NL1027792C2 - Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis. - Google Patents

Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis. Download PDF

Info

Publication number
NL1027792C2
NL1027792C2 NL1027792A NL1027792A NL1027792C2 NL 1027792 C2 NL1027792 C2 NL 1027792C2 NL 1027792 A NL1027792 A NL 1027792A NL 1027792 A NL1027792 A NL 1027792A NL 1027792 C2 NL1027792 C2 NL 1027792C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
extract
insect repellent
repellent composition
garlic
plant
Prior art date
Application number
NL1027792A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Copier
Willem Govert Van Garderen
Gerardus Theodorus De Zeeuw
Original Assignee
Copier Groenadvies B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority to NL1027792A priority Critical patent/NL1027792C2/nl
Application filed by Copier Groenadvies B V filed Critical Copier Groenadvies B V
Priority to EP05816213A priority patent/EP1824339B1/en
Priority to ES05816213T priority patent/ES2322179T3/es
Priority to US11/721,960 priority patent/US20080206272A1/en
Priority to DE602005012861T priority patent/DE602005012861D1/de
Priority to PL05816213T priority patent/PL1824339T3/pl
Priority to CA002592290A priority patent/CA2592290A1/en
Priority to SI200530649T priority patent/SI1824339T1/sl
Priority to PCT/NL2005/050075 priority patent/WO2006065133A2/en
Priority to AT05816213T priority patent/ATE422820T1/de
Priority to AU2005317298A priority patent/AU2005317298A1/en
Priority to DK05816213T priority patent/DK1824339T3/da
Priority to PT05816213T priority patent/PT1824339E/pt
Application granted granted Critical
Publication of NL1027792C2 publication Critical patent/NL1027792C2/nl
Priority to ZA200705091A priority patent/ZA200705091B/xx
Priority to IL183956A priority patent/IL183956A0/en
Priority to NO20073062A priority patent/NO20073062L/no
Priority to MA30072A priority patent/MA29149B1/fr

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/03Algae
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/08Magnoliopsida [dicotyledons]
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/08Magnoliopsida [dicotyledons]
    • A01N65/10Apiaceae or Umbelliferae [Carrot family], e.g. parsley, caraway, dill, lovage, fennel or snakebed
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/08Magnoliopsida [dicotyledons]
    • A01N65/12Asteraceae or Compositae [Aster or Sunflower family], e.g. daisy, pyrethrum, artichoke, lettuce, sunflower, wormwood or tarragon
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/08Magnoliopsida [dicotyledons]
    • A01N65/20Fabaceae or Leguminosae [Pea or Legume family], e.g. pea, lentil, soybean, clover, acacia, honey locust, derris or millettia
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/08Magnoliopsida [dicotyledons]
    • A01N65/22Lamiaceae or Labiatae [Mint family], e.g. thyme, rosemary, skullcap, selfheal, lavender, perilla, pennyroyal, peppermint or spearmint
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N65/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing material from algae, lichens, bryophyta, multi-cellular fungi or plants, or extracts thereof
    • A01N65/40Liliopsida [monocotyledons]
    • A01N65/42Aloeaceae [Aloe family] or Liliaceae [Lily family], e.g. aloe, veratrum, onion, garlic or chives
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02ATECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
    • Y02A50/00TECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE in human health protection, e.g. against extreme weather
    • Y02A50/30Against vector-borne diseases, e.g. mosquito-borne, fly-borne, tick-borne or waterborne diseases whose impact is exacerbated by climate change

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Natural Medicines & Medicinal Plants (AREA)
  • Biotechnology (AREA)
  • Mycology (AREA)
  • Microbiology (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Botany (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)

