NL1028536C2 - Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten. - Google Patents

Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten. Download PDF

Info

Publication number
NL1028536C2
NL1028536C2 NL1028536A NL1028536A NL1028536C2 NL 1028536 C2 NL1028536 C2 NL 1028536C2 NL 1028536 A NL1028536 A NL 1028536A NL 1028536 A NL1028536 A NL 1028536A NL 1028536 C2 NL1028536 C2 NL 1028536C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
diverter
diverting
pivoting
arm
active position
Prior art date
Application number
NL1028536A
Other languages
English (en)
Inventor
Erwin Hendrikus Petrus Schaijk
Bram Antonius Carolus Van Rijt
Original Assignee
Vanderlande Ind Nederland
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Vanderlande Ind Nederland filed Critical Vanderlande Ind Nederland
Priority to NL1028536A priority Critical patent/NL1028536C2/nl
Priority to DE602006009721T priority patent/DE602006009721D1/de
Priority to EP06075536A priority patent/EP1702870B1/en
Priority to AT06075536T priority patent/ATE445561T1/de
Priority to US11/374,054 priority patent/US7819233B2/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1028536C2 publication Critical patent/NL1028536C2/nl
Priority to US12/880,899 priority patent/US8132661B2/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G15/00Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration
    • B65G15/30Belts or like endless load-carriers
    • B65G15/32Belts or like endless load-carriers made of rubber or plastics
    • B65G15/46Belts or like endless load-carriers made of rubber or plastics formed with guides
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G47/00Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
    • B65G47/74Feeding, transfer, or discharging devices of particular kinds or types
    • B65G47/76Fixed or adjustable ploughs or transverse scrapers
    • B65G47/766Adjustable ploughs or transverse scrapers

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Branching, Merging, And Special Transfer Between Conveyors (AREA)

Description

Korte aanduiding: Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten.
BESCHRIJVING
5 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het selectief zijwaarts van een zich in een transportrichting verplaatsend dragend transportvlak van een transporteur af geleiden van producten omvattende, een gestel, een langwerpig afleidorgaan met een stroomopwaarts uiteinde, een stroomafwaarts uiteinde 10 en tussen deze uiteinden een afleidvlak, zwenkmiddelen voor het om een verticale, zich aan een zijkant van het transportvlak uitstrekkende, zwenkas heen en weer zwenken van het afleidorgaan tussen een passieve positie waarbij het afleidorgaan zich naast het transportvlak uitstrekt voor het vrijelijk laten passeren van producten op het transportvlak en 15 een actieve positie waarbij het afleidorgaan zich tenminste ten dele boven het transportvlak uitstrekt voor het zijwaarts van het transportvlak af geleiden van producten op het transportvlak, aandrijfmiddelen voor het tenminste in de actieve positie aandrijven van het afleidvlak ten opzichte van een resterend deel van het afleidorgaan. 20 Een dergelijke inrichting is bekend uit het Amerikaans octrooi US-A-4711357 waarin een inrichting wordt omschreven voor het sorteren van pakketten of dergelijke. De inrichting omvat een rollentransporteur waarlangs een afleidarm is gepositioneerd die zich in een passieve stand evenwijdig aan de transportrichting langs de 25 rollentransporteur uitstrekt en zwenkbaar is om een zwenkas nabij een stroomopwaarts gelegen uiteinde van de afleidarm tot een actieve positie waarbij de afleidarm zich onder een hoek van circa 45° uitstrekt boven de rollentransporteur voor het zijwaarts afleiden van een rollentransporteur op een van de rollentransporteur onder een hoek van circa 45° aftakkende 30 rollentransporteur. De afleidarm is over zijn lengte voorzien van een verticaal georiënteerde eindloze band die is geslagen om twee rollen _ 1 028536 2 nabij de uiteinden van de afleidarm, welke band wordt aangedreven voor het versneld doen afleiden van pakketten van de transporteur, terwijl bovendien de pakketten tijdens contact met het afleidvlak minder zwaar worden belast.
5 In het streven om met nog hogere snelheid pakketten of dergelijk uit te kunnen sorteren met behulp van een afleidarm met een verticaal georiënteerde transportband, is het tevens bekend om de afleidarm als het ware op te delen in twee delen die aan twee tegenovergestelde zijden van de transporteur in kwestie zijn opgesteld en 10 in een actieve positie in lijn met elkaar kunnen worden gezwenkt.
Voorbeelden hiervan zijn terug te vinden in de Internationale octrooiaanvragen W0-A2-02/14193 en W0-A2-2004/085295. Een belangrijk bezwaar van dergelijke uitvoeringsvormen is gelegen in de constructieve complexiteit ervan alsmede in het feit dat de zwenkas van één van beide 15 deel armen zich aan de zijde bevindt in de richting waarvan het afleiden van pakketten plaatsvindt.
De onderhavige uitvinding beoogt nu een inrichting volgens de aanhef te verschaffen waarmee het mogelijk is om, ondanks een relatief eenvoudige constructie van de inrichting, snel producten af te leiden van 20 een transporteur en/of een relatief korte tussenafstand tussen opeenvolgende producten toe te staan. Hiertoe kenmerkt de inrichting volgens de onderhavige uitvinding zich in eerste instantie doordat de zwenkmiddelen zijn ingericht om tijdens het zwenken van het afleidorgaan van de passieve positie naar de actieve positie en weer terug, het 25 afleidorgaan tevens te doen transleren. Hierdoor wordt bereikt dat behalve een zwenkende beweging het afleidorgaan tijdens verplaatsing van de passieve positie naar de actieve positie ook een met het af te leiden product meegaande translerende beweging kan maken waardoor de impact die het afleidvlak veroorzaakt op het af te leiden product geringer zal zijn.
