NL1027496C2 - Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid. - Google Patents

Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid. Download PDF

Info

Publication number
NL1027496C2
NL1027496C2 NL1027496A NL1027496A NL1027496C2 NL 1027496 C2 NL1027496 C2 NL 1027496C2 NL 1027496 A NL1027496 A NL 1027496A NL 1027496 A NL1027496 A NL 1027496A NL 1027496 C2 NL1027496 C2 NL 1027496C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
roll
pattern
web
printer
core
Prior art date
Application number
NL1027496A
Other languages
English (en)
Inventor
Lodewijk Tarcisius Holtman
Original Assignee
Oce Tech Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Oce Tech Bv filed Critical Oce Tech Bv
Priority to NL1027496A priority Critical patent/NL1027496C2/nl
Priority to AT05110186T priority patent/ATE423014T1/de
Priority to DE602005012775T priority patent/DE602005012775D1/de
Priority to EP05110186A priority patent/EP1658987B1/en
Priority to US11/269,796 priority patent/US7284923B2/en
Priority to JP2005327102A priority patent/JP4812406B2/ja
Application granted granted Critical
Publication of NL1027496C2 publication Critical patent/NL1027496C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H16/00Unwinding, paying-out webs
    • B65H16/10Arrangements for effecting positive rotation of web roll
    • B65H16/103Arrangements for effecting positive rotation of web roll in which power is applied to web-roll spindle
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J11/00Devices or arrangements  of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, for supporting or handling copy material in sheet or web form
    • B41J11/0025Handling copy materials differing in width
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B41PRINTING; LINING MACHINES; TYPEWRITERS; STAMPS
    • B41JTYPEWRITERS; SELECTIVE PRINTING MECHANISMS, i.e. MECHANISMS PRINTING OTHERWISE THAN FROM A FORME; CORRECTION OF TYPOGRAPHICAL ERRORS
    • B41J15/00Devices or arrangements of selective printing mechanisms, e.g. ink-jet printers or thermal printers, specially adapted for supporting or handling copy material in continuous form, e.g. webs
    • B41J15/02Web rolls or spindles; Attaching webs to cores or spindles
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H16/00Unwinding, paying-out webs
    • B65H16/02Supporting web roll
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H16/00Unwinding, paying-out webs
    • B65H16/02Supporting web roll
    • B65H16/021Multiple web roll supports
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H16/00Unwinding, paying-out webs
    • B65H16/02Supporting web roll
    • B65H16/06Supporting web roll both-ends type
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H26/00Warning or safety devices, e.g. automatic fault detectors, stop-motions, for web-advancing mechanisms
    • B65H26/06Warning or safety devices, e.g. automatic fault detectors, stop-motions, for web-advancing mechanisms responsive to predetermined lengths of webs
    • B65H26/066Warning or safety devices, e.g. automatic fault detectors, stop-motions, for web-advancing mechanisms responsive to predetermined lengths of webs responsive to information, e.g. printed mark, on the web or web roll
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2801/00Application field
    • B65H2801/03Image reproduction devices
    • B65H2801/12Single-function printing machines, typically table-top machines

Landscapes

  • Unwinding Webs (AREA)
  • Handling Of Continuous Sheets Of Paper (AREA)
  • Pens And Brushes (AREA)
  • Dry Development In Electrophotography (AREA)
  • Ink Jet (AREA)

