NL1038080C2 - Kram. - Google Patents

Kram. Download PDF

Info

Publication number
NL1038080C2
NL1038080C2 NL1038080A NL1038080A NL1038080C2 NL 1038080 C2 NL1038080 C2 NL 1038080C2 NL 1038080 A NL1038080 A NL 1038080A NL 1038080 A NL1038080 A NL 1038080A NL 1038080 C2 NL1038080 C2 NL 1038080C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
wall
staple
spacer
wall panel
panel
Prior art date
Application number
NL1038080A
Other languages
English (en)
Inventor
Jan Cornelis Verhage
Original Assignee
Jkv Services B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Jkv Services B V filed Critical Jkv Services B V
Priority to NL1038080A priority Critical patent/NL1038080C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1038080C2 publication Critical patent/NL1038080C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16BDEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
    • F16B5/00Joining sheets or plates, e.g. panels, to one another or to strips or bars parallel to them
    • F16B5/0004Joining sheets, plates or panels in abutting relationship
    • F16B5/0056Joining sheets, plates or panels in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels or the interlocking key perpendicular to the main plane
    • F16B5/0064Joining sheets, plates or panels in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels or the interlocking key perpendicular to the main plane and using C-shaped clamps

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Connection Of Plates (AREA)

Description

Korte aanduiding: Kram Gebied van de uitvinding
De uitvinding heeft betrekking op een kram, op een samenstel van een kram met een 5 afstandhouder, op een afstandhouder, op een werkwijze voor het monteren van elementen op een wand met behulp van een of meer krammen, op elementen die een of meer afstandhouders omvatten, op een wandpaneel dat een of meer van de samenstellen omvat, op een samenstel dat een kram en een wandpaneel omvat, op een set voor het aan elkaar bevestigen van wandpanelen die de wandpanelen en krammen omvat, alsmede op met een 10 of meer van de krammen aan elkaar bevestigde wandpanelen.
Achtergrond van de uitvinding
In het vakgebied zijn allerlei middelen bekend voor het aan een wand bevestigen van elementen, of voor het aan elkaar bevestigen van wandpanelen. Zo kunnen elementen, 15 zoals plankdragers, bekerhouders, haakjes, planken, lampen et cetera met alom bekende middelen worden bevestigd, zoals, maar niet beperkt tot schroeven, popnagels, spijkers, lijm, kleefband, nietjes.
Genoemde middelen kennen alle hun specifieke voor- en nadelen. Zo zorgen schroeven en in mindere mate ook spijkers voor een stevige verbinding, waarbij de wand echter 20 onomkeerbaar wordt doorboord met relatief diepe gaten. Dergelijke bevestigingsmiddelen zijn minder geschikt voor elementen die elders op de wand herplaatsbaar moeten zijn zonder beschadigingen achter te laten. Ook zijn deze middelen ongeschikt voor toepassing bij dunne wandpanelen, daar de schroeven en spijkers daarvoor te lang zijn en aan de achterzijde ongewenst zouden kunnen uitsteken, hetgeen esthetisch onaanvaardbaar is, en 25 tevens gevaar voor letsel kan vormen vanwege de scherpe punten die uit de achterwand steken. Lijm en kleefband zorgen voor een eenmalige verbinding, waarbij het niet de bedoeling is dat de wandpanelen en de elementen van elkaar losgemaakt worden. Ofschoon er kleefstrips bekend zijn die losmaking van de daarmee bevestigde elementen toelaten, is de verbinding niet zeer sterk, en is hergebruik onmogelijk. Nietjes en popnagels worden in de 30 wand geschoten, en zijn niet geschikt om weer uit de wand te verwijderen. Daarbij zouden deze onomkeerbaar worden beschadigd. Ook deze middelen kunnen onmogelijk worden hergebruikt.
De uitvinding beoogt ten minste een van de hierboven genoemde nadelen op te heffen dan 35 wel te verminderen en voorziet daartoe in een kram, in hoofdzaak opgebouwd uit verend materiaal, omvattende een middengedeelte en een eerste en tweede in hoofdzaak in hetzelfde vlak naar elkaar toe gebogen uiteinde-gedeelten, welke eerste en tweede uiteinde- 1 03 8080 2 gedeelten zijn bestemd om te worden geplaatst in respectievelijk een eerste en een tweede gat of sleuf in een wand, welk middengedeelte is ingericht om samen te werken met een afstandhouder, dan wel deze afstandhouder omvat, een en ander zodanig dat bij plaatsing van de eerste en tweede uiteinde-gedeelten in het eerste respectievelijk tweede gat of sleuf 5 het middengedeelte ten minste plaatselijk van de wand wordt afgeduwd.
Gekozen is voor het woord ‘kram’ omdat de kram twee naar elkaar toe gerichte uiteinden heeft, die in daartoe bestemde openingen in de wand worden geplaatst. Doordat het middengedeelte met behulp van de afstandhouder van de wand af wordt geduwd, zullen de 10 uiteinden geneigd zijn om naar elkaar toe te bewegen, waardoor de uiteinden van de kram zullen aangrijpen op de wand van de opening en daarop een kracht uitoefenen. Daardoor wordt de kram aan de wand gefixeerd. Met kan derhalve ook spreken van een fixatiemiddel, of een klem, of zelfs van een veer, daar de kram in hoofdzaak is opgebouwd uit verend materiaal. Het materiaal moet verend zijn om te waarborgen dat wanneer het 15 middengedeelte van de wand wordt afgeduwd, de uiteinde-gedeelten van de kram naar elkaar toe worden geduwd, om zo de kram in de wand te fixeren. Volgens de uitvinding is een materiaal ‘verend’ wanneer een dergelijke fixatie wordt verkregen. Buigzaam metaal, zoals dat bijvoorbeeld voor een nietje wordt toegepast, is minder of zelfs niet geschikt omdat dit materiaal zal buigen wanneer een kram van dit materiaal van de wand wordt afgeduwd, 20 zodat er onvoldoende kracht door de uiteinden op de wand wordt uitgeoefend om fixatie te waarborgen. De vakman zal zonder enige uitvinderswerkzaamheid in staat zijn om de juiste materialen en dimensies te kiezen. Het verende karakter van het materiaal maakt dat een kram volgens de uitvinding na plaatsing in en verwijdering uit de openingen in de wand zijn oorspronkelijke vorm weer terugkrijgt, ook nadat een afstandhouder de kram heeft gefixeerd. 25
De kram is ingericht om samen te werken met een afstandhouder, of omvat de afstandhouder. De afstandhouder dient ervoor om het middengedeelte van de kram, eenmaal in de openingen of sleuven van de wand geplaatst, van de wand af te houden, waardoor het middengedeelte van de wand afwordt geduwd. De afstandhouder kan een los 30 onderdeel zijn, en bijvoorbeeld een wigvorm hebben, om eenvoudig tussen de wand en het middengedeelte van de kram te worden geschoven. De afstandhouder kan ook bijvoorbeeld in het middengedeelte zijn opgenomen, door bijvoorbeeld een boiling of buiging in het middengedeelte aan te brengen, waardoor het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd.
Het verend materiaal omvat bij voorkeur veerstaal, omdat gebleken is dat met dit materiaal een uitstekende fixatiekracht kan worden verkregen. Met fixatiekracht worden de krachten 35 3 bedoeld, die door de uiteinde-gedeelten op de wanden van de openingen worden uitgeoefend, zodra het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd. Veerstaal heeft de eigenschap dat het zijn oorspronkelijke vorm terugkrijgt nadat de daartoe bestemde krachten daarop hebben ingewerkt. Dit betekent dat een dergelijke kram na plaatsing in en 5 verwijdering uit de openingen in de wand zijn oorspronkelijke vorm weer terugkrijgt, ook nadat een afstandhouder de kram heeft gefixeerd. Een geschikt veerstaal is bijvoorbeeld RVS (roestvast staal) Verenstaal met een doorsnede van 0,9 mm, dat op de markt gebracht door de firma Het Zuiden te Hilvarenbeek, Nederland.
