NL1037657C2 - Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. - Google Patents
Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1037657C2 NL1037657C2 NL1037657A NL1037657A NL1037657C2 NL 1037657 C2 NL1037657 C2 NL 1037657C2 NL 1037657 A NL1037657 A NL 1037657A NL 1037657 A NL1037657 A NL 1037657A NL 1037657 C2 NL1037657 C2 NL 1037657C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- loading
- transport vehicle
- floor parts
- loading floor
- vehicle according
- Prior art date
Links
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 7
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 5
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 4
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 4
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 108010066114 cabin-2 Proteins 0.000 description 2
- 244000144619 Abrus precatorius Species 0.000 description 1
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 description 1
- 239000000725 suspension Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60P—VEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
- B60P1/00—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading
- B60P1/36—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading using endless chains or belts thereon
- B60P1/38—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading using endless chains or belts thereon forming the main load-transporting element or part thereof
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Loading Or Unloading Of Vehicles (AREA)
Description
Korte aanduiding Transportvoertuig met beweegbare laadvloer
BESCHRIJVING
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een transportvoertuig 5 omvattende een laadruimte met een voorzijde, een achterzijde met laad- en losopening, een laadvloer voor ondersteuning van lading en omvattende zich over althans ten minste een deel van de breedte uitstrekkende en ten minste in de langsrichting van elkaar gescheiden laadvloerdelen en een transporteur voor het haaks op de langsas van het voertuig in twee dimensies binnen de laadruimte 10 verplaatsen van laadvloerdelen.
In Duits Gebrauchsmuster G 92 14 296.6 wordt een vrachtwagen beschreven met verscheidene achter elkaar gelegen bodemsegmenten die door een transportketting in de laadruimte tussen twee eindposities naar voor en naar achter kunnen worden verplaatst. In één eerste uiterste stand bevinden alle 15 bodemsegmenten zich horizontaal achter elkaar en vormen ze aldus een laadvloer. Vanuit de eerste uiterste stand kan de laadvloer naar achter worden verplaatst, waarbij de achterste bodemsegmenten successievelijk gekanteld langs de achterwand en vervolgens ondersteboven langs de bovenwand van de laadruimte omhoog respectievelijk naar voor worden verplaatst, tot het “voorste” bodemsegment 20 zich achter in de laadruimte bevindt. Zo worden de bodemsegmenten achtereenvolgens achter in de laadruimte aangeboden om te worden gelost. In omgekeerde richting worden de bodemsegmenten achtereenvolgens aangeboden om te worden geladen.
Een nadeel van de inrichting uit G 92 14 296.6 is dat de 25 bodemsegmenten slechts in een bepaalde volgorde kunnen worden geladen en gelost. De onderhavige uitvinding beoogt daarom een transportvoertuig volgens de inleiding te verschaffen, waarbij een meer flexibele volgorde van laden en lossen mogelijk is. Dit doel wordt door de onderhavige uitvinding bereikt, doordat het transportvoertuig is ingericht voor het in ten minste in hoofdzaak in horizontale 30 positie in de laadruimte handhaven van de laadvloerdelen tijdens het in de laadruimte verplaatsen van de laadvloerdelen. Hierdoor kan een laadvloerdeel met lading achter in de laadruimte omhoog worden verplaatst om een volgend laadvloerdeel te laden of te lossen. Met andere woorden, een bediener van 1 0 3 7 ¢57 2 aandrijfmiddelen voor de transporteur Kan een gewenst laadvloerdeel naar een laad-en losopening achter in de laadruimte verplaatsen zonder zich te bekommeren om al dan niet op andere laadvloerdelen aanwezige lading. Dit is met name voordelig bij transport waarbij op één adres zowel deelladingen worden gelost als geladen, zoals 5 bij retoursystemen. Aldus is het met de uitvinding beoogde doel bereikt.
Bij een voorkeursuitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding zijn de laadvloerdelen aan de transporteur opgehangen. Wanneer de laadvloerdelen in de breedte van de laadruimte gezien aan weerszijden aan één ophangpunt aan de transporteur zijn opgehangen kan eenvoudig een horizontale positie van de 10 laadvloerdelen worden gerealiseerd.
Bij een alternatieve voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding zijn de laadvloerdelen door een transporteur ondersteund. Hierbij steunen de laadvloerdelen tijdens transport in horizontale richting horizontaal af op een transporteur. Bij het verplaatsen in de verticale richting kan de transporteur 15 zelf deels in verticale richting worden verplaatst. Het is echter ook mogelijk dat, althans een bovenste, transporteur zich niet geheel tot de voor- en achterzijde van de laadruimte uitstrekt, waardoor ruimte wordt geschapen voor het met afzonderlijke hef- en neerlaatmiddelen in verticale richting kunnen verplaatsen van laadvloerdelen aan de voor- en achterzijde van de laadruimte.
