NL1032912C2 - Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. - Google Patents
Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1032912C2 NL1032912C2 NL1032912A NL1032912A NL1032912C2 NL 1032912 C2 NL1032912 C2 NL 1032912C2 NL 1032912 A NL1032912 A NL 1032912A NL 1032912 A NL1032912 A NL 1032912A NL 1032912 C2 NL1032912 C2 NL 1032912C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fire prevention
- building element
- door
- wood
- layers
- Prior art date
Links
- 239000002023 wood Substances 0.000 title claims description 95
- 230000002265 prevention Effects 0.000 claims description 131
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 79
- 239000011121 hardwood Substances 0.000 claims description 14
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims description 12
- NTHWMYGWWRZVTN-UHFFFAOYSA-N sodium silicate Chemical compound [Na+].[Na+].[O-][Si]([O-])=O NTHWMYGWWRZVTN-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 10
- 239000004115 Sodium Silicate Substances 0.000 claims description 9
- -1 sodium silicates Chemical class 0.000 claims description 9
- 235000019353 potassium silicate Nutrition 0.000 claims description 8
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 7
- 239000011521 glass Substances 0.000 claims description 6
- 229910052911 sodium silicate Inorganic materials 0.000 claims description 6
- 239000011343 solid material Substances 0.000 claims description 5
- 241000218657 Picea Species 0.000 claims description 4
- 239000003292 glue Substances 0.000 claims description 4
- 241000208140 Acer Species 0.000 claims description 3
- 235000008331 Pinus X rigitaeda Nutrition 0.000 claims description 3
- 235000011613 Pinus brutia Nutrition 0.000 claims description 3
- 241000018646 Pinus brutia Species 0.000 claims description 3
- 235000012241 calcium silicate Nutrition 0.000 claims description 3
- 239000000391 magnesium silicate Substances 0.000 claims description 3
- 235000012243 magnesium silicates Nutrition 0.000 claims description 3
- 239000010451 perlite Substances 0.000 claims description 3
- 235000019362 perlite Nutrition 0.000 claims description 3
- BITYAPCSNKJESK-UHFFFAOYSA-N potassiosodium Chemical compound [Na].[K] BITYAPCSNKJESK-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 3
- 150000003839 salts Chemical class 0.000 claims description 3
- 150000004760 silicates Chemical class 0.000 claims description 3
- 235000019351 sodium silicates Nutrition 0.000 claims description 3
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 claims description 2
- PMYUVOOOQDGQNW-UHFFFAOYSA-N hexasodium;trioxido(trioxidosilyloxy)silane Chemical compound [Na+].[Na+].[Na+].[Na+].[Na+].[Na+].[O-][Si]([O-])([O-])O[Si]([O-])([O-])[O-] PMYUVOOOQDGQNW-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 2
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 2
- 239000011120 plywood Substances 0.000 claims description 2
- 235000019795 sodium metasilicate Nutrition 0.000 claims description 2
- POWFTOSLLWLEBN-UHFFFAOYSA-N tetrasodium;silicate Chemical compound [Na+].[Na+].[Na+].[Na+].[O-][Si]([O-])([O-])[O-] POWFTOSLLWLEBN-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 2
- 239000011094 fiberboard Substances 0.000 claims 1
- 238000005187 foaming Methods 0.000 claims 1
- 229910052500 inorganic mineral Inorganic materials 0.000 claims 1
- 239000011707 mineral Substances 0.000 claims 1
- 230000009970 fire resistant effect Effects 0.000 description 9
- 239000003245 coal Substances 0.000 description 8
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 3
- OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N Carbon Chemical compound [C] OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910052799 carbon Inorganic materials 0.000 description 2
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 description 2
- 239000002557 mineral fiber Substances 0.000 description 2
- 240000007124 Brassica oleracea Species 0.000 description 1
- 235000003899 Brassica oleracea var acephala Nutrition 0.000 description 1
- 235000011301 Brassica oleracea var capitata Nutrition 0.000 description 1
- 235000001169 Brassica oleracea var oleracea Nutrition 0.000 description 1
- 241001250616 Intsia palembanica Species 0.000 description 1
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000011575 calcium Substances 0.000 description 1
- 229910052791 calcium Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000007613 environmental effect Effects 0.000 description 1
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 1
- 229920002689 polyvinyl acetate Polymers 0.000 description 1
- 229910052700 potassium Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000011734 sodium Substances 0.000 description 1
- 229910052708 sodium Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000002699 waste material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E06—DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
- E06B—FIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
- E06B5/00—Doors, windows, or like closures for special purposes; Border constructions therefor
- E06B5/10—Doors, windows, or like closures for special purposes; Border constructions therefor for protection against air-raid or other war-like action; for other protective purposes
- E06B5/16—Fireproof doors or similar closures; Adaptations of fixed constructions therefor
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B32—LAYERED PRODUCTS
- B32B—LAYERED PRODUCTS, i.e. PRODUCTS BUILT-UP OF STRATA OF FLAT OR NON-FLAT, e.g. CELLULAR OR HONEYCOMB, FORM
- B32B21/00—Layered products comprising a layer of wood, e.g. wood board, veneer, wood particle board
- B32B21/04—Layered products comprising a layer of wood, e.g. wood board, veneer, wood particle board comprising wood as the main or only constituent of a layer, which is next to another layer of the same or of a different material
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C2/00—Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels
- E04C2/02—Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials
- E04C2/10—Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products
- E04C2/12—Building elements of relatively thin form for the construction of parts of buildings, e.g. sheet materials, slabs, or panels characterised by specified materials of wood, fibres, chips, vegetable stems, or the like; of plastics; of foamed products of solid wood
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04C—STRUCTURAL ELEMENTS; BUILDING MATERIALS
- E04C3/00—Structural elongated elements designed for load-supporting
- E04C3/02—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces
- E04C3/12—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members
- E04C3/14—Joists; Girders, trusses, or trusslike structures, e.g. prefabricated; Lintels; Transoms; Braces of wood, e.g. with reinforcements, with tensioning members with substantially solid, i.e. unapertured, web
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Special Wing (AREA)
Description
Titel: Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank.
De uitvinding heeft betrekking op een bouwelement omvattende hout, zoals een balk of een plank.
De uitvinding heeft tevens betrekking op het gebruik van een dergelijk bouwelement. Tevens heeft de uitvinding betrekking op een deur 5 voorzien van een raamwerk en twee afdekplaten die aan weerszijden van het raamwerk zijn aangebracht. Voorts heeft de uitvinding betrekking op een kozijn voor tenminste een deur en/of tenminste een raam. De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een bouwelement.
