NL1009732C2 - Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, afdekplaat en plaat van elastisch materiaal geschikt voor gebruik daarin. - Google Patents
Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, afdekplaat en plaat van elastisch materiaal geschikt voor gebruik daarin. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1009732C2 NL1009732C2 NL1009732A NL1009732A NL1009732C2 NL 1009732 C2 NL1009732 C2 NL 1009732C2 NL 1009732 A NL1009732 A NL 1009732A NL 1009732 A NL1009732 A NL 1009732A NL 1009732 C2 NL1009732 C2 NL 1009732C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- curvature
- radius
- liquid container
- cover plate
- cover
- Prior art date
Links
- 238000000746 purification Methods 0.000 title claims abstract description 5
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 title abstract description 11
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims abstract description 50
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 claims description 18
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 claims description 15
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 claims description 15
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 8
- 238000009434 installation Methods 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 3
- 230000035945 sensitivity Effects 0.000 description 7
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 4
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 4
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 3
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 3
- 238000005352 clarification Methods 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 238000010521 absorption reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 1
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 1
- 230000008602 contraction Effects 0.000 description 1
- 238000005553 drilling Methods 0.000 description 1
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 1
- 239000003292 glue Substances 0.000 description 1
- 230000001771 impaired effect Effects 0.000 description 1
- 239000012535 impurity Substances 0.000 description 1
- 230000035515 penetration Effects 0.000 description 1
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 1
- 239000010865 sewage Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D21/00—Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
- B01D21/0003—Making of sedimentation devices, structural details thereof, e.g. prefabricated parts
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D21/00—Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
- B01D21/0039—Settling tanks provided with contact surfaces, e.g. baffles, particles
- B01D21/0042—Baffles or guide plates
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D21/00—Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
- B01D21/0039—Settling tanks provided with contact surfaces, e.g. baffles, particles
- B01D21/0069—Making of contact surfaces, structural details, materials therefor
- B01D21/0075—Contact surfaces having surface features
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D21/00—Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
- B01D21/18—Construction of the scrapers or the driving mechanisms for settling tanks
- B01D21/20—Driving mechanisms
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Details Of Rigid Or Semi-Rigid Containers (AREA)
Description
Vloeistofhouder. in het bijzonder bassin van een zuive- ^ ringsinstallatie. afdekplaat en plaat van elastisch mate- Ξ riaal geschikt voor gebruik daarin.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een i
zuiveringsinstallatie, met een bij voorkeur ringvormige wand met een bovenste rand, waarbij op de bovenste rand I
5 een afdekking voor het vormen van een loopvlak voor wielen “ van een over het loopvlak beweegbare ruimerbrug of derge- ”
lijke door middel van een bevestigingsinrichting aange- T
bracht is, waarbij de afdekking opgebouwd is uit een aan- I
tal afdekplaten, waarbij de bevestigingsinrichting een ” 10 relatieve beweging van de afdekking ten opzichte van de bovenste rand van de wand toestaat.
Bassins voor zuiveringsinstallaties worden op gebruikelijke wijze van beton vervaardigd. De bovenste Z
rand van de wand van het bassin wordt als loopvlak voor de ~ 15 wielen van bijvoorbeeld de ruimerbrug gebruikt. Het is “
reeds bekend om de afdekking op te bouwen uit afzonder- Z
lijke platen, die elk bijvoorbeeld door middel van bout of Z
dergelijke met de wand van het bassin verbonden is. Een Z
dergelijke verbinding vereist niet alleen dat er boringen “ 20 in de wand aangebracht dienen te worden, maar is zeer ::
gevoelig voor onder meer thermische uitzetting van het Z
bassin en de mechanische krachten die door de wielen op —
het loopvlak worden üitgeoefend. Om deze gevoeligheid te Z
1009732 Ξ • 1 2 verminderen zijn bijvoorbeeld uit het Duitse octrooi-schrift 42 12 826 complexe verbindingen tussen de bout en de afdekplaat bekend, waarbij de afdekplaat tevens van aanzienlijke dikte is. Echter zijn nog steeds boringen in 5 de wand van het bassin noodzakelijk, en juist in deze boringen kan water dringen, dat met name bij bevriezing daarvan tot beschadiging van de wand kan leiden en tot een onjuist verloop van de wielen over de afdekplaten.