10 Bij voorkeur is de kram uit een stuk vervaardigd. Deze eigenschap maakt een eenvoudige productie mogelijk, en verdient tevens de voorkeur vanwege te aanzienlijke trekkrachten die op de kram worden uitgeoefend. Wanneer het middengedeelte en de uiteinde-gedeelten uit afzonderlijke aan elkaar bevestigde onderdelen zouden bestaan kan er een kans zijn dat deze onderdelen van elkaar los kunnen raken. Vanwege de buigingen in de kram, de 15 uiteinde-gedeelten zijn immers naar elkaar toe gebogen, en de wens om de kram vormvast uit te voeren, verdient het de voorkeur dat het materiaal van de kram een in hoofdzaak ronde doorsnede heeft. De kram kan echter ook een hoekige doorsnede kan hebben, vergelijkbaar met die van een nietje. Men dient zich echter te beseffen dat de kram volgens de uitvinding zich niet met een nietje laat vergelijken, omdat een nietje niet het vereiste verende karakter 20 bezit. Een nietje is juist bestemd om éénmalig van vorm te veranderen, wanneer het door papier wordt geslagen, zonder dat het de bedoeling of mogelijk is dat het nietje zijn oorspronkelijke vorm weer terugkrijgt.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is het middengedeelte van de kram volgens de uitvinding 25 ingericht om samen te werken met een afstandhouder, en omvat daartoe een aangrijpingsgedeelte. Dit aangrijpingsgedeelte kan zijn uitgevoerd als een buiging in bijvoorbeeld het veerstaal, waardoor bij plaatsing van de kram in de wand een ruimte tussen de kram en de wand ontstaat, waardoorheen een afstandhouder kan worden geschoven.
Een dergelijk aangrijpingsgedeelte vergemakkelijkt de plaatsing van de afstandhouder.
30 Zodra de afstandhouder tussen de wand en de kram wordt geplaatst, werkt de afstandhouder met de kram samen en wordt het middengedeelte van de kram van de wand afgeduwd.
In een aantrekkelijke uitvoeringsvorm definieert het zojuist besproken aangrijpingsgedeelte 35 een eerste en een tweede been, welk eerste been zich uitstrekt vanaf het aangrijpingsgedeelte in de richting van het eerste uiteinde-gedeelte, en welk tweede been zich uitstrekt vanaf het aangrijpingsgedeelte in de richting van het tweede uiteinde-gedeelte.
4
Deze benen zorgen voor een moment ten behoeve van de fixatiekracht, uitgeoefend door de uiteinde-gedeelten op de wand van de openingen in de wand.
Zoals hierboven reeds beschreven kan het middengedeelte de afstandhouder omvatten 5 waarbij het middengedeelte daartoe gebogen kan zijn. In een voorkeursuitvoeringsvorm volgens de uitvinding omvat de afstandhouder van de kram volgens de uitvinding een buiging in het middengedeelte, welke buiging een component heeft die gelegen is in hetzelfde vlak als de eerste en tweede uiteinde-gedeelten, en in hoofdzaak loodrecht op het middengedeelte, en gericht is naar de eerste en tweede uiteinde-gedeelten. Deze 10 voorkeursvorm wordt in de tekening nader toegelicht. Een dergelijke buiging in het middengedeelte zorgt ervoor dat het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd, terwijl de uiteinde-gedeelten in de openingen in de wand zijn geplaatst en de kram op de wand fixeren.
15 Wanneer de kram is ingericht om samen te werken met een afzonderlijke afstandhouder, is het aangrijpingsgedeelte van de kram volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding uitgevoerd als een in hoofdzaak u-vormige buiging, in hoofdzaak gelegen in het vlak van de eerste en tweede uiteinde-gedeelten, welke buiging van de uiteinde-gedeelten af is gericht. Ook deze uitvoeringsvorm wordt in de tekening nader toegelicht. Door deze 20 buigingsvorm wordt ten minste plaatselijk een ruimte tussen het middengedeelte van de kram en de wand gevormd, waardoor de afstandhouder op eenvoudige wijze tussen de wand en de kram kan worden geplaatst.
In een aantrekkelijke uitvoeringsvorm heeft de uitvinding betrekking op een samenstel, 25 omvattende een kram zoals hierboven is beschreven en een afstandhouder met een holte, waarbij ten minste een deel van het middengedeelte van de kram is opgenomen in de holte van de afstandhouder. De afstandhouder kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een kraal, die om de kram is geregen, en ter plaatse van het middengedeelte plaatselijk voor een verdikking zorgt, waardoor dit middengedeelte bij plaatsing van de kram in de wand van de 30 wand wordt afgeduwd.
Bij voorkeur is de afstandhouder draaibaar om genoemd deel van het middengedeelte, en heeft de afstandhouder een dwarsdoorsnede loodrecht op het deel van het middengedeelte van de kram, waarin de afstand van de holte tot de buitenzijde van de afstandhouder 35 varieert. Deze uitvoeringsvorm maakt het mogelijk om de afstandhouder ten opzichte van de kram te draaien, waarbij, bij plaatsing van de kram in een wand, de afstand tussen het middengedeelte en de wand kan worden gevarieerd. Zo kan de afstandhouder plaatselijk 5 een zeer kleine diameter hebben om plaatsing van de kram op de wand te vergemakkelijken. Door de afstandhouder te draaien neemt de diameter van de afstandhouder ter plaatse van de wand toe, waardoor het middengedeelte meer van de wand wordt afbewogen, hetgeen de gewenste fixatiekrachten oplevert.
5
Om de afstandhouder om de kram te draaien omvat de afstandhouder bij voorkeur greepmiddelen voor het draaien van de afstandhouder om het middengedeelte van de kram. Deze greepmiddelen kunnen bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een aan de afstandhouder gevormde lip, die bijvoorbeeld tussen duim en wijsvinger kan worden vastgehouden. Deze 10 uitvoeringsvorm wordt in de tekening nader toegelicht.
In een andere uitvoeringsvorm heeft de uitvinding betrekking op een samenstel, omvattende een kram zoals hierboven beschreven, en een afstandhouder, welke afstandhouder een wigvormig onderdeel omvat dat tussen de in een wand gestoken kram en de wand kan 15 worden gestoken, een en ander zodanig, dat het middengedeelte ten minste plaatselijk van de wand af wordt geduwd. Zoals hierboven reeds beschreven, verdient een wigvorm voorkeur omdat deze eenvoudig tussen het middengedeelte van de kram en de wand kan worden gestoken en waarmee op eenvoudige wijze dit middengedeelte, ter plaatse waar de wig op het middengedeelte aangrijpt, op afstand van de wand kan worden gebracht.
20
In een zeer voordelige uitvoeringsvorm omvat het bovenbeschreven samenstel een kram zoals hierboven reeds beschreven, waarbij het middengedeelte een aangrijpingsgedeelte omvat welk aangrijpingsgedeelte is uitgevoerd als een u-vormige buiging. Het wigvormig onderdeel van de afstandhouder grijpt daarbij aan op de u-vormige buiging van het 25 aangrijpingsgedeelte van het middengedeelte van de kram. De u-vormige buiging zorgt ervoor dat er ruimte ontstaat tussen de kram een de wand, waardoorheen op eenvoudige wijze het wigvormige onderdeel kan worden gestoken.
De afstandhouder kan op velerlei wijzen zijn uitgevoerd. De afstandhouder kan tevens 30 aanvullende onderdelen omvatten, waardoor de afstandhouder functionaliteit verkrijgt. Zo kan de afstandhouder bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een kabelklem of haakje, om zo dienst te doen als element waaraan iets kan worden opgehangen, zoals bijvoorbeeld een fotolijstje of een handdoek. In een aantrekkelijke uitvoeringsvorm heeft de uitvinding betrekking op een afstandhouder, bestemd voor samenwerking met een kram volgens de uitvinding, 35 omvattende een achtervlak, bestemd om tegen de wand te steunen, een zich in hoofdzaak loodrecht van het achtervlak uitstrekkend steunvlak, waaraan een verjongd onderdeel is gevormd dat zich begrensd langs het achtervlak loodrecht vanaf het steunvlak verjongend 6 uitstrekt. Dit verjongend onderdeel is, zoals hierboven reeds besproken bij voorkeur wig- of kegelvormig uitgevoerd. Het achtervlak zorgt voor een toereikend contactoppervlak met de wand, zodat niet alleen de kram, maar ook de afstandhouder stevig tegen de wand wordt gefixeerd. Immers, de kram zal door het verende karakter ervan de afstandhouder stevig 5 tegen de wand drukken. Het steunvlak verleent de afstandhouder aanvullende functionaliteit. Zo kan het steunvlak worden gebruikt als plankje om zaken op te leggen, of als montage-element om een groter element aan te bevestigen, zoals een plank. Hiertoe kunnen ook meerdere krammen in hoofdzaak op dezelfde hoogte ten opzichte van elkaar in de wand worden geplaatst, zodanig dat de steunvlakken van de afstandhouders waarmee deze 10 krammen tegen de wand worden gefixeerd, op gelijke hoogte en in hoofdzaak horizontaal ten opzichte van elkaar verlopen. Op deze steunvlakken kan dan een plank of ander wandpaneel worden gemonteerd.