10 Een bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank is op zich bekend. Dergelijke bouwelementen worden onder meer toegepast in binnendeuren. Een dergelijke deur is voorzien van een raamwerk dat, althans in hoofdzaak, is vervaardigd van genoemde houten bouwelementen.
Een dergelijk raamwerk is op zich bekend en is bijvoorbeeld 15 voorzien van twee verticale stijlen, een bovenste horizontale regel en een onderste horizontale regel. De twee verticale stijlen, en de twee horizontale regels zijn vervaardigd van het houten bouwelement. Aan weerszijden van het raamwerk zijn afdekplaten aangebracht.
Indien dergelijke bekende binnendeuren aan een bepaalde 20 brandveiligheidsnorm moeten voldoen, zoals bijvoorbeeld de norm van een 30 of 60 minuten brandwerende deur, wordt gebruik gemaakt van houten bouwelementen waarvan het raamwerk, althans in hoofdzaak, van hardhout zoals merbau of meranti. Voorts is het bekend om tussen de afdekplaten een brandwerend materiaal zoals perliet of een minerale 25 vezelplaatvulling aan te brengen. Doordat de bouwelementen bestaan uit hardhout kan worden voldaan aan de genoemde vereisten voor een 30 minuten of 60 minuten brandwerende deur. Dit laatste betekent dat 1 032912', 2 wanneer aan één zijde van de deur brand aanwezig is, het 30 respectievelijk 60 minuten duurt voordat de brand zich aan de andere zijde van de deur openbaart. De betreffende deur kan derhalve 30 respectievelijk 60 minuten stand houden tegen brand.
5 Een nadeel van de bekende deuren en daarmee van de bekende bouwelementen is dat hardhout steeds schaarser wordt en dat het gebruik van hardhout relatief duur is. Bovendien wordt hardhout in het algemeen als een zichtbaar mooie houtsoort gewaardeerd waarvan geen profijt wordt getrokken wanneer deze houtsoort zich aan een binnenzijde van de deur 10 bevindt. Verder bestaan er milieutechnische bezwaren tegen het gebruik van met name tropisch hardhout.
De uitvinding beoogt een oplossing te verschaffen voor het genoemde probleem.
Een bouwelement volgens de uitvinding is dienovereenkomstig 15 samengesteld uit ten minste twee houtlagen van hout en ten minste een brandpreventielaag van een brandpreventie materiaal waarbij de ten minste ene brandpreventielaag tussen de ten minste twee houtlagen is opgenomen en waarbij het brandpreventiemateriaal een vast materiaal is dat niet brandt bij een temperatuur die lager is dan 850 °C en dat in vrije 20 toestand met tenminste een factor 2, bij voorkeur met tenminste een factor 3 en meer bij voorkeur met tenminste een factor 5 uitzet in volume ten gevolge van een temperatuurstijging van het brandpreventiemateriaal bij een brand die het brandpreventiemateriaal heeft bereikt. Genoemde uitzetting in volume kan kleiner zijn wanneer het brandpreventiemateriaal 25 gedeeltelijk is opgenomen in een rigide ruimte, zoals in dit voorbeeld het geval is. Hierdoor kan drukopbouw in het uitgezette materiaal plaatsvinden omdat het dan niet volledig kan uitzetten.
Verrassenderwijs kan een dergelijk bouwelement worden toegepast in bijvoorbeeld deuren, dusdanig dat de deuren tevens kunnen voldoen aan 30 genoemde brandwerende normen zonder dat het noodzakelijk is dat het 3 raamwerk bouwelementen omvat van hardhout. De ten minste twee houtlagen kunnen van een niet-hardhout zijn vervaardigd. Zo kunnen de ten minste twee houtlagen van vuren, esdoorn en/of grenen zijn vervaardigd. Dit zijn relatief goedkope houtsoorten. Verrassenderwijs kan 5 het bouwelement volgens de uitvinding toch, in gebruik, voldoen aan genoemde brandwerende eisen.
In het bijzonder betreft het brandpreventiemateriaal een materiaal dat in vrije toestand met genoemde factor in volume uitzet wanneer de temperatuur van dat brandpreventiemateriaal stijgt tot boven een 10 temperatuur T waarbij T in de range van 100 - 180°C ligt, meer bij voorkeur in de range van 110 — 140 °C.
Wanneer het bouwelement volgens de uitvinding wordt gebruikt voor het vervaardigen van een deur geldt volgens de uitvinding dat de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag zich elk in 15 vlakken uitstrekken die althans in hoofdzaak loodrecht staan op een vlak van de deur. Voor de deur voorzien van een raamwerk dat, althans in hoofdzaak, is vervaardigd van bouwelementen volgens de uitvinding geldt dat de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag van de bouwelementen zich elk in vlakken uitstrekken die althans in 20 hoofdzaak loodrecht staan op de afdekplaten van de deur. Anders gezegd, de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag van de bouwelementen zijn althans in hoofdzaak loodrecht gericht op het vlak van de deur.
Wanneer aan één zijde van een deur volgens de uitvinding een 25 brand uitbreekt zal al relatief snel het hout van de bouwelementen gaan verbranden. Dit zal relatief gemakkelijk gaan wanneer het hout niet is vervaardigd van hardhout maar bijvoorbeeld van vuren. Bij het verbranden van het hout wordt kool gevormd. Doordat echter tegelijkertijd het brandpreventiemateriaal door de toegenomen hitte zal gaan uitzetten, 30 wordt de kool vastgehouden en gaat dit een tegen brand beschermende 4 koollaag vormen. Het gevolg is dat een bouwelement volgens de uitvinding veel langer stand kan houden tegen brand dan een bouwelement die geheel van niet-hardhout is vervaardigd. Hierbij strekken de ten minste twee houtlagen en ten minste ene brandpreventielaag zich, in gebruik, althans in 5 hoofdzaak uit in een richting waarin de doorgang van brand moet worden voorkomen.
Het bouwelement volgens de uitvinding heeft als eigenschap dat de tenminste ene brandpreventielaag tijdens brand in alle richtingen zal uitzetten. Hierdoor is het mogelijke om alle naden, in bijvoorbeeld het 10 raamwerk of het kozijn dat van bouwelementen volgens de uitvinding zijn vervaardigd op te vangen. Deze naden zullen dus sluiten tijdens brand. Hierdoor is het mogelijk om een raamwerk van een deur of een kozijn met grote toleranties op de materiaalafmetingen te produceren. Dit zelfde geldt voor kozijnen. De functionaliteit van de brandwerende deuren en kozijnen is 15 dus minder afhankelijk van de nauwkeurigheid waarmee wordt geproduceerd. Voorts is het volgens de uitvinding niet meer nodig om achteraf in een hardhouten balk aan de buitenzijde daarvan een groef aan te brengen en handmatig een brandwerende strip aan te brengen. Ook is het niet langer nodig een extra omkleding van een slotkast in een deur aan te 20 brengen. De functie van koeling en isolatie van een dergelijke slotkast wordt in de deur overgenomen door de bouwelementen volgens de uitvinding. Voorts kunnen delen die in de deur worden toegepast uit restdelen worden samengesteld. Hierdoor is sprake van minder afval. Bovendien geldt dat de vervorming tijdens normaal gebruik en in een brandsituatie aanzienlijk 25 minder is dan bij toepassing van niet-gelaagd constructiehout.