Het is onder meer een doel van de onderha-10 vige uitvinding om een vloeistofhouder te verschaffen, waarbij de verbinding van het loopvlak aan de bovenste rand van de wand op eenvoudige wijze de gevoeligheid voor onder meer thermische uitzetting van het bassin en de mechanische krachten die door de wielen op het loopvlak 15 worden uitgeoefend sterk reduceert. Bovendien is het een doel van de onderhavige uitvinding om de bevestiging van een loopvlak op de bovenste rand te vereenvoudigen.
Hiertoe wordt een vloeistofhouder van de boven genoemde soort volgens de onderhavige uitvinding geken-20 merkt doordat de bevestigingsinrichting de afdekking klemmend op de bovenste rand van de wand bevestigt. Door deze klemmende bevestiging wordt de gevoeligheid voor onder meer thermische uitzetting van het bassin en de mechanische krachten die door de wielen op het loopvlak worden 25 uitgeoefend sterk gereduceerd. Juist bij de bekende verbinding door middel van bouten blijkt deze gevoeligheid in sommige gevallen ongewenst hoog te zijn. Tevens is een klemmende bevestiging eenvoudig te realiseren onder meer doordat er geen boringen meer in de wand behoeven te wor-30 den aangebracht. Juist doordat er geen boringen meer in de wand behoeven te worden aangebracht, kan in een vloeistofhouder volgens de onderhavige uitvinding water veel minder (in het bijzonder zelfs niet) doordringen tot in de wand, waardoor beschadigingen door water voorkomen worden.
35 In een voorkeursuitvoering van een vloeistofhou der volgens de uitvinding heeft elke plaat een convex uiteinde met een eerste kromtestraal en een concaaf uit- 1 0 0 97 3 2 3 j einde met een tweede kromtestraal., . Hierdoor passen naast elkaar gelegen afdekplaten ongeacht de omtrek van de vloeistofhouder in elkaar, en kunnen vooraf gefabriceerde 7 afdekplaten voor vloeistofhouders met verschillende diame- :
5 ters gebruikt worden. Bij voorkeur is de eerste kromte- I
straal kleiner dan de tweede kromtestraal. In afhanke-lijkheid van de uitzettingscoëfficiënt van het plaatmate-riaal is de mate dat de eerste kromtestraal kleiner is dan I
de tweede kromtestraal optimaal te kiezen voor enerzijds 10 het praktisch opbouwen van het loopvlak, en anderzijds voor het verkrijgen van een voldoende en eventueel unifor- ~ me uitzettingsvoeg tussen naast elkaar gelegen platen. :
Een mechanisch eenvoudige klemmende bevestiging van de afdekplaten op de bovenste rand van de wand wordt 7 15 verkregen wanneer de bevestigingsinrichting L-vormige haken omvat, waarbij een been van de haak bestemd is voor 7 klemmende aanligging tegen de wand en het andere been van 7 de haak bestemd is voor bevestiging aan een betreffende afdekplaat.
20 Een eenvoudige en snelle bevestiging van elke 7 haak aan de betreffende afdekplaat wordt verkregen wanneer 7 elke af dekplaat aan elke zijrand een deel heeft dat uit- s steekt over de bovenste rand van de wand. Bij voorkeur is =
elk uitstekend deel voorzien van twee sleufgaten, die bij 25 voorkeur een kromtestraal hebben, waarbij elk sleufgat I
onder een hoek staat ten opzichte van de zijrand van de afdekplaat, en waarbij elk sleufgat nabij een betreffend 77 uiteinde gelegen is, en dat elk been van een haak bestemd 77 voor bevestiging aan een betreffend afdekplaat bestemd is 77 30 voor bevestiging aan het betreffende uitstekende deel en 77 voorzien is van een sleufgat dat althans nagenoeg parallel aan de rand van dat been verloopt. Door de sleufgaten die — onder een hoek in het uitstekende deel zijn aangebracht, — is het mogelijk tegen over elkaar gelegen haken op ver- 77 35 schillende afstanden van elkaar aan de afdekplaten te 7! bevestigen, waardoor de afdekplaten klemmend te bevestigen “ zijn op wanden met verschillende.diktes. 77 1009732 7 4
In een voorkeursuitvoering van een vloeistofhou-der volgens de uitvinding heeft elke afdekplaat aan zijn zijrand een dwars op de afdekplaat staande kraag, die in de richting van de wand omlaag gebogen is. Hoewel een 5 vlakke afdekplaat eenvoudiger te vervaardigen is, wordt door het aanbrengen van een kraag enerzijds een verbeterde stabiliteit en anderzijds een bescherming verschaft tegen eventuele scherpe randen, bijvoorbeeld van de haken, en wordt tevens een bescherming tegen binnendringen van ver-10 ontreinigingen gerealiseerd.
