NL1027256C1 - Plankverbinding. - Google Patents
Plankverbinding. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1027256C1 NL1027256C1 NL1027256A NL1027256A NL1027256C1 NL 1027256 C1 NL1027256 C1 NL 1027256C1 NL 1027256 A NL1027256 A NL 1027256A NL 1027256 A NL1027256 A NL 1027256A NL 1027256 C1 NL1027256 C1 NL 1027256C1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- plank
- connecting element
- groove
- tongue
- protrusion
- Prior art date
Links
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 8
- 229910001369 Brass Inorganic materials 0.000 claims description 7
- 239000010951 brass Substances 0.000 claims description 7
- 238000009413 insulation Methods 0.000 claims description 5
- 229920002725 thermoplastic elastomer Polymers 0.000 claims description 5
- 238000001125 extrusion Methods 0.000 claims description 3
- 239000007787 solid Substances 0.000 claims description 3
- 239000000758 substrate Substances 0.000 claims description 3
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims 1
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 2
- 239000002023 wood Substances 0.000 description 2
- 230000001737 promoting effect Effects 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000000565 sealant Substances 0.000 description 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F13/00—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
- E04F13/07—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
- E04F13/08—Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B63—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
- B63B—SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING
- B63B5/00—Hulls characterised by their construction of non-metallic material
- B63B5/02—Hulls characterised by their construction of non-metallic material made predominantly of wood
- B63B5/06—Decks; Shells
- B63B5/08—Decks; Shells with single-layer planking
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F15/00—Flooring
- E04F15/02—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F15/00—Flooring
- E04F15/02—Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
- E04F15/02005—Construction of joints, e.g. dividing strips
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/01—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
- E04F2201/0107—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges
- E04F2201/0115—Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges with snap action of the edge connectors
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04F—FINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
- E04F2201/00—Joining sheets or plates or panels
- E04F2201/05—Separate connectors or inserts, e.g. pegs, pins, keys or strips
- E04F2201/0511—Strips or bars, e.g. nailing strips
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Ocean & Marine Engineering (AREA)
- Floor Finish (AREA)
Description
1 I
IPlankverbinding I
De uitvinding heeft betrekking op een planverbin- I
ding tussen twee planken. De uitvinding heeft voorts be- I
trekking op een wand opgebouwd met dergelijke planken en I
5 plankverbindingen. I
Het is bekend om voor het leggen van wanden, in I
het bijzonder vloeren gebruik te maken van planken die aan I
de beide langsranden respectievelijk voorzien zijn van een I
messing en een groef. De messing van de ene plank wordt I
10 ingevoerd in de groef van de naastgelegen plank, waarna de I
planken op elkaar aansluiten. I
Het is bekend om vloeren in schepen, in het I
bijzonder dekvloeren, op te bouwen uit al dan niet van I
messing en groef voorziene planken, waarbij voor het dich-15 ten van de naad tussen de planken een kit aangebracht, vaak in een zwarte kleur om de indruk van een teernaad op te roepen. Bij het leggen kunnen de planken in dwarsrichting verplaatsen. Het leggen van een dergelijke vloer is tijdrovend, vergt grote deskundigheid en is daardoor duur.
20 Een doel van de uitvinding is een plankverbinding te verschaffen die op eenvoudige wijze te realiseren is.
Een doel van de uitvinding is een plankverbinding te verschaffen die op beheerste wijze te maken is.
Een doel van de uitvinding is een plankverbinding 25 te verschaffen die op gemakkelijke wijze afdichtend te maken is.
1027250 2
Vanuit een aspect voorziet de uitvinding in een plankverbinding tussen twee planken, welke planken aan tegenovergestelde randen respectievelijk voorzien zijn van een messing en een groef, waarbij tussen de messing en de 5 groef een verbindingselement geplaatst is dat voorzien is van een opneemruimte voor de messing van de ene plank en opgenomen is in de groef van de andere plank. Het verbindingselement verzorgt een verbinding tussen de beide planken, die daardoor ten opzichte van elkaar op hun plaats 10 blijven, ook tijdens het leggen/maken van een vloer. Het verbindingselement kan eventueel een extra functie worden gegeven, zoals hierna wordt besproken.
