NL1033086C2 - Vleugelsnijder. - Google Patents
Vleugelsnijder. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1033086C2 NL1033086C2 NL1033086A NL1033086A NL1033086C2 NL 1033086 C2 NL1033086 C2 NL 1033086C2 NL 1033086 A NL1033086 A NL 1033086A NL 1033086 A NL1033086 A NL 1033086A NL 1033086 C2 NL1033086 C2 NL 1033086C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- guide means
- carcass
- guide
- feed
- holder
- Prior art date
Links
- 244000144977 poultry Species 0.000 title claims description 8
- 238000003307 slaughter Methods 0.000 claims description 4
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 abstract 6
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 23
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 6
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 6
- 239000002775 capsule Substances 0.000 description 4
- 210000000323 shoulder joint Anatomy 0.000 description 4
- 210000000481 breast Anatomy 0.000 description 2
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 2
- 210000000988 bone and bone Anatomy 0.000 description 1
- 210000000038 chest Anatomy 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 210000001503 joint Anatomy 0.000 description 1
- 210000002435 tendon Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0023—Dividing poultry
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0046—Support devices
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
Description
VIeucelsni i der
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het bewerken van een karkas van slachtgevogelte, 5 zoals voor het snijden vleugels van een karkas van slachtgevogelte. Dergelijke inrichtingen worden bijvoorbeeld opgesteld aan of onder een transportinrichting voor karkassen, waarbij de karkassen hangend aan de poten langs de inrichting worden gevoerd om bijvoorbeeld 10 de vleugels van het karkas te snijden.
Het Amerikaans octrooischrift 5,954,574 toont een vleugelsnijder met twee vleugelgeleiders en twee cirkelmes-sen in het verlengde van de vleugelgeleiders. De vleugelgeleiders en de cirkelmessen zijn bevestigd aan twee op-15 staande steunen van een gestel. De afstand tussen de steunen is door middel van een stel schroef instelbaar om de vleugelgeleiders in te stellen op een specifieke karkasom-vang. Bij kleine variaties in de karkas omvang kan het echter gebeuren dat de cirkelmessen onjuist insnijden op 20 het vleugeldeel. Als gevolg daarvan snijdt het mes in delen van de borst of in een bot van het vleugeldeel.
Een doel van de uitvinding is een inrichting van de bovengenoemde soort te verschaffen waarmee karkassen met verschillende omvang op een bevredigende manier kunnen 1033086 2 worden bewerkt.
Een doel van de uitvinding is een inrichting van de bovengenoemde soort te verschaffen waarmee in het bij -zonder vleugels van karkassen met verschillende omvang op 5 een bevredigende manier van het karkassen kunnen worden verwijderd.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
10
De uitvinding verschaft, vanuit een aspect, een inrichting voor het snijden van vleugels van een karkas van slachtgevogelte dat in een doorvoerrichting door de inrichting wordt gevoerd, omvattend eerste geleidingsmiddelen met 15 een geleider voor aanligging tegen een linker schouder-gebied van het karkas voor geleiding daarvan naar een eerste mes, tweede geleidingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een rechter schoudergebied van het karkas voor geleiding daarvan naar een tweede mes, en draagmidde-20 len voor de eerste en tweede geleidingsmiddelen, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een meegevende onderlinge beweging van de eerste en de tweede geleidingsmiddelen in hoofdzaak dwars op de doorvoerrichting tussen een begin-stand en een spreidstand tijdens geleiding van het karkas 25 door de inrichting.
De geleidingsmiddelen kunnen onderling dwars op de doorvoerrichting meegeven tijdens de geleiding van het karkas door de inrichting, waardoor de geleiders zich kunnen aanpassen aan kleine verschillen in de karkasomvang 30 ter plaatse van de schouders. De messen kunnen daardoor met zekerheid op de gewenste plaats insnijden.
De vleugelsnijders kunnen worden ingesteld op een minimale karkasomvang indien de inrichting instelmiddelen voor het instellen van de onderlinge afstand tussen de 35 eerste en tweede geleidingsmiddelen in de beginstand. De geleidingsmiddelen hoeven dan slechts onderling te bewegen bij een karkasomvang die groter is dan de minimale karkas- 3 omvang.
De geleiders kunnen na de geleiding van het karkas door de inrichting weer naar de spreidstand terugkeren indien de draagmiddelen zijn ingericht voor het onder-5 ling voorspannen van de eerste en/of tweede geleidings-middelen naar de beginstand.
