NL1033094C2 - Gewasverwerkingsinrichting met een opraap-/snij-inrichting. - Google Patents
Gewasverwerkingsinrichting met een opraap-/snij-inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1033094C2 NL1033094C2 NL1033094A NL1033094A NL1033094C2 NL 1033094 C2 NL1033094 C2 NL 1033094C2 NL 1033094 A NL1033094 A NL 1033094A NL 1033094 A NL1033094 A NL 1033094A NL 1033094 C2 NL1033094 C2 NL 1033094C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- processing device
- crop
- accelerator
- agricultural product
- discharge
- Prior art date
Links
- 238000007599 discharging Methods 0.000 title claims abstract description 6
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 claims abstract description 14
- 244000025254 Cannabis sativa Species 0.000 claims description 3
- 230000001737 promoting effect Effects 0.000 claims description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 13
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 7
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 238000000034 method Methods 0.000 description 3
- 238000005056 compaction Methods 0.000 description 2
- 230000009193 crawling Effects 0.000 description 2
- 239000000446 fuel Substances 0.000 description 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- 240000008042 Zea mays Species 0.000 description 1
- 235000005824 Zea mays ssp. parviglumis Nutrition 0.000 description 1
- 235000002017 Zea mays subsp mays Nutrition 0.000 description 1
- 230000003139 buffering effect Effects 0.000 description 1
- 238000012656 cationic ring opening polymerization Methods 0.000 description 1
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 1
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 1
- 235000005822 corn Nutrition 0.000 description 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000012857 repacking Methods 0.000 description 1
- 230000000284 resting effect Effects 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D87/00—Loaders for hay or like field crops
- A01D87/10—Loaders for hay or like field crops with blowers
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D87/00—Loaders for hay or like field crops
- A01D87/0007—Loaders for hay or like field crops with chopping devices
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Description
GEWASVERWERKINGSINRICHTING MET EEN OPRAAP-/SNIJ-INRICHTING
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een gewasverwerkingsinrichting voorzien van een opraap-/snij-inrichting voor het 5 oprapen en in stukken snijden van een landbouwproduct.
In het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een gewasverwerkingsinrichting voorzien van een opraap-/snij-inrichting voor het oprapen en in stukken snijden van een landbouwproduct, alsmede van een afvoerinrichting voor het afvoeren van het opgeraapte en in stukken gesneden 10 landbouwproduct.
Dergelijke inrichtingen zijn bekend. Een nadeel van de bekende inrichtingen hangt samen met de doelmatigheid van het afvoeren van het gesneden product. Vaak dient het product naar een zekere hoogte te worden afgevoerd, en dient het een zekere snelheid te krijgen, om het goed verdeeld te kunnen 15 overbrengen naar een afvoerwagen of dergelijke. Bij de bekende inrichtingen gebeurt dit echter met een betrekkelijk lage doelmatigheid, en blijkt er vaak een zeer groot vermogen voor nodig om de afvoer gelijke tred te laten houden met de opraap-/snij-inrichting. Vaak zijn voertuigen met vermogens van vele honderden kW nodig, hetgeen deze werkwijze een hoog brandstofverbruik bezorgt. Bovendien zijn 20 dergelijke voertuigen vaak zeer zwaar en dus niet op elk gewenst terrein en bij elke gewenste weersomstandigheden inzetbaar.
Een doel van de uitvinding is om een gewasverwerkingsinrichting te verschaffen waarbij met name de afvoer van gesneden gewas doelmatiger geschiedt. Daardoor kan de verwerkingsinrichting toe met een lager toegevoerd 25 vermogen voor eenzelfde verwerkingscapaciteit. Anders gezegd kan men toe met een even sterke motor meer gewas per tijdseenheid verwerken.
De uitvinding bereikt dit doel met een gewasverwerkingsinrichting voorzien van een opraap-/snij-inrichting voor het oprapen en in stukken snijden van een landbouwproduct, alsmede van een afvoerinrichting voor het afvoeren van het 30 opgeraapte en in stukken gesneden landbouwproduct, waarbij de opraap-/snij-inrichting is voorzien van een opraapeenheid voor het oprapen van het landbouwproduct, en een snijeenheid voor het snijden van het opgeraapte landbouwproduct, waarbij de afvoerinrichting een afvoerkanaal voor het in een afvoerrichting afvoeren van het gesneden landbouwproduct omvat, met in het 35 afvoerkanaal een eerste roterend versnellingsorgaan en een tweede, in 103J094f 2 afvoerrichting gezien achter het eerste versnellingsorgaan geplaatste, roterend versnellingsorgaan, voor het door middel van contact met het gesneden landbouwproduct door het afvoerkanaal transporteren van het gesneden landbouwproduct, waarbij een omtrekssnelheid van het tweede versnellingsorgaan 5 groter is dan een omtrekssnelheid van het eerste versnellingsorgaan. De aldus verschafte gewasverwerkingsinrichting blijkt een hogere doelmatigheid te hebben, waarschijnlijk doordat het afvoeren trapsgewijs geschiedt. Hierdoor hoeft het versnellingsorgaan het gewas niet in één keer te versnellen van de normale snelheid bij snijden, meestal nauwelijks meer dan de rijsnelheid van enkele meters per 10 seconde, tot een gewenste uitworpsnelheid, die immers al gauw, maar niet uitsluitend, zo'n 50 meter per seconde bedraagt.
