NL193162C - Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk. - Google Patents
Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk. Download PDFInfo
- Publication number
- NL193162C NL193162C NL8800636A NL8800636A NL193162C NL 193162 C NL193162 C NL 193162C NL 8800636 A NL8800636 A NL 8800636A NL 8800636 A NL8800636 A NL 8800636A NL 193162 C NL193162 C NL 193162C
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- channel
- base station
- communication
- coupled
- time slots
- Prior art date
Links
- 238000004891 communication Methods 0.000 title claims description 124
- 239000000872 buffer Substances 0.000 claims description 39
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 26
- 230000006870 function Effects 0.000 claims description 21
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 18
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 7
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 7
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 7
- 238000012544 monitoring process Methods 0.000 claims description 5
- 238000002592 echocardiography Methods 0.000 claims 1
- 238000013507 mapping Methods 0.000 claims 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 24
- 230000015654 memory Effects 0.000 description 22
- 230000011664 signaling Effects 0.000 description 20
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 13
- 238000012546 transfer Methods 0.000 description 13
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 12
- 230000008569 process Effects 0.000 description 11
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 9
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 description 9
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 7
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 5
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 5
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 5
- 230000008859 change Effects 0.000 description 4
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 4
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 4
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 4
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 4
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 4
- 125000004122 cyclic group Chemical group 0.000 description 3
- 238000013461 design Methods 0.000 description 3
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 3
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 3
- 235000008694 Humulus lupulus Nutrition 0.000 description 2
- 230000009471 action Effects 0.000 description 2
- 230000003139 buffering effect Effects 0.000 description 2
- 238000012790 confirmation Methods 0.000 description 2
- 239000013078 crystal Substances 0.000 description 2
- 230000001934 delay Effects 0.000 description 2
- 239000000284 extract Substances 0.000 description 2
- 238000005070 sampling Methods 0.000 description 2
- 206010009944 Colon cancer Diseases 0.000 description 1
- 230000002159 abnormal effect Effects 0.000 description 1
- 230000002457 bidirectional effect Effects 0.000 description 1
- 230000003750 conditioning effect Effects 0.000 description 1
- 238000011181 container closure integrity test Methods 0.000 description 1
- 230000008030 elimination Effects 0.000 description 1
- 238000003379 elimination reaction Methods 0.000 description 1
- 238000005538 encapsulation Methods 0.000 description 1
- 238000000605 extraction Methods 0.000 description 1
- 238000005562 fading Methods 0.000 description 1
- 230000003993 interaction Effects 0.000 description 1
- 238000002955 isolation Methods 0.000 description 1
- 238000007726 management method Methods 0.000 description 1
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 1
- 239000013307 optical fiber Substances 0.000 description 1
- 230000008520 organization Effects 0.000 description 1
- 230000003252 repetitive effect Effects 0.000 description 1
- 230000002441 reversible effect Effects 0.000 description 1
- 238000010845 search algorithm Methods 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 230000007480 spreading Effects 0.000 description 1
- 230000001629 suppression Effects 0.000 description 1
- 230000001131 transforming effect Effects 0.000 description 1
- 230000032258 transport Effects 0.000 description 1
- 230000001960 triggered effect Effects 0.000 description 1
- 238000012795 verification Methods 0.000 description 1
- 239000011800 void material Substances 0.000 description 1
- 238000010618 wire wrap Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04W—WIRELESS COMMUNICATION NETWORKS
- H04W88/00—Devices specially adapted for wireless communication networks, e.g. terminals, base stations or access point devices
- H04W88/08—Access point devices
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04J—MULTIPLEX COMMUNICATION
- H04J3/00—Time-division multiplex systems
- H04J3/02—Details
- H04J3/06—Synchronising arrangements
- H04J3/0635—Clock or time synchronisation in a network
- H04J3/0685—Clock or time synchronisation in a node; Intranode synchronisation
- H04J3/0691—Synchronisation in a TDM node
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04W—WIRELESS COMMUNICATION NETWORKS
- H04W28/00—Network traffic management; Network resource management
- H04W28/02—Traffic management, e.g. flow control or congestion control
- H04W28/06—Optimizing the usage of the radio link, e.g. header compression, information sizing, discarding information
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04W—WIRELESS COMMUNICATION NETWORKS
- H04W72/00—Local resource management
- H04W72/04—Wireless resource allocation
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04W—WIRELESS COMMUNICATION NETWORKS
- H04W92/00—Interfaces specially adapted for wireless communication networks
- H04W92/04—Interfaces between hierarchically different network devices
- H04W92/12—Interfaces between hierarchically different network devices between access points and access point controllers
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Mobile Radio Communication Systems (AREA)
- Time-Division Multiplex Systems (AREA)
Description
1 193162
Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonnee-stations en een extern communicatienetwerk
De uitvinding bestaat ten eerste in een basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communica-5 tie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk met een aantal poorten, en voorzien van een centrale doorverbindingsinrichting die via een één of meer trunks omvattende, eerste interface is gekoppeld met een verbindingsprocessor en is gekoppeld met het externe communicatienetwerk, waarbij de doorverbindingsinrichting de poorten van het externe netwerk met één of meer trunks in sequentieel herhaalde tijdsloten verbindt, van een communicatieschakeling die met de verbindingsprocessor 10 is gekoppeld via een tweede interface die de status van de tijdsloten bewaakt en stuursignalen opwekt en doorgeeft aan de centrale doorverbindingsinrichting en aan de communicatieschakeling; van een aantal in de communicatieschakeling aanwezige kanaal modules, waarbij elke kanaalmodule aan een uiteinde is gekoppeld met de verbindingsprocessor via de tweede interface en een het andere uiteinde met een radiozend- en ontvanginrichting die een radiofrequente verbinding met één of meer abonneestations 15 onderhoudt, waarbij de kanaalmodules via de tweede interface respectievelijk zijn verbonden met de trunks in voorafbepaalde tijdsloten in responsie op stuursignalen uit de verbindingsprocessor, waarbij de communicatieschakeling en de centrale doorverbindingsinrichting een verbinding tussen één van de poorten van het externe en één van de abonneestations opbouwen over een gekozen tijdslot van één van de trunks in responsie op de genoemde bewaakte status volgens een voorafbepaalde toewijzingsroutine, en waarbij 20 de tweede interface een basisstationstuurkanaal omvat, via welke de stuursignalen vanaf de verbindingsprocessor worden uitgezonden naar de kanaalmodules.
De uitvinding bestaat ten tweede in een basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk met een aantal poorten, en omvattende: 25 een communicatieschakeling die is voorzien van één of meer trunks voor het verschaffen van een aantal communicatiekanalen, in elk waarvan meervoudig sequentieel herhalende tijdsloten aanwezig zijn voor het verschaffen van gelijktijdige communicatie tussen een aantal van de poorten en een aantal van de abonneestations over de communicatiekanalen en van een aantal kanaalmodules die enerzijds zijn gekoppeld met de trunks en anderzijds met een radiozend- en ontvanginrichting die een radiofrequente 30 verbinding met één of meer van de abonneestations onderhoudt; een rechtstreeks met de trunks in verbinding staande, centrale doorverbindingsinrichting voor het verbinden van de trunks met de poorten van het externe communicatienetwerk; en een verwijderde verbindingsprocessor die over de doorverbindingsinrichting is gekoppeld met de trunks vanaf de communicatieschakeling door een basisstationstuurkanaal welke één van de tijdsloten bezet, en met de doorverbindingsinrichting voor het bewaken van de status van 35 de tijdsloten en voor het door de communicatieschakeling en de doorverbindingsinrichting doen voltooien van een verbinding tussen een bepaalde poort van het externe communicatienetwerk en een bepaald abonneestation via een tijdslot dat is toegewezen in responsie op de genoemde bewaakte status in overeenstemming met een voorafbepaalde toewijzingsroutine.
Uit de Britse octrooiaanvrage 2.174.571 is een basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor 40 het overdragen van een signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk met een aantal poorten bekend. Dit bekende basisstation omvat een communicatieschakeling waarmee simultane communicatie mogelijk is tussen een aantal van de poorten en een aantal van de abonneestations over een bepaald communicatiekanaal met meerdere sequentieel herhalende tijdsloten, waarbij vooraf bepaalde tijdsloten respectievelijk zijn toegewezen aan vooraf bepaalde abonneestations; een verbindingsprocessor 45 voor het dirigeren van de communicatie tussen het tijdslot, toegewezen aan een bepaald abonneestation, en een bepaalde poort; en een centrale doorverbindingsinrichting waarmee de communicatieschakeling wordt gekoppeld met de poorten. De doorverbindingsinrichting omvat een schakelaar die reageert op een stuursignaal van de verbindingsprocessor door fysisch een geselecteerde poort te verbinden met een geselecteerd communicatiekanaaltijdslot dat is toegewezen aan een bepaald abonneestation. De 50 communicatieschakeling omvat een aantal kanaalstuureenheden voor het koppelen van het toegewezen communicatiekanaaltijdslot met een bepaald abonneestation in responsie op een instructiesignaal dat overgedragen wordt door de verbindingsprocessor aan de kanaalstuureenheden over een basisstationstuurkanaal in responsie op statusboodschappen die via het basisstationstuurkanaal worden geleverd aan de verbindingsprocessor teneinde de gebruikstoestand van de communicatiekanaaltijdsloten en van de 55 abonneestations te indiceren. Het toegewezen communicatiekanaaltijdslot wordt gekoppeld met een bepaald abonneestation door een toegewezen tijdslot in een toegewezen radiofrequent kanaal. Het basisstationstuurkanaal is gerealiseerd via leidingen die afzonderlijk direct zijn gekoppeld tussen de verbindingsprocessor en 193162 2 elk van de kanaalstuureenheden. Stuurinstructies en statusboodschappen worden overgedragen tussen de kanaalstuureenheden en de abonneestations over een radiostuurkanaal dat toegewezen is aan een vooraf bepaald tijdslot van een vooraf bepaald radiofrequent kanaal.
De centrale doorverbindingsinrichting, die met de externe communicatienetwerk is verbonden over een 5 aantal trunklijnen, is voorzien van een doorschakelinrichting en een oproepprocessor die elke oproep uit een bepaalde trunklijn toewijst aan één uit een aantal signaalcompressiemiddelen.
De gecomprimeerde lijnsignalen worden toegevoerd aan een kanaalstuureenheid waarin deze worden gecombineerd op een enkelvoudige signaallijn, doordat elk signaal wordt geplaatst in een bepaald tijdslot van een aantal sequentieel herhaalde tijdsloten. De toewijzing van elke parallelle signaalleiding aan het 10 tijdslot daarvan wordt bestuurd door de verbindingsprocessor die parallel is geschakeld aan de compressiemiddelen. De stuursignalen die naar en van de op afstand gelegen verbindingsprocessor worden overgedragen verlopen niet door de compressiemiddelen maar verlopen daarentegen over een gescheiden weg vanuit de oproepprocessor die elke inkomende oproep over een van de trunklijnen toewijst aan een bepaald compressiemiddel.
15 Volgens de Britse octrooiaanvrage 2.174.571 worden gescheiden transmissiewegen voor de spraaksignalen (over de compressiemiddelen) en voor de stuursignalen (vanaf de oproepprocessor naar de op afstand gelegen verbindingsprocessor) naar de kanaalstuureenheid toegepast.
De uitvinding voorziet nu in een basisstation waarbij de overdracht van spraak- en signaleringsdata wordt vereenvoudigd en daardoor ook het aantal dure elektronische componenten, zoals oproepprocessoren wordt 20 verlaagd.
De uitvinding zal in het volgende nader worden verklaard aan de hand van de figuren.
Figuur 1 toont een blokschema van een voorkeursuitvoeringsvorm van het basisstation volgens de onderhavige uitvinding.
25 Figuur 2 toont een blokschema van een buffereenheid voorzien van de buffer van het basisstation volgens figuur 1 om verbinding te kunnen maken met een enkele kanaalmodule.
Figuur 3 is een toestandsdiagram dat de normale gespreksafhandelingsroutine in het basisstation volgens figuur 1 illustreert.
Figuur 4 is een blokschema van een andere uitvoeringsvorm van het basisstation volgens de onderha-30 vige uitvinding.
Figuur 5 is een blokschema van een MUX-kaart die zich bevindt in het basisstation dat getoond is in figuur 4.
Figuur 6 is een diagram dat de normale logische volgorde toont van de gespreksafhandeling, geïnitieerd door de RPU in het basisstation volgens figuur 4.
35 Figuur 7 is een functioneel blokschema van de doorverbindingseenheid/RPU interface-eenheid in het basisstation volgens figuur 4.
Figuur 8 is een blokschema dat verdere details toont van de verbindingen tussen de door-verbindingseenheid en de RPU naar de doorverbindingseenheid/RPU interface-eenheid in het basisstation volgens figuur 4.
40 Figuur 9 illustreert de communicatielagen tussen het basisstation volgens figuur 1 en elk abonneestation.
Overzicht van de in deze beschrijving gebruikte afkortingen: ACK bevestiging AMI afwisselende merktekeninversie 45 BCC basisband-stuurkanaal BEC bitfouttelling CCU kanaalstuureenheid CCT kanaalstuurtaakeenheid CM kanaalmodule 50 CO centrale post COT terminal van de centrale post CPU centrale verwerkingseenheid CRC cyclische redundantiecontrole EEPROM elektrisch wisbaar programmeerbaar uitleesgeheugen 55 EPROM elektrisch programmeerbaar uitleesgeheugen FCS framecontrolereeks FIFO eerste in eerste uit 3 193162 HEX hexadecimaal LSB minst significante bit MPM boodschapverwerkingsmodule MSB meest significante bit 5 MTU meestertijdeenheid MUX multiplexer MTMU meestertijd- en multiplexeenheid NRZ niet naar nul terugkerend OCXO oven gestuurde kristaloscillator 10 PCM pulscodemodulatie PLL fasevergrendelingslus RAM willekeurig toegankelijk geheugen RCC radiostuurkanaal RPU verbindingseenheid 15 RRT op afstand gelegen radioterminal RX ontvangen RZ terugkeren naar nul SCT abonneestuurtaak SDLC synchrone dataverbindingsbesturing 20 SID abonnee-identificatie SIDX abonnee-index SIU seriële interface-eenheid STAD INIT stationsadresinitialisatie TC terminaltelling 25 TDM tijdverdelingsmultiplex TTL transistor-transistor-logica TX zendend UART universele asynchrone ontvanger/zender UW uniek woord 30 VCU spraakcodeer/decodeer-eenheid VCXO spanninggestuurde kristaloscillator ZPI invoegen van een nul-bit
Figuur 1 toont een doorverbindingsinrichting 10, een communicatieschakeling 12 en een verbindings-processor 14, waarbij de schakeling 12 en de processor 14 zich op afstand bevinden van de door-35 verbindingsinrichting 10.
De doorverbindingsinrichting 10 omvat een twee-naar-vierdraadsomvormer 16, een signaleerdata-omvormer 17, een echo-onderdrukker 18, en een centrale concentrator 19. De communicatieschakeling 12 omvat een aantal kanaalmodules 21a.....21 n. Elke kanaaimodule 21 omvat een spraakcodeer/ decodeereenheid (VCU) 23, een kanaalstuureenheid (CCU) 24 en een modem 25. De op afstand gelegen 40 verbindingsprocessor 14 omvat een op afstand gelegen concentrator 27 en een buffereenheid 28.