30 Daarnaast wordt het wellicht nog belangrijkere voordeel bereikt dat de lengte van de transporteur die nodig is om de beweging van het 1 028536 _____ 3 afleidorgaan tussen de passieve positie en de actieve positie uit te voeren vanwege het feit dat het stroomopwaartse uiteinde van het afleidorgaan naar en vanaf de zwenkas wordt verplaatst door de zwenkmiddelen, beperkter kan zijn dan in een vergelijkbare situatie 5 volgens de stand van de techniek, waardoor het tragelijk is om de af te leiden producten dichter bij elkaar te positioneren en/of de transporteur met een hogere transportsnelheid te bedrijven.
De bovenstaande voordelen kunnen met name worden bereikt indien de zwenkmiddelen zijn ingericht om tijdens het zwenken van het 10 afleidorgaan van de passieve positie naar de actieve positie en weer terug, het stroomopwaartse uiteinde respectievelijk naar de zwenkas toe en van de zwenkas af te verplaatsen. Aldus kan de zwenkbeweging van het afleidorgaan tussen de passieve positie en de actieve positie compact, dat wil zeggen binnen een beperkte lengte van de transporteur, worden 15 uitgevoerd.
Bij voorkeur omvatten de zwenkmiddelen een bedieningsarm die enerzijds tussen het stroomopwaartse uiteinde en het stroomafwaartse uiteinde, bij voorkeur tussen de zwenkas en het stroomafwaartse uiteinde, aangrijpt op het afleidorgaan en anderzijds op het gestel. De toepassing 20 van een dergelijke bedieningsarm maakt niet alleen het zwenken maar tevens het transleren vanwege het naar de zwenkas toe en van de zwenkas af verplaatsen van het stroomopwaartse uiteinde van het afleidorgaan op constructief eenvoudige en mechanisch relatief weinig belastende wijze mogelijk, met name indien gecombineerd met de navolgend te bespreken 25 voorkeursuitvoeringsvorm.
De zwenkmiddelen omvatten bij verdere voorkeur geleidingsmiddelen voor het verschuifbaar geleiden van het afleidorgaan tijdens het zwenken van het afleidorgaan tussen de passieve positie en de actieve positie. Dergelijke geleidingsmiddelen kunnen de verplaatsing van 30 het stroomopwaartse uiteinde van het afleidorgaan naar en vanaf de zwenkas op constructief gunstige wijze begeleiden.
1028536 4
De zwenkas neemt bij voorkeur een vaste positie in ten opzichte van het gestel, alhoewel het binnen het kader van de onderhavige uitvinding tevens mogelijk is dat de zwenkas tijdens zwenking een ruimtelijke beweging maakt in de richting van en vanaf het 5 stroomopwaartse uiteinde van het afleidorgaan. Om constructieve redenen geniet het echter in zijn algemeenheid de voorkeur dat de zwenkas een vaste positie inneemt.
Volgens een uitermate belangrijke voorkeursuitvoeringsvorm geldt dat de aandrijfmiddelen een om een verticale rotatie-as roteerbaar 10 overbrengorgaan omvatten dat samenvalt met de zwenkas. Aldus wordt op gunstige wijze mogelijk gemaakt dat een aandrijfmotor of dergelijke niet vast verbonden is met het afleidorgaan, maar verbonden is met het gestel.
Met name in combinatie met de voorgaande voorkeursuitvoeringsvorm geniet het de voorkeur dat de aandrijfmiddelen 15 een motor omvatten die vast is verbonden met het gestel. Aldus zullen er tijdens het zwenken van het afleidorgaan geen massatraagheidskrachten optreden vanwege een ruimtelijke beweging van de motor, welke massatraagheidskrachten de noodzaak zouden kunnen geven om de inrichting steviger te moeten construeren.
20 Alternatief is het volgens een voorkeursuitvoeringsvorm tevens mogelijk dat de aandrijfmiddelen een motor omvatten die vast is verbonden met het afleidorgaan. Het voordeel van een dergelijke voorkeursuitvoeringsvorm is gelegen in het feit dat er geen overbrenging vanaf de vaste wereld oftewel het gestel naar het afleidorgaan 25 noodzakelijk is om het afleidvlak aan te drijven.
Ten behoeve van het werkzaam doen zijn van de zwenkmiddelen en van de aandrijfmiddelen geniet het de voorkeur dat de zwenkmiddelen en de aandrijfmiddelen een gemeenschappelijke motor omvatten. Aldus kan worden volstaan met een enkele motor die zowel het zwenken van het 30 afleidorgaan teweeg brengt als het aandrijven van het afleidvlak.
Bij voorkeur geldt daarbij dat de zwenkmiddelen een in- en 1 02 8b3 b 5 uitschakel bare overbrenging omvatten. Een dergelijke overbrenging maakt het mogelijk dat de zwenkmiddelen en de aandrijfmiddelen niet gelijktijdig werkzaam zijn, hetgeen bijvoorbeeld wenselijk is indien het afleidorgaan na het bereiken van de actieve positie daar enige tijd moet 5 verblijven alvorens weer terug te keren naar de passieve positie. Een dergelijke in- en uitschakel bare overbrenging kan op voordelige wijze worden gevormd door een clutch-brakemechanisme zoals dat de vakman bekend is.