De oriëntatie van de karkassen ten opzichte van de doorvoerrichting kan ondanks verschillen in de karkas-omvang steeds dezelfde zijn indien de draagmiddelen zijn 10 ingericht voor een onderlinge beweging van de eerste en tweede geleidingsmiddelen onder een in hoofdzaak gelijkblijvende oriëntatie van de geleiders ten opzichte van de doorvoerrichting.
In een uitvoeringsvorm zijn de draagmiddelen zijn 15 ingericht voor een gekoppelde onderlinge beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede geleidingsmiddelen vanuit de beginstand naar de spreidstand. De draagmiddelen zijn daarbij bij voorkeur ingericht voor een gelijktijdige beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede 20 geleidingsmiddelen. De eerste geleidingsmiddelen en de tweede geleidingsmiddelen maken in deze uitvoeringsvorm beide een beweging ten opzichte van het karkas.
De baan van karkassen ten opzichte van de inrichting kan dwars op de doorvoerrichting ongewijzigd blijven 25 indien de draagmiddelen zijn ingericht voor een ten opzichte van het karkas symmetrische beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede geleidingsmiddelen. Dit is met name gunstig indien de inrichting onder een ketting-transporteur is opgesteld, waarbij de karkassen in hangende 30 toestand door of langs de inrichting worden gevoerd.
In een uitvoeringsvorm omvatten de eerste en tweede geleidingsmiddelen een zich in hoofdzaak in de doorvoerrichting uitstrekkend geleidingsvlak voor aanlig-ging tegen het karkas, waarbij het geleidingsvlak met een 3 5 langszij rand een zich in de doorvoerrichting uitstrekkende vleugeldoorlaatopening begrenst. Het karkas kan ter plaatse van de borst of schouder aanliggen tegen het geleidings- 4 vlak, waarbij de vleugels door de vleugeldoorlaagopeningen steken om naar de messen te worden geleid.
In een uitvoeringsvorm omvatten de draagmiddelen een gestel, een met het gestel verbonden eerste houder voor 5 de eerste geleidingsmiddelen, en een met het gestel verbonden tweede houder voor de tweede geleidingsmiddelen.
In een uitvoeringsvorm is de eerste en/of tweede houder op afstand van de eerste respectievelijk tweede geleidingsmiddelen draaibaar verbonden met het gestel. 10 Bewegende en voor vuil kwetsbare delen liggen derhalve op afstand van de geleiders. Bij voorkeur is de eerste en/of tweede houder daarbij draaibaar om een draai-as die zich in een verticale projectie hoofdzaak evenwijdig aan de door-voerrichting uitstrekt.
15 In een betrouwbaar werkzame uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede houder verbonden met een eerste respectievelijk tweede vertanding, waarbij de eerste en tweede tandheugel samenwerken voor een gekoppelde onderlinge beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede 20 geleidingsmiddelen. Bij voorkeur strekken de eerste en tweede vertanding zich op afstand van de draai-as uit om de draai-as, en zijn de vertandingen met elkaar in ingrijping.
In een uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede houder verbonden met ten minste één veerelement voor het 25 onderling voorspannen van de eerste en tweede geleidingsmiddelen naar de beginstand.
Het veerelement omvat . bij voorkeur een gasveer en/of een schroefveer omvat.
De messen kunnen meebewegen met de geleiders 30 indien het eerste mes is verbonden met de eerste gelei dingsmiddelen en het tweede mes is verbonden met de tweede geleidingsmiddelen.
In een uitvoeringsvorm omvat het eerste en/of tweede mes een cirkelmes.
35 De vleugels kunnen met name op kort afstand van de messen in een zich in hoofdzaak dwars op het karkas uitstrekkende stand· worden gehouden indien de eerste en 5 tweede geleidingsmiddelen een eerste respectievelijk tweede drager omvatten voor het dragen van de linker respectievelijk rechter vleugel op afstand van het linker respectievelijk rechter schoudergebied.