Met verwijzing naar figuur 2 omvat de buffereenheid 28 een tijdgenerator 30 en een kanaalinterface-module 32. Opnieuw verwijzend naar figuur 1 is de doorverbindingsinrichting 10 verbonden met een aantal poorten van een extern communicatienetwerk 35 via N paar lijnen 37. ”N” is het aantal abonneestations dat door het basisstation wordt bediend. Elk paar lijnen 37 bezit een tweedraads lusconfiguratie. Elk lijnenpaar 45 37 is verbonden zowel met de twee-naar-vierdraadsomvormer 16 als met de signaleerdataomvormer 17. Er vindt een eenrichtingssignaalstroom plaats op de lijnenparen 38-41 aan de andere zijde van de omvormers 16,17 met de vierdraads lusconfiguraties die worden verschaft door de combinatie van de N lijnenparen 38 en N lijnenparen 39. Uit te zenden spraaksignalen worden aangeboden aan de lijnenparen 38; ontvangen spraaksignalen treden op op de lijnenparen 39; de uitgezonden signaleerdata wordt verschaft op de 50 lijnenparen 40; en de ontvangen signaleerdata wordt verschaft op de lijnenparen 41.
De uitgezonden en ontvangen spraaksignalen worden overgedragen tussen de twee-naar-vierdraadsomvormer 16 en de centrale concentrator 19 via de echo-onderdrukker 18. De signaleerdata wordt direct overgedragen tussen de omvormer 17 en de centrale concentrator 19.
De centrale concentrator 19 is een model 1218C-concentrator, die verkocht wordt door ITT Corporation. 55 De centrale concentrator 19 stuurt signalen vanaf vooraf bepaalde lijnenparen 38-41 (die verbonden zijn met vooraf bepaalde externe netwerkpoorten van het externe netwerk 35) naar vooraf bepaalde sequentieel herhalende tijdsloten in een door de centrale concentrator 19 gegenereerde bitstroom. De centrale 193162 4 concentrator 19 stuurt ook signalen naar vooraf bepaalde poorten van het externe netwerk via vooraf bepaalde lijnenparen 38-41 vanaf vooraf bepaalde sequentieel herhalende tijdsloten in een bitstroom die door de centrale concentrator 19 wordt ontvangen. De centrale concentrator zendt en ontvangt dergelijke bitstromen via een microgolfantenne 43.
5 Deze bitstromen worden overgedragen tussen de antenne 43 en een microgolfantenne 44 die gekoppeld is met de op afstand gelegen concentrator 27 aanwezig in de op afstand gelegen verbindingsprocessor 14. De op afstand gelegen concentrator 27 heeft een aantal poorten die gekoppeld zijn met de buffer 28 via lijnenparen 46-49.
De op afstand gelegen concentrator 27 is een model 1218S concentrator die wordt verkocht door ITT 10 Corporation.
De op afstand gelegen concentrator 27 stuurt de signalen vanaf vooraf bepaalde aansluitingen (die verbonden zijn met vooraf bepaalde lijnenparen 46-49) naar vooraf bepaalde sequentieel herhalende tijdsloten in een bitstroom die wordt gegenereerd door de op afstand gelegen concentrator 27. De op afstand gelegen concentrator 27 stuurt ook signalen naar vooraf bepaalde poorten vanaf vooraf bepaalde 15 sequentieel herhalende tijdsloten in de bitstroom die door de op afstand gelegen concentrator 27 wordt ontvangen vanaf de centrale concentrator 19.
De uitgezonden spraaksignalen treden op op de lijnenparen 46; de ontvangen spraaksignalen treden op op de lijnenparen 47; de uitgezonden signaleerdata wordt verschaft op de lijnenparen 48; en de ontvangen signaleerdata wordt verschaft op de lijnenparen 49.
20 De buffer 28 zorgt voor de koppeling tussen de op afstand gelegen concentrator 27 en de communicatie-schakeling 12.
Zoals in het bovenstaande is beschreven omvat de communicatieschakeling 12 een aantal kanaal-modules 21. Elke kanaalmodule 21 communiceert met een bepaald aantal abonneestations 51 via een bepaald communicatiekanaal dat een toegewezen frequentie en verder verscheidene sequentieel herha-25 lende tijdsloten heeft. Communicatie tussen elke kanaalmodule 21 en de abonneestations 51 vindt plaats via een microgolfverbinding tussen een basisstationsantenne 53 en antennes 54 die zich bevinden bij elk abonneestation. Vooraf bepaalde tijdsloten zijn toegewezen aan vooraf bepaalde abonneestations 51. In de voorkeursuitvoeringsvorm zijn er drie abonneestations 51 gekoppeld met elke kanaalmodule 21, elk via een communicatiekanaal met discrete frequentie. Elk abonneestation 51 is voorzien van een ermee verbonden 30 telefoon.
In elke kanaalmodule 21 omvat de VCU 23 een afzonderlijke (niet getoonde) spraakcodeer/ decodeereenheid voor elk abonneestation 51 en een verdere codeer/decodeereenheid voor het overdragen van signaleerdata naar en van elk van de drie abonneestations. De CCU 24 wijst signalen, die overgedragen zijn via de codeer/decodeereenheden van de VCU 23 toe aan verschillende tijdsloten van het 35 communicatiekanaal, toegewezen aan de bepaalde kanaalmodule 21. Deze signalen worden overgedragen tussen de CCU 24 en de basisstationsantenne 53 via de modem 25 en verdere (niet getoonde) signaalcon-ditioneringscomponenten die bestemd zijn voor het zenden en ontvangen van deze signalen over het discrete communicatiekanaal op de daaraan toegewezen frequentie. Elk abonneestation 51 draagt derhalve spraaksignalen over naar en van het basisstation via zijn eigen vooraf bepaalde tijdslot en draagt signaleer-40 data over naar en van het basisstation via een vooraf bepaald tijdslot dat gemeenschappelijk is voor elk van de drie abonneestations. Communicatie tussen het basisstation en de abonneestations wordt bestuurd door een radiostuureenheid (RCU), bestaande uit een microcomputer in de CCU 24.
De RCU is geprogrammeerd om drie vooraf bepaalde abonneestations te herkennen, die corresponderen met drie vooraf bepaalde lijncondities verschaft door de verbinding tussen de op afstand gelegen concentra-45 tor 27 en een bepaalde kanaalmodule 21. Zoals in figuur 3 is getoond is de besturing in de RCU georganiseerd gebruikmakend van toestandsmachines. Ingangsboodschapmerktekens omvatten signaleerdata van de op afstand gelegen concentrator 27, radio stuurkanaal-(RCC)-boodschappen van de abonneestations en (gesimuleerde) basisbandstuurkanaal (BCC) boodschappen.
Deze routine verandert de kanaaltoestand in ”Syn RING”.
50 De buffer 28 is verbonden met de poorten van de op afstand gelegen concentrator 27 via lijnenparen 46, 49 en met kanaalmodules 21 van de communicatieschakeling 14 via lijnen 57 voor het overdragen van uit te zenden en ontvangen spraaksignalen tussen vooraf bepaalde poorten van de op afstand gelegen concentrator 27 en vooraf bepaalde communicatiekanaaltijdsloten toegewezen aan vooraf bepaalde abonneestations 51. De abonneestations 51 zijn gelokaliseerd op afstand van het basisstation.
55 De buffer 28 omvat een afzonderlijke buffereenheid, zoals getoond is in figuur 2, voor de koppeling tussen elke kanaalmodule 21 in de communicatieschakeling 12. De tijdpulsgenerator 30 levert aan de kanaalinterfacemodule 32 een klokpulssignaal CLK en vier poortsignalen aangeduid met gate 0, gate 1, 5 193162 gate 2, gate 3 voor het definiëren van vier opeenvolgende herhalende tijdsloten in het toegewezen communicatiekanaal.
De zendspraaksignaallijnenparen 46, de ontvangstspraaksignaallijnenparen 47 en de signaleerdatalijnen-paren 48, 49 zijn aangesloten tussen de poorten van de concentrator 27 en de kanaalinterfacemodule 32.
5 De kanaalinterfacemodule 32 levert de klok- en poortsignalen aan de kanaalmodule 21 voor het definiëren van de tijdsloten die toegewezen zijn door de CCU 24.
De kanaalinterfacemodule 32 is verbonden met de VCU 23 in de corresponderende kanaalmodule 21 op een vooraf bepaalde wijze voor het sturen van de communicatie tussen de lijnenparen 46, 47 waarop de uit te zenden en ontvangen spraaksignalen behorend bij een bepaald abonneestation optreden en een 10 codeer/decodeereenheid in de VCU 23 met het vooraf bepaalde communicatiekanaaltijdslot toegewezen door de CCU 24 aan het bepaalde abonneestation. De kanaalinterfacemodule is verder verbonden met de CCU 24 voor het sturen van signaleerdata tussen de signaleerdatalijnenparen 48, 49 en de spraakcodeer/ decodeereenheid in de VCU met het gemeenschappelijke tijdslot dat is toegewezen door de CCU 24 voor overdracht van signaleerdata voor elk van de drie abonneestations behorend bij de bepaalde kanaalmodule. 15 De uitvoeringsvorm van de uitvinding, die geïllustreerd is in de figuren 4-9, is een uitgebreidere versie van het boven beschreven stelsel. In deze uitgebreidere uitvoeringsvorm reageert de doorverbindingsin-richting op een instructie van de verbindingsprocessor door ervoor te zorgen dat een signaal, dat wordt ontvangen door de doorverbindingsinrichting vanaf een van de communicatiesignaalprocessors via een bepaald tijdslot, terug te sturen naar de communicatiesignaalprocessor die met dat tijdslot is gekoppeld.
20 Elke communicatiesignaalprocessor is gekoppeld met een van de kanaalstuureenheden in responsie op een teruggelust, vooraf bepaald signaalpatroon teneinde de aangekoppelde kanaalstuureenheid in staat te stellen instructies te ontvangen vanaf de op afstand gelegen verbindingsprocessor teneinde de communicatiesignaalprocessor die het teruggeluste vooraf bepaalde signaalpatroon ontvangt, de gelegenheid te geven te communiceren met een bepaald abonneestation.
25 De communicatieschakeling kan voorzien zijn van een aantal trunkleidingen teneinde een aantal communicatiekanalen te verschaffen. Een aantal multiplexers is gekoppeld met het aantal trunkleidingen teneinde meerdere sequentieel herhalende tijdsloten te realiseren in elk van de communicatiekanalen, waardoor simultane communicatie mogelijk is tussen een aantal poorten en een aantal abonneestations via de communicatiekanalen. Een aantal kanaalstuureenheden is gekoppeld met de multiplexers voor het 30 koppelen van de toegewezen tijdsloten aan bepaalde abonneestations. Een aantal besturingsinrichtingen is resp. gekoppeld met de multiplexers en een lokale bus is aanwezig tussen de besturingsinrichtingen en de kanaalstuureenheden.
In overeenstemming met de waargenomen toestand selecteert de afstandsverbindingsprocessor een van de tijdsloten voor overdracht van het basisstationsstuurkanaal en zorgt ervoor dat de besturingsinrichting, 35 die gekoppeld is met de multiplexer, die gekoppeld is met de trunk waarover het geselecteerde tijdslot wordt overgedragen teneinde het basisstationstuurkanaal over te dragen, functioneert als primaire besturingsinrichting voor het koppelen van het basisstationstuurkanaal via de lokale bus met de andere besturingsinrichtingen en met de kanaalstuureenheden, waardoor het mogelijk wordt dat de verbindingsprocessor de toestand van de andere tijdsloten waarneemt en de andere tijdsloten toewijst.
40 De communicatieschakeling kan als optie voorzien zijn van een aantal trunkleidingen voor het verschaffen van meerdere communicatiekanalen en een aantal multiplexers gekoppeld met het aantal trunkleidingen voor het verschaffen van meerdere sequentieel herhalende tijdsloten in elk van de communicatiekanalen, waardoor een simultane communicatie mogelijk wordt tussen een aantal van de poorten en een aantal van de abonneestations via de communicatiekanalen. Een aantal kanaalstuureenheden kan gekoppeld zijn met 45 de multiplexers teneinde toegewezen tijdsloten te koppelen aan bepaalde abonneestations, waarbij elke kanaalstuureenheid een aantal tijdsloten koppelt met een corresponderend aantal abonneestations. De toewijzingsroutine in deze configuratie omvat het toewijzen van alle tijdsloten behorend bij een willekeurige bepaalde kanaalstuureenheid voordat de tijdsloten behorend bij een andere kanaalstuureenheid worden toegewezen, en vervolgens het toewijzen van de tijdsloten behorend bij een kanaalstuureenheid die 50 gekoppeld is met een andere multiplexer dan de multiplexer die gekoppeld is met de kanaalstuureenheid behorend bij de eerder toegewezen tijdsloten.
Dit stelsel is in staat om met grote flexibiliteit een groot aantal communicatieverbindingen te behandelen waarbij een groot aantal abonneestations is betrokken.
Verwijzend naar figuur 4 omvat het basisstation een centrale eindposteenheid (COT) 110 en een op 55 afstand gelegen radio-eindpost (RRT) 111. De COT 110 omvat een concentrator 113, een verbindingsprocessor (RPU) 114, een concentrator/RPU interface-eenheid 115, en een aantal echo-onderdrukkingseenheden 116. De RRT 111 omvat een meestertijdeenheid (MTU) 118, een aantal 193162 6 multiplexers (MUX’s) 119, en een aantal kanaalmodules 120, een aantal vêrmogensversterkers 121 en een zend/ontvangnetwerk 122. Elk van de kanaalmodules 120 omvat een kanaalstuureenheid (CCU) 123.
De concentrator 113 communiceert met een extern communicatienetwerk 125 via een aantal leidingen 126 die zich gedragen ais tweedraadsleidingen. De concentrator 113 communiceert met de MUX’en 119 en 5 de RRT 111 via een aantal overbruggende trunkleidingen 128. Elk van de overbruggende trunkleidingen 128 transporteert digitale informatie in een aantal gemultiplexte tijdsloten, verschaft door de respectieve MUX 119 waarmee de overbruggende trunkleiding 128 is verbonden. Het aantal tijdsloten is kleiner dan het aantal leidingen 126 waardoor een concentratie van de externe circuits wordt gerealiseerd. De verhouding tussen het aantal leidingen 126 ten opzichte van het aantal tijdsloten is gelijk aan de verhouding tussen het 10 aantal abonnees en het aantal tijdsloten. De inrichting voor het verschaffen van de eerste verhouding wordt aangeduid als een concentrator. De inrichting voor het verschaffen van de tweede verhouding wordt aangeduid als een ’’expandeereenheid” en omvat de op afstand gelegen radio-eindpost (RRT), de abonneestations en de RPU die dienst doet zowel voor de RRT als voor de abonneestations.