20 Het heeft de voorkeur dat geleidingsmiddelen zijn voorzien voor het in een door een geleider gedefinieerde verplaatsingsbaan geleiden van de laadvloerdelen. De geleidingsmiddelen kunnen bovendien een extra ondersteuning verschaffen voor het dragen van de laadvloerdelen, met name wanneer zich daarop een lading bevindt.
25 De geleidingsmiddelen kunnen een geleider zonder einde omvatten.
Een geleider zonder einde kan bijvoorbeeld worden toegepast in combinatie met een transporteur zonder einde, zoals een kettingtransporteur waaraan de laadvloerdelen kunnen zijn opgehangen. De geleider zonder einde kan een in hoofdzaak rechthoekige of ovaalvormige geleidingsbaan beschrijven. De geleidingsmiddelen 30 kunnen ook gedeelde geleidingsmiddelen omvatten, zoals twee horizontale banen voor horizontale verplaatsing en afzonderlijke verticale hef- en neerlaatmiddelen voor het tussen de beide horizontale geleidingstrajecten verplaatsen van de laadvloerdelen.
3
Hierbij bevindt het tweede horizontaal geleidingstraject van de verplaatsing zich boven het eerste horizontaal geleidingstraject. Bij een eerste voorkeursuitvoeringsvorm bevindt het eerste geleidingstraject zich nabij de onderzijde van de laadruimte en bevindt het tweede horizontaal geleidingstraject zich 5 ongeveer op de helft van de hoogte van de laadruimte. Bijvoorbeeld bij een uitvoeringsvorm waarbij de laadvloerdelen door een transporteur worden ondersteund. Alternatief bevindt het eerste horizontaal geleidingstraject zich ongeveer halverwege de hoogte van de laadruimte en bevindt het tweede horizontaal geleidingstraject zich nabij de bovenkant van de laadruimte. Bijvoorbeeld bij een 10 uitvoeringsvorm met opgehangen laadvloerdelen. In beide gevallen wordt de laadruimte in twee ongeveer gelijke delen verdeeld, waarbij de laadvloerdelen zich aan weerszijden van het tweede horizontaal geleidingstraject respectievelijk het eerste horizontaal geleidingstraject in de laadruimte kunnen worden verplaatst.
Een eenvoudige constructie wordt verschaft in de transporteur die 15 deel uitmaakt van de geleidingsmiddelen. Zo kunnen de laadvloerdelen bijvoorbeeld aan weerszijden aan tegenover elkaar gelegen schakels van een kettingtransporteur zijn bevestigd, waarbij de kettingtransporteurs zowel transporteren als geleiden.
De laadvloerdelen strekken zich bij voorkeur over in hoofdzaak de gehele breedte van de laadruimte uit. Aldus wordt een efficiënte benutting van de 20 laadruimte bereikt. Alternatief is het echter mogelijk dat de laadvloerdelen zich over slechts een deel van de breedte van de laadruimte uitstrekken, waarbij de mogelijkheid is voorzien om twee of meer in de breedte van de laadruimte gedeelde laadvloeren naast elkaar te voorzien. Aldus is een minder groot draagvermogen per laadvloerdeel vereist en kunnen aandrijvingen voor de transporteurs lichter worden 25 uitgevoerd.
Om voldoende laadruimte op een laadvloerdeel te verschaffen strekken de laadvloerdelen zich bij voorkeur over een afstand van meer dan 50 centimeter in de langsrichting van de laadruimte uit.
Bij een voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding 30 hebben de laadvloerdelen althans tenminste in hoofdzaak alle een gelijke lengte. Wanneer de verwachte lading in afmetingen varieert kan ook de lengte van de laadvloerdelen worden gevarieerd. Onder lengte wordt hier de afstand verstaan waarover de laadvloerdelen zich in de langsrichting van de laadbak uitstrekken.
4
Om te voorkomen dat een lading zich van het ene laadvloerdeel tot op of boven een naburig laadvloerdeel uitstrekt heeft het de voorkeur dat de laadvloerdelen aan de naar de voorkant van de laadruimte gerichte zijde een opstaande wand omvatten. Bij het laden kan de opstaande wand als stootrand 5 worden benut, zodat de lading zo ver mogelijk naar de voorzijde van het voertuig op een laadvloerdeel wordt geplaatst. Aan de achterzijde heeft men zicht op de laadvloerdelen om te voorkomen dat de lading zich aan de achterzijde (te ver) over het laadvloerdeel naar achter uitstrekt.
Bij een voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding 10 bevinden achter elkaar gelegen laadvloerdelen zich in de langsrichting op onderlinge afstand van elkaar. Deze afstand kan tenminste een halve centimeter bedragen. Bij een voorkeursuitvoeringsvorm volgens onderhavige uitvinding bedraagt de onderlinge afstand tenminste 5 centimeter.
