NL1017749C2 - Inrichting voor het automatisch melken van dieren. - Google Patents
Inrichting voor het automatisch melken van dieren. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1017749C2 NL1017749C2 NL1017749A NL1017749A NL1017749C2 NL 1017749 C2 NL1017749 C2 NL 1017749C2 NL 1017749 A NL1017749 A NL 1017749A NL 1017749 A NL1017749 A NL 1017749A NL 1017749 C2 NL1017749 C2 NL 1017749C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- computer
- diagnosis
- programmed
- measuring instruments
- determined
- Prior art date
Links
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 title claims abstract description 49
- 238000003745 diagnosis Methods 0.000 claims abstract description 99
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 claims abstract description 19
- 239000008267 milk Substances 0.000 claims description 53
- 210000004080 milk Anatomy 0.000 claims description 53
- 235000013336 milk Nutrition 0.000 claims description 53
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 claims description 14
- 238000005303 weighing Methods 0.000 claims description 13
- 230000010349 pulsation Effects 0.000 claims description 11
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 9
- 244000144980 herd Species 0.000 claims description 8
- 238000001816 cooling Methods 0.000 claims description 6
- 238000005259 measurement Methods 0.000 claims description 6
- 230000009471 action Effects 0.000 claims description 5
- 239000011521 glass Substances 0.000 claims description 4
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 4
- 239000002253 acid Substances 0.000 claims description 3
- 230000005611 electricity Effects 0.000 claims description 3
- 238000002203 pretreatment Methods 0.000 claims description 3
- 230000008439 repair process Effects 0.000 claims description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 claims description 2
- 230000000007 visual effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000002950 deficient Effects 0.000 claims 7
- 230000036541 health Effects 0.000 claims 3
- 206010038743 Restlessness Diseases 0.000 claims 2
- 210000000481 breast Anatomy 0.000 claims 2
- 235000021050 feed intake Nutrition 0.000 claims 2
- 230000035945 sensitivity Effects 0.000 claims 2
- 206010013911 Dysgeusia Diseases 0.000 claims 1
- 230000002159 abnormal effect Effects 0.000 claims 1
- 238000009825 accumulation Methods 0.000 claims 1
- 210000000078 claw Anatomy 0.000 claims 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 claims 1
- 230000007547 defect Effects 0.000 claims 1
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims 1
- 208000037265 diseases, disorders, signs and symptoms Diseases 0.000 claims 1
- 210000003608 fece Anatomy 0.000 claims 1
- 238000011010 flushing procedure Methods 0.000 claims 1
- 230000005484 gravity Effects 0.000 claims 1
- 239000010871 livestock manure Substances 0.000 claims 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims 1
- 208000004396 mastitis Diseases 0.000 claims 1
- 238000005086 pumping Methods 0.000 claims 1
- 239000008237 rinsing water Substances 0.000 claims 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 claims 1
- 230000003466 anti-cipated effect Effects 0.000 abstract 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 abstract 2
- 210000002445 nipple Anatomy 0.000 description 12
- 230000001186 cumulative effect Effects 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 2
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 239000012459 cleaning agent Substances 0.000 description 1
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 230000008569 process Effects 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J5/00—Milking machines or devices
- A01J5/017—Automatic attaching or detaching of clusters
- A01J5/0175—Attaching of clusters
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J5/00—Milking machines or devices
- A01J5/007—Monitoring milking processes; Control or regulation of milking machines
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Investigating Or Analysing Biological Materials (AREA)
- Testing Or Calibration Of Command Recording Devices (AREA)
- Farming Of Fish And Shellfish (AREA)
- Measuring Volume Flow (AREA)
- Endoscopes (AREA)
- Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
- Measuring And Recording Apparatus For Diagnosis (AREA)
- Orthopedics, Nursing, And Contraception (AREA)
- Housing For Livestock And Birds (AREA)
Description
INRICHTING VOOR HET AUTOMATISCH MELKEN VAN DIEREN
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het automatisch melken van dieren volgens de aanhef van conclusie 1.
5 Een dergelijke inrichting is bekend. Het octrooischrift EP-A-0 576 086 beschrijft een inrichting waarin opgetreden storingen met behulp van een controlesysteem worden gemeld. Nadeel van zulk een inrichting is onder andere, dat alleen wordt gemeld dat een bepaald onderdeel niet meer werkt. In 10 het octrooischrift WO-99/31967 is een inrichting beschreven waarin een cumulatieve waarde met betrekking tot de gebruiksduur van een onderdeel wordt bijgehouden. Bij het bereiken van een drempelwaarde wordt een signaal gegenereerd dat aangeeft dat het onderdeel moet worden vervangen. Nadeel 15 van een dergelijke inrichting is onder andere dat geen rekening wordt gehouden met de daadwerkelijke slijtage, waardoor onderdelen met een grote spreiding in de verwachte levensduur vaak onnodig snel worden vervangen.
20 De uitvinding heeft tot doel een dergelijke inrichting te verbeteren en verder te automatiseren. Volgens de uitvinding wordt dit door de maatregelen in het kenmerk van conclusie 1 bereikt. Het vroegtijdig bepalen van een diagnose maakt het mogelijk om een gebruiker en/of een servicemonteur 25 te waarschuwen, die dan op tijd de eventueel noodzakelijke maatregelen ter vermijding van de te verwachten storing kan nemen. Hierdoor wordt de betrouwbaarheid van de inrichting verhoogd. Bovendien kan blijken dat pas op een later tijdstip maatregelen noodzakelijk zullen zijn, waardoor kosten 30 bespaard worden.
Aan de hand van de volgende beschrijving zal nu de uitvinding verder worden toegelicht.
