede ladingschrijfmiddelen geschikt voor het overeenkomstig het ten minste tweede beeld beeldelementsgewijs opbrengen van lading voor het verkrijgen van het ten minste tweede ladingsbeeld en ten minste tweede 30 ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het tweede ladingsbeeld.
Een dergelijke werkwijze en beeldvormende inrichting kan worden gebruikt om bijvoorbeeld naast een zwarte toner, een toner met een accentkleur aan te brengen op een afdruk. Of zelfs, in het geval van meer dan twee ontwikkelmiddelen om meer 100RH o o 2 kleuren aan te brengen voor het verkrijgen van een fufl-coiour afdruk. Doordat de verschillende tonerbeelden, in plaats van op een extra verzamelmedium of op het afdrukmateriaal, nu in register worden verzameld op een ladingvasthoudend medium zelf, wordt een compacte en relatief goedkope inrichting verkregen. Verder is hierdoor 5 een betere registering mogelijk doordat er geen overdracht van de afzonderlijke tonerbeelden op een dergelijk verzamelend tussenmedium nodig is.
Het probleem bij het verzamelen van meerdere tonerbeelden op een ladingvasthouden medium is echter dat de door de ontwikkelmiddelen opgebrachte toner, de tweede ontwikkelmiddelen moet passeren. De eerste opgebrachte tonerlaag 10 kan dan door de tweede ontwikkelmiddelen worden verstoord. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen zijn speciale, additionele maatregelen nodig. Een van de maatregelen is meestal het contactloos 'scavangeless' ontwikkelen van toner door middel van bijvoorbeeld naast een ontwikkelwals een draad aan te brengen met een daarop aangebrachte wisselspanning. Hierdoor ontstaat een tonerwolk. Het nadeel hiervan is 15 dat dit bij brede formaten lastig is uit te voeren.
Het Amerikaanse octrooi US 4 847 655 beschrijft bijvoorbeeld een zogenaamd tri-level xerografisch ontwikkelsysteem voor het ontwikkelen van meerdere tonerbeelden op een als foto-geleider uitgevoerd ladingvasthoudend medium. De fotogeleider wordt hierbij eerst door een corona ontlading uniform, bij voorkeur negatief opgeladen waarna 20 door middel van een zogenaamde tri level laser belichting op de fotogeleider drie afzonderlijke ladingsniveau's worden verkregen. De niet ontladen gebieden, overeenkomend met een maximale negatieve lading, zijn bedoeld voor ontwikkeling van positief geladen zwarte toner (Charged Area Development) terwijl de maximaal ontladen gebieden zijn bedoeld voor ontwikkeling van negatief geladen kleurentoner 25 (Discharged Area Development). De half ontladen gebieden zijn niet bedoeld voor tonerontwikkeling. In een eerste ontwikkelstation respectievelijk tweede, stroomafwaarts gelegen tweede ontwikkelstation wordt door middel van een paar magneetrollen zwarte-respectievelijk kleurentoner ontwikkeld. De toner wordt hierbij door middel van geschikte carrier-deeltjes op tribo-elektrische wijze opgeladen. Er wordt in het 30 genoemde octrooi opgemerkt dat ontwikkeling met een isolerende magneetborstel eigenlijk niet geschikt wordt bevonden voor tri-level ontwikkeling aangezien aan de randen van een eerste ontwikkeld beeld ladingsvelden ontstaan waardoor hier toner bedoeld voor een tweede beeld wordt ontwikkeld. Anderzijds wordt in het genoemde octrooi opgemerkt dat met een (meer) geleidende magneetborstel, dunne lijnen echter 100S098 3 minder goed worden ontwikkeld. In de beschreven uitvoering wordt daarom door aangepaste tonerconcentraties, ladingniveau's van de toner en ontwikkelafstanden hier zo goed als mogelijk ontwikkeld met relatief meer geleidende magneetborstels. De genoemde elektrische geleiding van de toner, zoals gemeten in een Gutman 5 geleidingscel, ligt in het bereik van 1.10* tot 1.1013 (Ohm.cm)'1. ‘
Teneinde de verstoring van het eerste ontwikkeld beeld door het tweede ontwikkeld beeld te beperken, hebben de twee magneetrollen in het tweede ontwikkelstation speciale daartoe ontworpen onderling afwijkende magneetvelden.
De speciale uitvoering van het tweede ontwikkelstation werkt echter 10 kostenverhogend, terwijl het gebruik van toner welke relatief wat minder isolerend is, extra en daardoor beperkende ontwikkelinstellingen noodzakelijk maken.
In het Amerikaanse octrooi US 5 061 969 wordt een andere uitvoering van een tri-level xerografisch ontwikkelsysteem beschreven met eveneens als fotogeleider uitgevoerd ladingvasthoudend medium. Hierbij wordt in plaats van twee 15 ontwikkelstations met beide een isolerende magneetborstel of, zoals bij de uitvoering in het hiervoor beschreven octrooi US 4 847 655 met beide relatief minder isolerende magneetborstels, een combinatie van een isolerende en een relatief minder isolerende magneetborstel genomen. Hierbij wordt onder minder isolerend een geleiding verstaan van minder dan 1.10'13 (Ohm.cm1) en onder isolerend een geleiding verstaan tussen 20 1.10'13 tot 1.1015 (Ohm.cm'1). De ontwikkelaar (toner en carter) is wederom van het binaire type. Hierbij wordt eerst kleur ontwikkeld met de minder isolerende magneetborstel en vervolgens zwart met de isolerende borstel. Bij het ontwikkelde kleurenbeeld zullen er minder grote elektrische randvelden zijn dan het geval is bij ontwikkelen met een isolerende magneetborstel. Hierdoor is de kans op ongewenste 25 ontwikkeling van zwart bij kleurenranden kleiner. Daarentegen kan bij zwart, door ontwikkeling hiervan met een isolerende magneetborstel, dunne lijnen en scherpe randen worden verkregen. Voorts wordt in het genoemde octrooi nog een optionele ladingsinrichting beschreven, in de vorm van een scorotron corona, welke tussen de beide ontwikkelstations is gelegen. Deze dient om het ontwikkelde kleurenbeeld op een 30 zelfde potentiaal te brengen als het achtergrondniveau voor wit. Hiermee worden verder ongewenste elektrische randvelden gereduceerd.