Teneinde de gevoeligheid voor onder meer thermische uitzetting van het bassin en de mechanische krachten die door de wielen op het loopvlak worden uitgeoefend verder te reduceren is in een uitvoering van de vloeistof-15 houder volgens de uitvinding tussen elke afdekplaat en de bovenste rand van de wand een eerste plaat van elastisch materiaal geplaatst, respectievelijk tussen elk been van een haak bestemd voor aanligging tegen de wand en de wand een tweede plaat van elastisch materiaal geplaatst, res-20 pectievelijk tussen elk been van een haak bestemd voor bevestiging aan de afdekplaat en de afdekplaat een derde plaat van elastisch materiaal geplaatst. Een dergelijke plaat, bijvoorbeeld van rubber, vangt eventuele thermische uitzettingen en mechanische krachten op, en dempt trillin-25 gen. De eerste plaat en de derde plaat kunnen door één gemeenschappelijke plaat gevormd worden.
Om de montage ter plekke te vereenvoudigen zijn de haken en de afdekplaten aan de betreffende elastische platen bevestigd, bijvoorbeeld door middel van een hecht-30 middel, zoals een lijm, aan de afdekplaat, elke haak be-, vestigd. Hierbij zorgt de bevestiging door middel van een I hechtmiddel, zoals een lijm, dat het opvangen van thermi sche uitzettingen en mechanische krachten niet nadelig beïnvloed wordt. Eventueel kunnen de elastische platen 3 5 door middel van een hechtmiddel, zoals een lijm aan de bovenste rand van de wand van het bassin bevestigd worden.
Teneinde thermische uitzettingen in de omtrek 1003732 5 van de afdekking van afdekplaten op de wand op te vangen wordt tussen naast elkaar gelegen afdekplaten een uitzet- ^ tingsvoeg gelaten, waarbij een uitzettingsvoeg van onge- ή veer 3 mm breed in het geval de afdekplaten van edelstaal 5 zijn voldoende is. Bovendien hebben de uitzettingsvoegen tussen de afdekplaten over de breedte van de wand een con- ;
stante afmeting door de convexe en concave uiteinden van I
de afdekplaten, hetgeen uiterst voordelig is voor het ~ uniform opvangen van thermische uitzettingen.
10 De onderhavige uitvinding heeft tevens betrek- I
king op een afdekplaat en op een plaat van elastisch I
materiaal geschikt voor gebruik in een vloeistofhouder _ volgens de uitvinding.
Wanneer van elke afdekplaat de eerste kromtes- I
15 traal ongeveer 215 mm en de tweede kromtestraal 218mm is, ~ of alternatief de eerste kromtestraal ongeveer 270 mm en 1 de tweede kromtestraal 273 is, dan zijn deze afdekplaten :
geschikt om de bovenste randen van de wanden van de meeste bassins voor waterzuiveringsinstallaties correct af te I
20 dekken. Een uitermate geschikt materiaal voor de afdekplaten is metaal, in het bijzonder staal, met name edel- I
staal.
Enige uitvoeringsvormen van een vloeistofhouder ” volgens de uitvinding zullen hierna bij wijze van voor- :
25 beeld aan de hand van de tekening beschreven worden. I
Hierin toont: I
Figuur 1 een schematische doorsnede van een z bovenste deel van een wand van een vloeistofhouder volgens de uitvinding,
30 Figuur 2 ter verduidelijking een schematisch I
bovenaanzicht van twee naast elkaar gelegen afdekplaten voor een vloeistofhouder volgens de uitvinding, -
Figuur 3A en Figuur 3B een zij- respectievelijk ]_
vooraanzicht van een L-vormige haak voor een vloeistof- I
35 houder volgens de onderhavige uitvinding, =
Figuur 4 ter verduidelijking een schematisch bovenaanzicht van twee naast elkaar gelegen afdekplaten
1009732 I
6 van een alternatieve uitvoering, voor een vloeistofhouder volgens de uitvinding, en
Figuur 5 schematisch een plaat van elastisch materiaal volgens de uitvinding.
5 In figuur 1 is schematisch een doorsnede van een bovenste deel van een wand 1 van een vloeistofhouder volgens de uitvinding getoond. De vloeistofhouder kan een bassin voor een waterzuiveringsinstallatie of dergelijke zijn.