Description

Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis 5 Beschrijvingsinleiding
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verdrijven van ongedierte, bij voorkeur insecten, luizen, larven, luizen, spinnen, slakken en dergelijke van een plant (begroeiing), bij voorkeur van bomen, heesters en struiken en 10 in het bijzonder van bomen, door toediening van een insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis.
Het is uit de stand van de techniek bekend dat knoflook (Allium sativum Linn.) en extracten hiervan een antibacteriële en schimmeldodende werking hebben. Meer recentelijk is gebleken dat knoflook ook als insectenverdrijvingsmiddel gebruikt kan 15 worden. Zo wordt in US 5,733,552 beschreven hoe gebieden “mugvrij” kunnen worden gemaakt door een mengsel van knoflookextract en water op deze locaties te sproeien.
Ook in EP-A-945.066 wordt een natuurlijk pesticide op basis van knoflookolie of -extract en een etherische olie beschreven voor het bestrijden van bijvoorbeeld meeldauw. Ook hier omvat de behandeling het sproeien van de samenstelling op de 20 beplanting. Een vergelijkbaar middel wordt beschreven in US 5.429.817, JP A 2003192516 en CN A 1170504.
In de Japanse octrooiaanvrage 62270485 wordt een vloeibare kunstmest met insectenwerende eigenschappen beschreven. De vloeibare kunstmest bevat onder meer knoflook en afrikaan.
25 In de Japanse octrooiaanvrage 58067169 wordt een sap beschreven, waarbij een knoflookextract gemengd wordt met sap dat is geperst uit fruit, groente, plantaardig materiaal, zeewier en dergelijke.
Dergelijke werkwijzen hebben als nadeel dat de tijdsduur van deze eenmalige blootstelling aan insecticiden beperkt is, zeker in klimaten met veel neerslag en wind. 30 Sproeien leidt daarbij zelden tot een homogene verdeling over de beplanting en hogere beplanting is vaak moeilijk toegankelijk. Bovendien gaat er bij een dergelijke behandeling veel sproeivloeistof door verdamping enz. verloren. Omdat de opname van insecticiden via het gebladerte zeer beperkt is, zal het effect op insecten, larven en 1027792 2 luizen die zich op andere plaatsen, zoals in de bast van een boom, bevinden, minder groot zijn.
Het is daarom een doel van de uitvinding om de geur en smaak van een plant, bij voorkeur een boom, heester of struik en in het bijzonder van bomen te veranderen en 5 daarmee voor insecten, luizen, larven, spinnen en ander ongedierte, zoals slakken, onaantrekkelijk te maken, door een werkwijze te verschaffen voor het toedienen van een insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis met een biologisch en ecologisch verantwoorde werking, waarbij de werkzame bestanddelen gedoseerd, gelijkmatig verdeeld en gemakkelijk toegediend worden, en zonder voor reukoverlast 10 voor de omgeving te zorgen.
Beschrijving van de uitvinding
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verdrijven van 15 ongedierte, bij voorkeur van insecten, larven, spinnen of luizen, van een plant, bij voorkeur van een boom, heester of struik en in het bijzonder van een boom, waarbij de werkwijze omvat het vormen van een gat tot in de wortelzone van de plant, en het in dit gat brengen van een natuurlijke insectenverdrijvingsamenstelling die ten minste knoflook en/of een extract hiervan bevat.
20 Met “natuurlijke” insectenverdrijvingsamenstelling wordt bedoeld dat deze uit in hoofdzaak biologisch beschikbare bestanddelen bestaat, om zodoende de plant en de bodem niet te verontreinigen.
Volgens de uitvinding wordt onder een plant vooral verstaan de verzameling van bomen, heesters en struiken. De werkwijze volgens de uitvinding is in het bijzonder 25 geschikt voor het verdrijven van insecten, spinnen, larven of luizen van een plant, in het bijzonder van een boom of struik, meer in het bijzonder van een boom.
Volgens de uitvinding wordt onder ongedierte vooral verstaan insecten, larven, spinnen of luizen, maar ook slakken kunnen hiertoe worden gerekend.
De insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding is op knoflookbasis, 30 d.w.z. dat deze insectenverdrijvingsamenstelling ten minste knoflook en/of een extract hiervan bevat. Knoflookextract is hierbij gedefinieerd als elke vloeistof die van een knoflookteen geëxtraheerd kan worden, inclusief knoflookolie en water. Ook knoflooksap, zoals bereid door het persen van knoflooktenen, is geschikt als 3 bestanddeel in de insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding. In het vervolg van deze beschrijving zijn deze varianten met de omvattende term “knoflook” aangeduid.
Er is gevonden dat deze toedieningsvorm leidt tot verbeterde verdeling van een 5 insectenverdrijvingsamenstelling over de gehele plant, doordat de insectenverdrijvingsamenstelling na opname via de wortels in het xyleem van de plant door de plant verder wordt getransporteerd en verdeeld over de gehele plant, inclusief wortels, stam, takken en bladeren. Met het “xyleem” wordt het houtvaatstelsel bedoeld dat zorgt voor het transport van water, mineralen, nutriënten en andere vooral 10 anorganische stoffen door de plant. In de context van de uitvinding omvat het xyleem niet alleen de houtvaten in de stam of stengel, maar alle cellen die bijdragen aan het watertransport door de plant, dus ook de waterkanalen zoals die in de wortelharen beginnen en in de bladeren en naalden eindigen. Door de insectenverdrijvingsamenstelling via de wortelharen aan te bieden, gaat er veel minder 15 materiaal verloren dan via besproeiing van de buitenzijde van gebladerte van de plant.
Door dit efficiënter gebruik kan met lagere dosering van de werkzame bestanddelen van de insectenverdrijvingsamenstelling worden volstaan, en dit heeft als bijkomend voordeel dat mogelijke (reuk)overlast door de knoflook voor de omgeving wordt verminderd. De planten die deze insectenverdrijvingsamenstelling in hun sap 20 opnemen, gaan niet ruiken. Bovendien kan door dit efficiënter gebruik ook een meer langdurig effect worden bewerkstelligd.
Volgens de uitvinding wordt er ten minste een gat gevormd in de bodem waarop de plant is geworteld, en wel binnen een zodanige afstand van de plant dat dit gat zich in de “wortelzone” bevindt. De wortelzone is de grondlaag waarin de levende wortels 25 zijn, om praktische redenen beschouwd als de laag waarin het overgrote deel van de wortels zich bevinden. De wortelzone omvat dus de totale oppervlakte van de omgeving van plant waar wortels groeien. In bepaalde uitvoeringsvormen heeft het de voorkeur dat de gaten in de “wortelhaarzone” worden aangebracht, d.w.z. het deel van de wortelzone waarin de wortelharen voorkomen. Deze wortelhaarzone bevindt zich 30 binnen de wortelzone aan de buitenzijde. Hier is de opname van vocht en voeding het hoogst.
Een gemiddelde vakman zal aan de hand van de boven de grond zichtbare omvang van de plant eenvoudig kunnen afschatten hoe ver en hoe diep de wortels 4 reiken. Daarbij heeft het de voorkeur dat ten minste een gat wordt gevormd binnen de zgn. kroonprojectie, d.w.z. de rand van de kroon, de omvang van de takken en het gebladerte, op de grond geprojecteerd, bij voorkeur ten minste 1 meter binnen de rand van de kroonprojectie. Met de meeste voorkeur zal ten minste een gat op een afstand 5 van minder dan 1,5 meter, in het bijzonder binnen 1 meter van de buitenkant van de stam worden gevormd. Het gat in de bodem is bij voorkeur minder dan 1,5 meter, bij voorkeur tussen 20 cm en 1 meter diep in de grond.
Bij voorkeur worden meerdere gaten in de wortelzone gevormd, ten minste een per vierkante meter van de kroonprojectie, bij voorkeur in een gelijkmatige verdeling 10 rondom de stam. De insectenverdrijvingsamenstelling - en daarmee de knoflook - kan dan op een gelijkmatige wijze worden toegediend. Het benodigde aantal gaten is verder afhankelijk van de gewenste dosering van de knoflook en zal hieronder verder worden beschreven. Dit gat is bij voorkeur een plofgat, d.w.z. een gat dat met luchtdruk wordt gevormd of eventueel na vorming van het gat met luchtdruk nabehandeld. Door het 15 “ploffen” wordt de bodem belucht, ontstaan luchtkanalen, in het bijzonder in in hoofdzaak horizontale richting, in de wortelzone en worden storende lagen doorbroken. Tevens wordt op deze wijze zuurstof toegediend. Dit kan voordelig zijn in gevallen van een geremde bodemgasuitwisseling door verdichting van de grond als gevolg van bijvoorbeeld verkeerstrillingen.