De verstoring van het eerste ontwikkelde kleurenbeeld door het tweede ontwikkelstation is weliswaar verminderd, maar is nog steeds aanwezig, getuige ook de beschreven extra maatregel van de ladingsinrichting tussen de beide ontwikkelstations.
1006^98 4
Het Amerikaans octrooi US 5 367 327 beschrijft bijvoorbeeld een zogenaamde tandem-inrichting van een tri-level xerografische ontwikkelsysteem met een quad-level xerografisch ontwikkelsysteem. Met het quad-level ontwikkelsysteem worden vier ladingsniveau's op een fotogeleider tot stand gebracht waarmee vervolgens blauwe, 5 gele en zwarte toner kunnen worden ontwikkeld. Met het tri-level systeem worden vervolgens magenta en cyaan toner ontwikkeld. Doordat het als tweede gerangschikte ontwikkelstation voor tri-level ontwikkeling gebruik maakt van een belichting in het rode of infra-rode golflengtegebied, kan de fotogeleider ook worden belicht op die plaatsen waar al, door het als eerste gerangschikte quad-level ontwikkelstation ontwikkelde gele 10 toner aanwezig is. De gele toner is namelijk als enige transparant voor deze golflengte. Door met het tri-level ontwikkelstation magenta toner op de isolerende gele toner af te zetten, wordt rood verkregen en door cyaan toner op de gele toner af te zetten, wordt groen verkregen. Hiermee kan een full-colour afdruk worden verkregen.
Voor full-colour moet dus een, voor wat betreft golflengte, voor een 15 ontwikkelstation een afwijkende belichting worden gekozen ten opzichte van de laserbelichting.
De werkwijze overeenkomstig de uitvinding heft de hiervoor genoemde nadelen deels of geheel op en wordt gekenmerkt door het opbrengen van een unaire elektrisch geleidende en magnetiseerbare toner op het ladingvasthoudend medium bij de eerste 20 en de ten minste tweede keer ontwikkelen.
De gebruikte toners bij verzamelen op een als fotogeleider uitgevoerd ladingvasthoudend medium overeenkomstig de genoemde stand van techniek zijn van het binaire ofwel het twee-component type. Hierbij zijn zogenaamde carrier-deeltjes aanwezig welke zorg dragen voor een op tribo-elektrische wijze oplading van de, 25 isolerende tonerdeeltjes. Aan de uitvinding ligt nu het inzicht ten grondslag dat met name deze 'harde', ijzerhoudende geleidende carrier-deeltjes zorgen voor een mechanische verstoring van een eerder op een fotogeleider aangebrachte tonerlaag.
Voorts ligt aan de uitvinding het inzicht ten grondslag dat juist bij gebruikmaking van bij dergelijke binaire systemen toegepaste isolerende toner, de kans bestaat dat op 30 een eerder aangebrachte eerste laag, ongewenste ontwikkeling van nieuwe toner plaats vindt. De door een tweede laag geïnduceerde lading in de eerste laag lekt bij isolerende toner minder snel weg dan bij geleidende toner. Bij geleidende toner is hooguit alleen lading aanwezig bij het raakvlak van de toner aan de fotogeleider maar niet of in veel mindere mate aan de naar een ontwikkelstation gekeerde zijde van de 1006096 5 toner. Toner van een volgend ontwikkelstation zal dan niet of minder snel hechten aan al opgebrachte toner doordat de door de nieuwe toner geïnduceerde lading in de naar het ontwikkelstation gekeerde zijde van de al aanwezige laag toner, snel weglekt.
Met een unaire ofwel één-component elektrisch geleidende toner wordt dus 5 behalve een 'zachtere' tonerborstel verkregen, ook een ontwikkeling verkregen van een, in principe, één laag toner.
Een eventueel randveld bij randen van een ontwikkelde eerste laag toner zal voorts sneller verdwijnen bij unaire, elektrische geleidende toner.
Hierbij zij opgemerkt dat alhoewel in de bovengenoemde Amerikaanse octrooien 10 weliswaar van geleidende toner wordt gesproken maar dat dit meer moet worden uitgelegd als een minder isolerende toner. In het Amerikaanse octrooi US 4 847 655 wordt toner al geleidend genoemd als deze een celgeleiding heeft tussen 10-9 tot 10-13 (Ohm.cm)-1 . Dit is echter niet voldoende om met unaire toner te kunnen werken aangezien unaire toner voldoende inductief opgeladen moet kunnen worden door 15 middel van een aangebrachte ontwikkelspanning.
De werkwijze overeenkomstig de uitvinding wordt dan ook nader gekenmerkt door het opbrengen van unaire elektrisch geleidende toner waarvan de elektrische geleiding ligt tussen 1 en 1.10 '7 (Ohm.cm)'1.
Bij voorkeur wordt unaire elektrische geleidende toner opgebracht waarvan de 20 elektrische geleiding ligt tussen 1.10'3 en 1.10* (Ohm.cm)'1.
Het aanbrengen van de ladingsbeelden kan op verschillende wijzen worden gerealiseerd. Zoals bijvoorbeeld op ionografische wijze door middel van een als array van schrijfelektroden uitgevoerde ladingsch rijf middelen op een als diëlectricum uitgevoerd ladingsvasthoudend medium. Bij een als fotogeleider uitgevoerd 25 ladingsvasthoudend medium wordt de werkwijze overeenkomstig de uitvinding gekenmerkt doordat de eerste keer aanbrengen van het eerste ladingsbeeld achtereenvolgend omvat het een eerste keer opladen van het fotogeleidend medium naar een eerste oplaadniveau en het overeenkomstig een eerste beeld een eerste keer belichten van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het eerste ladingsbeeld 30 hierop en de ten minste tweede keer aanbrengen van het tweede ladingsbeeld achtereenvolgend omvat het achtereenvolgend overeenkomstig het tweede beeld belichten van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het tweede ladingsbeeld hierop.
Een eerste uitvoering van de werkwijze overeenkomstig de uitvinding wordt 1006098 6 gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste 5 tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, hierna het voor een tweede keer opladen van het fotogeleidend medium tot nagenoeg het eerste oplaadniveau, bij de tweede keer belichten uitsluitend de gebieden van het 10 fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau en bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende 15 ontwikkelspanning tussen tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium.