Description

*
Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid.
5
De uitvinding betreft een printer omvattend een printeenheid, een voorraadeenheid voor het houden van een tot een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, middelen voor het afwikkelen van de baan en het ter bedrukking doorvoeren hiervan naar de printeenheid, welke voorraadeenheid is aangepast voor het dragen van een langwerpig 10 orgaan waarop de rol in wezen concentrisch is bevestigd. De uitvinding betreft tevens een voorraadeenheid voor het houden van het ontvangstmateriaal en een langwerpig orgaan omvattend middelen ter losneembare bevestiging van het ontvangstmateriaal.
Bij een uitvoeringsvorm van deze bekende printer wordt een rol van het 15 ontvangstmateriaal, veelal voorafgaand aan het plaatsen van deze rol in de voorraadeenheid, bevestigd op een langwerpige orgaan, in het bijzonder een cilindrische kern, welke opgenomen kan worden in hiertoe aangepaste draagelementen van de voorraadeenheid. Ter afwikkeling van de baan is de kem draaibaar opgenomen in de draagelementen. Tijdens het bedrukken van het ontvangstmateriaal wordt telkens 20 de benodigde hoeveelheid van dit materiaal afgewikkeld van de rol, en wordt de aldus afgewikkelde baan ter bedrukking doorgevoerd naar de printeenheid, bijvoorbeeld een inkjet printkop.
Nadat de baan ontvangstmateriaal volledig is afgewikkeld wordt de kern voorzien van een nieuwe rol ontvangstmateriaal zodat verdere drukgangen, uitgaande van dezelfde 25 positie in de voorraadeenheid, kunnen plaatsvinden. Op de kem kunnen rollen van verschillende breedte bevestigd worden. Dit heeft als voordeel dat er uitgaande van één kern, welke in samenwerkende verbinding is met de draagelementen in de voorraadeenheid, rollen met verschillende breedtes opgenomen kunnen worden in de voorraadeenheid. Omdat er rollen van een verschillende breedte op de kem bevestigd 30 kunnen worden is het voordelig om een dergelijke rol nauwkeurig te positioneren ten opzichte van een referentiepositie op de kern. Hierdoor is het voorafgaand aan het afwikkelen van de baan bekend waar deze zich bevindt ten opzichte van de printeenheid. Dit maakt het transport en de positionering van de baan in de printer eenvoudiger. Een bekende wijze voor het positioneren van de baan is het plaatsen van 35 de rol tegen een aanslag, bijvoorbeeld een flens, welke is aangebracht op de kem.
1027496 2
Nadeel van deze methode is dat het midden van de rol normaliter niet overeenkomt met het midden van de printer. Om dit probleem op te lossen is eerder voorgesteld om elke rol onder toepassing van een verplaatsbare indicatie in de voorraadeenheid van de printer, waarbij de positie van die indicatie overeenkomt met de breedte van de rol, te 5 positioneren op de kern. Deze methode is omslachtig en gevoelig voor fouten.
Doel van de werkwijze is om een printer te verkrijgen welke voorziet in een eenvoudige en doeltreffende plaatsing van de rol in de voorraadeenheid. Hiertoe is een printer volgens de aanhef uitgevonden, waarbij het orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien 10 van een patroon met zintuiglijk waarneembare discrete overgangen, welk patroon in wezen symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan en zich uitstrekt van deze positie tot in de omgeving van de uiteinden van het orgaan.
Het positioneren van een rol ontvangstmateriaal vindt plaats door de rol over de kern te 15 schuiven en zodanig te plaatsen ten opzichte van deze kern, dat de uitstekende gedeeltes van de kern een gelijk gedeelte van het patroon (in spiegelbeeld) vertonen. Omdat dit patroon zintuiglijk waarneembaar is, is het niet nodig om additionele hulpmiddelen te gebruiken bij het positioneren. Alleen het waarnemen van die delen van het patroon die uitsteken buiten de rol, is voldoende om de rol nauwkeurig te kunnen 20 positioneren ten opzichte van de kern. Als de uitstekende delen van het patroon identiek zijn, bevindt het midden van de rol zich ter plaatse van de referentiepositie van de kern. In een uitvoeringsvorm valt deze referentiepositie samen met het midden van de kem. De methode volgens de uitvinding kan onafhankelijk van de breedte van de rol worden toegepast. Om elk type rol dat geschikt is om met voldoende nauwkeurigheid te 25 bedrukken met de printer, te kunnen positioneren volgens de uitvinding, is het nodig dat het patroon zich tenminste uitstrekt over een lengte die ongeveer gelijk is aan de breedst mogeiijke onder deze rol-typen. Derhalve dient het patroon zich uit te strekken, althans tot in de omgeving van de uiteinden van de kem. Het patroon is niet gebonden aan enige vorm, zij het dat de afstand tussen de discrete overgangen in een 30 uitvoeringsvorm in dezelfde orde grootte ligt als de gewenste nauwkeurigheid voor het positioneren van de rol op de kem.
