NL1032437C2 - Systeemwand. - Google Patents
Systeemwand. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1032437C2 NL1032437C2 NL1032437A NL1032437A NL1032437C2 NL 1032437 C2 NL1032437 C2 NL 1032437C2 NL 1032437 A NL1032437 A NL 1032437A NL 1032437 A NL1032437 A NL 1032437A NL 1032437 C2 NL1032437 C2 NL 1032437C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- system wall
- wall
- panels
- profile
- gutter
- Prior art date
Links
- 239000000969 carrier Substances 0.000 claims description 24
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 23
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 claims description 23
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 claims description 23
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 claims description 16
- 239000010959 steel Substances 0.000 claims description 16
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 claims description 15
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 15
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 12
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 12
- 239000003973 paint Substances 0.000 claims description 8
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 4
- 229910052602 gypsum Inorganic materials 0.000 claims description 3
- 239000010440 gypsum Substances 0.000 claims description 3
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 claims description 2
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 2
- 239000001913 cellulose Substances 0.000 claims description 2
- 229920002678 cellulose Polymers 0.000 claims description 2
- 239000011491 glass wool Substances 0.000 claims description 2
- 239000011505 plaster Substances 0.000 claims description 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 9
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 9
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 9
- 239000000428 dust Substances 0.000 description 8
- IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N Atomic nitrogen Chemical compound N#N IJGRMHOSHXDMSA-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 241000894006 Bacteria Species 0.000 description 2
- 238000009825 accumulation Methods 0.000 description 1
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000000151 deposition Methods 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 239000011490 mineral wool Substances 0.000 description 1
- 229910052757 nitrogen Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 1
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000002244 precipitate Substances 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/74—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge
- E04B2/7407—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge assembled using frames with infill panels or coverings only; made-up of panels and a support structure incorporating posts
- E04B2/7453—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge assembled using frames with infill panels or coverings only; made-up of panels and a support structure incorporating posts with panels and support posts, extending from floor to ceiling
- E04B2/7457—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge assembled using frames with infill panels or coverings only; made-up of panels and a support structure incorporating posts with panels and support posts, extending from floor to ceiling with wallboards attached to the outer faces of the posts, parallel to the partition
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/74—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge
- E04B2/82—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge characterised by the manner in which edges are connected to the building; Means therefor; Special details of easily-removable partitions as far as related to the connection with other parts of the building
- E04B2/825—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge characterised by the manner in which edges are connected to the building; Means therefor; Special details of easily-removable partitions as far as related to the connection with other parts of the building the connection between the floor and the ceiling being achieved without any restraining forces acting in the plane of the partition
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/74—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge
- E04B2002/7461—Details of connection of sheet panels to frame or posts
- E04B2002/7462—Details of connection of sheet panels to frame or posts using resilient connectors, e.g. clips
- E04B2002/7464—Details of connection of sheet panels to frame or posts using resilient connectors, e.g. clips clasping a flange of a profile
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/74—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge
- E04B2002/7488—Details of wiring
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B2/00—Walls, e.g. partitions, for buildings; Wall construction with regard to insulation; Connections specially adapted to walls
- E04B2/74—Removable non-load-bearing partitions; Partitions with a free upper edge
- E04B2002/7498—Partitions for clean rooms
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Building Environments (AREA)
- Duct Arrangements (AREA)
- Finishing Walls (AREA)
Description
\
Systeemwand
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een systeemwand met verticaal opgestelde panelen.
5 Dergelijke systeemwanden zijn geschikt om bij voorbeeld een kantoorpand op te delen in meerdere kamers. De panelen worden daarbij in stijlen geplaatst die zich uitstrekken tussen de vloer en het systeemplafond, waarbij de panelen aan de bovenzijde en dè onderzijde enkele centi-10 meters van de vloer en het plafond staan. Kabels voor de verlichting worden tussen de panelen door omhoog geleid om boven het systeemplafond te worden aangesloten in reeds aangebrachte aansluitingen.
Bij inbouw van de voornoemde systeemwand in een 15 ziekenhuis met een vast plafond kunnen de elektriciteitsdraden niet eenvoudig achter het plafond en de panelen worden afgewerkt. Derhalve dienen leidinggoten tegen de wand te worden geplaatst. Stof kan dan ophopen op de goot en op de bovenrand van de panelen, hetgeen ongewenst is in 20 een ziekenhuis. Voorts bestaat de behoefte om afvoerlei-dingen tussen de panelen tot aan de vloer te voeren, en om de dikte van de wand eenvoudig te variëren.
Een doel van de uitvinding is een systeemwand te verschaffen die stof minder de mogelijkheid geeft daarop 1 0 3 2 4 3 7 2 neer te slaan.
Een doel van de uitvinding is een systeemwand te verschaffen waarin leidingen tot aan de vloer kunnen worden ingebouwd.
5 Een doel van de uitvinding is een systeemwand te verschaffen waarvan de dikte eenvoudig is te variëren.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
10
De uitvinding verschaft, vanuit een aspect, een systeemwand omvattend verticaal opgestelde wandpanelen en een kanaal met een langgerekte opneemopening voor opname van een leidinggoot vanaf een buitenzijde van de systeem-15 wand. De leidinggoot kan worden opgenomen in het kanaal, waardoor de goot grotendeels kan worden afgeschermd tegen neerdalend stof. De mate van stofophoping op de wand kan derhalve worden beperkt.