In een uitvoeringsvorm ligt de omtrekssnelheid van het eerste versnellingsorgaan tussen 5 en 25 m/s. Met deze omtrekssnelheid voor het eerste versnellingsorgaan blijkt een gunstige eerste trap te kunnen worden verschaft, 15 waarbij bijvoorbeeld de grip op het product goed is, zodat er weinig verstoppingen ontstaan en de afvoer regelmatig verloopt.
In een uitvoeringsvorm ligt de omtrekssnelheid van het tweede versnellingsorgaan tussen 10 en 50 m/s. Met deze waarde voor de omtrekssnelheid blijkt het aan het tweede versnellingsorgaan aan te leveren gewas doelmatig op een 20 gewenste uitworpsnelheid te brengen. Met name geldt dit voor een inrichting waarbij het eerste versnellingsorgaan een omtrekssnelheid heeft die ligt in het eerder hierboven aangegeven bereik.
In het bijzonder bedraagt de doorsnede van het eerste versnellingsorgaan ten minste 400 mm, bij voorkeur ten minste 450 mm. Het blijkt dat 25 bij deze minimale afmetingen voor het eerste (versnellings)orgaan een prima afvoer kan worden gewaarborgd. Met name blijkt het risico op ongewenst om het versnellingsorgaan wikkelen van het gewas voldoende klein. Anderzijds is het voordelig om het eerste versnellingsorgaan niet te groot te maken. Het blijkt voordelig om een maximale diameter van zo'n 600 mm en met voordeel ongeveer 30 550 mm aan te houden. Bij dergelijke waarden ligt de omtrek van het eerste versnellingsorgaan voldoende dicht bij de omtrek, oftewel afvoer, van de snijeenheid, zodat een doelmatige afvoer is gewaarborgd.
Met voordeel ligt de doorsnede van het tweede versnellingsorgaan tussen 400 en 800 mm, bij voorkeur tussen 450 en 700 mm. Dit blijken gunstige 35 waarden voor wat betreft doelmatigheid. Over het algemeen kan het tweede 3 versnellingsorgaan een wat grotere diameter hebben dan het eerste, omdat het overpakken van gewas door het tweede versnellingsorgaan eenvoudiger is vanwege de verhoogde gewassnelheid na het eerste versnellingsorgaan, in vergelijking met de snelheid waarmee het gewas wordt aangeboden door de snijeenheid.
5 In het bijzonder zijn het eerste en het tweede versnellingsorgaan roteerbaar rond evenwijdige respectieve assen. Dit vergemakkelijkt het ovememen van het gewas van het eerste naar het tweede versnellingsorgaan sterk. Het is echter niet uitgesloten dat het tweede versnellingsorgaan draait om een andere as.
De respectieve assen staan bij voorkeur loodrecht op een beoogde 10 voortbewegingsrichting van de gewasverwerkingsinrichting. Aangezien de opraap-/snijeenheid veelal een rond een soortgelijke as draaiend lichaam kent, is de verdere verwerking eenvoudig indien de volgende organen dat ook doen. Het is echter niet uitgesloten om althans het tweede versnellingsorgaan te laten draaien rond een as die evenwijdig aan de voortbewegingsrichting is. Met name zou dit gunstig kunnen 15 zijn indien het verwerkte gewas naar de zijkant wordt uitgeworpen, hoewel ook in een dergelijk geval een geheel evenwijdige opstelling voordelen kan bieden.
In een uitvoeringsvorm is het afvoerkanaal ter hoogte van het tweede versnellingsorgaan smaller dan ter hoogte van het eerste versnellingsorgaan. Met voordeel zijn de versnellingsorganen dienovereenkomstig smaller. Het blijkt voor de 20 afvoerdoelmatigheid gunstig om niet alleen de (omtreks)snelheid te vergroten, maar ook de doorsnede van het afvoerkanaal te verkleinen.