20 In een voorkeursuitvoeringsvorm wordt de insectenverdrijvingsamenstelling in combinatie met een verdikkingsmiddel in het gat gebracht. Dit gebeurt bijv. door middel van injectie bij hoge druk. Het verdikkingsmiddel zorgt ervoor dat de samenstelling viskeuze eigenschappen heeft en niet snel in de bodem wegzinkt. Zodoende wordt vertraagde dosering van de samenstelling over ten minste anderhalve 25 week bewerkstelligd.
De insectverdrijvingsamenstelling wordt bij voorkeur in een container in het gat gebracht. De insectenverdrijvingsamenstelling kan daarbij voor of na het in de bodem installeren van de container worden aangebracht. Het heeft echter de voorkeur om de container eerst in het gat te plaatsen, en daarna de insectenverdrijvingsamenstelling in 30 de container te brengen. Het gat heeft een zodanige diameter dat de container daar in past en is bij voorkeur - binnen de wortelzone - van een zodanige diepte, dan de container kan worden weggewerkt onder het oppervlak rond de plant.
5
De container is afsluitbaar, heeft bij voorkeur een afneembare dop, en de container is voorzien van ten minste een perforatie, die gecontroleerd transport van de insectenverdrijvingsamenstelling naar buiten mogelijk maakt en zo voor duurzame toediening van de insectenverdrijvingsamenstelling, bij voorkeur verspreid over 1 tot 4 5 weken, met meer voorkeur minimaal anderhalve week zorgt. De perforatie heeft een zodanige grootte dat alleen door de zuigspanning van de omringende gronddeeltjes de knoflook vrij komt. Derhalve heeft het de voorkeur dat de perforatie een grootte van 0,5 - 1 mm heeft.
Met voorkeur worden er meerdere, met meer voorkeur tussen 3 en 10 perforaties, 10 aangebracht, om het risico op verstopping te verkleinen. Deze meerdere perforaties kunnen zich aan een of meerdere zijden van de container bevinden, maar ten minste een perforatie zal zich aan de onderzijde bevinden, om het achterblijven van materiaal op de bodem van de container te voorkomen. De perforaties zijn bij voorkeur gelijkmatig verdeeld over de hoogte van de container. Door het gebruik van afgesloten containers 15 voorzien van een of meer kleine perforaties wordt een vertraagde dosering van de insectenverdrijvingsamenstelling bewerkstelligd, en uitspoeling naar beneden voorkomen, uit de wortelzone, voorkomen. Eventueel kan door het aanbrengen van extra perforaties in een container die reeds een of meer perforaties bezit de afgiftesnelheid worden verhoogd. Ook zou door het afdichten, bijvoorbeeld met tape, 20 van een of meer perforaties de afgiftesnelheid kunnen worden verlaagd.
De container wordt bij voorkeur gevormd van een kunststof. De container kan de vorm van een buis hebben, in het bijzonder een buis met een lengte tussen 20 en 80 cm en een diameter tussen 5 en 100 mm. De container heeft bij voorkeur een inhoud van 4 ml - 6,3 1, met meer voorkeur 0,25 - 3,0 liter.
25 In een andere voorkeursuitvoeringsvorm is de container een drainageslang. Deze drainageslang wordt in het gat geplaatst, zodanig dat deze zich in hoofdzaak horizontaal in de wortelzone bevindt. Het gat is dan een sleuf, bij voorkeur een ringvormige sleuf rondom de stam, bij voorkeur met een diepte van 20 cm - 1 m binnen de wortelhaarzone. De drainageslang kan aan beide uiteinden afsluitbaar zijn 30 met een afneembare dop, maar ten minste aan een uiteinde, zodat er een vulpunt is. Het andere uiteinde kan dan onherroepelijk afgesloten zijn. Een dergelijke drainageslang heeft als voordeel dat deze makkelijk over een groot gebied gespreid kan worden, bijv. als een aaneengesloten stuk om een plant heen, of uitgestrekt langs een rij planten. Met 6 een drainageslang is dus een groot gebied te bestrijken, en is er een bijkomend voordeel dat het gehele gebied via een vulpunt van de samenstelling kan worden voorzien. Dit kan in het bijzonder voordelig zijn als er meerdere keren moet worden toegediend, zodat de drainageslang hergebruikt kan worden. In een dergelijke 5 uitvoeringsvorm bevat de drainageslang meer perforaties, afhankelijk van de lengte van de slang en het gebied dat deze bestrijkt. In de beschrijving en aanhangende claims omvat de term “container” derhalve ook een drainageslang.
Na het in het gat aanbrengen van de insectenverdrijvingsamenstelling in de wortelzone wordt het gat afgesloten. Hierbij heeft het de voorkeur om het gat weer met 10 het oorspronkelijke materiaal, zoals maaiveld of bestrating, te bedekken.
De positie van de container kan worden gemarkeerd om de locatie hiervan eenvoudig terug te vinden, bijvoorbeeld om de container later te kunnen verwijderen. De container kan op deze manier echter ook opnieuw worden gebruikt om zo de kosten van de container en de werkzaamheden verbonden aan het installeren hiervan uit te 15 sparen.
Bij voorkeur wordt de insectenverdrijvingsamenstelling voor het in het gat brengen met water gemengd in een verhouding op gewichtsbasis die tussen 1:5 en 1:200, bij voorkeur tussen 1:40 en 1:110 ligt. Het is daarbij mogelijk dat de insectenverdrijvingsamenstelling in waterige omgeving wordt bewaard, maar meer de 20 voorkeur heeft het om de insectenverdrijvingsamenstelling ter plaatse te mengen met water. In het geval dat een container wordt gebruikt, kan de insectenverdrijvingsamenstelling met water worden gemengd vlak voor de container in het gat wordt geplaatst, maar ook nadat de container zich al in het gat bevindt.
Het is verder mogelijk dat aan het mengsel van water en 25 insectenverdrijvingsamenstelling een bindmiddel wordt toegevoegd. Indien de insectenverdrijvingsamenstelling direct in het gat - zonder container - wordt gebracht, moet er een bindmiddel worden toegevoegd. Dit bindmiddel geeft de waterige insectenverdrijvingsamenstelling een viskeus karakter en vertraagt hierdoor de dosering van de insectenverdrijvingsamenstelling aan de omgeving. Het is daardoor mogelijk om 30 de insectenverdrijvingsamenstelling gedurende langere tijd in de bodem werkzaam te laten zijn. Het bindmiddel moet een biologisch verdikkingsmiddel zijn, bij voorkeur op zetmeelbasis. Bij voorkeur bedraagt de verhouding van de vaste bestanddelen van de insectenverdrijvingsamenstelling en het bindmiddel op gewichtsbasis tussen 3:1 en 1:3.
7
Om het insectenverdrijvende effect door toediening aan de wortelzone volgens de uitvinding te bewerkstelligen, is gevonden dat de knoflook in een hoeveelheid, in het geval van een boom, tussen 40 en 160 milligram per centimeter stamdikte, bij voorkeur 60-140 mg per centimeter stamdikte, en in het geval van een struik, tussen 4 en 20 mg 5 per centimeter struikbreedte, bij voorkeur 10 - 18 mg per centimeter struikbreedte, moet worden toegediend.
Na toediening komen de werkzame stoffen volgens de uitvinding vrij in de bodem, worden ze via de wortel opgenomen en getransporteerd naar de overige delen van de plant. De geur en smaak van deze stoffen komt zodoende terug in de stam, 10 takken en bladeren waarmee ongedierte contact maakt. Hierdoor wordt het ongedierte verdreven.
De uitvinding heeft verder betrekking op een natuurlijke insectenverdrijvingsamenstelling voor het verdrijven van ongedierte, in het bijzonder van insecten, larven, spinnen en luizen, van een plant, in het bijzonder van een boom, 15 heester of struik, meer in het bijzonder van een boom, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling ten minste knoflook en/of een extract hiervan bevat. Deze insectenverdrijvingsamenstelling is geschikt voor de toediening volgens de uitvinding.
Het heeft de voorkeur dat de voorkeur dat de insectenverdrijvingsamenstelling 20 verder zeewierextract bevat. Een dergelijke samenstelling kent niet alleen een versterkte insectenverdrijvingswerking van de knoflook, maar het zeewierextract heeft verder een schimmeldodende werking en remt de ontwikkeling van schadelijke bodemschimmels. Bij voorkeur bevat de samenstelling op basis van het drooggewicht 10-60 gew%, bij voorkeur 20 - 55 gew% knoflook en/of een extract hiervan, en 2 -25 20 gew% zeewierextract.