De digitale informatie kan bestaan uit spraakdata of andere data. De spraakdatacodeertechniek levert 15 digitale informatie op. Spraaksignalen die overgedragen worden via de overbruggende trunkleidingen 128 worden overgedragen van en naar de concentrator 113 via de echo-onderdrukkers 116 in de COT 110. De MTU 118 levert tijdsignalen aan de MUX’en 119 over een klokpulsbusleiding 130.
De RPU 114 is via de concentrator 113 gekoppeld met de MUX’en 119 om te communiceren met de MUX’en 119 en met de CCU’s 123 via een basisstationstuurkanaal (BCC) dat een van de tijdsloten op een 20 van de overbruggende trunkleidingen 128 in beslag neemt en dat via een lokale BCC-bus 132 is gekoppeld tussen de MUX’en 119 en de CCU’s 123.
Het BCC-kanaal tussen de RPU 114 en de concentrator 113 is gerealiseerd via de leidingen 134 tussen de RPU 114 en de concentrator/RPU interface-eenheid 115 en door de leidingen 135 tussen de concentrator/RPU interface-eenheid 115 en de concentrator 113.
25 Elk van de MUX’en 119 is verbonden met een aantal kanaalmodules 120 via een aantal afzonderlijke leidingen 137. Een aantal spraak- en datakanalen is gerealiseerd over elk van de leidingen 137 om te communiceren met een aantal abonneestations 141 via elk van de kanaalmodules 120. Elk van de kanaalmodules 120 is gekoppeld met het zend/ontvangnetwerk 122 via een van de vermogensversterkers 121 om te communiceren met een aantal abonneestations 141 via een corresponderend aantal tijdsloten in 30 een hoogfrequent RF-kanaal.
In sommige installaties kan de RRT 111 zich bevinden bij de COT 110. In dit type installaties bestaan de overbruggende trunkleidingen 128 uit standaard getwiste kabelparen die worden gebruikt voor de verbinding tussen de RRT 111 en de COT 110. Vanwege het feit dat de RRT 111 in meer of mindere mate een zichtweg vraagt naar de abonneestations 141 zal in een meer kenmerkende installatie de RRT 111 zich op 35 afstand bevinden van de COT 110 en gepositioneerd zijn op een hoog punt in de omgeving. In dat geval kan een microgolfverbinding, een optische vezel of een lange kabelverbinding worden gebruikt als transmissiemedium tussen de COT 110 en de RRT 111.
Elke overbruggende trunkleiding 128 is een T1 -trunkleiding die in staat is om een tijdverdelingsmultiplex (TDM) DS1-signaal over te dragen. Een DS1-signaal verschaft 24 tijdsloten, elk omvattende 1 byte digitale 40 informatie. Op een overbruggende trunk 128 kunnen derhalve maximaal 24 circuits simultaan worden ondersteund. De MUX’en 119 zorgen voor de frametijdsbepaling teneinde de digitale informatie te demultiplexen. Zodra de frametijdsbepaling vast ligt kunnen de individuele bytes worden geëxtraheerd voor de betreffende kanaalmodules 120.
Elke kanaalmodule 120 ondersteunt een radiofrequent (RF) UHF-kanaal. Elk RF-kanaal is op zijn beurt 45 verdeeld in vier bruikbare tijdsloten. Een RF-kanaal kan derhalve simultane circuits ondersteunen met maximaal vier abonneestations. Omdat elke overspannende trunkleiding 128 maal 24 simultane circuits kan ondersteunen moet elke MUX 119 in staat zijn om te communiceren met maximaal zes kanaalmodules 120.
Elk van de MUX’en 119 is ondergebracht op een modulaire kaart die in staat is om maximaal 24 simultane circuits of 23 simultane circuits plus de BCC te behandelen. De MUX’en 119 omvatten de 50 hardware die nodig is om de data uit de trunkleidingen 128 op te halen en te verdelen over de kanaalmodules 120. De MUX-kaart 119 levert alle benodigde tijdsbepalingssignalen voor de kanaalmodules 120 voor het daaruit ophalen van de correcte digitale informatie. Elke MUX-kaart 119 bevat de schakelingen die nodig zijn voor het uitzenden en ontvangen van een golfvorm in DC1 -formaat en verschaft voldoende uitstuurmogelijkheid voor een overspannende trunkleiding 128 van maximale lengte.
55 Het basisstation kan maximaal zes MUX-kaarten 119 bevatten en heeft derhalve een capaciteit voor het ondersteunen van maximaal 36 RF-kanalen.
De concentrator 113 omvat een model 1218C digitale beeldconcentrator voorzien van een schakelaar; 7 193162 deze eenheid is verkrijgbaar bij ITT Corporation of New York, New York, USA.
De RPU 114 omvat een Alcyon Computer die verkrijgbaar is bij Alcyum Corporation of San Diego, Californië. De RPU 114 heeft uiteindelijk de besturing over zowel de concentrator 113 als de RRT 111. De RPU 114 verwerkt verzoeken van abonnees voor het opbouwen van een gevraagde transmissieweg tussen 5 de abonneestations 141 en het externe communicatienetwerk 125.
Voor het ondersteunen van de BCC-bus 132 bevat elke MUX-kaart 119 (zie figuur 5) een microregelaar 144 met ingebouwde synchrone dataverbindingstuurregelaar (SDLC). De hardware op de MUX-kaart 119 is in staat om data te verwijderen uit dan wel in te voegen in de BCC, die het eerste kanaal van de DS1 datastroom op een van de overbruggende trunkleidingen 128 in beslag neemt. Deze data wordt verwerkt 10 door de microregelaar die van de geschikte boodschappen genereert op de BCC-bus 132 voor het effectueren van willekeurige instructies, die via de BCC zijn afgegeven door de RPU 114. Slechts één MUX-kaart 119 uit de mogelijke zes kaarten in het basisstation ontvangt de BCC van de RPU 114 op elk willekeurig tijdstip. Slechts deze kaart zal data invoegen in het eerste kanaal van een geselecteerde overbruggende trunk 128, alsmede de primaire microregelaar verschaffen voor de BCC-bus 132. Deze 15 MUX-kaart wordt aangeduid als de primaire MUX-kaart. De resterende MUX-kaarten 119 maken het mogelijk dat de respectieve eerste kanalen van de overbruggende trunks, waarmee ze zijn gekoppeld, worden gebruikt als digitaal informatieslot voor een kanaalmodule 120 en hun microregelaars zijn zodanig uitgevoerd dat ze als secundaire regelaars op de BCC-bus functioneren. De primaire MUX zal eveneens geschikte signalen verschaffen voor het besturen van de MTU 118 alsmede statusboodschappen ontvangen 20 die worden aangeleverd aan de RPU 114 via de BCC die het eerste kanaal van de overbruggende trunk 128, gekoppeld met de primaire MUX-kaart, in beslag neemt.
Een blokschema van een MUX-kaart 119 is getoond in figuur 5. De MUX-kaart 119 omvat een zend/ ontvanger 143, een microregelaar 144, een unipolaire omvormer 145, een klokpulsextractor 146, een bipolaire omvormer 147, een overbruggingsterugkoppelings MUX 148, een elastische buffer 149, een 25 framebuffer 150, een FIFO stapelgeheugen 153 voor de zend(TX)richting, een register 154, een bytefilter 155, een ontvangkanaalteller 156, een zendkanaalteller 157, een VCU poortgenerator 158, een poort-uitstuurtrap 159, een parallel/serie-omvormer 160, een lijnuitstuurtrap 161, een lijnontvanger 162, een serie/parallelomvormer 163, een elektrisch programmeerbaar uitleesgeheugen (EPROM) 164, klokpuls-ontvangers 166, een klokpulsuitstuurtrap 167, en een verschuivingstuureenheid 168. Op elke MUX-kaart 30 119 zijn vier hoofdinterfaces aanwezig.
De trunk 128 verschaft een 1,544 Mbps bidirectionele weg voor alle data tussen de COT 110 en de RRT
111.
Spraakcodeer/decodeereenheden (VCU’s) in de kanaalmodules 120 zijn verbonden met elke MUX-kaart 119 via digitale informatiedatakanalen 137a, 137b die een seriële 1,544 Mbps bitdatastroom verschaffen en 35 via een klokpulsleiding 137c en poortl ei dingen 137d die de geschikte klokpuls- en poortsignalen verschaffen waarmee de VCU's in staat zijn om digitale informatie met 64 kbps/kanaal te extraheren en in te voeren in het correcte tijdslot. Maximaal 6 VCU’s kunnen worden ondersteund door deze interface.
De BCC-bus 132 verschaft de stuur- en statusgegevens tussen alle kanaalmodules 120 en de MUX-kaarten 119 in de RRT 111. Het op de BCC-bus 132 gebruikte protocol is het SDLC-multidropprotocol met 40 afvraging (pollen) van alle secundaire MUX-kaarten 119 en alle kanaalmodules 120 via een enkelvoudige primaire microregelaar 144 in de primaire MUX-kaart 119. Een (niet getoonde) redundante BCC-bus kan als back-up aanwezig zijn.
Klokpulssignalen worden ontvangen via de leidingen 130 vanaf de meesterklokpulseenheid 118.
De elektrische interface naar de overbruggende T1-trunks 128a, 128b verschaft die functies die nodig 45 zijn voor het genereren of ontvangen van een DS1-golfvorm. De interface is ontworpen om te voldoen aan de verbindingsspecificaties voor een signaal optredend op een DSX-1-kruisverbinding (zie AT&T Comptabi-lity Bulletin 119). Deze specificatie maakt het mogelijk om een ABAM (of equivalente) kabel met een lengte van maximaal 655 voet (± 220 meter) aan te sluiten tussen de RRT 111 en geschikte transmissieapparatuur of direct met de COT 110.
50 In de ontvangweg 128a zorgt de unipolaire omvormer 145 voor het omvormen van een bipolair RZ-signaal met afwisselende merktekeninversie (HMI) in een unipolair TTL NRZ-signaal dat ingevoerd wordt in de zend/ontvanger 143. De klokpulsextractor 146 extraheert een klokpuls uit het inkomende signaal dat gebruikt wordt voor het klokken van de NRZ-data en het optioneel kan worden gebruikt als referentieklok-puls voor een externe fasevergrendelingslus (PLL) die de 1,544 MHz ingangsklokpuls zou moeten 55 genereren. Het geëxtraheerde klokpulssignaal wordt verschaft over leiding 172.
In de zendweg converteert de bipolaire omvormer 147 het TTL NRZ-signaal in een DS1-bipolair/AMI-signaal. De overbruggende terugkoppel MUX 148 is aangebracht voor het terugkoppelen van het complete 193162 8 DS1 -signaal.
De zend/ontvanger 143 omvat de geschikte schakelingen voor synchronisatie, kanaalbewaking en signaalinvoeging en -extractie. De zend/ontvanger 143 is bij voorkeur een model R8070 T-1 zend/ontvanger die wordt geleverd door Rockwell International Corporation of Pittsburg, Pennsilvania, USA.
5 De zend/ontvanger is bij voorkeur een inrichting die geschikt is voor verscheidene doeleinden en ondersteunt als zodanig diverse Noord-Amerikaanse en Europese digitale primaire verhoudingsprotocollen. De modus die compatibel is met de concentrator 113 is de ”193S”. Deze modus verschaft 193 bits/frame met A, B signalering; 12 frames per superframe; en nul-onderdrukking gebruikmakend van B7 (tweede LSB) opvulling. De DS1-frame-organisatie verschaft een bemonsteringsfrequentie van 8000 Hz; een uitgangsbit-10 snelheid van 1,544 M-bits per seconde; 193 per frame; en 24 tijdsloten per frame. De signalering wordt verschaft door het achtste bit van elk zesde frame, het S-bit wordt in tijd gedeeld tussen de terminalframe-configuratie en de signaleringsframeconfiguratie.
De hierin gebruikte zend/ontvanger 143 is voorzien van onafhankelijk zend- en ontvangsecties, waardoor het mogelijk is dat elke sectie functioneert met verschillende klokpulsen en framepositioneringen. Een 1,544 15 MHz klokpuls, gegenereerd door en ontvangen vanaf de MTU 118 door de klokpulsontvangers 166 via de leidingen 130, wordt toegevoerd aan de zend/ontvanger 143 via leiding 170 en wordt gebruikt als zendklok-puls. De 1,544 klokpuls, ontvangen door de klokpulsontvangers 166 wordt eveneens toegevoerd aan de VCU’s via leiding 137C door de klokpulsuitstuurtrap 167. De ontvangweg van de zend/ontvanger 143 gebruikt het geëxtraheerde klokpulssignaal op de leiding 172 vanaf de klokpulsextractor 146 naar de 20 elastische buffer 149. Na dit punt wordt een lokale klokpuls gebruikt, verschaft door de klokpulsontvangers 166 op de leiding 171.
De concentrator 113 in de COT 110 is geprogrammeerd om zijn zendbittijdsbepaling af te leiden uit het ontvangen DS1-signaal (lustijdsbepaling). Daarmee worden in feite de DS1-ingangs- en uitgangsbit- hoeveelheid identiek.
25 Een 80 MHz OCCO in de MMTU 118 wordt gebruikt als primaire klokpuls van waaruit alle andere tijdsbepalende signalen worden afgeleid met inbegrip van de lokale 1,544 MHz klokpuls.
De abonneestations 141 vergrendelen hun lokale VCXO’s op het radiofrequente UHF-signaal dat uitgezonden wordt door het basisstation en genereren derhalve lokale tijdpulsen die direct gerelateerd zijn aan de basisstationtijdpulsen. Dit resulteert in een compleet synchroon stelsel zodanig dat de digitale 30 informatiehoeveeiheid die door de abonneestations 141 wordt gegenereerd, exact gelijk is aan de data-hoeveelheid die door de T1-trunk 128 wordt verschaft. In deze configuratie wordt geen data geaccumuleerd of verwijderd in de tijd zodat er geen gecontroleerde verschuivingen nodig zijn.
In een bedrijfsmodus waarin de klokpulsen afkomstig zijn van de MUX functioneert de COT 110 als slaaf op de geëxtraheerde DS1-ontvangtijdstippen; de DS1 zendweg 128b vormt de referentie voor de MTU 35 OCX O, de DS1 ontvangweg 128a gebruikt de MTU OCXO (via een lus) als referentie; de VCU PCM-interface 127 gebruikt de MTU OCXO als referentie en de VCU gebruikt de MTU OCXO als referentie. In deze modus is het totale stelsel gesynchroniseerd en behoeft er geen gecontroleerde verschuivingsoperatie te worden uitgevoerd.
Alhoewel de DS1 zend- en ontvanghoeveelheden gemiddeld genomen gelijk zijn als gevolg van de 40 slaafwerking van de ene richting ten opzichte van de andere, kan er jitter optreden in de ontvangen golfvorm waardoor dit signaal momentaan schijnbaar een hogere of lagere snelheid heeft. Als gevolg van onbekende wegvertraging en onbekende vertraging in de concentrator 113 hebben ook de lokale klokpuls en de geregenereerde ontvangklokpuls onderling een onbekende verschuiving. Om deze twee effecten te compenseren is een elastische 16 byte buffer 149 aangesloten op de zend/ontvanger 143. De bytes worden 45 in deze buffer 149 geladen met een snelheid die wordt bepaald door de geëxtraheerde ontvangklokpuls op de leiding 172. De data wordt daaruit opgehaald met een snelheid die wordt bepaald door het lokale klokpulssignaal op de leiding 171. De elastische buffer 149 is gekoppeld met het FIFO zend/ ontvangstapelgeheugen 152 via het bytefilter 155 zodat onafhankelijke inschuif- en uitschuifklokpulsen kunnen worden verschaft.