10 De vloeistofhouder heeft een bij voorkeur ring vormige wand 1 met een bovenste rand 2. Op de bovenste rand 2 is een afdekking 3 voor het vormen van een loopvlak door middel van een bevestigingsinrichting aangebracht. Het loopvlak is bestemd voor wielen van een beweegbare 15 ruimerbrug of dergelijke, aan welke ruimerbrug onder meer middelen zijn aangebracht voor het ruimen van in de * vloeistofhouder aanwezige vloeistof, bijvoorbeeld rioolwater.
De afdekking 3 is opgebouwd uit een aantal 20 afdekplaten 4, die naast elkaar geplaatst worden en aldus de gehele bovenste rand 2 van de wand 1 van de vloeistofhouder afdekken.
Teneinde de gevoeligheid voor onder meer thermische uitzetting van de wand van het bassin en de mechani-25 sche krachten die door de wielen op het loopvlak worden uitgeoefend te verminderen, is het gewenst dat de bevestigingsinrichting een relatieve beweging van de afdekking 3 ten opzichte van de bovenste rand 2 van de wand 1 toe-staat. Zoals hierna in meer detail zal worden beschreven 30 verschaft de onderhavige uitvinding een vloeistofhouder, waarmee op eenvoudige wijze deze gevoeligheid gereduceerd wordt.
De vloeistofhouder volgens de uitvinding omvat hiertoe, zoals in Figuur 2 ter verduidelijking schematisch 35 in bovenaanzicht is weergegeven afdekplaten 4 ', 4" elk met een convex uiteinde 5', 5" met een eerste kromtestraal en een concaaf uiteinde 6', 6" met een tweede kromtes- 1 0 0 9732 Ί 7 :
traal. Hoewel de eerste en tweede kromtestraal gelijk aan elkaar kunnen zijn heeft het de voorkeur vanuit plaat-singstechnische redenen dat de eerste kromtestraal kleiner is dan de tweede kromtestraal. Het is bijzonder praktisch 5 gebleken de eerste kromtestraal ongeveer 1% kleiner te maken dan de tweede kromtestraal, waarbij de exacte mate van verschil onder meer bepaald wordt door de uitzettings-coëfficiënt van het materiaal van de afdekplaten. Het groter maken van de eerste kromtestraal ten opzichte van de 10 tweede kromtestraal is mogelijk, alleen wordt hierdoor een niet uniforme uitzettingsvoeg (hierna nader besproken) tussen de afdekplaten gevormd, hetgeen bij thermische uitzetting of inkrimping van de wand van het bassin nade- I
lig kan zijn. Een bijkomend voordeel van de convexe en 15 concave uiteinden van de afdekplaten is dat hierdoor de I
naast elkaar gelegen afdekplaten 4', 4" ten opzichte van I
elkaar onder een nagenoeg willekeurige hoek geplaatst kunnen worden, waardoor ongeacht de omtrek van de vloei-stofhouder bijvoorbeeld 60m, 120m, 180m, of zelfs bij ^ 20 rechte wanden, vooraf gefabriceerde afdekplaten vloeistof-
houders met verschillende diameters kunnen afdekken. I
De afdekplaten worden op eenvoudige wijze aan de ” bovenste rand 2 van de wand 1 bevestigd (zie figuur 1) , door elke afdekplaat klemmend op de bovenste rand 2 van de “ 25 wand 1 te bevestigen. Juist doordat er geen boringen meer in de wand behoeven te worden aangebracht voor de bevestiging van de afdekplaten, kan in een vloeistofhouder = volgens de onderhavige uitvinding water veel minder (in het bijzonder zelfs niet) doordringen tot in de wand, 30 waardoor beschadigingen door water voorkomen worden.
Een dergelijke klemmende bevestiging is niet “ alleen toepasbaar op de bij wijze van voorkeur in figuur 2 weergegeven afdekplaten, maar het zal duidelijk zijn dat ook afdekplaten met andere vormen klemmend op de bovenste 35 rand bevestigbaar zijn.
Een dergelijke klemmende bevestiging wordt volgens de uitvinding bij voorkeur gerealiseerd, door
1003732 I
8 gebruik te maken van L-vormige haken 7, 7' (zie ook figuur 3, 7"). Eén been 9, 9', 9" van de haak 7, 7', 7" is be stemd voor klemmende aanligging tegen de wand 1 en het andere been 8, 8', 8" van de haak 7, 7', 7" is bestemd 5 voor bevestiging aan een betreffende afdekplaat 4.