Het voordeel van de huidige uitvinding is dat de printer niet voorzien hoeft te worden van verplaatsbare positioneerhulpmiddelen en dat het voor de gebruiker zeer eenvoudig is om een rol nauwkeurig in de printer te positioneren. Dit heeft als voordeel dat er 35 minder strenge eisen gesteld hoeven te worden aan de middelen voor het transporteren 1027496 3 van de afgewikkelde baan in de printer. Deze middelen dienen veelal namelijk ook om eventuele onnauwkeurigheden in de initiële positionering van de rol, welke leiden tot een onnauwkeurige positionering van de baan in het printengine, te compenseren.
5 In een uitvoeringsvorm is het patroon zodanig dat dit tenminste drie discrete overgangen omvat welke verschillen van elkaar. Dat wil zeggen, elke discrete overgang inclusief zijn aangrenzende patroonelementen verschilt van de andere twee overgangen, inclusief hun aangrenzende patroonelementen . Het blijkt dat op deze wijze vergissingen bij de waarneming, welke vergissingen leiden tot foutieve 10 positioneringen, relatief weinig voorkomen. Met name bij rollen welke relatief klein zijn ten opzichte van de lengte van de kern blijkt dat het aantal vergissingen relatief sterk kan dalen.
In een uitvoeringsvorm omvat het patroon tenminste drie elkaar opvolgende gebieden 15 die zich uitstrekken in de lengterichting van het orgaan, welke gebieden onderling gescheiden zijn door discrete overgangen, welke gebieden een van elkaar verschillende kleurindicatie hebben. Het blijkt dat in deze uitvoeringsvorm nauwelijks tot geen foutieve positioneringen meer voor hoeven te komen. Visuele waarneembare overgangen, in het bijzonder gepaard gaand met tussenliggende gebieden met verschillende kleuren, 20 anders dan bijvoorbeeld alleen patroonelementen in zwart en wit (of kleurloos) zijn blijkbaar zeer geschikt om eenvoudig vast te kunnen stellen wanneer beide uitstekende patroondelen gelijk (althans spiegelsymmetrisch) zijn aan elkaar. Hierdoor hoeven vergissingen alleen bij uitzondering voor te komen, bijvoorbeeld in het geval van grove onoplettendheid van degene die de rol op de kem plaatst, of in het geval van een 25 bijzondere vorm van kleurenblindheid. In een verdere uitvoeringsvorm komen in een reeks van elkaar opvolgende gebieden waarin er tenminste drie discrete overgangen tussen deze gebieden zijn, geen gebieden met dezelfde kleurindicatie voor. Hierdoor wordt de kans op een foutieve positionering verder verkleind.
30 In een uitvoeringsvorm omringt elk gebied in wezen het orgaan. In deze uitvoeringsvorm wordt het orgaan, althans voor een wezenlijk deel, omringt door de gebieden welke bijvoorbeeld ieder een strook vormen die een bepaalde kleur heeft. Hierdoor is de stand van de kern ten opzichte van de gebruiker die de rol op de kern positioneert nauwelijks meer van belang, omdat de gebruiker onafhankelijk van de stand van de kem het 35 gekleurde patroon op deze kern kan waarnemen. Dit maakt dat het plaatsen van de rol 1027496 4 op een nog gebruikersvriendelijke wijze kan plaatsvinden.
In een uitvoeringsvorm aangrenzen de gebieden elkaar. In deze uitvoeringsvorm zijn de gekleurde gebieden niet onderling gescheiden door een ongemarkeerd gebied. Dit blijkt 5 aanleiding te geven tot minder vergissingen. Bovendien kan in deze uitvoeringsvorm het patroon als een continu element op de kern worden aangebracht, bijvoorbeeld in de vorm van een sticker, of indien gewenst, als twee identieke stickers die elk aan een zijde van het referentiepunt worden aangebracht.
10 In een uitvoeringsvorm is de baan opgerold op een koker, met het kenmerk dat de koker losneembaar is bevestigd op het orgaan. In deze uitvoeringsvorm is de baan in een eerder stadium, bijvoorbeeld in de fabriek waar het ontvangstmateriaal geproduceerd wordt op de koker gewikkeld. De kern heeft een formaat zodanig dat deze in de koker past, bijvoorbeeld omdat de kern een cilinder is wiens buitenomtrek een fractie kleiner is 15 dan de binnenomtrek van de koker. De kern kan bijvoorbeeld verspreid over zijn oppervlak voorzien zijn van nokken welke in radiale richting bewogen kunnen worden en waarvan de positie kan worden geblokkeerd. Door nu deze nokken in radiale richting, weg van de as van de kern te bewegen als de koker over de kern is geschoven, wordt de koker klemmend bevestigd op de kem. Blokkering van de positie 20 van de nokken leidt tot een blijvende bevestiging. Door deze blokkering te ontgrendelen en de nokken terug in de richting van de as van de kem te bewegen, komt de koker weer los te liggen van de kern en kan deze weer van de kern worden afgeschoven.