Met name omvatten ten minste het eerste en het tweede versnellingsorgaan elk een cilindrisch lichaam met uitsteeksels. Een dergelijke uitvoeringsvorm verschaft een gunstige grip op de gewasdelen. Het is echter niet 25 uitgesloten om bijvoorbeeld een cilinder van een materiaal met grote wrijving te nemen, zoals rubber rollen.
Met voordeel zijn de uitsteeksels ten minste 2 cm, bij voorkeur ten minste 5 cm lang, d.w.z. de uitsteeksels steken aan hun top ten minste 2, respectievelijk ten minste 5 cm uit boven hun directe omgeving. Dat kan ook komen 30 doordat hun omgeving minstens 2, respectievelijk 5 cm verdiept is. Het blijkt .dat bij een dergelijke minimale hoogte de grip zodanig is dat gewas zich enigszins tussen de uitsteeksels kan zetten, waardoor er niet alleen veel grip is, maar ook een soort bufferwerking optreedt. Gewas kan zich daarbij enigszins ophopen door langs de uitsteeksels omhoog te kruipen en te stapelen.
4
Hierbij zouden de uitsteeksels bijvoorbeeld een naar een respectieve draaiingsrichting toegekeerde voorzijde kunnen omvatten, waarvan een vanaf een uiteinde gezien tenminste 2 cm lang gedeelte een hoek met een loodlijn op het versnellingsorgaan van ten hoogste 45° maakt. Dit beïnvloedt een gunstige grip en 5 een gunstig "opkruipgedrag".
Merk op dat blijkt dat de hierboven gegeven afmetingen voor de doorsnede betrekking hebben op de totale doorsnede, d.w.z. met inbegrip van de hoogte van de eventuele uitsteeksels. Het blijkt van betrekkelijk geringe invloed of een versnellingsorgaan met een totale doorsnede van 450 mm is opgebouwd uit 10 bijvoorbeeld een rol met een eigen doorsnede van 400 mm en uitsteeksels van 25 mm, of een rol van 250 mm en uitsteeksels van 100 mm.
In het bijzonder hebben de uitsteeksels van het tweede versnellingsorgaan een grotere gemiddelde breedte dan een gemiddelde breedte van de uitsteeksels van het eerste versnellingsorgaan. Dit is een maatregel gebleken 15 die gunstig uitpakt voor de doelmatigheid. Vermoed wordt dat de grotere breedte een sterkere luchtstroom tot gevolg heeft, die goed werkt voor overpakken en verder versnellen/transporteren, hetgeen nu juist na het eerste versnellingsorgaan is bereikt. Deze maatregel is echter niet nodig, en ook een tweede versnellingsorgaan dat althans in hoofdzaak gelijk is aan het eerste is gunstig, met name bij verschillende 20 omtrekssnelheden.
In een uitvoeringsvorm ligt de breedte van de uitsteeksels van het eerste versnellingsorgaan tussen 2 en 30 mm. Voorts ligt de breedte van de uitsteeksels van het tweede versnellingsorgaan met voordeel tussen 100 en 400 mm, bij voorkeur tussen 250 en 300 mm. Het is gebleken dat dergelijke breedtes een 25 gunstige doelmatigheid aan de inrichting verschaffen. Bij dergelijke breedtes kan men uitsteeksels bij het eerste versnellingsorgaan aanduiden als tanden of vingers, en bij het tweede versnellingsorgaan als schoepen, die ook een constantere afvoer verschaffen. De breedte dient hierbij telkens te worden gemeten evenwijdig aan de draaiingsas van het respectieve versnellingsorgaan. Het kan daarbij zo zijn dat de 30 "diepte" van de uitsteeksels, d.w.z. de afmeting, loodrecht op de draaiingsas en op de lengte, groter is dan de breedte, bijvoorbeeld om sterkte te verschaffen aan de uitsteeksels.
In een speciale uitvoeringsvorm zijn naburige uitsteeksels op het eerste versnellingsorgaan in omtreksrichting verspringend aangebracht, met voordeel in ten 35 minste een spiraal. Dit blijkt gunstig voor een regelmatige afvoer, zonder grote 5 risico's op stootbelastingen. Met voordeel is er sprake van meerdere spiralen, of een enkele spiraal waarbij er tenminste vijf windingen rond het versnellingsorgaan zijn verschaft.
Met voordeel zijn er tenminste 80 uitsteeksels per meter breedte 5 aangebracht op het eerste versnellingsorgaan, met voordeel ten minste 80 uitsteeksels per meter breedte per spiraal. Bij dergelijke waarden blijkt de afvoer mooi regelmatig tot stand te komen. In de praktijk blijkt minimaal 100, bij voorkeur minimaal 100 per meter per spiraal heel gunstig. Een en ander hangt samen met de breedte van de uitsteeksels, waarbij smallere uitsteeksels een dichtere bezetting 10 kunnen verdragen.