Voor het bevorderen van de verbinding kan het verbindingselement in de opneemruimte voorzien zijn van 15 middelen voor het tegengaan van een uitgaande beweging van de messing daaruit, zoals weerhaken en/of aan een buitenzijde voorzien zijn van middelen voor het tegengaan van een uitgaande beweging van het verbindingselement uit de groef, zoals weerhaken.
20 In een eerste verdere uitvoering is het verbin dingselement aan een zijde tegengesteld van de zijde van de uitsparing voorzien van een uitsteeksel voor opname in de groef. De messing en de groef kunnen daarbij een in hoofdzaak overeenkomende breedte bezitten, waarbij dan toch 25 voldoende materiaal in het verbindingselement verschaft kan zijn om een betrouwbare verbinding te maken. De messing en de groef kunnen daarbij in verbindingsrichting op afstand van elkaar gehouden zijn door het verbindingselement.
In een tweede verdere uitvoering is het verbin-30 dingselement in hoofdzaak U-vormig. Daarbij kan de messing een breedte bezitten die kleiner is dan die van de groef.
De messing kan daarbij over althans enige afstand in de groef reiken.
Een belangrijke tweede functie is die waarin het 35 verbindingselement een water/vochtafdichting vormt tussen de planken, waardoor de plankverbinding geschikt wordt als scheepsvloer.
1 027256_ _ IEen altematievè of bijkomende functie is die waarin het verbindingselement een geluidsafdichting vormt tussen de planken.
Een alternatieve of bijkomende functie is die 5 waarin het verbindingselement warmte-isolatie vormt tussen de planken.
In een eerste verdere ontwikkeling van de plank-verbinding volgens de uitvinding strekt het verbindingselement zich met een eerste uitsteeksel uit naar een eerste 10 zijde, in het bijzonder zichtzijde, van de planken. Aldaar kan een verdere functie vervuld worden, bijvoorbeeld indien het eerste uitsteeksel een anti-slipvoorziening vormt.
Daarbij steekt het eerste uitsteeksel bij voorkeur uit vanaf de eerste zijde.
15 Het eerste uitsteeksel kan, alternatief, eindigen in de eerste zijde. Het kan dan met het eindoppervlak in één vlak liggen met het bovenoppervlak van de planken. Het is echter ook mogelijk dat het eerste uitsteeksel een hol oppervlak vormt aan de eerste zijde.
20 Het eerste uitsteeksel kan althans ter plaatse van de eerste zijde door de twee planken worden samengedrukt, voor bevordering van de afdichting.
In een tweede verdere ontwikkeling van de plank-verbinding volgens de uitvinding strekt het verbindings-25 element zich (daarbij of alternatief) met een tweede uitsteeksel naar een tweede, in het bijzonder tegengesteld aan een zichtzijde gelegen zijde van de planken uitstrekt.
Aldaar kan een verdere functie vervuld worden. Dit kan bijvoorbeeld wanneer het tweede uitsteeksel uitsteekt vanaf 30 de tweede zijde. Het tweede uitsteeksel kan steunen op een vaste ondergrond. Dit kan voordelig zijn voor isolatie tegen contactgeluid en/of de planken tegen slip houden op de ondergrond. Het tweede uitsteeksel kan de planken op afstand van de ondergrond houden voor het vormen van kamers 35 daartussen.
Het tweede uitsteeksel kan, alternatief, eindigen in de tweede zijde, in welk geval de planken bijvoorbeeld
1027256 I
4 plat op een ondergrond kunnen liggen.
In een verdere, gecombineerde uitvoering liggen de eerste en tweede uitsteeksels in lijn met elkaar.
Bij voorkeur is het verbindingselement vervaar-5 digd van een vervormbaar materiaal, zoals een thermoplastisch elastomeer of rubber. Zacht PVC kan een geschikt materiaal zijn.