In een aantrekkelijke uitvoeringsvorm omvat een het steunvlak van een afstandhouder zoals 15 hierboven een opstaande rand. Deze opstaande rand voorkomt dat zaken, die op het steunvlak van de tegen de wand geplaatste afstandhouder zijn gelegd, van de afstandhouder kunnen vallen.
In een zeer aantrekkelijke uitvoeringsvorm wordt voorzien in een afstandhouder zoals 20 hierboven beschreven, welke, eenmaal tegen een wand geplaatst, is bestemd voor het opnemen van een brilmontuur, waarbij aan de opstaande rand een steunonderdeel is gevormd dat zich van het achtervlak af uitstrekt, welk steunonderdeel is voorzien van een aanslag, bestemd om bij opname van een bril tegen de brug van de bril te rusten ter voorkoming van het wegglijden van de bril. Het brilmontuur, waarmee hierin niet alleen een 25 glazenloos montuur, maar ook een bril met glazen wordt verstaan, daarmee ook een zonnebril, wordt met zijn brug op het steunonderdeel geplaatst, met de poten van bril of het montuur ingeklapt op het steunvlak. Zelfs brillen/monturen waarbij de poten van verend materiaal zijn uitgevoerd, zoals brilmonturen uitgevoerd van RVS of titanium, of een legering daarvan, welke poten de neiging hebben om voortdurend open te klappen, kunnen op deze 30 wijze goed op de houder worden geplaatst. De poten zullen dan richting de wand willen uitklappen, waardoor de brug van het brilmontuur tegen de aanslag wordt gedrukt. Tot nu toe was het niet goed mogelijk om titaniumbrillen in opgevouwen toestand in een brillendisplay op te nemen; tot nu toe kon dat alleen in opengeklapte toestand, hetgeen veel ruimte in beslag nam. Bovendien hebben dergelijke brillen en brilmonturen in opengeklapte toestand 35 een ongedefinieerde vorm, waardoor dergelijke brilmonturen/brillen lastig op een aantrekkelijke wijze in een display aan het geïnteresseerde publiek kunnen worden getoond.
7
Een dergelijke afstandhouder maakt het mogelijk om te voorzien in een brillendisplay, waarbij gebruik gemaakt kan worden van een wandpaneel, dat slechts een beperkte dikte behoeft te hebben, zoals 0,5 - 3,0 cm, bij voorkeur 0,5 -1,2 cm, met meer voorkeur 0,6 -0,8 cm, op welk wandpaneel, desgewenst aan beide zijden ervan, meerdere afstandhouders 5 met krammen gefixeerd omvat. Met voordeel zijn deze wandpanelen opgenomen in een carrousel, waarbij meerdere wandpanelen onder een gelijke hoek ten opzichte van elkaar om een centrale draaibare as zijn gemonteerd. Zo kunnen er bijvoorbeeld drie wanden onder een hoek van 120° in de carrousel zijn opgenomen, of bijvoorbeeld vier wanden onder een hoek van 90°. Aldus voorziet de uitvinding in een brillendisplay waarin op zeer klein 10 horizontaal grondoppervlak een groot aantal brillen kunnen worden getoond. Dit is voor brillenverkopende winkels van groot voordeel.
De uitvinding voorziet tevens in een element, omvattende een of meer afstandhouders volgens de uitvinding. Bij voorkeur lopen de achtervlakken van de afstandhouders in 15 hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar en door hetzelfde vlak. Een dergelijk element kan bijvoorbeeld een plank zijn, dat meerdere afstandhouders omvat. Wanneer deze afstandhouders evenwijdig ten opzichte van elkaar door hetzelfde vlak lopen, zullen de achtervlakken bij plaatsing van het element tegen een wand tegen deze wand zijn gelegen. De openingen in de wand dienen te worden afgestemd op de onderlinge afstand van de 20 afstandhouders, omdat de afstandhouders anders niet met de krammen kunnen samenwerken voor de vereiste fixatie. Dergelijke elementen munten uit door hun compacte, lichte en eenvoudige opbouw onder behoud van de benodigde stevigheid, zodat dergelijke elementen uitstekend kunnen worden toegepast in kleine ruimten, waar gewicht en volume van belang zijn, zoals in ruimtevaartuigen of schepen. Dit geldt overigens ook voor de 25 meeste zo niet alle hierin beschreven samenstellen van afstandhouder en kram.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het op een wand monteren van een of meer afstandhouders of elementen volgens de uitvinding, waarbij de werkwijze omvat: - het plaatsen van een of meer krammen volgens de uitvinding in daartoe bestemde 30 openingen in de wand, en - het plaatsen van de een of meer afstandhouders van het element tegen de wand, een en ander zodanig dat de afstandhouders met telkens het middengedeelte van de betreffende kram/krammen samenwerken, waarbij door de samenwerking het middengedeelte van de kram/krammen ten minste plaatselijk van de wand wordt geduwd.
35 Met deze werkwijze worden de afstandhouders gefixeerd met de krammen volgens de uitvinding tegen de wand geplaatst. Men plaatst de uiteinde-gedeelten in de daartoe bestemde openingen in de wand. Wanneer de wand deze openingen niet heeft, brengt men 8 deze eerst aan, bijvoorbeeld met een boor of frees, al dan niet met behulp van een mal voor de juiste maatvoering. Het middengedeelte zal daardoor langs de wand verlopen, met een tussenruimte tussen dit middengedeelte en de wand, door welk tussengedeelte de afstandhouder kan worden gestoken, waardoor het middengedeelte van de wand af wordt 5 geduwd, waardoor de afstandhouder tegen de wand wordt gefixeerd.
Ook heeft de uitvinding betrekking op een wandpaneel, omvattende een of meerdere samenstellen van een afstandhouder met kram zoals hierboven is beschreven, of een of meerdere elementen met meerdere krammen zoals hierboven beschreven. Zoals reeds 10 voldoende uiteengezet kunnen afstandhouders en of elementen met diverse functionaliteiten aan een wandpaneel worden gefixeerd met behulp van krammen volgens de uitvinding.
Bij voorkeur zijn de samenstellen aan beide zijden van het wandpaneel geplaatst. Zo kan men beide oppervlakken van het betreffende wandpaneel optimaal benutten, en levert dit 15 plaatsbesparing op.
In een bijzondere uitvoeringsvorm omvatten de samenstellen die aan het wandpaneel zijn gefixeerd, afstandhouders die zijn bestemd voor opname van een brilmontuur of bril. Aldus wordt volgens de uitvinding voorzien in een brillendisplay. De afstandhouder kan hiertoe een 20 steunvlak omvatten waarop de bril kan worden geplaatst. Bij voorkeur omvat het wandpaneel afstandhouders die speciaal zijn bestemd voor opname van een brilmontuur of bril, zoals deze hierboven zijn beschreven, en in de tekening nader zullen worden toegelicht.
In een voordelige uitvoeringsvorm voorziet de uitvinding in een rangschikking van meerdere 25 wandpanelen volgens de uitvinding, welke panelen rondom een centrale as zijn geplaatst. Aldus worden meerdere panelen, waarop afstandhouders/elementen zijn aangebracht, op een ruimtebesparende wijze gerangschikt
Wanneer de panelen onder een in hoofdzaak gelijke hoek ten opzichte van elkaar zijn 30 geplaatst, is de toegang en beschikbaarheid van elk oppervlak van de panelen gelijk, zodat een dergelijke opstelling ideaal is voor het weergeven of tonen van artikelen met behulp van de aan de wand bevestigde afstandhouders/elementen, zoals bijvoorbeeld brillen of ansichtkaarten. Bij voorkeur is de as draaibaar uitgevoerd, zodat men de panelen om de as kan draaien om zo de aan de oppervlaken getoonde artikelen te kunnen bekijken zonder om 35 de panelen heen te hoeven lopen. Aldus wordt een carrousel van wandpanelen volgens de uitvinding verkregen.
9 t