In het bijzonder omvat de inrichting volgens de uitvinding een motor met een maximaal motorvermogen van minder dan 150 kW, meer in het bijzonder minder dan 125 kW. De inrichting volgens de uitvinding kan met een dergelijke motor toe, zelfs bij normale bewerkingsbreedtes van bijvoorbeeld 1,5 meter, bij een snelheid tot 15 bij voorkeur 8-10 km/h. Uiteraard kan de inrichting ook zijn verschaft zonder een motor, waarbij de inrichting dan is ingericht voor koppeling met een trekkervoertuig met bij voorkeur een dergelijk maximaal motorvermogen. Daarnaast is het uiteraard ook mogelijk om de inrichting te voorzien van een sterkere motor, zoals bijvoorbeeld meer dan 200 kW, dan wel te koppelen met een trekkervoertuig met een dergelijke 20 zwaardere motor. Dit kan bijvoorbeeld gunstig zijn als een dergelijk voertuig toch al ter beschikking was, of om nog meer gewasverwerkingscapaciteit te verschaffen, bij voorkeur tot bewerkingsbreedtes van 2 m en snelheden van ruim 10 km/h. Niettemin is het een groot voordeel dat er voor een gebruikelijke of gemiddelde capaciteit nu een veel geringer motorvermogen nodig is. Dit heeft uiteraard positieve gevolgen 25 voor de kosten van de inrichting als geheel, en ook voor brandstofverbruik enzovoort.
Bij een voordelige uitvoeringsvorm ligt een hoek voor het contact met het gesneden landbouwproduct bij het eerste versnellingsorgaan tussen 45 en 100°, bij voorkeur tussen 60 en 90°. Deze hoek staat voor de hoek waarover gewas door het eerste versnellingsorgaan wordt versneld binnen de inrichting. De gekozen 30 hoeken blijken voordelig wat betreft hun versnellingswerking, zonder te veel kans op ongewenst om het versnellingsorgaan wikkelen van het gewas.
Bij een gunstige uitvoeringsvorm ligt een hoek voor contact met het gesneden landbouwproduct bij het tweede versnellingsorgaan tussen 5 en 45°, bij voorkeur tussen 5 en 30°. Soortgelijke overwegingen als bij de hoek voor het eerste 35 versnellingsorgaan blijken voor het tweede versnellingsorgaan te voeren tot de 6 hierboven aangegeven hoeken. Deze zijn over het algemeen kleiner, waarbij wordt vermoed dat het hier voldoende is om het gewas slechts een versnellende "tik" te geven, zonder dat er een lange weg nodig is. Voorts lijkt de door het tweede versnellingsorgaan opgewekte luchtstroom aan de effectiviteit van een korte 5 raakhoek bij te dragen. In het bijzonder is het contact met het gesneden landbouwproduct bij het tweede versnellingsorgaan in hoofdzaak tangentiaal.
De snijdinrichting omvat met voordeel ten minste een vast mes en ten minste een ten opzichte van en in aanraking met het ten minste ene vaste mes beweegbaar, in het bijzonder draaiend, mes. Bij voorkeur omvat het vaste mes 10 meerdere evenwijdig aan elkaar opgestelde vaste messen, en omvat het draaiende mes meerdere, onderling verbonden en evenwijdig aan elkaar verschafte draaiende messen, die althans gedeeltelijk tussen de vaste messen kunnen bewegen. Hierbij wordt het gewas netjes in stukken gesneden of "geknipt", bijvoorbeeld in stukken van enkele cm lengte. De snijdinrichting is met name geen hakseltrommel Deze 15 snijdinrichting, zowel als de opraapinrichting en de transportinrichting (versnellingsorganen en dergelijke) zijn alle ingericht op het verwerken van het beoogde gewas, zoals gras of hooi. Daartoe omvat bijvoorbeeld de opraapinrichting een rol met tanden, enzovoort.
Met voordeel is de opraap-/snij-inrichting uitsluitend voorzien van de 20 opraapeenheid en de snijeenheid. Hiermee wordt bedoeld dat deze inrichting vrij is van een verdichtingsinrichting. Een dergelijke verdichtingsinrichting kost vaak veel vermogen.
Het landbouwproduct kan algemeen zijn gekozen. In het bijzonder omvat het landbouwproduct langgerekte stengels, meer in het bijzonder gras of hooi. 25 Alternatief zouden ook gewassen als maïs kunnen worden gekozen.
In een voordelige uitvoeringsvorm is er tussen de snijdinrichting en de afvoerinrichting een verzamelcontainer aangebracht voor het verzamelen van het gesneden landbouwproduct, welke verzamelcontainer is voorzien van middelen voor het naar de afvoerinrichting transporteren van het gesneden landbouwproduct. Een 30 dergelijke verzamelcontainer of buffer is gunstig om regelmatig een storingvrije productafvoer te realiseren.