In een uitvoeringsvorm omvat de printer een sensor om de positie van een zijrand van 25 het afgewikkelde deel van de baan te meten. In deze uitvoeringsvorm kunnen er minder I
hoge eisen gesteld worden aan de positionering van de rol omdat de positie van de zijrand zelf bepaald wordt. De positionering moet in dat geval zo nauwkeurig zijn dat de zijrand van de baan binnen het venster van de sensor valt. Zo kan er in dit geval volstaan worden met een patroon waarbij de afstand tussen de discrete overgangen in 30 dezelfde orde grootte ligt als de breedte van het venster van de sensor. Is dit venster bijvoorbeeld 3 cm breed, dan zou volstaan kunnen worden met een afstand tussen de discrete overgangen van 5-10 cm.
Naast een printer betreft de uitvinding ook een voorraadeenheid voor het houden van 35 een tot een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, omvattend middelen voor 1027496 5 het draaibaar opnemen van een langwerpig orgaan waarop de rol in wezen concentrisch is bevestigd, waarbij het orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien van een patroon met zintuiglijk waarneembare discrete overgangen, welk patroon symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan en zich uitstrekt van deze positie 5 tot in de omgeving van de uiteinden van het orgaan.
De uitvinding betreft tevens een langwerpig orgaan omvattend middelen ter losneembare bevestiging van een tot een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, welk orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien van een patroon met 10 zintuiglijk waarneembare discrete overgangen, zodanig dat dit patroon geschikt is om, voorafgaand aan de genoemde bevestiging, de rol te positioneren op het orgaan, welk patroon symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan en zich uitstrekt van deze positie tot in de omgeving van de uiteinden van het orgaan.
15 De uitvinding zal nu verder worden toegelicht aan de hand van onderstaande voorbeelden.
Figuur 1 is een schematische weergave van een printer volgens de huidige uitvinding. Figuur 2 is een schematische weergave van een lade van een voorraadeenheid van 20 deze printer.
Figuur 3 geeft schematisch een kern weer welke is voorzien van een patroon volgens de uitvinding.
25 Figuur 1
Figuur 1 geeft schematisch een printer weer volgens de huidige uitvinding. Deze printer is voorzien van een voorraadeenheid 10, welke dient voor het opslaan en afstaan van het te bedrukken substraat. Daarnaast omvat deze printer transporteenheid 30 welke het substraat transporteert van de voorraadeenheid 10 naar de printeenheid 40.
30 Eenheid 30 voorziet tevens in een nauwkeurige positionering van het substraat in de printzone die gevormd wordt tussen het printvlak 42 en inkjet printkop 41.
Printeenheid 40 is in deze uitvoeringsvorm een conventioneel engine dat printkop 41 bevat, welke printkop is opgebouwd uit een aantal losse subkoppen, elk voor een van de kleuren zwart, cyaan, magenta en geel. Een dergelijk type printkop is uitvoerig 35 beschreven in de Europese octrooiaanvrage EP 1 378 360. Printkop 41 heeft slechts 1027496 6 een beperkt printbereik waardoor het nodig is om het beeld op het substraat in verschillende deelbeelden te printen. Hiertoe wordt het substraat telkens een stuk getransporteerd In de doorvoerrichting (subscanrichting) zodat er een nieuw deel van het substraat in de printzone bedrukt kan worden. In het weergegeven voorbeeld is het 5 substraat 12 afkomstig van een rol substraat omvattend kem 11, welke rol zich in de voorraadeenheid 10 bevindt. De rol is opgenomen in lade 3 van de voorraadeenheid.
