NL1038037C2 - Geballast vlakdak. - Google Patents

Geballast vlakdak. Download PDF

Info

Publication number
NL1038037C2
NL1038037C2 NL1038037A NL1038037A NL1038037C2 NL 1038037 C2 NL1038037 C2 NL 1038037C2 NL 1038037 A NL1038037 A NL 1038037A NL 1038037 A NL1038037 A NL 1038037A NL 1038037 C2 NL1038037 C2 NL 1038037C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
layer
roof
roof arrangement
textile
granular material
Prior art date
Application number
NL1038037A
Other languages
English (en)
Inventor
Jakob Gerrit Hendrik Pannekoek
Original Assignee
Jakob Gerrit Hendrik Pannekoek
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Jakob Gerrit Hendrik Pannekoek filed Critical Jakob Gerrit Hendrik Pannekoek
Priority to NL1038037A priority Critical patent/NL1038037C2/nl
Priority to NL1038461A priority patent/NL1038461C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1038037C2 publication Critical patent/NL1038037C2/nl

Links

Classifications

    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02ATECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
    • Y02A30/00Adapting or protecting infrastructure or their operation
    • Y02A30/24Structural elements or technologies for improving thermal insulation
    • Y02A30/254Roof garden systems; Roof coverings with high solar reflectance
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02BCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO BUILDINGS, e.g. HOUSING, HOUSE APPLIANCES OR RELATED END-USER APPLICATIONS
    • Y02B80/00Architectural or constructional elements improving the thermal performance of buildings
    • Y02B80/32Roof garden systems

Landscapes

  • Cultivation Of Plants (AREA)

