NL1006652C2 - Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting. - Google Patents

Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL1006652C2
NL1006652C2 NL1006652A NL1006652A NL1006652C2 NL 1006652 C2 NL1006652 C2 NL 1006652C2 NL 1006652 A NL1006652 A NL 1006652A NL 1006652 A NL1006652 A NL 1006652A NL 1006652 C2 NL1006652 C2 NL 1006652C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
wagon
track
transport direction
seating
section
Prior art date
Application number
NL1006652A
Other languages
English (en)
Inventor
Jacob Hubert Marie Houben
Original Assignee
Vekoma Tech Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Vekoma Tech Bv filed Critical Vekoma Tech Bv
Priority to NL1006652A priority Critical patent/NL1006652C2/nl
Priority to EP98936755A priority patent/EP0998339B1/en
Priority to AU85636/98A priority patent/AU8563698A/en
Priority to DE69821111T priority patent/DE69821111D1/de
Priority to AT98936755T priority patent/ATE257737T1/de
Priority to PCT/NL1998/000421 priority patent/WO1999004875A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1006652C2 publication Critical patent/NL1006652C2/nl

Links

Classifications

    • A—HUMAN NECESSITIES
    • A63—SPORTS; GAMES; AMUSEMENTS
    • A63G—MERRY-GO-ROUNDS; SWINGS; ROCKING-HORSES; CHUTES; SWITCHBACKS; SIMILAR DEVICES FOR PUBLIC AMUSEMENT
    • A63G7/00—Up-and-down hill tracks; Switchbacks

Landscapes

  • Toys (AREA)
  • Character Spaces And Line Spaces In Printers (AREA)
  • Eye Examination Apparatus (AREA)
  • Lighting Device Outwards From Vehicle And Optical Signal (AREA)
  • Massaging Devices (AREA)
  • Electrophonic Musical Instruments (AREA)
  • Nitrogen And Oxygen Or Sulfur-Condensed Heterocyclic Ring Systems (AREA)
  • Vending Machines For Individual Products (AREA)
  • Motorcycle And Bicycle Frame (AREA)