In het bijzonder geldt dat het bouwelement is voorzien van tenminste drie houtlagen en tenminste twee brandpreventielagen.
Voorts geldt in het bijzonder dat elke houtlaag grenst aan tenminste een van de brandpreventielagen, meer in het bijzonder dat elke 5 houtlaag, met uitzondering van een buitenste houtlaag aan weerszijden grenst aan een brandpreventielaag.
Tevens geldt in het bijzonder dat de tenminste ene brandpreventielaag aan weerszijden grenst aan een van de houtlagen, in het 5 bijzonder dat elke brandpreventielaag grenst aan ten minste een van de houtlagen, meer in het bijzonder dat elke brandpreventielaag aan weerszijden grenst aan een van de houtlagen.
Bij voorkeur geldt dat de tenminste ene brandpreventielaag en de tenminste twee houtlagen althans in hoofdzaak parallel aan elkaar lopen.
10 Dergelijke bouwelementen kunnen relatief eenvoudig worden vervaardigd.
Voorts geldt in het bijzonder dat elke brandpreventielaag tussen twee houtlagen in ligt.
Bij voorkeur geldt dat het bouwelement een houten balk of plank omvat voorzien van tenminste een sleuf waarbij in de tenminste ene sleuf 15 een brandpreventielaag is opgenomen. Een dergelijk bouwelement is eveneens eenvoudig te vervaardigen.
Bij voorkeur geldt dat het brandpreventiemateriaal uitzet in volume met een factor in de range van 2-10 onder invloed van een brand die het bouwelement bereikt.
20 Tevens geldt bij voorkeur dat het brandpreventiemateriaal een soortelijk gewicht heeft dat groter is dan 1000 kg/m3.
Het brandpreventiemateriaal is bijvoorbeeld een zout omvat bijvoorbeeld in hoofdzaak XSÏ02 waarbij X staat voor Na, K of Ca.
In het bijzonder geldt dat het brandpreventiemateriaal in 25 hoofdzaak silicaten omvat, zoals natriumsilicaten, kaliumsilicaten, natriumkaliumsilicaten, natriumwaterstofsilicaten, kalium waterstofsilicaten, magnesiumsilicaten en/of calciumsilicaten.
Tevens geldt in het bijzonder dat de ten minste twee houtlagen elk een soortelijk gewicht hebben dat kleiner is dan 900 kg/m3. Een kozijn voor 30 bijvoorbeeld tenminste een raam en/of tenminste een deur wordt volgens de 6 uitvinding gekenmerkt in dat het kozijn, althans in hoofdzaak, is vervaardigd van bouwelementen volgens de uitvinding waarbij de ten minste twee houtlagen en de ten minst ene brandpreventielaag van de bouwelementen volgens de uitvinding zich elk in vlakken uitstrekken die 5 althans in hoofdzaak loodrecht staan op een vlak van het kozijn.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening. Hierin toont:
Fig. 1 een eerste uitvoeringsvorm van een bouwelement volgens de uitvinding; 10 Fig. 2a een raamwerk van een deur volgens de uitvinding;
Fig. 2b een dwarsdoorsnede van het raamwerk van figuur 2a volgens de lijn 2b;
Fig. 2c een dwarsdoorsnede van het raamwerk van figuur 2a volgens de lijn 2c; 15 Fig. 2d een dwarsdoorsnede van het raamwerk van figuur 2a volgens de lijn 2d;
Fig. 2e een dwarsdoorsnede van het raamwerk van figuur 2a volgens de lijn 2e;
Fig. 3 een zijaanzicht van een deur volgens de uitvinding in de 20 richting van de pijl P van figuur 2a;
Fig. 4 een tweede uitvoeringsvorm van een bouwelement volgens de uitvinding;
Fig. 5a een tweede uitvoeringsvorm van een raamwerk van een deur volgens de uitvinding; 25 Fig. 5b een dwarsdoorsnede van het raamwerk van figuur 5a volgens de lijn 5b;
Fig. 6 een derde uitvoeringsvorm van een bouwelement volgens de uitvinding; en
Fig. 7 een kozijn voor een raam of deur, volgens de uitvinding.
7
In figuur 1 is met referentienummer 1 een bouwelement volgens de uitvinding aangeduid. Een bouwelement is in de vorm van een balk of een plank en omvat hout. Het bouwelement 1 is samengesteld uit ten minste twee houtlagen 2.1 en 2.2 en ten minste één brandpreventielaag 4.1 die is 5 opgenomen tussen de ten minste twee houtlagen 2.1 en 2.2. In dit voorbeeld geldt dat het bouwelement is voorzien van vier houtlagen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 en drie brandpreventielagen 4.1, 4.2 en 4.3. Er geldt dat twee van de houtlagen 2.1 en 2.4 een buitenste laag van het bouwelement vormen. Verder geldt in dit voorbeeld dat elke houtlaag, met uitzondering van een 10 buitenste houtlaag aan weerszijden grenst aan een van de brandpreventielagen.
Voorts geldt dat de brandpreventielaag 4.1 tussen de houtlagen 2.1 en 2.2 is opgenomen en dat de brandpreventielaag aan weerszijden grenst aan deze houtlagen. De brandpreventielaag 4.2 is tussen de houtlagen 2.2 15 en 2.3 opgenomen en grenst aan deze lagen. Tenslotte geldt voor de brandpreventielaag 4.3 dat deze tussen de houtlagen 2.3 en 2.4 is opgenomen en aan deze lagen grenst.