Door een tweede keer opladen is het mogelijk om twee tonerbeelden in register in één omwenteling van een fotogeleider te ontwikkelen op niet-uitbelichte, geladen delen van een fotogeleider. In termen van het Amerikaanse octrooi US 4 847 655 heet dit Charged Area Development. In de beschrijving zal deze wijze van ontwikkelen met 'wit-20 schrijven' worden aangeduid om aan te duiden dat uitbelicht wordt waar niet ontwikkeld wordt. Het voordeel van wit-schrijven is dat voortgebouwd kan worden op aanwezige analoge (in tegenstelling tot digitale) procédé's welke veelal witschrijven. Een ander voordeel van witschrijven is dat veelal kan worden volstaan met een relatief inegale oplading.
25 Een tweede uitvoering van de werkwijze overeenkomstig de uitvinding wordt gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot een tweede niveau gelegen tussen het eerste oplaadniveau en 30 nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het tweede niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend 1006098 7 medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij het tweede niveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau en bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven 5 van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium.
Ondanks dat in deze tweede uitvoering wederom twee maal wit-schrijven wordt toegepast, is een hernieuwd opladen van de fotogeleider niet nodig. Door namelijk het oplaadniveau van de fotogeleider naar twee in plaats van naar één 10 uitbelichtingsniveau's uit te belichten, zijn tweede oplaadmiddelen, zoals wel aanwezig in de eerste uitvoering, niet nodig. Voorts wordt het mogelijk loslaten van toner tengevolge van een tweede oplading vermeden.
De bovengenoemde werkwijzen sluiten aan op de in de praktijk meest gebruikte werkwijzen gebaseerd op witschrijven zoals gebruikelijk in de huidige digitale en 15 vroegere analoge procéde's. Alhoewel de hierboven genoemde nadere eerste en tweede uitvoering overeenkomstig de uitvinding op zich tot bruikbare resultaten leiden, wordt met name bij een derde uitvoering van de werkwijze een optimaal resultaat verkregen.
De derde uitvoering van de werkwijze overeenkomstig de uitvinding wordt 20 gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de belichte delen van het fotogeleidend medium door het 25 handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten van de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij het tweede oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een 30 nulniveau en bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidende medium.
Hierbij wordt, in termen van het Amerikaanse octrooi US 4 847 655, ontwikkeld 1006098 β volgens Discharged Area Development. Dit zal in het vervolg worden aangeduid als 'zwart-schrijven' aangezien uitbelicht wordt daar waar later ook toner wordt ontwikkeld. Alhoewel bij 'zwart-schrijven' hoge eisen worden gesteld aan de egaliteit van de oplading en daarom niet voor de hand ligt, blijkt in de praktijk 'zwartschrijven' de minste 5 verstoring van een eerste opgebracht tonerbeeld teweeg brengen in combinatie met het ontwikkelelen van de genoemde unaire geleidende toner.
Een vierde uitvoering overeenkomstig de werkwijze wordt gekenmerkt doorbij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het 10 eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten 15 uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij ter plaatse het eerste oplaadniveau wordt gereduceerd tot nagenoeg het nulniveau, bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het 20 nulniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium.
Hierbij wordt het eerste tonerbeeld bij voorkeur via 'zwart-schrijven' verkregen en het tweede tonerbeeld met 'wit-schrijven'. Dit is voordelig bij bestaande, in de praktijk meest 'wit-schrijvende' inrichtingen, welke geschikt moeten worden gemaakt voor een 25 tweede kleur of meer kleuren. Door als eerste tonerbeeld, gekleurde toner op te brengen en als tweede tonerbeeld, zwarte toner, is de kans geringer dat de in het algemeen zwakkere magnetische kleurentoner zal worden opgenomen door de tweede ontwikkelmiddelen.
In het algemeen verdienen werkwijzen waarbij via 'zwart-schrijven' wordt 30 ontwikkeld, ondanks de hogere eisen aan de egaliteit van de oplading, bijzondere voorkeur in de hiervoor genoemde toepassing met unaire geleidende toner.
De inrichting overeenkomstig de uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de volgende figuren, waarvan
Fig.1 schematisch een beeldvormende inrichting toont waarbij tonerbeelden in m06098 l 9 register op een tussenmedium worden verzameld;
Fig. 2 schematisch een beeldvormende inrichting toont waarbij tonerbeelden in register op een kopievel worden verzameld;
Fig. 3 schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig een eerste 5 uitvoering van de uitvinding toont;
Fig. 4 schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig een tweede uitvoering van de uitvinding toont;
Fig. 5 schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig een derde uitvoering van de uitvinding toont en 10 Fig. 6 schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig een vierde uitvoering van de uitvinding toont.
In Fig. 1 is schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig de bekende stand van techniek weergegeven voor het verzamelen van tonerbeelden in register op een tussenmedium 101. Het tussenmedium 101 is hierbij uitgevoerd als een 15 cilinder-vormig omwentelingslichaam. Een eerste fotogeleider 102, eveneens uitgevoerd als een cilindervormig omwentelingslichaam, wordt door middel van eerste oplaadmiddelen 103, zoals bijvoorbeeld een coronadraad, opgeladen tot een eerste oplaadniveau. Geschikte, verder in de omwentelingsrichting gelegen eerste belichtingsmiddelen 104, zoals bijvoorbeeld een laser of een LED-balk, belichten de 20 fotogeleider 102 overeenkomstig een eerste beeld. Hierbij kunnen öf de gebieden waar toner moet worden ontwikkeld öf de gebieden waar geen toner moet worden ontwikkeld, worden belicht en daarmee ontladen. In het eerste geval spreken we van zwart schrijven, in het tweede geval van wit schrijven.
Hierbij zij opgemerkt dat bij een als diëlectricum uitgevoerd ladingsvasthoudend 25 medium, rechtstreeks op ionografische wijze het ladingsbeeld pixelgewijze hierop kan worden aangebracht door middel van bijvoorbeeld een array van elektroden.
De te ontwikkelen toner wordt vervolgens met verder in omwentelingsrichting gelegen eerste ontwikkelmiddelen 105 op de belichte of niet belichte gebieden opgebracht. In het geval van zwart schrijven, waarbij de te ontwikkelen gebieden zijn 30 ontladen, zullen de ontwikkelmiddelen 105 geladen toner op deze gebieden opbrengen die van gelijke polariteit zijn als de fotogeleider. In het geval van wit schrijven zullen daarentegen de ontwikkelmiddelen 105 van tegengestelde polariteit toner opbrengen op de te ontwikkelen gebieden.