Description

Korte aanduiding: Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrich- ting alsmede een dergelijke amusementsinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor 5 het bedrijven van een amusementsinrichting die is voorzien van een langgestrekte baan en een over de baan verplaatsbare wagon.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een amusementsinrichting voorzien van een langgestrekte baan en een over de baan verplaatsbare wagon.
10 In deze octrooiaanvrage wordt onder zitgedeelte verstaan het gedeelte van de wagon waarin een persoon of een aantal personen zittend, staand of liggend kunnen plaatsnemen.
Bij het bedrijven van een amusementsinrichting zoals een achtbaan is het op zich bekend om een wagon in een heengaande 15 transportrichting over de baan te verplaatsen, vervolgens de wagon tot stilstand te brengen en daarna de wagon in een tegengestelde teruggaande transportrichting over de baan te verplaatsen. In de heengaande transportrichting worden in de wagon aanwezige personen naar voren verplaatst terwijl in de teruggaande transportrichting de personen naar 20 achteren worden verplaatst.
De uitvinding beoogt een werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting te verschaffen waarbij een zich in de wagon bevindend persoon eenzelfde oriëntatie ten opzichte van de transportrichting blijft houden.
25 Dit doel wordt bij de werkwijze volgens de uitvinding bereikt doordat de wagon in een heengaande transportrichting over de baan wordt verplaatst totdat een voorste gedeelte van de wagon een vooraf bepaalde eindpositie nadert waarbij ten minste een van zitplaatsen voorzien zitgedeelte van de wagon over 180° om een zich dwars op de baan 30 uitstrekkende zwenkas wordt gezwenkt en de wagon tot stilstand wordt gebracht, waarna de wagon in een van de eindpositie afgekeerde, teruggaande transportrichting wordt verplaatst, waarbij het voorste gedeelte van de wagon in de transportrichting gezien wederom vooraan is gelegen.
Nabij de eindpositie, die nabij het einde van de baan 35 kan zijn gelegen of op een willekeurige, vooraf bepaalde plaats op de baan, wordt het zitgedeelte over 180° gezwenkt en de wagon tot stilstand 101665 2 2 gebracht. Op het moment dat de zwenking over 180° is voltooid, is de wagon tot stilstand gebracht en wordt de wagon vervolgens in tegengestelde transportrichting van de eindpositie af verplaatst. De in de wagon aanwezige personen kijken hierbij telkens in de bewegingsrichting van de 5 wagon. Het is uiteraard ook mogelijk om de persoon telkens tegengesteld aan de bewegingsrichting van de wagon te laten kijken.
Een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de uitvinding wordt gekenmerkt doordat de baan is voorzien van een zich nagenoeg verticaal uitstrekkend baangedeelte, waarbij de wagon in een 10 opwaartse transportrichting over de baan wordt verplaatst totdat het voorste gedeelte van de wagon nabij een uiteinde van het zich nagenoeg verticaal uitstrekkende baangedeelte is gelegen waarbij ten minste een van zitplaatsen voorzien gedeelte van de wagon over 180° om een zich, nagenoeg horizontaal, dwars op de baan uitstrekkende zwenkas wordt gezwenkt 15 en de wagon nagenoeg tot stilstand wordt gebracht, waarna de wagon in een van het uiteinde afgekeerde neerwaartse transportrichting wordt verplaatst, waarbij het voorstel gedeelte van de wagon in de transportrichting gezien wederom vooraan is gelegen.
Op deze wijze wordt de beweging van een stuntvliegtuig 20 nagebootst, waarbij het stuntvliegtuig verticaal omhoog probeert te vliegen. Een stuntvl iegtuig zwenkt bij het bereiken van de maximale hoogte over een horizontale zwenkas en duikt vervolgens nagenoeg verticaal naar beneden. Een in de wagon aanwezige persoon ondervindt bij de werkwijze volgens de uitvinding eenzelfde sensatie.