De leidinggoot kan worden gebruikt voor de door-2 0 voer van kabels naar het plafond of de vloer indien het kanaal zich in hoofdzaak verticaal uitstrekt.
Alternatief of daarbij kan de leidinggoot worden gebruikt voor doorvoer van kabels naar een muur, of voor het aansluiten van lichtschakelaars, indien het kanaal zich 25 in hoofdzaak horizontaal uitstrekt, bij voorkeur op hand-hoogte.
In een eerste ontwikkeling omvat de systeemwand een tussenpaneel tussen de wandpanelen, waarbij het tussen-paneel is voorzien van het kanaal. De wandpanelen kunnen 30 dan standaard panelen zijn, waarbij een tussenpaneel kan worden geplaatst op of in de gedeelten van de systeemwand waar een leidinggoot gewenst is.
Bij voorkeur omvat het tussenpaneel een zich langs het kanaal uitstrekkend voorvlak. Dit voorvlak kan 35 dan worden gebruik voor het daarop laten rusten van een plaatsingrand van de leidinggoot. Daartoe kan het voorvlak zich evenwijdig uitstrekken aan de wandpanelen.
3
Eventuele scherpe delen van de plaatsingsrand van de leidinggoot kunnen worden afgeschermd indien het voorvlak van het tussenpaneel is teruggelegen van een voorvlak van de wandpanelen voor een verzonken ligging van een 5 plaatsingsrand van de leidinggoot in een inzetrichting van de leidinggoot.
De leidinggoot kan stabiel in het kanaal worden gehouden indien het voorvlak zich uitstrekt aan weerszijden van het kanaal.
10 Bij voorkeur omvat de systeemwand verticaal opgestelde eerste dragers of houders voor de wandpanelen en/of het tussenpaneel, waarbij deze panelen en de eerste dragers of houders zijn voorzien van eerste insteekbevesti-gingsmiddelen voor bevestiging van de panelen aan de eerste 15 dragers of houders. De wand kan dan in delen worden opgebouwd, waarbij eerst de eerste dragers of houders worden geplaatst en vervolgens de panelen worden geïnstalleerd.
Bij voorkeur zijn de eerste insteekbevestigings-middelen voorzien van borgmiddelen voor het borgen van de 20 insteekbevestiging, bij voorkeur door middel van klikken.
De eerste insteekverbindingsmiddelen kunnen meerdere panelen onderling gepositioneerd houden indien de eerste insteekverbindingsmiddelen zijn gelegen aan elkaar ontmoetende zijranden van de wandpanelen en het tussen-25 paneel.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm is het tussenpaneel is opgebouwd met een wandprofiel, bij voorkeur met een plaatwandprofiel, waarbij het wandprofiel het kanaal, het voorvlak en bij voorkeur ten minste een gedeelte van de 30 eerste insteekbevestigingsmiddelen bepaalt.
Het buitenoppervlak van de systeemwand kan duurzaam bestand blijven tegen voorwerpen die tegen de wand botsen indien het profiel althans gedeeltelijk is vervaardigd van zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 35 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag. Het metaal kan bovendien een goede afscherming vormen tegen bacteriën.
Bij voorkeur is het wandprofiel als een geheel 4 gevormd.
De geluidsisolerende eigenschappen van de systeemwand kunnen worden verbeterd indien het tussenpaneel een laag cellülosehoudend, gipshoudend of glaswolhoudend 5 materiaal omvat die achter het voorvlak van het profiel is opgesteld.
In een verdere ontwikkeling omvat de systeemwand voorts een leidinggoot die is opgenomen in het kanaal.
Bij voorkeur omvat de leidinggoot een gootdeel, 10 en een zich langs het gootdeel uitstrekkende plaatsingsrand voor plaatsing tegen een voorvlak van het tussenpaneel. Door middel van de plaatsingsrand kan de leidinggoot evenwijdig aan de systeemwand worden gepositioneerd bij het plaatsen in het kanaal.
15 De systeemwand kan aan de buitenzijde vlak afge werkt zijn indien de plaatsingsrand en een voorvlak van de wandpanelen door een teruggelegen ligging van het tussen-wandpaneel in hoofdzaak in hetzelfde vlak gelegen zijn.
Ten behoeve van een stabiele plaatsing in het 20 kanaal kan de leidinggoot een plaatsingsrand omvatten aan weerszijden van het gootdeel.
De leidinggoot kan voor een fraaie afwerking in aansluiting met een wandpaneel worden gebracht indien de plaatsingsrand zich over het tussenpaneel uitstrekt tot aan 25 een aangrenzend wandpaneel.
Bij voorkeur omvat de leidinggoot een afneembaar deksel voor bevestiging van apparaataansluitingen op de leidinggoot, waarbij het deksel en de plaatsingsrand aan de buitenzijde bij voorkeur in hetzelfde vlak gelegen zijn. 30 Door de ligging in hetzelfde vlak kan het deksel worden afgeschermd tegen neerdalend stof.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm is de leidinggoot opgebouwd met een gootprofiel, bij voorkeur een plaat-gootprofiel, waarbij het gootprofiel het gootdeel en de 35 plaatsingsrand bepaalt.
Bij voorkeur is het gootprofiel althans gedeeltelijk vervaardigd van aluminium of zincor staal of roestvast 5 staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
De uitvinding verschaft voorts, volgens een verder aspect, een systeemwand, in het bijzonder zoals 5 voornoemd, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die met een bovenrand vrij zijn van een plafond, en een afwerk-profiel voor de bovenrand dat zich in hoofdzaak uitstrekt tot aan het plafond. Het afwerkprofiel kan de bovenrand afschermen tegen neerdalend stof, waardoor de hygiëne in 10 een kamer met de wand kan worden bevorderd.