De ontwikkelmiddelen 105 kunnen hierbij geschikt zijn voor het ontwikkelen van 1006098 10 binaire ofwel twee-component toner bestaande uit een mengsel of ontwikkelaar van geleidende dragerdeeltjes en isolerende tonerdeeltjes. Oplading van de tonerdeeltjes vindt hierbij plaats door wrijving op tribo-elektrische wijze. De ontwikkelmiddelen 105 kunnen voorts geschikt zijn voor het ontwikkelen van unaire ofwel één-component toner 5 van het geleidende type. Een oplading vindt hierbij dan plaats door het creëren van een oplaadstroom via de toner zelf. Het aldus op de fotogeleider 102 ontwikkelde eerste tonerbeeld wordt vervolgens door elektrische kracht of door druk op het tussenmedium 101 overgedragen. Voorts kan de toner magnetiseerbaar zijn uitgevoerd teneinde deze door geschikte magneetrollen op te kunnen brengen.
10 Een tweede fotogeleider 106, tweede oplaadmiddelen 107, tweede belichtingsmiddelen 108 en tweede ontwikkelmiddelen 109, ontwikkelen daarna een tweede tonerbeeld op de fotogeleider 106. Deze wordt vervolgens eveneens met elektrische kracht of door druk op het tussenmedium 101, in register met het daarop al aanwezige, al eerder overgedragen eerste tonerbeeld, overgebracht.
15 De uiteindelijke op het tussenmedium 101 verzamelde twee tonerbeelden worden vervolgens gezamenlijk, met daartoe geschikte middelen, ineens overgedragen op een uiteindelijke beelddrager zoals een papiervel 110.
Het moge duidelijk zijn dat de inrichting, vanwege het tussenmedium 101 maar ook vanwege een tweede fotogeleider, complex en omvangrijk is.
20 Fig. 2 toont vervolgens een beeldvormende inrichting overeenkomstig de bekende stand van techniek waar de tonerbeelden meteen in register op de uiteindelijke kopiedrager worden verzameld. Hiertoe wordt, een, niet nader weergegeven kopiedrager opgespannen op een cilindervormige kopiedragerlichaam 201. De beeldvormende inrichting omvat verder oplaadmiddelen 202, belichtingsmiddelen 203, 25 eerste en tweede ontwikkelmiddelen 204 en 205 en een cilindervormige fotogeleider 206.
Hierbij wordt een eerste tonerbeeld in een eerste omwenteling van de fotogeleider 206 ontwikkeld door de ontwikkelmiddelen 204. De tweede ontwikkelmiddelen 205 bevinden zich hierbij in een niet actieve toestand zodat geen verstoring van het eerste 30 ontwikkelde tonerbeeld kan plaats vinden. Het eerste ontwikkelde tonerbeeld wordt vervolgens, via een cilindervormig tussenmedium 207, overgedragen naar de op het kopiedragerlichaam 201 opgespannen kopiedrager. Het tweede tonerbeeld wordt vervolgens bij een tweede omwenteling van de fotogeleider 206 hierop ontwikkeld door de tweede ontwikkelmiddelen 205, om vervolgens door het tussenmedium 207 in 1006098 % 11 register met het eerste tonerbeeld, te worden overgedragen naar de kopiedrager.
Hierbij bevinden zich nu de eerste ontwikkelmiddelen 204 zich in een niet actieve toestand.
Ten opzichte van de in Fig. 1 weergegeven inrichting, is hierbij maar één 5 fotogeleider aanwezig. Echter hierdoor zijn wel twee omwentelingen nodig voor het verzamelen van twee tonerbeelden in register en daarmee dus ook verlies van produktiviteit. Voorts heeft het verzamelen van tonerbeelden op de kopiedrager het nadeel van een slechtere registering vanwege de minder vast gedefinieerde eigenschappen van een kopiedrager en de noodzakelijk transferstappen.
10 Verder moeten ontwikkelmiddelen 204 en 205 in een actieve of niet-actieve bedrijfstoestand kunnen worden geschakeld.
Fig. 3 toont schematisch een beeldvormende inrichting overeenkomstig een eerste uitvoering van de uitvinding weer. Hierin is een als cilindervormig omwentelingslichaam uitgevoerde fotogeleider 301 aanwezig welke met geschikte 15 oplaadmiddelen 302 zoals een scorotron, over de gehele breedte uniform tot een oplaadhoogte van -200 V kan worden opgeladen. Eerste belichtingsmiddelen 303, zoals een LED-printhead van 300 dpi, belichten vervolgens die gebieden waar geen toner hoeft te worden ontwikkeld (wit schrijven). De door de belichtingsmiddelen 303 belichte delen van de fotogeleider 301 worden hierbij tot een zogenaamd nul-niveau ontladen 20 waarbij geen toner meer kan worden ontwikkeld. In deze uitvoering wordt de fotogeleider 301 op deze gebieden nagenoeg geheel ontladen. Het nul-niveau komt dan overeen met nagenoeg 0 Volt. Verder in de omwentelingsrichting gelegen eerste ontwikkelmiddelen 304, zoals bijvoorbeeld een cilinder met in langsrichting een aantal magneten omgeven door een om de cilinder roterende huls, zijn geschikt om een unaire 25 ofwel een één-component geleidende magnetische toner op de niet belichte gebieden van de fotogeleider 301 op te brengen door een eerste ontwikkelspanning U1 ten opzichte van de fotogeleider te handhaven gelijk aan aan het nul-niveau, in dit geval dus 0 Volt. Hierbij wordt onder geleidende toner, toner verstaan met een celgeleiding groter dan 1.10'7 (Ohm.cm)'1. Een werkende uitvoering is verkregen met toner met een 30 celgeleiding tussen 1.10"1 en 1.10* (Ohm.cm)'1, een deeltjes grootte verdeling tussen 7 en 35 mm, een magnetisch volumepercentage tussen 0.25 en 2.5 %.