50 Als de zend/ontvanger 143 zijn frame-uitlijning verliest, dan wordt het laden van data in de elastische buffer 149 geblokkeerd om te voorkomen dat ongeldige data wordt uitgezonden naar de VCU’s en naar de microregelaar 144. Tijdens deze uit-frametoestanden wordt nog steeds data overgedragen naar de VCU’s maar deze dat wordt gedwongen gelijk aan FF (HEX), corresponderend met een analoog ”0”-niveau. Zodra de frame-uitlijning weer hersteld is wordt opnieuw data geladen.
55 De framebuffer 150 is aanwezig om het mogelijk te maken dat de DS1 zend- en ontvangwegen 128b, 128a onafhankelijk van elkaar functioneren. Als gevolg van deze onafhankelijkheid zijn de zend- en ontvangframes in de uitlijning niet noodzakelijk. De interface 137 van de VCU is echter zodanig ontworpen 9 193162 dat voor een bepaald kanaal de zend- en ontvangdata simultaan worden uitgezonden, hetgeen gezien vanuit de VCU frame-uitlijning impliceert. De framebuffer 150 lost dit dilemma op door afzonderlijke lees- en schrijfaanwijzers te verschaffen die het mogelijk maken het inschrijven van data in de framebuffer 150 te baseren op de ontvangframe-uitlijning in de zend/ontvanger en het lezen van data te baseren op de 5 zendframepositionering. De zendframepositionering wordt gebruikt door de VCU interface 137 zodat het mogelijk is dat de zend- en ontvangbyte voor een bepaald kanaal simultaan optreedt op de VCU interface 137.
De framebuffer 150 bevat een hoeveelheid data overeenstemmend met vier frames. De adressering is zodanig dat een vast adres binnen elk van de vier buffers correspondeert met een vaste kanaaltoewijzing.
10 De lees- en schrijfaanwijzers worden aanvankelijk op een afstand van twee buffers uit elkaar geplaatst. Zodra de zend/ontvangframepositionering is bereikt volgt de schrijfaanwijzer de zend/ ontvangframepositionering hetgeen betekent dat ze kan wijzen naar een verschillend byte (dat wil zeggen kanaal) in zijn huidige buffer anders dan de leesaanwijzer. Vanwege de aanvankelijke onderlinge scheiding ter grootte van twee frames is het zeker dat de aanwijzers aanvankelijk nooit dichter bij elkaar zullen komen 15 dan een frame (dat wil zeggen lezen aan het einde van frame 1 en schrijven aan het begin van frame 3). Deze scheiding laat een grote hoeveelheid jitter toe op de ontvangdata zonder dat de schrijfaanwijzer de leeswijzer zal kruisen. Het vereenvoudigd ook de schuiffunctie die in het onderstaande nog wordt verklaard.
Het lezen en schrijven van de framebuffer 150 gebeurt in een slaafmodus ten opzichte van de zendklok-puls. De framebuffer 150 wordt slechts een keer per elke 8 bittijden van de zendklokpuls gelezen omdat de 20 VCU interface 137 onder besturing van deze klokpuls staat. De ontvangweg staat echter onder besturing van het geëxtraheerde klokpulssignaal op de leiding 172 naar de elastische buffer 149. Om te garanderen dat er geen data-opeenhoping plaats vindt in de elastische buffer 149 zorgt de stuurlogica van de frame-buffer 150 ervoor dat maximaal twee schrijfhandelingen kunnen worden uitgevoerd gedurende dezelfde 8 bitperiode van de zendklokpuls.
25 Een secundaire functie van de framebuffer 150 is het verschaffen van de mogelijkheid om bestuurde verschuivingsoperaties in de ontvangrichting uit te voeren. Onder normale omstandigheden zal dit nooit optreden als met de concentrator 113 wordt gewerkt zoals al eerder werd verklaard; derhalve moet het als een fouttoestand worden beschouwd. Als de tijdsbepaling van de concentrator 113 gaat verlopen (de vergrendeling gaat verloren) of als DS1 ingang op de ingangstrunk 128 verloren raakt, dan kan de 30 datahoeveelheid in de framebuffer 150 zich mogelijk veranderen. Als deze toestand gehandhaafd blijft gedurende een voldoende tijdsperiode zodanig dat de lees- en schrijfaanwijzers elkaar overlappen, dan moet een gecontroleerde verschuiving worden uitgevoerd. Deze verschuiving beweegt de geschikte aanwijzer zodanig dat een dataframe wordt herhaald dan wel verwijderd. Als dit gebeurt dan zal de ontvangframepositionering niet verloren gaan als de DS1 -ingangssignalen nog steeds aanwezig zijn. Om de 35 vergelijking tussen de aanwijzers te vereenvoudigen is deze functie alleen actief gedurende de eindpunt-telling (TC) van willekeurig een der aanwijzers. De eindpunttelling wordt gedefinieerd als het einde van de huidige buffer. De verschuivingsstuureenheid 168 houdt het aantal eindpunttellingen (TC’s) bij dat door zowel de schrijfaanwijzer als de leesaanwijzer wordt bereikt in responsie op TC’s verschaft door de ontvangkanaalteller 156 en de zendkanaalteller 157. Als de leesaanwijzer de leesaanwijzer passeert dan zal 40 een dataframe worden verwijderd. De indicatie van een verschuiving wordt vergrendeld door de verschuivingsregeleenheid 168 en via de leiding 174 meegedeeld aan de microregelaar 144.
De microregelaar 144 is verbonden met de zend/ontvanger 143 via een databus 176 en twee FIFO stapelgeheugens 152, 153 van 16 bytes, die een buffer verschaffen voor zowel zend- als ontvangdata op de BCC. BCC-data wordt geëxtraheerd uit het FIFO ontvangstapelgeheugen 152 gedurende het eerste 45 DS1-tijdslot; en BCC-data wordt ingebracht in het FIFO zendstapelgeheugen 153 gedurende het eerste DS1 -tijdslot. BCC-zenddata wordt ingebracht onder besturing van de microregelaar 144 afhankelijk van de instelling van een stuurbit.
Het FIFO ontvangstapelgeheugen 152 fungeert als buffer voor boodschappen vanaf de RPU 114 die overgedragen zijn over de T1-trunk 128 naar die MUX-kaart 119, die de primaire regelaar vormt voor de 50 BCC-bus 132. Het formaat van de boodschapbytes is zodanig dat bit 3 is aangewezen als sequentiebit. Dit bit zal normaal telkens van waarde veranderen bij elk byte dat door de RPU 114 wordt overgedragen. Een kanaal op de T1-trunk 128 kan 64 kbps (waarvan 56 kbps bruikbaar zijn) overdragen, maar de RPU 114 kan geen data met deze snelheid leveren. Het sequentiebit maakt het mogelijk dat de hardware op de MUX-kaart 119 die bytes, die eenvoudig zijn uitgezonden als herhaling van het voorafgaande byte, buiten 55 beschouwing laat. De herhaling treedt op wanneer de databuffer, die wordt beschreven door de RPU 114, leeg raakt. De herhaling heeft geen effect omdat het bytefilter 155 dat geplaatst is voor het FIFO ontvangstapelgeheugen 152 die bits, met hetzelfde sequentiebit, elimineert.
193162 10
De "uitgang gereed” status van de ontvangst-FIFO, die leesbaar is door de microregelaar 144, geeft aan dat er zich ten minste een byte bevindt in het FIFO ontvangstapelgeheugen 152. Om een overlooptoestand van de ontvangst-FIFO te voorkomen wordt een 'ontvang-FIFO is vol” signaal gegenereerd en geleverd via de leiding 177 naar de nul-interrupt van de microregelaar 144. De microregelaar 144 heeft dan een 5 frameperiode (125 psec) om ten minste een byte uit het FIFO ontvangstapelgeheugen 152 te lezen voordat een overloop optreedt. Omdat het FIFO ontvangstapelgeheugen 152 een diepte heeft van 16 bytes is er minimaal 16 x 125 psec = 2 msec nodig om een leeg FIFO-ontvangstapelgeheugen 152 te vullen.
Het FIFO-zendstapelgeheugen 153 verschaft een bufferfunctie voor de communicatie tussen de MUX-kaart en het BCC-kanaal van de RPU. Het register 154 extraheert data uit het FIFO-10 zendstapelgeheugen 153 en voegt deze in in het eerste DS1-kanaal 1 indien dit door de microregelaar wordt vrijgegeven. De status van het FIFO-zendstapelgeheugen 153 is leesbaar maar dit genereert geen interrupts. Evenals in de ontvangweg maken afwisselende sequentiebits het mogelijk dat het FIFO-zendstapelgeheugen 153 leeg raakt zelfs in het midden van een boodschap zonder dat daarbij fouten optreden. Als de leegtoestand zich voordoet dan zal het FIFO-zendstapelgeheugen 153 eenvoudig het 15 laatste byte herhalen en deze herhaling van data zal in de interface naar de RPU 114 worden verwijderd omdat het sequentiebit zich niet zal wijzigen. Deze herhalingseigenschap is ook bruikbaar voor het uitzenden van lege patronen (indien deze worden toegepast). De microbesturingsinrichting 144 moet alleen het lege patroon één maal in het FIFO-zendstapelgeheugen 153 laden en dit zal dan worden herhaald totdat er een ander byte wordt geladen.
20 De VCU interface 137 levert de weg voor digitale informatie naar en van de VCU. De data wordt serieel uitgezonden met dezelfde snelheid als de DS1-data, namelijk 1,544 Mbps. Elke VCU zendt en ontvangt data voor vier opeenvolgende sloten van het DS1-frame. De vier uitgezonden en de vier ontvangen bytes treden tegelijkertijd op. Om ervoor te zorgen dat een VCU zijn vier tijdsloten identificeert wordt een GATE-signaal verschaft op de leiding 137d door de MUX-kaart 119. Dit poortsignaal duurt vier bytes en een 25 afzonderlijk poortsignaal wordt voor elke VCU gegenereerd. Elk bepaald signaal (b.v. GACLAIMSTE1, GATE2, enz.) wordt via de hardwarebedrading aangeboden aan een bepaalde VCU. Elke VCU bevat vier spraakcodeer/decodeerprocessors. Elke VCU zorgt voor het multiplexen van de vier spraakcodeer/ decodeerprocessors in responsie op zijn respectieve poortsignaal.
Alle vier bytes van een VCU zullen elkaar continu opvolgen. Elk byte zal naar de parallelle vorm worden 30 geconverteerd door de serie/parallelomvormer 163 en ingevoerd worden in de zend/ontvanger 143. Als de zend/ontvanger 143 echter het vierentwintigste datakanaal uitzendt, dan wordt de cyclus met een klokpuls uitgebreid als aanpassing aan de tijd die nodig is voor het framebit. Het is gewenst dat dit verlengde tijdslot optreedt aan het einde van een poortsignaal omdat een VCU verwacht dat zijn vier bytes opeenvolgend optreden en omdat de VCU geen rekening kan houden met een onderbreking in de zendtijdsbepaling.
35 Wordt deze onderbreking nu verschoven naar het einde van een VCU-cyclus dan kan deze onderbreking optreden tussen de poortsignalen en derhalve zonder invloed blijven. Als gevolg van de pijplijnwerking en als gevolg van synchrone vertragingen is, indien de model R8070 zend/ontvanger 143 het vierentwintigste datakanaal uitzendt, het tweede datakanaal actief op de VCU interface 137. De GATE poortsignalen 137 gaan in werkelijkheid enigszins op de data vooruit om de VCU 124 de mogelijkheden te bieden de 40 interfacelogica te initialiseren.
Alle VCU’s hebben een gemeenschappelijke seriële terugkeerdatabus 137b gemeen. De uitstuurtrappen voor elke VCU worden in de derde toestand gebracht indien ze niet door het poortsignaal zijn geselecteerd. Derhalve zal slechts een VCU de bus 137b uitsturen op elk willekeurig tijdstip. In bepaalde installaties kunnen in werkelijkheid minder dan zes VCU’s met een MUX-kaart 119 verbonden zijn. Om de seriële data 45 te definiëren indien de VCU terugkeerdatabus 137b niet door een VCU wordt uitgestuurd zijn optrek- en neertrekweerstanden aanwezig bij de lijnontvanger 162 van de MUX-kaart, die ervoor zorgen dat de data wordt gedefinieerd als een patroon van allemaal enen.
De microbesturingsinrichting 144 voert diverse functies uit op de MUX-kaart en is verantwoordelijk voor het initialiseren van alle hardware en ook voor het bewaken van statustoestanden en fouttoestanden. Verder 50 is de microbesturingsinrichting 144 op een van de MUX-kaarten 119 geselecteerd door de RPU 114 als de primaire besturingsinrichting voor het besturen van de BCC-bus 132. De MUX-kaart 119 die de primaire besturingsinrichting bevat wordt beschouwd als de primaire MUX-kaart 119. Tot de besturing van de BCC-bus 132 behoort het continu afvragen (pollen) van alle kanaalmodules 120 (via hun CCU’s) en alle andere MUX-kaarten 119 die als secundaire MUX-kaarten worden behandeld. De secundaire MUX-kaarten 55 voeren nog steeds en andere functies uit die in het bovenstaande zijn beschreven voor hun respectievelijke kanaalmodules 120.
De microbesturingsinrichting 114 is bij voorkeur een model 8344 microbesturingsinrichting die verkrijg- 11 193162 baar is bij Intel Corporation uit Santa Clara, Californië, USA. De microbesturingsinrichting 144 omvat een ingebouwde seriële interface-eenheid (SIU) die het SDLC-protocol ondersteunt. De microbesturingsinrichting 144 bevat communicatiehardware om te helpen bij het vrijhouden van de processorkern van de microbesturingsinrichting zodat deze zich niet behoeft bezig te houden met elke gebeurtenis die optreedt op de 5 BCC-bus. De SIU zorgt alleen voor interrupts naar de processorkern indien een boodschap is uitgezonden of ontvangen.
Het gehele programmageheugen is extern aanwezig in de EPROM 164. Het datageheugen bestaat extern uit 4K bytes en intern uit 192 bytes RAM. Een (niet getoonde) waakhondtijdbepalingseenheid (watch dog) is aangebracht voor het terugstellen van de microbesturingsinrichting 144 indien een abnormale 10 toestand optreedt waardoor het normale bedrijf van de microbesturingsinrichting 144 wordt geblokkeerd. Het optreden van een waakhondreset zal worden vergrendeld en maakt het daarmee mogelijk dat de software in de microprocessor 144 het optreden van deze toestand verifieert.