De bovenrand kan in het bijzonder worden af geschermd indien afwerkprofiel zich uitstrekt over een voor-vlakgedeelte langs de bovenzijde van de panelen. Het af-werkprofiel kan dan bovendien goed aanliggen tegen de 15 panelen.
Bij voorkeur omvat het afwerkprofiel een hoekpro-fiel met een neerhangend eerste gedeelte dat zich evenwij-dig uitstrekt aan de systeemwand, en een dwars op het eerste gedeelte gericht tweede gedeelte dat zich uitstrekt 20 langs het plafond.
Het afwerkprofiel kan na de installatie van de panelen worden aangebracht indien een horizontaal langs het plafond opgestelde tweede drager voor bevestiging van de panelen aan het plafond, waarbij het afwerkprofiel en de 25 tweede dragers zijn voorzien van tweede insteekbevesti-gingsmiddelen voor bevestiging van het afwerkprofiel aan de tweede drager.
Bij voorkeur zijn de tweede insteekbevestigings-middelen voorzien van borgmiddelen voor het borgen van de 30 insteekbevestiging, bij voorkeur door middel van klikken.
De tweede drager kan aan het zicht zijn ontrokken indien de tweede drager is teruggelegen van een voorvlak van de wandpanelen.
Bij voorkeur is het afwerkprofiel althans 35 gedeeltelijk vervaardigd van zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
6
De uitvinding verschaft voorts, volgens een verder aspect, een systeemwand, in het bijzonder zoals voornoemd, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die tegenover elkaar zijn geplaatst en die met een onderrand 5 vrij zijn van een vloer, en een stelplintconstructie tussen de vloer en de tegenover elkaar geplaatste wandpanelen, waarbij de stelplintconstructie is voorzien van achter de onderranden opgestelde plinten, over de plinten reikende derde dragers die tegen de onderranden zijn gelegen, een 10 tussen de plinten opgestelde stelvoet met een vierde drager voor het dragen van de derde dragers, en derde bevestigingsmiddelen aan de derde drager en de vierde dragers voor het apart bevestigen van de vierde dragers aan de derde drager. Doordat de vierde dragers apart bevestigbaar zijn 15 aan de derde drager, kan de derde drager worden gekozen aan de hand van de gewenste tussenafstand tussen de panelen. De dikte van de systeemwand kan dan eenvoudig worden aangepast .
De uitvinding verschaft voorts, vanuit een verder 20 aspect, een systeemwand, in het bijzonder zoals voornoemd, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die tegenover elkaar zijn geplaatst en die met een onderrand vrij zijn van een vloer, en een stelplintconstructie tussen de vloer en de tegenover elkaar geplaatste panelen, waarbij de 25 stelplintconstructie is voorzien van achter de onderranden opgestelde plinten, over de plinten reikende derde dragers die tegen de onderranden zijn gelegen, en van meerdere tussen de plinten opgestelde stelvoeten voor het dragen van de derde dragers, waarbij de stelvoeten in horizontale 30 richting op afstand van elkaar zijn opgesteld. De ruimte tussen de op afstand opgestelde stelvoeten kan worden gebruikt voor de doorvoer van leidingen naar de vloer.
De derde drager kan zich uitstrekken over een groot gedeelte van de onderrand van een wandpaneel indien 35 de derde drager een zich horizontaal uitstrekkend draagpro-fiel omvat dat over een gedeelte van een plint reikt.
Bij voorkeur omvatten de derde bevestigingsmidde- 7 len een schroefverbinding.
Alternatief of daarbij omvatten de derde bevestigingsmiddelen een verticale insteekrand aan de derde dragers en een insteekopening voor de insteekrand aan de 5 vierde drager. De draagprofielen kunnen met de vierde drager en daarmee met de stelvoet worden verbonden door deze na het opstellen van de stelvoet met de insteekrand in de insteekopening te steken. De stelplintconstructie kan daardoor snel worden opgebouwd.
10 Het buitenoppervlak van de plinten kan duurzaam bestand blijven tegen voorwerpen die tegen de wand botsen indien de plinten zijn opgebouwd met een metaalplaat die een voorvlak van de plinten bepaalt.
De plinten kunnen goed bestand zijn tegen vocht 15 op de vloer indien de metaalplaat tevens een naar de vloer gekeerd ondervlak van de plinten bepaalt.
Bij voorkeur is de metaalplaat vervaardigd met zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
2 0 Ter verbetering van de geluidsisolatie kan de systeemwand een laag gips of cellulosehoudend materiaal achter de metaalplaat omvatten.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een tussenpaneel kennelijk bestemd en geschikt voor de systeem-25 wand volgens de uitvinding.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een afwerkprofiel kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens de uitvinding.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een 30 leidinggoot kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens de uitvinding.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een stelvoet met vierde drager kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens de uitvinding.