25 Het zwenken van het zitgedeelte, het stoppen van de wagon en het in neerwaartse richting gaan verplaatsen van de wagon dient in een zo kort mogelijke tijd te worden uitgevoerd om de beweging van een stuntvliegtuig zo goed mogelijk te benaderen.
Een andere uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens 30 de uitvinding wordt gekenmerkt doordat elke wagon is voorzien van een afzonderlijk, ten minste over 180° zwenkbaar, van zitplaatsen voorzien zitgedeelte, waarbij de zwenkbare zitgedeeltes simultaan over 180° worden gezwenkt.
Op deze wijze is het mogelijk om relatief veel personen 35 simultaan een zwenking om de zwenkas te laten ondergaan, terwijl de lengte van de bocht die door de personen wordt afgelegd, beperkt blijft. Hierdoor 1 0 0 6 6 5 2 3 is het mogelijk om de zwenking relatief snel uit te voeren zonder relatief te grote versnellingen en snelheden voor de zich het verst van de zwenkas af bevindende personen.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand 5 van de tekeningen, waarin fig. 1A-1E zijaanzichten en vooraanzichten tonen van een amusementsinrichting volgens de uitvinding op achtereenvolgend gelegen tijdstippen 1-8, fig. 2 een dwarsdoorsnede toont in door pijlen II-II 10 aangegeven richting van de in fig. IA weergegeven amusementsinrichting, fig. 3 de in fig. 1B en 1D weergegeven stand van de amusementsinrichting uitvergroot weergeeft, fig. 4A-4C verschillende standen van een aangrijpin-richting van de in fig. 1 weergegeven amusementsinrichting tonen.
15 In de figuren zijn overeenkomende onderdelen voorzien van eenzelfde verwijzingscijfer.
Fig. 1A-1D tonen een amusementsinrichting 10 volgens de uitvinding die is voorzien van een langgestrekte baan 11 en een over de langgestrekte baan 11 verplaatsbare wagon 12. De in fig. 1A-1E 20 weergegeven amusementsinrichting 10 is voorzien van een enkele wagon 12 die in verschillende achtereenvolgende standen 1-8 op de baan 11 is weergegeven.
De langgestrekte baan 11 is voorzien van een zich nagenoeg horizontaal uitstrekkend baangedeelte 13, twee aan weerszijden 25 van het horizontale baangedeelte 13 aangrenzende opwaarts gekromde baangedeeltes 14, 15, een op het gekromde baangedeelte 14 aangrenzende zich onder een helling naar boven uitstrekkend baangedeelte 16, een op het baangedeelte 16 aansluitende, opwaarts gekromd baangedeelte 17 en twee respectievelijk op de gekromde baangedeeltes 17, 15 aansluitende, zich 30 verticaal uitstrekkende baangedeeltes 18, 19.
De zich verticaal uitstrekkende baangedeeltes 18, 19 worden ondersteund door twee zich verticaal uitstrekkende kolommen 20, 21 die zijn voorzien van tot een vakwerk met elkaar verbonden buizen.
De baan 11 is voorzien van twee zich evenwijdig 35 uitstrekkende buizen 22, 23 waarover de wagon 12 verplaatsbaar is. De wagon 12 is hiertoe voorzien van een onderstel 24 dat, zoals zichtbaar 1006652 4 in fig. 2, 3 is voorzien van vier sets geleidingsrollen 25 die elk ten minste een op een buis 22, 23 afrollend wiel 26, twee langs de zijkant van de buis afrollende wielen 27 en ten minste een tegen de onderzijde van de buis 22, 23 afrollend wiel 28 omvat. Dergelijke samenstellen 25 5 zijn op zich bekend en zullen derhalve niet nader worden toegelicht.