Ook heeft de uitvinding betrekking op een samenstel, omvattende ten minste een kram volgens de uitvinding en een wandpaneel, voorzien van gaten of sleuven die op een afstand (d) van elkaar in het wandpaneel zijn aangebracht, welke afstand overeenkomt met de afstand tussen de uiteinden van de uiteinde-gedeelten van de krammen. Het is van belang 5 dat de gaten of sleuven in het wandpaneel zijn afgestemd op de toe te passen krammen. Daartoe moet de afstand tussen de gaten overeenkomen met de afstand van de uiteinden van de kram. Deze uiteinden bevinden zich aan het vrije uiteinde van de uiteinde-gedeelten, en het is voor optimale fixatie voordelig dat de afstand tussen deze uiteinden overeenkomt met de afstand tussen de openingen. Zo raken de uiteinden de wand van het gat waarin 10 deze worden geplaatst en wanneer het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd, zullen de uiteinden tegen de gatwanden drukken om zo fixatie te bewerkstelligen. Een kleine speling wordt getolereerd, omdat dit het inbrengen van de uiteinde-gedeelten van kram in de daartoe bestemde openingen vergemakkelijkt. De tolerantie is toelaatbaar totdat de kracht die de uiteinden aan de gatwanden uitoefenen wanneer het middengedeelte van de kram 15 van de wand wordt geduwd onvoldoende is om de fixatie te waarborgen. Dergelijke samenstellen volgens de uitvinding kunnen bijvoorbeeld als set worden aangeboden in bouwmarkten, waarbij de afstandhouders kunnen zijn uitgevoerd als houders voor gereedschap.
20 Ofschoon ronde gaten voor het aanbrengen van de kram volgens de uitvinding de voorkeur verdienen, kunnen de gaten ook anders zijn gevormd, bijvoorbeeld ovaal, of als sleuven. Het is van belang dat de uiteinden van de kram voldoende op de gatwanden kunnen aangrijpen
Zoals eerder reeds beschreven is het voordelig als zowel de voor- als achterzijde van het 25 wandpaneel van het samenstel voorzien zijn van de gaten of sleuven.
Een andere uitvoeringsvorm heeft de kram volgens de uitvinding primair de functie van het verbinden van wandpanelen. De afstandhouder heeft in deze uitvoeringsvorm primair de functie van het van de wand af duwen van het middengedeelte van de kram. Deze 30 uitvoeringsvorm omvat zowel de kram als de met de kram met elkaar te verbinden wandpanelen. Hiertoe heeft de uitvinding betrekking op een set voor het onder een hoek _ ten opzichte van elkaar aan elkaar bevestigen van ten minste een eerste wandpaneel en een tweede wandpaneel, omvattende - een of meer krammen volgens de uitvinding, waarbij de afstand tussen de uiteinden van de 35 uiteinde-gedeelten van de krammen d bedraagt, - een eerste en een tweede wandpaneel met elk een voorzijde, een achterzijde en ten minste drie tussenzijden, welke tussenzijden tussen de voor- en achterzijde zijn gelegen, waarvan 10 ten minste een van de tussenzijden van de wandpanelen hoek _ maakt met de voorzijde van het betreffende wandpaneel, waarbij in ten minste het eerste wandpaneel een of meer gaten zijn aangebracht in ten minste een tussenzijde die hoek _ maakt met de voorzijde van het eerste wandpaneel, waarbij de afstand van genoemde gaten tot de achterzijde van het 5 betreffende paneel d1 bedraagt, en waarbij in ten minste het tweede wandpaneel een of meer gaten zijn aangebracht in de voorzijde van het tweede paneel op een afstand d2 van de tussenzijde van dit paneel dat onder hoek _ met deze voorzijde staat, waarbij afstand d in hoofdzaak gelijk is aan de som van afstanden d1 en d2. Deze set zal nader worden toegelicht in de tekening.
10
Met bovengenoemde set wordt het ene wandpaneel via de voorzijde ervan verbonden met de zijkant (hier ook 'tussenzijde’ genoemd ) van het andere wandpaneel. Hiertoe hebben de panelen een gat in de betreffende voorzijde en zijkant, waarbij de afstand tussen de gaten, wannner beide panelen tegen elkaar aan worden geplaatst, overeenkomt met die van de 15 uiteinden van de toe te passen kram van de set. Ook hier geldt dat enige speling, zoals hierboven is beschreven, is toegestaan. De uitvinding heeft ook betrekking op aldus met elkaar verbonden wandpanelen. Bij voorkeur verlopen in de set of de met elkaar verbonden wandpanelen volgens de uitvinding de gaten in de wandpanelen in hoofdzaak haaks ten opzichte van de zijde waarin deze zijn aangebracht. Dit betekent dat de gaten in hoofdzaak 20 recht in de betreffende zijde zijn aangebracht, hetgeen plaatsing van de uiteinden van de kram in de gaten wordt vergemakkelijkt.
Ook in bovengenoemde set volgens de uitvinding en in aan elkaar bevestigde wandpanelen volgens de uitvinding, zijn de gaten bij voorkeur in hoofdzaak rond of sleufvormig uitgevoerd. Hoek _ is bij voorkeur gekozen uit 60°, 90°, 108° en 120°. Bij een hoek _ van 60° kan men 25 bijvoorbeeld drie wandpanelen als een driehoekige zuil met elkaar verbinden, bij een hoek _ van 90° verbindt men twee panelen onder een recht hoek, en met hoeken van 108° en 120° kan men bijvoorbeeld kolommen vormen met respectievelijk 5 en 6 zijden. Echter zijn alle hoeken mogelijk. De uitvinding maakt het wederom mogelijk dat de panelen dunwandig kunnen zijn uitgevoerd, hetgeen materiaal en kosten bespaart. De krammen laten zich 30 eenvoudig plaatsen en kunnen eenvoudig onder behoud van de oorspronkelijk vorm worden verwijderd en worden hergebruikt. Een dergelijke set volgens de uitvinding is derhalve zeer voordelig om wanden met elkaar te verbinden, of om kolommen te maken, die later eventueel weer uit elkaar moeten worden genomen, bijvoorbeeld voor beurzen, presentaties et cetera. In een voordelige uitvoeringsvorm van de set volgens de uitvinding bedraagt de 35 hoek _ 90°. Hiermee kunnen wandpanelen onder een rechte hoek aan elkaar worden bevestigd. In uitvoeringsvormen zoals hierboven beschreven waar wanden met behulp van krammen volgens de uitvinding aan elkaar worden bevestigd verdient het voorkeur om de 11 afstandhouder deel uit te laten maken van de kram, bijvoorbeeld door een buiging in het middengedeelte van de kram, of door de afstandhouder uit te voeren met een holte waarin het middengedeelte van de kram is opgenomen. Met dit soort krammen hoeft men geen gebruik te maken van afzonderlijke afstandhouders, waardoor er minder losse onderdelen 5 nodig zijn om wandpanelen aan elkaar te bevestigen. Krammen met bovenbeschreven greepmiddelen kunnen met voordeel worden gebruikt om het aan elkaar bevestigen van de wanden te vergemakkelijken en te versnellen.
De uitvinding zal hieronder aan de hand van de tekening nader worden toegelicht. De in de 10 tekening getoonde uitvoeringsvormen worden als voorbeeld gebruikt en de uitvinding is niet tot de ze uitvoeringsvormen beperkt. In de tekening tonen:
Figuur 1 een eenvoudige kram volgens de uitvinding,
Figuur 2 een dwarsdoorsnede door een wand waarin de kram van figuur 1 is geplaatst, 15 Figuur 3A een aanzicht op een wand waarin een kram met afstandhouder volgens de uitvinding is geplaatst,
Figuur 3B een dwarsdoorsnede door lijn X-X van het aanzicht van figuur 3A,
Figuur 3C een detail van figuur 3B toont te plaatse van een gat in de wand waarin de kram is geplaatst, 20 Figuur 4 een dwarsdoorsnede door een wand waarin een kram volgens de uitvinding die een afstandhouder omvat is geplaatst,
Figuur 5 een dwarsdoorsnede door een wand waarin een kram met aangrijpingsmiddelen voor een afstandhouder volgens de uitvinding is geplaatst,
Figuur 6 een kram met afstandhouder, 25 Figuur 7A een dwarsdoorsnede van de kram volgens figuur 6, geplaatst in een wand in ontspannen toestand,
Figuur 7B een dwarsdoorsnede van de kram volgens figuur 6, geplaatst in een wand in gespannen toestand,
Figuur 7C een uitvoeringsvorm van de afstandhouder van figuur 7A, 30 Figuur 8A een uitvoeringsvorm van een afstandhouder volgens de uitvinding,
Figuur 8B een dwarsdoorsnede door lijn X-Y van figuur 8A,
Figuur 9A een uitvoeringsvorm van een afstandhouder volgens de uitvinding, welke afstandhouder bestemd is voor het opnemen van een brilmontuur,
Figuur 9B een dwarsdoorsnede door lijn Y-Y van figuur 9A, 35 Figuur 9C een aanzicht is van een gedeelte van een wandpaneel waarop een afstandhouder volgens figuur 9A is bevestigd met een kram volgens figuur 5, op welke afstandhouder een brilmontuur is geplaatst.