In een uitvoering bezit het verbindingselement een met de planken contrasterende kleur.
10 Het verbindingselement kan vervaardigd zijn door extrusie.
De uitvinding voorziet voorts in een plankendek opgebouwd van plankverbindingen volgens de uitvinding. Dit kan een wand, in het bijzonder een vloerwand zijn, meer in 15 het bijzonder een scheepsvloer of scheepsdek, zodat de uitvinding ook betrekking heeft op een schip voorzien van een dergelijke vloer.
De uitvinding kan ook worden toegepast in gebouwen, zoals bijvoorbeeld een winkel, bijvoorbeeld met een 20 scheepsvloerachtig voorkomen.
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in:
Figuur 1 een schematisch aanzicht op een voor-25 beelduitvoering van een vloer volgens de uitvinding;
Figuur 2A een dwarsdoorsnede door een eerste voorbeelduitvoering van een verbindingsstrip volgens de uitvinding;
Figuur 2B een schematische dwarsdoorsnede ter 30 plaatse van de verbinding van twee planken onder gebruikmaking van de verbindingsstrip van figuur 2A;
Figuur 2C een tweede voorbeelduitvoering van een verbindingsstrip volgens de uitvinding;
Figuur 2D een schematische dwarsdoorsnede ter 35 plaatse van de verbinding tussen twee planken onder gebruikmaking van de verbindingsstrip van figuur 2C;
Figuur 3A een derde voorbeelduitvoering van een 1027256
Iverbindingsstrip volgens de uitvinding; I
Figuur 3B een schematische dwarsdoorsnede ter I
plaatse van de verbinding tussen twee planken onder ge- I
bruikmaking van de Verbindingsstrip van figuur 3A; I
5 Figuur 3C een schematische dwarsdoorsnede ter I
plaatse van de verbinding tussen twee planken onder ge- I
bruikmaking van een vierde voorbeelduitvoering van de de I
verbindingsstrip van figuur 3A; I
Figuur 4A een vijfde voorbeelduitvoering van een I
10 verbindingsstrip volgens de uitvinding; I
Figuur 4B een schematische dwarsdoorsnede ter I
plaatse van de verbinding tussen twee planken onder ge- I
bruikmaking van de verbindingsstrip van figuur 4A; I
Figuur 4C een schematische doorsnede ter plaatse I
15 van een verbinding tussen twee planken onder gebruikmaking I
van een verbindingsstrip volgens de uitvinding, in een |
zesde uitvoeringsvorm; en I
Figuur 5 een vergrote schematische doorsnede ter I
plaatse van een verbinding tussen twee planken onder ge- I
20 bruikmaking van een zevende voorbeelduitvoering van een I
verbindingsstrip volgens de uitvinding. I
De in figuur 1 weergegeven opstelling omvat I
houten planken 2 die langwerpig zijn en aan de beide langs- I
randen respectievelijk voorzien zijn van een messing 3 en I
25 groef 4, die gewoonlijk in maat op elkaar afgestemd zijn om I
in elkaar te reiken, op bekende wijze. I
In deze opstelling volgens de uitvinding is echter tussen de messing 3 en de groef 4 een verbindingsstrip volgens de uitvinding opgenomen, in dit geval verbin-30 dingsstrip 15 van figuur 3A. Hierbij is de messing 3 bevestigd in de verbindingsstrip 15, en is de verbindingsstrip 15 bevestigd in de groef 4.
In een basisuitvoering, weergegeven in figuur 2A, wordt de verbindingsstrip 5 in hoofdzaak gevormd door een 35 basislichaam 6, dat zich in langsrichting uitstrekt lood recht op het vlak van tekening. Het basislichaam 6 is aan één zijde gevormd met een uitsparing 7, begrensd door 1027256 6 bovengedeelte 6a en ondergedeelte 6b, en voorzien van zich in striprichting uitstrekkende klemlippen 9 en weerhaken 10.