De wagon 12 is verder voorzien van een zitgedeelte 29 dat vier paar achter elkaar gelegen stoelen 30 omvat. Het zitgedeelte 29 is ten opzichte van het onderstel 24 met behulp van een draaikrans 131 zwenkbaar om een zich dwars op het onderstel uitstrekkende zwenkas 31. 10 De wagon 12 is daartoe voorzien van een wrijvingswiel 132 dat roteerbaar is gelagerd om een zich dwars op de zwenkas 31 en de 1 anggestrekte baan uitstrekkende rotatieas. Het wrijvingswiel 132 is met behulp van een overbrenging (niet weergegeven) gekoppeld met de draaikrans 131. Nabij de bovenste uiteinden van de zich verticaal uitstrekkende baangedeeltes 15 18, 19 is de baan 11 voorzien van een wrijvingsbaan 133 waarover het wrijvingswiel 132 wordt afgerold. Ten gevolge van het over de wrijvings-baan 133 afrollende wrijvingswiel 132 wordt de draaikrans 131 en het daarmee verbonden zitgedeelte 29 om de zwenkas 31 gezwenkt.
De amusementsinrichting 10 is verder voorzien van twee 20 verplaatsingsmechanismen 32, 33 die elk zijn voorzien van een losneembaar met het onderstel 24 koppelbaar aangrijpinrichting 34 en een met de aangrijpinrichting 34 verbonden kabel 35 die nabij een bovenste uiteinde 36, 37 van de zich verticaal uitstrekkende baangedeeltes 18, 19 over een geleiderol 38 is geslagen, zich vervolgens verticaal in neerwaartse 25 richting uitstrekt en nabij de onderzijde van de verticale staander 20, 21 over een geleiderol 39 met een lier 40 is verbonden.
Fig. 2 toont een dwarsdoorsnede van de in fig. IA weergegeven amusementsinrichting 10, waarbij de stand is weergegeven waarbij de wagon 12 zich ter hoogte van de pijlen II-II bevindt.
30 In de dwarsdoorsnede is de staander 21 zichtbaar die is voorzien van tot driehoeken met elkaar verbonden stangen 41, 42, 43. De stangen zijn nabij de uiteinden verbonden met zich verticaal uitstrekkend buisvormig profiel 44, 45, 46. Het buisvormige profiel 46 is voorzien van een aantal op afstand van elkaar gelegen U-vormige 35 dragers 47. De uiteinden van de benen 48, 49 van de U-vormige dragers 47 zijn verbonden met de zich evenwijdig uitstrekkende buizen 22, 23.
1006652 5
Het onderstel 24 is voorzien van een zich langgestrekte vinvormige flens 50 die met op zich bekende middelen koppelbaar is met de aangrijpinrichting 34.
Fig. 4A-4C tonen de aangri jpinrichting 34 die onderdeel 5 vormt van een afzonderlijke octrooiaanvrage NL-A-1005727 van aanvraagster en derhalve slechts beknopt zal worden toegei icht. De aangri jpinrichting 34 omvat een aantal paren nokken 134 die onder veerkracht roteerbaar zijn in door pijlen P7 en P8 aangegeven richtingen. De aangrijpinrichting 34 is verder voorzien van twee, tegen veerkracht in, in door pijlen P5, P6 10 aangegeven richtingen verplaatsbare sledes 135, 136 die zijn voorzien van tegenover de nokken 134 gelegen pennen 137. De baan 11 is voorzien van een kleminrichting (niet weergegeven) met behulp waarvan krachten op de sledes 135, 136 kunnen worden uitgeoefend in door pijlen P5, P6 aangegeven richtingen. Ten gevolge van deze op de sledes 135, 136 uitgeoefende 15 krachten, worden de sledes 135, 136 naar elkaar toe verplaatst, waarbij de pennen 137 in aanraking worden gebracht met de nokken 134, waardoor de nokken 134 in aan pijlen P7, P8 tegengestelde richtingen worden gezwenkt. Door het in pijlen P7, P8 tegengestelde richtingen zwenken van de nokken 134, geraken de nokken 134 van de in fig. 4A weergegeven stand 20 in de in fig. 4B weergegeven stand. Bij het koppelen van de aangri jpinrichting 34 met de flens 50 van de wagon 12 wordt de aangrijpinrichting 34 eerst in de in fig. 4B weergegeven stand gebracht waarna de op de sledes 135, 136 uitgeoefende krachten worden verminderd en de aangrijpinrichting 34 bijvoorbeeld de in fig. 4C weergegeven stand inneemt, waarbij de 25 flens 50 asymmetrisch in de aangri jpinrichting 34 is gelegen. Bij het ontkoppelen van de aangrijpinrichting 34 van de flens 50 worden krachten op de sledes 135, 136 uitgeoefend in door pijlen P5, P6 aangegeven richtingen. Tegelijkertijd wordt de aangrijpinrichting 34 afgeremd. Ten gevolge van de massatraagheid zal de wagon 12 met de daarmee verbonden 30 flens 50 nog een geringe verplaatsing ondergaan in de door pijl T aangegeven transportrichting. Dientengevolge verminderen de door de flens 50 op de nokken 134 uitgeoefende krachten en kunnen de sledes 135, 136 met een relatief geringe kracht naar elkaar toe worden verplaatst, ten gevolge waarvan de nokken 134 van de flens 50 worden ontkoppeld.