12
Figuur 10 een rangschikking van drie onder een hoek van 120° ten opzichte van elkaar met elkaar verbonden wandelementen, waaraan afstandhouders met krammen volgens de uitvinding zijn gefixeerd,
Figuur 11A een dwarsdoorsnede door twee aan elkaar te bevestigen wandpanelen met een 5 kram volgens de uitvinding, en
Figuur 11B een aanzicht van twee met krammen volgens de uitvinding aan elkaar bevestigde wandpanelen.
In figuur 1 wordt met 1 een kram volgens de uitvinding weergegeven, die uit een stuk 10 materiaal is vervaardigd, zoals verend staal. Kram 1 omvat een eerste uiteinde-gedeelte 11, dat in hoofdzaak in hetzelfde vlak ter plaatse van 15 gebogen is naar een tweede uiteinde-gedeelte 12. Zo is uiteinde-gedeelte 12 ook in de richting van uiteinde-gedeelte 13 gebogen ter plaatse van 16. Met 13 en 14 worden de uiteinden van de respectieve uiteinde-gedeelten 11 en 12 weergegeven.
15
In de dwarsdoorsnede van figuur 2 is de kram uit figuur 1 in een wand 20 geplaatst. De verwijzingscijfers zoals in figuur 1 gebruikt zijn hier ook van toepassing, echter niet weergegeven. Kram 1 is met uiteindegedeeltell in gat 21 van de wand 20, en met uiteinde-gedeelte 12 in gat 22 van de wand 20 geplaatst. De afstand tussen de uiteinden 13 en 14 20 van kram 1 komen overeen met de afstand tussen de gaten 21 en 22 van de wand 20, en deze afstand is weergegeven met d. Tussen het middengedeelte 10 van kram 1 en de wand 20 bevindt zich een tussenruimte 0.
In figuur 3 wordt eenzelfde kram als uit figuren 1 en 2 getoond. De verwijzingscijfers zoals in 25 figuur 1 en 2 gebruikt zijn ook in figuur 3 van toepassing, echter niet alle weergegeven. In het aanzicht van figuur 3A is kram 1 in wand 20 geplaatst. Figuur 3B laat zien dat tussen middengedeelte 10 van kram 1 en wand 20 een wigvormige afstandhouder 30 is geplaatst, die tussen de wand 20 en kram 1 in ruimte 20 is geschoven om zo het middengedeelte van de wand af te duwen, waardoor de kram onder spanning komt te staan. Het middengedeelte 30 omvat een aangrijpingsgedeelte 24, dat in contact staat met de afstandhouder 30. In de detailweergave van figuur 3C is uiteinde-gedeelte 12 van kram 1 in opening 22 is geplaatst. Uiteinde 14 van het uiteinde-gedeelte 12 staat in contact met gatwand 23. Doordat afstandhouder 30 tussen het middengedeelte 10 en de wand 20 is geplaatst, is er een kracht C waarmee het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd. Opgemerkt dient te worden 35 dat de pijlen in deze figuur ertoe dienen om de richting van de krachten weer te geven, niet noodzakelijkerwijs ook de grootte ervan. Door kracht C oefent uiteinde 14 van het uiteinde-gedeelte 12 een kracht A uit op gatwand 23, en het uiteinde-gedeelte 12 ter plaatse van 13 buiging 16 een kracht B. Krachten A en B fixeren de kram in gat 22 van wand 20, en worden hier ook wel fixatiekrachten genoemd. Telkens als het middengedeelte van een kram volgens de uitvinding, eenmaal in daartoe bestemde gaten of sleuven in een wand geplaatst,van de wand wordt afgeduwd met behulp van een afstandhouder, zal de kram door 5 deze fixatiekrachten tegen de wand worden gefixeerd.
In figuur 4 zijn wederom de onderdelen die overeenkomen met die van de in eerdere figuren getoonde krammen niet alle weergegeven, maar wel van toepassing. Het middengedeelte van deze kram omvat een buiging 31. Deze buigingheeft een componenten 32 en 33 die, 10 gelegen in hetzelfde vlak als de eerste en tweede uiteinde-gedeelten 11 en 12, en in hoofdzaak loodrecht op het middengedeelte 10, gericht zijn naar de eerste en tweede uiteinde-gedeelten 11,12. Deze componenten zijn met pijlen 32 en 33 weergegeven. Door de buiging wordt het middengedeelte bij plaatsing van de kram in de wand van de wand afbewogen, waardoor de kram in de openingen wordt gefixeerd.
15
In figuur 5 wordt een kram getoond, waarbij middengedeelte 10 een aangrijpingsgedeelte 40 omvat, dat kan samenwerken met een afstandhouder. Dit aangrijpingsgedeelte definieert een eerste been 51, dat zich vanaf het aangrijpingsgedeelte in de richting van het eerste uiteinde-gedeelte 11 uitstrekt, en een tweede been 52, dat zich vanaf het 20 aangrijpingsgedeelte in de richting van het tweede uiteinde-gedeelte 12 uitstrekt. Het aangrijpingsgedeelte 40 is hier uitgevoerd als u-vormige buiging, die in hoofdzaak is gelegen in het vlak van de eerste en tweede uiteinde-gedeelten. De buiging is van de uiteinde-gedeelten afgericht. De u-vormige buiging definieert een ruimte 41 tussen de kram en de wand, welke ruimte bestemd is om een afstandhouder op te nemen. Door de afstandhouder 25 in ruimte 41 te schuiven worden het middengedeelte, benen 51 en 52 van de wand af geduwd waardoor de kram aan de wand wordt gefixeerd. De ruimte 41 is bij uitstek geschikt om een wigvormige afstandhouder op te nemen. Andere vormen buigingen zijn eveneens mogelijk, zolang er maar een ruimte wordt gedefinieerd waarin een afstandhouder kan worden opgenomen. Zo is een ronde vorm ook geschikt.
30
Figuur 6 toont een kram volgens de uitvinding die een afstandhouder 60 omvat, met een holte (in de volgende figuur duidelijker weergegeven), waarin een deel van het middengedeelte 10 van de kram is opgenomen. De afstandhouder 60 is draaibaar om het middengedeelte 10.
In figuur 7A is de kram van figuur 6 in een wand geplaatst. De holte van de afstandhouder 60 is met 61 weergegeven. Greepmiddelen zijn weergegeven met 63, en hier uitgevoerd als een 35 14 lip, die door een gebruiker bijvoorbeeld met duim een wijsvinger kan worden gegrepen. Er zijn andere greepmiddelen denkbaar, zoals bijvoorbeeld in de vorm van een oog of staaf of elke andere voor de vakman bekende en daartoe geschikte vorm.. De afstand van de holte 61 tot de buitenzijde van de afstandhouder 60 varieert in deze uitvoeringsvorm. Zo is afstand 5 a1 groter dan a2. Wanneer deze kram met de afstandhouder in de getoonde positie naar boven wordt gedraaid, hetgeen wordt getoond in figuur 7B, verandert de afstand van de afstandhouder tot de wand van a1 naar a2. Daardoor zal de afstand van het middengedeelte van de kram tot de wand overeenkomstig toenemen, waardoor het middengedeelte van de wand wordt afgeduwd, waardoor fixatie van de kram aan de wand wordt bewerkstelligd.
10 Holte 61 kan een gesloten kanaal door de afstandhouder zijn, maar de holte kan ook open zijn, zoals getoond in figuur 7C.De opening van de holte is met 62 weergegeven. Deze vorm vergemakkelijkt het plaatsen van de afstandhouder op de kram. Immers, als de kram is gebogen is het nagenoeg onmogelijk om de afstandhouder op de kram te plaatsen. Dit zou bij voorkeur tijdens de fabricage moeten plaatsvinden, voordat de laatste buiging in de kram 15 wordt aangebracht. Dan kan de afstandhouder nog om de kram worden geregen. Met de in figuur 7C getoonde versie wordt dit vermeden en kan de afstandhouder onafhankelijk van de kram worden gefabriceerd en later op de kram worden geplaatst.