Description

Geballast vlakdak 5
De uitvinding heeft betrekking op een opstelling van een geballast vlakdak. Een dergelijke opstelling omvat een plat dak dat voorzien is 10 van een dakbedekking in de vorm van een waterkerende laag, zoals een laag bitumineus materiaal, die gelegd is op het dakbeschot van hout, aluminium, beton, etc. (koud dak) of op een laag isolatie die op het dakbeschot is gelegd (warm dak). Indien de dakbedekking los is gelegd wordt deze op zijn plaats gehouden door een ballast, gewoonlijk bestaande uit los gestort grind dat 15 verspreid wordt door werklieden, of tegels. De ballast kan ook de hitte in de zomer temperen.
Voorts kan er sprake zijn van geballaste daken in geval van zogenoemde omgekeerde daken, waarin de isolatie op de waterkerende laag is aangebracht en om wegwaaien te voorkomen geballast moet worden.
20 In het onderstaande wordt het begrip dakbekleding gebruikt voor een isolatielaag en/of een laag dakbedekking, doorgaans opgebouwd uit baanvormig materiaal.
Een doel van de uitvinding is om voor opstellingen van geballaste vlakdaken van de in de aanhef genoemde soort de ballast een bijkomende 25 functie, in aanvulling op de gebruikelijke functies, te verschaffen.
Een verder doel van de uitvinding is om in opstellingen van geballaste vlakdaken van de in de aanhef genoemde soort het verkrijgen van een gelijkmatige verspreiding van de ballast te vergemakkelijken.
Een verder doel van de uitvinding is om in opstellingen van 30 geballaste vlakdaken van de in de aanhef genoemde soort het tijdens het uitvoeren van het werk voor de opstelling optreden van hoge plaatselijke puntlasten op een dakbedekking als gevolg van werklieden vergaand te voorkomen.
Een doel van de uitvinding is om de realisatie van opstellingen 35 van geballaste vlakdaken van de in de aanhef genoemde soort te vergemakkelijken.
Voor het bereiken van althans één van deze doelen voorziet de tO 3 8 0 3 7 2 uitvinding, vanuit één aspect, in een geballast-dakopstelling met een plat dak dat voorzien is van een los gelegde dakbekleding, waarbij boven de dakbekleding een ballastlaag geplaatst is, waarbij de ballastlaag althans één laag olivijn houdend materiaal omvat.
5 Het olivijn houdend materiaal kan in de lucht aanwezig C02 binden, tot wel 5/4 maal zijn eigen gewicht, en werkt daardoor mee in het beperken van het C02 gehalte in de atmosfeer. Dit wordt dan bewerkstelligd door middel van een dakballast die sowieso al aangebracht dient te worden. Hiermee kunnen in bebouwde omgevingen grote oppervlakken benut worden, ïo Het olivijn in de ballast heeft ook verder een gunstige invloed op het milieu, doordat door een verhoging van de PH-waarde ten gevolge van het olivijn zware metalen als zink, lood, etc. beter gebonden worden. Dit is gunstig voor het hemelwater dat over de dakbedekking wordt afgevoerd naar een zuiveringsinstallatie, welke dan minder belast hoeft te worden. Het 15 ballastmateriaal vervult hierbij aldus naast ballast een aantal extra functies. Voorts is het mogelijk dat het olivijn meehelpt in NOx reductie, fosfaatbinding en fijnstof reductie. Het hemelwater kan bij de omzetting van C02 ontstane stoffen in oplossing nemen en afvoeren.
Het olivijn-houdend materiaal is bij voorkeur korrelvormig, 20 waardoor een groot contactoppervlak met lucht en met hemelwater wordt verkregen.
Het korrelvormig materiaal is bij voorkeur verkregen van een stollingsgesteente. Dat -olivijn-houdend- gesteente kan basalt zijn, een basisch vulkanisch gesteente, bij voorkeur echter, vanwege hoge gehaltes aan olivijn, 25 een ultrabasisch dieptegesteente, in het bijzonder van peridotiet, in het bijzonder van duniet.
Voor de effectiviteit van het olivijn heeft het de voorkeur dat dit een Mg gehalte van meer dan 50 gew.%, meer bij voorkeur van meer dan 70 gew.% heeft. Het voornoemde dieptegesteente kan in het bijzonder forsteriet zijn.
30 Het korrelvormig materiaal in de tenminste ene laag kan de vorm van gruis hebben, in het bijzonder kleiner dan ongeveer 5 mm, bij voorkeur kleiner dan ongeveer 3 mm, in het bijzonder fractie 0-3 mm. Hierbij wordt een groot effectief oppervlak verkregen.
De genoemde laag olivijnhoudend korrelmateriaal ligt bij voorkeur 3-5 op een filterlaag, waardoor uitspoeling wordt voorkomen. Deze filterlaag kan aan de dakranden omhoog en terug zijn omgeslagen.