2
Inrichtingen voor het automatisch melken van dieren, zoals koeien, met behulp van een melkrobot zijn op zich bekend. De melkrobot is voorzien van middelen voor het 5 automatisch aansluiten van melkbekers op de spenen van een te melken dier. Deze middelen omvatten bijvoorbeeld een robotarm en een sensor voor het detecteren van de positie van de spenen van het te melken dier ten opzichte van de melkbekers. Verder zijn stuurmiddelen en bijvoorbeeld reinigingsmiddelen, 10 een voederinrichting, een dieridentificatiesysteem en een melkreservoir voorzien. De stuurmiddelen kunnen een computer omvatten, die verbonden of verbindbaar is met een aantal meetinstrumenten (zoals sensoren) die gerelateerd zijn aan een aantal functies van de inrichting, zoals bijvoorbeeld het 15 melkproces of delen daarvan, de voorbehandeling van een te melken dier, de reiniging van de spenen van een te melken dier, de reiniging van de melkbekers, het voeren van een te melken dier, het meten van de gewonnen hoeveelheid melk.
20 In de computer is een bewakingsprogramma voor genoemde functies geprogrammeerd of geïnstalleerd. De computer beschikt over referentiegegevens die aan genoemde functies zijn gerelateerd. De eveneens( aan genoemde functies gerelateerde meetinstrumenten leveren gegevens aan de 25 computer. Met behulp van het bewakingsprogramma is de computer geschikt om op grond van een vergelijking van de gegevens van één of meer van de meetinstrumenten met de ref erentiegegevens een diagnose met betrekking tot een te verwachten storing in één of meer van genoemde functies te 30 bepalen. Het bewakingsprogramma kent aan bepaalde combinaties van meetgegevens en referentiegegevens een diagnose voor een te verwachten storing toe, zoals in het vervolg nader zal worden toegelicht. Op grond van de diagnose kan worden ingegrepen vóórdat de storing daadwerkelijk optreedt.
35 3
De computer kan zodanig geprogrammeerd zijn dat de diagnose de te verwachten aard van de storing, het te verwachten tijdstip of een te verwachten tijdsinterval voor de storing omvat. Bij voorkeur is de computer zodanig 5 geprogrammeerd dat de diagnose een waarschuwing aan een gebruiker en/of een servicemonteur omvat. Op deze wijze wordt bereikt dat tijdig (vóórdat de storing daadwerkelijk optreedt) wordt gecontroleerd of er met betrekking tot een bepaalde functie of een bepaald onderdeel een actie moet 10 worden ondernomen. Ook kan in duidelijke gevallen de diagnose een concrete instructie aan de gebruiker en/of de servicemonteur omvatten ter vermijding van de te verwachten storing. Een dergelijke instructie kan een door de gebruiker en/of de servicemonteur te ondernemen actie en een 15 tijdsaanduiding voor de te ondernemen actie omvatten.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding omvat de diagnose een aanwijzing aan de gebruiker en/of de servicemonteur om de toestand van een aan de te verwachten 20 storing gerelateerd onderdeel te controleren en het onderdeel indien nodig te repareren en/of te vervangen. Hierdoor kan in een vroegtijdig stadium worden vastgesteld of de daadwerkelijke slijtage of afwijking van het onderdeel het nodig maakt om het onderdeel nu te repareren of te vervangen. 25 Indien blijkt dat, bijvoorbeeld, de werkelijk opgetreden slijtage minder is dan op grond van de leeftijd of het gebruik van het onderdeel te verwachten zou zijn geweest, kan worden beslist om het onderdeel toch nog gedurende een bepaalde tijd verder te gebruiken. Dit levert natuurlijk een 30 kostenbesparing op. Het bewakingsprogramma levert in een vroegtijdig stadium een doelgerichte waarschuwing waardoor storingen in de inrichting kunnen worden vermeden.
De computer kan geschikt zijn om de diagnose uit een 35 beschikbare verzameling diagnoses gerelateerd aan genoemde 4 functies te selecteren. Een groot aantal diagnoses van mogelijke storingen kunnen worden opgeslagen in de computer. Daarbij kan de verzameling diagnoses ten minste ten dele afhangen van de grootte van de kudde te melken dieren. Bij 5 een kleine kudde kunnen namelijk ten dele andere problemen optreden die tot storingen leiden dan bij een grote kudde. Op deze wijze kan reeds bij de installatie van de inrichting rekening worden gehouden met het aantal dieren dat van de inrichting gebruik zal maken.
10
Bij voorkeur is de inrichting voorzien van middelen die het mogelijk maken om de beschikbare verzameling diagnoses aan te passen en/of uit te breiden. Zo kan de inrichting worden aangepast aan de specifieke behoeften en 15 omstandigheden van het bedrijf waar de inrichting wordt gebruikt. Bij sommige bedrijven kunnen namelijk bepaalde storingen optreden die bij andere bedrijven nauwelijks een rol spelen. De middelen kunnen geschikt zijn om diagnoses aan te passen of nieuwe diagnoses toe te voegen op grond van 20 tijdens het gebruik van de inrichting vastgestelde patronen van gegevens van de meetinstrumenten. Wanneer bijvoorbeeld blijkt dat tijdens het storingsvrije gebruik van een bepaald onderdeel voortdurend een storingsdiagnose wordt gegenereerd, dan concludeert de computer dat deze diagnose niet correct 25 is. Op deze manier kunnen de nadelige gevolgen van onjuiste referentiegegevens automatisch worden gecorrigeerd. Ook is het mogelijk om, wanneer een bepaalde storing in een bepaalde functie een aantal malen vroeger dan op grond van de bestaande diagnoses te verwachten zou zijn optreedt, een 30 dienovereenkomstige, verbeterde diagnose toe te voegen. De verzameling diagnoses wordt zo automatisch aangepast aan de lokale omstandigheden van de inrichting.
De middelen kunnen geschikt zijn om de beschikbare 35 verzameling diagnoses aan te passen en/of uit te breiden in 5 afhankelijkheid van de grootte van de kudde te melken dieren en/of de (eventueel gemeten) intensiteit waarmee de inrichting wordt gebruikt. Deze parameters kunnen namelijk van grote invloed zijn op de aard en de frequentie van te 5 verwachten storingen. Natuurlijk zijn er ook andere invloeden, zoals bijvoorbeeld de mate van verontreiniging van de omgeving waarin de inrichting wordt gebruikt. In een zuivere stal zullen minder problemen optreden dan in een sterk vervuilde.