De geleiding van de toner wordt hierbij als volgt gemeten: een cylindervormige container met een binnendiameter van 17.2 mm, een bodem van koper met een dikte van 1.5 mm en een wand met een binnenhoogte van 22.9 mm, bestaande uit Teflon 1006098 12 met een dikte van 9 mm, wordt gevuld met een overmaat aan toner. Het vulsel wordt daarna met een aanstamper tien keer aangestampt met een stamper gemaakt door Engelsman A.G., of Ludwigshafen, Duitsland. Deze vulprocedure wordt twee keer uitgevoerd. De overmaat aan toner wordt dan afgeveegd met een lineaal. Een koperen 5 deksel met een diameter van 17.2 mm en een massa van 55 g wordt vervolgens op de kolom toner geplaatst. De gevulde container wordt vervolgens geplaatst in een kooi van Faraday en een 10 Volt gelijkspanning wordt aangelegd tussen de bodem en het deksel. De stroomdichtheid wordt gedurende 20 seconden gemeten. De meetprocedure (het vullen van de container en de stroom meting) wordt drie maal herhaald, waarna de 10 gemiddelde stroomdichtheid wordt berekend. De weerstand van de toner volgt uit de volgende formule: p = (U/lg) * (A/h) met U = de aangelegde spanning (10 Volt) 15 A = het contactoppervlak van het deksel met de kolom toner (2.32 10"W) h = de hoogte van de kolom toner (2.29 10*m)
Ig = de gemiddelde stroomsterkte (A)
Bij voorkeur zal er naar worden gestreefd om het magnetisch volumepercentage van 20 toners voor kleuren en zeker voor lichte kleuren zo gering mogelijk te houden teneinde de kleurverzadiging zo groot mogelijk te houden. Als compensatie moeten voor toners met een laag magnetische volumepercentage, wel sterkere magneetvelden in de ontwikkelmiddelen worden toegepast. In de praktijk hebben de gebruikte magneetpolen in de magneetborstel hebben een radiële magnetische veldsterkte in de ontwikkelkneep 25 op het hulsoppervlak voor kleurentoner rond de 2900 Gauss en voor zwarte en donkere kleurentoner een magnetische veldsterkte rond de 650 Gauss. Hierbij is het voordelig om eerst kleurentoner te ontwikkelen en dan pas zwarte toner aangezien de zwak magnetische kleurentoner door een zwakke magnetische ontwikkelwals voor zwarte toner niet snel zal worden opgenomen.
30 Om in eenzelfde omwenteling van de fotogeleider 301 een tweede tonerbeeld in register over het ontwikkelde eerste tonerbeeld te zetten, moeten het opladen, belichten en ontwikkelen voor het tweede tonerbeeld plaatsvinden voordat een omwenteling is voltooid. Hiertoe zijn in de omwentelingsrichting achtereenvolgens na de eerste ontwikkelmiddelen 304 opgestelde tweede oplaadmiddelen 305, tweede 1006ü98 13 belichtingsmiddelen 306 en tweede ontwikkelmiddelen 307 aanwezig. De ontwikkelmiddelen omvatten daartoe een scorotron om de fotogeleider weer uniform op te laden tot -200 Volt. De belichtingsmiddelen 306 omvatten een LED-printhead van 300 dpi voor het belichten van die gebieden waar geen toner van het tweede tonerbeeld 5 ontwikkeld mag worden. Hierbij wordt zodanig belicht dat het tweede tonerbeeld in principe altijd naast en niet over het eerste tonerbeeld komt te liggen. De belichte gebieden van de fotogeleider worden hierbij weer tot nagenoeg een nul-niveau ontladen, in dit geval tot nagenoeg 0 Volt. Door een tweede ontwikkelspanning U2 van 0 Volt te handhaven tussen de tweede ontwikkelmiddelen 307 en de fotogeleider 310, 10 wordt bereikt dat alleen op de niet belichte gebieden van de fotogeleider 310 toner wordt ontwikkeld. Doordat gebruik wordt gemaakt van geleidende toner, is er geen ladingsopbouw in het naar de ontwikkelmiddelen 307 gerichte deel van de eerst ontwikkelde tonerlaag. In deze eerste laag is alleen sprake van een spiegelbeeldlading in dat deel van de toner welke raakt aan de fotogeleider. Het uiteindelijk verzamelde 15 tonerbeeld bestaat daarom in principe uit maar één laag toner. De toner van de tweede ontwikkelmiddelen die in contact komt met de al ontwikkelde eerste laag toner zal, doordat de hierdoor in de eerste laag toner geïnduceerde lading snel weglekt, ook snel geen elektrische kracht hiervan meer ondervinden.
Zoals al eerder opgemerkt, wordt bij voorkeur in de tweede ontwikkelmiddelen 20 307 zwarte toner ontwikkeld. Het uiteindelijke, een-laags, meer-kleuren tonerbeeld wordt vervolgens, in één keer, door middel van druk en warmte in een eerste transferstap overgedragen op een tussenwals 308. Door middel van een tweede transferstap, wordt uiteindelijk het op de tussenwals 308 verzamelde tonerbeeld overgedragen op een uiteindelijke kopiedrager 309.
25 Een voordeel van de uitvoering beschreven in Fig. 3 is dat het gehele ladingsbereik van de fotogeleider 301 wordt benut.
Zoals al eerder opgemerkt, kan de werkwijze en inrichting overeenkomstig de uitvinding evenzeer worden toegepast bij een direkt, op ionongrafische wijze pixelgewijs aanbrengen van de ladingsbeelden op een als diëlectricum uitgevoerd 30 ladingvasthoudend medium met behulp van een array van elektroden.
In Fig. 4 wordt daarentegen eentweede uitvoering overeenkomstig de uitvinding beschreven waarbij de hierin aanwezige fotogeleider 401 wordt uitbelicht naar twee uitbelichtingsniveau' s. Hierbij wordt eerst door middel van oplaadmiddelen 402, de fotogeleider 401 weer opgeladen tot het maximale oplaadniveau van -200 Volt. Eerste *006098 14 belichtingsmiddelen 403 daarentegen ontladen nu die gebieden van de fotogeleider 401 waar geen toner door de eerste ontwikkelmiddelen 404 mag worden ontwikkeld, tot halverwege het maximale oplaadniveau van - 200 Volt en het nulniveau van 0 Volt, in dit geval ongeveer -100 Volt. Door nu de eerste ontwikkelspanning U1 tussen de eerste 5 ontwikkelmiddelen 404 en de fotogeleider op -100 Volt te handhaven, wordt alleen toner van het eerste tonerbeeld ontwikkeld op de niet belichte en gebieden. Hierbij is dus weer sprake van wit schrijven.