De brandpreventielagen 4.1-4.3 zijn vervaardigd van een brandpreventiemateriaal. Het brandpreventiemateriaal is een vast 20 materiaal dat niet brandt bij een temperatuur die lager is dan 850 °C en bij voorkeur een materiaal dat niet brandt bij een temperatuur die lager is dan 1000 °C. Voorts geldt voor het brandpreventiemateriaal dat het in vrije toestand met tenminste een factor 2 bij voorkeur met tenminste een factor 3 en meer bij voorkeur met tenminste een factor 5 uitzet in volume ten 25 gevolge van een temperatuurstijging van het brandpreventiemateriaal bij een brand die het brandpreventiemateriaal heeft bereikt. Genoemde uitzetting in volume kan kleiner zijn wanneer het brandpreventiemateriaal gedeeltelijk is opgenomen in een rigide ruimte, zoals in dit voorbeeld het geval is. Hierdoor kan drukopbouw in het uitgezette materiaal plaatsvinden 30 omdat het dan niet volledig kan uitzetten. Bij een brand kan de 8 temperatuur van het materiaal bijvoorbeeld stijgen tot 700 °C waardoor het brandpreventiemateriaal gaat uitzetten.
De volumetoename is gedefinieerd ten opzichte van een aanvangsvolume bij kamertemperatuur (21 °C).
5 Het bouwelement omvat in dit voorbeeld een houten balk of plank voorzien van drie sleuven 6.1, 6.2 en 6.3 waarbij in elke sleuf een brandpreventielaag 4.1, 4.2 respectievelijk 4.3 is opgenomen. Er geldt dat de sleuven, althans in hoofdzaak, parallel aan elkaar lopen. Tevens geldt voor ten minste één sleuf en in dit voorbeeld voor elke sleuf dat deze een diepte hl heeft die groter is 10 dan 50% van een afmeting hO van het bouwelement in de richting van de diepte van de betreffende sleuf.
Meer in het bijzonder geldt voor ten minste één van de sleuven en in dit voorbeeld voor elke sleuf dat deze een diepte hl heeft die groter is dan 80% van een afmeting hO van het bouwelement in de richting van de diepte 15 van de betreffende sleuf. Tevens geldt in dit voorbeeld voor tenminste een brandpreventielaag en zelfs voor elke brandpreventielaag dat deze zich over een afstand hl binnen in het bouwelement uitstrekt die groter is dan vijftig procent en bovendien groter is dan tachtig procent van een afmeting hO van het bouwelement in de richting van de genoemde afstand.
20 In dit voorbeeld geldt voorts dat elke houtlaag 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 grenst aan ten minste één van de brandpreventielagen 4.1,4.2 en 4.3.
Tevens geldt dat elke brandpreventielaag grenst aan ten minste één van de houtlagen. In dit voorbeeld geldt tevens dat elke brandpreventielaag 4.1, 4.2 en 4.3 tussen twee houtlagen in ligt. De brandpreventielagen en de 25 houtlagen lopen in dit voorbeeld, althans in hoofdzaak, parallel aan elkaar.
Het bouwelement volgens de uitvinding heeft als voordeel dat wanneer het bouwelement wordt benaderd door brand in de richting van de pijl P of Q, het bouwelement relatief veel weerstand kan bieden tegen brand. Hierbij kunnen de houtlagen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 zijn gevormd van een niet- 9 hardhout zoals vuren, esdoorn en/of grenen. In dit voorbeeld zijn de houtlagen vervaardigd van vuren.
Wanneer het bouwelement volgens figuur 1 in aanraking komt met brand vanuit de richting pijl P zal het hout van de houtlagen aan de zijde 8 5 van het bouwelement gaan verbranden. Hierdoor wordt kool gevormd. Ten gevolge van de hitte van de brand zullen de brandpreventielagen 4.1, 4.2 en 4.3 echter driedimensionaal gaan uitzetten. Het gevolg is dat de brandpreventielagen ook zullen uitzetten in de richting van de pijl X in figuur 1. Het gevolg is dat het door verbranding van het hout gevormde kool 10 tussen de brandpreventielagen 6.1, 6.2 en 6.3 in geklemd blijft zitten. Aldus wordt een laag van kool gevormd die de nog niet verbrande delen van de houtlagen beschermt tegen brand. Het gevolg is dat het bouwelement grote weerstand zal bieden tegen brand wanneer de brand zich aan de zijde 8 van het bouwelement bevindt.
15 Ook wanneer de brand zich aan de tegenover de zijde 8 gelegen zijde 10 van het bouwelement bevindt geldt dat het bouwelement hoogresistent is tegen brand. Ook nu zal het hout dat zich aan de zijde 10 bevindt verbranden en vormt zich kool. Wederom zal aan de zijde 10 het brandpreventiemateriaal van de brandpreventielagen gaan uitzetten 20 waardoor de gevormde kool wordt vastgehouden en aldus een beschermde laag vormt tegen verdere verbranding van het bouwelement.
In dit voorbeeld geldt voorts dat het brandpreventiemateriaal een vast materiaal is dat niet brand bij een temperatuur die lager is dan 1000 °C. Voorts geldt in dit voorbeeld dat het brandpreventiemateriaal een 25 materiaal is dat in vrije toestand met genoemde factor in volume uitzet wanneer de temperatuur van dat brandpreventiemateriaal stijgt tot boven een temperatuur T waarbij T in de range van 100 - 180 °C ligt, meer bij voorkeur in de range van 110 - 140 °C.
10
Meer in het bijzonder geldt in dit voorbeeld dat het brandpreventiemateriaal een materiaal is dat in vrije toestand met genoemde factor uitzet wanneer de temperatuur van het brandpreventiemateriaal stijgt tot boven een temperatuur van ongeveer 120 5 °C.
Tevens geldt in dit voorbeeld dat het brandpreventiemateriaal een soortelijk gewicht heeft dat groter is dan 1000 kg/m3. Tevens geldt in dit voorbeeld dat het brandpreventiemateriaal een soortelijk gewicht heeft dat groter is dan 1200 kg/m3. In dit voorbeeld geldt dat het 10 brandpreventiemateriaal in hoofdzaak silicaten omvat, zoals natriumsilicaten, kaliumsilicaten, natriumkaliumsilicaten, natriumwaterstofsilicaten, kaliumwaterstofsilicaten, magnesiumsilicaten en/of calciumsilicaten. Andere materialen zijn echter ook denkbaar. Zo is het meer in het algemeen mogelijk dat het brandpreventiemateriaaldat het 15 brandpreventiemateriaal een zout is dat bij verhitting een glasachtige materie vormt. Tevens kan gelden dat het brandpreventiemateriaal een waterglas omvat. In dit voorbeeld geldt dat het brandpreventiemateriaal althans is voorzien van een natriumsilicaat, bijvoorbeeld natriumorthosilicaat, natriummetasilicaat, natriumpolysilicaat en/of 20 natriumpyrosilicaat. Sodium Silicaat omvat. Voor dit materiaal geldt dat het niet brandt bij een temperatuur die kleiner is dan 1000 °C en dat het uitzet met tenminste een factor 5 ten opzichte van het aanvangsvolume bij kamertemperatuur onder invloed van een brand die het bouwelement bereikt.