Het afleidvlak wordt bij voorkeur gevormd door een 10 verticaal georiënteerde afleidband die om tenminste twee om respectievelijke verticale rotatie-assen roteerbare omlooporganen is geslagen.
Om te voorkomen dat bij een actieve positie van het afleidorgaan af te leiden producten het vrije, stroomafwaartse uiteinde 15 van het afleidorgaan passeren zonder daadwerkelijk te worden afgeleid en dus op de transporteur blijven, geniet het de voorkeur dat het afleidvlak in de actieve positie zich over tenminste 80% van de afmetingen van het transportvlak loodrecht op de transportrichting uitstrekt. Het zal de vakman duidelijk zijn dat het uiteindelijke minimale percentage met name 20 samenhangt met de afmetingen van de producten die op de inrichting volgens de uitvinding worden verwerkt. Naarmate deze afmetingen groter zijn, zal het betreffende percentage lager kunnen zijn. Daarbij dient men zich ook te realiseren dat naarmate het afleidvlak in de actieve positie zich over een kleiner deel van de afmetingen van het transportvlak 25 loodrecht op de transportrichting uitstrekt, ook de lengte van de transporteur gezien in de transportrichting die in beslag wordt genomen tijdens het bewegen van het afleidorgaan tussen de passieve positie en de actieve positie beperkter is, waardoor het mogelijk is om de tussenafstand tussen af te leiden producten nog kleiner te kiezen en/of 30 de transporteur op een hogere transportsnelheid te bedrijven.
Voor een volledige zekerheid dat producten, ongeacht hun 1028ö3ö 6 afmetingen, van het transportvlak worden afgeleid als het afleidorgaan zich in de actieve positie bevindt, geniet het de voorkeur dat het afleidvlak in de actieve positie zich over de volledige afmetingen van het transportvlak loodrecht op de transportrichting uitstrekt.
5 De uitvinding zal nader worden toegeiicht aan de hand van de beschrijving van een viertal voorkeursuitvoeringsvormen van een inrichting volgens de uitvinding onder verwijzing naar de navolgende figuren:
Figuren la, lb en lc tonen respectievelijk in 10 perspectivisch-, boven- en zijaanzicht een inrichting volgens de uitvinding volgens een eerste voorkeursuitvoeringsvorm in een passieve positie;
Figuren 2a, 2b en 2c tonen in overeenkomstige respectievelijke aanzichten de inrichting volgens de eerste 15 voorkeursuitvoeringsvorm in actieve positie;
Figuren 3a en 3b tonen in twee verschillende perspectivische aanzichten een inrichting volgens de uitvinding volgens een tweede voorkeursuitvoeringsvorm in een passieve positie;
Figuren 4a en 4b tonen in overeenkomstige respectievelijke 20 aanzichten de inrichting volgens de tweede voorkeursuitvoeringsvorm in actieve positie;
Figuur 5 toont in perspectivisch aanzicht een schuifelement zoals toegepast bij de inrichting volgens de tweede voorkeursui tvoeri ngsvorm; 25 Figuur 6 toont in perspectivisch aanzicht het frame van de afleidarm zoals toegepast bij de inrichting volgens de tweede voorkeursui tvoeri ngsvorm;
Figuur 7 toont in perspectivisch aanzicht een inrichting volgens de uitvinding volgens een derde voorkeursuitvoeringsvorm in een 30 passieve positie;
Figuur 8 toont in overeenkomstig aanzicht de inrichting 1028536 7 volgens de derde voorkeursuitvoeringsvorm in actieve positie;
Figuur 9, 10a, 10b en 10c tonen respectievelijk in perspectivisch-, zij-, boven- en achteraanzicht een inrichting volgens de uitvinding volgens een vierde voorkeursuitvoeringsvorm in een passieve 5 positie;
Figuur 11, 12a, 12b en 12c tonen in overeenkomstige aanzichten de inrichting volgens de vierde voorkeursuitvoeringsvorm in actieve positie.
Figuren la t/m lc en figuren 2a t/m 2c tonen in 10 verschillende aanzichten een selectieve afleidinrichting 1 volgens een eerste voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding respectievelijk in passieve positie en in actieve positie. De afleidinrichting 1 omvat een schematisch weergegeven transporteur 2 met een dragend transportvlak 3 dat wordt gevormd door de bovenzijde van de bovenste helft van een om 15 twee horizontale roteerbare omlooprollen, die in de figuren la en lb niet zichtbaar zijn, geslagen transportband 5 die door niet nader getoonde aandrijfmiddelen wordt aangedreven in transportrichting 6. De omlooprollen zijn roteerbaar om horizontale rotatie-assen 4a, 4b opgehangen in een vast gestel 7 van transporteur 2.
20 Aan een zijkant van de transporteur 2 is een afleideenheid 8 voorzien. De afleideenheid 8 omvat een afleidarm 9, die in hoofdzaak een langwerpig frame 10 omvat dat een stroomopwaarts uiteinde 11 en een stroomafwaarts uiteinde 12 van de afleidarm 9 bepaalt. Ter plaatse van het stroomopwaartse uiteinde 11 en het stroomafwaartse 25 uiteinde 12 is de afleidarm 9 verder voorzien van respectievelijk omlooprollen 13, 14 die roteerbaar zijn respectievelijk om verticale rotatieas 15, 16 ten opzichte van frame 10. Om de omlooprollen 13, 14 is een eindloze verticaal georiënteerde afleidband 17 geslagen. Deze band 17 kan in aandrijfrichting 18 worden aangedreven door bekrachtiging van 30 aandrijving 19 met elektromotor 20 en haakse overbrenging 21 waarvan de uitgaande as 22 is gekoppeld met omlooprol 13. De elektromotor 20 en de 102P536 δ haakse overbrenging 21 zijn onderling verbonden via flensverbinding 23, terwijl de haakse overbrenging 21 via beugel 24 is verbonden met frame 10. Alternatief is het ook mogelijk om omlooprol te vervangen door een buismotor, waardoor kan worden afgezien van elektromotor 20 en 5 overbrenging 21 aan de bovenzijde van afleidarm 9.