35 De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar δ mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich 5 zijn beschreven in de volgconclusies.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
10 De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in:
Figuur 1 een aanzicht in perspectief van een ziekenhuiskamer die van een volgende kamer is gescheiden 15 door middel van een systeemwand volgens de uitvinding; figuur 2 een horizontale dwarsdoorsnede van een tussenpaneel van de systeemwand volgens lijnen II-II in figuur 1; figuur 3 een verticale langsdoorsnede van een 20 afwerkconstructie aan de bovenzijde van de systeemwand volgens de lijnen III-III in figuur 1; figuur 4 een verticale dwarsdoorsnede van een stelplintconstructie van de systeemwand volgens lijnen IV-IV in figuur 1; en 25 figuur 5 een verticale dwarsdoorsnede van een alternatieve stelplintconstructie van de systeemwand volgens de uitvinding.
30 GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De ziekenhuiskamer 1 volgens figuur 1 is bepaald door een vloer 5, een buitenmuur 2 met een raam 3, een plafond 6 en een systeemwand 10 volgens de uitvinding. De 35 systeemwand 10 is opgebouwd met verticale wandpanelen 11 en verticale tussenpanelen 12 (in figuur 1 slechts één tussenpaneel 12 binnen de figuur) , die evenwijdig aan elkaar en 9 aan weerszijden van de systeemwand 10 recht tegenover elkaar zijn opgesteld. De tussenpanelen 12 zijn tussen de wandpanelen 11 geplaatst, en zijn enkele millimeters teruggelegen ten opzichte van de wandpanelen 11. De systeemwand 5 10 bezit een verticaal symmetrievlak. Tegen de wandpanelen 11 zijn een toiletpot 50 en een wasbak 60 bevestigd, waarvan de afvoerleidingen 51, 61 zijn weggewerkt achter de wandpanelen 11.
Tegen en gedeeltelijk in het tussenpaneel 12 is 10 van buitenaf een verticale leidinggoot 102 geplaatst die aansluit op een vergelijkbare op handhoogte geplaatste, horizontale leidinggoot 103 en op een hogere doorgaande horizontale leidinggoot 101. De doorgaande leidinggoot 101 eindigt bij een koof 4 tegen de buitenmuur 2. Door de koof 15 4 en de goten 101, 102, 103, zijn leidingen gevoerd die zijn afgewerkt bij een stopcontact 120 en een aansluiting 121 voor perslucht, vacuüm, zuurstof en stikstof zoals op zich gebruikelijk in een ziekenhuis.
Het tussenpaneel 12 met de verticale leidinggoot 2 0 102, en de aangrenzende gedeelten van de wandpanelen 11 zijn in dwarsdoorsnede getoond in figuur 2. De constructie van de tussenpanelen achter de horizontale leidinggoten 101, 103 is vergelijkbaar of hetzelfde. Het tussenpaneel 12 is vervaardigd van een plaat in kleur gespoten (zincor) 25 staal of alternatief roestvast staal en omvat een achterwand 17 en twee dwars daarop staande binnenwanden 16 die een langgerekt inlegkanaal vormen, twee evenwijdige, naar buiten staande wandplaatdelen 15 die in horizontale richting teruggelegen zijn van het voorvlak van de wandpanelen 30 11, en twee zich in hoofdzaak evenwijdig aan de gootzijwan den 16 uitstrekkende bevestigingsranden 13 met terugstaande borgranden 14. Tussen de achterwanden 17 van de tegenover elkaar geplaatste tussenpanelen 11 is een antidreunlaag geplaatst om hinderlijke geluiden van onverhoopt tegen 35 elkaar tikkende achterwanden 17 tegen te gaan.
De verticale leidinggoot 102 bezit dezelfde opbouw als de horizontale leidinggoten 101, 103. De verti- 10 cale leidinggoot 102 is eveneens vervaardigd van een plaat in kleur gespoten (zincor) staal of alternatief roestvast staal en omvat een bodemwand 105 en twee dwars daarop staande zijwanden 104 die aan de uiteinden zijn voorzien 5 van dwars daarop gerichte aanslagwanden 106 die aanliggen tegen de wandplaatdelen 15. De dikte van de aanslagwanden 106 is in hoofdzaak gelijk aan de teruggelegen ligging van de wandplaatdelen 15, waardoor het voorvlak van de wandpa-nelen 11 en van de aanslagwanden 106 in hetzelfde verticale 10 vlak gelegen zijn. De aanslagwanden 106 strekken zich uit tot aan de wandpanelen 11. De verticale leidinggoot 102 ligt met de zijwanden 104 en de bodemwand 105 enkele millimeters vrij van de binnenwanden 16 en de achterwand 17 van het tussenpaneel 12.
15 De verticale leidinggoot 102 is afgedekt met een langwerpige metalen deksel 107 waaraan aansluitingen kunnen worden bevestigd, bijvoorbeeld het stopcontact 120 en de aansluitingen 121 zoals voomoemd. Het voorvlak van het deksel 107 en het voorvlak van de aanslagwanden 106 liggen 20 in hetzelfde vlak.
De wandpanelen 11 zijn in doorsnede weergegeven in figuren 2-5 en zijn opgebouwd met een in kleur gespoten (zincor) stalen of alternatief roestvast stalen wandplaat 30 met een bevestigingsrand 31 aan de verticale zijden die 25 aan het uiteinde is voorzien van een terugstaande borgrand 32, een bovenrand 38 aan de horizontale bovenzijde die aan het uiteinde is voorzien van een terugstaande eindrand 39, en een onderrand 34 aan de onderzijde. Achter de wandplaat 30 omvat elk wandpaneel 11 een gipsplaat 33 die zich uit-3 0 strekt over in hoofdzaak de lengte en breedte van het wandpaneel 11 tot op korte afstand van de voornoemde randen 31, 34, 38 die de gipsplaat 33 omsluiten.