25 In dit voorbeeld geldt voorts dat de ten minste twee houtlagen elk een dichtheid hebben die kleiner is dan 900 kg/m3. Meer in het bijzonder geldt in dit voorbeeld dat het brandpreventiemateriaal een soortelijk gewicht heeft dat kleiner is dan 650 kg/m3.
In figuur 2a wordt een mogelijk gebruik van het bouwelement 30 volgens figuur 1 getoond. Het type bouwelement volgens figuur 1 wordt 11 gebruikt voor het vervaardigen van een deur waarbij de genoemde houtlagen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 en de brandpreventielagen 4.1, 4.2 en 4.3 zich elk, althans in hoofdzaak, in vlakken uitstrekken die loodrecht staan op een vlak van de deur. In dit voorbeeld betreft het vlak van de deur het vlak van 5 de tekening.
Het raamwerk 12 van de deur is in dit voorbeeld voorzien van twee verticale stijlen 14, 16, een bovenste regel 18 en een onderste regel 20. Voor zowel de stijl 14 als ook de stijl 16 geldt dat deze is vervaardigd van een bouwelement zoals getoond in figuur 1. Ook voor de bovenregel 18 geldt dat 10 deze is vervaardigd van een bouwelement volgens figuur 1. De benedenregel 20 is eveneens vervaardigd van een bouwelement volgens figuur 1. Voor de stijl 14 zijn tevens met referentienummers de houtlagen 2.1,-2.4 en de brandpreventielagen 4.1-4.3 van het bouwelement 14 aangeduid. De zijde van het bouwelement 14 waar tegenaan wordt gekeken is aangeduid met 15 referentienummer 22. Een dwarsdoorsnede van het bouwelement 14 is getoond in figuur 2c waar eveneens de zijde 22 is aangeduid. De zijde van het bouwelement 16 waar tegenaan wordt gekeken is aangegeven met referentienummer 24, de zijde van het bouwelement 18 waar tegenaan wordt gekeken is aangeduid met referentienummer 26 en de zijde van het 20 bouwelement 20 waar tegenaan wordt gekeken is aangeduid met referentienummer 28. Deze zijden zijn ook aangeduid in de figuren 2b, 2d en 2e. Binnen de door het raamwerk omsloten ruimte is nog een brandwerend materiaal opgenomen in de vorm van perliet 30. In plaats hiervan zou ook een minerale vezelplaatvulling 30 kunnen zijn opgenomen. Voor het 25 vervaardigen van een deur worden nog twee afdekplaten 32, 34 aan weerszijden van het raamwerk aangebracht. Eén en ander is getoond in figuur 3 gezien vanuit een richting van de pijl P van figuur 2a. Aldus is een deur verkregen die in dit voorbeeld ten minste 60 minuten resistent is tegen brand. Wanneer bijvoorbeeld aan een zijde 36 van de deur (zie figuur 3) 30 brand uitbreekt kan de deur ten minste 60 minuten stand houden tegen de 12 brand. Dit betekent dat het ten minste 60 minuten duurt voordat de brand is doorgedrongen tot aan de zijde 38 van de deur (zie figuur 3). In geval van brand aan de zijde 36 van de deur zal de afdekplaat 32 die bijvoorbeeld is vervaardigd van MDF, multiplex, hardboard en dergelijke relatief snel gaan 5 verbranden. Het gevolg is dat ook de houtlagen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 van de verticale stijlen 14, 16 en de regels 18, 20 die zich aan de zijde 36 van de deur bevinden, snel zullen gaan branden. Deze houtlagen zullen verbranden onder vorming van kool. Tegelijkertijd zullen echter de brandpreventielagen 4.1, 4.2 en 4.3 van de stijlen 14, 16 en van de regels 18, 20 gaan uitzetten 10 ten gevolge van de hitte. Tevens zullen de brandpreventielagen niet verbranden. Het gevolg is dat de gevormde kool zal worden vastgehouden en aldus een koollaag gaan vormen die weerstand biedt tegen brand en de nog niet verbrande delen van de bouwelementen 14, 16 18 en 20 beschermt tegen de relatief snelle verdere verbranding. Het gevolg is dat de 15 bouwelementen 14, 16, 18 en 20 ten minste 60 minuten stand zullen houden tegen brand zoals hiervoor aangeduid.
Bij brand geldt bovendien dat het gehele raamwerk van figuur 2a driedimensionaal zal gaan uitzetten. Dit betekent dat tijdens brand het raamwerk ook in de richting van de pijl X zal gaan uitzetten (zie figuur 2a) 20 waardoor de deur zich zal klemzetten in een kozijn hetgeen van belang is voor de brandpreventie. Ook zal de deur uitzetten in de richting van de pijl Y (zie figuur 2a) waardoor de deur ook zal inklemmen tussen een dorpel en een bovenbalk van een kozijn waarin zich de deur bevindt. Ook dit komt de brandpreventie ten goede.
25 De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor geschetste uitvoeringsvormen. Zo kunnen de afdekplaten van de deur eveneens zijn vervaardigd van andere materialen zoals gipsplaat. Ook kan de deur verder op zich bekende wijze zijn voorzien van een glasopening. In de glasopening kan bijvoorbeeld pyrodur glas zijn opgenomen.
30 In de voorbeelden geldt dat de deur een binnendeur betreft.
13
In figuur 4 wordt een tweede mogelijke uitvoeringsvorm van een bouwelement volgens de uitvinding aangeduid met referentienummer 40. In dit voorbeeld geldt dat het bouwelement wederom is voorzien van vier houtlagen 2.1, 2.2 2.3 en 2.4 en drie brandpreventielagen 4.1, 4.2 en 4.3.
5 Een verschil met de uitvoeringsvorm volgens figuur 1 is thans dat de hoogte hO van het bouwelement en daarmee de hoogte hO van de houtlagen 2.1-2.4 gelijk is aan de hoogte hl van de brandpreventielagen 4.1-4.3.
Figuur 5a toont een raamwerk 12' van een binnendeur die in dit voorbeeld is voorzien van twee verticale stijlen 14', 16’ die elk zijn 10 vervaardigd van een bouwelement volgens figuur 4 alsmede een bovenregel 18' en een benedenregel 20' die elk zijn vervaardigd van een bouwelement volgens figuur 4. Wederom geldt dat de houtlagen en de brandpreventielagen zich elk in vlakken uitstrekken die loodrecht staan op het vlak van de deur, dat wil zeggen, op lood recht op de afdekplaten van de 15 deur.