Daarnaast zijn twee gel ei destrippen vast verbonden met frame 10. De gel ei destrippen strekken zich vanaf omlooprol 13 in de richting van omlooprol 14 over ongeveer de helft van de lengte van frame 10 uit. In de figuren is slechts de bovenste gel ei destrip 25 zichtbaar, 10 terwijl er tevens een gel ei destrip aan frame 10 is voorzien aan de onderzijde van frame 10 die gespiegeld is ten opzichte van geleiderail 25 in een horizontaal spiegelvlak door het midden van de hoogte van frame 10. De gel ei destrippen 25 zijn verschuifbaar in de lengterichting van afleidarm 9 opgenomen in een bovenste schuifelement 41 met 15 geleidingsschoenen 26. Aan de onderzijde is een overeenkomstige constructie van toepassing met een onderste schuifelement en onderste geleidingsschoenen die zijn ingericht voor samenwerking met de onderste gel ei destrip. Het schuifelement 41 en daarmee ook de afleidarm 9 is zwenkbaar om zwenkas 27 ten opzichte van gestel 28 van afleideenheid 8 20 welk gestel 28 zelf weer vast is verbonden met gestel 7 van de transporteur 2. Ten behoeve van het zwenken van de afleidarm 9 om zwenkas 27 is het gestel 28 uitgevoerd met een vast met het resterend deel van gestel 28 verbonden gestel beugel 29 ten opzichte waarvan een zich vanaf het schuifelement 41 naar boven toe uitstrekkende zwenknaaf, waarvan de 25 hartlijn samenvalt met zwenkas 27, zwenkbaar is gelagerd. Op vergelijkbare wijze is het onderste schuifelement voorzien van een naar beneden gerichte zwenknaaf in lijn met de zwenknaaf van schuifelement 41 die zwenkbaar is gelagerd ten opzichte van gestel 28.
Voor het gelijktijdig doen zwenken van afleidarm 9 om 30 zwenkas 27 en het verschuiven van afleidarm 9 ten opzichte van de geleidingsschoenen 26 in de lengterichting van afleidarm 9 is een 1028536 _ _ 9 bedieningsarm 30 voorzien. Deze bedieningsarm 30 grijpt aan één uiteinde ervan roteerbaar om verticale zwenkas 31 aan op frame 10 en is op een tegenover gelegen uiteinde roteerbaar om verticale zwenkas 32 verbonden met gestel staander 33 van gestel 28. Op een relatief nabij zwenkas 32 5 gelegen hoekpunt 34 van bedieningsarm 30 grijpt een uiteinde van een drijfstang 35 van een kruk-drijfstangmechanisme met kruk 36 zwenkbaar om verticale zwenkas 37 aan. Kruk 36 wordt roterend aangedreven bij bekrachtiging via niet nader getoonde besturingsmiddelen van elektromotor 38 via overbrenging 39 welke combinatie 10 motoroverbrenging 38-39 star met gestel 28 is verbonden via gestel staander 40.
De afleidinrichting 1 functioneert als volgt: zodra het besturingssysteem constateert dat een product afleidinrichting 1 nadert dat aan de tegenover de afleideenheid 8 gelegen zijde van transporteur 2 15 dient te worden afgeleid, wordt aandrijfmotor 40 bekrachtigd, waardoor kruk 36 in eerste instantie over een halve slag zal roteren en bedieningsarm 30 zal zwenken om zwenkas 32 en daarbij tevens een zwenking oplegt aan afleidarm 9 om zwenkas 27, waarbij tevens afleidarm 9 met geleiderails 25 zal schuiven langs geleidingsschoenen 26 waardoor het 20 stroomopwaartse uiteinde 11 van afleidarm 9 dichter bij zwenkas 27 zal komen te liggen, totdat de situatie wordt bereikt volgens de figuren 2a t/m 2c, waarbij de afleidarm 9 zich over de volledige breedte van afleidvlak 5 uitstrekt. Het is daarbij van belang op te merken dat het stroomafwaartse uiteinde 12 van afleidarm 9 in de actieve positie, gezien 25 in de transportrichting 6, op vrijwel dezelfde positie is gelegen als in de passieve positie.
Tevens zal door de besturingsmiddelen elektromotor 20 worden bekrachtigd, waardoor afleidband 17 in aandrijfrichting 18 wordt aangedreven. Het betreffend af te leiden product zal, nadat deze in 30 contact is gekomen met de afleidband 17, geholpen door de aandrijving daarvan, in de richting van het stroomafwaartse uiteinde 12 van de _ 1028^36 10 afleidband 17 worden afgevoerd om bijvoorbeeld door een andere, van transporteur 2 aftakkende, transporteur verder te worden getransporteerd. Met nadruk wordt daarbij opgemerkt dat het zwenken van afleidarm 9 om zwenkas 27 ook dusdanig kan worden gesynchroniseerd met de komst van een 5 af te leiden product, dat het contact tussen het af te leiden product en de afleidband 17 reeds tijdens het zwenken van afleidarm 9 van de passieve positie volgens de figuren la t/m lc naar de actieve positie volgens de figuren 2a t/m 2c plaatsvindt. Daarnaast wordt opgemerkt dat ook het bekrachtigen van elektromotor 20 tijdens zwenking van afleidarm 9 10 van de passieve positie naar de actieve positie optioneel is en dat alternatief elektromotor 20 continu bekrachtigd kan zijn, zodat ten aanzien van afleidband 17 er geen sprake is van een start-stopsituatie.