De uitvinding verschaft een klemmende bevestiging waardoor op eenvoudige wijze de afdekplaten op de bovenste rand bevestigd kunnen worden. Hiertoe heeft elke afdekplaat 4 aan elke zijrand een deel 10, 10' dat uit- 10 steekt over de bovenste rand 2 van de wand 1. Verder is elk uitstekend deel 10, 10' voorzien van twee sleuf gaten 11, 12; 13, 14 respectievelijk 11', 12'; 13', 14' (zie figuur 2). De sleufgaten zijn in dit weergegeven voorbeeld recht. Bij voorkeur staat elk sleufgat 11, 12; 13, 14 res-15 pectievelijk 11', 12'; 13', 14' onder een hoek ten opzichte van de zijrand van de afdekplaat 4', 4". Hoewel de hoek 90° kan zijn heeft het de voorkeur dat de hoek gelegen is tussen 35° en 55°. Zoals uit figuur 2 blijkt is elk sleufgat 11, 12; 13, 14 respectievelijk 11', 12'; 13', 14' 20 nabij een betreffend uiteinde 5', 6'; 5", 6" gelegen. In elk been 8, 8', 8" van een haak 7, 7', 7" is ten minste één sleufgat 15, 16 aangebracht dat althans nagenoeg parallel aan de rand van dat been verloopt. Bij voorkeur zijn in de haken twee sleufgaten aangebracht, zodat één 25 haak naast elkaar gelegen afdekplaten aan elkaar kan bevestigen. Een klemmende bevestiging wordt nu verkregen door de afdekplaat 4 op de bovenste rand 2 te plaatsten en de haken met hun daarvoor bestemde been, tegen de wand te doen aanliggen, vervolgens de haken tegen de wand aan te 30 klemmen, waarna de haken door middel van een bout en moer samenstel (niet weergegeven) aan het betreffende uitstekende deel te bevestigen. Hiertoe steekt de bout door een sleufgat in de haak en door een sleufgat in de afdekplaat. De lengte van de sleufgaten in de afdekplaat is zodanig 35 gekozen dat met een standaardafmeting afdekplaat wanden met verschillende dikten afgedekt kunnen worden.
Hoewel vlakke afdekplaten eenvoudiger en goedko- 1009732 9 per te vervaardigen zijn, is om aan de afdekplaat stabiliteit te verlenen en om scherpe uitstekende delen af te dekken, elke afdekplaat 4 bij voorkeur aan zijn zijrand voorzien van een naar beneden gerichte kraag 17, 18. Deze 5 kragen 17, 18 verhinderen tevens dat verontreinigingen eenvoudig tussen afdekplaat en bovenste rand kunnen geraken .
In figuur 4 wordt ter verduidelijking een sche- ~ matisch bovenaanzicht van twee naast elkaar gelegen afdek-10 platen 44, '44' van een alternatieve uitvoering, voor een vloeistofhouder volgens de uitvinding getoond. In deze ~ uitvoering hebben de sleufgaten 40 een kromtestraal, waardoor een verbeterde bevestiging met de haken 47 te realiseren is, waarbij de haken tevens smal kunnen worden 15 uitgevoerd. Zoals in figuur 4 door stippellijnen weergegeven, kunnen dergelijke afdekplaten op wanden 41 met ^ verschillende diktes gemonteerd worden.
Teneinde onder meer trillingen goed op te kunnen vangen zijn bij voorkeur platen van elastisch materiaal,
20 bij voorbeeld rubber, geplaatst tussen elke afdekplaat 4 I
en de bovenste rand 2, platen 20, 20' tussen elk been 9, 9' van een haak 7, 7' en de wand, en tussen elk been 8, 8' ï; van een haak 7, 7' en de afdekplaat 4. Hoewel afzonder- ”
lijke platen van elastische materiaal tussen elk betref- I
25 fend onderdeel geplaatst kunnen worden, heeft het de voorkeur vanuit het oogpunt van eenvoudige plaatsing dat de ^ plaat tussen de bovenste rand en de afdekplaat en tussen ^ de afdekplaat en de haak door één gemeenschappelijke plaat 19 gevormd worden.
30 Teneinde de montage ter plaatse te vereenvoudi- L
gen heeft het de voorkeur, dat elke plaat van elastisch ” materiaal door middel van een hechtmiddel, zoals een lijm, ~ aan de betreffende afdekplaat of haak van de Γ vloeistofhouder wordt bevestigd. Aldus kunnen de samen- = 35 stellen van afdekplaat en elastische plaat en haak en “ elastische plaat gezamenlijk vervoerd worden naar de plaats van montage, en aldaar gemonteerd worden. Eventueel 1 0 0 B 7 3 2 10 kunnen de platen van elastisch materiaal door middel van een hechtmiddel, zoals lijm, aan de bovenste rand van de wand bevestigd worden.