Op de kern 11 van de rol is een baan van het substraat gewikkeld, welke baan een lengte heeft van 200 meter. Om de rol in de printer op te nemen is de lade 3 voorzien van een houder (niet afgebeeld) ter ondersteuning van de kern in de omgeving van zijn 10 uiteinden. Hierdoor kan de rol draaibaar worden opgenomen in de lade. Deze houder omvat twee ondersteuningsorganen welke zijn opgenomen in zijplaten van de lade, welke organen in samenwerkende verbinding zijn gebracht met de uiteinden van de rol. De voorraadeenheid is in deze uitvoeringsvorm voorzien van een tweede lade 4 voor het opnemen van een volgende rol welke bestaat uit kem 21 waarop een substraat 22 is 15 gewikkeld. Dit substraat 22 kan eveneens ter bedrukking worden afgestaan door de voorraadeenheid. De lades kunnen in de aangegeven richting F uit de voorraadeenheid 10 worden geschoven voor het uitnemen van de rollen en/of het inleggen van nieuwe rollen. Voor het transport van het substraat staat kern 11 in werkzame verbinding met transportmiddel 15, welk middel in dit geval een rollenpaar omvat waartussen een 20 transportkeep is gevormd. Stroomopwaarts van middel 15 is een sensor 17 aangebracht, met welke sensor bepaald kan worden of er nog substraat aanwezig is op de rol welke zich in de betreffende houder bevindt. Voor het transport van een substraat dat afkomstig is van de andere rol is de voorraadhouder voorzien van transportmiddel 25. Stroomopwaarts van dit middel is de voorraadhouder voorzien van sensor 27, welke 25 eenzelfde werking heeft als sensor 17. De voorraadhouder is voorzien van geleideelementen 16 en 26 voor het geleiden van substraat 12, respectievelijk 22, naar de transporteenheid 30. Stroomafwaarts van deze geleideelementen bevindt zich doorvoerpad 13. Dit doorvoerpad wordt zowel voor het transport van substraat 12 als het transport van substraat 22 gebruikt.
30 Een substraat dat uit de voorraadeenheid 10 treedt, in dit voorbeeld substraat 12, wordt aangegrepen door transportmiddel 31 van de transporteenheid 30. Dit transportmiddel transporteert het substraat, via geleideelement 33, verder naar het tweede transportmiddel 32 van de transporteenheid 30. Het transportmiddel 32 grijpt het substraat aan, transporteert het door naar printeenheid 40. Aldus is de printer 35 geconfigureerd ter bedrukking van substraat 12. Voor configuratie ter bedrukking van 1027496 7 substraat 22 is het in dit geval nodig om substraat 12 terug op de kern 11 te wikkelen, zodanig dat het vrije uiteinde uiteindelijk doorvoerpad 13 verlaat. Rollenpaar 15 houdt het substraat 12 dan nog vast. Hierna kan substraat 22 over geleidelement 26 gespoeld worden door aandrijving van rollenpaar 25, totdat kneep 31 bereikt is waarna deze de 5 aandrijving van het substraat ovemeemt en het substraat verder spoelt naar kneep 32 om uiteindelijk het printvlak 42 te bereiken. De printer is dan geconfigureerd ter bedrukking van substraat 22.
De geleide-elementen 16 en 26 zijn in dit voorbeeld walsen welke zich uitstrekken parallel aan de transportmiddelen 15 en 31, respectievelijk 25 en 31. Het zijn in wezen 10 stationair opgestelde walsen (dat wil zeggen, ze kunnen niet roteren om hun axiale as). De geleideelementen zijn zodanig geplaatst in de voorraadeenheid dat deze elk kunnen roteren, althans over een beperkte hoek, om een as. In de figuur is de rotatieas 18 van element 16 weergegeven, alsmede rotatieas 28 van element 26. Deze rotatieassen staan loodrecht op de assen van de geleideelementen en doorkruisen het midden van 15 deze elementen.
Geleidelement 33 van transporteenheid 30, welk element zich uitstrekt in wezen parallel aan de transportmiddelen 31 en 32, is eveneens zodanig opgesteld dat deze kan roteren om een as welke loodrecht op de axiale richting van dit element staat. Deze as 20 is weergegeven met referentienummer 34 en doorkruist het midden van geleide-element 33. Omdat element 33 in deze uitvoeringsvorm een meedraaiende wals is, staat het substraat in wezen stil ten opzichte van het oppervlak van dit geleide-element. Element 33 is verder zodanig opgehangen dat deze kan roteren om as 35, welke as 35 parallel loopt aan de bissectrice 36 van de hoek 2a waarover het substraat wordt 25 verstuurd van middel 31 naar middel 32. Deze as 35 doorkruist het midden van de substraatbaan, op een afstand van ongeveer 1 meter van het geleide-element zelf.