Voor het in een positie borgen van de laadvloerdelen heeft het de 15 voorkeur dat borgmiddelen zijn voorzien. Zo kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat hangende laadvloerdelen of laadvloerdelen die zich op een rollenbaan bevinden tijdens transport in de langsrichting van de laadruimte gaan bewegen.
De twee dimensies waarin de laadvloerdelen in een laadruimte worden verplaatst kunnen ofwel horizontaal en verticaal, ofwel de langsrichting en de 20 breedterichting van de laadruimte betreffen.
Bij een voorkeursuitvoeringsvorm volgens de onderhavige uitvinding is het transportvoertuig ingericht om met relatief weinig inspanning de laadvloerdelen in de laadruimte aan te brengen of juist uit de laadruimte te verwijderen. Hierdoor wordt een flexibel transportvoertuig verschaft, dat relatief eenvoudig kan worden 25 omgebouwd van een transportvoertuig volgens een van de voorgaande conclusies naar een transportvoertuig met bijvoorbeeld één althans in hoofdzaak vaste laadvloer. Die vaste laadvloer kan zijn gevormd door een vaste bodem van de laadruimte, maar zal ook kunnen zijn gevormd door een deel van de laadvloerdelen na het wegnemen van een ander deel van de laadvloerdelen in de laadruimte zijn 30 achtergelaten. Een ander voordeel van het relatief eenvoudig aanbrengen of verwijderen van laadvloerdelen is dat door het vervangen van laadvloerdelen het transportvoertuig eenvoudig kan worden aangepast voor het vervoeren van ladingen met verschillende afmetingen. Desgewenst kunnen de transporteur en de i 5 geleidingsmiddelen in het voertuig blijven wanneer de laadvloerdelen uit de laadruimte zijn verwijderd.
Volgens een tweede aspect heeft de onderhavige uitvinding betrekking op een laadruimte ingericht voor toepassing bij een transportvoertuig 5 volgens het eerste aspect van de uitvinding.
De onderhavige uitvinding zal hiernavolgend nader worden toegelicht onder verwijzing naar de bijgevoegde tekeningen waarin enkele uitvoeringsvoorbeelden van een transportvoertuig volgens de onderhavige uitvinding zijn afgebeeld, en waarin: 10 Figuur 1 een perspectivisch, deels opengewerkt, aanzicht toont van een bakwagen volgens onderhavige uitvinding;
Figuur 2 een perspectivisch, deels opengewerkt, aanzicht toont van een tweede uitvoeringsvorm van een bakwagen volgens onderhavige uitvinding;
Figuur 3 een perspectivisch aanzicht toont van een aan een 15 transporteur opgehangen laadvloerdelen volgens onderhavige uitvinding;
Figuur 4 een perspectivisch aanzicht toont van een vergrendeling voor de laadvloerdelen;
Figuur 5 een perspectivisch aanzicht toont van een alternatieve vergrendeling van de laadvloerdelen; 20 Figuur 6 een perspectivisch aanzicht toont van een alternatieve transporteur voor toepassing bij een transportvoertuig volgens onderhavige uitvinding;
Figuur 7 een perspectivisch aanzicht toont van een geraamte van een laadbak van een voertuig uit figuur 1; 25 Figuur 8 een perspectivisch aanzicht toont van een geraamte van een laadbak voor een voertuig uit figuur 2; en
Figuur 9 een perspectivisch aanzicht toont van een laadbak met een inrichting uit figuur 6.
Figuur 1 toont een bakwagen 1 met een cabine 2 en een laadbak 3, 30 die aan de achterzijde is voorzien van een met deuren 4 afsluitbare laad- en losopening. In de bakwagen 1 bevinden zich twee kettingtransporteurs 5 zonder einde, die elk worden aangedreven door een aangedreven tandwiel 6a en waarvan de baan verder wordt bepaald door niet aangedreven tandwielen 6b. Tandwielen 6a 6 worden aangedreven door middel van een (niet getoonde) motor, die op zijn beurt een aandrijfas 7 aandrijft waarvan de rotatie via aandrijfriemen 8, die zich uitstrekken door sleuven 9 wordt overgebracht op tandwielen 6a. Verder zijn in de laadruimte geleiders 10 voorzien. Laadvloerdelen 11 met een frame 12 en een bodem 13 met 5 voorwand 14 zijn aan de kettingtransporteur 5 opgehangen.