Bij een gunstige uitvoeringsvorm is het afvoerkanaal gebogen, en heeft althans het oppervlak van de binnenwanden van tenminste de gebogen delen van het afvoerkanaal een geringe wrijvingscoëfficiënt voor het bevorderen van transport 35 van het gesneden landbouwproduct door het afvoerkanaal. Dit kan bijvoorbeeld 7 worden gerealiseerd door de binnenwanden te bekleden met een materiaal met een geringe wrijvingscoëfficiënt, zoals teflon® of andere op zich bekende materialen waaronder bepaalde soorten kunststof, of door de wanden van het afvoerkanaal uit dergelijke materialen te vervaardigen.
5
Een uitvoeringsvoorbeeld van een gewasverwerkingsinrichting volgens de uitvinding zal hierna bij wijze van illustratie aan de hand van de tekening worden beschreven. Hierin toont:
Figuur 1 een schematisch zijaanzicht in gedeeltelijke dwarsdoorsnede 10 van een inrichting volgens de uitvinding, en
Figuur 2 toont een gedeeltelijk opengewerkt vooraanzicht van de inrichting volgens Figuur 1.
Figuur 1 toont een schematisch zijaanzicht in gedeeltelijke 15 dwarsdoorsnede van een inrichting volgens de uitvinding. De inrichting omvat een opraapinrichting 1 op een gestel 4 met wielen 5, een snijdinrichting 10 en een afvoerinrichting die algemeen is aangeduid met 20.
De opraapinrichting omvat een ronddraaiend lichaam 2 met tanden 3. De snijdinrichting 10 omvat een ronddraaiend lichaam 11 met meerdere tanden of 20 meenemers 12, alsmede een of meer stilstaande messen 13.
De afvoerinrichting 20 omvat een eerste versnellingsorgaan 21 met uitsteeksels 22, dat draait rond een eerste as 23, alsmede een tweede versnellingsorgaan 24 met uitsteeksels 25, dat draait rond een tweede as 26. Voorts is er een afvoerkanaal 30 met een uitvoeropening 31.
25 De verschillende draaiende onderdelen draaien in dit geval zoals door respectieve pijlen aangegeven, waarbij het af te voeren product wordt afgevoerd volgens pijl A. Uiteraard is het ook mogelijk om de draaiingsrichting om te keren, waarbij niettemin de afvoerrichting A gelijk blijft.
De op zich bekende opraapinrichting 1 raapt in gebruik het te 30 verwerken gewas, zoals gemaaide halmen of hooi, op van de bodem. Dit product wordt toegevoerd aan de eveneens op zich bekende snijdinrichting 10. Aldaar wordt het product meegevoerd door de ronddraaiende tanden of meenemers 12, waarvan althans de uiteinden tussen vaste messen 13 kunnen bewegen, alwaar het product door samenwerking van de tanden of meenemers 12 en messen 13 wordt gesneden.
8
Met voordeel zijn althans een deel van de tanden of meenemers 12 en/of messen 13 verend opgesteld.
Vervolgens wordt het gesneden product toegevoerd aan en gegrepen door de uitsteeksels 22 van het eerste versnellingsorgaan 21. De snelheid van het 5 product is bij de snijdinrichting 10 nagenoeg gelijk aan de omtrekssnelheid van de tanden of meenemers 12, en die is meestal ruwweg gelijk aan de rijsnelheid, vaak zo’n 5 m/s. De omtrekssnelheid van het eerste versnellingsorgaan 21 bedraagt bijvoorbeeld 8 of 10 m/s. De uitsteeksels 22 zijn hier weergegeven als een soort tanden van bijvoorbeeld kunststof, opgesteld in een of enkele spiralen met een totale 10 buitendiameter van bijvoorbeeld 500 mm, en met een bezetting van 100 tanden per meter. De afmetingen van de tanden zijn bijvoorbeeld 15 cm hoog (in de richting loodrecht op de eerste as 23), 5 mm breed (gemeten in de richting evenwijdig aan de eerste as 23) en aan de top versmald tot een "diepte” van 4 cm.
Het aldus versnelde product wordt toegevoerd aan en gegrepen door 15 het tweede versnellingsorgaan 24. Dit heeft uitsteeksels 25 in de vorm van schoepen met een totale buitendoorsnede van bijvoorbeeld 600 mm, die het product met een soort tik versnellen tot bij benadering de omtrekssnelheid van versnellingsorgaan 24, in dit geval bijvoorbeeld 25 m/s. Het product wordt vervolgens afgevoerd door afvoerkanaal 30, in de richting van uitvoeropening 31, via welke het op bijvoorbeeld 20 een vrachtauto kan worden geladen.