Wanneer in figuur 1 of in figuur 4 de brandpreventielagen 4.2 en 4.3 alsmede de houtlagen 2.3 en 2.4 worden weggelaten resteert een bouwelement dat is voorzien van één brandpreventielaag 4.1 met aan weerszijden twee houtlagen 2.1 en 2.2. Ook dit zijn uitvoeringsvormen van 20 een bouwelement volgens de uitvinding. Ook kunnen de houtlagen 2.3 en 2.4 alsmede de brandpreventielaag 4.3 bij het bouwelement volgens figuur 1 worden weggelaten zodat een bouwelement volgens de uitvinding resulteert. Er geldt dus tevens dat in het bijzonder het bouwelement is voorzien van ten minste drie houtlagen en ten minste twee brandpreventielagen. Een 25 andere variant is getoond in figuur 6 waarbij het bouwelement 1 is voorzien van vijf houtlagen 2.1-2.5 en vier brandpreventielagen 4.1-4.4. Voor elk van de bouwelementen volgens figuur 1, 4 en 6 geldt bovendien dat bijvoorbeeld een buitenste houtlaag 2.1 kan worden weggelaten.
Een bouwelement volgens de uitvinding kan bijvoorbeeld worden 30 vervaardigd door in een balk of plank van het genoemde hout sleuven aan te 14 brengen waarin in de betreffende sleuven het brandpreventiemateriaal wordt aangebracht. Aldus kunnen de bouwelementen volgens de figuren 1 en 6 worden verkregen. Hierbij kan het zo zijn dat het brandpreventiemateriaal in liquide vorm in de sleuven wordt gebracht 5 waarna het brandpreventiemateriaal zal uitharden. Het is echter ook mogelijk dat het brandpreventiemateriaal in de vorm van een strip in de betreffende sleuven wordt gebracht. Hierbij kan dan elke sleuf worden voorzien van één of meer strips. De strips kunnen dan door klemmen of met lijm in de betreffende sleuven worden aangebracht.
10 Voor het vervaardigen van een bouwelement volgens figuur 4 kan bijvoorbeeld worden uitgegaan van vier losse houtlagen 2.1-2.4 en drie losse brandpreventielagen 4.1-4.3 die bijvoorbeeld door middel van lijmen aan elkaar worden bevestigd. Hierbij wordt dan gebruik gemaakt van een geschikte lijm zoals PVAC lijm.
15 Behalve een raamwerk van een deur kan met behulp van de bouwelementen bijvoorbeeld ook een kozijn voor tenminste een raam en/of tenminste een deur worden vervaardigd. Een dergelijk kozijn is bijvoorbeeld getoond in figuur 7. Dit kozijn is voorzien van twee verticale stijlen 14" en 16" alsmede een horizontale regel 18". De houtlagen en de 20 brandpreventielagen van de bouwelementen 14", 16" en 18" bevinden zich elk, althans in hoofdzaak, in vlakken die loodrecht staan op een vlak van het kozijn. Dit vlak van het kozijn bevindt zich wederom in het vlak van de tekening. Een dergelijk kozijn is brandwerend om een zelfde reden als besproken aan de hand van het raamwerk volgens figuur 2a. Wederom gaat 25 het hier om brandwerendheid in een richting loodrecht op het vlak van de tekening zoals aan de hand van figuur 2a is besproken.
Behalve een kozijn van een deur kan eveneens een kozijn van een raam worden gevormd. Een dergelijk kozijn voor een raam is bijvoorbeeld bovendien voorzien van een benedenregel 20" zoals gestippeld is 15 weergegeven in figuur 7. Bij een kozijn voor een deur kan deze benedenregel worden weggelaten.
Tevens is het mogelijk andere houtsoorten waaronder desgewenst hardhout te gebruiken. Ook is het mogelijk andere dan besproken 5 brandpreventiematerialen te gebruiken die de genoemde eigenschappen hebben. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
1032912;
Claims (48)
1. Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank, waarbij het bouwelement is samengesteld uit ten minste twee houtlagen van hout en ten minste een brandpreventielaag van een brandpreventie materiaal waarbij de ten minste ene brandpreventielaag tussen de ten minste twee 5 houtlagen is opgenomen en waarbij het brandpreventiemateriaal een vast materiaal is dat niet brandt bij een temperatuur die lager is dan 850 °C en dat in vrije toestand met tenminste een factor 2, bij voorkeur met tenminste een factor 3 en meer bij voorkeur met tenminste een factor 5 uitzet in volume ten gevolge van een temperatuurstijging van het 10 brandpreventiemateriaal bij een brand die het brandpreventiemateriaal heeft bereikt.
2. Bouwelement volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het bouwelement is voorzien van ten minste drie houtlagen en ten minste twee brandpreventielagen.
3. Bouwelement volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat twee van de houtlagen een buitenste laag van het bouwelement vormen.
4. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat elke houtlaag grenst aan ten minste een van de brandpreventielagen, meer in het bijzonder dat elke houtlaag, met 20 uitzondering van een buitenste houtlaag aan weerszijden grenst aan een brandpreventielaag.
5. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tenminste ene brandpreventielaag aan weerszijden grenst aan een van de houtlagen, in het bijzonder dat elke brandpreventielaag 25 grenst aan ten minste een van de houtlagen, meer in het bijzonder dat elke brandpreventielaag aan weerszijden grenst aan een van de houtlagen. 1 052 S12'
6. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ten minste ene brandpreventielaag en de ten minste twee houtlagen althans in hoofdzaak parallel aan elkaar lopen.
7. Bouwelement volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de houtlagen 5 en de brandpreventielagen althans in hoofdzaak parallel aan elkaar lopen.
8. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat elke brandpreventielaag tussen twee houtlagen in ligt.
9. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het bouwelement een houten balk of plank omvat voorzien van 10 ten minste een sleuf waarbij in de ten minste ene sleuf een brandpreventielaag is opgenomen.
10. Bouwelement volgens conclusies 2 en 9, met het kenmerk, dat de houten balk of plank is voorzien van ten minste twee op afstand van elkaar gelegen sleuven waarbij in elke sleuf een brandpreventielaag is opgenomen.
11. Bouwelement volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de sleuven althans in hoofdzaak parallel aan elkaar lopen.
12. Bouwelement volgens conclusie 10 of 11, met het kenmerk, dat voor ten minste een van de sleuven geldt dat deze een diepte heeft die groter is dan vijftig procent van een diameter van het bouwelement volgens een 20 dwarsdoorsnede door de betreffende sleuf.
13. Bouwelement volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat voor ten minste een van de sleuven geldt dat deze een diepte heeft die groter is dan tachtig procent van een diameter van het bouwelement volgens een dwarsdoorsnede door de betreffende sleuf.