Met bijzondere voorkeur bevat de insectenverdrijvingsamenstelling verder soja-olie. Dit heeft naast een extra verdrijvende werking ook een transportfunctie en zorgt zodoende voor een verbeterde opname van de samenstelling door de plant. De hoeveelheid hiervan is bij voorkeur 1-30 gew%, bij voorkeur 2-20 gew%, op basis 30 van het drooggewicht.
In het bijzonder bevat de insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding verder aloë vera, waardoor de samenstelling verder de vitaliteit van de plant verbetert, bij voorkeur in een hoeveelheid van 1-10 gew%, op basis van het drooggewicht.
8
De insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding kan verder een of meer van notenbladextract, peterselie-extract, airikaanextract, nepeta-extract en brandnetelextract bevatten. Er is gevonden dat al deze extracten een insectenverdrijvende, in het bijzonder een luisverdrijvende werking hebben, waardoor 5 zij de insectenverdrijvende werking van knoflook in de samenstelling versterken. Met de meeste voorkeur zijn derhalve al de opgesomde bestanddelen tezamen in de samenstelling aanwezig. Bij voorkeur bevat de insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding deze bestanddelen, indien aanwezig, in een hoeveelheid van: 1-10 gew% notenbladextract; 10 1-20 gew%, peterselie-extract; 1-10 gew% airikaanextract; 1- 10 gew% nepeta-extract; en 2- 20 gew% brandnetelextract, op basis van het drooggewicht.
Er kan een natuurlijk bindmiddel aan toegevoegd zijn om viscositeit te verhogen 15 en hierdoor de dosering te vertragen. Dit bindmiddel is bij voorkeur op zetmeelbasis. De verhouding van het bindmiddel t.o.v. de overige vaste bestanddelen die de voorkeur heeft, ligt tussen 3:1 en 1:3.
Er is gevonden dat een insecticide met een dergelijke samenstelling in een lage dosering zeer effectief is. De insectenverdrijvende werking van de geur- en 20 smaakstoffen afkomstig uit de knoflook wordt versterkt, waardoor relatief minder van deze geurende stof nodig is. Naast een insectenverdrijvend effect heeft deze insectenverdrijvingsamenstelling ook een schimmeldodende en/of -remmende werking en zorgt deze ook voor een betere vitaliteit van de plant.
De insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding is bijzonder geschikt 25 voor het behandelen van bomen, planten, heesters of struiken om insecten, luizen, spinnen, rupsen, larven, en ander soortgelijk ongedierte, zoals slakken, hiervan te verdrijven. Hierbij wordt onder verdrijving ook een preventieve behandeling worden verstaan, om een plaag van dergelijk ongedierte of schimmelgroei te voorkomen en/of de vitaliteit van de plant te verbeteren. De insectenverdrijvingsamenstelling kan met 30 succes worden aangewend in de bij bestrijding/preventie van ziekten en/of aandoeningen als badluis, iepziekte, eikenprocessierups, mineermot, meel- en honingdauw enz. Bij voorkeur wordt de insectenverdrijvingsamenstelling in een vroeg stadium na de diagnose toegediend, en met name in het vooijaar of voorzomer, omdat 9 juist in die periode de sapstroom van de planten op gang komt. De opname in het bodemvocht is dan optimaal.
De insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding kan in de vorm van een tablet of capsule zijn, maar kan ook in de vorm van een waterige oplossing 5 voorkomen, waarbij de totale hoeveelheid aan vaste bestanddelen tussen 10-100 gram per liter water bedraagt. Indien de samenstelling in capsule- of tabletvorm is, heeft het de voorkeur dat de mengverhouding van de samenstelling en water tussen 1:5 en 1:50, bij voorkeur minder 1:5-1:20 bedraagt. Bij toediening volgens de uitvinding wordt de insectenverdrijvingsamenstelling met water verdund tot een dosering die effectief is 10 volgens het doel van de uitvinding, bij voorkeur een verhouding van de insectenverdrijvingsamenstelling, eventueel als waterig mengsel verschaft, gemengd met water in een verhouding die tussen 1:5 en 1:200 ligt, bij voorkeur tussen 1:10 en 1:100.
Hoewel de insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding bij voorkeur 15 wordt toegediend door opname via de wortelzone, kan deze ook door sproeien via de bladeren worden opgenomen. Dit is vooral mogelijk door de versterkte werking van de samenstelling, in het bijzonder indien de samenstelling naast knoflook ook zeewierextract en aloë vera, meer in het bijzonder ook soja-olie, en met de meeste voorkeur ook peterselie-extract, notenbladextract, afrikaanextract, nepeta-extract en 20 brandnetelextract bevat.
Door deze versterkte insectenverdrijvende werking kan de samenstelling worden gesproeid in lagere knoflookconcentraties dan gebruikelijk in de stand van de techniek, waardoor minder reukoverlast wordt veroorzaakt en de effectiviteit verhoogd wordt. De samenstelling volgende uitvinding wordt dan bij voorkeur verdund met water tot een 25 verhouding van 1:80 - 1:200, bij voorkeur minder dan 1:110.
De uitvinding heeft verder betrekking op een siamenstel van een container met een insectenverdrijvingsamenstelling volgens de uitvinding, waarbij de container afsluitbaar is en ten minste een perforatie heeft. De container kan verder de kenmerken omvatten zoals hierboven beschreven.
30 10
Voorbeelden
Voorbeeld la
Een insectenverdrijvingsamenstelling voor het verdrijven van insecten, spinnen, luizen 5 en larven van bomen, planten, heesters of struiken, dat bevatte: 9 g knoflook; 2 g soja-olie; 1 g peterselie-extract; 2 g zeewierextract; 10 1 g notenbladextract; 1 g aloë vera; 1 g afrikaanextract; 1 g nepeta-extract; en 2 g brandnetelextract, 15 met een totaal van 20 gram aan bestanddelen, en waarbij de bestanddelen vooraf waren geëxtraheerd in 100 ml ethanol door middel van voorverwarmen, en vervolgens gemengd met handwarm leidingwater.
Voorbeeld lb 20 De insectenverdrijvingsamenstelling volgens voorbeeld 1 werd tot 1 liter met water aangevuld.
Voorbeeld lc
Aan 1 liter mengsel zoals bereid in voorbeeld lb werd verder 15 gram bindmiddel op 25 zetmeelbasis toegevoegd.
Voorbeeld 2
Bij een kastanjeboom met een kroonprojectie van 10 m2 werd mineermot vastgesteld. Om deze te behandelen werden in de kroonprojectie 10 gaten in de bodem gemaakt. 30 Deze gaten werden gegraven tot een diepte van 60 cm en bevonden zich in een cirkel gelijkmatig verdeeld rondom de stam, ieder op een afstand van ongeveer 1 m van de boom. In elk gat werd een buis geplaatst met een inhoud van ca. 2 liter en met 4 gelijkmatig verdeelde perforaties aan de lange zijde en 1 perforatie aan de onderzijde.
11
Vervolgens werd 1 (gewichts)deel van de samenstelling volgens voorbeeld lb met 50 delen water gemengd , en dit vervolgens aan de buizen toegediend. De buizen werden afgesloten met een deksel. De bodem werd afgedekt met de originele grond. Na afdekken werd na twee weken steekproefsgewijs gecontroleerd of er oplossing werd 5 afgegeven.
Voorbeeld 3
Als in voorbeeld 2, maar in plaats van het aanbrengen van de samenstelling in containers, werden na het graven van gaten rondom de boom deze gaten gevuld met 10 een mengsel van water en het verdikte mengsel volgens voorbeeld lc in een gewichtsverhouding van 50:1, door injectie bij een druk van ongeveer 50 bar ingebracht. De gaten werden vervolgens afgedekt en na twee weken steekproefsgewijs gecontroleerd.
15 Voorbeeld 4
Bij een eikenboom met een stamdiameter van 5 cm en een wortelzone-diameter van ca. 1 m2 werd tijdens het inplanten 10 liter insectenverdrijvingsamenstelling met verdikkingsmiddel zoals bereid volgens voorbeeld lc gemengd met water in een gewichtsverhouding van 1:50 (1 gewichtsdeel verdikte samenstelling, 50 delen water), 20 toegediend bij de wortelkluit. Hierna werd het plantgat dicht gemaakt. Hierdoor kon de boom direct bij aanvang van de groei beschikken over het middel. Hiermee werd eikenprachtkever voorkomen.
Voorbeeld 5 25 Bij een kastanjeboom met een kroonprojectie van 100 m2 werd kastanjeziekte geconstateerd. Om dit te behandelen werd met luchtdruk een plofgat gemaakt tot een diepte van 80 cm. Door dit ploffen ( = bodembeluchting ) ontstonden luchtkanalen in de wortelzone en werden storende lagen doorbroken. Tevens werd op deze wijze zuurstof toegediend. Daarnaast werd de insectenverdrijvingsamenstelling volgens 30 voorbeeld lc met water gemengd in een gewichtsverhouding van 1:50. Dit mengsel werd in de plofgaten ingebracht middels inspuiten bij een druk van ca. 50 bar.
1027792