Nadat het betreffend product van het transportvlak 3 is af gevoerd, kan de aandri jfmotor 40 kruk 36 om een tweede halve slag 15 verder roteren voor het terug doen bewegen van afleidarm 9 van de actieve positie naar de passieve positie. Het grote voordeel van het reeds in contact komen van het af te leiden product tijdens zwenking van afleidarm 9 van de passieve positie naar de actieve positie is gelegen in het feit dat, mede vanwege de versnelde afvoer door de werkzaamheid van de 20 aangedreven afleidband 17, krukas 36 een volledige omwenteling kan maken zonder tussentijds te moeten stoppen. Anderzijds is het binnen het kader van de onderhavige uitvinding op zich wel mogelijk dat kruk 36 na het maken van een halve omwenteling tijdelijk stopt door het tijdelijk niet bekrachtigen van elektromotor 38, hetgeen bijvoorbeeld wenselijk kan zijn 25 in het geval een aantal op elkaar volgende pakketten op transportvlak 3 door de afleidarm 9 af dienen te worden geleid.
De figuren 3a, 3b en 4a, 4b tonen een tweede voorkeursuitvoeringsvorm van een afleidinrichting 101 respectievelijk in de passieve positie en in de actieve positie. In de navolgende 30 beschrijving van afleidinrichting 101 zal de nadruk worden gelegd op de verschillen met afleidinrichting 1. Voor overeenkomstige of althans 1028536 11 vergelijkbare onderdelen van afleidinrichting 101 ten opzichte van afleidinrichting 1 zullen dezelfde verwijzingscijfers worden gehanteerd, vermeerderd met 100. Ten behoeve van de duidelijkheid is overigens in de figuren 3b en 4b afleidband 117 niet weergegeven.
5 Afleidinrichting 101 verschilt met name van afleidinrichting 1 vanwege de wijze waarop afleidband 117 van afleidarm 109 wordt aangedreven. Daar waar dit bij afleidinrichting 1 nog geschiedt met behulp van elektromotor 20 die star is verbonden met frame 10 van afleidarm 9, waardoor elektromotor 20 en de bijbehorende haakse 10 overbrenging 21 gezamenlijk met het resterend deel van afleidarm 9 roteren om zwenkas 27, hetgeen uiteraard extra massatraagheidseffecten met zich meebrengt, wordt bij afleidinrichting 101 gebruik gemaakt van een elektromotor 120 met haakse overbrenging 121 die vast zijn verbonden via gestel beugel 129 met gestel 128 van afleideenheid 108.
15 Voor een goed begrip van de werking van afleidinrichting 101 is het goed om eerst te verwijzen naar de figuren 5 en 6. Figuur 6 toont het frame 110 van afleidarm 109 met het stroomopwaartse uiteinde 111 en het stroomafwaartse uiteinde 112. Aan de van de transporteur 102 afgekeerde zijde van frame 110 is deze voorzien 20 van een bovenste geleiderail 125a en een onderste gel ei derai 1 125b die parallel aan elkaar verlopen. Deze gel eiderails 125a, 125b zijn ingericht om samen te werken respectievelijk met schuifelement 141 meer specifiek met geleidingsschoenen 126a en 126b daarvan die zijn voorzien op de rug van een C-vormig gebogen plaat 152. Tussen de parallelle horizontaal 25 georiënteerde poten 153, 154 van de C-vormig gebogen plaat 152, welke van de gel eidingsschoenen 126a, 126b zijn afgericht, is een drietal omlooprollen 155, 156, 157 roteerbaar om hun respectievelijke hartlijnen opgenomen. Vanaf de middelste omlooprol 156 strekt zich door een gat in poot 153 een star met omlooprol 156 verbonden as uit die in 30 geassembleerde toestand is gekoppeld met of wordt gevormd door de uitgaande as van haakse overbrenging 121.
1 02 8o 3 ö 12
De afleidband 117, die zoals de vakman zal begrijpen op geschikte spanning dient te worden gebracht door niet nader getoonde spanmiddelen, is behalve om omlooprollen 113, 114 van afleidarm 109 tevens zigzaggend geslagen om de achtereenvolgende omlooprollen 155, 156, 5 157, waarbij de afleidband 117 aan de van de transporteur 102 afgekeerde zijde van de middelste omlooprol 156 verloopt. Hierdoor verlopen de delen van afleidband 117 tussen omlooprol 113 en omlooprol 157 alsmede tussen omlooprol 155 en omlooprol 114 parallel aan het deel van afleidband 117 dat tussen omlooprol 113 en omlooprol 114 aan de naar de transporteur 102 10 gekeerde zijde verloopt. De hartlijn van aslichaam 158 vormt tevens de zwenkas 127 waaromheen afleidarm 109 door bekrachtiging van elektromotor 138 zwenkt tussen de passieve positie volgens de figuren 3a, 3b en de actieve positie volgens de figuren 4a, 4b. Een belangrijk voordeel van afleidinrichting 101 ten opzichte van afleidinrichting 1 is gelegen in 15 het feit dat elektromotor 120 en de daarbij behorende haakse overbrenging 121 star is verbonden met gestel 128 en dus niet meezwenkt met afleidarm 109.