De bevestigingsranden 31, 13 van het wandpaneel 11 respectievelijk het tussenpaneel 12 zijn bij het opbou-35 wen van de systeemwand 10 naast en tegen elkaar bevestigd aan een tussenstijl 130, waardoor de tegenover elkaar opgestelde wandpanelen 11 en tussenpanelen 12 op vaste 11 afstand van elkaar worden gehouden. De tussenstijl 130 is opgebouwd met een middenlat 131, twee tegen de middenlat 131 bevestigde zijlatten 135, en meerdere tegen de zijlatten 135 bevestigde metalen klembeugels 132 die in verticale 5 richting op afstand van elkaar gelegen zijn. De klembeugels 132 omvatten schuin naar elkaar toe gerichte klemstukken 133 met aan de uiteinden invoerstukken 134. De terugstaande borgranden 14, 32 zijn bij het plaatsen van de panelen 11, 12 in richting A achter de schuine klemstukken 134 vastge- 10 klikt, en steken net zo diep in de klembeugels 130. Achter de wandpanelen 11 en het tussenpaneel 12 is tussen de tussenstijlen 130 een laag steenwol 40 opgenomen.
Figuur 3 toont de afwerkconstructie 70 aan de bovenzijde van de systeemwand 10. De afwerkconstructie 70 15 omvat een verticaal langs het plafond 6 uitstrekkende gipskartonstrook 71 die aan de voorzijde en de bovenzijde is afgeschermd met een in kleur gespoten (zincor) stalen of alternatief roestvast stalen plaat 72. De plaat 72 omvat een teruggezette bovenrand 73 die over de gipskartonstrook 20 71 gelegen is. De plaat 72 is in horizontale richting enkele centimeters verdiept gelegen ten opzichte van de wandplaat 30 van de wandpanelen 11. Aan het uiteinde van de bovenrand 73 omvat de voorplaat 72 een neerwaarts gerichte eindrand 74.
25 Aan de binnenzijde van de systeemwand 10 is een plafondbeugel 79, waarvan tegenover elkaar staande eindran-den 77 neerwaarts zijn gericht, tegen het plafond 6 bevestigd. De eindranden 74 en 77 steken in een eerste sleuf 76 respectievelijk tweede sleuf 78 van een reeks koppelbeugels 30 75. De koppelbeugels 75 zijn vervaardigd van een stalen strip en omvat een bodemdeel 85 en tegenover elkaar een eerste opstaande lip 84 en een tweede, kortere opstaande lip 86. De eerste en tweede sleuven 76, 78 strekken zich evenwijdig aan elkaar uit door het bodemdeel 85 en een 35 gelijk gedeelte van de opstaande lippen 84, 86. De koppelbeugels 75 zijn met schroeven 87 vastgezet aan het plafond 6.
12
De afwerkconstructie 70 aan de bovenzijde van de systeemwand 10 omvat voorts een afwerkprofiel 90 dat is vervaardigd van in kleur gespoten (zincor) staal of alternatief roestvast staal, en dat is opgebouwd met een verti-5 cale voorplaat 91 die langs de onderzijde enkele centimeters over de wandplaat 30 gelegen is, een bovenrand 92 die tegen het plafond 6 gelegen is, en een terugstaande, bolle eindrand 93 die bij de opbouw van de systeemwand 10 in richting B is opgenomen achter een reeks metalen klikbeu-10 gels 80 van de afwerkconstructie 70.
De klikbeugel 80 is bevestigd tegen de voorplaat 72 en omvat een bevestigingsstrook 81, een schuine tussen-strook 82 en een daarop schuin gerichte eindstrook 83 voor geleiding van de terugstaande eindrand 93 van het afwerk-15 profiel 90 tijdens het vastklikken. De voorplaat 91 wordt langs de onderzijde tegen de wandplaat 30 gehouden. Het afwerkprofiel 90 schermt de bovenrand 38 van het wandpaneel 11 af van neervallend stof. Door de afstand tussen de bovenrand 38 en het plafond 6 is er voldoende bewegings-20 vrijheid voor de wandpanelen 11 tijdens de opbouw van de systeemwand 10.
De stelplintconstructie 20 aan de onderzijde van de systeemwand 10 is in dwarsdoorsnede getoond in figuur 4. De stelplintconstructie 20 omvat een gipskartonstrook 25 25 die aan de voorzijde en de onderzijde is afgeschermd door een in kleur gespoten (zincor) stalen of alternatief roestvast stalen voorplaat 21 met een onderrand 22 en een opstaande bevestigingsrand 23. De gipskartonstrook 25 is tegen de voorplaat 21 gelijmd. Op de vloer 5 is een aantal 30 vloerbeugels 63 met opstaande bevestigingsranden 64 op afstand van elkaar geplaatst. De opstaande bevestigingsranden 23 van de voorplaat 21 en de opstaande bevestigingsranden 64 van de vloerbeugel 63 steken in de eerste sleuf 76 respectievelijk tweede sleuf 78 van een reeks koppelbeugels 35 75, die ook bij het plafond 6 zijn toegepast, om de sys teemwand 10 te bevestigen aan de vloer 5.