Claims (22)

1. Werkwijze voor het verdrijven van ongedierte van een plant, waarbij de plant met een natuurlijke insectenverdrijvingsamenstelling, die ten minste knoflook en/of 5 een extract hiervan en zeewier en/of een extract hiervan bevat, behandeld wordt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de insectenverdrijvingssamenstelling op basis van het drooggewicht 10-60 gew% knoflook en/of een extract hiervan en 2-20 gew% zeewier en/of een extract.hiervan omvat.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of conclusie 2, waarbij de werkwijze omvat het 10 vormen van een gat tot in de wortelzone van de plant, en het in dit gat brengen van de natuurlijke insectenverdrijvingsamenstelling.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het ongedierte insecten, larven, spinnen of luizen omvat.
5. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de plant een boom, 15 heester, struik of gras is.
6. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling verder soja-olie bevat.
7. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling verder aloë vera bevat.
8. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling in combinatie met een bindmiddel in het gat wordt gebracht.
9. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling in een container in het gat wordt gebracht.
10. Werkwijze volgens conclusie 9, waarbij de container met insectenverdrijvingsamenstelling afsluitbaar is en is voorzien van ten minste een perforatie.
11. Werkwijze volgens conclusie 9 of 10, waarbij de container een drainageslang is.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het gat na het 30 aanbrengen van de insectenverdrijvingsamenstelling wordt afgesloten.
13. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling voor het in het gat brengen met water wordt gemengd in een verhouding op gewichtsbasis die tussen 1:5 en 1:200 ligt. 1027792
14. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de plant een boom of struik is, en waarbij de knoflook en/of het extract hiervan in een hoeveelheid van, in het geval van een boom, tussen 40 en 160 mg per centimeter stamdikte, en in 5 het geval van een struik, tussen 4 en 20 mg per centimeter struikbreedte wordt toegediend.
15. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling verder een of meer van notenbladextract, peterselie-extract, afrikaanextract, nepeta-extract en brandnetelextract bevat.
16. Werkwijze volgens conclusie 15, waarbij de insectenverdrijvingsamenstelling bevat: 10-60 gew% knoflook; 2-20 gew% zeewierextract; 1-30 gew% soja-olie; 15 1-10 gew% aloë vera; 1-10 gew% notenbladextract; 1-20 gew% peterselie-extract; 1-10 gew% afrikaanextract; 1-10 gew% nepeta-extract; en 20 2-20 gew% brandnetelextract, op basis van het drooggewicht.
17. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij men de insectenverdrijvingssamenstelling in de vorm van een tablet, capsule of granulaat toepast.
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij men de insectenverdrijvingssamenstelling in de vorm van een waterige oplossing toepast, waarbij de totale hoeveelheid aan bestanddelen tussen 10 - 100 gram per liter water bedraagt.
19. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een met gras begroeid 3 0 stuk grond behandeld wordt, waarbij: (a) de insectenverdrijvingssamenstelling op het met gras begroeide stuk grond wordt aangebracht; en (b) het met gras begroeide stuk grond beregend wordt.
20. Samenstel van een container met een insectenverdrijvingsamenstelling, die ten minste knoflook en/of een extract hiervan en zeewier en/of een extract hiervan 5 bevat, waarbij de container afsluitbaar is en ten minste een perforatie heeft.
21. Tablet, capsule of granulaat omvattende een insectenverdrijvingssamenstelling die ten minste knoflook en/of een extract hiervan en zeewier en/of een extract hiervan bevat.
22. Waterige oplossing omvattende een insectenverdrijvingssamenstelling die ten 10 minste knoflook en/of een extract hiervan en zeewier en/of een extract hiervan bevat, waarbij de totale hoeveelheid aan bestanddelen tussen 10 - 100 gram per liter water bedraagt. 1027792
NL1027792A 2004-12-15 2004-12-15 Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis. NL1027792C2 (nl)