Figuur 2 toont een bakwagen 31 met een cabine 32 en een laadbak 33 met aan de achterzijde een laad- en losopening, die door middel van deuren 34 kan worden afgesloten. De laadvloerdelen in de vorm van laadbakken 47 rusten bij deze uitvoeringsvorm op banden zonder einde 35, die om rollen 36 zijn geslagen en 10 zijn voorzien steunrollen 37. Aan de voor- en achterzijde van de laadbak 33 bevinden zich hefinrichtingen voor het omhoog respectievelijk omlaag bewegen van de betreffende voorste en achterste banden 35 zonder einde. Via riemen 38, 39, 40 en 41 is de achterste band 35 zonder einde op conventionele wijze verplaatsbaar. Aan de voorzijde van de laadbak 33 bevindt zich een aandrijfas 43 voor het omhoog en 15 omlaag verplaatsen van de voorste band 35 zonder einde via riemen 44, 45 en 46. Laadbakken 47 zijn aan de achterzijde open om de bakken via de laad- en losopening van de bakwagen 31 te kunnen laden en te lossen.
Figuur 3 toont een detailaanzicht van de aandrijving en geleiding van twee verschillende laadvloerdelen 11a respectievelijk 11b voor een systeem als 20 beschreven onder verwijzing naar figuur 1. Hierbij worden vergelijkbare elementen aangeduid met dezelfde verwijzingscijfers als in figuur 1. Om tandwielen 6a, 6b zijn schakels van ketting 5 geslagen. Aan schakels 5a is een in een U-vorm gevouwen plaatstaalelement 16 gelast waaraan met een pengatverbinding draagbalk 17 is bevestigd. Laadvloerdelen 11a, 11b hebben een bodem 13 en een voorwand 14. 25 Aan laadvloerdeel 11 b is bovendien een gaasconstructie 18 bevestigd.
Figuur 4 toont een vergrendeling voor laadvloerdeel 11, een cilinder 19 roteert stang 20 met vergrendeling 21.
Figuur 5 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een vergrendeling waarbij laadvloerdeel 11c tussen grendellippen 22 kan worden 30 geklemd.
Figuur 6 tenslotte toont een alternatieve uitvoeringsvorm met een transporteur voor toepassing bij een transportvoertuig volgens onderhavige uitvinding. Deze laadvloer 61 voor de bodem van een niet getoonde laadruimte van 7 een transportvoertuig omvat twee naast elkaar geplaatste rollenbanen 62, 63 waarvan tenminste een deel van de rollen roteerbaar kan worden aangedreven. Aan de uiteinden van de rollenbanen 62, 63 bevinden zich twee kettingtransporteurs 64, 65 voor het dwars op de transportrichting van de rollenbaan 62, 63 transporteren van 5 een lading tussen de ene en de andere rollenbaan 62, 63. Aan de zijkant van de niet getoonde laadruimte bevinden zich geleiders 66 met vergrendellippen 67. Op de rollenbaan 62, 63 bevinden zich laadvloerdelen 68 met een bodem 69, die op een van de rollenbanen 62, 63 rust. Laadvloerdeel 68 heeft opstaande zijwanden 70 en een (niet getoonde) opstaande achterwand, waartussen zich een tweede en derde 10 bodem 69a, 69b uitstrekt.
Figuur 7 toont een schematisch aanzicht van een bakwagen 101 waarvan de laadbak 103 speciaal is uitgerust voor het opnemen van een inrichting zoals is beschreven onder verwijzing naar bakwagen 1 in figuur 1. Omwille van de duidelijkheid zijn de bovenwand en de zijwanden van de laadbak 103 in deze figuur 15 weggelaten. In laadbak 103 is een geraamte 104 voorzien van staanders en liggers waaraan tandwielen 106 en geleiders 110 kunnen worden opgehangen, zoals aan de verste zijwand van laadbak 103 is weergegeven. Vele varianten van geraamten voor een dergelijke laadbak zijn denkbaar. Van belang is dat de dwarsbalken die zich over de breedte van de laadbak 103 uitstrekken, hier aangeduid met dwarsbalken 104a, 20 104b, en diagonale balken 104c, 104d zich uitstrekken buiten het bereik van de aan kettingtransporteur 105 hangende, of althans te hangen, laadvloerdelen. Diagonale balken 104c, 104d strekken zich aan de voorzijde van de laadbak uit, omdat de achterzijde van de laadbak 103 vrij moet blijven voor het laden en lossen van lading uit laadbak 103.
t 25 Figuur 8 toont een bakwagen 131 voor toepassing bij een inrichting zoals beschreven onder verwijzing naar figuur 2. Ook hierbij zijn de bovenwand en de zijwanden van de laadbak 133 weggelaten. Omdat het krachtenspel bij een inrichting volgens figuur 1, waarbij laadvloerdelen in de wagen zijn opgehangen, anders is dan bij een inrichting volgens figuur 2, waarbij de laadvloerdelen binnen de 30 laadbak 133 worden gedragen, is het frame hier anders geconstrueerd. Ook hier zijn de dwarsbalken 104a, 104b en de diagonale balken 104c, 104d buiten het bereik van de (in figuur 8 niet getoonde) zich binnen laadbak 133 verplaatsende laadvloerdelen gelegen.