De MUX-kaart 119 die primair is ontworpen voor de RPU 114, is verantwoordelijk voor het besturen van de MTU 118 en het rapporteren van zijn status aan de RPU 114. Deze stuurfuncties komen tot stand via 15 vier lijnen die worden afgebeeld op vier bits van een (niet getoond) register. De uitgangen van het register zijn verbonden met (niet getoonde) uitstuurtrappen die drie toestanden kunnen aannemen. Alle MUX-kaarten zijn via draden verbonden met vier paar gemeenschappelijke leidingen maar op elk gegeven tijdstip is slechts een groep uitstuurtrappen vrijgegeven. De tijdstippen waarop deze signalen optreden staan onder softwarebesturing.
20 Elke MUX-kaart 119 kan een hardwarereset van een kanaalmodule 120 uitvoeren. Dit zal normaal gesproken worden geïnstrueerd door de RPU 114 indien een kanaalmodule 120 naar een niet gedefinieerde toestand gaat.
De concentrator 113 en de RPU 114 zijn met elkaar gekoppeld via een 64k bit/sec DSO-kanaal, dat aangeduid wordt als de dataverbinding 180, 181. De DSO-interface met de RPU 114 wordt verschaft door 25 een DSO/DP-schakelingskaart in de concentrator 113 en de concentrator/RPU interface-eenheid 115.
De RPU 114 bestuurt de toewijzing van tijdslotverbindingen, en moet de communicatie handhaven met de concentrator 113 via de dataverbinding 180,181 teneinde een weg te verschaffen voor het ontvangen van verbindingsverzoeken en het uitzenden van verbindingstoewijzingen. De dataverbinding 180, 181 wordt ook gebruikt voor het overdragen van statussignalen, testsignalen en alarmboodschappen tussen de RPU 30 114 en de concentrator 113.
Het BCC-kanaal wordt gebruikt door de RPU 114 voor het besturen en configureren van de RRT 111 hardware voor het bewaken van de status en voor het uitzenden en ontvangen van oproepverwerkingsin-formatie.
De digitale overbruggende trunks 128 tussen de COT 110 en RRT 111 zijn 1,544 MB T1 compatibel. Het 35 signaleringsformaat en de elektrische eigenschappen worden gedefinieerd door AT&T Technical Advisory nr. 32, "The D3 Channel Bank Compatibility Specification - Issue 3, oktober 1977”.
De elektrische interface van de digitale datapoorten van de model 1218C concentrator 113 wordt gedefinieerd door ITT document 628340-001-301 "Performance Specification, DSO Dataport (DSO/DP)”.
Gedurende de systeeminitialisatie en indien de dataverbinding 180, 181 verloren raakt, zullen de RPU 40 114 en de concentrator 113 een dataverbindingstoewijzingsalgoritme uitvoeren om de verbinding (opnieuw) op te bouwen. De dataverbinding 180, 181 wordt als verloren beschouwd indien er geen boodschap wordt overgedragen gedurende een periode van 200 msec, of indien de concentrator 113 of de RPU 114 een afbreekstuurkarakter (ABN) uitzendt via de dataverbindingen 180, 181. De dataverbindingen 180, 181 zijn toegewezen aan een van twee lijngroepen en lijncircuitcombinaties van de concentrator 113. Een verificatie-45 procedure stelt vast dat de nieuwe dataverbinding is gevonden. Als de dataverbinding niet (opnieuw) wordt opgebouwd binnen twee seconden, dan zullen zowel de concentrator 113 als de RPU al het verkeer elimineren en opnieuw het algoritme starten. Het algoritme wordt geïnitieerd door de RPU 114 die een PDL-stuurkarakter uitzendt op elk van de twee kanalen van de dataverbinding 180. De concentrator tast deze twee kanalen op het karakter af, en reageert door het uitzenden van het PDL-karakter terug over het 50 eerste kanaal waarop het karakter werd gedetecteerd. De RPU 114 reageert met een ACK-signaal, en de standaardbevestigingssequentie wordt geïnitialiseerd door de stuureenheid van de concentrator.
Data worden overgedragen via de lijnen van het BCC-kanaal 135 in de vorm van seriële synchrone (8 bit) byte-informatie. De bemonsteringsfrequentie voor de informatieoverdracht bedraagt 8 kHz.
De RPU 114 omvat een in software geïmplementeerde boodschapverwerkingsmodule (MPM) (niet 55 getoond), die op hoog niveau gesprekverwerkingsfuncties uitvoert tussen de concentrator 113 en de abonneestations 141. De MPM is verantwoordelijk voor de gesprekverwerkingsfuncties zoals het behandelen van inkomende gesprekken vanaf de concentrator 113 en gesprekverzoeken vanaf abonneestations 193162 12 141, en voor de resulterende toewijzing van spraakkanalen. De MPMM is verantwoordelijk voor het verwerken van status- en foutboodschappen die worden ontvangen van de CCU’s 123, de MUX-kaarten 119, de concentrator 113 en de abonneestations. Sommige instructies van een operateur, die betrekking hebben op de CCU’s 123, de MUX-kaarten 119 en de abonneestations worden ook ter behandeling 5 doorgegeven aan de MPM. Tenslotte voert de MPM de initialisatie uit van de systeemconfiguratie (de D1 overbruggende trunks 128, de MUX-kaarten 119, en de CCU’s 123), tezamen met iedere eventueel noodzakelijke achtergrondherkenning en onderhoud van de configuratie.
Met betrekking tot de oproepverwerkingsfuncties is de MPM georganiseerd als een toestandsmachine waarin de concentrator, de RCC- en BCC-boodschappen merksignalen zijn voor de boodschapverwerkende 10 toestandsmachines. De MPM verwerkt de merksignalen door het bijwerken van een databestand, het uitzenden van de benodigde boodschapresponsies en het vervolgens overgaan naar de volgende toestand.
De MPM gebruikt een systeem van brievenbussen, die worden gehandhaafd door een in software geïmplementeerde afvraagmodule in de RPU 114 teneinde boodschappen te zenden en te ontvangen naar en van externe bronnen indirect via modules die de koppeling vormen met de externe apparatuur.
15 De MPM gebruikt ook subroutines in een databestandsmodule in de RPU 114 om statusinformatie in het databestand terug te winnen of bij te werken.
De MPM is verantwoordelijk voor het initialiseren en handhaven van de systeemconfiguratie. Dit houdt in het realiseren en handhaven van de primaire MUX-kaart zodanig dat communicatie met de RRT 111 mogelijk is, het initialiseren van de secundaire MUX-kaart gebaseerd op de DS1-overbruggingsstatus van de 20 T1-overbruggingstrunks 128, het initialiseren van de CCU’s 123 gebaseerd op de configuratie bepaald door de operateur, en het verzekeren dat de RCC indien mogelijk wordt toegewezen.
Als de MPM voor de eerste keer een initialisatie uitvoert dan zal ze proberen uit te vinden welke T1-trunks 128, MUX-kaarten 119 en CCU’s 123 aanwezig zijn in het systeem, en een van de MUX-kaarten 119 selecteren als de primaire MUX-kaart in overeenstemming met de volgende vooraf bepaalde keuze-25 routine.
De initialisatie kan alleen beginnen nadat de concentrator 113 de MPM heeft geïnformeerd omtrent de status van elke T1 -overbruggingstrunk 128, op welk tijdstip de MPM het databestand op dienovereenkomstige wijze bijwerkt. De MPM moet weten welke T1-overbruggingstrunks aanwezig zijn om vast te stellen welke MUX-kaarten 119 moeten worden geïnitialiseerd, en als gevolg daarvan welke MUX-kaart 30 moet worden toegewezen als de primaire MUX-kaart. Alleen indien de status van alle T1- overbruggingstrunks bekend is en er ten minste een T1-overbruggingstrunk 128 geactiveerd is, gaat de initialisatie verder.
De MPM bouwt een verbinding op met de MUX-kaart die correspondeert met elke T1-overbruggingstrunk 128 die geactiveerd is, door het toewijzen van een trunkverbinding via een DSO/DP-kaart gebruikmakend 35 van het eerste DSO-kanaal van de overbruggingstrunk 128. Elke MUX-kaart krijgt een harde resetinstructie over het kanaal toegezonden en de trunk 128 wordt van zijn toewijzing ontdaan. Na te hebben gewacht totdat de MUX-kaarten 119 hun harde resets hebben voltooid worden opnieuw een voor een verbindingen opgebouwd met de MUX-kaarten 119, en elke MUX-kaart 119 wordt als primaire aangewezen. Deze primaire MUX-kaarttoewijzing is nodig omdat een MUX-kaart 119 alleen kan communiceren via de 40 BCC-verbinding over de T1-overbruggingstrunk 128 als ze zich in de primaire toestand bevindt.
Als de MUX-kaart aangeeft dat ze met succes een primaire MUX-kaart is geworden en het correcte MUX-kaartstationsadres (dat corresponderen moet met het DS1-overspanningsnummer) rapporteert, dan wordt het in de afvraagconfiguratie geplaatst en als ’’gereed” gemarkeerd in het databestand. De MUX-kaart 119 wordt dan in de secundaire toestand teruggesteld en de trunk 128 wordt opnieuw toegewezen. Zodra 45 alle MUX-kaarten 119 op deze wijze zijn geïnitialiseerd wordt er een geselecteerd om de primaire MUX-kaart te worden. Indien er meer dan 1 MUX-kaart is aangetroffen dan wordt aan de primaire MUX-kaart een afvraagconfiguratie toegezonden die alle MUX-kaarten in de configuratie bevat. De primaire MUX-kaart is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een instandhoudingsprotocol bij de RRT 111 en informeert de MPM wanneer er een afvraagfout optreedt. Als er gedurende deze initialisatieprocedure ongeldige data wordt 50 ontvangen dan wordt de gehele procedure herhaald gebruikmakend van het redundante DSO/DP-kanaal.
Zodra de MUX-kaarten 119 zijn geïnitialiseerd worden de CCU’s 123 corresponderend met de MUX-kaarten in de configuratie geïnitialiseerd. Het aantal CCU’s, gedefinieerd in het systeem, wordt bepaald door ingangsgegevens van de operateur, en de MPM zal proberen alleen het gedefinieerde aantal te initialiseren. Allereerst zal voor elke MUX-kaart in de afvraagconfiguratie de MPM-instructies uitzenden naar alle 55 bijbehorende CCU’s 123 om een harde reset uit te voeren. Omdat de MPM niet met de CCU’s 123 kan communiceren totdat ze een stationsadres op de BCC-bus 132 hebben verworden, moet de MPM een stationsadresinitialisatie (STAD INIT) uitvoeren die in het onderstaande wordt beschreven.
13 193162
Als een CCU 123 met succes is geïnitialiseerd dan wordt ze in de afvraagconfiguratie geplaatst en een tijdklok wordt ingesteld om te controleren dat een gebeurtenis vanaf deze CCU 123 wordt ontvangen. Zodra de MPM het gedefinieerde aantal CCU’s 123 heeft bereikt, of heeft geprobeerd om alle CCU's 123, corresponderend met de MUX-kaarten 119 die in de configuratie aanwezig zijn te initialiseren, dan wordt 5 een afvraagconfiguratieboodschap toegezonden aan de primaire MUX-kaart voor de geïnitialiseerde CCU’s 123. Zodra deze initialisatie is voltooid zal het achtergrondproces periodiek proberen om eventueel ontbrekende CCU’s 123 te vinden via het STAD INIT-proces.
Als een CCU 123 voor de eerste keer wordt afgevraagd door de primaire MUX-kaart, dan reageert deze met een basisbandgebeurtenisboodschap die eventuele onjuistheden, zijn gereed status en de frequentie 10 waarop hij is ingesteld, indiceert. Op dat tijdstip wordt de CCU door de MPM gemarkeerd als ’’gereed” in het databestand. De frequentie wordt opgeborgen, elk CCU kanaal wordt in de vrijlooptoestand ingesteld, en elk corresponderend DSO-kanaal wordt als beschikbaar ingesteld. Als het databestand aangeeft dat de modem niet op zijn maximale vermogen is ingesteld dan wordt een boodschap gezonden naar de CCU om het verzwakkingsniveau van de modem in te stellen.
15 Als de MPM niet in staat is gebleken een primaire MUX-kaart in te stellen, dan wordt een tijdklok ingesteld om de initialisatie op een later tijdstip opnieuw te proberen. Deze eerste initialisatieprocedure wordt periodiek uitgevoerd totdat er een eerste primaire MUX-kaart is ontstaan, na welk tijdstip de herwinningsprocedure wordt gebruikt indien de primaire MUX-kaart mocht falen.
Het terugwinnen van een primaire MUX-kaart wordt op een andere wijze uitgevoerd dan de begininitiali-20 satie, omdat de MPM al weet welke MUX-kaarten 119 en CCU’s 123 er aanwezig zijn in de configuratie, en omdat het kritisch is om de terugwinning zo snel mogelijk uit te voeren teneinde geen gesprekken te verliezen. Als een fout in de primaire MUX-kaart optreedt, dan worden de primaire MUX-kaart en alle bijbehorende CCU’s 123 uit de afvraagconfiguratie verwijderd. Tijdens het terugwinproces probeert de MPM een nieuwe primaire MUX-kaart aan te wijzen die verbonden is met elke T1-overspanningstrunk 128 die 25 geactiveerd is, vooropgesteld dat er geen spraakverbinding is toegewezen aan het eerste DSO-kanaal van die trunk. Bij de eerste poging wordt de laatste primaire MUX-kaart overgeslagen. Als de MPM niet in staat blijkt een primaire MUX-kaart te initialiseren en er gedurende deze procedure geen geldige data is ontvangen, dan wordt de gehele procedure herhaald gebruikmakend van het redundante DSO/DP-kanaal. Als er nog steeds geen primaire MUX-kaart is, en er is een DS1-overbrugging met een spraakverbinding op 30 het eerste DSO-kanaal, dan wordt deze spraakverbinding onderbroken en wordt opnieuw initialisatie geprobeerd. Als de MPM nog steeds niet in staat is een primaire MUX-kaart te initialiseren dan wordt een tijdklok ingesteld om het later nog eens opnieuw te proberen.
Als een nieuwe primaire MUX-kaart met succes is toegewezen dan wordt een afvraagconfiguratie met de oude primaire MUX-kaart en bijbehorende CCU’s, die verwijderd waren, toegezonden aan de nieuwe 35 primaire MUX-kaart. Een RCC wordt toegewezen indien er op dat moment geen toegewezen was; en elk van de CCU’s die verwijderd waren uit de configuratie krijgt een terugstelinstructie toegezonden om een eventueel aanwezig gesprek of RCC toewijzing te wissen. Als een gesprek in het MPM-databestand wordt onderbroken teneinde het BCC-kanaal toe te wijzen, dan wordt de CCU omtrent deze verbreking geïnformeerd.
40 Er wordt verondersteld dat, indien er geen boodschappen worden ontvangen vanaf de CCU’s, alle lopende spraakverbindingen nog steeds in stand zijn. Alhoewel een CCU niet wordt afgevraagd, worden eventuele nieuwe boodschappen in een wachtrij geplaatst die vervolgens worden uitgezonden zodra de afvraging wordt hervat. Als de wachtrij overloopt dan zal de CCU de MPM daarover informeren zodra de primaire MUX-kaart de afvraging hervat, waardoor de MPM elk kanaal van de CCU onderzoekt om de 45 huidige status vast te stellen.