In een uitvoering omvat de ballastlaag een verdere laag 3 korrelvormig materiaal, bij voorkeur olivijnhoudend korrelvormig materiaal, welke boven de tenminste ene laag olivijnhoudend korrelvormig materiaal gelegen is, waarbij het korrelvormig materiaal in de verdere laag van een grotere fractie is dan dat van de tenminste ene laag, bij voorkeur van de fractie 5 10-25 mm of 16-32 mm is. Deze verdere laag helpt mee in het op het dak houden van het gruis in de eerstgenoemde laag, tegen windkrachten, en vormt, indien olivijnhoudend, een aanvulling op het effectief oppervlak van de eerstgenoemde laag. De verdere laag vormt bovendien een waterbuffer. Indien nodig kan tussen beide lagen een lucht/waterdoorlatende textiellaag gelegen ïo zijn, welke als filterlaag voor het korrelmateriaal in eerstgenoemde laag dienst kan doen.
In een verdere ontwikkeling maakt de tenminste ene laag korrelvormig materiaal deel uit van een matconstructie, welke bij voorkeur gevormd is door op elkaar aansluitende matten. Hiermee kan de dakbedekking 15 eenvoudig worden geballast, door het daarop vlijen van de mat. De mat geeft een voorafbepaalde gelijkmatige verspreiding van het korrelvormig materiaal. Het door direct op de beschadigingsgevoelige dakbedekking lopend personeel verspreiden van het ballastmateriaal is daarbij niet meer nodig, waardoor beschadiging van die dakbedekking kan worden voorkomen.
20 In een uitvoering omvat de matconstructie, dan wel omvatten de matten, een water/lucht doorlatend boventextiel en een daarmee verbonden benedentextiel, die tussen zich een omsloten ruimte voor het korrelvormig materiaal bepalen. Een dergelijke matconstructie kan worden geprefabriceerd en in matdelen of op rol worden aangevoerd naar het werk. Het boventextiel 25 wordt op zijn plaats gehouden door de verbinding met het benedentextiel dat door de massa van het korrelvormig materiaal zelf op zijn plaats gehouden wordt.
Het benedentextiel kan eveneens lucht/waterdoorlatend zijn, in een eenvoudige uitvoering gelijk aan het boventextiel zijn. De 30 lucht/waterdoorlatende textielen kunnen fungeren als voornoemde filterlagen.
Het boventextiel en/of het benedentextiel kan een non-woven textiel zijn, in het bijzonder vervaardigd zijn van polypropeenvezels.
De mat kan aan althans één rand voorzien zijn van een uistekende flap, die bij voorkeur één geheel vormt met het boventextiel of het 35 benedentextiel, bij voorkeur met het benedentextiel. De flap kan bedekt worden door een volgende, naastgelegen matconstructie, waardoor de plaatsvastheid wordt bevorderd.
4
In een uitvoering, waarin de matconstructie een zodanig gewicht heeft, dat deze niet de totale benodigde ballast kan verschaffen, is op de matconstructie de eerder genoemde verdere laag geplaatst. Bij het aanbrengen van de verdere laag is de onderliggende dakbekleding beschermd 5 door de matconstructie. De puntlasten veroorzaakt door personeel worden opgenomen door de matconstructie en verspreid afgegeven aan de ondergrond.
De matten van de matconstructie kunnen met het oog op de hanteerbaarheid een beperkt gewicht hebben, in het bijzonder hoogstens 25 ïo kg.
Alternatief kan de matconstructie een gewicht bezitten van tenminste 50 kg/m2, bij voorkeur meer dan 70 kg/m2, zodat daarmee de gehele benodigde ballast gerealiseerd kan worden, en daarmee de installatie eenvoudig is. Het vereiste ballastgewicht is streekafhankelijk.
15 De ballastlaag kan in geval van een warm dak geplaatst zijn op een los gelegde dakbedekking, in het bijzonder voornoemde bitumenlaag, of andere waterkerende en waterafvoerende laag, zoals bijvoorbeeld Sarnafil TG ®. Deze kan onder een los gelegde isolatielaag liggen of op een isolatielaag.
Ook is het mogelijk dat de ballastlaag gelegen is op een los 20 gelegde isolatielaag, in het bijzonder gelegen op een dakbedekking, in het bijzonder op een los gelegde dakbedekking.
Opgemerkt wordt dat uit de Franse octrooiaanvrage 2.882.076 een dakopstelling bekend is waarin op een dakbekleding, waarvan niet is aangegeven of deze los gelegd is, een laag honingraatpanelen gelegd is. De 25 honingraatpanelen zijn aan de onderzijde voorzien van een geotextiel en worden in het werk gevuld met zand, grind of aarde. De laag panelen is aangebracht met het oog op het verbeteren van de beloopbaarheid van het dak, opdat de dakbekleding niet wordt beschadigd, dan wel met het oog op het verschaffen van een bodem voor vegetatie.