8
Figuur 9 tenslotte toont een bakwagen 160 met een laadbak 173 (waarvan ook nu de boven- en zijwanden niet zijn getoond), waarin bandtransporteurs 162, 163 en laadvloerdelen 168 volgens figuur 6 zijn opgenomen. Bij bakwagen 160 is het niet zo zeer nodig een frame ter versteviging van de laadbak 5 173 te voorzien. In deze laadbak 173 zijn bij de bodem en aan de bovenzijde geleidingsbanen 174 voorzien voor het geleiden van laadvloerdelen 168 die door rollenbanen 162, 163 in de laadbak 173 naar voor en naar achter worden verplaatst. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is geen geleider voorzien voor het in zijwaartse richting verplaatsen van de laadvloerdelen over de kettingtransporteurs 164, 165, 10 maar die zouden wel kunnen worden voorzien, onder voorwaarde dat zij niet een verplaatsing voorwaarts respectievelijk achterwaarts vanuit de betreffende kettingtransporteurs over rollenbanen 162, 163 verhinderen.
Nu kijkend naar figuur 1 wordt een bakwagen 1 getoond met een cabine 2 en een laadbak 3. Aan de achterzijde van laadbak 3 bevindt zich een laad-15 en losopening, die door middel van deuren 4 afsluitbaar is. Wanneer met de bakwagen 1 een lading moet worden gelost, en wellicht een teruglading moet worden geladen, opent een bediener de laaddeuren 4 en bedient een niet getoonde conventionele motor, die zich onder de laadbak 3 bevindt, voor het aandrijven van aandrijfas 7. Via aandrijfas 7 en aandrijfriemen 8 worden aangedreven tandwielen 6a 20 ingeschakeld voor het aandrijven van kettingtransporteur 5. De kettingtransporteur 5 wordt door tandwielen 6a, 6b in een in hoofdzaak rechthoekige baan geleid. Aan schakels 5a (zie figuur 3) zijn U-vormig gebogen plaatstaalelementen 16 gelast. In de naar het inwendige van de laadbak 3 gerichte zijde is het plaatstaalelement 16 voorzien van een doorgaand gat, waardoorheen uit draagbalk 17 stekende pennen 25 met uitwendig schroefdraad kunnen worden gestoken. Door middel van moeren worden de draagbalken 17 aan de plaatstaalelementen 16, en daarmee aan beide kettingtransporteurs 5 bevestigd. De bediener verplaatst met de besproken aandrijfinrichting de laadvloerdelen 11 tot het gewenste laadvloerdeel 11 zich achter en onderaan de laadbak 3 bevindt. Vervolgens kan een zich op de bodem 13 van de 30 het betreffende laadvloerdeel 11 bevindende lading worden gelost, of kan nieuwe lading op bodem 13 van laadvloerdeel 11 worden geplaatst. Daarbij voorkomt voorwand 14 van laadvloerdeel 11 dat de lading (te) ver naar voor op bodem 13 kan worden geplaatst, waardoor een goede verplaatsing van de laadvloerdelen 11 door 9 de laadbak 3 zou kunnen worden verhinderd. Indien gewenst kan een laadvloerdeel 11 zijn voorzien van extra hulpmiddelen, zoals een gaasconstructie 18 voor laadvloerdeel 11b (figuur 3), die moet voorkomen dat lading ongewenst van bodem 13 valt, waardoor de verplaatsing van laadvloerdelen binnen laadbak 3 zou kunnen 5 worden belemmerd.
In figuur 4 wordt een detail van de inrichting in laadbak 3 getoond, waarbij een vergrendeling 20, 21. is voorzien. Voordat bakwagen 1 kan gaan rijden heeft het de voorkeur dat de hangende laadvloerdelen 11 worden vergrendeld, omdat anders het risico zou ontstaan dat de laadvloerdelen 11 binnen laadbak 3 10 zouden kunnen gaan schommelen, hetgeen het rijgedrag van de bakwagen 1 zou kunnen beïnvloeden en waardoor lading van laadvloerdeel 11 zou kunnen vallen. Daartoe wordt voordat de bakwagen 1 gaat rijden een cilinder 19 bediend, waarmee stang 20 kan worden gezwenkt tussen een positie waar een vergrendeling 21 het frame 12 in de laadbak fixeert (zoals getoond in figuur 4) en een niet getoonde 15 positie, waarin vergrendeling 21 naar beneden is gezwenkt en daarmee frame 12 en laadvloerdeel 11 vrijgeeft.
In figuur 5 is een ander type vergrendeling voorzien, dat overigens eveneens werkt met een cilinder 19 die een stang 20 roteert, maar waarbij lippen 22 vanuit een vergrendelende positie (zoals getoond in figuur 5) omhoog kunnen 20 worden gezwenkt voor het vrijgeven van laadvloerdeel 11c. Er zijn vele vergrendelingen mogelijk. Het type vergrendeling dat wordt toegepast zal afhankelijk zijn van het type laadvloerdeel, dat in een bakwagen wordt gebruikt.