14. Bouwelement volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat voor elke sleuf geldt dat deze een diepte heeft die groter is dan vijftig procent en bijvoorkeur groter is dan tachtig procent van een diameter van het bouwelement in de richting van de diepte van de betreffende sleuf.
15. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het 30 kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een vast materiaal is dat niet brand bij een temperatuur die kleiner is dan 1000°C en bij voorkeur niet brand bij een temperatuur die kleiner is dan 1200 °C bedraagt.
16. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat, het brandpreventiemateriaal uitzet in volume met een factor 5 in de range van 2-10 onder invloed van een brand die het bouwelement bereikt.
17. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een materiaal is dat in vrije toestand met genoemde factor in volume uitzet wanneer de temperatuur 10 van dat brandpreventiemateriaal stijgt tot boven een temperatuur T waarbij T in de range van 100 - 180 °C ligt, meer bij voorkeur in de range van 110 -140 °C
18. Bouwelement volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een materiaal is dat in vrije toestand met 15 genoemde factor uitzet wanneer de temperatuur van het brandpreventiemateriaal stijgt tot boven een temperatuur van ongeveer 120 °C.
19. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een soortelijk gewicht heeft dat 20 groter is dan 1000 kg/m3.
20. Bouwelement volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een soortelijkgewicht heeft dat groter is dan 1200 kg/m3 en bij voorkeur groter dan 1300 kg/m3.
21. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het 25 kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een zout is dat bij verhitting een glasachtige materie vormt.
22. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal in hoofdzaak silicaten omvat, zoals natriumsilicaten, kaliumsilicaten, natriumkaliumsilicaten, natriumwaterstofsilicaten, kaliumwaterstofsilicaten, magnesiumsilicaten en/of calciumsilicaten.
23. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal een waterglas omvat.
24. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal althans is voorzien van een natriumsilicaat, bijvoorbeeld natriumorthosilicaat, natriummetasilicaat, natriumpolysilicaat en/of natriumpyrosilicaat. Sodium Silicaat omvat.
25. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het 10 kenmerk, dat de ten minste twee houtlagen van een niet-hardhout is vervaardigd.
26. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ten minste twee houtlagen elk een soortelijk gewicht hebben dat kleiner is dan 900 kg/m3.
27. Bouwelement volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de tenminste twee houtlagen elk een soortelijk gewicht hebben dat kleiner is dan 650 kg/m3.
28. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ten minste twee houtlagen van vuren, esdoorn en/of grenen 20 is vervaardigd.
29. Bouwelement volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat voor tenminste een brandpreventielaag en meer in het bijzonder voor elke brandpreventielaag geldt dat deze zich over een afstand binnen in het bouwelement uitstrekt die groter is dan vijftig procent en 25 bijvoorkeur groter is dan tachtig procent van een afmeting van het bouwelement in de richting van de genoemde afstand.
30. Gebruik van ten minste een bouwelement volgens een der voorgaande conclusies voor het vervaardigen van een deur waarbij de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag zich elk althans in 30 hoofdzaak in vlakken uitstrekken die loodrecht staan op een vlak van de deur en/of voor het vervaardigen van een kozijn voor bijvoorbeeld tenminste een deur en/of tenminste een raam waarbij de ten minste twee boutlagen en de ten minste ene brandpreventielaag zich elk in vlakken uitstrekken die althans in hoofdzaak loodrecht staan op een vlak van het kozijn.
31. Gebruik volgens conclusie 30, met het kenmerk, dat het ten minste ene bouwelement wordt gebruikt voor het vervaardigen van althans een deel van een raamwerk van een deur dat wordt afgedekt door twee dekplaten die zich evenwijdig uitstrekken aan het vlak van deur.
32. Gebruik volgens conclusie 30 of 31, met het kenmerk, dat het ten 10 minste ene bouwelement wordt gebruikt voor het vervaardigen van stijlen en regels van de deur.
33. Gebruik volgens een der voorgaande conclusies 30-32, met het kenmerk, dat de deur een binnendeur is.
34. Deur voorzien van een raamwerk dat althans in hoofdzaak is 15 vervaardigd van bouwelementen volgens een der conclusies 1-29 en twee afdekplaten die aan weerszijden van het raamwerk zijn aangebracht waarbij de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag zich elk in vlakken uitstrekken die althans in hoofdzaak loodrecht staan op de afdekplaten van de deur.
35. Deur volgens conclusie 34, met het kenmerk, dat het raamwerk is voorzien van twee verticale stijlen, een bovenste horizontale regel en een onderste horizontale regel.
36. Deur volgens conclusie 34 of 35, met het kenmerk, dat tussen de afdekplaten perliet en/of een minerale vezelplaatvulling is opgenomen.
37. Deur volgens een der conclusies 34-36, met het kenmerk, dat ten minste een stijl van de deur aan een zijde liggende aan een buitenzijde van de deur is voorzien van een strip vervaardigd van een opschuimend materiaal.
38. Deur volgens een der conclusies 34-37, met het kenmerk, dat de dekplaten zijn vervaardigd van MDF, Multiplex, hardboard, gipsplaat en/of vergelijkbare materialen.
39. Deur volgens een der conclusies 34-38, met het kenmerk, dat de deur 5 verder is voorzien van een glasopening.
40. Deur volgens conclusie 39, met het kenmerk, dat in de glasopening pyrodur glas is opgenomen.
41. Deur volgens een der conclusies 34-40, met het kenmerk, dat de deur een binnendeur betreft.
42. Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwelement volgens een der conclusies 9-14, met het kenmerk, dat in een balk of plank van het genoemde hout de ten minste ene sleuf wordt aangebracht waarna in de ten minste ene sleuf het brandpreventiemateriaal wordt aangebracht.
43. Werkwijze volgens conclusie 42, met het kenmerk, dat het 15 brandpreventiemateriaal in liquide vorm in de ten minste ene sleuf wordt gebracht waarna het brandpreventiemateriaal zal uitharden.
44. Werkwijze volgens conclusie 42, met het kenmerk, dat het brandpreventiemateriaal in de vorm van een strip in de ten minste ene sleuf wordt gebracht.
45. Werkwijze volgens conclusie 44, met het kenmerk, dat de strip door klemmen of met lijm in de ten minste ene sleuf wordt bevestigd aan de plank of balk.
46. Werkwijze voor het vervaardigen van een bouwelement volgens een der voorgaande 1-29, met het kenmerk, dat aan weeszijden van ten minste 25 een strip van het brandpreventiemateriaal een strip van het genoemde hout wordt bevestigd.
47. Werkwijze volgens conclusie 46, met het kenmerk, dat de strippen van hout en de ten minste ene strip van brandpreventiemateriaal door lijmen aan elkaar worden bevestigd.