Figuren 7 en 8 tonen een afleidinrichting 201 respectievelijk in passieve positie en in actieve positie die net als 20 afleidinrichting 101 vele overeenkomsten vertoont met afleidinrichting 1 die voorgaand gedetailleerd is omschreven, waardoor een gedetailleerde omschrijving van afleidinrichting 201 hier achterwege kan blijven en de volgende beschrijving zich met name richt op de verschillen met afleidinrichting 1 en met afleidinrichting 101. Voor overeenkomstige of 25 althans vergelijkbare onderdelen worden voor afleidinrichting 201 dezelfde verwijzingscijfers gehanteerd als bij afleidinrichting 1, echter vermeerderd met 200.
Afleidinrichting 201 onderscheidt zich van afleidinrichtingen 1 en 101 door de wijze waarop afleidband 217 in 30 aandrijfrichting 218 wordt aangedreven. Hiertoe is elektromotor 220 voorzien die, net als elektromotor 120 van afleidinrichting 101, vast is 1028536 _ _ 13 verbonden met gestel 228 van afleideenheid 208. Elektromotor 220 drijft via haakse overbrenging 221 met een verticale uitgaande as pulley 261 aan. Om pulley 261 is een eindloze overbrengingsriem 262 geslagen die eveneens is geslagen om pulley 263. De hartlijn van pulley 263 vormt de 5 zwenkas 227 voor de zwenkende beweging van aandrijfarm 209. Mede hierdoor nemen pulley's 261 en 263 alsmede overbrengingsriem 262 tijdens zwenking van aandrijfarm 209 ruimtelijk gezien een vaste positie in.
Afleidarm 209 is voorzien van een schuifelement 241 met geleidingsschoenen zowel aan de bovenzijde als aan de onderzijde van 10 afleidarm 209 waarvan slechts de bovenste geleidingsschoenen 226 gedeeltelijk zichtbaar zijn in de figuren 7 en 8. Aan de bovenzijde is schuifelement 241 voorzien van een drietal om verticale rotatieassen roteerbare pulley's 264, 265, 266, waarvan de middelste pulley 265 in lijn is gelegen met pulley 263 en slechts gezamenlijk daarmee roteerbaar 15 is. Schuifelement 241 is zwenkbaar om zwenkas 227, terwijl de geleidingsschoenen 226 van de afleidarm 209 het mogelijk maken dat het resterend deel van afleidarm 209, meer specifiek het frame 210 daarvan, in de lengterichting van afleidarm 9 verschuift ten opzichte van het schuifelement 241 vanwege de samenwerking tussen geleidingsschoenen 226 20 en een bovenste geleiderails 225 en een niet nader getoonde onderste geleiderail volstrekt vergelijkbaar met de geleiderails zoals toegepast in afleidarm 9 van afleidinrichting 1. Afleidarm 209 is verder aan de bovenzijde voorzien van pulley's 267 en 268 die roteerbaar om verticale assen zijn verbonden met frame 210 van afleidarm 209. Pulley 268 is 25 daarbij star verbonden met omlooprol 213 waardoor pulley 268 en aandrijfrol 213 slechts gezamenlijk roteerbaar zijn om hun gemeenschappelijke hartlijn. Afleidarm 209 is tenslotte verder voorzien van een overbrengingsriem 269 die is geslagen om de respectievelijke pulley's 268, 267, 264, 265 en 266. Bekrachtiging van elektromotor 220 in 30 de geschikte richting zal ertoe leiden dat via overbrengingsriemen 262 en 269 afleidband 217 in aandrijfrichting 218 wordt aangedreven ongeacht 1028536 14 de zwenkstand waar afleidarm 209 zich in bevindt. De zwenking van de afleidarm 209 vindt overigens plaats op een wijze die volstrekt vergelijkbaar is met de wijze waarop de afl ei darmen 109 en 9 in respectievelijke afleidinrichtingen 101 en 1 wordt toegepast, namelijk 5 onder andere middels bedieningsarm 230, drijfstang 235 en elektromotor 238.
Figuren 9, 10a, 10b, 10c en figuren 11, 12a, 12b, 12c tonen respectievelijk in een passieve positie en een actieve positie afleidinrichting 301 volgens een vierde voorkeursuitvoeringsvorm van een 10 inrichting volgens de uitvinding. Afleidinrichting 301 vertoont grote overeenkomsten met afleidinrichting 201 en derhalve zullen voor overeenkomstige of althans vergelijkbare onderdelen van afleidinrichting 301 dezelfde verwijzingscijfers worden gehanteerd als voor afleidinrichting 201, echter vermeerderd met 100. Voor zover 15 bepaalde verwijzingscijfers in de beschrijving van afleidinrichting 201 zouden ontbreken, worden voor dezelfde of althans vergelijkbare onderdelen van afleidinrichting 301 als in afleidinrichting 1 dezelfde verwijzingscijfers gebruikt, echter vermeerderd met 300.