Over en langs de bovenzijde van de gipskarton- 13 strook 25 is een metalen U-profiel 53 geplaatst die aan de buitenzijde is voorzien van een schuin opstaande steunrand 54. Aan de binnenzijde is het U-profiel 53 voorzien van een horizontale bevestigingrand 55 die met een bout 57 is 5 bevestigd aan het uiteinde van een metalen koppelstrip 56. De tegenover elkaar geplaatste U-profielen zijn met meerdere op afstand van elkaar geplaatste koppelstrippen 56 met elkaar verbonden. Het vrije uiteinde van de steunrand 54 is in horizontale richting teruggelegen ten opzichte van het 10 voorvlak van de wandpanelen 11, waardoor deze aan het zicht onttrokken zijn.
De koppels trippen 56 zijn ondersteund door stel-klossen 59 die met een draadeinden 58 op afstand worden gehouden van de vloerbeugels 63. Door rotatie van het 15 draadeinden in richting C kunnen de stelklossen 59 en daarmee de koppelstrip 56 en de U-profielen 53 omhoog worden gebracht om de opstaande steunranden 54 over de gehele horizontale lengte tegen de onderranden 34 van de wandpanelen 11 te brengen en de wandpanelen 11 op de juiste 20 hoogte te stellen.
De tussenruimten tussen de op afstand van elkaar geplaatste stelklossen 59 en vloerbeugels 63 kunnen worden gebruikt voor de doorvoer van leidingen tussen de wandpanelen 11 naar de vloer 5, zoals de verticale afvoerbuis 51 25 die in figuur 5 met onderbroken lijnen schematisch is weergegeven. Ter plaatse van de afvoerbuis 51 kan een gedeelte van de daar niet gebruikte bevestigingrand 55 of vloerbeugel 63 zijn weggenomen of weggelaten.
De dikte van de systeemwand 10, en daarmee de 30 afstand tussen de wandpanelen 11 en tussenpanelen 12 kan worden aangepast door een langere of kortere koppelstrippen 56, vloerbeugels 6 en plafondbeugels 79 toe te passen, en door de breedte van de stijlen 130 dwars op de systeemwand 10 te variëren De omvang van de overige onderdelen is niet 35 afhankelijk van de dikte van de systeemwand 10.
Figuur 5 toont een alternatieve stelplintcon-structie 20' voor de systeemwand 10. De overeenkomstige on- 14 derdelen zijn voorzien van dezelfde verwijzingscijfers.
De stelplintconstructie 20' omvat een metalen U-profiel 53' die aan de binnenzijde is voorzien van een verticale bevestigingsrand 55'. Op de stelklos 59 is een U-5 profiel 56' gelegen die in zijn lengterichting dwars op de wandpanelen 11 is georiënteerd. Aan de korte uiteinden omvat het U-profiel 56' opstaande lippen 65 die in samenwerking met de uiteinden van de opstaande langsranden 67 een inzet spleet 66 bepalen waar de binnenrand van het U-10 profiel 56' in richting D in is gezet. Deze alternatieve stelplintconstructie 20' kan ter plaatse door stapelen en insteken worden opgebouwd, zonder het gebruik van schroeven.
De buitenzijden van de systeemwand 10 volgens de 15 uitvinding zijn geheel van in kleur gespoten (zincor) staal of alternatief roestvast staal, waarbij neerdalend stof niet of nauwelijks kan neerslaan door de afwezigheid van grote horizontaal uitstrekkende vlakken. Bacteriën hebben daardoor minder kans zich te nestelen in of op de systeem-20 wand 10.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting 25 zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
1032437
Claims (44)
1. Systeemwand omvattend verticaal opgestelde wandpanelen en een kanaal met een langgerekte opneemopening voor opname van een leidinggoot vanaf een buitenzijde van de systeemwand.
2. Systeemwand volgens conclusie 1, waarbij het kanaal zich in hoofdzaak verticaal uitstrekt.
3. Systeemwand volgens conclusie 1 of 2, waarbij het kanaal zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekt, bij voorkeur op handhoogte.
4. Systeemwand volgens een der voorgaande con clusies, omvattend een tussenpaneel tussen de wandpanelen, waarbij het tussenpaneel is voorzien van het kanaal.
5. Systeemwand volgens conclusie 4, waarbij het tussenpaneel een zich langs het kanaal uitstrekkend voor- 15 vlak omvat.
6. Systeemwand volgens conclusie 5, waarbij het voorvlak zich evenwijdig uitstrekt aan de wandpanelen.
7. Systeemwand volgens conclusie 5 of 6, waarbij het voorvlak van het tussenpaneel is teruggelegen van een 20 voorvlak van de wandpanelen voor een verzonken ligging van een plaatsingsrand van de leidinggoot in een inzetrichting van de leidinggoot.
8. Systeemwand volgens een der conclusies 5-7, waarbij het voorvlak zich uitstrekt aan weerszijden van het 25 kanaal.
9. Systeemwand volgens een der voorgaande conclusies, omvattend verticaal opgestelde eerste dragers of houders voor de wandpanelen en/of het tussenpaneel, waarbij deze panelen en de eerste dragers of houders zijn voorzien 30 vein eerste insteekbevestigingsmiddelen voor bevestiging van de panelen aan de eerste dragers of houders.
10. Systeemwand volgens conclusie 9, waarbij de 1032437 eerste insteekbevestigingsmiddelen zijn voorzien van borg-middelen voor het borgen van de insteekbevestiging, bij voorkeur door middel van klikken.
11. Systeemwand volgens conclusie 9 of 10, waar-5 bij de eerste insteekverbindingsmiddelen zijn gelegen aan elkaar ontmoetende zijranden van de wandpanelen en het tussenpaneel.