48. Kozijn voor bijvoorbeeld tenminste een deur en/of tenminste een raam, met het kenmerk, dat het kozijn althans in hoofdzaak is vervaardigd van bouwelementen volgens een der voorgaande conclusies 1-29 waarbij de ten minste twee houtlagen en de ten minste ene brandpreventielaag zich elk 5 in vlakken uitstrekken die althans in hoofdzaak loodrecht staan op een vlak van het kozijn. 10 *032912'
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1032912A NL1032912C2 (nl) | 2006-11-22 | 2006-11-22 | Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. |
| PCT/NL2007/050582 WO2008063062A1 (en) | 2006-11-22 | 2007-11-22 | Building element comprising wood, such as a beam or board |
| EP07834710.1A EP2089603B1 (en) | 2006-11-22 | 2007-11-22 | Door provided with a framework manufactured from building elements comprising wood, such as a beam or board |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1032912 | 2006-11-22 | ||
| NL1032912A NL1032912C2 (nl) | 2006-11-22 | 2006-11-22 | Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1032912C2 true NL1032912C2 (nl) | 2008-05-23 |
Family
ID=38001919
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1032912A NL1032912C2 (nl) | 2006-11-22 | 2006-11-22 | Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2089603B1 (nl) |
| NL (1) | NL1032912C2 (nl) |
| WO (1) | WO2008063062A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2956691B1 (fr) * | 2010-02-23 | 2012-09-28 | Entpr Breheret | Panneau pour menuiserie interieure |
| FR3002582B1 (fr) * | 2013-02-22 | 2015-12-11 | Jeld Wen France | Porte comprenant un cadre de porte bois avec joint intumescent |
| JP6670535B2 (ja) * | 2016-04-15 | 2020-03-25 | 三井住友建設株式会社 | 耐火構造物 |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE7540660U (de) * | 1975-12-20 | 1976-04-29 | Sperrholzwerk Waldsee Gmbh, 7967 Bad Waldsee | Feuerhemmende tuer, insbesondere etagentuer |
| EP0124881A2 (de) * | 1983-05-04 | 1984-11-14 | HÖRMANN KG Freisen | Feuerschutztür mit einem wenigstens im Rahmenbereich aus Holz bestehenden Türblatt |
| US6119411A (en) * | 1998-09-08 | 2000-09-19 | Mateu Gil; Maria Desamparados | Enclosure which is fire-resistive for a predetermined period of time |
| US6745526B1 (en) * | 2003-04-16 | 2004-06-08 | Enrico Autovino | Fire retardant wooden door with intumescent materials |
| US20060207199A1 (en) * | 2005-02-15 | 2006-09-21 | Duane Darnell | Fire door |
| US20060248833A1 (en) * | 2005-05-06 | 2006-11-09 | Enrico Autovino | Fire retardant panel door and door frame having intumescent materials therein with a 90 minute fire rating |
Family Cites Families (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB1377059A (en) * | 1972-06-23 | 1974-12-11 | Micropore International Ltd | Fire-proof structures |
-
2006
- 2006-11-22 NL NL1032912A patent/NL1032912C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2007
- 2007-11-22 WO PCT/NL2007/050582 patent/WO2008063062A1/en not_active Ceased
- 2007-11-22 EP EP07834710.1A patent/EP2089603B1/en active Active
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE7540660U (de) * | 1975-12-20 | 1976-04-29 | Sperrholzwerk Waldsee Gmbh, 7967 Bad Waldsee | Feuerhemmende tuer, insbesondere etagentuer |
| EP0124881A2 (de) * | 1983-05-04 | 1984-11-14 | HÖRMANN KG Freisen | Feuerschutztür mit einem wenigstens im Rahmenbereich aus Holz bestehenden Türblatt |
| US6119411A (en) * | 1998-09-08 | 2000-09-19 | Mateu Gil; Maria Desamparados | Enclosure which is fire-resistive for a predetermined period of time |
| US6745526B1 (en) * | 2003-04-16 | 2004-06-08 | Enrico Autovino | Fire retardant wooden door with intumescent materials |
| US20060207199A1 (en) * | 2005-02-15 | 2006-09-21 | Duane Darnell | Fire door |
| US20060248833A1 (en) * | 2005-05-06 | 2006-11-09 | Enrico Autovino | Fire retardant panel door and door frame having intumescent materials therein with a 90 minute fire rating |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2008063062A1 (en) | 2008-05-29 |
| EP2089603B1 (en) | 2021-04-07 |
| EP2089603A1 (en) | 2009-08-19 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5522195A (en) | Energy-efficient fire door | |
| US7669383B2 (en) | Fire door | |
| US3484994A (en) | Door-transom assembly and method of manufacture | |
| NL1032912C2 (nl) | Bouwelement omvattende hout, zoals een balk of plank. | |
| GB2536247A (en) | A door component and a method for manufacturing the same | |
| RU2412322C2 (ru) | Огнестойкая дверь, способ изготовления краевого профиля, усиливающая накладка и профиль для остекления такой двери | |
| RU2408769C2 (ru) | Половые панели с огнестойким слоем | |
| FR2473592A1 (fr) | Chassis metallique pour cloison vitree coupe-feu et cloison vitree comportant un tel chassis | |
| RU132832U1 (ru) | Огнестойкое дверное полотно (варианты) | |
| DE2628950A1 (de) | Schwerentflammbare kaschierte verbundplatte | |
| KR102023715B1 (ko) | 목재 방화문 | |
| GB2289076A (en) | Internal screens and partitions | |
| DE19624564A1 (de) | Bauelement | |
| JP2020023827A (ja) | 防火パネル及びその製造方法 | |
| CN100344838C (zh) | 隔热材料边角料在防火门和防火结构中的应用 | |
| DE10021974A1 (de) | Schallhemmendes, insbesondere auch brandhemmendes und/oder einbruchhemmendes Türblatt sowie damit versehene Tür | |
| Haukø et al. | Guideline–fire resistance upgrade of cultural heritage doors | |
| GB2448072A (en) | Fireproof door | |
| CN205314850U (zh) | 一种新型木质隔热防火门 | |
| CN216741270U (zh) | 一种钢木质隔热防火门 | |
| GB2294281A (en) | Fire door | |
| NL2010877C2 (nl) | Brandwerende deur met randprofiel en plaatvormig halffabrikaat voor het schroefbare randprofiel. | |
| JP2001017560A (ja) | 防火扉 | |
| NL2010048C2 (en) | Edge beam, door and method for manufacturing an edge beam. | |
| RS50856B (sr) | Konstrukcija neprobojnih (antibalističkih) pregradnih zidova |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20221201 |