Met de tweede belichtingsmiddelen 405 wordt vervolgens de fotogeleider 401 daar belicht waar geen toner van de tweede ontwikkelmiddelen 406 mag worden 10 ontwikkeld. Hierbij worden de belichte delen van de fotogeleider 401 tot het nulniveau ontladen, in dit geval tot 0 Volt.Door de tweede ontwikkelspanning U2 tussen deze tweede ontwikkelmiddelen 406 en de fotogeleider 401 op het nulniveau te handhaven, wordt alleen toner ontwikkeld op die gebieden waar nog een oplaadniveau van -100 Volt aanwezig is (wit-schrijven). Zoals al eerder opgemerkt, wordt op de al ontwikkelde 15 eerste laag toner geen tweede laag ontwikkeld.
Een voordeel van de hier beschreven tweede uitvoering is het ontbreken van tweede oplaadmiddelen. Voorts bestaat bij de tweede uitvoering minder kans op los laten van de eerste tonerlaag bij een hernieuwde tussentijdse volledige oplading zoals het geval is bij de eerste uitvoering.
20 In Fig. 5 wordt een derde uitvoering overeenkomstig de uitvinding weergegeven.
Hierbij wordt ook maar één keer opgeladen zonder echter gebruik te maken van een opdeling van het oplaadniveau van de fotogeleider 501. Oplaadmiddelen 501 laden de fotogeleider 501 weer uniform op tot het maximale oplaadniveau, in dit geval van -200 Volt. De eerste belichtingsmiddelen 503 daarentegen, belichten nu die gebieden van de 25 fotogeleider 501 waar toner door de eerste ontwikkelmiddelen 504 moet worden ontwikkeld. Hierbij worden de belichte gebieden ontladen tot een nulniveau van, in dit geval, nagenoeg 0 Volt. Door nu de eerste ontwikkelspanning U1 tussen de eerste ontwikkelmiddelen 503 en de fotogeleider 501 op nagenoeg -200 Volt te handhaven, wordt alleen toner ontwikkeld op de belichte en ontladen gebieden van de fotogeleider 30 501 (zwart schrijven).
Vervolgens worden door tweede belichtingsmiddelen 505 verder die gebieden van de fotogeleider 501 belicht waar toner van de tweede ontwikkelmiddelen 506 moet worden ontwikkeld. Door een tweede ontwikkelspanning U2 van -200 Volt te handhaven tussen de tweede ontwikkelmiddelen 506 en de fotogeleider 501, wordt de 1006098 15 tweede toner alleen op de ontladen gebieden van de fotogeleider 501 ontwikkeld (zwart schrijven). Een voordeel van het zogenaamde zwart schrijven is dat een tussentijdse oplading of een opdeling van het oplaadniveau zoals beschreven bij de voorafgaande uitvoeringen, niet nodig is.
5 Anderzijds worden bij zwartschrijven hogere eisen gesteld aan de egaliteit van de oplading teneinde ondergrondontwikkeling tegen te gaan.
Fig. 6 toont daarom een vierde uitvoering overeenkomstig de uitvinding waarbij zwart- en wit schrijven worden gecombineerd in één uitvoering. Met name is deze uitvoering geschikt voor uitbreiding van bestaande, in één kleur wit-schrijvende 10 tonersystemen met één of meer extra toners van verschillende kleur. Hierbij wordt de tweede toner via zwart-schrijven ontwikkeld in een in omwentelingsrichting van een fotogeleider 601 gelegen eerste ontwikkelmiddelen 604. Hierbij wordt bij voorkeur de toner met relatief de zwakste magnetisatie, zoals meestal de toner voor kleur, met de eerste ontwikkelmiddelen 604 ontwikkeld. Met oplaadmiddelen 602 wordt de 15 fotogeleider 601 uniform opgeladen tot een maximaal oplaadniveau van, in dit geval, -200 Volt. Belichtingsmiddelen 603 belichten vervolgens die gebieden van de fotogeleider 601 waarop toner van de eerste ontwikkelmiddelen 604 moet worden ontwikkeld. Hierbij worden deze gebieden weer ontladen tot een nul-niveau van, in dit geval, nagenoeg 0 Volt. Door de eerste ontwikkelspanning U1 tussen de eerste 20 ontwikkelmiddelen 604 en de fotogeleider 601 op het niveau van nagenoeg -200 Volt te houden, wordt alleen toner op de belichte en ontladen gebieden ontwikkeld (zwartschrijven). Vervolgens worden met tweede ontwikkelmiddelen 605 die delen van de fotogeleider belicht waar geen toner van de tweede ontwikkelmiddelen 606 mag worden ontwikkeld. De belichting ontlaadt hierbij de fotogeleider tot weer het nulniveau van 0 25 Volt. Door de ontwikkelspanning U2 tussen de tweede ontwikkelmiddelen 606 en de fotogeleider op nagenoeg 0 Volt te handhaven, wordt de tweede toner alleen op de door de belichtingsmiddelen 605 niet belichte gebieden van de fotogeleider 601 ontwikkeld.
Hierbij wordt een goede meerkleurenregistratie verkregen zonder storende en 30 ongewenste zwarte toner ontwikkeling bij gekleurde gebieden of aantasting van gekleurde gebieden.
Ten slotte zij opgemerkt dat alhoewel de uitvinding is geïllustreerd aan de hand van uitvoeringsvormen waarbij maar twee verschillende toners worden gebruikt, de uitvinding is hiertoe niet beperkt. Zelfs als de kans op verstoring bij gebruik van meer 10Ü6U98 16 dan twee ontwikkelmiddelen groter wordt, zijn meer-kleuren systemen en zelfs fullcolour systemen mogelijk met een ontwikkeling van een fotogeleider in één omwenteling met unaire, geleidende en magnetische toner.
Voorts zijn de in de voorbeelden genoemde polariteiten en groottes van de 5 ontwikkelspanningen en oplaadniveau's maar een voorbeeld. Afhankelijk van de eigenschappen van de fotogeleider en toners, kunnen hiervoor andere waarden worden gekozen. Vanzelfsprekend zonder hierbij het karakter van wit- of zwart-schrijven wezenlijk aan te tasten.