5 De uitvinding verschaft voorts, vanuit een verder aspect, een inrichting voor het bewerken van een karkas van slachtgevogelte dat in een doorvoerrichting door de inrichting wordt gevoerd, omvattend eerste geleidings-middelen met een geleider voor aanligging tegen een eerste 10 zijde van het karkas, tweede geleidingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een in hoofdzaak tegengestelde tweede zijde van het karkas, en draagmiddelen voor de eerste en tweede geleidingsmiddelen, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een meegevende onderlinge 15 beweging van de eerste en de tweede geleidingsmiddelen in hoofdzaak dwars op de doorvoerrichting tussen een beginstand en een spreidstand tijdens geleiding van het karkas door de inrichting. De eerste en tweede geleidingsmiddelen kunnen het karkas geleiden naar of langs 20 een karkasbewerkingsapparaat van de inrichting, zoals een mes.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar 25 mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.
30
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand 35 van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in:
Figuur 1 een aanzicht in perspectief van een 6 vleugelsnijderinrichting volgens de uitvinding, in een beginstand; figuur 2A een achteraanzicht van de vleugelsnijderinrichting volgens figuur 1; 5 figuur 2B de vleugelsnijderinrichting volgens figuur 2A, in een spreidstand; figuur 3 een aanzicht in perspectief van het vleugelsnijgedeelte van de vleugelsnijderinrichting volgens figuur 1; 10 figuur 4A een bovenaanzicht van het vleugelsnijd- gedeelte volgens figuur 3; en figuur 4B een bovenaanzicht van het vleugelsnijd-gedeelte in de spreidstand.
15
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De vleugelsnijderinrichting 1, zoals weergegeven 20 in figuur 1, is opgesteld onder een verder niet getoonde kettingtransporteur die haken 5 in een transportrichting A over de vleugelsnijderinrichting 1 voeren. De vleugelsnijderinrichting 1 is bevestigd aan de horizontale drager 3 van een gestel 2 onder de kettingtransporteur. De ketting-25 transporteur en de vleugelsnijderinrichting 1 zijn ingericht voor de doorvoer van karkassen 100 van slachtgevo-gelte in doorvoerrichting B door de vleugelsnijderinrichting 1, waarbij de vleugels 103 ter plaatse van de schoudergewrichten van het karkas 100 worden gesneden.
30 Zoals tevens weergegeven in figuur 2A omvat de vleugelsnijderinrichting 1 een vaste draagplaat 10 met twee lagerbussen 21 en twee vaste veersteunen 25 voor zwenkbare bevestiging van een rechter vleugelsnijder 20a en een linker vleugelsnijder 20b. De rechter en linker vleugel-35 snijder 20a, 20b zijn in hoofdzaak symmetrisch opgebouwd ten opzichte van de transportrichting A.
De rechter en linker vleugelsnijder 20a, 20b 7 omvatten beide een draagplaat 22 die bevestigd is aan verder niet getoonde, in de lagerbussen 21 opgenomen kogellagers. De kogellagers laten een zwenkende rotatie van de draagplaten 22 toe van de rechter en linker vleugelsnijder 5 20a, 20b om zich in transportrichting A uitstrekkende rotatiehartli jnen S van de kogellagers. Aan de binnenste uiteinden van de draagplaten 22 zijn vertandingen 29 gevormd met een constante radius ten opzichte van de rotatiehartli jnen S. De vertandingen 29 zijn in ingrijping met 10 elkaar voor symmetrisch, gelijktijdig zwenken van de rechter vleugelsnijder 20a en de linkervleugelsnijder 20b in richting D ten opzichte van de vaste draagplaat 10 en ten opzichte van elkaar.
De draagplaten 22 zijn voorzien van veersteunen 15 23 waaraan schroefdrukveren 24 zijn bevestigd. De schroef- drukveren 24 zijn aan de tegengestelde zijde bevestigd aan de vaste veersteunen 25. Aan het uiteinde van de draagplaten 22 is een verticaal profiel 40 bevestigd met aan het uiteinde een horizontaal profiel 41 dat zich uitstrekt in 2 0 de transportrichting A. Aan de onderzijde van de verticale profielen 40 zijn bevestigingsplaten 26 voorzien die aan de uiteinden onderling zijn verbonden met twee tegengesteld en evenwijdig aan elkaar opgestelde gasdrukveren 27, waarvan er in figuur 2A slechts één is getoond. De schroefdrukveren 25 24 en de gasdrukveren 27 spannen de bovenzijden van de vleugelsnijders 20a, 20b voor naar elkaar.