Geleideelement 33 is verplaatsbaar van een eerste positie waarin dit element zich in figuur 1 bevindt, naar een tweede positie waarbij het hart van dit element samenvalt met 30 lokatie 37. In de eerste positie is de afstand waarover substraat 12 zich uitstrekt tussen transportmiddel 31 en transportmiddel 32 maximaal. In de tweede positie is deze afstand minimaal. Hiervan wordt gebruik gemaakt tijdens het transport van het substraat naar printeenheid 40. Omdat het substraat telkens over een relatief kleine afstand, typisch 5 tot 10 cm, moet worden verplaatst, is het gunstig dat dit relatief snel 35 plaatsvindt. De massatraagheid van rol 11, zeker wanneer deze voorzien is van de 1027496 8 maximale hoeveelheid substraat is echter relatief groot. Derhalve zou het verplaatsen bij het in stand houden van de getoonde configuratie aan transportmiddelen en geleideelementen relatief veel tijd kosten. Om aan dit probleem tegemoet te komen wordt transportmiddel 31 veel langzamer versneld dan transportmiddel 32. Om toch 5 voor voldoende aanvoer van substraat naar transportmiddel 32 te zorgen wordt het geleide-element 33 verplaatst in de richting van lokatie 37.
Figuur 2 10 In figuur 2 is schematisch een alternatieve uitvoeringsvorm van de lade 3 weergegeven. In dit geval is de lade voorzien van twee houders ter opname van twee individuele kernen. De eerste houder omvat een eerste paar ondersteuningsorganen 50 en 51. De tweede houder omvat een tweede paar ondersteuningsorganen 60 en 61. In de figuur is de kern 11 opgenomen in de eerste houder. Bij gebruik van deze lade in een printer zal 15 de aanwezige kern voorzien zijn van een hierop gewikkeld substraat (niet weergegeven). Ter afwikkeling van dit substraat is de kern roteerbaar opgenomen in de houder. Rollenpaar 15, waarvan slechts een rol zichtbaar is in de figuur, maakt ook onderdeel uit van de lade. De weergegeven rol is aangebracht op een as 19 welke via tandwiel 20 aangedreven kan worden.
20 De afstand tussen de ondersteuningsorganen is zodanig dat een gebruiker eenvoudig een rol in de houder kan plaatsen door de uiteinden van de kem in wezen samen te laten vallen met de posities van beide ondersteuningsorganen. Na plaatsing van de rol in de houder wordt deze onder toepassing van een aantal verende elementen (niet weergegeven) automatisch in een in wezen vaste positie ten opzichte van het printvlak 25 gebracht.
Figuur 3
Figuur 3, onderverdeeld in de figuren 3a en 3b, geeft schematisch een kem weer welke 30 is voorzien van een patroon volgens de uitvinding. In figuur 3a is de kem 11 afgebeeld, welke kern aan zijn uiteinden is voorzien van vertande elementen 311 welke dienen ter samenwerking met een aandrijfmiddel van de overeenkomstige houder in de lade zoals weergegeven in figuur 2. Daarnaast is een aantal nokken 312, 322 en 332 weergegeven welke een functie hebben bij het losneembaar bevestigen van een rol 35 substraat op de kern. Hiertoe wordt een rol substaat, al dan niet voorzien van een eigen 1027496 9 kern, bijvoorbeeld van karton, welke rol rond zijn as een cilindrische holte heeft met een diameter die iets groter is dan de diameter van de kem 11, over de kem geschoven totdat deze de gewenste positie heeft bereikt. Daarna worden de nokken naar buiten gedraaid tegen de binnenkant van de cilindrische holte van de rol. Hiertoe is element 5 311 draaibaar aangebracht op de kern 11 en via een overbrenging verbonden met de nokken 312,322 en 333. Door het naar buiten draaien van de nokken ontstaat een klemmende werking waardoor de rol bevestigd is op de kem.
De kem is voorzien van een patroon dat is opgebouwd uit een aantal verschillend gekleurde gebieden 313 tot en met 318. Deze gebieden vormen banden welke rondom 10 de kern lopen. De banden zijn zodanig aangebracht dat het patroon spiegelsymmetrisch is ten opzichte van het midden van de kem. De kleur van gebied 313 is derhalve gelijk aan de kleur van gebied 318, de kleur van gebied 314 is gelijk aan die van gebied 317, en de kleur van gebied 315 is gelijk aan de kleur van gebied 318. In de getoonde uitvoeringsvorm bezetten de gekleurde gebieden een deel van de kern dat juist binnen 15 de breedte valt van de kleinst mogelijk rol welke nog in de printer bedrukt kan worden.
Deze breedte is in de figuur 3a aangegeven met Mi. De gebieden strekken zich uit tot juist voorbij de breedte van de breedst mogelijk rol die nog in de printer bedrukt kan worden. Deze breedte is in de figuur aangegeven met Ma. Op deze wijze kan het patroon optimaal benut worden bij het positioneren van elke rol substraat die, 20 aangebracht op deze kern, in de printer bedrukt kan worden.
In figuur 3b is aangegeven op welke wijze het patroon benut kan worden bij het positioneren van de rol substraat 12 op de kern 11. De rol wordt over de kern geschoven totdat het deel van het patroon dat aan de linkerzijde van de rol uitsteekt 25 buiten de rol, gelijk is aan het deel van het patroon dat aan de rechterzijde uitsteekt buiten de rol. Op dat moment valt het midden van de rol samen met het midden van de kem.
1027496