30 Opgemerkt wordt verder dat in Cobouw van 6 juni 2008 wordt gesuggereerd het voor C02 afvangen met olivijn bestooien van niet nader gespecificeerde platte daken.
Voor het bereiken van althans één van voornoemde doelen voorziet de uitvinding, vanuit een verder aspect, in een geballast-dakopstelling 35 met een plat dak dat voorzien is van een waarbij los gelegde dakbekleding, waarbij boven de dakbekleding een ballastlaag geplaatst is, waarbij de ballastlaag korrelvormig materiaal, in het bijzonder olivijnhoudend 5 korrelmateriaal, omvat, welk korrelvormig materiaal deel uitmaakt van een matconstructie, welke bij voorkeur gevormd is door op elkaar aansluitende matten. Een dergelijke opstelling is eenvoudig en snel te realiseren. Mors van korrelmateriaal wordt hierbij vergaand voorkomen.
5 De hiervoor besproken verdere uitvoeringen van de matconstructie kunnen hierop eveneens van toepassing zijn.
Vanuit een verder aspect voorziet de uitvinding in een mat kennelijk geschikt en bestemd voor een dakopstelling volgens de uitvinding.
De matconstructie kan afhankelijk van de dikte een bouwkundige 10 functie hebben en kan als onderlaag voor een sedummat dienen.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop 15 gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: 20 Figuur 1 een verticale dwarsdoorsnede door een voorbeelduitvoering van een mat volgens de uitvinding;
Figuren 2A en 2B respectievelijk een bovenaanzicht en een eindaanzicht op de mat van figuur 1;
Figuur 3 een schematische weergave van een opbouw van een 25 dakopstelling volgens de uitvinding;
Figuur 4 een schematische weergave van een opbouw van een andere dakopstelling volgens de uitvinding; en
Figuur 5 een schematische weergave van een opbouw van een andere dakopstelling volgens de uitvinding.
30 De in figuur 1 weergegeven geprefabriceerde mat 1 omvat een bovenlaag 2 en een benedenlaag 3, die langs de omtrek aan elkaar genaaid zijn en ook in het veld door doorgaande lussen 4 met elkaar verbonden zijn om de tussenafstand tussen beide lagen te begrenzen. De ruimte 5 bepaald tussen de bovenlaag 2 en benedenlaag 3 is gevuld met fijn korrelvormig materiaal 6, zoals 35 gruis, van een olivijnhoudend gesteente, zoals basalt, bij voorkeur echter een ultrabasisch dieptegesteente als peridotiet of duniet.
Het korrelvormig materiaal heeft in dit voorbeeld een grootte fractie 6 0-3 mm. Het korrelvormig materiaal kan bijvoorbeel ook betrokken worden bij Eurogrit BV, olivijn-korrelgrootte GL 70 (0,20-1,20 mm), welke grootte effectief is. Dat materiaal wordt gewoonlijk gebruikt voor zandstralen, in plaats van kwartszand.
5 De bovenlaag 2 en de benedenlaag 3 zijn water- en luchtdoorlatend en zijn gevormd door een textiellaag, in het bijzonder een non-woven, van bijvoorbeeld polypropeenvezels. De poriën in beide lagen zijn kleiner dan de kleinste grootte van het korrelvormig materiaal.
De mat 1 kan in een uitvoering op rol worden aangeleverd. De ïo breedte kan dan bijvoorbeeld 2 m zijn. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van matten van beperkte lengte, zoals weergegeven in figuren 2A en 2B. De lengte en breedte kunnen daarbij bijvoorbeeld 2 m x 0,70 m bedragen. Met een geschatte volumieke massa voor het olivijnhoudend korrelvormig materiaal van 1750 kg/m3 (zwaarder dan grind) en een dikte van de mat van 1 cm komt het 15 gewicht van een mat dan neer op iets minder dan 25 kg, hetgeen goed te hanteren is door een werkman.
De mat van de figuren 2A en 2B heeft langs een eindrand en langs een langsrand een flap 3a, 3b die een voorzetting vormt van de benedenlaag 3. Bij het plaatsen van de matten op een dak kunnen aangrenzende matten op de 20 flappen 3a,b gelegd worden voor een vlakke aansluiting.