Nu kijkend naar figuur 2 wordt een bakwagen 31 getoond met een laadbak 33 waarin banden zonder einde 35 zijn opgenomen. Voor en achter in de 25 laadbak 33 is steeds een band zonder einde 35 voorzien die via een hierna te bespreken hefinrichting in de laadbak 33 omhoog en omlaag kan worden bewogen. Tussen de voorste en achterste band zonder einde 35 strekken zich een vaste onderste en bovenste laadvloer uit, die beide worden gevormd door roteerbare, maar op een vaste plaats in de laadbak 33 gepositioneerde banden zonder einde 35. 30 Achterste band 35 zonder einde is opgehangen aan een conventioneel type hefinrichting, waarbij de band 35 zonder einde wordt gedragen door vier riemen 38, die via riemen 39, 40 en 41 door een aandrijfas 42 kunnen worden bediend. Aan de voorzijde van laadbak 33 is een vergelijkbare hefinrichting met een aandrijfas 43 en 10 riemen 44, 45, 46 voorzien. Door het afzonderlijk danwel gelijktijdig bedienen van de voorste 42 en achterste 43 aandrijfas kunnen de voorste en achterste banden zonder einde 35 omhoog en omlaag worden bewogen. In hun eindposities kunnen de voorste en achterste band zonder einde, maar ook de middelste banden zonder 5 einde, worden aangedreven voor het voorwaarts respectievelijk achterwaarts verplaatsen van op de banden zonder einde 35 aanwezige laadvloerdelen 47. Op deze wijze kan een bediener het gewenste laadvloerdeel 47 naar een positie achter in de laadbak 33 verplaatsen voor het laden respectievelijk lossen van lading in respectievelijk uit het betreffend laadvloerdeel. De exacte bediening van de banden 10 zonder einde en de hefinrichtingen wordt in dit document niet gedetailleerd besproken. Een vakman op het gebied van bandtransporteurs en hefinrichtingen zullen diverse conventionele alternatieven bekend zijn voor het uitvoeren van een dergelijke inrichting.
Nu kijkend naar figuur 6 in combinatie met figuur 9 wordt een type 15 laadvloer getoond, waarbij de laadvloerdelen 68 behalve voorwaarts en achterwaarts ook zijwaarts kunnen worden verplaatst, in tegenstelling tot de eerder getoonde uitvoeringsvormen waarbij naast voorwaartse en achterwaartse verplaatsing ook een verticale verplaatsing mogelijk is. Echter, het principe is hetzelfde, namelijk het in een lus kunnen verplaatsen van laadvloerdelen, zodat een laadvloerdeel naar de 20 laad- en losopening van een laadbak kan worden verplaatst, zonder dat het nodig is achter het betreffende laadvloerdeel aanwezige lading tijdelijk te lossen, puur en alleen voor het bereikbaar maken van het betreffende laadvloerdeel. Bij de uitvoeringsvorm uit figuren 6 en 9 kan laadvloerdeel 68, eventueel met twee of meer bodems 69, 69a, 69b binnen een laadbak over rollenbaan 62, 63 voorwaarts en 25 achterwaarts worden verplaatst, waarbij het laadvloerdeel 68 aan de voorzijde respectievelijk achterzijde via kettingtransporteurs 64, 65 zijwaarts kan worden verplaatst. Ook bij deze uitvoeringsvorm is een borging voorzien met een zwenkbare stang 66 met vergrendellippen 67.
In de bijgevoegde figuren en de hierboven staande beschrijving zijn 30 enkele uitvoeringsvormen van een transportvoertuig volgens onderhavige uitvinding getoond en beschreven. Het moge echter duidelijk zijn dat vele, al dan niet voor de vakman voor de hand liggende, varianten denkbaar zijn binnen de beschermingsomvang van onderhavige uitvinding, die wordt bepaald door de hierna 11 volgende conclusies. In feite kan elk type paternoster, mits aangepast aan de gewenste dimensies van een voertuig, in een laadruimte van een transportvoertuig worden toegepast. Zo is in alle uitvoeringsvoorbeelden een bakwagen beschreven, maar de onderhavige uitvinding is bijvoorbeeld even goed toepasbaar bij een 5 zeilwagen, bij een aanhanger, of zelfs bij andere typen transportvoertuigen, zoals treinwagons of andere vormen van containertransport. De uitvinding brengt het via het spoor of ander containervervoer transporteren van deelladingen dichterbij.