10
De inrichting is geschikt om de door de computer bepaalde diagnose, of tenminste de bij de bepaalde diagnose behorende instructie, kenbaar te maken, bijvoorbeeld door middel van een visuele en/of akoestische weergave.
15
De meetinstrumenten kunnen sensoren, klokken en/of tellers omvatten. Zo kan bijvoorbeeld een geluidssensor zijn voorzien, waarmee ten opzichte van referentiepatronen afwijkende geluiden kunnen worden vastgesteld. Op grond van 20 de metingen kan bijvoorbeeld een diagnose met als instructie "controleer de vacuümpomp" of "vervang de pulsator binnen 24 uur" worden gegenereerd. Ook kunnen sensoren worden gebruikt voor het meten van het elektriciteitsverbruik van bepaalde onderdelen, het luchtverbruik, het waterverbruik, de 25 melkafvoer, de voedertoevoer, de geleidbaarheid van reinigingsvloeistof, de temperatuur in de melkkoeltank, het pulsatiepatroon in de melkbekers, enzovoorts. Met behulp van tijdssensoren of klokken kunnen bijvoorbeeld (cumulatieve) gebruikstijden van componenten, aansluittijden van de 30 melkbekers, tijd nodig voor het opbouwen van vacuüm enzovoorts worden bepaald. Door middel van telsensoren of tellers kan bijvoorbeeld het aantal pulsaties van een pulsator of het aantal keren dat een onderdeel wordt gebruikt worden bepaald.
35 6
De referentiegegevens kunnen een interval voor een met behulp van één of meer meetinstrumenten te bepalen meetwaarde omvatten. Het bewakingsprogramma selecteert bijvoorbeeld wanneer het gemeten geluidsniveau van een vacuümpomp 5 gedurende minstens 30 seconden boven 70 decibel ligt de diagnose "geluidsniveau te hoog; controleer de vacuümpomp". Ook kunnen de referentiegegevens een te verwachten levensduur of een te verwachten storingsvrije gebruiksduur voor een aan een functie gerelateerd onderdeel van de inrichting omvatten. 10 Bij het bereiken van het tijdstip waarop bijvoorbeeld 90% van de gebruiksduur van een component is afgelopen kan de instructie luiden "controleer binnen 6 uur de toestand van de component en bepaal of deze dan moet worden vervangen; zo niet, geef dan een nieuw tijdsinterval voor het verdere 15 gebruik".
Bij voorkeur is de computer geschikt om parallel meer dan één diagnose te bepalen en om aan iedere diagnose een urgentie toe te kennen. De inrichting kan dan de bepaalde 20 diagnoses of ten minste de daarbij behorende instructies in volgorde van urgentie kenbaar maken. Dit verhoogt de gebruikersvriendelijkheid van de inrichting.
De inrichting kan een aantal op zich bekende componenten 25 omvatten, zoals bijvoorbeeld spoelen en motoren voor het aandrijven en aansturen van andere componenten, een compressor, een vacuümpomp en een daarmee verbonden luchtsysteem met luchtleidingen en kleppen, een pulsator met instelbare instelling van bijvoorbeeld pulsatiesnelheid en 30 pulsatieverhouding, een reinigingssysteem met een waterpomp, een watertank met een driewegklep en vloeistofleidingen, melkbekers met een tepelvoering, een aanzuiggaatje, een kantelmechanisme en een koord, melkleidingen, melkmeters, melkfilters, een melkglas met een vlotter, een melktank met 35 een inhoudmeter, een voersysteem met een voerbak, een 7 voervijzei en een weegcel, een boxvloer met een weeginrichting en weegcellen, geleidbaarheidssensoren, reinigingsmiddelen met loog en/of zuur, melkseparatie-middelen, een lasermeetsysteem ter bepaling van de 5 speenposities met een laservenster, hefcilinders voor de melkbekers, stappenmotoren en andere aandrijfmechanismen voor het doen uitvoeren van bepaalde bewegingen door bepaalde componenten, melkstroomsensoren, melkpulsatieslangen met slangafsluiters, een melkkoeltank met een koelsysteem en een 10 reinigingssysteem, een ingang en een uitgang met een hek, een dierherkenningssysteem enzovoorts.
De computer kan bijvoorbeeld zodanig zijn geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van 15 een toenemend elektriciteitsverbruik een diagnose van de strekking "check spoelen en/of motoren" wordt bepaald. De diagnose hoeft dus niet letterlijk de woorden "check spoelen en/of motoren" te bevatten, maar kan ook aanduiden, dat er een probleem met spoelen en/of motoren te verwachten valt.
20
Een aantal verdere gunstige uitvoeringsvormen is beschreven in de verdere onderconclusies.
De uitvinding heeft verder betrekking op een inrichting 25 voor het automatisch melken van dieren, welke inrichting is voorzien van een melkrobot en een computer, welke computer verbindbaar is met een aantal meetinstrumenten die gerelateerd zijn aan een aantal toestandsparameters van een te melken dier. Volgens de uitvinding is in de computer een 30 bewakingsprogramma voor genoemde parameters geïnstalleerd, met behulp waarvan de computer geschikt is om op grond van een vergelijking van gegevens van één of meer van de meetinstrumenten met aan genoemde parameters gerelateerde referentiegegevens een diagnose met betrekking tot een te 35 verwachten ongewenste afwijking in één of meer van genoemde 8 parameters te bepalen. Opnieuw maakt het vroegtijdig bepalen van een diagnose het mogelijk om een gebruiker en/of een dierenarts te waarschuwen, die dan op tijd de eventueel noodzakelijke maatregelen ter vermijding van de te verwachten 5 ongewenste afwijking kan nemen.
Verder kan de computer geschikt zijn om de referentiegegevens op grond van gemeten grootheden voortdurend aan te passen. Ook kan de computer geschikt zijn 10 om de referentiegegevens automatisch te genereren. De referentiegegevens kunnen afhankelijk zijn van de kudde te melken dieren en/of van de intensiteit waarmee de inrichting wordt gebruikt.