1006098
Claims (11)
1. Werkwijze voor het vormen van ten minste twee tonerbeelden in register op een roteerbaar ladingvasthoudend medium, de werkwijze achtereenvolgend omvattend 5 in één omwenteling van het ladingvasthoudende medium : een overeenkomstig een eerste beeld een eerste maal aanbrengen van een eerste ladingsbeeld op het ladingvasthoudend medium, een eerste keer ontwikkelen van een eerste tonerbeeld overeenkomstig het eerste ladingsbeeld op het ladingvasthoudende medium door het opbrengen van 10 magnetiseerbare toner door middel van een magneetborstel, ten minste een tweede keer overeenkomstig een tweede beeld aanbrengen van een tweede ladingsbeeld op het ladingvasthoudend medium, ten minste een tweede keer ontwikkelen van ten minste een tweede tonerbeeld overeenkomstig het tweede ladingsbeeld op het ladingvasthoudend medium door het 15 opbrengen van magnetiseerbare toner door middel van een magneetborstel, gekenmerkt door het opbrengen van een unaire elektrisch geleidende en magnetiseerbare toner op het ladingvasthoudend medium bij de eerste en de ten minste tweede keer ontwikkelen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, gekenmerkt door het opbrengen van unaire elektrisch geleidende en magnetiseerbare toner waarvan de elektrische geleiding ligt tussen 1 en 1.10'7 (Ohm.cm)1.
3. Werkwijze volgens conclusie 1, gekenmerkt door het opbrengen van een unaire 25 elektrisch geleidende en magnetiseerbare toner waarvan de elektrische geleiding ligt tussen 1.103 en 1.10-4 (Ohm.cm)-1.
4. Werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot en met 3, waarbij het ladingvasthoudend medium een fotogeleidend medium is, 30 de eerste keer aanbrengen van het eerste ladingsbeeld achtereenvolgend omvat het een eerste keer opladen van het fotogeleidend medium naar een eerste oplaadniveau en het overeenkomstig een eerste beeld een eerste keer belichten van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het eerste ladingsbeeld hierop en de ten minste tweede keer aanbrengen van het tweede ladingsbeeld .JüüQU98 achtereenvolgend omvat het achtereenvolgend overeenkomstig het tweede beeld belichten van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het tweede ladingsbeeld hierop.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, 10 bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, hierna het voor een tweede keer opladen van het fotogeleidend medium tot nagenoeg 15 het eerste oplaadniveau, bij de tweede keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau en 20 bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium.
6. Werkwijze volgens conclusie 4, gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot een tweede niveau gelegen tussen het eerste oplaadniveau en nagenoeg een nulniveau, 30 bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het tweede niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend ? 0 0 6 0 9 R i medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij het tweede niveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau en bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op 5 de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nul-niveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium.
7. Werkwijze volgens conclusie 4, gekenmerkt door 10 bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op 15 de belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten van de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en 20 waarbij het tweede oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau en bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de 25 tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidende medium.
8. Werkwijze volgens conclusie 4, gekenmerkt door bij de eerste keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar toner overeenkomstig het eerste beeld moet worden opgebracht en 30 waarbij het eerste oplaadniveau ter plaatse wordt gereduceerd tot nagenoeg een nulniveau, bij de eerste keer ontwikkelen van het eerste tonerbeeld toner op te brengen op de belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het eerste oplaadniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de 7006098 eerste ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium, bij de tweede keer belichten uitsluitend de gebieden van het fotogeleidend medium te belichten waar geen toner overeenkomstig het tweede beeld moet worden opgebracht en waarbij ter plaatse het eerste oplaadniveau wordt gereduceerd tot 5 nagenoeg het nulniveau, bij de tweede keer ontwikkelen van het tweede tonerbeeld toner op te brengen op de niet belichte delen van het fotogeleidend medium door het handhaven van een nagenoeg met het nulniveau overeenkomende ontwikkelspanning tussen de tweede ontwikkelmiddelen en het fotogeleidend medium. 10
9. Beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot en met 3, waarbij de inrichting is voorzien van een roteerbaar ladingvasthoudend medium en achtereenvolgend in een voortbewegingsrichting van en nabij het ladingvasthoudend medium geplaatste : 15 eerste ladingschrijfmiddelen geschikt voor het overeenkomstig het eerste beeld beeldelementsgewijs opbrengen van lading voor het verkrijgen van het eerste ladingsbeeld, eerste ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het eerste ladingsbeeld, 20 ten minste tweede ladingschrijfmiddelen geschikt voor het overeenkomstig het ten minste tweede beeld beeldelementsgewijs opbrengen van lading voor het verkrijgen van het ten minste tweede ladingsbeeld en ten minste tweede ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het tweede ladingsbeeld waarbij 25 de eerste en de ten minste tweede ontwikkelmiddelen een magneetborstel omvatten geschikt voor het opbrengen van unair elektrisch geleidende magnetiseerbare toner.
10. Beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze volgens één van de conclusies 4, 6 tot en met 8, waarbij de inrichting is voorzien van 30 een roteerbaar fotogeleidend medium en achtereenvolgend in een voortbewegingsrichting van en nabij het fotogeleidend medium geplaatste : eerste oplaadmiddelen voor het opladen van het fotogeleidend medium naar het eerste oplaadniveau, eerste belichtingsmiddelen voor het overeenkomstig het eerste beeld belichten 1006098 f van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het eerste ladingsbeeld hierop, eerste ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het eerste ladingsbeeld, ten minste tweede belichtingsmiddelen voor het overeenkomstig het tweede beeld 5 belichten van het fotogeleidend medium voor het verkrijgen van het het tweede ladingsbeeld hierop, ten minste tweede ontwikkelmiddelen voor het opbrengen van toner overeenkomstig het tweede ladingsbeeld waarbij de eerste en de ten minste tweede ontwikkelmiddelen een magneetborstel 10 omvatten geschikt voor het opbrengen van unair elektrisch geleidende magnetiseerbare toner.