Een MPM-achtergrondproces wordt gebruikt voor het handhaven en terugwinnen van de systeemconfiguratie. Dit omvat (1) het initialiseren van secundaire MUX-kaarten wanneer de corresponderende T1 -overbrugging actief is, maar de MUX-kaart zich niet in de afvraagconfiguratie bevindt; (2) het initialiseren van de CCU’s indien het aantal CCU’s in de afvraagconfiguratie kleiner is dan door de operateur was 50 gedefinieerd; (3) het terugwinnen van DSO-kanalen die gefaald hebben; en (4) het op de hoogte houden van de concentrator welke lijnengroepen in de configuratie aanwezig zijn. De eerste drie achtergrondtaken worden alleen uitgevoerd indien er een primaire MUX-kaart in het systeem is gedefinieerd, omdat deze betrokken is bij de communicatie met de RRT 111.
Omdat de MPM niet kan communiceren met de CCU’s 123 totdat deze een stationsadres op de 55 BCC-bus hebben vastgesteld, moet de MPM een stationadresinitialisatie uitvoeren. Een dergelijke initialisatie wordt door de MPM uitgevoerd door een van de DSO-kanalen corresponderend met de CCU in een terugkoppellus te plaatsen. Omdat elke VCU, behorend bij een niet geïnitialiseerde CCU continu een 193162 14 uniek patroon uitzendt over de T1-trunk indien ze vrijloopt, zal de VCU het patroon over het voorwaartse kanaal detecteren gedurende de terugkoppeling en de CCU daarover informeren. Nadat het kanaal in de terugkoppellus is gebracht zendt de MPM een STAD INIT-boodschap die het juiste stationsadres bevat naar de primaire MUX-kaart, die dit uitzendt naar alle CCU’s. Alleen de niet geïnitialiseerde CCU’s zullen op deze 5 boodschap reageren. De CCU die het patroon heeft gedetecteerd, neemt dit adres op als zijn eigen adres.
Als de primaire MUX-kaart reageert met een foutboodschap, dan probeert de MPM de initialisatie van die CCU op elk van de beschikbare sloten. Opgemerkt wordt dat het slot, corresponderend met het BCC-kanaal, niet beschikbaar is omdat het DSO-kanaal dat wordt gebruikt voor het BCC-kanaal niet in een terugkoppelconfiguratie kan worden gebracht als het wordt gebruikt voor afstandscommunicatie. In sommige 10 concentrators kan, vanwege een afwijkend ontwerp, een DSO-kanaal niet meer dan een keer achter elkaar in een terugkoppellus worden gebracht zonder eerst een ander kanaal in de terugkoppeling te brengen, en indien nodig zal de MPM derhalve het eerste slot in de initialisatiesequentie overslaan om dit probleem te vermijden.
Als de CCU 123 met succes is geïnitialiseerd dan wordt deze in de afvraagconfiguratie geplaatst en de 15 primaire MUX-kaart krijgt de nieuwe configuratie toegezonden. Een tijdklok wordt ingesteld om te controleren dat een gebeurtenis is ontvangen vanaf deze CCU.
Als een CCU 123 voor de eerste keer wordt afgevraagd door de primaire MUX-kaart, dan reageert ze met een basisbandgebeurtenisboodschap die omvat eventuele fouten, zijn gereed toestand, een frequentie waarop ze is ingesteld. Op dat tijdstip markeert de MPM de CCU als ’’gereed" in het databestand. De 20 frequentie wordt opgeslagen, elk CCU kanaal wordt in de vrijlooptoestand ingesteld, en elk corresponderend DSO-kanaal wordt als beschikbaar ingesteld. Als het databestand aangeeft dat de modem niet op het maximale vermogen is ingesteld dan wordt een boodschap toegezonden aan de CCU om het verzwakkings-niveau van de modem in te stellen.
Op dat tijdstip is de initialisatie van de CCU 123 voltooid, en de CCU is gereed om spraaksignalen en 25 RCC toewijzingen te accepteren.
Als de MPM de concentrator 113 instrueert om een trunk toe te wijzen, dan initieert de concentrator een voorverbindingstest. Als deze test faalt ofwel bij de concentrator 113 dan wel bij de CCU 123, dan wordt de MPM geïnformeerd en het DSO-kanaal wordt als falend in het databestand ingesteld. Op de achtergrond zal de MPM continu proberen om eventueel falende DSO-kanalen te herwinnen.
30 Tijdens het uitvoeren van de DSO-kanaalherwinningsprocedure tast de MPM het databestand af op een falend DSO-kanaal corresponderend met een CCU 123 die zich in de afvraagconfiguratie bevindt en in dat slot vrijlopend is. Als gevolg van de bovengenoemde ontwerpvariatie kan een DSO-kanaal niet meer dan een keer achtereenvolgens in een terugkoppelconfiguratie worden geplaatst zonder dat eerst een ander kanaal in de terugkoppelsituatie wordt gebracht, als derhalve vanwege deze reden het geselecteerde kanaal 35 niet in de terugkoppelsituatie kan worden gebracht dan zoekt de MPM een ander falend DSO-kanaal, indien aanwezig, en voert een terugwinprocedure op het tweede gevonden kanaal uit. Als er geen ander falend kanaal bestaat, dan wordt een willekeurig vrijlopend kanaal geselecteerd en in en uit de terugkoppelsituatie gebracht; en daarna wordt opnieuw geprobeerd het falende DSO-kanaal terug te winnen. Als er geen vrijlopend DSO-kanaal aanwezig is, dan wordt niet geprobeerd het DSO-kanaal terug te winnen, en de MPM 40 wacht tot het achtergrondproces een ander kanaal in de terugkoppelsituatie brengt ofwel via stationsadres-initialisatie dan wel via initialisatie van een secundaire MUX-kaart.
Als een falend DSO-kanaal is geselecteerd dan brengt de MPM het kanaal in de terugkoppelsituatie en zendt vervolgens een boodschap om de corresponderende CCU 123 te informeren dat een DSO-kanaaltest wordt uitgevoerd op een bepaald tijdslot. Als de CCU responsie succesvol is dan wordt het kanaal 45 gemarkeerd als herwonnen in het databestand en wordt de terugkoppelsituatie verlaten. Op geschikte wijze wordt een alarm geactiveerd en gewist.
De MPM probeert een secundaire MUX-kaart te initialiseren wanneer de corresponderende T1-trunk actief is maar de MUX-kaart zich niet in de afvraagconfiguratie bevindt. Een belangrijke factor in deze initialisatie is het verifiëren dat de T1-overbruggingstrunk 128 en de MUX-kaart 119 elkaar niet kruisen. Met 50 andere woorden, het stationsadres van de MUX-kaart moet passen bij het nummer van de T1-trunk.
Om een secundaire MUX-kaart te initialiseren brengt de MPM het eerste DSO-kanaal van de T1-overbruggingstrunk in de terugkoppelsituatie. Omdat ze wacht om te worden geïnitialiseerd zendt de MUX-kaart continu een uniek patroon uit over het terugloopkanaal, en zal het patroon, wanneer dit wordt ontvangen over het voorwaartse kanaal gedurende deze terugkoppelsituatie, detecteren. Omdat de 55 MUX-kaart 119 alleen lees/schrijftoegang heeft op het eerste DSO-kanaal van de overspannende trunk 128, zal dit het enige kanaal zijn dat gebruikt kan worden voor deze Initialisatieprocedure. Als de concentrator de bovengenoemde ontwerp variant bezit, dan kan een DSO-kanaal niet meer dan een keer achtereenvolgend 15 193162 in een terugkoppelsituatie worden gebracht zonder dat eerst een ander kanaal in de terugkoppelsituatie wordt gebracht. Indien noodzakelijk brengt de MPM dan het tweede DSO-kanaal van de T1-overbruggingstrunk in en uit de terugkoppelsituatie voordat de initialisatieprocedure wordt gestart.
Zodra het eerste DSO-kanaal van de T1-overbruggingstrunk zich in de terugkoppelsituatie bevindt zendt 5 de MPM een boodschap die aangeeft dat de initialisatie van de secundaire MUX-kaart wordt uitgevoerd, welke boodschap dan uitgezonden wordt naar alle secundaire MUX-kaarten door de primaire MUX-kaart. De MUX-kaart die het patroon detecteert zendt een boodschap omtrent deze succesvolle responsie naar de MPM en voert automatisch een harde reset uit. Als in andere gevallen de MPM gedurende een vooraf bepaalde tijd wacht op een responsie, of indien een foutboodschap wordt ontvangen, dan blijft de MUX-10 kaart niet-geïnitialiseerd in het databestand. In alle gevallen wordt de terugkoppelsituatie opgeheven.
Als de responsie succesvol was dan wordt het adres van de MUX-kaart in de boodschap vergeleken met het nummer van de T1-overbruggingstrunk. Als ze niet bij elkaar passen dan zijn de overbruggingstrunks gekruist en faalt de initialisatie.
Als het MUX-kaartadres correct is dan wacht de MPM totdat de reset is voltooid en zendt dan een 15 afvraagconfiguratieboodschap naar de primaire MUX-kaart die het nieuwe stationsadres bevat. Een tijdklok wordt ingesteld om te wachten op een gebeurtenis vanaf de MUX-kaart. Als de secundaire MUX-kaart voor de eerste keer wordt afgevraagd zal ze direct een gebeurtenisboodschap gereed stellen voor de RPU, waarmee zijn gereedheidsstatus en eventuele fouten die opgetreden kunnen zijn worden geïndiceerd. Als de gebeurtenisboodschap wordt ontvangen en als deze geen eventuele fouten aangeeft, dan wordt de 20 MUX-kaart als "gereed" in het databestand gemarkeerd. Als de gebeurtenisboodschap niet wordt ontvangen of op fouten wijst, dan blijft de MUX-kaart niet-geïnitialiseerd en wordt een initialisatie later opnieuw geprobeerd.
Zoals in het voorgaande is beschreven is de oproepverwerking in de MPM georganiseerd onder gebruikmaking van toestandsmachines. Ingangskenmerksignalen die de uitvoer van een oproepverwerkings-25 functie activeren, bestaan uit boodschappen van de abonneestations 141, de concentrator 113 en de CCU’s 123, alsmede uit wachttijdperioden. De kenmerksignalen kunnen worden verdeeld in twee categorieën: kanaalkenmerken van de CCU’s en RCC kenmerken van de concentrator en de abonneestations. Wachttijd-kenmerken zijn aanwezig in beide categorieën afhankelijk van het kenmerktype en de RCC kenmerken worden gebruikt voor het indexeren van een van twee toestandsmachines, de kanaaltoestandsmachine 30 resp. de RCC toestandsmachine.
De MPM moet het type van het ontvangen kenmerk vaststellen alsmede de identiteit van het abonnee-station of kanaal dat door het kenmerk wordt beïnvloed. Het kenmerktype wordt gebruikt om vast te stellen of de kanaaltoestandovergangstabel of de RCC toestandovergangstabel moet worden gebruikt. De MPM kijkt dan in de betreffende toestandovergangstabel welke actie moet worden ondernomen gebruikmakend 35 van het kenmerk en de huidige toestand van het abonneestation of het kanaal als ingangsvariabele. De MPM verwerkt het kenmerk door de functie, aangegeven door de tabel, uit te voeren. De verwerking omvat het bijwerken van de benodigde status in het databestand, het genereren van de juiste boodschap-responsies en het overgaan naar de nieuwe RCC- en/of kanaaltoestand.
Het stroomschema van de normale logische oproepverwerking is getoond in figuur 6. De meest 40 gemeenschappelijke RCC en kanaaltoestandcombinaties zijn hierin opgenomen alsmede het ingangs-kenmerk (T) en de resulterende actie (A) nodig om over te gaan van de ene toestand in de volgende.
Aanvankelijk zijn alle abonneestations 141 in de RCC vrijlooptoestand en alle beschikbare kanalen zijn in de kanaalvrijlooptoestand, aangevend dat er geen verbindingen worden opgebouwd of lopend zijn.
De veranderingen van toestanden bij een kenmerkende oproepbeëindiging zijn als volgt. Een inkomende 45 oproepboodschap is ontvangen vanaf de concentrator 113, omvattende een abonnee-index (SIDX) van het bestemmingsabonneestation. De SIDX wordt door de concentrator gebruikt om een abonnee op unieke wijze te identificeren en is een functie van de lijngroep en de lijnschakeling van waaruit de oproep afkomstig is. Dit nummer wordt gebruikt om het abonneestation af te beelden in het databestand. Een pagineer-boodschap wordt uitgezonden naar het abonneestation met deze SIDX en de toestand van het abonnee-50 station 141 wordt ingesteld op pagineren. Wanneer een oproepacceptatieboodschap wordt ontvangen vanaf het abonneestation dan wordt een kanaal voor deze verbinding toegewezen. Het kanaal specificeert op unieke wijze een DSO-kanaal op een T1-overbruggingstrunk 128, alsmede een CCU/slotcombinatie van de RRT 111. De concentrator 113 wordt geïnstrueerd om een bepaalde trunk toe te wijzen aan het abonneestation 141 en initieert vervolgens een voorverbindingstest op het gespecificeerde DSO-kanaal. Het 55 abonneestation 141 wordt ingesteld op de ringslottesttoestand, wachtend op een bevestiging van de concentrator 113. Als de ACK-boodschap wordt ontvangen dan wordt de toestand van het abonneestation 141 ingesteld op actief. Op dat tijdstip zijn de CCU 123 en het abonneestation 141 geïnformeerd omtrent de 193162 16 kanaaltoewijzing, en het kanaal wordt geplaatst in de ringsynchronisatiewachttoestand. Als de CCU 123 aangeeft dat synchronisatie is bereikt, dan wordt de kanaaltoestand ingesteld op synchronisering. Als tenslotte de CCU 123 aangeeft dat het abonneestation 141 de hoorn heeft opgenomen, dan wordt het kanaal ingesteld in de bijbehorende synchronisatietoestand met opgenomen hoorn. De synchronisatie-5 toestand met opgenomen hoorn geeft aan dat een gespreksverbinding tot stand gebracht is.
Een gespreksoproep begint met een gespreksverzoekboodschap die wordt ontvangen vanaf het oorsprongsabonneestation 141. Een kanaal wordt voor deze toestand aangewezen en de MPM instrueert de concentrator 113 om een bepaalde trunk toe te wijzen aan het abonneestation 141. Het abonneestation wordt ingesteld in de slottesttoestand met opgenomen haak terwijl wordt ingesteld in de slottesttoestand met 10 opgenomen haak terwijl ze wacht totdat de concentrator de voorverbindingstest op het geïndiceerde DSO-kanaal heeft uitgevoerd en reageert met een bevestiging. Als de ACK-boodschap is ontvangen dan wordt de toestand van het abonneestation ingesteld op actief. Op dat tijdstip zijn de CCU 123 en het abonneestation 141 geïnformeerd omtrent de kanaaltoewijzing. De kanaaltoestand wordt ingesteld op de synchronisatiewachttoestand met opgenomen haak totdat het kanaal synchronisatie bereikt. Het basisstation 15 CCU informeert de MPM wanneer de transmissie van het oorsprongsabonneestation 141 wordt gedetecteerd. Dit zorgt ervoor dat de MPM de toestand van het kanaal verandert naar de synchronisatietoestand met opgenomen haak, aangevende dat een gespreksverbinding is opgebouwd.