Het horizontale profiel 41 is aan de voorlopende zijde voorzien van een steun 46 met daaraan een houder 47 voor een staafvormige eerste geleider 48. De eerste gelei-30 ders 48 zijn naar buiten gericht voor ontvangst van de door de vleugelsnijderinrichting 1 gevoerde karkassen 100. Aan de nalopende zijde van het horizontale profiel 41 is een steun 44 bevestigd met een plaatvormige tweede geleider 45 die zich in de doorvoerrichting B uitstrekt voor aanligging 35 tegen de zijde van de karkassen 100 ter plaatse van het schoudergebied. De tweede geleiders 45 staan ten opzichte van elkaar in een V-opstelling, waarbij de afstand tussen 8 de tegenover elkaar opgestelde eerste en tweede geleiders 48, 45 in de doorvoerrichting B enigszins afneemt.
Aan het middengedeelte van het verticale profiel 40 is een horizontaal profiel 60 bevestigd met aan het 5 uiteinde een zich in de transportrichting A uitstrekkende, horizontale steun 61. Aan de steunen 61 is een verticale draagplaat 86 met een schouderkapselsnijder 75 bevestigd. Zoals weergegeven in figuur 4A strekken de schouderkapsel-snijders 75 zich in bovenaanzicht met de snijrand 76 omhoog 10 in de doorvoerrichting B evenwijdig aan elkaar uit tussen de tweede geleiders 45. Aan de horizontale steun 61 is een plaatvormige derde geleider 70 bevestigd. De plaatvormige geleider 70 gaat aan de achterzijde over in een zich in doorvoerrichting B uitstrekkende eindstaaf 51. De voorlo-15 pende uiteinden van de derde geleiders 70 zijn hellend opwaarts gericht voor de ontvangst en geleiding van de rug van het karkas 100.
De in doorvoerrichting B achter elkaar opgestelde staaf vormige eerste geleider 4 8 en de onderrand 49 van de 20 plaatvormige tweede geleider 45 enerzijds, en de plaatvormige derde geleider 70 en de bovenrand 50 van de eindstaaf 51 anderzijds houden, zoals weergegeven in figuur 3, per vleugelsnijder 20a, 20b een zich in de doorvoerrichting B
uitstrekkende spleet 80 vrij voor het doorlaten van een 25 vleugel 103. Per vleugelsni jder 20a, 20b is aan het uit einde van de eindstaaf 51, tussen de schouderkapselsnijder 75 en eindstaaf 51 een vleugeltegenhouder 62 opgesteld die met een afgerond uiteinde in de spleet 80 steekt. De vleugeltegenhouder 62 is met de tegengestelde zijde door middel 3 0 van een scharnier 64 bevestigd aan de draagplaat 86 voor draaiend zwenken in richting C. De vleugeltegenhouders 62 zijn door middel van niet getoonde trekveren voorgespannen naar de in figuur 3 getoonde beginstand.
De vleugelsnijders 20a, 20b zijn voorzien van een 3 5 motor 3 0 met een aandrijfas 31 waaraan een cirkelmes 32 is bevestigd. De snijrand 33 van het cirkelmes 32 strekt zich uit over de breedte van de spleet 80. Om het cirkelmes 32 9 is een afschermkap 34 geplaatst. Tussen de cirkelmessen 32 is een opwaarts hellende karkasafhouder 83 geplaatst die is bevestigd aan de steun 61 van de linker vleugelsnijder 20b.
Door de horizontale steun 61 van de rechter 5 vleugelsnijder 20a steekt een stelschroef 55 die met het uiteinde aanligt tegen de horizontale steun 61 van de linker vleugelsnijder 20b. Door rotatie van de stelschroef 55 is de afstand tussen de bovenzijden van de vleugelsnij-ders 20a, 20b tegen de voorspanning van de schroefdrukveren 10 24 en de gasdrukveren 27 in instelbaar. Voor het in ge- bruikstellen van de vleugelsnijderinrichting 1 kan indien dat nodig is de afstand tussen de linker vleugelsnijder en rechter vleugelsnijder 20a, 20b ingesteld worden door middel van de stelschroef 55, waardoor de afstand tussen de 15 plaatvormige tweede geleiders 45 wordt afgesteld op de breedte, in het bijzonder de schouderbreedte van het karkas 100.
Tijdens bedrijf wordt de haak 5 met het karkas 100 in transportrichting A over de vleugelsnijderinrichting 20 1 gevoerd zoals weergegeven in figuren 1 en 2A, waarbij het karkas 100 met de poten 101 en de borst 102 omhoog gericht, opwaarts over de plaatvormige derde geleiders 70 wordt gevoerd en de vleugels 103 in richting G door de spleet 80 bewegen. De rug beweegt daarbij over de derde geleiders 70, 25 en de vleugels 103 steken uit van de derde geleiders 70.