In figuur 8A wordt een afstandhouder getoond met wigvormig onderdeel 82. Dit wigvormig 20 onderdeel kan in tussenruimte 0 van de kram van figuur 2, of, met voorkeur in de tussenruimte 41 van de kram van figuur 5. De afstandhouder is voorzien van een steunvlak 81. Dit steunvlak kan worden gebruikt om, wanneer de afstandhouder met een kram volgens de uitvinding aan een wand is bevestigd, zaken op te leggen, of er kan een grotere plank op wordt bevestigd. Daartoe heeft het steunvlak dan bij een of meer voorkeur gaten, 25 waardoorheen heen schroef kan worden gestoken om de plank aan het steunvlak te bevestigen. Een dergelijke plank wordt bij voorkeur met twee of meer afstandhouders aan de wand bevestigd. Figuur 8B is een doorsnede door lijn X-Y van figuur 8A. De afstandhouder heeft een achtervlak 80, dat bestemd is om tegen de wand te steunen. Het steunvlak 81 strekt zich loodrecht van het achtervlak uit. Aan het steunvlak is een wigvormig verjongd 30 onderdeel 82 gevormd, dat zich begrensd langs het achtervlak 80 loodrecht vanaf het steunvlak 81 uitstrekt. Men plaatst deze afstandhouder door de onderzijde 84 van het wigvormige onderdeel in de ruimte tussen de kram en de achterwand te plaatsen, zoals hierboven reeds is uitgelegd. De kram, in het bijzonder het middengedeelte of aangrijpingsgedeelte ervan, zal in contact worden gebracht met het wigvormig onderdeel en 35 zal langs schuine zijde 85 worden geschoven, waardoor de afstand van het middengedeelte tot de wand toe zal nemen, waardoor fixatie wordt verkregen. Op de plaats waar de schuine zijde 85 van het wigvormig onderdeel 82 wordt begrensd door steunvlak 81 is in het 15 getoonde geval een uitsparing 83 in het wigvormige onderdeel 82 aangebracht. Deze uitsparing is ertoe bestemd om het aangrijpingsgedeelte van de kram op te nemen, zodat deze gezekerd door de afstandhouder op zijn plaats wordt gehouden, om terugschuiven van de kram langs de schuine zijde 85 te voorkomen.
5
In figuur 9a wordt een uitvoeringsvorm van een afstandhouder getoond, die bestemd is voor het opnemen van een brilmontuur of bril. Overeenkomstig de afstandhouder uit figuur 8 omvat de afstandhouder een wigvormig verjongd onderdeel 92 en een steunvlak 91. Tegen het steunvlak ligt een opstaande rand 96, waaraan een steunonderdeel 97 is gevormd. Dit 10 wordt duidelijker weergegeven in de doorsnede door lijn Y-Y, figuur 9B. Overeenkomstig de afstandhouder van figuur 8 omvat de afstandhouder een wigvormig onderdeel 92 met onderzijde 94 en schuine zijde 95, een uitsparing 93, een achtervlak 90 en een steunvlak 91. Het steunvlak 91 omvat tegenover het achtervlak 90 een opstaande rand 96, waaraan een steunonderdeel 97 is gevormd dat zich van het achtervlak 90 af uitstrekt, welk 15 steunonderdeel 97 voorzien is van een aanslag 98. Hiertoe is steunonderdeel 97 voorzien van een schuine inkeping 99. Echter kan de aanslag ook op elke willekeurige wijze aan het steunvlak zijn geplaatst. Het steunonderdeel 97 is ertoe bestemd om de brug van een brilmontuur op te nemen. Dit wordt duidelijk in figuur 9C. Hierin is een kram 1 volgens figuur 5 in een gedeelte van een wandpaneel 20 geplaatst, waarbij een afstandhouder volgens 20 figuren 9A en 9B tegen de wand wordt gefixeerd. Verwijzingscijfers uit genoemde figuren zijn ook van toepassing in figuur 9C, maar voor de duidelijkheid worden niet alle getoond. In zulke gevallen wordt verwezen naar de respectievelijke figuren. De niet zichtbare uiteinde-gedeelten zijn opgenomen in gaten 21 en 22 van wandpaneel 20. Het aangrijpingsgedeelte 40 (zie figuur 5) werkt samen met uitsparing 93 van het wigvormig verjong onderdeel 92, 25 waardoor de fixatie van de afstandhouder aan het wandpaneel wordt gewaarborgd. Een brilmontuur 901 rust met poten 903 op steunvlak 91 van de afstandhouder. Het brilmontuur heeft een brug 902, die rust op steunonderdeel 97, tegen aanslag 98. De poten 903 van de bril 901 zijn ingeklapt en steunen op steunvlak 91. Verende poten, zoals die van titatiumbrillen zullen tegen achterwand aandrukken, waardoor de bril of het montuur van de 30 wand af wordt geduwd. Aanslag 98 verhindert dat een dergelijke bril van de houder afglijdt. Ook bij brilmonturen die niet verend zijn verhindert de aanslag ongewenst afglijden van de bril van de houder. Openklappen van de poten 903 wordt verhinderd door opstaande rand 96 van de afstandhouder.
35 In figuur 10 wordt een rangschikking getoond van drie wandpanelen 70, 71 en 72, die onder een gelijke hoek van 120° ten opzichte van elkaar om een centrale draaibare as 73 zijn geplaatst. De draairichtingen zijn met pijl 74 weergegeven. De panelen omvatten 16 samenstellen 75 van een afstandhouder zoals getoond in figuur 9, en een kram zoals getoond in figuur 5. Echter kan elke combinatie van afstandhouder en kram op de wanden zijn geplaatst. De panelen zijn bij voorkeur van te voren voorzien van gaten die op een dusdanige afstand van elkaar zijn aangebracht, dat de overeenkomt met de afstand van de 5 uiteinden 13,14 van de krammen, zodat de krammen in de gaten van de wandelementen passen. De gaten zijn bij voorkeur aan beide zijden van de wandpanelen aangebracht om bevestiging van de afstandhouders aan beide zijden van de wandelementen mogelijk te maken. De samenstellen zijn in dit geval aan beide zijden van de wandpanelen 70, 71 en 72 geplaatst. De getoonde rangschikking is uitgevoerd als een brildisplay-carrousel zoals deze 10 in winkels waar brillen of brilmonturen worden verkocht kan worden geplaatst, waarbij een minimaal winkeloppervlak wordt benodigd. Een dergelijke carrousel, waarbij de wanden tevens onder een andere hoek ten opzichte van elkaar kunnen zijn geplaatst, zoals, maar niet beperkt tot, vier wanden onder een hoek van 90° of vijf wanden onder een hoek van 72°. Een dergelijke carrousel kan ook worden opgenomen in een inrichting voor het met behulp 15 van meetapparatuur aanmeten van een brilmontuur, waarbij de inrichting tevens displaymiddelen voor het tonen van brillen en brilmonturen omvat.
Figuur 11 toont de uitvoeringsvorm volgens de uitvinding waarin de kram volgens de uitvinding wordt toegepast om meerdere wandelementen met elkaar te verbinden. Dit in 20 tegenstelling tot het hierboven getoonde, waarin het met name ging om het aanbrengen van afstandhouders op een wand. In figuur 11A wordt een dwarsdoorsnede weergegeven. Een eerste wandpaneel 101 is onder een hoek _ van, in dit getoonde geval 45°, bevestigd aan een tweede wandpaneel 102. Hoe _ kan echter elke willekeurige waarde bezitten, en bedraagt bij voorkeur 90°. Het eerste paneel heeft een voorzijde 1011 een achterzijde 1012 25 en tussenzijde 1013, gelegen tussen de voor- en achterzijden 1011 en 1012. Evenzo heeft het tweede paneel 102 een voorzijde 1021 een achterzijde 1022 en tussenzijde 1023, gelegen tussen de voor- en achterzijden 1021 en 1022. Tussenzijden 1013 en 1023 van respectievelijk het eerste en het tweede wandpaneel 101, 102 maken hoek _ met de respectievelijke voorzijde 1011, 1021 van het betreffende wandpaneel 101, 102. In de 30 tussenzijde 1013 van het eerste wandpaneel zijn gaten 1014 aangebracht, op een afstand d2 van de achterzijde 1011 van dit eerste wandpaneel 101. In de voorzijde 1021 van het twee wandpaneel 102, zijn gaten 1024 aangebracht op afstand d2 van de tussenzijde 1023 van dit wandpaneel 102. De afstand van d1 en d2 samen bedraagt d. De wanden worden aan elkaar bevestigd door het plaatsen van een kram volgens de uitvinding, zoals, maar niet 35 beperkt tot een kram weergegeven in figuur 4 of figuur 6. Hierin wordt het voorbeeld van de kram van figuur 4 genomen, die ook in deze figuur is afgebeeld met verwijzingscijfer 100. Niet alle verwijzingscijfers van deze kram worden in deze figuur herhaald. De afstand tussen 17 de uiteinden 103, 104 van de kram bedraagt d. Zoals hierboven reeds is besproken, is een zekere tolerantie van afstand d toegestaan, zolang de uiteinden bij plaatsing van de kram in de gaten 1014 en 1024 door de afstandhouder voldoende van de wand, in dit geval gevormd door de voorzijde 1021 van het tweede wandpaneel 102 en de tussenzijde 1013 van het 5 eerste wandpaneel 101, wordt afgeduwd dat deze uiteinden een voldoende fixatiekracht op de wanden van gaten 1014 en 1024 kunnen uitoefenen om bevestiging van de wandpanelen aan elkaar te waarborgen. Door het plaatsen van krammen in genoemde openingen zal er een stevige verbinding tussen de panelen ontstaan. Bij voorkeur worden de panelen door meerdere krammen op bovengenoemde wijze aan elkaar bevestigd, om optimale stevigheid 10 te waarborgen. Dit is weergegeven in figuur 11B, dat een aanzicht is van twee aan elkaar bevestigde wandpanelen, maar nu onder een hoek van 90°. Dezelfde verwijzingscijfers als in figuur 11A toegepast zijn voor overeenkomstige onderdelen gebruikt.
1038080