Bij voorkeur zijn de elastische platen die onder 5 de afdekplaten geplaatst, en eventueel daaraan bevestigd, zijn, korter dan de afdekplaten. Hierdoor wordt voorkomen dat de randen van de afdekplaten, met name wanneer de wielen erover heen gaan, in de platen van elastische materiaal drukken, waardoor het elastische materiaal poreus 10 zou kunnen Worden. Een schematische weergave van een dergelijke plaat 19' van elastisch materiaal is in figuur 5 weergegeven.
Thermische uitzettingen in de omtrek van de afdekking van afdekplaten voor de wand worden opgevangen 15 door tussen naast elkaar gelegen afdekplaten 4', 4" een uitzettingsvoeg 21 te laten (zie figuur 2) . De afmeting van deze uitzettingsvoeg is in afhankelijkheid van de uitzettingscoëfficiënt van het plaatmateriaal te bepalen. Voor edelstaal is een uitzettingsvoeg van ongeveer 3 mm 20 breed voldoende. Bovendien hebben de uitzettingsvoegen tussen de afdekplaten over de breedte van de wand een constante afmeting door de convexe en concave uiteinden van de afdekplaten, met name wanneer het verschil in kromtestraal ongeveer 1% of minder is. Deze constante 25 breedte van de uitzettingsvoeg 21 is uiterst voordelig voor het uniform opvangen van thermische uitzettingen.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een afdekplaat geschikt voor gebruik in een vloeistofhouder volgens de uitvinding.
30 Wanneer van elke afdekplaat het convexe uiteinde een kromtestraal van ongeveer 215mm en het concave uiteinde een kromtestraal van 218mm heeft, of alternatief ongeveer 270 mm respectievelijk 273 mm, dan zijn deze afdekplaten geschikt om de bovenste randen van de wanden van de 35 meeste bassins voor waterzuiveringsinstallaties correct af te dekken. Een uitermate geschikt materiaal voor de afdekplaten is metaal, in het bijzonder staal, met name edel- 1009732 11 staal.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een afdekplaat geschikt voor gebruik in een vloeistofhouder volgens de uitvinding. Bij voorkeur is de eerste kromte-5 straal kleiner dan de tweede kromte-straal, in het bijzonder ongeveer 1% kleiner. In een eerste uitvoering is de eerste kromtestraal ongeveer 260 mm en de tweede kromtestraal 283 mm, in een tweede uitvoering is de eerste kromtestraal ongeveer 205 mm en de tweede kromtestraal 228 mm. I
10 Bij voorkeur is de afdekplaat vervaardigd van rubberachtig ^ materiaal. 1 1003732
Claims (27)
1. Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, met een bij voorkeur ringvormige wand met een bovenste rand, waarbij op de bovenste rand een afdekking voor het vormen van een loopvlak voor wielen 5 van een over het loopvlak beweegbare ruimerbrug of derge-lijke door middel van een bevestigingsinrichting aangebracht is, waarbij de afdekking opgebouwd is uit een aantal afdekplaten, waarbij de bevestigingsinrichting een relatieve beweging van de afdekking ten opzichte van de 10 bovenste rand van de wand toestaat, met het kenmerk, dat de bevestigingsinrichting de afdekking klemmend op de bovenste rand van de wand bevestigt.
2. Vloeistofhouder volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elke plaat een convex uiteinde met een eerste 15 kromtestraal en een concaaf uiteinde met een tweede kromtestraal heeft.
3. Vloeistofhouder volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de eerste kromtestraal kleiner is dan de tweede kromtestraal.
4. Vloeistofhouder volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de eerste kromtestraal ongeveer 1% kleiner is dan de tweede kromtestraal.
5. Vloeistofhouder volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de bevestigingsinrichting L-vormige haken om- 25 vat, waarbij een been van de haak bestemd is voor klemmende aanligging tegen de wand en het andere been van de haak bestemd is voor bevestiging aan een betreffende af-dekplaat.
6. Vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 30 tot en met 5, met het kenmerk, dat elke af dekplaat aan ! elke zijrand een deel heeft dat uitsteekt over de bovenste 1008732 i rand van de wand.