35 De werking van de amusementsinrichting 10 zal nu beknopt worden toegelicht.
168 6 65 2 6
Uitgegaan wordt van stand 1, waarbij de wagon 12 zich in het horizontale baangedeelte 13 bevindt. Nabij dit horizontale baangedeelte 13 is een in- en uitstapstation gelegen van waaruit personen in de wagon 12 kunnen plaatsnemen en uit de wagon 12 kunnen stappen. Op 5 de stoelen 30 zittende personen kijken in een door pijl PI aangegeven transportrichting. Nadat de personen in de wagon 12 hebben plaatsgenomen en in de stoelen 30 met op zich bekende middelen zijn vastgezet, wordt de met de wagon 12 gekoppelde aangrijpinrichting 34 met behulp van de lier 40 in de door pijl PI aangegeven transportrichting verplaatst over 10 achtereenvolgens het horizontale baangedeelte 13, het gekromde baangedeelte 14, het schuine baangedeelte 16, het gekromde baangedeelte 17 naar het verticaal uitstrekkende baangedeelte 18, alwaar de wagon 12 de stand 2 bereikt.
Nabij het uiteinde van het baangedeelte 18 wordt het 15 zitgedeelte 29 van het onderstel 24 ontkoppeld, vervolgens in een door pijl P2 aangegeven richting om de zich horizontaal uitstrekkende zwenkas 31 gezwenkt (zie fig. 1B, stand 3; fig. 3) en daarna weer met het onderstel 24 gekoppeld. Op het moment dat het zitgedeelte met het onderstel wordt gekoppeld, wordt de wagon tot stilstand gebracht, waarna de wagon 12 20 de in fig. 1C weergegeven stand 4 heeft ingenomen. Het voltooien van de zwenking en het tot stilstand brengen van de wagon dient bij voorkeur simultaan plaats te vinden om het gevoel van een om een horizontale as duikend vliegtuig zo goed mogelijk te benaderen.
Het zwenken van het zitgedeelte 29 vindt bijvoorbeeld 25 plaats op de wijze zoals beschreven aan de hand van fig. 2.
Het is ook mogelijk om het zitgedeelte met behulp van een elektrisch aangedreven motor om de zwenkas 31 te verzwenken waarbij met behulp van met een regelaar gekoppelde sensoren de elektrische motor op het gewenste tijdstip wordt geactiveerd. Na het zwenken van het 30 zitgedeelte 29 wordt het zitgedeelte 29 met het onderstel 24 vergrendeld. Pas dan is het zwenken van het zitgedeelte 29 voltooid. Op het moment dat het zwenken is voltooid, wordt de wagon 12 tot stilstand gebracht.
Het tot stilstand brengen van de wagon 12 kan op verschillende wijzen plaatsvinden.
35 Ten eerste is het mogelijk om het verplaatsingsmechanis- me 32 tot stilstand te brengen, vervolgens de wagon 12 te koppelen met 1006652 7 een nabij het uiteinde 36 opgestelde klauw (niet weergegeven), daarna de aangri jpinrichting 34 van de wagon 12 te ontkoppelen en vervolgens de klauw van de wagon te ontkoppelen.
Een tweede mogelijkheid is dat gebruik wordt gemaakt 5 van de in fig. 4A-4C weergegeven aangrijpinrichting 34, waarbij de met de flens 50 van de wagon 12 verbonden aangri jpinrichting 34 wordt afgeremd en met behulp van een kleminrichting de sledes 135, 136 naar elkaar toe worden gedrukt. Ten gevolge van de op de sledes 135, 136 uitgeoefende krachten en het ten gevolge van de massatraagheid verminderen van de door 10 de flens 50 op de nokken 134 uitgeoefende krachten, worden de sledes 135, 136 naar elkaar toe verplaatst en de nokken 134 ontkoppeld van de flens 50. De wagon 12 zal ten gevolge van de zwaartekracht tot stilstand worden gebracht en onder invloed van de zwaartekracht vervolgens in neerwaartse richting worden verplaatst.