Bij de verdere doorvoer van het karkas 100 in doorvoerrichting B komen de staafvormige eerste geleiders 48 en vervolgens de tweede geleiders aan te liggen tegen zijden ter plaatse van het schoudergebied van het karkas 30 100. Door de afnemende afstand tussen de tweede geleiders 45 wordt een groter wordende druk uitgeoefend op de zijden van het karkas 100. Zoals weergegeven in figuur 2B oefenen de zijden van het karkas 100 daarbij een kracht in richting E uit op de linker vleugelsnijder 20b en rechter vleugel-35 snijder 20a, waardoor deze gelijktijdig in richting D om de hartlijnen S van elkaar af zwenken. In deze spreidstand liggen de tweede geleiders 45 strak aan tegen het karkas 10 100 en rusten de vleugels op de bovenrand 50 van de eind-staven 51. De vleugels worden neergehouden door de onderrand 49 van de plaatvormige tweede geleiders 45.
Tijdens verdere doorvoer in richting B bewegen de 5 schoudergewrichten over de snijranden 76 van de kapselsnij-ders 75, waardoor de over de gewrichten gelegen pezen worden doorgesneden. Vervolgens passeren de vleugels 103 aan het uiteinde van de eindstaven 51 in richting G de afgeronde einden 63 van de vleugel de vleugeltegenhouders 10 62. De vleugeltegenhouders 62 bewegen daardoor mee in richting C. Na het passeren van de vleugels 103 klappen de vleugelhouders 62 terug naar de beginstand, en komen de vleugels 103 ter plaatse van de schoudergewrichten aan tegen de snijranden 33 van de in richting F roterende 15 cirkelmessen 32. De cirkelmessen 32 snijden het kapsel tussen de knokkels van het schoudergewricht geheel door, waardoor de vleugels 103 vlak langs het karkas 100 worden afgesneden.
Na het afsnijden van de vleugels 103 beweegt het 20 karkas 100 langs de karkasafhouder 83 opwaarts van de cirkelmessen 32 af. Door de voorspanning van de gasveren 27 en de schroefveren 24 bewegen de linker vleugelsnijder 20b en de rechter vleugel snij der 20a weer naar elkaar toe, naar de beginstand, voor de ontvangst van het volgende karkas 25 100 aan de kettingtransporteur.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting 3 0 zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
1033086
Claims (24)
1. Inrichting voor het snijden van vleugels van een karkas van slachtgevogelte dat in een doorvoerrichting door de inrichting wordt gevoerd, omvattend eerste gelei-dingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een 5 linker schoudergebied van het karkas voor geleiding daarvan naar een eerste mes, tweede geleidingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een rechter schoudergebied van het karkas voor geleiding daarvan naar een tweede mes, en draagmiddelen voor de eerste en tweede geleidingsmidde- 10 len, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een meegevende onderlinge beweging van de eerste en de tweede geleidingsmiddelen in hoofdzaak dwars op de doorvoerrichting tussen een beginstand en een spreidstand tijdens geleiding van het karkas door de inrichting.
2. Inrichting volgens conclusie 1, omvattend instelmiddelen voor het instellen van de onderlinge afstand tussen de eerste en tweede geleidingsmiddelen in de beginstand.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij 20 de draagmiddelen zijn ingericht voor het onderling voorspannen van de eerste en/of tweede geleidingsmiddelen naar de beginstand.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een 25 onderlinge beweging van de eerste en tweede geleidingsmiddelen onder een in hoofdzaak gelijkblijvende oriëntatie van de geleiders ten opzichte van de doorvoerrichting.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een 30 gekoppelde onderlinge beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede geleidingsmiddelen vanuit de beginstand 1033086 naar de spreidstand.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een gelijktijdige beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede gelei- 5 dingsmiddelen.