7. Vloeistofhouder volgens conclusie 5 en 6, met het kenmerk, dat elk uitstekend deel voorzien is twee sleufgaten, waarbij elk sleufgat onder een hoek staat ten [ 5 opzichte van de zijrand van de af dekplaat, en waarbij elk I sleufgat nabij een betreffend uiteinde gelegen is, en dat I elk been van een haak bestemd voor bevestiging aan een : betreffend afdekplaat voorzien is van een sleufgat dat althans nagenoeg parallel aan de rand van dat been ver- : 10 loopt. i
8. Vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 tot en met 7, met het kenmerk, dat elke afdekplaat aan zijn zijrand een dwars op de afdekplaat staande kraag heeft, die in de richting van de wand omlaag gebogen is. ~
9. Vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 tot en met 8, met het kenmerk, dat tussen elke afdekplaat 2 en de bovenste rand van de wand een eerste plaat van elas- = tisch materiaal geplaatst is. I
10. Vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 20 tot en met 9, met het kenmerk, dat tussen elk been van een I haak bestemd voor aanligging tegen de wand en de wand een tweede plaat van elastisch materiaal geplaatst is. I:
11. Vloeistofhouder volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat tussen elk been van een haak bestemd voor 25 bevestiging aan de afdekplaat en de afdekplaat een derde ï plaat van elastisch materiaal geplaatst is.
12. Vloeistofhouder volgens conclusie 9, met het I kenmerk, dat elke eerste plaat van elastisch materiaal ~ door middel van een hechtmiddel, zoals een lijm, aan de _ 30 afdekplaat en/of de bovenste rand is bevestigd.
13. Vloeistofhouder volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat elke tweede plaat van elastisch materiaal II door middel van een hechtmiddel, zoals een lijm, aan de _ haak en/of de bovenste rand is bevestigd.
14. Vloeistofhouder volgens conclusie 11, met ^ het kenmerk, dat elke derde plaat van elastisch materiaal Z door middel van een hechtmiddel, zoals een lijm, aan de 1 00S732 : haak en/of de afdekplaat bevestigd is.
15. Vloeistofhouder volgens conclusie 9 en 11, met het kenmerk, dat de eerste plaat en de derde plaat door één gemeenschappelijke plaat gevormd worden.
16. Vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 tot en met 15, met het kenmerk, dat tussen naast elkaar gelegen afdekplaten een uitzettingsvoeg gelaten wordt.
17. Vloeistofhouder volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de uitzettingsvoeg ongeveer 3 mm breed 10 is.
18. Afdekplaat geschikt voor gebruik in een vloeistofhouder volgens een der conclusies 2 tot en met 17.
19. Afdekplaat volgens conclusie 18, met het 15 kenmerk, dat de eerste kromtestraal ongeveer 215 mm is en de tweede kromtestraal 218 mm is.
20. Afdekplaat volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de eerste kromtestraal ongeveer 270 mm is en de tweede kromtestraal 273 mm is.
21. Afdekplaat volgens conclusie 18, 19 of 20, met het kenmerk, dat afdekplaat vervaardigd is van metaal.
22. Plaat van elastisch materiaal te gebruiken in een vloeistofhouder volgens conclusie 9 of 15, waarin elke plaat een convex uiteinde met een eerste kromtestraal 25 en een concaaf uiteinde met een tweede kromtestraal heeft.
23. Plaat volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat de eerste kromtestraal kleiner is dan de tweede krom-te-straal.
24. Vloeistofhouder volgens conclusie 23, met 30 het kenmerk, dat de eerste kromtestraal ongeveer 1% kleiner is dan de tweede kromtestraal.
25. Plaat volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat de eerste kromtestraal ongeveer 260 mm is en de tweede kromtestraal 283 mm is.