Priority Applications (17)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027792A NL1027792C2 (nl) 2004-12-15 2004-12-15 Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis.
AU2005317298A AU2005317298A1 (en) 2004-12-15 2005-12-15 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
US11/721,960 US20080206272A1 (en) 2004-12-15 2005-12-15 Method for Repelling Pests with an Insect Repellent Composition Based on Garlic
DE602005012861T DE602005012861D1 (de) 2004-12-15 2005-12-15 Verfahren zum abwehren von schädlingen mit einer insektenabwehrzusammensetzung auf knoblauchgrundlage
PL05816213T PL1824339T3 (pl) 2004-12-15 2005-12-15 Sposób odstraszania szkodników kompozycją na bazie czosnku odstraszającą owady
CA002592290A CA2592290A1 (en) 2004-12-15 2005-12-15 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
SI200530649T SI1824339T1 (sl) 2004-12-15 2005-12-15 Postopek za odganjanje škodljivcev s sestavkom za odganjanje žuželk na osnovi česna
PCT/NL2005/050075 WO2006065133A2 (en) 2004-12-15 2005-12-15 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
EP05816213A EP1824339B1 (en) 2004-12-15 2005-12-15 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
ES05816213T ES2322179T3 (es) 2004-12-15 2005-12-15 Metodo para repeler plagas con una composicion repelente de insectos a base de ajo.
DK05816213T DK1824339T3 (da) 2004-12-15 2005-12-15 Fremgangsmåde til at fordrive skadedyr med en insketfordrivende komposition baseret på hvidlög
PT05816213T PT1824339E (pt) 2004-12-15 2005-12-15 Método para repelir pragas com uma composição repelente de insectos à base de alho
AT05816213T ATE422820T1 (de) 2004-12-15 2005-12-15 Verfahren zum abwehren von schädlingen mit einer insektenabwehrzusammensetzung auf knoblauchgrundlage
ZA200705091A ZA200705091B (en) 2004-12-15 2007-06-14 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
IL183956A IL183956A0 (en) 2004-12-15 2007-06-14 Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
NO20073062A NO20073062L (no) 2004-12-15 2007-06-15 Fremgangsmate for a frastote skadedyr med et insektmiddel basert pa hvitlok
MA30072A MA29149B1 (fr) 2004-12-15 2007-07-12 Procede pour repousser des animaux nuisibles a l'aide d'une composition insectifuge a base d'ail