Claims (10)

1. Printer omvattend een printeenheid, een voorraadeenheid voor het houden van een tot een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, middelen voor het afwikkelen 5 van de baan en het ter bedrukking doorvoeren hiervan naar de printeenheid, welke voorraadeenheid is aangepast voor het dragen van een langwerpig orgaan waarop de rol in wezen concentrisch is bevestigd, waarbij het orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien van een patroon met zintuiglijk waarneembare discrete overgangen, welk patroon in wezen symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan 10 en zich uitstrekt van deze positie tot in de omgeving van de uiteinden van het orgaan.
2. Printer volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het patroon zodanig is dat dit tenminste drie discrete overgangen omvat welke verschillen van elkaar.
3. Printer volgens conclusie 2, met het kenmerk dat het patroon tenminste drie elkaar opvolgende gebieden omvat die zich uitstrekken in de lengterichting van het orgaan, welke gebieden onderling gescheiden zijn door de discrete overgangen, welke gebieden een van elkaar verschillende kleurindicatie hebben.
4. Printer volgens conclusie 3, met het kenmerk dat in een reeks van elkaar opvolgende gebieden waarin er tenminste drie discrete overgangen tussen deze gebieden zijn, geen gebieden met dezelfde kleurindicatie voorkomen.
5. Printer volgens een der conclusies 2 tot en met 4, met het kenmerk dat elk gebied het 25 orgaan in wezen omringt.
6. Printer volgens een der conclusies 2 tot en met 5, met het kenmerk dat de gebieden elkaar aangrenzen.
7. Printer volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de baan is opgerold op een koker, met het kenmerk dat de koker losneembaar is bevestigd op het orgaan.
8. Printer volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een sensor omvat om de positie van een zijrand van het afgewikkelde deel van de baan te 35 meten. 1027496
9. Voorraadeenheid voor het houden van een tot een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, omvattend middelen voor het draaibaar opnemen van een langwerpig orgaan waarop de rol in wezen concentrisch is bevestigd, waarbij het orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien van een patroon met zintuiglijk waarneembare discrete 5 overgangen, welk patroon symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan en zich uitstrekt van deze positie tot in de omgeving van de uiteinden van het orgaan.
10. Langwerpig orgaan omvattend middelen ter losneembare bevestiging van een tot 10 een rol gewikkelde baan van een ontvangstmateriaal, welk orgaan aan zijn omtreksrand is voorzien van een patroon met zintuiglijk waarneembare discrete overgangen, zodanig dat dit patroon geschikt is om, voorafgaand aan de genoemde bevestiging, de rol te positioneren op het orgaan, welk patroon symmetrisch is ten opzichte van een referentiepositie op het orgaan en zich uitstrekt van deze positie tot in de omgeving van 15 de uiteinden van het orgaan. 1 0 27 4-9 6
NL1027496A 2004-11-12 2004-11-12 Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid. NL1027496C2 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027496A NL1027496C2 (nl) 2004-11-12 2004-11-12 Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid.
AT05110186T ATE423014T1 (de) 2004-11-12 2005-10-31 Drucker, versorgungseinheit für so einen drucker und ein gehäuseteil in so einer versorgungseinheit
DE602005012775T DE602005012775D1 (de) 2004-11-12 2005-10-31 Drucker, Versorgungseinheit für so einen Drucker und ein Gehäuseteil in so einer Versorgungseinheit
EP05110186A EP1658987B1 (en) 2004-11-12 2005-10-31 A printer, supply unit for said printer, and a member for accommodation in said supply unit
US11/269,796 US7284923B2 (en) 2004-11-12 2005-11-09 Printer, a supply unit for the printer, and a member for accommodation in the supply unit
JP2005327102A JP4812406B2 (ja) 2004-11-12 2005-11-11 プリンタ、プリンタのための供給ユニット、供給ユニット内での収容のための部材