26. Plaat volgens conclusie 24, met het kenmerk, ^ dat de eerste kromtestraal ongeveer 205 mm is en de tweede kromtestraal 228 mm is. 1009732 J i
27. Afdekplaat volgens een der conclusies 22 tot en met 26, met het kenmerk, dat de afdekplaat vervaardigd is van rubberachtig materiaal. -o-o-o-o-o-o-o-o- 1009732
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1009732A NL1009732C2 (nl) | 1998-07-24 | 1998-07-24 | Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, afdekplaat en plaat van elastisch materiaal geschikt voor gebruik daarin. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1009732A NL1009732C2 (nl) | 1998-07-24 | 1998-07-24 | Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, afdekplaat en plaat van elastisch materiaal geschikt voor gebruik daarin. |
| NL1009732 | 1998-07-24 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1009732C2 true NL1009732C2 (nl) | 2000-01-25 |
Family
ID=19767556
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1009732A NL1009732C2 (nl) | 1998-07-24 | 1998-07-24 | Vloeistofhouder, in het bijzonder bassin van een zuiveringsinstallatie, afdekplaat en plaat van elastisch materiaal geschikt voor gebruik daarin. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1009732C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3716357A1 (de) * | 1987-05-15 | 1988-11-24 | Prewatec Metallbau Und Wassert | Abdeckung fuer die oberkante eines beckens fuer wasser- oder abwasserreinigung |
| AT392257B (de) * | 1987-11-04 | 1991-02-25 | Bvt Biolog Verfahrens Technik | Einrichtung an mauerkronen von schlammabsetzbecken od. dgl. bei klaeranlagen |
| DE4425788C1 (de) * | 1994-07-21 | 1995-12-21 | Huber Hans Gmbh Maschinen Und | Abdeckung für eine mit einem Räumer befahrbare Beckenkrone eines Rund- oder Rechteckbeckens |
| DE19701143A1 (de) * | 1997-01-16 | 1998-07-23 | Hahlbrock Gmbh | Räumerlauffläche aus glasfaserverstärktem Kunststoff |
-
1998
- 1998-07-24 NL NL1009732A patent/NL1009732C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3716357A1 (de) * | 1987-05-15 | 1988-11-24 | Prewatec Metallbau Und Wassert | Abdeckung fuer die oberkante eines beckens fuer wasser- oder abwasserreinigung |
| AT392257B (de) * | 1987-11-04 | 1991-02-25 | Bvt Biolog Verfahrens Technik | Einrichtung an mauerkronen von schlammabsetzbecken od. dgl. bei klaeranlagen |
| DE4425788C1 (de) * | 1994-07-21 | 1995-12-21 | Huber Hans Gmbh Maschinen Und | Abdeckung für eine mit einem Räumer befahrbare Beckenkrone eines Rund- oder Rechteckbeckens |
| DE19701143A1 (de) * | 1997-01-16 | 1998-07-23 | Hahlbrock Gmbh | Räumerlauffläche aus glasfaserverstärktem Kunststoff |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| FI78520B (fi) | Sikt foer renings- eller separeringsanordningar samt foerfarande foer framstaellning av en dylik sikt. | |
| US20090014371A1 (en) | Storm drain filter for erosion control | |
| FI86211B (fi) | Haolskiva avsedd foer hopfogning av staellningselement. | |
| EP0240997A1 (de) | Vakuum-Sonnenkollektor | |
| KR102088795B1 (ko) | 투수기능을 갖는 교량의 신축이음구조 및 그의 시공방법 | |
| CN105803934B (zh) | 低摩阻力三防无螺栓梳形板桥梁伸缩装置及安装方法 | |
| US5111908A (en) | Pipe step | |
| KR101989591B1 (ko) | 소음이 없고 하중에 대한 내구성이 우수한 중하중용 스틸 그레이팅 | |
| KR101498424B1 (ko) | 악취포집용 덮개 조립체 | |
| KR102151918B1 (ko) | 교량 집수구 및 배수구용 청소이음부 | |
| US6390725B1 (en) | Fastener for permanently securing composite gratings to structural members | |
| FI70620C (fi) | Foerfarande att uppbaera tak av plaot samt takkonstruktion foer utfoerande av foerfarandet | |
| JP7681893B2 (ja) | 蓋部材、及び蓋部材の設置方法 | |
| KR102244292B1 (ko) | 버팀바가 형성된 중하중 스틸 그레이팅 | |
| FR2717576B1 (fr) | Perfectionnements aux procédés de mesure de la précontrainte résiduelle dans une poutre en béton précontraint. | |
| FI130720B1 (fi) | Kiinnitysjärjestely allasinsertin kiinnittämiseksi työtasoon | |
| KR200166720Y1 (ko) | 가설 포스트와 비계 파이프의 클램핑 장치 | |
| FR2869980A1 (fr) | Procede et systeme de determination de deformations au moyen d'au moins deux jauges | |
| JPH0349133Y2 (nl) | ||
| RU2105844C1 (ru) | Лист стальной кровли | |
| EP1143154A1 (en) | Cable duct and clamping bracket therefor | |
| NL1011823C1 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een uitstroomelement voor de afvoer van hemelwater alsmede een uitstroomelement. | |
| CN1008670B (zh) | 蓄水池,特别是核电站的去活化水池 | |
| RU97111892A (ru) | Опорный узел пролетного строения моста | |
| FI60291B (fi) | Stagkrans foer ett spiralskaop foer en hydraulisk maskin |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20040201 |