7. Inrichting volgens conclusie 5 of 6, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een ten opzichte van het karkas symmetrische beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de tweede geleidingsmiddelen.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclu sies, waarbij de eerste en tweede geleidingsmiddelen een zich in hoofdzaak in de doorvoerrichting uitstekkend gelei-dingsvlak omvatten voor aanligging tegen het karkas, waarbij het geleidingsvlak met een langszij rand een zich in de 15 doorvoerrichting uitstrekkende vleugeldoorlaatopening begrenst.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de draagmiddelen een gestel, een met het gestel verbonden eerste houder voor de eerste geleidings- 20 middelen, en een met het gestel verbonden tweede houder voor de tweede geleidingsmiddelen omvatten.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de eerste en/of tweede houder op afstand van de eerste respectievelijk tweede geleidingsmiddelen draaibaar verbonden is 25 met het gestel.
11. Inrichting volgens conclusie 10, waarbij de eerste en/of tweede houder draaibaar is om een draai-as die zich in een verticale projectie in hoofdzaak evenwijdig aan de doorvoerrichting uitstrekt.
12. Inrichting volgens een der conclusies 9-11, waarbij de eerste en tweede houder zijn verbonden met een eerste respectievelijk tweede vertanding, waarbij de eerste en tweede vertanding samenwerken voor een gekoppelde onderlinge beweging van de eerste geleidingsmiddelen en de 35 tweede geleidingsmiddelen.
13. Inrichting volgens conclusie 12 en 10 of 11, waarbij de eerste en tweede vertanding zich op afstand van de draai-as uitstrekken om de draai-as, en met elkaar in ingrijping zijn.
14. Inrichting volgens een der conclusies 9-13, waarbij de eerste en tweede houder zijn verbonden met ten 5 minste één veerelement voor het onderling voorspannen van de eerste en tweede geleidingsmiddelen naar de beginstand.
15. Inrichting volgens conclusie 14, waarbij het veerelement een gasveer omvat.
16. Inrichting volgens conclusie 14 of 15, waar-10 bij het veerelement een schroefveer omvat.
17. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste mes is verbonden met de eerste geleidingsmiddelen en het tweede mes is verbonden met de tweede geleidingsmiddelen.
18. Inrichting volgens een der voorgaande conclu sies, waarbij het eerste en/of tweede mes een cirkelmes omvat.
19. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de eerste en tweede geleidingsmiddelen een 20 eerste respectievelijk tweede drager omvatten voor het dragen van de linker respectievelijk rechter vleugel op afstand van het linker respectievelijk rechter schouder-gebied.
20. Inrichting voor het bewerken van een karkas 25 van slachtgevogelte dat in een doorvoerrichting door de inrichting wordt gevoerd, omvattend eerste geleidingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een eerste zijde van het karkas, tweede geleidingsmiddelen met een geleider voor aanligging tegen een in hoofdzaak 30 tegengestelde tweede zijde van het karkas, en draagmiddelen voor de eerste en tweede geleidingsmiddelen, waarbij de draagmiddelen zijn ingericht voor een meegevende onderlinge beweging van de eerste en de tweede geleidingsmiddelen in hoofdzaak dwars op de doorvoerrichting tussen een 35 beginstand en een spreidstand tijdens geleiding van het karkas door de inrichting.
21. Inrichting volgens conclusie 20, waarbij de draagmiddelen een gestel, een met het gestel verbonden eerste houder voor de eerste geleidingsmiddelen, en een met het gestel verbonden tweede houder voor de tweede geleidingsmiddelen omvatten, waarbij de eerste en tweede 5 houder de eerste en tweede geleidingsmiddelen naar elkaar voorspannen.
22. Inrichting volgens conclusie 20 of 21, waarbij de eerste respectievelijk tweede geleidingsmiddelen ingericht voor aanligging tegen een linker respectievelijk 10 rechter schoudergebied van het karkas.
23. Inrichting voor het snijden van delen van een karkas van slachtgevogelte, voorzien van een of meer van de maatregelen zoals op zich beschreven in de conclusies 1-22.