12. Systeemwand volgens een der conclusies 5-11, waarbij het tussenpaneel is opgebouwd met een wandprofiel, 10 bij voorkeur met een plaatwandprofiel, waarbij het wandprofiel het kanaal, het voorvlak en bij voorkeur ten minste een gedeelte van de eerste insteekbevestigingsmiddelen bepaalt.
13. Systeemwand volgens conclusie 12, waarbij het 15 profiel althans gedeeltelijk is vervaardigd van zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
14. Systeemwand volgens conclusie 12 of 13, waarbij het wandprofiel als een geheel is gevormd.
15. Systeemwand volgens een der conclusies 12-14, waarbij het tussenpaneel een laag cellulosehoudend, gips-houdend of glaswolhoudend materiaal omvat die achter het voorvlak van het profiel is opgesteld.
16. Systeemwand volgens een der voorgaande con-25 clusies, voorts omvattend een leidinggoot die is opgenomen in het kanaal.
17. Systeemwand volgens conclusie 16, waarbij de leidinggoot een gootdeel, en een zich langs het gootdeel uitstrekkende plaatsingsrand voor plaatsing tegen een 30 voorvlak van het tussenpaneel omvat.
18. Systeemwand volgens conclusie 17, waarbij de plaatsingsrand en een voorvlak van de wandpanelen door een teruggelegen ligging van het tussenpaneel in hoofdzaak in hetzelfde vlak gelegen zijn.
19. Systeemwand volgens conclusie 17 of 18, waarbij de leidinggoot een plaatsingsrand omvat aan weerszijden van het gootdeel.
20. Systeemwand volgens een der conclusies 16-19, waarbij de plaatsingsrand zich over het tussenpaneel uit-strekt tot aan een aangrenzend wandpaneel.
21. Systeemwand volgens een der conclusies 16-20, 5 waarbij de leidinggoot een afneembaar deksel omvat voor bevestiging van apparaataansluitingen op de leidinggoot, waarbij het deksel en de plaatsingsrand aan de buitenzijde bij voorkeur in hetzelfde vlak gelegen zijn.
22. Systeemwand volgens een der conclusies 16-21, 10 waarbij leidinggoot is opgebouwd met een gootprofiel, bij voorkeur een plaatgootprofiel, waarbij het gootprofiel het gootdeel en de plaatsingsrand bepaalt.
23. Systeemwand volgens conclusie 22, waarbij het gootprofiel is vervaardigd van aluminium of zincor staal of 15 roestvast staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
24. Systeemwand, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die met een bovenrand vrij zijn van een pla- 2. fond, en een afwerkprofiel voor de bovenrand dat zich in hoofdzaak uitstrekt tot aan het plafond.
25. Systeemwand volgens conclusie 24, waarbij het afwerkprofiel zich uitstrekt over een voorvlakgedeelte langs de bovenzijde van de panelen.
26. Systeemwand volgens conclusie 24 of 25, waarbij het afwerkprofiel een hoekprofiel omvat met een neerhangend eerste gedeelte dat zich evenwijdig uitstrekt aan de systeemwand, en een dwars op het eerste gedeelte gericht tweede gedeelte dat zich uitstrekt langs het pla- 30 fond.
27. Systeemwand volgens een der conclusies 24-26, omvattend een horizontaal langs het plafond opgestelde tweede drager voor bevestiging van de panelen aan het plafond, waarbij het afwerkprofiel en de tweede dragers 35 zijn voorzien van tweede insteekbevestigingsmiddelen voor bevestiging van het afwerkprofiel aan de tweede drager.
28. Systeemwand volgens conclusie 27, waarbij de tweede insteekbevestigingsmiddelen zijn voorzien van borg-middelen voor het borgen van de insteekbevestiging, bij voorkeur door middel van klikken.
29. Systeemwand volgens conclusie 27 of 28, 5 waarbij de tweede drager is teruggelegen van een voorvlak van de wandpanelen.
30. Systeemwand volgens een der conclusies 24-29, waarbij het afwerkprofiel althans gedeeltelijk is vervaardigd van zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 10 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
31. Systeemwand, in het bijzonder volgens een der voorgaande conclusies, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die tegenover elkaar zijn geplaatst en die met een onderrand vrij zijn van een vloer, en een stelplintcon- 15 structie tussen de vloer en de tegenover elkaar geplaatste wandpanelen, waarbij de stelplintconstructie is voorzien van achter de onderranden opgestelde plinten, over de plinten reikende derde dragers die tegen de onderranden zijn gelegen, een tussen de plinten opgestelde stelvoet met 20 een vierde drager voor het dragen van de derde dragers, en derde bevestigingsmiddelen aan de derde drager en de vierde dragers voor het apart bevestigen van de vierde dragers aan de derde drager.
32. Systeemwand, in het bijzonder volgens een der 25 voorgaande conclusies, omvattend verticaal opgestelde wandpanelen die tegenover elkaar zijn geplaatst en die met een onderrand vrij zijn van een vloer, en een stelplintconstructie tussen de vloer en de tegenover elkaar geplaatste panelen, waarbij de stelplintconstructie is voorzien van 30 achter de onderranden opgestelde plinten, over de plinten reikende derde dragers die tegen de onderranden zijn gelegen, en van meerdere tussen de plinten opgestelde stelvoe-ten voor het dragen van de derde dragers, waarbij de stel-voeten in horizontale richting op afstand van elkaar zijn 35 opgesteld.