Als de MPM een gespreksoproep opbouwt, ongeacht of het nu gaat om de oproeper of de opgeroepene, moet de concentrator 113 een trunk 128 toewijzen aan de betreffende lijngroep en lijncircuit. Als gevraagd 20 wordt om een trunktoewijzing dan zorgt de concentrator 113 voor het initiëren van een voorverbindingstest. Gezien vanuit het oogpunt van de concentrator houdt een voorverbindingstest in het uitzenden van een 55 H patroon op het gespecificeerde voorwaartse DSO-kanaal, en het controleren van dit 55 H patroon op het terugkeerkanaal. Als het patroon is ontvangen dan beschouwt de concentrator de voorverbindingstest als succesvol. In de CCU 123 zendt elke vrijlopende VCU continu een voorverbindingspatroon uit en tast het 25 inkomende kanaal af op dit patroon. Als een gesprek op deze VCU wordt opgebouwd binnen een bepaald venster nadat het patroon is gedetecteerd, dan wordt de voorverbindingstest als succesvol beschouwd.
Een normale verbreking begint wanneer het abonneestation 141 de haak oplegt (het opleggen van de haak bij een extern telefoontoestel wordt niet gedetecteerd). Dit zorgt ervoor dat het abonneestation een boodschap uitzendt aangevende aan de MPM dat de verbinding kan worden verbroken. De MPM informeert 30 aan de CCU 123 en de concentrator 113 dat de verbinding wordt verbroken en de abonneestation- en kanaaltoestanden worden in de vrijloop gebracht. In het geval dat een CCU fading op het kanaal detecteert zendt de CCU een boodschap aangevende dat de synchronisatie verloren is. Dat zorgt ervoor dat de MPM het abonneestation en de kanaaltoestanden resp. instelt op afbreken en verbroken, totdat een boodschap wordt ontvangen vanaf het abonneestation of een wachttijdteller zijn eindtoestand bereikt aangevende dat 35 de verbinding moet worden verbroken. Zodra deze boodschap is ontvangen worden de kanaal- en abonneestationstoestanden in de vrijloop geplaatst en worden de concentrator 113 en de CCU 123 geïnformeerd dat het gesprek is verbroken.
Een van de radiofrequente kanalen tussen de kanaalmodules 120 en het abonneestation 141 is toegewezen als de RCC in overeenstemming met een vooraf bepaalde toewijzingsroutine.
40 Nadat de eerste gebeurtenis is ontvangen van de CCU’s aangevende dat deze gereed is, wijst de MPM deze CCU toe als de CCU voor de RCC. Nadat een gebeurtenis is ontvangen waarmee deze toewijzing wordt bevestigd is de RCC gerealiseerd en kan de communicatie met de abonneestations 141 beginnen. De MPM zal altijd pogen om de RCC allereerst te positioneren op het kanaal corresponderend met het BCC-kanaal op de T1-overspanningstrunks 128, omdat dit slot van de CCU niet voor spraakverbindingen 45 kan worden gebruikt.
Wanneer mogelijk moet er een RCC worden toegewezen omdat er geen spraakverbindingen kunnen worden opgebouwd zonder deze koppeling met de abonneestations. Een RCC toewijzing wordt geprobeerd als het volgende optreedt: (1) een CCU voltooid de initialisatie en er is geen RCC; (2) de primaire MUX-kaart wordt teruggewonnen en er is geen RCC; (3) de CCU die was toegewezen als de RCC raakt buiten 50 gebruik; (4) de MUX-kaart die de CCU voor de RCC bevat raakt buiten bedrijf; (5) een kanaalresponsie-boodschap wordt ontvangen vanaf de CCU voor de RCC aangevend dat de CCU zich in een spraakmodus in plaats van een besturingsmodus bevindt; (6) de MPM wacht gedurende een zekere periode op een gebeurtenis waarmee de RCC toewijzing wordt bevestigd; (7) de MPM wacht gedurende een zekere periode op een RCC boodschapbevestiging; (8) een CCU voltooid zijn leerfase en er is geen RCC; of (9) de 55 onderhoudsmodus wordt afgebroken terwijl een CCU nog steeds in de configuratie is en er geen RCC is.
De MPM wijst een RCC alleen toe aan een CCU die al reeds geïnitialiseerd is, en de RCC kan alleen worden toegewezen aan het eerste slot van de CCU. De MPM zal altijd proberen de RCC allereerst te 17 193162 realiseren op het kanaal corresponderend met het BCC-kanaal omdat dit slot van de CCU niet kan worden gebruikt voor spraakverbindingen. Als dit slot niet beschikbaar is dan loopt de MPM langs alle CCU's in de configuratie. Als bij geen van de CCU’s het eerste slot beschikbaar is dan wordt de spraakverbinding afgebroken om een RCC-toewijzing mogelijk te maken.
5 Zodra een instructie is uitgezonden om een CCU toe te wijzen als RCC, wordt van die CCU een gebeurtenis verwacht die aangeeft dat de toewijzing succesvol was. Als er geen gebeurtenis wordt ontvangen dan zal de MPM de RCC opnieuw ergens anders toewijzen. Zodra de RCC is gerealiseerd kunnen boodschappen worden uitgezonden en ontvangen vanaf de abonneestations. Er kan alleen een RCC-boodschap optreden in het voorwaartse kanaal, en de MPM zendt de volgende alleen nadat een 10 RCC-bevestigingsboodschap is ontvangen. Als een RCC-bevestigingswachtperiode voorbij gaat dan wordt de RCC opnieuw toegewezen.
De concentrator/RPU interface-eenheid 115 zorgt voor de koppeling tussen de concentrator en een Alcyoncomputer van de RPU 114. De interface-eenheid 115 zorgt voor een aanpassing van de verschillen in spanningsniveaus, snelheid en protocollen die door de verschillende systemen worden verwacht. De 15 concentrator/RPU interface-eenheid 115 zorgt voor de spanningsomvorming, snelheidsomvorming met de vereiste databuffering en protocolinteractie die nodig is om de communicatie tussen de concentrator 113 en de RPU 114 mogelijk te maken.
De figuren 7A en 7B tonen de functies van de concentrator/RPU interface-eenheid 115. In de signaalweg vanaf de concentrator 113 naar de RPU 114 (figuur 7A) bewerkt de concentrator/RPU interface-eenheid 64 20 kbps data via een AMI-naar-TTL omvormingseenheid 183, een serie/parallelomvormer 184, een bytecomparator-duplicaatafwijzingseenheid 185, een 64 x 8 FIFO buffer 186, een UART 187 en een TTL-naar-RS232 omvormingseenheid 188. In de signaalweg vanaf de RPU 114 naar de concentrator 113 (figuur 7B) bewerkt de concentrator/RPU interface-eenheid 115 19,2 kbps data via een RS232-naar-TTL omvormingseenheid 190, een UART 191, een byteherhaler-duplicaatinvoegeenheid 192, een parallel/ 25 serieomvormer 193 en een TTL-naar-AMI omvormingseenheid 194.
De concentrator 113 communiceert met de interface-eenheid 115 via een synchrone 64 kbps bipolair DSO-kanaal 135 in overeenstemming met een protocol dat een herhaling vraagt van het laatste overgedragen bit indien het kanaal vrijloopt. Dit garandeert constante activiteit over het bipolaire kanaal en helpt de communicatie synchroon te houden. Het bipolaire signaal werkt met afwisselende merktekeninversie 30 (AMI-protocol) aangevende dat elk in de datareeks een puls moet uitzenden van polariteit tegengesteld aan die uitgezonden door de voorafgaande. Nullen leiden niet tot activiteit op de lijn en daarom is het signaal opgebouwd uit positieve, negatieve en nulspanningen (een signaal met drie verschillende niveaus).
De Alcyon computer van de RPU 114 communiceert met de interface-eenheid 115 over een asynchrone 19,2 kbps RS232-verbinding. Dit is het standaardformaat dat in computercommunicatie wordt gebruikt en 35 maakt gebruik van een -12 volt vrijlopend kanaal met signaaltreinen van +12 volt bits om de informatiebits over te dragen. Het RS232-formaat vraagt om het invoegen van start- en stopbits om de bytebegrenzingen aan te géven.
Omdat de twee protocollen verschillende communicatiesnelheden vergen moet de data vanaf het bipolaire kanaal met de hogere snelheid, 64 kbps, worden gebufferd naar de RS232-verbinding met de 40 lagere snelheid van 19,2 kbps. De buffer 186 bevat ten minste een gehele boodschap. De bytecomparator-duplicaatverwerpingseenheid 195 detecteert en verwerpt de opnieuw overgedragen bytes. Dit vraagt om een parallellisering van de data door de serie/parallelomvormer 184 om de detectie van duplicaten mogelijk te maken waarna opnieuw een serialisatie nodig is door de UART 187 om deze data over de RS232-verbinding over te dragen.
45 De signalering met afwisselende merktekeninversie (AMI-protocol) moet via een transformator plaats vinden om een geschikte isolatie te bereiken en een afsluiting te verkrijgen van het kanaal ten opzichte van de model 1218 concentrator. Een pulstransformator wordt gebruikt om datasnelheden van 64 kbps te ondersteunen, en het signaal dat op de kaart wordt geproduceerd wordt omgevormd naar TTL-niveaus. Het AMI-signaal is +/- 2 volt onafgesloten en kan worden gebruikt om transistoren in te schakelen als een een 50 wordt overgedragen. Deze seriële data moet naar een parallelvorm worden gebracht gebruikmakend van de bytebegrenzingsinformatie die aanwezig is in het AMI-klokpulssignaal en vervolgens moeten de duplicaat-bytes worden verworpen. De oorspronkelijke bytes moeten worden gebufferd en over de RS232-verbinding worden overgedragen.
Het RS232-protocol wordt met inbegrip van de start- en stopbits eenvoudig geïmplementeerd door 55 gebruikmaking van een tot de industriestandaard behorende universele asynchrone ontvanger/zender (UART) 187. De UART 187 wordt geladen met een uit te zenden byte, voegt daar de start- en stopbits aan toe en vormt de data om tot serievorm. Dit TTL-signaal moet omgevormd worden tot RS232-spanningen, en 193162 18 dan kan het signaal worden uitgezonden naar de computer in de RPU 115.
De data stromen op identieke wijze in de andere richting zoals getoond is in figuur 7B met uitzondering van het feit dat de UART 191 de data van serie-naar-parallelvorm omvormt, en de data niet worden gebufferd van de lage snelheid naar de hoge snelheid, en het laatst uitgezonden byte door de byteherhaler-5 duplicaatinvoegeenheid 192 wordt herhaald indien er geen informatie meer is om uit te zenden.
De onderlinge verbindingen tussen de concentrator 113, de interface-eenheid 115 en de RPU 114 zijn getoond in figuur 8.
De signalen van de concentrator 113 worden afgesloten in een aansluitblok 195 van waaraf de lijnen 135 lopen naar de interface-eenheid 115. De klokpulslijnen 196, die aangesloten zijn tussen de DSO/DP2-kaart 10 van de concentrator en eindigen op twee wire-wrap pennen op het achteraansluitvlak van het rek van de interface-eenheid 114. Deze bevatten bipolaire verstoringen om de bytebegrenzingen aan te geven en moeten ook naar de interface-eenheid 115 worden gebracht om synchronisatie mogelijk te maken.
De Alcyoncomputer van de RPU 114 heeft een aantal verschillende kanalen die communiceren via RS232-verbindingen.
15 Er is een BCC-protocol voor het verschaffen van het communicatieformaat voor het uitzenden van digitale boodschappen tussen de RPU 114, de MUX-kaarten 119 en de CCU’s 123.
BCC-boodschappen hebben een variabele lengte en bevatten altijd adresseerinformatie en een instructiecode. De RPU 114, CCU’s 123 en MUX-kaarten 119 kunnen allemaal boodschappen genereren alsmede boodschappen ontvangen. De boodschappen worden gebruikt voor besturingsdoeleinden, voor het 20 rapporteren van status en voor het behandelen van oproepverwerkingsinformatie.
BCC-boodschapverkeer vindt plaats over verschillende fysische verbindingen waarvoor twee unieke protocollen nodig zijn. Als een boodschapweg bestaat uit meer dan een fysische verbinding, dan wordt de juiste protocolconversie uitgevoerd en wordt de boodschap gerelayeerd naar zijn bestemming.
Het BCC-protocol omvat twee fysische transmissieverbindingen, een BCC-kanaal van een T1-25 overspanningstrunk 128 en de BCC-bus 132.
De BCC-bus 132 is een SDLC-multi-dropleiding. De BCC-bus 132 wordt gebruikt voor communicatie tussen de MUX-kaarten 119 en de CCU’s 123. Een van de MUX-kaarten 119 wordt aangewezen als de primaire MUX-kaart. Alle andere MUX-kaarten en alle CCU’s communiceren met elkaar alleen via de primaire MUX-kaart.
30 Een BCC-boodschapweg kan een van twee hopverbindingen over onderscheiden fysicale verbindingswegen omvatten. Als er twee hops bij betrokken zijn dan wordt de boodschap opnieuw verpakt door het omvormen van de protocollen op de benodigde wijze, waarbij de BCC-boodschap intact wordt gelaten.
De RPU 114 communiceert direct met de primaire MUX-kaart via het BCC-kanaal dat verschaft wordt door een T1-overspanningstrunk 128. Deze boodschapweg omvat slechts een fysische verbinding, en er is 35 geen protocolconversie nodig.
De boodschapweg tussen de RPU 114 en de secundaire MUX-kaarten en de CCU's 123 omvat twee hops, en deze boodschappen worden altijd onderschept door de primaire MUX-kaart. Het is de taak van de primaire MUX-kaart om het protocol op de benodigde wijze te vormen terwijl de BCC-boodschapinhoud ongewijzigd blijft.
40 Het BCC-overspanningsverbindingsprotocol beschrijft het communicatieformaat voor het uitzenden van data tussen de RPU 114 en de primaire MUX-kaart. Zowel byte- als boodschapniveausynchronisatie worden uitgevoerd. De twee typen karakters die over deze verbinding worden overgedragen zijn stuur- en datakarakters. Van alle karakters is het minst significante bit zodanig ingesteld dat voldaan wordt aan de 1 ’en dichtheid en om te verzekeren dat het karakter niet wordt geïnterpreteerd als een verbindingstuur-45 karakter door de model 1218 concentratorschakelaar in de concentrator 113.
Het BCC-bus 132-protocol beschrijft het communicatieformaat voor het uitzenden van data tussen de primaire MUX-kaart en de secundaire MUX-kaarten en de CCU’s 123.