24. Inrichting voorzien van een of meer van de in 15 de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- FG/MB 1033086
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1033086A NL1033086C2 (nl) | 2006-12-19 | 2006-12-19 | Vleugelsnijder. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1033086 | 2006-12-19 | ||
| NL1033086A NL1033086C2 (nl) | 2006-12-19 | 2006-12-19 | Vleugelsnijder. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1033086C2 true NL1033086C2 (nl) | 2008-06-20 |
Family
ID=37946332
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1033086A NL1033086C2 (nl) | 2006-12-19 | 2006-12-19 | Vleugelsnijder. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1033086C2 (nl) |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN113615727A (zh) * | 2021-07-07 | 2021-11-09 | 武汉轻工大学 | 家禽胴体分割生产线 |
| EP3772969B1 (de) | 2018-06-20 | 2021-12-22 | Linco Food Systems A/S | Vorrichtung, verfahren und anordnung zum abtrennen der flügelspitzen von geflügelschlachtkörpern |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4083083A (en) * | 1975-06-05 | 1978-04-11 | Duncan Creations, Inc. | Machine for cutting poultry into selectively variable portions |
| WO1992007470A1 (en) * | 1990-10-30 | 1992-05-14 | Lindholst & Co A/S | Method and apparatus for cutting wings from the body of slaughtered poultry, particularly broilers |
| US5368520A (en) * | 1994-01-18 | 1994-11-29 | Koch; Jay | Apparatus and method for separating wings and attached breasts from poultry carcasses |
| US5954574A (en) | 1997-08-12 | 1999-09-21 | Verrijp; Bastiaan | Wing remover |
-
2006
- 2006-12-19 NL NL1033086A patent/NL1033086C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4083083A (en) * | 1975-06-05 | 1978-04-11 | Duncan Creations, Inc. | Machine for cutting poultry into selectively variable portions |
| WO1992007470A1 (en) * | 1990-10-30 | 1992-05-14 | Lindholst & Co A/S | Method and apparatus for cutting wings from the body of slaughtered poultry, particularly broilers |
| US5368520A (en) * | 1994-01-18 | 1994-11-29 | Koch; Jay | Apparatus and method for separating wings and attached breasts from poultry carcasses |
| US5954574A (en) | 1997-08-12 | 1999-09-21 | Verrijp; Bastiaan | Wing remover |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP3772969B1 (de) | 2018-06-20 | 2021-12-22 | Linco Food Systems A/S | Vorrichtung, verfahren und anordnung zum abtrennen der flügelspitzen von geflügelschlachtkörpern |
| CN113615727A (zh) * | 2021-07-07 | 2021-11-09 | 武汉轻工大学 | 家禽胴体分割生产线 |
| CN113615727B (zh) * | 2021-07-07 | 2022-05-27 | 武汉轻工大学 | 家禽胴体分割生产线 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0054060B1 (en) | Bird cutting plant | |
| US4662029A (en) | Process and apparatus for cutting hog carcasses | |
| US5019013A (en) | On line breast halver and processor | |
| NL1030388C2 (nl) | Ontbener. | |
| NL1001058C2 (nl) | Inrichting voor het openen van de lichaamsholte van een geslachte vogel. | |
| NL8401121A (nl) | Inrichting voor het afsnijden van de vleugels van geslacht gevogelte. | |
| NL9300815A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verwijderen en verwerken van een organenpakket van een slachtdier. | |
| CN105338817B (zh) | 用于处理畜体部位的系统 | |
| EP3062620B1 (en) | Method and system for automatically deboning poultry breast caps containing meat and a skeletal structure to obtain breast fillets therefrom | |
| US9259013B2 (en) | Method and system for automatically deboning poultry breast caps containing meat and a skeletal structure to obtain breast fillets therefrom | |
| CN107666830B (zh) | 从去头和去内脏的鱼自动获取鱼肉的设备和方法 | |
| NL8101527A (nl) | Inrichting voor het dwars opensnijden van slachtkuikens. | |
| AU619215B2 (en) | Wing joint severing | |
| NL2001534C2 (nl) | Inrichting, systeem en werkwijze voor het schoonmaken van een karkas of karkasdeel van geslacht gevogelte. | |
| EP3250039B2 (en) | Device for making a preparatory incision longitudinally of an animal extremity part with first and second bones articulated by a joint | |
| NL1033086C2 (nl) | Vleugelsnijder. | |
| US4354296A (en) | Method and apparatus for killing poultry | |
| EP3541190B1 (en) | Method and apparatus for processing poultry parts moving in succession along a path | |
| US3522622A (en) | Hock cutter | |
| US5954574A (en) | Wing remover | |
| KR102581686B1 (ko) | 내장이 제거된 가금류 몸통 또는 그 일부를 자동으로 처리하기 위한 장치 및 방법 | |
| US5460567A (en) | Poultry hock cutter apparatus | |
| US8727839B2 (en) | Poultry wing cutter for narrow pitch poultry lines | |
| US4389750A (en) | Device for the beheading of fish | |
| CA1112008A (en) | Apparatus for processing of poultry |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| SD | Assignments of patents |
Effective date: 20100330 |
|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20140701 |