10 1037657
Claims (18)
1. Transportvoertuig omvattende een laadruimte met een voorzijde, een achterzijde met laad- en losopening, een laadvloer voor ondersteuning van 5 lading en omvattende zich over althans ten minste een deel van de breedte uitstrekkende en ten minste in de langsrichting van elkaar gescheiden laadvloerdelen en een transporteur voor het haaks op de langsas van het voertuig in twee dimensies binnen de laadruimte verplaatsen van laadvloerdelen, met het kenmerk, dat het transportvoertuig is ingericht voor het in ten minste in hoofdzaak in horizontale 10 positie in de laadruimte handhaven van de laadvloerdelen tijdens het in de laadruimte verplaatsen van de laadvloerdelen.
2. Transportvoertuig volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de laadvloerdelen aan de transporteur zijn opgehangen.
3. Transportvoertuig volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 15 laadvloerdelen door een transporteur zijn ondersteund.
4. Transportvoertuig volgens conclusie 1, 2 of 3, met het kenmerk, dat geleidingsmiddelen zijn voorzien voor het in een door een geleider gedefinieerde verplaatsingsbaan geleiden van de laadvloerdelen.
5. Transportvoertuig volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de 20 geleidingsmiddelen een geleider zonder einde omvatten.
6. Transportvoertuig volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de geleidingsmiddelen twee horizontale geleidingstrajecten omvatten, waarvan een eerste zich ongeveer op de helft van de hoogte van de laadruimte uitstrekt.
7. Transportvoertuig volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat een 25 tweede horizontaal geleidingstraject van de verplaatsingsbaan zich boven het eerste horizontaal geleidingstraject bevindt.
8. Transportvoertuig volgens één of meer van de conclusies 4 tot en met 7, met het kenmerk, dat de transporteur deel uitmaakt van de geleidingsmiddelen.
9. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de laadvloerdelen zich over in hoofdzaak de gehele breedte van de laadruimte uitstrekken.
10. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande 1 0 3 7 & 5 7 conclusies, met het kenmerk, dat de laadvloerdelen zich over een afstand van meer dan 50 cm in de langsrichting van de laadruimte uitstrekken.
11. Transportvoertuig met het kenmerk, dat de laadvloerdelen althans ten minste in hoofdzaak alle een gelijke lengte hebben.
12. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de laadvloerdelen aan de naar de voorkant van de laadruimte gerichte zijde een opstaande wand omvatten.
13. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat achter elkaar gelegen laadvloerdelen zich in de 10 langsrichting op onderlinge afstand van elkaar bevinden.
14. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat borgmiddelen zijn voorzien voor het in een positie borgen van de laadvloerdelen.
15. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande 15 conclusies, met het kenmerk, dat de twee dimensies horizontaal en verticaal omvatten.
16. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de twee dimensies de langsrichting en de dwarsrichting van de laadruimte omvatten.
17. Transportvoertuig volgens één of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het transportvoertuig is ingericht om met relatief weinig inspanning de laadvloerdelen in de laadruimte aan te brengen of juist uit de laadruimte te verwijderen.
18. Laadruimte ingericht voor toepassing bij een transportvoertuig 25 volgens één of meer van de voorgaande conclusies. 1037657
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1037657A NL1037657C2 (nl) | 2010-01-27 | 2010-01-27 | Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. |
| EP11152260.3A EP2353932B1 (en) | 2010-01-27 | 2011-01-26 | Transport vehicle having a movable loading platform |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1037657 | 2010-01-27 | ||
| NL1037657A NL1037657C2 (nl) | 2010-01-27 | 2010-01-27 | Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1037657C2 true NL1037657C2 (nl) | 2011-07-28 |
Family
ID=42557885
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1037657A NL1037657C2 (nl) | 2010-01-27 | 2010-01-27 | Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP2353932B1 (nl) |
| NL (1) | NL1037657C2 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP3738890A1 (en) * | 2019-05-13 | 2020-11-18 | Couchman, Johnny | Loading device and methods for loading and unloading an aircraft |
| US20210347587A1 (en) * | 2020-05-06 | 2021-11-11 | Avraham Y. Levi | Package loading and distribution system |