15 Na het ontkoppelen van de wagon 12 van de aangrijpin- richting 34, zal de wagon 12 onder invloed van zwaartekracht in een door pijl P3 aangegeven neerwaartse richting worden verplaatst.
De wagon 12 wordt vervolgens over het zich horizontaal uitstrekkende baangedeelte 18, het gekromde baangedeelte 17, het schuine 20 baangedeelte 16, het gekromde baangedeelte 14, het horizontale baangedeelte 13, het gekromde baangedeelte 15 naar het zich verticaal uitstrekkende baangedeelte 19 verplaatst. Op het baangedeelte 19 wordt de aangri jpinrichting 34 van het verplaatsingsmechanisme 33 met de wagon 12 gekoppeld waarna met behulp van de lier 40 de wagon 12 tot nabij het uiteinde 37 van het 25 zich verticaal uitstrekkende baangedeelte 19 wordt gebracht. Nabij het uiteinde 37 (stand 5) wordt het zitgedeelte 29 om de zich horizontaal uitstrekkende zwenkas 31 in de door pijl P2 aangegeven richting gezwenkt (zie fig. 1D, stand 6; fig. 3) en wordt de wagon 12 tot stilstand gebracht. Na het zwenken om de zwenkas 31 en het tot stilstand brengen van de wagon, 30 neemt de wagon 12 de in fig. IE weergegeven stand 7 in waarna de aangri jpinrichting 34 van de wagon 12 wordt ontkoppeld en de wagon 12 onder zwaartekracht in een door pijl P4 aangegeven richting wordt verplaatst. Aangezien het verticale baangedeelte 19 aanzienlijk langer is dan het baangedeelte 18 wordt hierbij nog sterker de sensatie ervaren van een 35 verticaal omhoog vliegend en vervolgens naar beneden duikend vliegtuig.
1006652 8
De wagon 12 verplaatst zich achtereenvolgens over het zich verticaal uitstrekkende baangedeelte 19, het gekromde baangedeelte 15, het zich horizontaal uitstrekkende baangedeelte 13, het gekromde baangedeelte 14 en het schuine baangedeelte 16. Op het schuine baangedeelte 5 16 wordt de aangrijpinrichting 34 van het verplaatsingsmechanisme 32 in aangrijping gebracht met de vinvormige flens 50 van de wagon 12 en wordt de wagon 12 tot stilstand gebracht. Daarna wordt de wagon in een aan pijl PI tegengestelde richting na het horizontale baangedeelte 13 getransporteerd. De personen verlaten de wagon 12 en andere personen nemen in de 10 wagon 12 plaats. Indien gewenst is het mogelijk om het zitgedeelte 29 op het schuine baangedeelte 16 om de zwenkas 31 te zwenken zodat de personen ook bij het terugkeren naar het horizontale baangedeelte 13 in de transportrichting kijken.
Het is mogelijk om de amusementsinrichting 10 te 15 voorzien van een aantal aan elkaar gekoppelde wagons 12 waarbij de onderstellen 24 met elkaar worden gekoppeld en de zitgedeeltes 29 elk afzonderlijk ten opzichte van het bijbehorende onderstel 24 zwenkbaar zijn om een zwenkas 31.
Het is ook mogelijk om de personen staand te vervoeren. 20 Het is ook mogelijk om de wagon aan de baan te hangen in plaats van, zoals weergegeven in fig. IA, op de baan te verplaatsen. Het is ook mogelijk om de personen liggend over de baan te verplaatsen, zoals bijvoorbeeld beschreven in de internationale octrooiaanvrage WO 97/02878, waarbij elke persoon met de rug tegen de baan aanligt. In de neerwaartse beweging drukt 25 de persoon dan als het ware verticaal naar beneden.
Het zwenken van het zitgedeelte 29 ten opzichte van het onderstel 24 kan ook plaatsvinden met behulp van een elektrische motor.
Het vergrendelen van het zitgedeelte ten opzichte van het onderstel kan zowel mechanisch als elektronisch worden gecontroleerd. 30 Het is ook mogel ijk om bij het baangedeelte 19 in plaats van een 1 iermechanisme een ander aandrijfmechanisme, zoals bijvoorbeeld een hydraulische cylinder te gebruiken.
1006652