33. Systeemwand volgens conclusie 31 of 32, waarbij de derde drager een zich horizontaal uitstrekkend draagprofiel omvat dat over een gedeelte van een plint reikt.
34. Systeemwand volgens een der conclusies 31-33, waarbij de derde bevestigingsmiddelen een schroefverbinding 5 omvatten.
35. Systeemwand volgens een der conclusies 31-34, waarbij de derde bevestigingsmiddelen een verticale in-steekrand aan de derde dragers en een insteekopening voor de insteekrand aan de vierde drager omvatten.
36. Systeemwand volgens een der conclusies 31-35, waarbij de plinten zijn opgebouwd met een metaalplaat die een voorvlak van de plinten bepaalt.
37. Systeemwand volgens conclusie 36, waarbij de metaalplaat tevens een naar de vloer gekeerd ondervlak van 15 de plinten bepaalt.
38. Systeemwand volgens conclusie 36 of 37, waarbij de metaalplaat is vervaardigd met zincor staal of roestvast staal, bij voorkeur RVS 316, bij voorkeur voorzien van een verflaag.
39. Systeemwand volgens een der conclusies 36-38, omvattend een laag gips of cellulosehoudend materiaal achter de metaalplaat.
40. Tussenpaneel kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens een der voorgaande conclusies.
41. Afwerkprofiel kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens een der conclusies 1-39.
42. Leidinggoot kennelijk bestemd en geschikt voor de systeemwand volgens een der conclusies 1-39.
43. Stelvoet met vierde drager kennelijk bestemd 3. en geschikt voor de systeemwand volgens een der conclusies 1-39.
44. Systeemwand voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- 1 0 3 2 4 37 .
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1032437A NL1032437C2 (nl) | 2006-09-05 | 2006-09-05 | Systeemwand. |
| EP07075760A EP1898015A3 (en) | 2006-09-05 | 2007-09-05 | Modular wall system |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1032437 | 2006-09-05 | ||
| NL1032437A NL1032437C2 (nl) | 2006-09-05 | 2006-09-05 | Systeemwand. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1032437C2 true NL1032437C2 (nl) | 2008-03-06 |
Family
ID=37998269
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1032437A NL1032437C2 (nl) | 2006-09-05 | 2006-09-05 | Systeemwand. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1898015A3 (nl) |
| NL (1) | NL1032437C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3195698A (en) * | 1960-04-11 | 1965-07-20 | H B Rothbard | Partition structures |
| FR2112476A1 (nl) * | 1970-11-05 | 1972-06-16 | Allen Charles R | |
| DE20215387U1 (de) * | 2002-10-09 | 2003-03-20 | Plasteurop Deutschland GmbH, 74379 Ingersheim | Modulsystem zur Einrichtung von Reinräumen |
| US20060000182A1 (en) * | 2004-06-21 | 2006-01-05 | Mcgee Wayne R | Wall stud assembly for modular walls |
-
2006
- 2006-09-05 NL NL1032437A patent/NL1032437C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2007
- 2007-09-05 EP EP07075760A patent/EP1898015A3/en not_active Withdrawn
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3195698A (en) * | 1960-04-11 | 1965-07-20 | H B Rothbard | Partition structures |
| FR2112476A1 (nl) * | 1970-11-05 | 1972-06-16 | Allen Charles R | |
| DE20215387U1 (de) * | 2002-10-09 | 2003-03-20 | Plasteurop Deutschland GmbH, 74379 Ingersheim | Modulsystem zur Einrichtung von Reinräumen |
| US20060000182A1 (en) * | 2004-06-21 | 2006-01-05 | Mcgee Wayne R | Wall stud assembly for modular walls |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP1898015A2 (en) | 2008-03-12 |
| EP1898015A3 (en) | 2008-04-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA2976565C (en) | Wall panel system | |
| US5516068A (en) | Device support bracket | |
| US4944122A (en) | Horizontally oriented demountable partition system | |
| US6128877A (en) | Variable width end panel | |
| US5335890A (en) | Ceiling track mounting apparatus | |
| CA2392270C (en) | Modular in-wall medical services unit | |
| US9010031B1 (en) | Modular medical headwall system | |
| US9663949B1 (en) | Modular slat ceiling apparatus | |
| CA3158425C (en) | Telescoping perimeter lighting fixture and installation methods | |
| US4982536A (en) | Conduit device in a window parapet | |
| US12193571B2 (en) | Floating fixture wall mount system and method of use | |
| NL1032437C2 (nl) | Systeemwand. | |
| AU2001277409B2 (en) | Wall cornice ducting system | |
| GB2379676A (en) | Skirting cover | |
| CA2360142A1 (en) | Partition frame structure | |
| WO2002086251A1 (en) | Ceiling suspension with cable pathway | |
| EP3622857B1 (en) | Device and method for mounting an item to a vertical surface | |
| GB2401119A (en) | Support frame for sanitary appliance | |
| US9382710B1 (en) | Cubicle assembly | |
| NL1002725C2 (nl) | Draagsysteem voor kabels, alsmede draagbeugel en kabelgoot voor toepassing in een dergelijk draagsysteem. | |
| US20040154816A1 (en) | Modular electrical conduit system | |
| WO2001015571A2 (en) | Work station and tambour door structure | |
| JPH04775Y2 (nl) | ||
| EP1604599A1 (en) | Shower assembly | |
| BE1016230A6 (nl) | Hoekoverbruggende inrichting voorzien tussen een staande en liggende wand ter opneming van nutselementen. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20140401 |