In figuur 3 is een voorbeeld weergegeven van een warm dak opstelling 7, waarin een houten dakbeschot 8 bedekt is met een los geplaatste laag 9 isolatiemateriaal, waarop een laag bitumineuze dakbedekking 10 los, dat wil zeggen in hoofdzaak vrij van hechting of ander vorm van bevestiging, is 25 geplaatst. De matten 1 zijn op zich ook los geplaatst op de dakbedekking 10. Omdat de matten 1 in dit voorbeeld nog niet het normgewicht voor geballaste daken geven is boven op de matten 1 een verdere laag 11 olivijnhoudend korrelmateriaal geplaatst (los gestort), met een korrelgrootte van 10-25 mm of gewoon grind met een korrelgrootte van 16-32 mm. Door het hogere soortelijk 3 0 gewicht van olivijn kan dan met een kleiner korrelgroottebereik worden volstaan.
De dikte van laag 11 kan bijvoorbeeld 5 cm bedragen, waardoor, met een volumieke massa van 1800 kg/m3 (indien olivijnhoudend) het gewicht van de ballastlaag 1 + 11 neerkomt op ongeveer 107,5 kg/m2. Het materiaal 10 beschermt tevens de bovenlaag 2 tegen UV straling.
35 In figuur 4 is een voorbeeld weergegeven van een zogenoemde omgekeerde dakopstelling 107, waarin een betonnen dakbeschot 108 bedekt is met een los, dat wil zeggen in hoofdzaak vrij van hechting of ander vorm van 7 bevestiging, geplaatste dakbedekking 110, waarop een laag isolatiemateriaal 109 los is geplaatst. Bovenop de isolatielaag 109 zijn matten 101 volgens de uitvinding geplaatst. De matten 101 komen in hoofdzaak overeen met de matten 1, maar zijn hoger en bevatten daardoor meer korrelmateriaal 106, dat gelijk is 5 aan korrelmateriaal 6. De hoogte van matten 101 kan bijvoorbeeld 5 cm bedragen, in welk geval het gewicht neerkomt op ongeveer 87,5 kg/m2.
Eventueel kan men ook meerdere lagen matten 1 of 11 leggen.
In figuur 5 is een andere uitvoering van een opstelling 207 voor een warm dak weergegeven, waarin een betonnen dakbeschot 208 los bedekt is ïo met een isolatielaag 209, waarop los een dakbedekking 210 is geplaatst. Op de dakbedekking 210 is eerst een losse textiellaag 203, bijvoorbeeld een polyestervlies of een materiaal overeenkomstig laag 3, geplaatst. Daarop is een laag korrelvormig materiaal 206 overeenkomstig korrelvormig materiaal 6 geplaatst. In dit geval wordt de ballast met olivijnhoudend materiaal in situ 15 gestort/verspreid. Het korrelvormig materiaal 206 is afgedekt door een volgende losse textiellaag 202, bijvoorbeeld een polyestervlies of een materiaal overeenkomstig laag 2. Om de textiellaag 202 vast te houden is daarop een laag grind 16-32 mm gestort, welke tevens zorgt voor het behalen van het vereiste ballastgewicht, in aanvulling op het gewicht van het fijnere korrelvormig materiaal 20 206. Aan de dakranden is de laag 203 omhoog en weer terug bovenop het korrelvormig materiaal 206 omgeslagen.
Ter bevordering van de drainage over de waterkerende en waterafvoerde laag kan in de opstelling waarin de isolatielaag onder die laag gelegen is tussen de waterafvoerende laag en de ballastlaag volgens de 25 uitvinding een afstandmiddel voorzien zijn. Dit kan bijvoorbeeld een vlies met lussen zijn, die neerwaarts uitsteken en horizontale doorgangen bepalen tussen vlies en waterkerende/afvoerende laag, zoals HP 90/90 LL, verkrijgbaar bij/via de Altena groep in ’t Harde, Nederland. Ook kan gebruik gemaakt worden van oude kunstgras matten, die dan omgekeerd op de waterkerende/waterafvoerende laag 3 0 worden geplaatst. Een ander voorbeeld is tussen de waterkerende laag een drainagemat, zoals Enkadrain of Secudrain ®te plaatsen.
Hemelwater (A) dat op de dakopstelling 7/107/207 valt zal een verticale afstand overbruggen totdat het bij de waterkerende en waterafvoerende laag 10/110/210 komt. Daarbij zal het voor enige tijd en over 35 een padlengte in contact komen het ölivijn in het korrelvormig materiaal 6/106/206 en daarmee chemisch kunnen reageren. Voor wat betreft binding van C02 is daarbij de volgende reactie mogelijk: 8
Mg2Si02 + 4 C02 + 2 H20 -> 2Mg2+ + 4 HC03' + Si02
De magnesium ionen en de bicarbonaat ionen lossen in het water 5 op en worden in richting B afgevoerd naar een uitloop. In deze vergelijking is de Fe-component in olivijn (Mg,Fe)2 Si04 weggelaten. Mg ionen zullen vaker voorkomen en zijn effectief in het vastleggen van C02. Forsteriet heeft het hoogste gehalte aan Mg.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van ïo voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties duidelijk zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
10 5 8 0 3 7