15 Bij voorkeur is de inrichting voorzien van middelen om de door de computer bepaalde diagnose telefonisch en/of als SMS-bericht naar een gebruiker en/of een servicemonteur te zenden. Op deze manier kan de gebruiker en/of de servicemonteur snel reageren.
20
De computer kan zodanig zijn geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een traag op gang komend melkstroomprofiel een diagnose van de strekking "verleng de voorbehandeling" wordt bepaald. Een 25 aantal verdere gunstige uitvoeringsvormen is beschreven in de verdere onderconclusies.
Claims (88)
1. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, welke 5 inrichting is voorzien van een melkrobot en een computer, welke computer verbindbaar is met een aantal meetinstrumenten die gerelateerd zijn aan een aantal functies van de inrichting, met het kenmerk, dat in de computer een bewakingsprogramma voor genoemde functies 10 is geïnstalleerd, met behulp waarvan de computer geschikt is om op grond van een vergelijking van gegevens van één of meer van de meetinstrumenten met aan genoemde functies gerelateerde referentiegegevens een diagnose met betrekking tot een te verwachten storing in 15 één of meer van genoemde functies te bepalen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat de diagnose de te verwachten aard van de storing omvat. 20
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat de diagnose het te verwachten tijdstip of een te verwachten tijdsinterval voor de storing omvat. 25
4. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 3, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat de diagnose een waarschuwing aan een gebruiker en/of een servicemonteur omvat. 30
5. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 4, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat de diagnose een instructie omvat ter vermijding van de te verwachten storing. 35
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de instructie een door een gebruiker en/of een servicemonteur te ondernemen actie omvat.
7. Inrichting volgens één der conclusies 4-6, met het kenmerk, dat de diagnose een aanwijzing omvat aan de gebruiker en/of de servicemonteur om de toestand van een aan de te verwachten storing gerelateerd onderdeel te controleren en het onderdeel indien nodig te repareren 10 en/of te vervangen.
8. Inrichting volgens één der conclusies 5-7, met het kenmerk, dat de instructie een tijdsaanduiding voor de te ondernemen actie omvat. 15
9. Inrichting volgens één der conclusies 1-8, met het kenmerk, dat de computer geschikt is om de diagnose uit een beschikbare verzameling diagnoses gerelateerd aan genoemde functies te selecteren. 20
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de verzameling diagnoses ten minste ten dele afhangt van de grootte van de kudde te melken dieren.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen die het mogelijk maken om de beschikbare verzameling diagnoses aan te passen en/of uit te breiden.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de middelen geschikt zijn om diagnoses aan te passen of nieuwe diagnoses toe te voegen op grond van tijdens het gebruik van de inrichting vastgestelde patronen van gegevens van de meetinstrumenten. 35
13. Inrichting volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat de middelen geschikt zijn om de beschikbare verzameling diagnoses aan te passen en/of uit te breiden in afhankelijkheid van de grootte van de kudde te melken 5 dieren en/of de intensiteit waarmee de inrichting wordt gebruikt.
14. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 13, met het kenmerk, dat de inrichting geschikt is om de bepaalde 10 diagnose kenbaar te maken.
15. Inrichting volgens één der conclusies 1-14, met het kenmerk, dat de inrichting geschikt is om ten minste de bij de bepaalde diagnose behorende instructie kenbaar te 15 maken.
16. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 15, met het kenmerk, dat de inrichting geschikt is om de bepaalde diagnose of ten minste de daarbij behorende instructie 20 visueel en/of akoestisch weer te geven.
17. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 16, met het kenmerk, dat de meetinstrumenten ten minste één sensor omvatten. 25
18. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 17, met het kenmerk, dat de meetinstrumenten ten minste één klok omvatten.
19. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 18, met het kenmerk, dat de meetinstrumenten ten minste één teller omvatten.
20. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 19, met het 35 kenmerk, dat de referentiegegevens een interval voor een met behulp van één of meer meetinstrumenten te bepalen meetwaarde omvatten.
21. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 20, met het 5 kenmerk, dat de referentiegegevens een te verwachten levensduur of een te verwachten storingsvrije gebruiksduur voor een aan een functie gerelateerd onderdeel van de inrichting omvatten.
22. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 21, met het kenmerk, dat de computer geschikt is om parallel meer dan één diagnose te bepalen.
23. Inrichting volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat de 15 computer geschikt is om aan iedere diagnose een urgentie toe te kennen.
24. Inrichting volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat de inrichting geschikt is om de bepaalde diagnoses of ten 20 minste de daarbij behorende instructies in volgorde van urgentie kenbaar te maken.
25. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 24, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 25 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een toenemend elektriciteitsverbruik een diagnose van de strekking "check spoelen en/of motoren" wordt bepaald.
26. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 25, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende luchtverbruikscurve een diagnose van de strekking "check luchtsysteem en/of compressor" wordt 35 bepaald.
27. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 26, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 5 van een afwijkende waterverbruikscurve een diagnose van de strekking "lekkage en/of verstopping" wordt bepaald.
28. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 27, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 10 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende melkafvoer naar de melktank een diagnose van de strekking "lekkage en/of verstopping van een melkfilter" wordt bepaald.
29. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 28, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende voertoevoer een diagnose van de strekking "lekkage en/of verstopping van een voervijzel" 20 wordt bepaald.
30. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 29, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 25 van een afwijkende geluidsmeting een diagnose van de strekking "check vacuümpomp en/of pulsator" wordt bepaald.
31. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 30, met het 30 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende vultijd voor een watertank een diagnose van de strekking "onvoldoende waterdruk en/of lekkage" wordt bepaald. 35
32. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 31, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van mislukte aansluitingen van de melkbekers en/of een 5 afwijkend gewicht van te melken dieren een diagnose van de strekking "weegvloer verklemd en/of storing weegcel" wordt bepaald.
33. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 32, met het 10 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkend signaalverloop van een voederweegcel bij verscheidene dieren een diagnose van de strekking "voerbak verklemd en/of storing weegcel" wordt bepaald. 15
34. Inrichting volgens één der conclusies l - 33, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een positief verloop van het nulniveau van het 20 gewicht van de boxvloer een diagnose van de strekking "ophoping vuil op boxvloer" wordt bepaald.
35. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 34, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 25 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een toegenomen luchtverbruik per melking en/of per reiniging een diagnose van de strekking "lekkende kleppen" wordt bepaald.
36. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 35, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogde geleidbaarheid van het voorspoelwater aan het einde van het voorspoelen een diagnose van de 35 strekking "onvoldoende voorspoeling door te lage waterdruk en/of onvoldoende leegblazen leiding en/of lekkende driewegklep tank en/of vervuilde, defecte en/of verlopen geleidbaarheidssensoren" wordt bepaald.
37. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 36, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogde geleidbaarheid van het hoofdreinigingswater aan het einde van het hoofdreinigen 10 een diagnose van de strekking "onvoldoende hoofdreiniging door te lage loog-/zuurconcentratie en/of te lage frequentie loog-/zuurreiniging en/of vervuilde, defecte en/of verlopen geleidbaarheidssensoren" wordt bepaald.
38. Inrichting volgens één der conclusies 1-37, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogde geleidbaarheid van het naspoelwater 20 aan het einde van het naspoelen een diagnose van de strekking "onvoldoende naspoeling en/of vervuilde, defecte en/of verlopen geleidbaarheidssensoren" wordt bepaald.
39. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 38, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van het automatisch achter elkaar separeren van melk van verscheidene dieren een diagnose van de strekking 30 "controleer aan de hand van de gesepareerde melk of er storingen in de sensoren zijn" wordt bepaald.
40. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 39, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 35 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren _ x ·<η,ι . van meer beweging in de weegvloer dan gemiddeld een diagnose van de strekking "controleer het vacuümniveau van de vacuümpomp en/of de staat van de tepelvoeringen" wordt bepaald. 5
41. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 40, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van het niet opnemen van voer door verscheidene dieren 10 een diagnose van de strekking "controleer de weegcel van de voerbak" wordt bepaald.
42. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 41, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 15 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een gedaalde wegpompsnelheid van melk van het melkglas naar de melktank een diagnose van de strekking "verstopping melkfilter en/of pomp" wordt bepaald.
43. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 42, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijking van het zwaartepunt van de boxvloer met het te melken dier een diagnose van de strekking 25 "voer op en/of voervijzel en/of weegcel voerbak defect" wordt bepaald.
44. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 43, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 30 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een langere aansluittijd van de melkbekers dan gemiddeld en meer beweging in de weegvloer dan gemiddeld een diagnose van de strekking "controleer de voervijzels en/of de aanwezigheid van ongedierte" wordt bepaald. 35
45. Inrichting volgens één der conclusies 1-44, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een veranderde melkflow een diagnose van de 5 strekking "controleer de pulsatie-instellingen; voer op en/of voervijzei en/of weegcel voerbak defect" wordt bepaald.
46. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 45, met het 10 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van het na diverse pogingen ontbreken van vacuüm op een melkbeker een diagnose van de strekking "controleer het kantelmechanisme en/of het koord van de melkbeker en/of 15 het laservenster" wordt bepaald.
47. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 46, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 20 van een lagere aansluittijd bij een melkbeker in vergelijking met de andere melkbekers een diagnose van de strekking "controleer de stand van de melkbeker en/of de tepelvoering (schacht en kop)" wordt bepaald.
48. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 47, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een lagere gemiddelde melksnelheid en/of een lagere gemiddelde melkstroom een diagnose van de strekking 30 "controleer het vacuümniveau en/of de pulsatie- instellingen en/of de voeringen van de melkbekers" wordt bepaald.
49. Inrichting volgens één der conclusies 1-48, met het 35 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een hogere aansluittijd van alle melkbekers een diagnose van de strekking "laservenster vervuild en/of lekkage in een hefcilinder" wordt bepaald. 5
50. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 49, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkend signaalpatroon van een 10 melkstroomsensor voor verscheidene dieren een diagnose van de strekking "controleer de voering en/of het aanzuiggaatje van de melkbeker" wordt bepaald.
51. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 50, met het 15 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkend pulsatiepatroon voor alle melkbekers een diagnose van de strekking "controleer het vacuümniveau en/of de vacuümleiding van de pulsator" 20 wordt bepaald.
52. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 51, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 25 van een afwijkende benodigde tijd voor het opbouwen van vacuüm een diagnose van de strekking "check vacuümpomp en/of lekkage lucht" wordt bepaald.
53. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 52, met het 30 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende benodigde tijd voor een bekende beweging een diagnose van de strekking "aandrijfmechanisme defect en/of lekkage" wordt bepaald. 35
55. Inrichting volgens één der conclusies 1-54, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van afwijkende gegevens van de melkkoeltank 5 (temperatuur, reinigingstijden, reinigingstemperatuur, melkhoeveelheden, alarmen) een diagnose van de strekking "controleer koelsysteem en/of reinigingssysteem melkkoeltank" wordt bepaald.
56. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 55, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een discrepantie tussen melkgiftgegevens van de melkmeter en gegevens van de inhoudmeter van de melktank 15 een diagnose van de strekking "controleer melkmeter en/of inhoudmeter melktank" wordt bepaald.
57. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 56, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 20 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogd aantal stappenmotor-fouten een diagnose van de strekking "controleer stappenmotor" wordt bepaald.
58. Inrichting volgens één der conclusies 1-57, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een tot nul gereduceerde bezoekfrequentie van de melkrobot een diagnose van de strekking "dier blokkeert 30 ingang en/of uitgang en/of hek defect" wordt bepaald.
59. Inrichting volgens één der conclusies 1-58, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 35 van het niet herkennen van een aantal dieren achter elkaar een diagnose van de strekking "controleer dierherkenningssysteem" wordt bepaald.
60. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 59, met het 5 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkend pulsatiepatroon een diagnose van de strekking "controleer voering van melkpulsatieslang en/of slangafsluiters" wordt bepaald. 10
61. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 60, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een discrepantie tussen het gewichtsverloop van het 15 te melken dier tijdens de melking en de gemeten hoeveelheid afgegeven melk, opgenomen voer en afgegeven mest een diagnose van de strekking "controleer weegsensoren" wordt bepaald.
62. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 61, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogde maximale melkstroom een diagnose van de strekking "check vlotter in melkglas" wordt bepaald. 25
63. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 62, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verlaagde gemiddelde melkstroom en een verlaagde 30 maximale melkstroom een diagnose van de strekking "check vlotter in melkglas" wordt bepaald.
64. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 63, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 35 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een langere tijd tussen het genereren van vacuüm in een melkbeker en het beginnen van de melkstroom van het betreffende kwartier in combinatie met een kortere melktijd voor het betreffende kwartier een diagnose van 5 de strekking "onvoldoende gevoeligheid bij betreffende melkstroomsensor" wordt bepaald.
65. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 64, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 10 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een kortere tijd tussen het genereren van vacuüm in een melkbeker en het beginnen van de melkstroom van het betreffende kwartier in combinatie met een langere melktijd voor het betreffende kwartier een diagnose van 15 de strekking "te hoge gevoeligheid bij betreffende melkstroomsensor" wordt bepaald.
66. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 65, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 20 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een langere tijd tussen het genereren van vacuüm in een melkbeker en het beginnen van de betreffende melkstroom van de linker of de rechter kwartieren in combinatie met een kortere melktijd voor de betreffende 25 kwartieren een diagnose van de strekking "lek in tepelvoering en/of pulsatieslang en/of defecte pulsator" wordt bepaald.
67. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 66, met het 30 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van grote verschillen tussen de kwartieren in de tijd tussen het genereren van vacuüm in een melkbeker en het beginnen van de betreffende melkstroom een diagnose van 35 de strekking "melkstroomsensoren checken" wordt bepaald.
68. Inrichting volgens één der conclusies 1-67, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 5 van een verhoogd aantal mislukte pogingen de melkbekers aan te sluiten een diagnose van de strekking "check lasermeetsysteem" wordt bepaald.
69. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 68, met het 10 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkende productiewaarde (kg melk per uur) een diagnose van de strekking "check de melkrobot" wordt bepaald. 15
70. Inrichting voor het automatisch melken van dieren, welke inrichting is voorzien van een melkrobot en een computer, welke computer verbindbaar is met een aantal meetinstrumenten die gerelateerd zijn aan een aantal 20 toestandsparameters van een te melken dier, met het kenmerk, dat in de computer een bewakingsprogramma voor genoemde parameters is geïnstalleerd, met behulp waarvan de computer geschikt is om op grond van een vergelijking van gegevens van één of meer van de meetinstrumenten met 25 aan genoemde parameters gerelateerde referentiegegevens een diagnose met betrekking tot een te verwachten ongewenste afwijking in één of meer van genoemde parameters te bepalen.
71. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 70, met het kenmerk, dat de computer geschikt is om de referentiegegevens op grond van gemeten grootheden voortdurend aan te passen.
72. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 71, met het kenmerk, dat de computer geschikt is om de referentiegegevens automatisch te genereren.
73. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 72, met het kenmerk, dat de referent iegegevens afhankelijk zijn van de kudde te melken dieren.
74. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 73, met het 10 kenmerk, dat de referent iegegevens afhankelijk zijn van de intensiteit waarmee de inrichting wordt gebruikt.
75. Inrichting volgens één der conclusies 1 - 74, met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen om 15 de door de computer bepaalde diagnose telefonisch en/of als SMS-bericht naar een gebruiker en/of een servicemonteur te zenden.
76. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 75, met het 20 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een traag op gang komend melkstroomprof iel een ' diagnose van de strekking "verleng de voorbehandeling" wordt bepaald. 25
77. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 76, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een combinatie van verhoogde geleidbaarheid, langere 30 dode melktijd, afwijkende kleur en volume voor een bepaald kwartier een diagnose van de strekking "mastitis voor dit kwartier" wordt bepaald.
78. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 77, met het 35 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verhoogde snelheid van het leeg eten van de voerbak voor een dier een diagnose van de strekking "controleer rantsoen van het dier" wordt bepaald. 5
79. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 78, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verlaagde snelheid van het leeg eten van de 10 voerbak voor verscheidene dieren een diagnose van de strekking "voer bedorven en/of niet goed van smaak" wordt bepaald.
80. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 79, met het 15 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijkend signaalpatroon bij een melkstroomsensor een diagnose van de strekking "controleer het betreffende uierkwartier" wordt bepaald. 20
81. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 80, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een afwijking bij de melkgift, de temperatuur, de 25 voederopname en de beweging in de box een diagnose van de strekking "attentie tochtigheid" wordt bepaald.
82. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 81, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 30 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verminderde voeropname van een bepaald dier een diagnose van de strekking "controleer de gezondheid van het dier" wordt bepaald.
83. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 82, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een grote spreiding in de metingen van de weegvloer 5 een diagnose van de strekking "dier onrustig" wordt bepaald.
84. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 83, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat 10 bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een grote spreiding in de metingen van het gewicht van de voerbak een diagnose van de strekking "dier onrustig" wordt bepaald.
85. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 84, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een verlaagde snelheid van leeg eten van de voerbak voor een dier een diagnose van de strekking "controleer 20 gezondheid van het dier" wordt bepaald.
86. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 85, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 25 van een verlaagde bezoekfrequentie van een dier aan de melkrobot een diagnose van de strekking "controleer gezondheid van het dier" wordt bepaald.
87. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 86, met het 30 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van een te lage melkgift in vergelijking tot het rantsoen van het dier een diagnose van de strekking "rantsoen niet goed en/of controleer activiteit van het 35 dier" wordt bepaald. •'è '''
88. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 87, met het kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren 5 van een verloop van de speenposities in hoogterichting een diagnose van de strekking "zucht en/of doorhangen uier" wordt bepaald.