11. Beeldvormende inrichting volgens conclusie 10, geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze volgens conclusie 5, waarbij de inrichting verder is voorzien van 15 tweede oplaadmiddelen welke zijn gerangschikt tussen de tweede oplaadmiddelen en de tweede belichtingsmiddelen en geschikt zijn voor het hernieuwd opladen van het fotogeleidend medium tot het eerste oplaadniveau. . Üü6u9 8
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1006098A NL1006098C2 (nl) | 1997-05-21 | 1997-05-21 | Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. |
| DE69817079T DE69817079T2 (de) | 1997-05-21 | 1998-05-15 | Verfahren zur Erzeugung von aufeinanderliegenden Tonerbildern auf einem ladungshaltenden Medium und Bilderzeugungsapparat angepasst an dieses Verfahren |
| EP98201650A EP0880082B1 (en) | 1997-05-21 | 1998-05-15 | A method of forming toner images in register on a charge retentive medium and an image-forming apparatus adapted to perform the method |
| JP10137069A JPH10333396A (ja) | 1997-05-21 | 1998-05-19 | 電荷保持媒体にトナー画像を見当合わせして形成する方法及びこの方法を実施する画像形成装置 |
| US09/081,772 US5963764A (en) | 1997-05-21 | 1998-05-21 | Method and image-forming apparatus for forming at least two toner images in register on a charge retentive medium |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1006098 | 1997-05-21 | ||
| NL1006098A NL1006098C2 (nl) | 1997-05-21 | 1997-05-21 | Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1006098C2 true NL1006098C2 (nl) | 1998-11-25 |
Family
ID=19765003
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1006098A NL1006098C2 (nl) | 1997-05-21 | 1997-05-21 | Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US5963764A (nl) |
| EP (1) | EP0880082B1 (nl) |
| JP (1) | JPH10333396A (nl) |
| DE (1) | DE69817079T2 (nl) |
| NL (1) | NL1006098C2 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4255040A (en) * | 1978-07-20 | 1981-03-10 | Xerox Corporation | Positive overlay electronic xerographic printer |
| JPS5931970A (ja) * | 1982-08-17 | 1984-02-21 | Canon Inc | 二色現像方法 |
| JPS608852A (ja) * | 1983-06-29 | 1985-01-17 | Canon Inc | 画像形成方法 |
| US5180650A (en) * | 1992-01-31 | 1993-01-19 | Xerox Corporation | Toner compositions with conductive colored magnetic particles |
| US5438401A (en) * | 1991-12-09 | 1995-08-01 | Ricoh Company, Ltd. | Multicolor image forming method and apparatus therefor |
Family Cites Families (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4734735A (en) * | 1985-08-23 | 1988-03-29 | Konishiroku Photo Industry Co., Ltd. | Image apparatus having a color separation function |
| US4847655A (en) * | 1987-12-11 | 1989-07-11 | Xerox Corporation | Highlight color imaging apparatus |
| US4810610A (en) * | 1988-02-29 | 1989-03-07 | Xerox Corporation | Conductive single component cold pressure fixable magnetic toner compositions |
| US4935324A (en) * | 1988-05-26 | 1990-06-19 | Xerox Corporation | Imaging processes with cold pressure fixable toner compositions |
| US5061969A (en) * | 1990-07-02 | 1991-10-29 | Xerox Corporation | Hybrid development scheme for trilevel xerography |
| JPH0769646B2 (ja) * | 1990-08-03 | 1995-07-31 | 富士ゼロックス株式会社 | カラー記録装置 |
| US5367327A (en) * | 1993-12-21 | 1994-11-22 | Xerox Corporation | Single pass full color printing system using a quad-level xerographic unit and a tri-level xerographic unit with improved exposure of the photoreceptor |
-
1997
- 1997-05-21 NL NL1006098A patent/NL1006098C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1998
- 1998-05-15 DE DE69817079T patent/DE69817079T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1998-05-15 EP EP98201650A patent/EP0880082B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1998-05-19 JP JP10137069A patent/JPH10333396A/ja active Pending
- 1998-05-21 US US09/081,772 patent/US5963764A/en not_active Expired - Fee Related
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4255040A (en) * | 1978-07-20 | 1981-03-10 | Xerox Corporation | Positive overlay electronic xerographic printer |
| JPS5931970A (ja) * | 1982-08-17 | 1984-02-21 | Canon Inc | 二色現像方法 |
| JPS608852A (ja) * | 1983-06-29 | 1985-01-17 | Canon Inc | 画像形成方法 |
| US5438401A (en) * | 1991-12-09 | 1995-08-01 | Ricoh Company, Ltd. | Multicolor image forming method and apparatus therefor |
| US5180650A (en) * | 1992-01-31 | 1993-01-19 | Xerox Corporation | Toner compositions with conductive colored magnetic particles |
Non-Patent Citations (2)
| Title |
|---|
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 008, no. 129 (P - 280) 15 June 1984 (1984-06-15) * |
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 009, no. 122 (P - 359) 28 May 1985 (1985-05-28) * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE69817079T2 (de) | 2004-06-09 |
| EP0880082B1 (en) | 2003-08-13 |
| JPH10333396A (ja) | 1998-12-18 |
| US5963764A (en) | 1999-10-05 |
| EP0880082A1 (en) | 1998-11-25 |
| DE69817079D1 (de) | 2003-09-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP1115038B1 (en) | Image forming apparatus | |
| JPH01189664A (ja) | フリンジフリー、3レベルの画像形成方法 | |
| US4491083A (en) | Means for developing an electrostatic latent image | |
| NL1006098C2 (nl) | Werkwijze voor het vormen van tonerbeelden in register op een ladingvasthoudend medium alsmede beeldvormende inrichting geschikt voor het uitvoeren van de werkwijze. | |
| US4434221A (en) | Toner concentration detection by measuring current created by transfer of carrier component to non-image areas of image support surface | |
| JPS6343748B2 (nl) | ||
| JPS613152A (ja) | 静電像の現像方法 | |
| US6002899A (en) | Image conditioning/recharge apparatus for electrostatic printing systems using liquid development | |
| US5097296A (en) | Multicolor image forming apparatus using chargers with opposite polarity | |
| JPH0125059B2 (nl) | ||
| US5715503A (en) | Method and apparatus for scavenging carrier employing a magnetic field and erase radiation | |
| JPS637387B2 (nl) | ||
| JP4077202B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JPS60195560A (ja) | 画像形成方法 | |
| JP3261063B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JPH07261580A (ja) | 画像形成装置 | |
| JP3116187B2 (ja) | 画像形成方法 | |
| JP2964493B2 (ja) | 多色画像形成装置 | |
| JP3232119B2 (ja) | カラー画像形成方法 | |
| JPH11161017A (ja) | 現像装置及び画像形成装置 | |
| JP2986892B2 (ja) | 画像形成装置 | |
| JPH09106131A (ja) | 画像形成装置 | |
| JPH0728290A (ja) | 多色画像記録装置 | |
| JPH0328710B2 (nl) | ||
| JPS63139374A (ja) | カラ−電子写真方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20041201 |