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1027792A NL1027792C2 (nl) 2004-12-15 2004-12-15 Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis.
NL1027792 2004-12-15

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1027792C2 true NL1027792C2 (nl) 2006-06-22

Family

ID=35064783

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1027792A NL1027792C2 (nl) 2004-12-15 2004-12-15 Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL1027792C2 (nl)
ZA (1) ZA200705091B (nl)

Citations (18)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1283015B (de) * 1962-08-23 1968-11-14 Weyerhaeuser Co Schuetzen wachsender Pflanzen vor Wildschaeden
JPS5775906A (en) * 1980-10-28 1982-05-12 Isao Horiuchi Controlling method of plant blight
JPS5867169A (ja) * 1981-10-19 1983-04-21 Mitsuteru Tomota ニンニク生エキス入りジユ−ス及びその製造方法
GB2126895A (en) * 1982-09-15 1984-04-04 Univ Washington Compositions and methods to reduce animal browsing damage to plants
GB2182943A (en) * 1985-11-12 1987-05-28 Avital Malka Hair shampoo comprising plant extract
JPS62270485A (ja) * 1986-05-19 1987-11-24 亀井 豊 害虫駆除効果のすぐれた肥料組成物の製造方法
ES2009679A6 (es) * 1988-12-27 1989-10-01 Heras Sopena M Del Carmen Un producto en forma de salsa para el aderezo y condimento de carnes y su procedimiento de obtencion.
US4876090A (en) * 1987-09-21 1989-10-24 Richard Weisler Systemic insect repellent composition and method
JPH059110A (ja) * 1990-07-20 1993-01-19 Takeda Chem Ind Ltd 浴用剤
US5429817A (en) * 1993-11-08 1995-07-04 Mckenzie; John Insect repellent for fruits, vegetables and plants
CN1170504A (zh) * 1997-07-02 1998-01-21 刘丰 植物质农药
RU2107506C1 (ru) * 1994-04-14 1998-03-27 Файвишевский Михаил Львович Способ получения желчегонного препарата
DE29811362U1 (de) * 1998-02-10 1998-09-24 Ohrzal, Andrzej, 94469 Deggendorf Repellent
JP2001095529A (ja) * 1999-09-28 2001-04-10 Takashi Sakamoto アロエミネラルによる機能性食品
AT408189B (de) * 1999-10-08 2001-09-25 Serge Grana Pharmazeutische zusammensetzung zur abdeckung des grundbedarfs an vitaminen
JP2002173439A (ja) * 2000-12-01 2002-06-21 Hiroko Kanai アロエとニンニクの各種皮膚外用剤
JP2003192516A (ja) * 2001-12-26 2003-07-09 Eco Farm Okinawa Kk 害虫忌避剤
RU2221855C2 (ru) * 2000-09-29 2004-01-20 Дочернее предприятие Стерлитамакский спиртоводочный комбинат "Сталк" ГУП "Башспирт" Композиция ингредиентов для бальзама