Claims (33)

1. Kram (1), in hoofdzaak opgebouwd uit verend materiaal, omvattende een middengedeelte (10) en een eerste en tweede in hoofdzaak in hetzelfde vlak naar 5 elkaar toe gebogen uiteinde-gedeelten (11,12), welke eerste en tweede uiteinde- gedeelten zijn bestemd om te worden geplaatst in respectievelijk een eerste en een tweede gat (21,22) of sleuf in een wand (20), welk middengedeelte is ingericht om samen te werken met een afstandhouder (30), dan wel deze afstandhouder omvat, een en ander zodanig dat bij plaatsing van de eerste en tweede uiteinde-gedeelten in 10 het eerste respectievelijk tweede gat of sleuf het middengedeelte ten minste plaatselijk van de wand wordt afgeduwd.
2. Kram volgens conclusie 1, met het kenmerk dat het verend materiaal veerstaal omvat. 15
3. Kram volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk dat ten minste het middenstuk en de uiteinde-gedeelten uit een stuk materiaal met in hoofdzaak ronde doorsnede zijn vervaardigd.
4. Kram volgens willekeurig welke van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het middengedeelte is ingericht om samen te werken met een afstandhouder en daartoe een aangrijpingsgedeelte (40) voor de afstandhouder omvat.
5. Kram volgens conclusie 4, met het kenmerk dat het aangrijpingsgedeelte een eerste 25 en een tweede been (51, 52) definieert, welk eerste been zich uitstrekt vanaf het aangrijpingsgedeelte in de richting van het eerste uiteinde-gedeelte, en welk tweede been zich uitstrekt vanaf het aangrijpingsgedeelte in de richting van het tweede uiteinde-gedeelte.
6. Kram volgens willekeurig welke van de voorgaande conclusies 1-3, met het kenmerk dat het middengedeelte de afstandhouder (31) omvat, waarbij de afstandhouder een buiging in het middengedeelte omvat, welke buiging een component heeft die gelegen is in hetzelfde vlak als de eerste en tweede uiteinde-gedeelten, en in hoofdzaak loodrecht op het middengedeelte, en gericht is naar de eerste en tweede 35 uiteinde-gedeelten. 1 03 8080
7. Kram volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk dat het aangrijpingsgedeelte (40) is uitgevoerd als een in hoofdzaak u-vormige buiging, in hoofdzaak gelegen in het vlak van de eerste en tweede uiteinde-gedeelten, welke buiging van de uiteinde-gedeelten af is gericht. 5
8. Samenstel, omvattende een kram volgens willekeurig welke van de voorgaande conclusies en een afstandhouder (60) met een holte (61), waarbij ten minste een deel van het middengedeelte van de kram is opgenomen in de holte van de afstandhouder. 10
9. Samenstel volgens conclusie 8, met het kenmerk dat de afstandhouder draaibaar is om genoemd deel van het middengedeelte, en waarbij de afstandhouder een dwarsdoorsnede loodrecht op het deel van het middengedeelte van de kram heeft, waarin de afstand van de holte tot de buitenzijde van de afstandhouder varieert. 15
10. Samenstel volgens conclusie 8 of 9, waarbij de afstandhouder greepmiddelen omvat voor het draaien van de afstandhouder om het middengedeelte van de kram.
11. Samenstel, omvattende een kram volgens willekeurig welke van conclusies 1-7, en 20 een afstandhouder (70), welke afstandhouder een wigvormig onderdeel (71) omvat dat tussen de in een wand gestoken kram en de wand kan worden gestoken, een en ander zodanig dat het middengedeelte ten minste plaatselijk van de wand af wordt geduwd.
12. Samenstel volgens conclusie 11, omvattende een kram volgens conclusie 7, met het kenmerk dat het wigvormig onderdeel van de afstandhouder aangrijpt op de u-vormige buiging van het aangrijpingsgedeelte van het middengedeelte van de kram.
13. Afstandhouder, bestemd voor samenwerking met een kram volgens willekeurig welke 30 van conclusies 1-7, omvattende een achtervlak (80), bestemd om tegen de wand te steunen, een zich in hoofdzaak loodrecht van het achtervlak uitstrekkend steunvlak (81), waaraan een verjongd onderdeel (82) is gevormd dat zich begrensd langs het achtervlak loodrecht vanaf het steunvlak verjongend uitstrekt.
14. Afstandhouder volgens conclusie 13, met het kenmerk dat het verjongend onderdeel wig- of kegelvormig is uitgevoerd.
15. Afstandhouder volgens conclusie 13 of 14, met het kenmerk dat het steunvlak tegenover het achtervlak een opstaande rand (90) omvat.
16. Afstandhouder volgens conclusie 15 welke, eenmaal tegen een wand geplaatst, is 5 bestemd voor het opnemen van een brilmontuur, waarbij aan de opstaande rand een steunonderdeel (91) is gevormd dat zich van het achtervlak af uitstrekt, welk steunonderdeel is voorzien van een aanslag (92), bestemd om bij opname van een bril tegen de brug van de bril te rusten ter voorkoming van het wegglijden van de bril.
17. Element, omvattende een of meer afstandhouders volgens willekeurig welke van conclusies 13-16, waarbij de achtervlakken van de afstandhouders in hoofdzaak evenwijdig ten opzichte van elkaar en door hetzelfde vlak lopen.
18. Werkwijze voor het op een wand monteren van een of meer afstandhouders zoals 15 gedefinieerd in conclusie 11 of 12 of volgens willekeurig welke van conclusies 13- 16, of een of meer elementen volgens conclusie 17, omvattende - het plaatsen van een of meer krammen volgens willekeurig welke van conclusies 1-7 in daartoe bestemde openingen in de wand, en - het plaatsen van de een of meer afstandhouders van het element tegen de wand, 20 een en ander zodanig dat de afstandhouders met telkens het middengedeelte van de betreffende kram/krammen samenwerken, waarbij door de samenwerking het middengedeelte van de kram/krammen ten minste plaatselijk van de wand wordt geduwd.
19. Wandpaneel, omvattende - een of meerdere samenstellen volgens willekeurig welke van conclusies 8-12 of - samenstellen omvattende een of meer krammen volgens willekeurig welke van conclusies 1-7 en een of meer afstandhouders volgens willekeurig welke van conclusies 13-16 of 30. samenstellen omvattende een of meer krammen volgens willekeurig welke van conclusies 1-7 en een of meer elementen volgens conclusie 17.
20. Wandpaneel volgens conclusie 19, waarbij de samenstellen aan beide zijden van het paneel zijn geplaatst. 35
21. Wandpaneel volgens conclusie 19 of 20, waarbij de afstandhouders van de samenstellen zijn bestemd voor opname van een brilmontuur of bril.
22. Wandpaneel volgens willekeurig welke van de conclusies 19 - 21, dat een of meer afstandhouders volgens conclusie 16 omvat.
23. Rangschikking van meerdere wandpanelen volgens willekeurig welke van de conclusies 19-22, welke panelen rondom een centrale as zijn geplaatst.
24. Rangschikking volgens conclusie 23, waarbij de panelen onder een in hoofdzaak gelijke hoek ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. 10
25. Rangschikking volgens conclusie 23 of 24, waarbij de as draaibaar is uitgevoerd.
26. Samenstel, omvattende ten minste een kram volgens willekeurig welke van conclusies 1-7 en een wandpaneel, voorzien van gaten of sleuven die op een afstand 15 (d) van elkaar in het wandpaneel zijn aangebracht, welke afstand overeenkomt met de afstand tussen de uiteinden (13,14) van de uiteinde-gedeelten (11, 12) van de krammen.
27. Samenstel volgens conclusie 26, waarbij zowel de voor- als achterzijde van het 20 wandpaneel van het samenstel voorzien zijn van de gaten of sleuven.
28. Set voor het onder een hoek _ ten opzichte van elkaar aan elkaar bevestigen van ten minste een eerste wandpaneel (101) en een tweede wandpaneel (102), omvattende - een of meer krammen volgens willekeurig welke van conclusies 1-7, waarbij de 25 afstand tussen de uiteinden (103,104) van de uiteinde-gedeelten van de krammen d bedraagt, - een eerste en een tweede wandpaneel met elk een voorzijde (1011,1021), een achterzijde (1012, 1022) en ten minste drie tussenzijden (1013, 1023), welke tussenzijden tussen de voor- en achterzijde zijn gelegen, waarvan ten minste een van 30 de tussenzijden (1013, 1023) van de wandpanelen (101, 102) hoek _ maakt met de voorzijde van het betreffende wandpaneel, waarbij in ten minste het eerste wandpaneel een of meer gaten (1014) zijn aangebracht in ten minste een tussenzijde (1013) die hoek _ maakt met de voorzijde (1011) van het eerste wandpaneel (101), waarbij de afstand van genoemde gaten (1014) tot de achterzijde (1012) van het 35 betreffende paneel d1 bedraagt, en waarbij in ten minste het tweede wandpaneel (102) een of meer gaten (1024) zijn aangebracht in de voorzijde (1021) van het tweede paneel (102) op een afstand d2 van de tussenzijde (1023) van dit paneel dat onder hoek _ met deze voorzijde staat, waarbij afstand d in hoofdzaak gelijk is aan de som van afstanden d1 en d2.
29. Met een of meer krammen volgens willekeurig welke van conclusies 1-7 aan elkaar 5 bevestigde eerste en tweede wandpanelen (101,102), waarbij -de afstand tussen de uiteinden (103,104) van de uiteinde-gedeelten van de krammen d bedraagt, -het eerste en een tweede wandpaneel elk een voorzijde (1011, 1021), een achterzijde (1012, 1022) en ten minste drie tussenzijden (1013, 1023) omvatten, 10 welke tussenzijden tussen de voor- en achterzijde zijn gelegen, waarvan ten minste een van de tussenzijden (1013,1023) van de wandpanelen (101,102) hoek _ maakt met de voorzijde van het betreffende wandpaneel, waarbij in ten minste het eerste wandpaneel een of meer eerste gaten (1014) zijn aangebracht in ten minste een tussenzijde (1013) die hoek _ maakt met de voorzijde (1011) van het eerste 15 wandpaneel (101), waarbij de afstand van genoemde eerste gaten (1014) tot de achterzijde (1012) van het betreffende paneel d1 bedraagt, en waarbij in ten minste het tweede wandpaneel (102) een of meer tweede gaten (1024) zijn aangebracht in de voorzijde (1021) van het tweede paneel (102) op een afstand d2 van de tussenzijde (1023) van dit paneel dat onder hoek _ met deze voorzijde staat, waarbij 20 afstand d in hoofdzaak gelijk is aan de som van afstanden d1 en d2, en -waarbij de eerste en tweede uiteinde-gedeelten (11,12) van de een of meer krammen zijn bevestigd in respectievelijk de eerste en tweede gaten (1014, 1024) van de eerste respectievelijk tweede wandpanelen (101,102).
30. Set volgens conclusie 28 of aan elkaar bevestigde wandpanelen volgens conclusie 29, waarbij de gaten (1014, 1024) in de wandpanelen (101, 102) in hoofdzaak haaks verlopen ten opzichte van de zijde waarin deze zijn aangebracht.
31. Set volgens conclusie 28 of 30 of aan elkaar bevestigde wandpanelen volgens 30 conclusie 23 of 24, waarbij de gaten in hoofdzaak rond of sleufvormig zijn uitgevoerd.
32. Set volgens conclusie 28, 30 of 31, of aan elkaar bevestigde wandpanelen volgens een van de conclusies 29-31, waarbij hoek _ gekozen is uit 60°, 90°, 108° en 120°.
33. Set of aan elkaar bevestigde wandpanelen volgens conclusie 32, waarbij de hoek _ 90° bedraagt. 1 03 8080
NL1038080A 2010-07-02 2010-07-02 Kram. NL1038080C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1038080A NL1038080C2 (nl) 2010-07-02 2010-07-02 Kram.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1038080A NL1038080C2 (nl) 2010-07-02 2010-07-02 Kram.
NL1038080 2010-07-02