89. Inrichting volgens één der conclusies 70 - 88, met het 10 kenmerk, dat de computer zodanig is geprogrammeerd dat bij het door één of meer meetinstrumenten constateren van het langzaam betreden en/of verlaten van de melkrobot door een dier een diagnose van de strekking "controleer klauwstoornis" wordt bepaald. 15
Priority Applications (11)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1017749A NL1017749C2 (nl) | 2001-03-30 | 2001-03-30 | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
| DK02076177T DK1245150T3 (da) | 2001-03-30 | 2002-03-26 | Konstruktion til automatisk malkning af dyr |
| DE60213308T DE60213308T2 (de) | 2001-03-30 | 2002-03-26 | Konstruktion zum automatischen Melken von Tieren |
| IL14890202A IL148902A0 (en) | 2001-03-30 | 2002-03-26 | A construction for automatically milking animals |
| AT02076177T ATE333786T1 (de) | 2001-03-30 | 2002-03-26 | Konstruktion zum automatischen melken von tieren |
| EP02076177A EP1245150B1 (en) | 2001-03-30 | 2002-03-26 | A construction for automatically milking animals |
| NZ518049A NZ518049A (en) | 2001-03-30 | 2002-03-27 | A construction for automatically milking animals |
| AU29192/02A AU2919202A (en) | 2001-03-30 | 2002-03-27 | A construction for automatically milking animals |
| CA002379428A CA2379428C (en) | 2001-03-30 | 2002-03-27 | A construction for automatically milking animals |
| US10/109,695 US6742474B2 (en) | 2001-03-30 | 2002-04-01 | Construction for automatically milking animals |
| JP2002098435A JP2002335787A (ja) | 2001-03-30 | 2002-04-01 | 動物を自動的に搾乳するための構造 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1017749 | 2001-03-30 | ||
| NL1017749A NL1017749C2 (nl) | 2001-03-30 | 2001-03-30 | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1017749C2 true NL1017749C2 (nl) | 2002-10-01 |
Family
ID=19773169
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1017749A NL1017749C2 (nl) | 2001-03-30 | 2001-03-30 | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
Country Status (11)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6742474B2 (nl) |
| EP (1) | EP1245150B1 (nl) |
| JP (1) | JP2002335787A (nl) |
| AT (1) | ATE333786T1 (nl) |
| AU (1) | AU2919202A (nl) |
| CA (1) | CA2379428C (nl) |
| DE (1) | DE60213308T2 (nl) |
| DK (1) | DK1245150T3 (nl) |
| IL (1) | IL148902A0 (nl) |
| NL (1) | NL1017749C2 (nl) |
| NZ (1) | NZ518049A (nl) |
Families Citing this family (19)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| SE0201380D0 (sv) | 2002-05-07 | 2002-05-07 | Delaval Holding Ab | Automatic milk separation |
| SE523800C2 (sv) | 2002-09-30 | 2004-05-18 | Delaval Holding Ab | Metod för kalibrering av mjölkmätare i ett mjölkningssystem |
| SE531071C2 (sv) * | 2005-12-16 | 2008-12-09 | Delaval Holding Ab | Mjölkningssystem jämte metod för att generera och kommunicera felmeddelanden i ett sådant mjölkningssystem |
| SE529699C2 (sv) * | 2006-03-01 | 2007-10-30 | Delaval Holding Ab | Mjölkmaskinstestning |
| JP4796473B2 (ja) * | 2006-10-13 | 2011-10-19 | オリオン機械株式会社 | ティートカップライナーの搾乳性能低下判定方法及び手段 |
| JP4695579B2 (ja) * | 2006-10-13 | 2011-06-08 | オリオン機械株式会社 | ティートカップライナーの劣化確認方法 |
| SE531678C2 (sv) * | 2006-11-30 | 2009-06-30 | Delaval Holding Ab | Metod för att detektera mastit hos mjölkdjur, ett mjölkningssystem och en datorprogramprodukt |
| ES2602471T3 (es) * | 2007-06-22 | 2017-02-21 | Delaval Holding Ab | Método y aparato para enfriar un animal |
| JP5344434B2 (ja) * | 2009-08-19 | 2013-11-20 | オリオン機械株式会社 | 流体作業監視装置、パイプラインミルカー、バルククーラー |
| US9675038B2 (en) * | 2010-04-09 | 2017-06-13 | Delaval Holding Ab | Arrangement and method for analyzing milk |
| NZ586714A (en) * | 2010-07-09 | 2011-11-25 | Tag It Technologies Ltd | Determining milk processing stages by measuring vacuum levels |
| EP2640184B2 (en) * | 2010-11-16 | 2020-07-01 | DeLaval Holding AB | A milking system, and a method for operating a milking system |
| NL1038458C2 (en) * | 2010-12-17 | 2012-06-19 | Lely Patent Nv | Dairy animal treatment system. |
| NL2007149C2 (nl) * | 2011-07-20 | 2013-01-22 | Lely Patent Nv | Sensorsysteem, sensorinrichting daarmee, en melkdierbehandelingsinrichting daarmee. |
| NL2007732C2 (en) * | 2011-11-07 | 2013-05-08 | Lely Patent Nv | A method and apparatus for monitoring a milking process. |
| US20130125821A1 (en) * | 2011-11-22 | 2013-05-23 | Tag It Technologies Limited | Milking process monitoring |
| WO2014078960A1 (en) * | 2012-11-23 | 2014-05-30 | Robin Johnston | System and method for monitoring farm related equipment |
| NL2015945B1 (nl) * | 2015-12-11 | 2017-07-03 | Lely Patent Nv | Melksysteem met reserveonderdelenbeheer. |
| US10349614B2 (en) * | 2016-08-17 | 2019-07-16 | Technologies Holdings Corp. | Vision system for teat detection |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0576086A2 (en) | 1992-06-25 | 1993-12-29 | C. van der Lely N.V. | A construction for automatically milking animals, such as cows |
| WO1996036212A1 (en) * | 1995-05-17 | 1996-11-21 | Tetra Laval Holdings & Finance S.A. | A method of supervising the function of a milking machine, and a milking machine |