Aan de andere zijde van het basislichaam 6 reikt 5 een zich eveneens in langsrichting van de strip uitstrekkende ribbe 8, die aan weerszijden voorzien is van weerhaken 11, 12.
In figuur 2B is aangegeven op welke wijze de verbindingsstrip 5 geplaatst kan zijn bij verbinding van 10 twee planken 2. De ribbe 8 is met enige kracht in de groef 4 gedrukt, waarbij de weerhaken 11, 12 er voor zorgen dat de ribbe 8 daarin op zijn plaats blijft. Vervolgens kan de messing 3 van de naastgelegen plank 2 in de uitsparing 7 gedrukt worden, om daarin vastgehouden te worden door de 15 werking van de klemlippen 9 en weerhaken 10. De naastgelegen planken 2 zullen dan door verbinding via de verbindingsstrip 5 tegengehouden worden tegen onderlinge verwij-dering. Het is ook mogelijk om de verbindingsstrip eerst op de messing 3 te plaatsen, en dan de ribbe 8 in de groef 4 20 te drukken.
Merk op dat in de tekeningen de weerhaken getekend kunnen zijn als reikend in het hout, doch dat is slechts gedaan om aan te geven dat het hout de weerhaken zal moeten verdringen, waardoor een voldoende aangrijpings-25 kracht ontstaat.
De verbindingsstrip 65 van figuur 2C is geschikt voor toepassing in gevallen de messing 3 een kleinere dikte heeft dan de breedte van de gleuf 4. De ribbe wordt in dit geval gevormd door het basis lichaam 66 zelf, dat dan U-30 vormig is, waarbij aan de buitenzijde van de benen van de U weerhaken 72 zijn voorzien en aan de binnenzijde daarvan, in uitsparing 67, weerhaken 70. Bij verbinding van twee planken 2, weergegeven in figuur 2D, kunnen de planken 2 dicht bij elkaar gebracht worden, eventueel tot tegen 35 elkaar. Het basislichaam 66 kan echter ook uitgevoerd worden met uitbreidingen naar boven toe of naar beneden toe, waarmee dan de tegenover elkaar gelegen randen van de 1027256 7 beide planken 2 op afstand van elkaar gehouden kunnen worden.
De verbindingsstrip 15, weergegeven in figuur 3A, komt voor een groot deel overeen met de verbindingsstrip 5 5 van figuur 2A, maar is naar boven toe uitgebreid, waarbij basislichaamgedeelte 16a naar boven toe overgaat in uitlopend gedeelte 16c met bovenoppervlak 16d en randen 16k. In figuur 3B is de verbindingsstrip 15 opgenomen tussen twee naburige planken 2, die op dezelfde wijze zoals beschreven 10 met betrekking tot figuur 2B met elkaar verbonden zijn. Het uitlopende gedeelte 16c bevindt zich nabij het bovenoppervlak, het zichtvlak 2a van de planken 2, waarbij de schuine randen 16k van uitlopende gedeelte 16c de veilingen 2B van de planken 2 kunnen afdekken. Het is daarbij mogelijk om de 15 schuine zijden van uitlopende gedeelte 16c onder een kleinere hoek ten opzichte van de horizontaal te laten uitlopen, bijvoorbeeld 30 graden, zodat bij vellinghoeken van 45 graden het materiaal aan de randen 16k van het gedeelte 16c enigszins omhoog wordt gedwongen, zodat het oppervlak 16d 20 enigszins hol zal gaan staan.
Zoals weergegeven in figuur 1 zorgt het oppervlak 16d voor een herkenbaar zwart lijnenpatroon in de uit planken 2 opgebouwde vloer, waardoor het uiterlijk van een scheepsvloer verkregen wordt.
25 Door geschikte vormgeving en materiaalkeuze kan ook een afdichting tussen de planken 2 verschaft worden, waarmee de vloer volgens de uitvinding ook daadwerkelijk gebruikt kan worden als scheepsdek.