| CN113859784B (zh) * | 2021-09-18 | 2022-12-06 | 山东兰瑞网络科技有限责任公司 | 一种物流管理用货运设备 |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1090159A (fr) * | 1952-10-07 | 1955-03-28 | Véhicule pour le transport en particulier de récipients unifiés disposés sur plusieurs plans | |
| US3904022A (en) * | 1971-11-24 | 1975-09-09 | David E Lutz | Article handling system |
| US3999671A (en) * | 1975-02-24 | 1976-12-28 | Lutz David E | Article handling system |
| FR2719528A1 (fr) * | 1994-05-09 | 1995-11-10 | Villard Cie F | Dispositif de blocage latéral de chariots placés en file notamment dans des compartiments d'engins mobiles. |
| FR2725168A1 (fr) * | 1994-10-03 | 1996-04-05 | Villard Et Cie F | Appareillage semi-automatique de manutention de chariots en entree et sortie d'une zone de stockage a trois ou quatre couloirs |
| DE19756551A1 (de) * | 1997-12-18 | 1999-07-01 | Pollert Heiner | Be- und Entladesystem für Lastkraftwagen, deren Anhänger, Transportcontainer und dgl. |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| AT314990B (de) * | 1968-07-09 | 1974-05-10 | Leon Stryczek Dipl Ing | Einrichtung zum raschen Be- und Entladen eines Lastkraftwagens |
| US4642018A (en) * | 1982-06-11 | 1987-02-10 | Compagnie Des Transmissions Mecaniques Sedis | Automatic device for loading the total volume of a transport vehicle |
| DE29905790U1 (de) * | 1999-03-30 | 2000-08-24 | Girke Fahrzeug- und Stahlbau GmbH, 44805 Bochum | Fahrzeugeigene Vorrichtung zum Be- und Entladen eines Transportfahrzeugs für mehrere im wesentlichen gleiche Behälter |
-
2010
- 2010-01-27 NL NL1037657A patent/NL1037657C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2011
- 2011-01-26 EP EP11152260.3A patent/EP2353932B1/en active Active
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1090159A (fr) * | 1952-10-07 | 1955-03-28 | Véhicule pour le transport en particulier de récipients unifiés disposés sur plusieurs plans | |
| US3904022A (en) * | 1971-11-24 | 1975-09-09 | David E Lutz | Article handling system |
| US3999671A (en) * | 1975-02-24 | 1976-12-28 | Lutz David E | Article handling system |
| FR2719528A1 (fr) * | 1994-05-09 | 1995-11-10 | Villard Cie F | Dispositif de blocage latéral de chariots placés en file notamment dans des compartiments d'engins mobiles. |
| FR2725168A1 (fr) * | 1994-10-03 | 1996-04-05 | Villard Et Cie F | Appareillage semi-automatique de manutention de chariots en entree et sortie d'une zone de stockage a trois ou quatre couloirs |
| DE19756551A1 (de) * | 1997-12-18 | 1999-07-01 | Pollert Heiner | Be- und Entladesystem für Lastkraftwagen, deren Anhänger, Transportcontainer und dgl. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2353932A1 (en) | 2011-08-10 |
| EP2353932B1 (en) | 2019-06-19 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1021442B1 (nl) | Bevestigingssysteem voor een zeil | |
| BE1020804A3 (nl) | Inrichting van een laadwagen, werkwijze voor het borgen of ontborgen hiervan en een transportmiddel. | |
| JP6640186B2 (ja) | 自動車運搬車両のための取外し可能な独立型の汎用耐荷重パレット | |
| US20080253872A1 (en) | Apparatus Supporting a Container on a Vehicle and Placing the Container Directly on a Ground Surface | |
| NL1003464C2 (nl) | Opslagwagon ter opslag van stortgoed. | |
| NL1037657C2 (nl) | Transportvoertuig met beweegbare laadvloer. | |
| NL8700250A (nl) | Voor twee afzonderlijke ladingen geschikt wegtransportvoertuig. | |
| JP7367648B2 (ja) | 配送用車両 | |
| CN118183112A (zh) | 物流系统 | |
| CA2315882A1 (en) | Loading and unloading system for cargo trucks, their trailers, transport containers and the like | |
| NL1029175C2 (nl) | Voertuig voor het verplaatsen van losse bagagestukken tussen een bagagedepot en een vliegtuig. | |
| EA016725B1 (ru) | Вагон-склад для сыпучих грузов | |
| NL2000440C1 (nl) | Voertuig voorzien van een laadruimte. | |
| NL1015031C2 (nl) | Voertuig omvattende een laad- en losinrichting. | |
| BE1019236A5 (nl) | Spanmiddelsysteem, alsmede laadruimte en voertuig voorzien van een dergelijk spanmiddelsysteem. | |
| RU2554036C2 (ru) | Грузовая платформа автомобиля для перевозки рулонов сена, соломы | |
| US20190031074A1 (en) | Vehicle mounted loading and unloading apparatus | |
| CN117022932B (zh) | 一种运车箱 | |
| JPS61166434A (ja) | ケ−ス貨物または単位貨物の搬送用装置 | |
| NL9100003A (nl) | Voertuig, en werkwijze voor het laden/lossen daarvan. | |
| KR0139700Y1 (ko) | 화물차량의 덤핑장치 | |
| KR101585173B1 (ko) | 특장차용 2단 적재장치 | |
| BE1020830A5 (nl) | Huifwagen en werkwijze voor het borgen van opgehangen goederen hierin. | |
| JP3011534U (ja) | 積載物運搬車輌の積載装置 | |
| KR102545504B1 (ko) | 탑차 적재함용 화물지지장치 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20210201 |