| WO1999031967A1 (en) | 1997-12-19 | 1999-07-01 | Delaval Holding Ab | An animal related apparatus |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE68928489T2 (de) * | 1988-01-08 | 1998-04-02 | Prolion Bv | Vorrichtung zum Positionieren eines Tieres, Terminal für ein automatisches Melksystem und Verfahren zum automatischen Melken eines Tieres |
| NL8802332A (nl) * | 1988-09-21 | 1990-04-17 | Lely Nv C Van Der | Inrichting voor het melken van een dier. |
| US5568788A (en) * | 1990-02-27 | 1996-10-29 | C. Van Der Lely N.V. | Implement for and a method of milking animals automatically |
| AU664282B2 (en) * | 1992-06-25 | 1995-11-09 | Lely Patent N.V. | A construction for automatically milking animals, such as cows |
| NL9300443A (nl) * | 1993-03-11 | 1994-10-03 | Prolion Bv | Werkwijze en inrichting voor het bewaken van dierfuncties. |
| US5743209A (en) * | 1994-08-01 | 1998-04-28 | La Federation Francaise De Controle Laitier (F.F.C.L.) | System and method for monitoring and controlling milk production at dairy farms |
| SE9503793D0 (sv) * | 1995-10-27 | 1995-10-27 | Tetra Laval Holdings & Finance | An apparatus for moving an animal related means and a method therefor |
| NL1001646C2 (nl) * | 1995-11-14 | 1997-05-21 | Maasland Nv | Constructie met een inrichting voor het melken van dieren. |
| US6038030A (en) * | 1997-01-13 | 2000-03-14 | Maasland N.V. | Method of establishing the presence of specific substances in milk as well as an implement for applying same |
| US6418876B1 (en) * | 1997-07-02 | 2002-07-16 | Alfa Laval Agri Ab | Method and an apparatus for monitoring an animal |
| SE517179C2 (sv) * | 1998-07-24 | 2002-04-23 | Alfa Laval Agri Ab | Anordning och förfarande för att fastställa en plats för ett djurrelaterat organ |
-
2001
- 2001-03-30 NL NL1017749A patent/NL1017749C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2002
- 2002-03-26 DE DE60213308T patent/DE60213308T2/de not_active Expired - Lifetime
- 2002-03-26 DK DK02076177T patent/DK1245150T3/da active
- 2002-03-26 AT AT02076177T patent/ATE333786T1/de not_active IP Right Cessation
- 2002-03-26 EP EP02076177A patent/EP1245150B1/en not_active Revoked
- 2002-03-26 IL IL14890202A patent/IL148902A0/xx unknown
- 2002-03-27 CA CA002379428A patent/CA2379428C/en not_active Expired - Lifetime
- 2002-03-27 AU AU29192/02A patent/AU2919202A/en not_active Abandoned
- 2002-03-27 NZ NZ518049A patent/NZ518049A/en not_active IP Right Cessation
- 2002-04-01 US US10/109,695 patent/US6742474B2/en not_active Expired - Lifetime
- 2002-04-01 JP JP2002098435A patent/JP2002335787A/ja not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0576086A2 (en) | 1992-06-25 | 1993-12-29 | C. van der Lely N.V. | A construction for automatically milking animals, such as cows |
| WO1996036212A1 (en) * | 1995-05-17 | 1996-11-21 | Tetra Laval Holdings & Finance S.A. | A method of supervising the function of a milking machine, and a milking machine |
| WO1999031967A1 (en) | 1997-12-19 | 1999-07-01 | Delaval Holding Ab | An animal related apparatus |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DK1245150T3 (da) | 2006-11-27 |
| JP2002335787A (ja) | 2002-11-26 |
| EP1245150A1 (en) | 2002-10-02 |
| US20020139309A1 (en) | 2002-10-03 |
| ATE333786T1 (de) | 2006-08-15 |
| CA2379428A1 (en) | 2002-09-30 |
| AU2919202A (en) | 2002-10-03 |
| EP1245150B1 (en) | 2006-07-26 |
| CA2379428C (en) | 2009-09-22 |
| IL148902A0 (en) | 2002-09-12 |
| US6742474B2 (en) | 2004-06-01 |
| DE60213308T2 (de) | 2007-08-30 |
| NZ518049A (en) | 2003-11-28 |
| DE60213308D1 (de) | 2006-09-07 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA2379428C (en) | A construction for automatically milking animals | |
| US7841296B2 (en) | Controller for monitoring and controlling pulsators in a milking system | |
| US6990924B2 (en) | Controller for monitoring and controlling pulsators in a milking system | |
| EP1374670B1 (en) | A cleaning device | |
| EP1046336A2 (en) | An implement for milking animals | |
| NL9101636A (nl) | Werkwijze voor het automatisch melken van dieren. | |
| US20070272159A1 (en) | Method and Device for Milking an Animal Provided with at Least One Self-Adjusting Sensor for Monitoring at Least One Milk Characteristic | |
| US7957920B2 (en) | Milking machine testing | |
| EP1230844A1 (en) | A cleaning device | |
| JP2012005963A (ja) | パイプラインミルカーの洗浄方法 | |
| EP0713641B1 (en) | A method of automatically milking animals and an implement for applying same | |
| US20040168643A1 (en) | Method of and an apparatus for somatic cell count | |
| US20040168647A1 (en) | Pulsator controller for monitoring and controlling a designated pulsator in a milking system and method of using same | |
| JP2012005421A (ja) | パイプラインミルカーの監視装置 | |
| JPH1098981A (ja) | 酪農管理装置 | |
| EP2775824B1 (en) | A method and control device for monitoring a milking process | |
| RU2855924C1 (ru) | Аппаратно-программный комплекс диагностики работы доильного оборудования | |
| Hostens et al. | Evaluation of the opportunities for continuous monitoring of milking installations. | |
| JP2012005420A (ja) | パイプラインミルカーの残乳回収方法 | |
| US20180368351A1 (en) | Milking system with spare part management | |
| EP3883368A1 (en) | Free flow electronic meter | |
| EP1694114A1 (en) | Method of calibrating conductivity meters | |
| JP2001128580A (ja) | 自動搾乳機の給餌方法及び装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20111001 |