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1038080C2 true NL1038080C2 (nl) 2012-01-03

Family

ID=43971491

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1038080A NL1038080C2 (nl) 2010-07-02 2010-07-02 Kram.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1038080C2 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2390751A (en) * 1943-11-02 1945-12-11 Tinnerman Products Inc Fastening device
US3225952A (en) * 1963-09-30 1965-12-28 Z Z Corp Locking strip
EP0131172A1 (de) * 1983-06-28 1985-01-16 ALNO - Möbelwerke GmbH & Co. KG Verbinder für Holzteile
US4787387A (en) * 1984-11-08 1988-11-29 American Cyanamid Company Surgical closure element

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2390751A (en) * 1943-11-02 1945-12-11 Tinnerman Products Inc Fastening device
US3225952A (en) * 1963-09-30 1965-12-28 Z Z Corp Locking strip
EP0131172A1 (de) * 1983-06-28 1985-01-16 ALNO - Möbelwerke GmbH & Co. KG Verbinder für Holzteile
US4787387A (en) * 1984-11-08 1988-11-29 American Cyanamid Company Surgical closure element

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US10744751B2 (en) Sign support
KR101161038B1 (ko) 제품 관리 전시 시스템
US20090008406A1 (en) Adjustable pusher tray
NL1038080C2 (nl) Kram.
US6763958B2 (en) Shelf module for use within a collapsible display structure
US20050045572A1 (en) Display system and unit for merchandising eyewear
JP3711451B2 (ja) 表示用ホルダ
US20160367049A1 (en) Extendable display hanger
CA2406326A1 (en) Watch display stand and support
US20190021520A1 (en) Promotion device
US9818317B2 (en) Sign holder with rearward extending support arms
NL1008324C2 (nl) Display.
KR20210047784A (ko) 접이식 진열대
JP3215546U (ja) イーゼルスタンド
NL2016457B1 (en) Promotion device.
CN101262797A (zh) 可折叠阅读架
US20060065737A1 (en) Holding apparatus
JP2007041256A (ja) 展示枠体用展示具
JP3085750U (ja) 表示板取付具
JP4717150B1 (ja) 留め具
JP3173119U (ja) 表示用具
NL2006143C2 (nl) Bevestigingssysteem en werkwijze voor het hoofdzakelijk in ã©ã©n vlak bevestigen van een plaat, een plaat bevestigd op een bevestigingssysteem en een samenstel omvattende een bevestigingssysteem en een daarop bevestigde plaat.
BE1016536A3 (nl) Bevestigingselement.
KR20230018184A (ko) 상품진열대용 선반
US20060138917A1 (en) Display rack

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20150801