Claims (8)

1. Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrich-ting die is voorzien van een langgestrekte baan en een over de baan 5 verplaatsbare wagon, met het kenmerk, dat de wagon in een heengaande transportrichting over de baan wordt verplaatst totdat een voorste gedeelte van de wagon een vooraf bepaalde eindpositie nadert waarbij ten minste een van zitplaatsen voorzien zitgedeelte van de wagon over 180° om een zich dwars op de baan uitstrekkende zwenkas wordt gezwenkt en de wagon 10 tot stilstand wordt gebracht, waarna de wagon in een van de eindpositie afgekeerde, teruggaande transportrichting wordt verplaatst, waarbij het voorste gedeelte van de wagon in de transportrichting gezien wederom vooraan is gelegen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat 15 de baan is voorzien van een zich nagenoeg verticaal uitstrekkend baangedeelte, waarbij de wagon in een opwaartse transportrichting over de baan wordt verplaatst totdat het voorste gedeelte van de wagon nabij een uiteinde van het zich nagenoeg verticaal uitstrekkende baangedeelte is gelegen waarbij ten minste een van zitplaatsen voorzien gedeelte van 20 de wagon over 180° om een zich, nagenoeg horizontaal, dwars op de baan uitstrekkende zwenkas wordt gezwenkt en de wagon nagenoeg tot stilstand wordt gebracht, waarna de wagon in een van het uiteinde afgekeerde neerwaartse transportrichting wordt verplaatst, waarbij het voorstel gedeelte van de wagon in de transportrichting gezien wederom vooraan is 25 gelegen.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de amusementsinrichting is voorzien van een aantal aan elkaar gekoppelde wagons, met het kenmerk, dat elke wagon is voorzien van een afzonderlijk, ten minste over 180° zwenkbaar, van zitplaatsen voorzien zitgedeelte, 30 waarbij de zwenkbare zitgedeeltes simultaan over 180° worden gezwenkt.
4. Amusementsinrichting voorzien van een langgestrekte baan en een over de baan verplaatsbare wagon, met het kenmerk, dat de wagon is voorzien van een in en tegengesteld aan een transportrichting respectievelijk naar en vanaf een eindpositie over de baan verplaatsbaar 35 onderstel en een van zitplaatsen voorzien zitgedeelte dat nabij de eindpositie over ten minste 180° zwenkbaar is ten opzichte van het onderstel. 1 0 0 6 65 2
5. Amusementsinrichting voorzien van een langgestrekte baan en een over de baan verplaatsbare wagon, met het kenmerk, dat de wagon is voorzien van een over de baan verplaatsbaar onderstel en een van zitplaatsen voorzien zitgedeelte dat over ten minste 180° zwenkbaar is 5 ten opzichte van het onderstel, waarbij de baan is voorzien van een zich nagenoeg verticaal uitstrekkend baangedeelte en de amusementsinrichting is voorzien van middelen voor het nabij het bovenste uiteinde van het zich nagenoeg verticaal uitstrekkende baangedeelte over 180° om een zich nagenoeg horizontaal uitstrekkende zwenkas zwenken van het zitgedeelte 10 van de wagon.
6. Amusementsinrichting volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de amusementsinrichting is voorzien van een aantal achter elkaar gelegen wagons, waarvan de onderstellen aan elkaar zijn gekoppeld, waarbij de zitgedeeltes van de afzonderlijke wagons, afzonderlijk over 15 ten minste 180° zwenkbaar zijn.
7. Amusementsinrichting volgens conclusie 4, 5 of 6, met het kenmerk, dat de baan is voorzien van een zich nagenoeg horizontaal uitstrekkend baangedeelte, twee aan beide uiteinden van het horizontale baangedeelte aansluitende, opwaarts gekromde gedeeltes die aan van het 20 horizontale gedeelte afgekeerde zijden aansluiten op zich nagenoeg verticaal uitstrekkende baangedeeltes.
8. Amusementsinrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat nabij het horizontaal uitstrekkende baangedeelte een in- en uitstapstation is gelegen. 1006652
NL1006652A 1997-07-23 1997-07-23 Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting. NL1006652C2 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1006652A NL1006652C2 (nl) 1997-07-23 1997-07-23 Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting.
EP98936755A EP0998339B1 (en) 1997-07-23 1998-07-22 Amusement device
AU85636/98A AU8563698A (en) 1997-07-23 1998-07-22 Methods for operating an amusement device, as well as such an amusement device
DE69821111T DE69821111D1 (de) 1997-07-23 1998-07-22 Vergnügungsvorrichtung
AT98936755T ATE257737T1 (de) 1997-07-23 1998-07-22 Vergnügungsvorrichtung
PCT/NL1998/000421 WO1999004875A1 (nl) 1997-07-23 1998-07-22 Werkwijzen voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1006652 1997-07-23
NL1006652A NL1006652C2 (nl) 1997-07-23 1997-07-23 Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1006652C2 true NL1006652C2 (nl) 1999-01-26