Niet getoond is een buffer tussen de snijdinrichting 10 en de afvoerinrichting 20. Deze kan een bufferruimte omvatten, waarin gesneden product uit de snijdinrichting 10 terechtkomt, alsmede toevoermiddelen, zoals een vijzel of transportband, voor het toevoeren van het product naar de afvoerinrichting 20. Deze 25 toevoermiddelen zijn bijvoorbeeld bestuurbaar, met name tijdelijk uitschakelbaar, waardoor afvoer uit de opening 31 op een betrouwbare manier tijdelijk kan worden stilgelegd, bijvoorbeeld wanneer een andere vrachtauto onder de opening 31 moet worden geplaatst.
Figuur 2 toont een gedeeltelijk opengewerkt vooraanzicht van de 30 inrichting volgens Figuur 1. Ook deze tekening is overigens niet op schaal, en evenzo schematisch. Soortgelijke onderdelen zijn aangeduid met dezelfde verwijzingscijfers.
De opraapinrichting 1 omvat tanden 3 die geleid zijn door gaten 6. De toevoer van opgeraapt product naar de snijdinrichting 10 wordt versmald met behulp 35 van zijvijzels 7 en geleidingsplaten 8.
9
De snijdinrichting omvat een reeks evenwijdige vaste (tegen)messen 13, alsmede een rol 11 met eveneens een reeks evenwijdige messen 12, die tussen messen 13 kunnen bewegen. Hierbij dient "vast" overigens te worden opgevat als, met een vaste rustpositie. De messen 13 kunnen wel degelijk verend zijn opgesteld.
5 Na de snijdinrichting 10 wordt het gesneden product toegevoerd aan afvoerkanaal 30, dat in dit geval, doch niet noodzakelijkerwijs, smaller is dan de breedte van de snijdinrichting 10. In het afvoerkanaal 30 is het eerste versnellingsorgaan 21 opgesteld, met een lichaam of eerste as 23 met uitsteeksels 22, die het gesneden product aangrijpen en versnellen, en vervolgens afvoeren in de 10 richting van het tweede versnellingsorgaan 24, met een lichaam of tweede as 26 met schoepen 25. Het tweede versnellingsorgaan 24 voert het product vervolgens via het kanaal 30 en de uitvoeropening 31 af naar buiten. De snelheid van het product is hierbij zoals hierboven beschreven trapsgewijs toegenomen. De breedte van het afvoerkanaal 30 is trapsgewijs afgenomen, hetgeen gunstig maar niet noodzakelijk 15 is.
Noch in Figuur 2, noch in Figuur 1 is de aandrijving van de diverse draaiende onderdelen getoond, maar details daarvan wordt de vakman geacht zelf eenvoudig te kunnen invullen. Daarnaast zijn andere op zich bekende, mogelijk voordelige details niet getoond, zoals een aanpasbaar afvoerkanaal.
20 De getoonde uitvoeringsvorm is geenszins beperkend, doch zuiver illustratief bedoeld. De beschermingsomvang wordt veeleer bepaald door de aangehechte conclusies.
J4 i
Claims (24)
1. Gewasverwerkingsinrichting voorzien van een opraap-/snij-inrichting (1, 10. voor het oprapen en in stukken snijden van een landbouwproduct, alsmede van 5 een afvoerinrichting voor het afvoeren van het opgeraapte en in stukken gesneden landbouwproduct, waarbij de opraap-/snij-inrichting (1, 10) is voorzien van een opraapeenheid (1) voor het oprapen van het landbouwproduct, en een snijeenheid (10) voor het snijden van het opgeraapte landbouwproduct, 10 waarbij de afvoerinrichting een afvoerkanaal (30) voor het in een afvoerrichting afvoeren van het gesneden landbouwproduct omvat, met in het afvoerkanaal (30) een eerste roterend versnellingsorgaan (21) en een tweede, in afvoerrichting gezien achter het eerste versnellingsorgaan geplaatste, roterend versnellingsorgaan (24), voor het door middel van contact met het 15 gesneden landbouwproduct door het afvoerkanaal (30) transporteren van het gesneden landbouwproduct, waarbij een omtrekssnelheid van het tweede versnellingsorgaan (24) groter is dan een omtrekssnelheid van het eerste versnellingsorgaan (21).
2. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 1, waarbij de 20 omtrekssnelheid van het eerste versnellingsorgaan (21) ligt tussen 5 en 25 m/s.
3. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de omtrekssnelheid van het tweede versnellingsorgaan (24) ligt tussen 10 en 50 m/s.
4. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 25 waarbij de doorsnede van het eerste versnellingsorgaan (21) ten minste 400 mm, bij voorkeur ten minste 450 mm bedraagt.
5. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de doorsnede van het tweede versnellingsorgaan (24) ligt tussen 400 en 800 mm, bij voorkeur tussen 450 en 700 mm.
6. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste (21) en het tweede versnellingsorgaan (24) roteerbaar zijn rond evenwijdige respectieve assen.
7. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 6, waarbij de respectieve assen loodrecht staan op een beoogde voortbewegingsrichting van de 35 gewasverwerkingsinrichting. 1 : . *- '! J ,·? 1 ·>'···* ···
8. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het afvoerkanaal (30) ter hoogte van het tweede versnellingsorgaan (24) smaller is dan ter hoogte van het eerste versnellingsorgaan (21).
9. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 5 waarbij ten minste het eerste (21) en het tweede versnellingsorgaan (24) elk een cilindrisch lichaam (23, 26) met uitsteeksels (22, 25) omvatten.
10. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 9, waarbij de uitsteeksels (22, 25) ten minste 2 cm, bij voorkeur ten minste 5 cm lang zijn.
11. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der conclusies 9 of 10, waarbij 10 de uitsteeksels (25) van het tweede versnellingsorgaan (24) een grotere gemiddelde breedte hebben dan een gemiddelde breedte van de uitsteeksels (22) van het eerste versnellingsorgaan (21).
12. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der conclusies 9-11, waarbij de breedte van de uitsteeksels (22) van het eerste versnellingsorgaan (21) ligt tussen 15. en 30 mm.
13. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der conclusies 9-12, waarbij de breedte van de uitsteeksels (25) van het tweede versnellingsorgaan (24) ligt tussen 100 en 400 mm, bij voorkeur tussen 250 en 300 mm.
14. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der conclusies 9-13, waarbij 20 naburige uitsteeksels (22) op het eerste versnellingsorgaan (21) in omtreksrichting verspringend zijn aangebracht, met voordeel in ten minste een spiraal.
15. Gewasverwerkingsinrichting volgens conclusie 14, waarbij er tenminste 80 uitsteeksels (22) per meter breedte zijn aangebracht op het eerste versnellingsorgaan (21), met voordeel ten minste 80 uitsteeksels per meter breedte 25 per spiraal.
16. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, omvattende een motor met een maximaal motorvermogen van minder dan 150 kW, in het bijzonder minder dan 125 kW.
17. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 30 waarbij een hoek voor het contact met het gesneden landbouwproduct bij het eerste versnellingsorgaan (21) ligt tussen 45 en 100°, bij voorkeur tussen 60 en 90°.
18. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een hoek voor contact met het gesneden landbouwproduct bij het tweede versnellingsorgaan (24) tussen 5 en 45°, bij voorkeur tussen 5 en 30° ligt.
19. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het contact met het gesneden landbouwproduct bij het tweede versnellingsorgaan (24) in hoofdzaak tangentiaal is.
20. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 5 waarbij de snijdinrichting (1,10) ten minste een vast mes (13) en ten minste een ten opzichte van het ten minste ene vaste mes (13) beweegbare, in het bijzonder draaiende, tand of meenemer (12) omvat.
21. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de opraap-/snij-inrichting (1, 10) uitsluitend is voorzien van de opraapeenheid 10 (1) en de snijeenheid (10).
22. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het landbouwproduct langgerekte stengels, in het bijzonder gras of hooi, omvat.
23. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 15 waarbij tussen de snijdinrichting (10) en de afvoerinrichting (20) een verzamelcontainer is aangebracht voor het verzamelen van het gesneden landbouwproduct, welke verzamelcontainer is voorzien van middelen voor het naar de afvoerinrichting (20) transporteren van het gesneden landbouwproduct.
24. Gewasverwerkingsinrichting volgens een der voorgaande conclusies, 20 waarbij het afvoerkanaal (30) gebogen is, en althans het oppervlak van de binnenwanden van tenminste de gebogen delen van het afvoerkanaal (30) een geringe wrijvingscoëfficiënt heeft voor het bevorderen van transport van het gesneden landbouwproduct door het afvoerkanaal (30). 1 /..