Claims (23)

  1. 2. Dakopstelling volgens conclusie 1, waarbij het olivijn-houdend materiaal korrelvormig is.
  2. 3. Dakopstelling volgens conclusie 2, waarbij het korrelvormig materiaal is verkregen van een stollingsgesteente.
  3. 4. Dakopstelling volgens conclusie 3, waarbij het stollingsgesteente ïo basalt is.
  4. 5. Dakopsteling volgens conclusie 3, waarbij het stollingsgesteente een ultrabasisch dieptegesteente is, in het bijzonder van peridotiet, in het bijzonder van duniet.
  5. 6. Dakopstelling volgens conclusie 5, waarbij het olivijn een gehalte 15 aan Mg van meer dan 50 gew. % heeft.
  6. 7. Dakopstelling volgens conclusie 6, waarbij het olivijn een gehalte aan Mg van, meer 70 gew. % heeft
  7. 8. Dakopstelling volgens conclusie 7, waarbij het voornoemde dieptegesteente forsteriet is.
  8. 9. Dakopstelling volgens één der conclusies 2-8, waarbij het korrelvormig materiaal in de tenminste ene laag de vorm van gruis heeft, in het bijzonder kleiner dan 5 mm, bij voorkeur kleiner dan 3 mm in het bijzonder fractie 0-3 mm.
  9. 10. Dakopstelling volgens conclusies 9, waarbij de ballastlaag een 25 verdere laag korrelvormig materiaal omvat, welke boven de eerste laag gelegen is, waarbij het korrelvormig materiaal in de verdere laag van een grotere fractie is dan dat van de eerste laag, bij voorkeur van de fractie 10-25 mm of 16-32 mm is en bij voorkeur olivijnhoudend is. II. Dakopstelling volgens één der conclusies 2-10, waarbij dé laag 30 korrelvormig materiaal deel uitmaakt van een matconstructie, welke bij voorkeur gevormd is door op elkaar aansluitende matten, in het bijzonder op JO 3 8 0 3 7 de dakbedekking gevlijd,.
  10. 12. Dakopstelling volgens conclusie 11, waarbij de matconstructie dan wel de matten een lucht/waterdoorlatend boventextiel en een daarmee verbonden benedentextiel omvat, die tussen zich een omsloten ruimte voor het 5 korrelvormig materiaal bepalen.
  11. 13. Dakopstelling volgens conclusie 12, waarbij het benedentextiel boventextiel en/of het benedentextiel waterdoorlatend zijn.
  12. 14. Dakopstelling volgens conclusie 13, waarbij het boventextiel en/of het benedentextiel een non-woven textiel is.
  13. 15. Dakopstelling volgens conclusie 14, waarbij het non-woven textiel vervaardigd is van polypropeenvezels.
  14. 16. Dakopstelling volgens één der conclusies 11-15, waarbij de mat aan althans één rand voorzien is van een uistekende flap, die bij voorkeur één geheel vormt met het boventextiel of het benedentextiel, bij voorkeur met het 15 benedentextiel.
  15. 17. Dakopstelling volgens één der conclusies 11-16, waarbij op de matconstructie de verdere laag volgens conclusie 9 is geplaatst.
  16. 18. Dakopstelling volgens één der conclusies 11-17, waarbij de matten van de matconstructie een gewicht hebben van hoogstens 25 kg.
  17. 19. Dakopstelling volgens één der conclusies 11-16, waarbij de matconstructie een gewicht heeft van tenminste 50 kg/m2, bij voorkeur meer dan 70 kg/m2.
  18. 20. Dakopstelling volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de dakbekleding een los gelegde dakbedekking omvat.
  19. 21. Dakopstelling volgens één der voorgaande conclusies, waarbij tussen de waterkerende/waterafvoerende laag een afstandmiddel is geplaatst voor het vormen van horizontale doorgangen voor water.
  20. 22. Dakopstelling volgens conclusie 21, waarbij het afstandsmiddel gevormd wordt door omgekeerde kunstgrasmatten. 3 0 23. Dakopstelling volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de dakbekleding een los gelegde laag isolatiemateriaal omvat, in het bijzonder gelegen op een dakbedekking, in het bijzonder op een los gelegde dakbedekking.
  21. 24. Dakopstelling volgens één der voorgaande conclusies, wanneer 3"5 afhankelijk van conclusie 2, omvattend een eerste laag olivijn houdend materiaal en een daarboven gelegen tweede laag olivijn houdend materiaal, waarbij het korrelvormig materiaal in de eerste laag kleiner is dan het korrelvormig materiaal in de tweede laag.
  22. 25. Dakopstelling volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de ballastlaag een boventextiel omvat, dat doorgroeibaar is voor vegetatie.
  23. 26. Mat kennelijk geschikt en bestemd voor een dakopstelling volgens 5 één der voorgaande conclusies. -o-o-o-o-o-o-o-o- 10 3 8 0 3 7
NL1038037A 2009-06-22 2010-06-14 Geballast vlakdak. NL1038037C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1038037A NL1038037C2 (nl) 2009-06-22 2010-06-14 Geballast vlakdak.
NL1038461A NL1038461C2 (nl) 2009-06-22 2010-12-20 Geballast vlakdak.