Family

ID=19765401

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1006652A NL1006652C2 (nl) 1997-07-23 1997-07-23 Werkwijze voor het bedrijven van een amusementsinrichting alsmede een dergelijke amusementsinrichting.

Country Status (6)

Country Link
EP (1) EP0998339B1 (nl)
AT (1) ATE257737T1 (nl)
AU (1) AU8563698A (nl)
DE (1) DE69821111D1 (nl)
NL (1) NL1006652C2 (nl)
WO (1) WO1999004875A1 (nl)

Families Citing this family (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE19809641C2 (de) * 1998-03-06 2002-09-05 Abc Engineering Gmbh Flums Vergnügungsbahn, insbesondere für Jahrmärkte und Vergnüngsparks
DE10042597C1 (de) * 2000-08-30 2002-01-24 Werner Stengel Freifall-Turm für eine Achterbahn
US6755749B2 (en) 2000-09-08 2004-06-29 Werner Stengel Free-fall tower for a roller coaster
RU2218966C1 (ru) * 2002-03-26 2003-12-20 Гнездилов Владимир Алексеевич Катальная гора. привод аттракциона
RU2216376C1 (ru) * 2002-07-15 2003-11-20 Гнездилов Владимир Алексеевич Катальная гора
ITMI20022084A1 (it) 2002-10-02 2004-04-03 Zamperla Antonio Spa Apparato per il divertimento.
RU2333778C2 (ru) * 2006-09-14 2008-09-20 Владимир Алексеевич Гнездилов Аттракцион
WO2018213926A1 (en) * 2017-05-26 2018-11-29 Nakhei Nejad Mohammad Apparatus with a cable-driven vehicle for transporting a person or cargo over an obstacle

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1422032A (en) * 1922-03-27 1922-07-04 Chapman Frank Amusement device
US1474335A (en) * 1921-11-07 1923-11-13 Sebastian L Petrino Amusement apparatus

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1474335A (en) * 1921-11-07 1923-11-13 Sebastian L Petrino Amusement apparatus
US1422032A (en) * 1922-03-27 1922-07-04 Chapman Frank Amusement device

Also Published As

Publication number Publication date
ATE257737T1 (de) 2004-01-15
WO1999004875A1 (nl) 1999-02-04
EP0998339A1 (en) 2000-05-10
EP0998339B1 (en) 2004-01-14
AU8563698A (en) 1999-02-16
DE69821111D1 (de) 2004-02-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8490550B2 (en) Roller coaster with articulable seat backs
EP3359437B1 (fr) Installation de transport par câble
FR2927598A1 (fr) Systeme d'aide a l'embarquement et/ou au debarquement de passagers a bord de cabines
EP0026147A1 (fr) Dispositif d'emperchage automatique d'un véhicule électrique du genre trolleybus
CN205216179U (zh) 摩托过山车挂车装置
JP3324757B2 (ja) 外部制御車両システムおよび方法
EP3608638A1 (en) Vehicle inspection system
US3885503A (en) Amusement ride
FR2572698A1 (fr) Telepherique ou telecabine multicable
JP6478059B2 (ja) 台車利用の搬送装置
EP0998339B1 (en) Amusement device
NL1020996C2 (nl) Amusementsinrichting.
EP0210897A1 (fr) Installation pour la commande d'un mouvement gravitaire ou forcé, notamment pour la simulation de saut en parachute
EP1201280B1 (fr) Installation pour parc d'attractions dite roller coaster
NL1009494C2 (nl) Amusementsinrichting alsmede werkwijze voor het bedienen van een dergelijke amusementsinrichting.
JPH0342367A (ja) 可動体の搬送設備
EP3383718B1 (fr) Installation de transport aerien
JPH0725440A (ja) 可動体使用の搬送設備
JPH08324423A (ja) 可動体使用の搬送設備
FR2952613A1 (fr) Ensemble permettant le transfert d'un passager handicape dans un avion et procede de transfert de passager handicape associe
FR2478046A1 (fr) Installation de manutention
JP2016203654A (ja) 段差対応型のキャスター装置
WO2001026764A1 (en) Sideshow attraction
JP2812498B2 (ja) 可動体搬送装置
NL1006849C2 (nl) Val-attractie voor pretparken en kermissen.

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20040201