In figuur 3C is nog een alternatieve uitvoering 30 weergegeven, met verbindingsstrip 35, waarbij het basislichaamgedeelte 36a voorzien is van een toelopend bovengedeelte 36c, dat eindigt in smal oppervlak 36d, dat boven het oppervlak 2a van de planken 2 uitsteekt. Het bovengedeelte 36c vormt hierbij een ribbe voor verhoging van de 35 stroefheid van de vloer.
De verbindingsstrip 25, weergegeven in figuur 4A, vormt een uitbreiding op die van figuur 3A, doordat het 1027256 8 basislichaamgedeelte 26b neerwaarts is voortgezet met lijf 26e, dat eindigt in convergerend ondergedeelte 26f met onderoppervlak 26g. Hiermee kan een verbinding volgens figuur 4B gemaakt worden, waarbij het ondergedeelte 26f met 5 26g steunt op een vaste vloer 100, hetgeen voordelig kan zijn voor (contact) geluidsisolatie en anti-slip. Verder kan tussen de onderzijde van de planken 2 en de vaste vloer een kamer 101 gecreëerd worden, bijvoorbeeld voor warmte-isolatie. De belasting op de vloer 2 wordt aldus via de 10 verbindingsstrip 25 overgedragen op de ondervloer.
In figuur 4C is een enigszins afwijkende verbindingsstrip 45 getoond, waarbij het neerwaarts uitstekende gedeelte 26f is komen te vervallen, en de planken 2 plat op een ondervloer gelegd kunnen worden.
15 In figuur 5 is op vergrote schaal een verbinding tussen twee planken 2 getoond, waarbij gebruik wordt gemaakt van verbindingsstrip 55, die overeenkomsten vertoont met de verbindingsstrip 25 van figuren 4A,B. De ribbe 58 is door middel van lijven 56i, 56j verbonden met basislichaam-20 gedeelte 56a, respectievelijk basislichaamgedeelte 56b. De ribbe 58 is voorzien van weerhaken 62. De uitsparing 57 is voorzien van weerhaken 60. Het basislichaamgedeelte 56b is neerwaarts verlengd in gedeelte 56e, dat overgaat in convergerend benedendeel 56f, dat met onderoppervlak 56g 25 steunt op een vaste ondergrond, ook weer onder het realiseren van een kamer tussen de planken 2 en de ondergrond.
Het basislichaamgedeelte 56a strekt zich naar boven toe uit in gedeelte 56c, dat voorzien is van aanvankelijk zijwaarts uitstekende randen 56h, die door de aanwe-30 zigheid van het materiaal van de veilingen aan de bovenzijde van de planken 2 opwaarts wordt gedwongen zodat het bovenoppervlak 56d hol gaat staan.
De getoonde verbindingsstrips kunnen vervaardigd worden door middel van extrusie, van bijvoorbeeld zacht PVC-mate-35 riaal, in het algemeen thermoplastisch elastomeer, rekening houdend met de gewenste sterkte-eigenschappen en vervor-mingeigenschappen. De kleur kan worden aangepast aan het 1027256 9 beoogde gebruik. De verbindingsstrips kunnen naast een verbindingsfunctie extra functies vervullen, zoals bijvoorbeeld geluidsreductie, vochtafdichting, anti-slip, etcetera.
« 1027256
Claims (36)
1. Plankverbinding tussen twee planken, welke planken aan tegenovergestelde randen respectievelijk voorzien zijn van een messing en een groef, waarbij tussen de messing en de groef een verbindingselement geplaatst is dat 5 voorzien is van een opneemruimte voor de messing van de ene plank en opgenomen is in de groef van de andere plank.
2. Plankverbinding volgens conclusie 1, waarbij het verbindingselement in de opneemruimte voorzien is van middelen voor het tegengaan van een uitgaande beweging van 10 de messing daaruit, zoals weerhaken.
3. Plankverbinding volgens conclusie 1 of 2, waarbij het verbindingselement aan een buitenzijde voorzien is van middelen voor het tegengaan van een uitgaande beweging van het verbindingselement uit de groef, zoals weerhals ken.