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1037054 2009-06-22
NL1037054 2009-06-22
NL1038000 2010-06-01
NL1038000 2010-06-01
NL1038037A NL1038037C2 (nl) 2009-06-22 2010-06-14 Geballast vlakdak.
NL1038037 2010-06-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1038037C2 true NL1038037C2 (nl) 2010-12-28

Family

ID=43608556

Family Applications (2)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1038037A NL1038037C2 (nl) 2009-06-22 2010-06-14 Geballast vlakdak.
NL1038461A NL1038461C2 (nl) 2009-06-22 2010-12-20 Geballast vlakdak.

Family Applications After (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1038461A NL1038461C2 (nl) 2009-06-22 2010-12-20 Geballast vlakdak.

Country Status (1)

Country Link
NL (2) NL1038037C2 (nl)

Also Published As

Publication number Publication date
NL1038461A (nl) 2011-01-06
NL1038461C2 (nl) 2011-07-05

Similar Documents

Publication Publication Date Title
ES2322074T3 (es) Pavimento de cesped sintetico y procedimiento de colocacion del mismo.
KR101225072B1 (ko) 투수 포장 구조체
PL176888B1 (pl) Struktura wybiegu dla koni, zwłaszcza terenu do jazdy konnej oraz sposób jej wytwarzania
CA2797183A1 (en) Multilayer assembly of fluid permeable geomatrix material for use in vegetated eco-system
JP4746654B2 (ja) 表層体及び表層体の施工方法
ES2335023T3 (es) Material compuesto permeable a fluidos y procedimiento correspondiente.
JP6735636B2 (ja) 保水性舗装構造
US20200095770A1 (en) Rooftop stormwater management apparatus and method
CN211421148U (zh) 一种具有存蓄水功能的道路边坡防护装置
NL1038461C2 (nl) Geballast vlakdak.
CN114876117B (zh) 一种多坡度种植屋面构造及其施工方法
CN107614794A (zh) 使用了煤灰的坡面维护施工方法
NL1039532C2 (nl) Vervangen van een kunstgras sportveld.
NL1038269C2 (nl) Vlakdak.
CN202208876U (zh) 一种透水路面
KR100734177B1 (ko) 격자망을 가지는 탄성포장 구조체
NL1038031C2 (nl) Kunstgras sportveld.
RU2007104428A (ru) Способ и конструкция возведения автомобильной дороги с твердым покрытием
JP5521713B2 (ja) 構築物
JP4699081B2 (ja) 保水性舗装およびその舗設方法
CN207960077U (zh) 一种景观与生态一体化停车场
RU2328571C2 (ru) Покрытие ипподрома и ячеистая конструкция для стабилизации покрытия
CN206887681U (zh) 一种建筑施工场地的铺路板
JP3821809B2 (ja) 保水性・透水性コンクリート舗装方法および保水性・透水性コンクリート・ブロック
JP6601989B1 (ja) 保水性舗装路の構造

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20180701