Afleidband 317 wordt met behulp van pulley's 361, 363, 365, 20 366 (niet zichtbaar), 368, 367 en 364 op een volstrekt vergelijkbare wijze aangedreven als bij afleidinrichting 202. Voor de aandrijving van pulley 361 en daarmee van uiteindelijk afleidband 317 is een elektromotor 381 voorzien aan de onderzijde van gestel 328. Elektromotor 381 is gecombineerd met een overbrenging 382 met aan de 25 bovenzijde een verticale uitgaande as 383 waarop pulley 384 is gemonteerd. Om pulley 384 is een overbrengingsriem 386 geslagen die tevens is geslagen om pulley 385 die zich onder gestel 328 in lijn met pulley 361 bevindt en via een gemeenschappelijk aslichaam uitsluitend gezamenlijk met pulley 361 roteerbaar is. Bekrachtiging van elektromotor 30 381 zal er aldus toe leiden dat de afleidband 317 wordt aangedreven.
Ten behoeve van het zwenken van afleidarm 309 is een 1028536_ 15 bedieningsarm 330 voorzien die roteerbaar is ten opzichte van gestel 328 om verticale rotatieas 332 en aan een tegenover gelegen uiteinde roteerbaar om verticale rotatieas 331 is verbonden met frame 310 van afleidarm 309. Voor het doen zwenken van bedieningsarm 330 om 5 zwenkas 332, en het daardoor in tegengestelde richting doen zwenken van afleidarm 309 om zwenkas 327 die samenvalt met de hartlijnen van pulley 365 en 363, tijdens welke zwenking gelijktijdig het frame 330 in zijn lengterichting verschuift ten opzichte van schuifelement 341 is een kruk-drijfstangmechanisme met drijfstang 335 en kruk 336 voorzien. De 10 koppeling tussen de uitgaande as 383 en kruk 336 komt tot stand via overbrenging 387. Overbrenging 387 is van het koppel- remtype (clutch-brake) zoals deze de vakman bekend is. Aldus kan de werkzaamheid van overbrenging 387 als het ware door niet nader getoonde besturingsmiddelen worden ingeschakeld en uitgeschakeld, waarbij een ingeschakelde toestand 15 bij bekrachtigde motor 381 zwenking van afleidarm 309 zal plaatsvinden, terwijl bij uitgeschakelde toestand van overbrenging 387 geen zwenking van afleidarm 309 zal plaatsvinden.
In bedrijf is het mogelijk dat elektromotor 381 continu wordt bekrachtigd en dat dus derhalve afleidband 317 continu wordt 20 aangedreven, terwijl door het in- en uitschakelen van overbrenging 387 tijdelijk de zwenkende beweging van afleidarm 309 kan worden uitgevoerd indien een product op transporteur 302 zijdelings dient te worden afgevoerd. Alternatief is het ook mogelijk dat aandrijfmotor 381 slechts wordt bekrachtigd zodra het besturingssysteem een signaal daarvoor geeft 25 in verband met een product dat ter plaatse van afleideenheid 308 dient te worden afgeleid waarbij het op zich niet noodzakelijk is dat overbrenging 387 van het type is dat in- en uitschakel baar is. In het laatste geval zou zwenking van afleidarm 309 en aandrijving van afleidband 317 onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Belangrijk 30 voordeel van de afleidinrichting 301 ten opzichte van de eerder besproken afleidinrichtingen 1, 101, 201 is dat met slechts één gemeenschappelijke 1028536 16 elektromotor kan worden volstaan voor zowel het zwenken van afleidarm 309 als het aandrijven van afleidband 317.
5 ! j j 1028536

Claims (14)

1. Inrichting voor het selectief zijwaarts vaii een zich in een transportrichting verplaatsend dragend transportvlak van een transporteur 5 af geleiden van producten omvattende, een gestel, een langwerpig afleidorgaan met een stroomopwaarts uiteinde, een stroomafwaarts uiteinde en tussen deze uiteinden een afleidvlak, zwenkmiddelen voor het om een verticale, zich aan een zijkant van het transportvlak uitstrekkende, zwenkas heen en weer zwenken van het afleidorgaan tussen een passieve 10 positie waarbij het afleidorgaan zich naast het transportvlak uitstrekt voor het vrijelijk laten passeren van producten op het transportvlak en een actieve positie waarbij het afleidorgaan zich tenminste ten dele boven het transportvlak uitstrekt voor het zijwaarts van het transportvlak af geleiden van producten op het transportvlak, 15 aandrijfmiddelen voor het tenminste in de actieve positie aandrijven van het afleidvlak ten opzichte van een resterend deel van het afleidorgaan, met het kenmerk, dat de zwenkmiddelen zijn ingericht om tijdens het zwenken van het afleidorgaan van de passieve positie naar de actieve positie en weer terug, het afleidorgaan tevens te doen transleren.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de zwenkmiddelen zijn ingericht om tijdens het zwenken van het afleidorgaan van de passieve positie naar de actieve positie en weer terug, het stroomopwaartse uiteinde respectievelijk naar de zwenkas toe en van de zwenkas af te verplaatsen.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de zwenkmiddelen een bedieningsarm omvatten die enerzijds tussen het stroomopwaartse uiteinde en het stroomafwaartse uiteinde, bij voorkeur tussen de zwenkas en het stroomafwaartse uiteinde, aangrijpt op het afleidorgaan en anderzijds op het gestel.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat de zwenkmiddelen geleidingsmiddelen omvatten voor het verschuifbaar 1028536 geleiden van het afleidorgaan tijdens het zwenken van het afleidorgaan tussen de passieve positie en de actieve positie.
5. Inrichting volgens conclusie 1, 2, 3 of 4, met het kenmerk, dat de zwenkas een vaste positie inneemt ten opzichte van het gestel.
6. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen een om een verticale rotatie-as roteerbaar overbrengorgaan omvatten dat samenvalt met de zwenkas.
7. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aandrijfmiddelen een motor omvatten die vast is 10 verbonden met het gestel.
8. Inrichting volgens één van de conclusies 1 tot en met 6, met het kenmerk, dat de aandri jfmiddelen een motor omvatten die vast is verbonden met het afleidorgaan.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de 15 motor van het buis-motortype is.
10. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de zwenkmiddelen en de aandrijfmiddelen een gemeenschappelijke motor omvatten.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de 20 zwenkmiddelen een in- en uitschakel bare overbrenging omvatten.
12. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het afleidvlak wordt gevormd door een verticaal georiënteerde afleidband die om tenminste twee om respectievelijke verticale rotatie-assen roteerbare omlooporganen is geslagen.
13. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het afleidvlak in de actieve positie zich over tenminste 80% van de afmetingen van het transportvlak loodrecht op de transportrichting uitstrekt.
14 Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het 30 afleidvlak in de actieve positie zich over de volledige afmetingen van het transportvlak loodrecht op de transportrichting uitstrekt. 1028536
NL1028536A 2005-03-14 2005-03-14 Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten. NL1028536C2 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1028536A NL1028536C2 (nl) 2005-03-14 2005-03-14 Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten.
DE602006009721T DE602006009721D1 (de) 2005-03-14 2006-03-07 Vorrichtung zum gezielten Ablenken von auf einem Förderer transportierten Produkten
EP06075536A EP1702870B1 (en) 2005-03-14 2006-03-07 Device for selectively diverting products sideways from a conveyor
AT06075536T ATE445561T1 (de) 2005-03-14 2006-03-07 Vorrichtung zum gezielten ablenken von auf einem förderer transportierten produkten
US11/374,054 US7819233B2 (en) 2005-03-14 2006-03-14 Device for diverting products sideways from a conveyor
US12/880,899 US8132661B2 (en) 2005-03-14 2010-09-13 Device for diverting products sideways from a conveyor

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1028536A NL1028536C2 (nl) 2005-03-14 2005-03-14 Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten.
NL1028536 2005-03-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1028536C2 true NL1028536C2 (nl) 2006-09-18

Family

ID=35355926

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1028536A NL1028536C2 (nl) 2005-03-14 2005-03-14 Inrichting voor het zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1028536C2 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1729671A (en) * 1927-07-21 1929-10-01 Bell-Irving Robert Load-deflecting device for conveyers
US1909481A (en) * 1930-02-07 1933-05-16 Lamson Co Deflector mechanism
US3104755A (en) * 1960-06-27 1963-09-24 T W & C B Sheridan Co Deflector device for conveyors and the like
DE1910355A1 (de) * 1968-03-08 1969-10-09 Automatisme Cie Gle Vorrichtung zum Auswerfen von Gegenstaenden mittels Schraegleiste
US5217104A (en) * 1990-12-21 1993-06-08 Fabrication Industrielle de Material pour les Entreprises Device for deviating objects traveling on a conveyor

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1729671A (en) * 1927-07-21 1929-10-01 Bell-Irving Robert Load-deflecting device for conveyers
US1909481A (en) * 1930-02-07 1933-05-16 Lamson Co Deflector mechanism
US3104755A (en) * 1960-06-27 1963-09-24 T W & C B Sheridan Co Deflector device for conveyors and the like
DE1910355A1 (de) * 1968-03-08 1969-10-09 Automatisme Cie Gle Vorrichtung zum Auswerfen von Gegenstaenden mittels Schraegleiste
US5217104A (en) * 1990-12-21 1993-06-08 Fabrication Industrielle de Material pour les Entreprises Device for deviating objects traveling on a conveyor

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8132661B2 (en) Device for diverting products sideways from a conveyor
NL1033313C2 (nl) Sorteerinrichting met name voor bagagestukken.
NL1034940C2 (nl) Sorteerinrichting.
NL2004675C2 (nl) Inrichting voor het sorteren van producten.
NL1035783C2 (nl) Buffertransporteur voor het transporteren en bufferen van producten.
US8016101B2 (en) Belt junction conveyor
NL1014063C2 (nl) Inrichting voor het bij behoud van voorwaartse transportsnelheid herpositioneren van producten.
US6619464B2 (en) Vertical diverter assembly
NL2007508C2 (nl) Sorteerinrichting voor het sorteren van producten.
NL9500161A (nl) Transportinrichting.
NL194040C (nl) Transporteur voor het selectief zijdelings afleiden van transportgoederen.
NL9400067A (nl) Inrichting voor het sorteren en bundelen van bloemen.
NL1027879C2 (nl) Inrichting voor het selectief zijwaarts van een transporteur af geleiden van producten.
JP2009528226A (ja) コンテナ詰め込み装置
NL1018838C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het hanteren van retourneerbare flessen.
NL1028929C2 (nl) Sorteerinrichting.
EP1584588A1 (fr) Dispositif de convoyage à courroie vrillée deux fois et à poulie de tension flottante
NL9002061A (nl) Wisselinrichting.
NL1014519C2 (nl) Installatie voor het snijden en verpakken van brood.
JP2010132438A (ja) ローラコンベヤ装置及びこれを備えた物品仕分装置
NL2028810B1 (nl) Sorteerinrichting en werkwijze voor het sorteren van producten
JP4121065B2 (ja) 搬送物反転装置および読取装置
NL1009162C1 (nl) Sorteermachine voor het naar grootte sorteren van bol- en knolgewassen.
JP4580572B2 (ja) 搬送装置
JP2002321819A (ja) 物品仕分け装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20121001