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1033094A NL1033094C2 (nl) | 2006-12-20 | 2006-12-20 | Gewasverwerkingsinrichting met een opraap-/snij-inrichting. |
| EP07075486A EP1869968B1 (en) | 2006-06-22 | 2007-06-19 | Crop-processing device comprising a pick-up/cutting device |
| DE602007003260T DE602007003260D1 (de) | 2006-06-22 | 2007-06-19 | Vorrichtung zur Saatgutverarbeitung mit Aufnahme-/Schneidegerät |
| AT07075486T ATE448679T1 (de) | 2006-06-22 | 2007-06-19 | Vorrichtung zur saatgutverarbeitung mit aufnahme- /schneidegerät |
| US11/812,594 US20080000207A1 (en) | 2006-06-22 | 2007-06-20 | Crop-processing device comprising a picking-up and cutting device |
| CA002592700A CA2592700A1 (en) | 2006-06-22 | 2007-06-21 | Crop-processing device comprising a pick-up/cutting device |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1033094A NL1033094C2 (nl) | 2006-12-20 | 2006-12-20 | Gewasverwerkingsinrichting met een opraap-/snij-inrichting. |
| NL1033094 | 2006-12-20 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1033094C2 true NL1033094C2 (nl) | 2008-06-23 |
Family
ID=38293150
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1033094A NL1033094C2 (nl) | 2006-06-22 | 2006-12-20 | Gewasverwerkingsinrichting met een opraap-/snij-inrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1033094C2 (nl) |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2140285A (en) * | 1983-05-27 | 1984-11-28 | Fortschritt Veb K | Self-propelled chaff cutter |
| EP0492273A2 (de) * | 1990-12-20 | 1992-07-01 | Claas Ohg | Häcksler zum Zerkleinern von halmförmigem Erntegut |
| US5190140A (en) * | 1989-08-01 | 1993-03-02 | J-Star Industries | Material handling apparatus |
| EP1380204A1 (de) * | 2002-07-10 | 2004-01-14 | CLAAS Selbstfahrende Erntemaschinen GmbH | Verfahren und Vorrichtung zur automatischen Positionsveränderung des Nachbeschleunigungsorgans in einer landwirtschaftlichen Erntemaschine |
-
2006
- 2006-12-20 NL NL1033094A patent/NL1033094C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2140285A (en) * | 1983-05-27 | 1984-11-28 | Fortschritt Veb K | Self-propelled chaff cutter |
| US5190140A (en) * | 1989-08-01 | 1993-03-02 | J-Star Industries | Material handling apparatus |
| EP0492273A2 (de) * | 1990-12-20 | 1992-07-01 | Claas Ohg | Häcksler zum Zerkleinern von halmförmigem Erntegut |
| EP1380204A1 (de) * | 2002-07-10 | 2004-01-14 | CLAAS Selbstfahrende Erntemaschinen GmbH | Verfahren und Vorrichtung zur automatischen Positionsveränderung des Nachbeschleunigungsorgans in einer landwirtschaftlichen Erntemaschine |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| JP6767892B2 (ja) | 収穫量管理システム | |
| US20080000207A1 (en) | Crop-processing device comprising a picking-up and cutting device | |
| US3979074A (en) | Method and apparatus for processing crop stacks | |
| CN105050380A (zh) | 紧凑型自动甘蔗收割机 | |
| US11606902B2 (en) | Rotary spreader for dispersing harvested crops within on-board storage of an agricultural harvester | |
| EP3636066A1 (en) | Productivity increase for a round baler | |
| US20230141301A1 (en) | Weed Seed Destruction | |
| BE1022544B1 (nl) | Vijzel van graanmaaier voor een oogstmachine | |
| EP2168424B1 (de) | Vorbau-Aufnahmeeinheit für ein Laubsammelfahrzeug | |
| US20100115904A1 (en) | Sugarcane harvester with a rotating member and a counter rotating blade member | |
| FR2460596A1 (fr) | Dispositif transporteur pour recycler les otons sur une moissonneuse-batteuse | |
| US4927440A (en) | Thrashing system for vegetable harvesters | |
| KR101451332B1 (ko) | 베일용 작물의 이물질 배출장치 | |
| WO2018035611A1 (en) | Bale shredding assembly, bale shredding and spreading apparatus and method for operating same | |
| RU2357398C1 (ru) | Агрегат для уборки урожая | |
| CN112203497B (zh) | 收割机器的升降机装置和收割机器 | |
| EP1549127A1 (en) | Harvesting apparatus for harvesting crops and sorting apparatus | |
| BE1021870B1 (nl) | Aandrijving met een variabele slag voor een reinigingssysteem in een oogstmachine. | |
| WO2024216366A1 (en) | Weed seed destruction | |
| NL1032041C2 (nl) | Landbouwvoertuig met een opraap-/snij-inrichting. | |
| US20060243143A1 (en) | Cylindrical baling press | |
| FR3062984B1 (fr) | Dispositif de soufflage au sol. | |
| RU2589916C1 (ru) | Картофелесортировальная установка | |
| JP2021129525A (ja) | 脱穀装置 | |
| JP7656915B2 (ja) | 農作物収穫機 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20120701 |