4. Plankverbinding volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij het verbindingselement aan een zijde tegengesteld van de zijde van de uitsparing voorzien is van een uitsteeksel voor opname in de groef.
5. Plankverbinding volgens conclusie 4, waarbij de messing en de groef een in hoofdzaak overeenkomende breedte bezitten.
6. Planverbinding volgens conclusie 4 of 5, waarbij de messing en de groef in verbindingsrichting pp 25 afstand van elkaar gehouden zijn door het verbindingselement .
7. Plankverbinding volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij het verbindingselement in hoofdzaak U-vormig is.
8. Plankverbinding volgens conclusie 7, waarbij 30 de messing een breedte bezit die kleiner is dan die van de 1027256 gróef.
9. Plankverbinding volgens conclusie 8, waarbij de messing over althans enige afstand in de groef reikt.
10. Plankverbinding volgens een der voorgaande 5 conclusies, waarbij het verbindingselement een vochtafdichting vormt tussen de planken.
11. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement een geluids-afdichting vormt tussen de planken.
12. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement warmte-isolatie vormt tussen de planken.
13. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement zich met een 15 eerste uitsteeksel naar een eerste zijde, in het bijzonder zichtzijde, van de planken uitstrekt.
14. Plankverbinding volgens conclusie 13, waarbij het eerste uitsteeksel een anti-slipvoorziening vormt.
15. Plankverbinding volgens conclusie 14, waarbij 20. hét eerste uitsteeksel uitsteekt vanaf de eerste zijde.
, 16. Plankverbinding volgens conclusie 13, waarbij ! het eerste uitsteeksel eindigt in de eerste zijde.
17. Plankverbinding volgens conclusie 17, waarbij het eerste uitsteeksel een hol oppervlak vormt aan de 25 eerste zijde.
18. Plankverbinding volgens een der conclusies 13-17, waarbij het eerste uitsteeksel althans ter plaatse van de eerste zijde door de twee planken wordt samengedrukt .
19. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement zich met een tweede uitsteeksel naar een tweede, in het bijzonder tegengesteld aan een zichtzijde gelegen zijde van de planken uitstrekt.
20. Plankverbinding volgens conclusie 19, waarbij het tweede uitsteeksel uitsteekt vanaf de tweede zijde.
21. Plankverbinding volgens conclusie 20, waarbij 1027256 het tweede uitsteeksel steunt op een vaste ondergrond.
22. Plankverbinding volgens conclusie 21, waarbij het tweede uitsteeksel de planken op afstand van de ondergrond houdt voor het vormen van kamers daartussen.
23. Plankverbinding volgens conclusie 19, waarbij het tweede uitsteeksel eindigt in de tweede zijde.
24. Plankverbinding volgens een der conclusies 19-23, wanneer afhankelijk van een der conclusies 13-18, waarbij de eerste en tweede uitsteeksels in lijn met elkaar 10 liggen.
25. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement vervaardigd is van een vervormbaar materiaal, zoals een thermoplastisch elastomeer of rubber.
26. Plankverbinding volgens conclusie 25, waarbij het verbindingselement vervaardigd is van een zacht PVC.
27. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement een met de planken contrasterende kleur bezit.
28. Plankverbinding volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het verbindingselement vervaardigd is door extrusie.