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027496A NL1027496C2 (nl) 2004-11-12 2004-11-12 Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid.
NL1027496 2004-11-12

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1027496C2 true NL1027496C2 (nl) 2006-05-15

Family

ID=34974634

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1027496A NL1027496C2 (nl) 2004-11-12 2004-11-12 Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US7284923B2 (nl)
EP (1) EP1658987B1 (nl)
JP (1) JP4812406B2 (nl)
AT (1) ATE423014T1 (nl)
DE (1) DE602005012775D1 (nl)
NL (1) NL1027496C2 (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP2009143695A (ja) * 2007-12-14 2009-07-02 Seiko Instruments Inc 給紙装置
CN111776803B (zh) * 2020-07-19 2021-12-03 唐山市润丰印务有限公司 一种具备优良连续性的印刷设备用导纸机构

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS59228670A (ja) * 1983-06-10 1984-12-22 Fuji Xerox Co Ltd 複写機のロ−ル紙ホルダ
EP1378360A1 (en) 2002-07-05 2004-01-07 Océ-Technologies B.V. A method of controlling an inkjet printhead, an inkjet printhead suitable for use of said method, and an inkjet printer comprising said printhead

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS61145052A (ja) * 1984-12-19 1986-07-02 Graphtec Corp ロ−ラ記録装置およびこれに適した記録用紙
US5087313A (en) * 1989-03-13 1992-02-11 Arc Machinary Corporation Paper web alignment system
US5921687A (en) * 1991-05-24 1999-07-13 Mitsubishi Denki Kabushiki Kaisha Printing apparatus
NL1001156C2 (nl) * 1995-09-08 1997-03-11 Oce Nederland Bv Inrichting voor het in voorraad houden van ontvangstmateriaal bij een afdrukeenheid.
DE59706549D1 (de) * 1996-12-21 2002-04-11 Koenig & Bauer Ag Verfahren zum Lageerfassen und Positionieren einer Vorratsbahnrolle
JPH11149127A (ja) * 1997-11-18 1999-06-02 Fuji Photo Film Co Ltd 記録材料マガジン
US20040175546A1 (en) * 1999-07-08 2004-09-09 Shacklett Dean R. Fabric pads with a printed design and a method of making fabric pads with a printed design
JP3750442B2 (ja) * 1999-10-18 2006-03-01 ノーリツ鋼機株式会社 写真処理機における感光材料収容マガジン
US6622953B2 (en) * 1999-12-22 2003-09-23 Fuji Photo Film Co., Ltd. Roll holder device for supporting recording material roll and supply magazine with the same
US6676312B2 (en) * 2001-04-24 2004-01-13 Z.I.H. Corp. Ribbon identification using optical color coded rotation solution
JP2003211762A (ja) * 2002-01-25 2003-07-29 Noritsu Koki Co Ltd インクジェット式プリンタ
JP2004050812A (ja) * 2002-05-28 2004-02-19 Dainippon Printing Co Ltd スプールもしくはカセットおよびそれを用いた識別方法、プリンター
DE10247455B4 (de) * 2002-10-11 2006-04-27 OCé PRINTING SYSTEMS GMBH Einrichtung und Verfahren zum Regeln der Lage der Seitenkante einer kontinuierlichen Bahn
JP2004191955A (ja) * 2002-11-29 2004-07-08 Canon Inc 画像形成装置

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS59228670A (ja) * 1983-06-10 1984-12-22 Fuji Xerox Co Ltd 複写機のロ−ル紙ホルダ
EP1378360A1 (en) 2002-07-05 2004-01-07 Océ-Technologies B.V. A method of controlling an inkjet printhead, an inkjet printhead suitable for use of said method, and an inkjet printer comprising said printhead

Non-Patent Citations (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 009, no. 105 (P - 354) 9 May 1985 (1985-05-09) *

Also Published As

Publication number Publication date
US7284923B2 (en) 2007-10-23
EP1658987A1 (en) 2006-05-24
EP1658987B1 (en) 2009-02-18
US20060104700A1 (en) 2006-05-18
JP2006137194A (ja) 2006-06-01
ATE423014T1 (de) 2009-03-15
JP4812406B2 (ja) 2011-11-09
DE602005012775D1 (de) 2009-04-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP4023538B2 (ja) 高解像度のドナー/ダイレクト組み合わせ型サーマルプリンタ
US8434847B2 (en) System and method for dynamic stretch reflex printing
US6106115A (en) Image forming method using transparent printer media with reflective strips for media sensing
CN110281659B (zh) 印刷装置以及标签检测方法
EP3305695B1 (en) Method for loading a web; apparatus for handling a web
US10752458B2 (en) Automatic roller clamp
US7303246B2 (en) Printhead-to-media spacing adjustment apparatus and method
HK1208408A1 (en) Long medium
NL1027496C2 (nl) Printer, voorraadeenheid voor deze printer en orgaan ter opname in deze voorraadeenheid.
US5951182A (en) Printer for printing images on a substrate web
CN102438836A (zh) 用于打印材料幅的设备
WO2003053706A1 (en) Printed medium with integral image locator and method
EP3251863A1 (en) Method for controlling a web in a printing apparatus
US5733054A (en) Method and apparatus for adjusting lateral image registration in a moving web printer
US20170136795A1 (en) Ribbon supply mounting
JPH05147327A (ja) 記録装置および記録制御方法
JP6016553B2 (ja) 画像形成装置および画像形成方法
NL1027494C2 (nl) Printer en voorraadeenheid voor deze printer.
US7328993B2 (en) Printer
CN102343724B (zh) 打印机
US20220274431A1 (en) Systems and apparatuses for avoiding ribbon wrinkle
EP0878311A1 (en) Printer for printing a plurality of images on a substrate web
JPH04166370A (ja) 熱転写記録装置
JP2004306476A (ja) プリンタおよび印字媒体
US6734888B1 (en) Apparatus and method for determining mismatch involving availability of dye donor and receiver supplies in thermal printer

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20100601