Patent Citations (18)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1283015B (de) * 1962-08-23 1968-11-14 Weyerhaeuser Co Schuetzen wachsender Pflanzen vor Wildschaeden
JPS5775906A (en) * 1980-10-28 1982-05-12 Isao Horiuchi Controlling method of plant blight
JPS5867169A (ja) * 1981-10-19 1983-04-21 Mitsuteru Tomota ニンニク生エキス入りジユ−ス及びその製造方法
GB2126895A (en) * 1982-09-15 1984-04-04 Univ Washington Compositions and methods to reduce animal browsing damage to plants
GB2182943A (en) * 1985-11-12 1987-05-28 Avital Malka Hair shampoo comprising plant extract
JPS62270485A (ja) * 1986-05-19 1987-11-24 亀井 豊 害虫駆除効果のすぐれた肥料組成物の製造方法
US4876090A (en) * 1987-09-21 1989-10-24 Richard Weisler Systemic insect repellent composition and method
ES2009679A6 (es) * 1988-12-27 1989-10-01 Heras Sopena M Del Carmen Un producto en forma de salsa para el aderezo y condimento de carnes y su procedimiento de obtencion.
JPH059110A (ja) * 1990-07-20 1993-01-19 Takeda Chem Ind Ltd 浴用剤
US5429817A (en) * 1993-11-08 1995-07-04 Mckenzie; John Insect repellent for fruits, vegetables and plants
RU2107506C1 (ru) * 1994-04-14 1998-03-27 Файвишевский Михаил Львович Способ получения желчегонного препарата
CN1170504A (zh) * 1997-07-02 1998-01-21 刘丰 植物质农药
DE29811362U1 (de) * 1998-02-10 1998-09-24 Ohrzal, Andrzej, 94469 Deggendorf Repellent
JP2001095529A (ja) * 1999-09-28 2001-04-10 Takashi Sakamoto アロエミネラルによる機能性食品
AT408189B (de) * 1999-10-08 2001-09-25 Serge Grana Pharmazeutische zusammensetzung zur abdeckung des grundbedarfs an vitaminen
RU2221855C2 (ru) * 2000-09-29 2004-01-20 Дочернее предприятие Стерлитамакский спиртоводочный комбинат "Сталк" ГУП "Башспирт" Композиция ингредиентов для бальзама
JP2002173439A (ja) * 2000-12-01 2002-06-21 Hiroko Kanai アロエとニンニクの各種皮膚外用剤
JP2003192516A (ja) * 2001-12-26 2003-07-09 Eco Farm Okinawa Kk 害虫忌避剤

Non-Patent Citations (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
DATABASE EPODOC EUROPEAN PATENT OFFICE, THE HAGUE, NL; XP002350320 *
DATABASE EPODOC EUROPEAN PATENT OFFICE, THE HAGUE, NL; XP002350321 *
DATABASE EPODOC EUROPEAN PATENT OFFICE, THE HAGUE, NL; XP002350322 *
DATABASE EPODOC EUROPEAN PATENT OFFICE, THE HAGUE, NL; XP002350323 *
DATABASE EPODOC EUROPEAN PATENT OFFICE, THE HAGUE, NL; XP002350324 *
DATABASE WPI Section Ch Week 198225, Derwent World Patents Index; Class C03, AN 1982-50855E, XP002353074 *
DATABASE WPI Section Ch Week 198801, Derwent World Patents Index; Class C03, AN 1988-004825, XP002353075 *
DATABASE WPI Section Ch Week 199002, Derwent World Patents Index; Class D12, AN 1990-010292, XP002353077 *
DATABASE WPI Section Ch Week 199846, Derwent World Patents Index; Class B04, AN 1998-540602, XP002353079 *
DATABASE WPI Section Ch Week 200136, Derwent World Patents Index; Class D13, AN 2001-341231, XP002353078 *
DATABASE WPI Section Ch Week 200326, Derwent World Patents Index; Class C03, AN 2003-257453, XP002353080 *
DATABASE WPI Section Ch Week 200377, Derwent World Patents Index; Class C03, AN 2003-819474, XP002353076 *

Also Published As

Publication number Publication date
ZA200705091B (en) 2008-06-25

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US20090252776A1 (en) Animal deterrent for protecting plants
EP1824339B1 (en) Method for repelling pests with an insect repellent composition based on garlic
NL1027964C2 (nl) Werkwijze voor het behandelen van schimmelgroei van Rhizoctonia, Pythium en Phytophtora.
NL1027792C2 (nl) Werkwijze voor verdrijven van ongedierte met insectenverdrijvingsamenstelling op knoflookbasis.
Boruah et al. Indigenous technological knowledge in pest and disease management of agricultural crops–a review
Nene Fumigation of plants in Vrikshayurveda
Filipović et al. Innovative approach in the production of Valerian (Valeriana officinalis L.) using organic production methods.
CN104969801B (zh) 一种果树蜗牛诱杀方法
CN114451414A (zh) 一种薇甘菊的防治药剂和薇甘菊的防治方法
CN112493050A (zh) 一种杨梅肉葱病的生物防治方法
CN106538321A (zh) 一种富硒钙柚子树的种植方法
Rahman et al. The prevalence and control of Red Palm Weevil rhynchophorus ferrugineus oliver (coleoptera: Curculionidae) infestations on date palms in Bangladesh
CN107787757A (zh) 一种白果的高产种植方法
CA2000630C (en) Systemic animal repellant tablets
CN106719616A (zh) 一种芒果树驱虫方法
KR100248826B1 (ko) 저오염성 유기질 농약 제조방법
CN106818925A (zh) 一种防治番茄灰霉病的生物农药及制备方法
JP2023133903A (ja) 甘藷の基腐病防除方法
Miller et al. Pest and pesticide management on southern forests
CN107396782A (zh) 一种防治石斛有害软体动物的方法及石斛的种植方法
Moorhead et al. Herbicides to Enhance Pine Straw Production by Minimizing Competition in Loblolly, Longleaf and Slash Pine Stands After the Establishment Phase
CN107996225A (zh) 一种葡萄园的驱虫方法
CN102523996A (zh) 毒环法防治上、下树害虫的方法
Weed Spraying crops: why, when, and how
Sarmah et al. INDIGENOUS TECHNICAL KNOWLEDGE (ITK) USED IN AGRICULTURE BY FARMERS IN DARRANG DISTRICT OF ASSAM

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
SD Assignments of patents

Owner name: ECO PLANT HEALTH B.V.

Effective date: 20070330

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20190101