29. Plankendek opgebouwd van plankverbindingen volgens een der voorgaande conclusies.
30. Plankendek volgens conclusie 29, vormend een wand.
31. Plankendek volgens conclusie 30, vormend een vloerwand.
32. Plankendek volgens conclusie 31, vormend een 30 scheepsvloer of scheepsdek.
33. Schip voorzien van plankendek volgens conclusie 32.
34. Gebouw, zoals een winkel, voorzien van plankendek volgens conclusie 32.
35. Plankverbinding voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. 1027256
36. Plankendek voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bij-gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. 5 -o-o-o-o-o-o-o-o- AF/MB 1027256
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1027256A NL1027256C1 (nl) | 2004-10-15 | 2004-10-15 | Plankverbinding. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1027256 | 2004-10-15 | ||
| NL1027256A NL1027256C1 (nl) | 2004-10-15 | 2004-10-15 | Plankverbinding. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1027256C1 true NL1027256C1 (nl) | 2006-04-19 |
Family
ID=36648401
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1027256A NL1027256C1 (nl) | 2004-10-15 | 2004-10-15 | Plankverbinding. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1027256C1 (nl) |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1767724A1 (de) * | 2005-09-22 | 2007-03-28 | Flooring Technologies Ltd. | Verbindungselement |
| EP2221431A1 (de) | 2009-01-16 | 2010-08-25 | Flooring Technologies Ltd. | Einrichtung zum Verbinden von Bodenpaneelen |
| DE102015208903A1 (de) * | 2015-05-13 | 2016-11-17 | Falquon Gmbh | Verlegesystem und Paneel zur flächigen Verlegung und Verfahren zum flächigen Verlegen von Paneelen |
-
2004
- 2004-10-15 NL NL1027256A patent/NL1027256C1/nl not_active IP Right Cessation
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1767724A1 (de) * | 2005-09-22 | 2007-03-28 | Flooring Technologies Ltd. | Verbindungselement |
| EP2221431A1 (de) | 2009-01-16 | 2010-08-25 | Flooring Technologies Ltd. | Einrichtung zum Verbinden von Bodenpaneelen |
| DE102015208903A1 (de) * | 2015-05-13 | 2016-11-17 | Falquon Gmbh | Verlegesystem und Paneel zur flächigen Verlegung und Verfahren zum flächigen Verlegen von Paneelen |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US11053692B2 (en) | Mechanical locking system for floor panels | |
| US6438919B1 (en) | Building component structure, or building components | |
| CN107529898B (zh) | 包括镶板和滑动件的组件 | |
| CN101120144B (zh) | 用于构成地面覆盖层或墙壁覆盖层的构件 | |
| US20210381258A1 (en) | Set of decking boards provided with a connecting system | |
| KR101017542B1 (ko) | 바닥 패널 및 그러한 바닥 패널로 이루어진 바닥 덮개 | |
| US8505250B2 (en) | Finishing for a staircase or step, and kit for forming such finishing | |
| CA2644265A1 (en) | Floor panel, flooring system and method for laying flooring system | |
| KR20090060686A (ko) | 조립데크 결합장치 | |
| CN101268240B (zh) | 用于地板面层、墙壁护板及天花板护板的镶板以及用于制造所述镶板的方法 | |
| MX2008013587A (es) | Moldura con revestido laminado para piso y metodo de manufactura. | |
| NL1027256C1 (nl) | Plankverbinding. | |
| US20080263979A1 (en) | Interlocking interior trim | |
| BE1013418A6 (nl) | Nieuw plankenvloersysteem en nieuwe vloer- en of bodempanelen die in dit systeem gebruikt kunnen worden. | |
| EP1808546A1 (en) | Deck or floor panel and system comprising such panels | |
| US12612788B2 (en) | Seep-resistant panel | |
| NL1015633C2 (nl) | Tegelmat voor het opnemen van tegels, tegelbedekking onder toepassing van een dergelijke tegelmat alsmede tegelborgingsonderdeel voor toepassing met een tegelmat. | |
| KR101678486B1 (ko) | 목재데크의 결합구조 | |
| AU2020406668A1 (en) | Wet area floor covering | |
| GB2512100A (en) | Improvements in and relating to a synthetic surface covering | |
| NL1014753C2 (nl) | Aansluitprofielsamenstel voor binnenwanden. | |
| EP2388388A1 (en) | Finishing for a staircase or step, and kit for forming such finishing | |
| JPH0237943Y2 (nl) | ||
| NL1011669C2 (nl) | Sportvloer. | |
| JPH0569229U (ja) | 建築パネル |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V4 | Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20101015 |