Het gebruikte seriële protocol is het synchrone dataverbindingsbesturingsprotocol (SDLC-protocol). Met een SDLC-protocol bestuurt de primaire MUX-kaart de gehele BCC-bus 132 en geeft instructies af aan de 50 secundaire MUX-kaarten en aan de CCU's. De microbesturingsinrichting 144 van de primaire MUX-kaart bestuurt alle MUX-kaarten 119 op de BCC-bus 132. De SIU van de microbesturingsinrichting 144 is ontworpen om seriële communicatie uit te voeren met weinig of geen CPU betrokkenheid. De SlU-hardware ondersteunt het SDLC-protocol en zorgt voor 0 bit invoeging/verwijdering. Adresherkenning, een controle van de cyclische redundantie (CRC) en controle op de framenummerreeks worden automatisch uitgevoerd. 55 De SIU van de secundaire MUX-kaarten werkt in een automodus, waarin de SIU in hardware een subset uitvoert van het SDLC-protocol, aangeduid als de normale responsiemodus (NRM-modus). De automodus maakt het de SIU mogelijk om bepaalde typen SDLC-frames te herkennen en daarop te reageren zonder 19 193162 tussenkomst van de CPU van de microbesturingsinrichting en verschaft ook een snellere rondlooptijd en een vereenvoudigde software-interface. In de automodus kan de microbesturingsinrichting 144 alleen dienst doen als een NRM secundaire MUX-kaart, hetgeen inhoudt dat de kaart alleen kan zenden wanneer deze daartoe instructies ontvangt vanaf de primaire MUX-kaart. Al deze automodusresponsies sluiten direct aan 5 aan de SDLC-definities van IBM.
In zijn flexibele modus kan de microbesturingsinrichting 144 transmissies initiëren zonder te worden afgevraagd, en kan dus dienst doen als primaire MUX-kaart. De SIU van de primaire MUX-kaart wordt derhalve in de flexibele (niet-auto)modus bedreven. In de flexibele modus wordt het zenden en ontvangen van elk frame door de SIU uitgevoerd onder besturing van de CPU.
10 Zowel in de automodus als in de flexibele modus worden korte frames, afgebroken frames of frames met slechts CRC’s door de SIU genegeerd. Het SDLC-protocol is ontworpen om de noodzakelijke buffering van boodschappen in elke richting tot een boodschap te beperken, waardoor het aantal uitstaande boodschappen (dat wil zeggen nog niet bevestigde boodschappen) in elke transmissierichting tot een wordt begrensd.
De BCC-busboodschap bestaat uit een geformatteerd SDLC-basisframe.
15 Iedere MUX-kaart 119 en CCU 123, met inbegrip van de primaire MUX-kaart, heeft een uniek stations-adres toegewezen gekregen. De primaire MUX-kaart gebruikt de stationsadresbyte om de bestemming van de boodschap te bepalen. Elk van de secundaire MUX-kaarten en CCU’s gebruikt dit byte in een responsie om zichzelf als secundair station, dat aan het zenden is, te identificeren.
Met verwijzing naar figuur 9 wordt het kiezen en toewijzen van een spraakkanaal door een bepaald 20 abonneestation 141 uitgevoerd door de concentrator van RCC-boodschappen (d.w.z. databoodschappen) tussen een in software geïmplementeerde abonneestuurtaakmodule (STC) in een abonneestation 120 en de RPU 114 via de RCC.
Het RCC-protocol bestaat uit twee lagen van een protocol, een dataverbindingslaag 201 en een pakketlaag 202. De dataverbindingslaag 201 is verantwoordelijk voor de woordsynchronisatie en de 25 frame-indeling, detectie en resolutie van botsingen, en foutdetectie. De dataverbindingslaag 201 bestaat uit het unieke woord, het verbindingsveld, en het controlegetalveld. De pakketlaag 202 is verantwoordelijk voor de adressering en verbindingsopbouwinformatie. De pakketlaag 202 bestaat uit de abonnee-identificatie, instructiedata en verbindingsopbouwdata.
De implementatie van het RCC-protocol is gedeeld. De pakketlaag 202 is geïmplementeerd in elke 30 abonneestation SCT-module 200 en in de RPU 114 in het basisstation 204. De dataverbindingslaag 201 is geïmplementeerd door de CCU 123 in de RCC-kanaalmodule in het basisstation 204 en door een in software geïmplementeerde kanaalstuurtaakmodule 205 (CT) in elk abonneestation.
De CCU 123 en CCT’s 205 zijn resp. verbonden met modems 206 en 207 teneinde met elkaar te communiceren.
35 De pakketlaag 202 wordt gebruikt voor verbindingsopbouwgegevens en communiceert informatie die gebruikt wordt voor het opbouwen van spraakverbindingen. Elk pakket bevat een uit een aantal mogelijke codes die de operatie aangeeft die op basis van het pakket moet worden uitgevoerd.
De dataverbindingslaag 201 zorgt voor botsingsresolutie (een conflictsituatie voor hetzelfde tijdslot op hetzelfde hoogfrequente RF-kanaal), tijdshandhaving tussen inkomende en uitgaande frames, en status-40 informatie per operatie voor gebruik door foutherwinningsprocedures op een hoger niveau. De belangrijkste taak van de dataverbindingslaag is verdeeld over twee sublagen, (1) data-inkapseling, hetgeen frame-handhaving en foutdetectie oplevert; en (2) verbindingsbeheer, hetgeen kanaaltoewijzing en botsingsresolutie oplevert.
De CCU 123 en alle CCT’s 205 die luisteren naar de RCC moeten uitputtend controleren op een geldige 45 RCC-boodschap in elk RCC-tijdslot. De CCT voert deze taak uit door af te tasten op het unieke woord in een venster van +4 symbolen rond de nominale locatie van het unieke woord UW, gebaseerd op de meestersysteemtijdbepaling. De CCU luistert naar de RCC-aftastingen op het unieke woord binnen een venster van ± 3 symbolen rond de nominale UW locatie. Het zoekalgoritme verschuift de data totdat ze het UW-patroon vindt, of totdat alle mogelijkheden zijn uitgeput. Zodra het Uw-patroon is gevonden wordt de 50 RCC-boodschap alleen als geldig beschouwd als het RCC-controlegetal correct is. In het basisstation 204 worden de schuifinformatie, de RCC-boodschap en vermogensinformatie toegezonden aan de RPU 114 volgens op een succesvol zoekproces. Het abonneestation 141 gebruikt de verschuivingsinformatie om zijn ontvangstklokpuls uit te lijnen met de meesterklokpuls van het basisstation. Daarop volgende RCC-boodschappen worden dan overgedragen naar de STC 220 ter verwerking.
55 Als een basisstation 141 probeert om uit te zenden op het terugkerende stuurkanaal na een vermogen-inschakelprocedure of na een resetoperatie of na een lange periode waarin alleen is geluisterd, dan moet op snelle en accurate wijze het correcte zendvermogenniveau worden vastgesteld. Afstandsveranderingen 193162 20 en atmosferische effecten kunnen initiële communicatie met het basisstation 204 onmogelijk maken totdat het zendvermogen van het abonneestation is bijgesteld tot binnen een vooraf bepaald versterkingsvenster. De vermogensniveaubepaling moet ook verzekeren dat het abonneestation 141 niet uitzendt met een te groot vermogen omdat zijn uitzendingen dan kunnen interfereren met de uitzendingen van andere 5 abonnees.
Teneinde deze initiële instelling te vergemakkelijken zendt het basisstation CCU 123 een grove meting van het RCC-vermogen in het terugkerende kanaal uit in elke RCC-signaaltrein over het voorwaartse kanaal. Elke signaaltrein over het terugkerende kanaal, die door het basisstation 204 wordt ontvangen, heeft zijn respectievelijk AGC-niveau (automatische versterkingsregelingniveau) gekwantiseerd in een van vier 10 waarden. Het gekwantiseerde niveau wordt uitgezonden in de signaaltrein over het voorwaartse kanaal direct volgend op de kanaalontvangst. Twee bits in het RCC-verbindingsbyte #1 zijn voor dit doel gereserveerd. De vermogensinformatie wordt uitgezonden onafhankelijk van het feit of de signaaltrein op het terugkerend kanaal al dan niet succesvol is gedecodeerd. De vermogensniveauwaarde is eveneens geheel onafhankelijk van de werkelijke inhoud van de RCC-signaaltrein op het voorwaartse kanaal.
15 De vermogensniveauinformatie wordt niet gebruikt indien het abonneestation 141 een geldige RCC-bevestiging ontvangt vanaf het basisstation CCU 123 volgend op een RCC-transmissie via het terugkerende kanaal. Vermogens- en tijdinformatie die later worden teruggekoppeld als deel van het antwoord van de RPU 114, worden gebruikt voor het uitvoeren van de juiste instelling.
Als het abonneestation 141 geen positieve RCC-bevestiging ontvangt vanaf de CCU 123 van het 20 basisstation op de verwachte wijze dan wordt de vermogensterugkoppelwaarde gebruikt om een lokale zendvermogeninstelling uit te voeren.
Een abonneestation 141 detecteert een botsing door de RCC-boodschap in het voorwaartse kanaal te bewaken nadat in een voorafgaand frame op het terugkerende kanaal is uitgezonden. Als het abonneestation bepaalt dat een botsing is opgetreden dan voert het abonneestation het botsingseliminerings-25 algoritme uit. Hetzelfde station CCU 123 bevestigt een uitzending door de ontvangen RCC-boodschap terug te echoën over het voorwaartse kanaal, waarbij de signaaltreintype bits in het RCC-verbindingsbyte #1 worden ingesteld op RCC-bevestiging teneinde de boodschap als een ACK-vlag te gebruiken.
Als een transmissiepoging is beëindigd als gevolg van een botsing, dan wordt de transmissie opnieuw geprobeerd door het abonneestation 141 totdat dit station succesvol is, of totdat vier pogingen (de 30 oorspronkelijke poging plus drie herhalingen) zijn uitgevoerd die allen zijn beëindigd als gevolg van botsingen. Opgemerkt wordt dat alle pogingen om uit te zenden in een bepaald frame worden voltooid voordat eventuele volgende frames worden uitgezonden. De planning van de hernieuwde uitzending wordt bepaald door een bestuurd toevalsproces. Als een abonneestation 141 een botsing detecteert dan vertraagt deze over een integraal aantal slotperioden voordat een hernieuwde transmissie wordt geprobeerd. Als alle 35 vier de pogingen falen dan wordt een fout gerapporteerd.
Een CCITT-cyclische redundantiecontrole (CRC) wordt gebruikt om fouten te detecteren die optreden tijdens de transmissie van de RCC-boodschappen. Het CRC-algoritme brengt de verdeling van een blok van data met zich mee door een vooraf gedefinieerde bitreeks en de transmissie van het restant van deze verdeling als een deel van het datablok. Het polynoom voor het genereren van de zestien-bit CCIT CRC 40 heeft de volgende vorm: p(x) = 1 + x5 + x12 + x16 (1)
De RPU 114 zorgt voor de voltooiing van verbindingen tussen een bepaalde externe communicatie-netwerkpoort en bepaald abonneestation 141 over een tijdslot dat in responsie op de bewaakte toestand in overeenstemming met een vooraf bepaalde toewijzingsroutine is toegewezen. De CCU’s 123 zijn gekoppeld 45 met de MUX-kaarten 119 voor het koppelen van toegewezen tijdsloten aan gegeven abonneestations, waarbij elke CCU 123 een aantal toegewezen tijdsloten koppelt met een corresponderend aantal abonneestations 141.
De vooraf bepaalde toewijzingsroutine omvat het toewijzen van alle tijdsloten behorend bij een gegeven CCU 123 voordat de tijdsloten, behorend bij een andere actieve CCU 123 worden toegewezen, en het 50 vervolgens toewijzen van tijdsloten behorend bij een CCU 123 die gekoppeld is met een andere MUX-kaart 119 dan de MUX-kaart 119 die gekoppeld is met de CCU 123 behorend bij de direct daaraan voorafgaand toegewezen tijdsloten. In overeenstemming met deze vooraf bepaalde toewijzingsroutine omvatten de selectiecriteria het conserveren van vermogen door het aantal vermogensversterkers 121 dat in gebruik is te begrenzen, het spreiden van de communicatietoewijzingen over de verschillende T1-trunks 128, en het 55 vermijden van het eerste tijdslot van de T1 -trunks, omdat het gewenst is het eerste tijdslot van de T1-trunks te reserveren voor gebruik als backup BCC-verbinding indien de primaire BCC-verbinding buiten bedrijf zou raken.
Claims (17)
1. Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonnee-stations en een extern communicatienet werk met een aantal poorten, en voorzien van een centrale doorverbindingsinrichting die via een één of meer trunks omvattende, eerste interface is gekoppeld met een 25 verbindingsprocessor en is gekoppeld met het externe communicatienetwerk, waarbij de doorverbindingsinrichting de poorten van het externe netwerk met één of meer trunks in sequentieel herhaalde tijdsloten verbindt; van een communicatieschakeling die met de verbindingsprocessor is gekoppeld via een tweede interface die de status van de tijdsloten bewaakt en stuursignalen opwekt en doorgeeft aan de centrale doorverbindingsinrichting en aan de communicatieschakeling; van een aantal in de communicatieschakeling 30 aanwezige kanaalmodules, waarbij elke kanaalmodule aan een uiteinde is gekoppeld met de verbindingsprocessor via de tweede interface en aan het andere uiteinde met een radiozend- en ontvanginrichting die een radiofrequente verbinding met één of meer abonneestations onderhoudt, waarbij de kanaalmodules via de tweede interface respectievelijk zijn verbonden met de trunks in voorafbepaalde tijdsloten in responsie op stuursignalen uit de verbindingsprocessor, waarbij de communicatieschakeling en de centrale door-35 verbindingsinrichting een verbinding tussen één van de poorten van het externe en één van de abonneestations opbouwen over een gekozen tijdslot van één van de trunks in responsie op de genoemde bewaakte status volgens een voorafbepaalde toewijzingsroutine, en waarbij de tweede interface een basisstationstuur-kanaal omvat, via welke de stuursignalen vanaf de verbindingsprocessor worden uitgezonden naar de kanaalmodules.
2. Basisstation volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de verbindingsprocessor (14) een op afstand gelegen concentrator omvat voor het verbinden van gekozen kanaalmodules met één of meer trunks in gekozen tijdsloten; en dat de tweede interface een bufferschakeling omvat voor het dirigeren van uitgezonden en ontvangen spraak- en stuursignalen tussen de op afstand gelegen concentrator en de kanaalmodules.
3. Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk met een aantal poorten, en omvattende: communicatieschakeling die is voorzien van één of meer trunks voor het verschaffen van een aantal communicatiekanalen, in elk waarvan meervoudig sequentieel herhalende tijdsloten aanwezig zijn voor het verschaffen van gelijktijdige communicatie tussen een aantal van de poorten en een aantal van de 50 abonneestations over de communicatiekanalen en van een aantal kanaalmodules die enerzijds zijn gekoppeld met de trunks en anderzijds met een radiozend- en ontvanginrichting die een radiofrequente verbinding met één of meer van de abonneestations onderhoudt; een rechtstreeks met de trunks in verbinding staande, centrale doorverbindingsinrichting voor het verbinden van de trunks met de poorten van het externe communicatienetwerk; en een verwijderde verbindingsprocessor die over de door-55 verbindingsinrichting is gekoppeld met de trunks vanaf de communicatieschakeling door een basis-stationstuurkanaal welke één van de tijdsloten bezet, en met de doorverbindingsinrichting voor het bewaken van de status van de tijdsloten en voor het door de communicatieschakeling en de door- 193162 22 verbindingsinrichting doen voltooien van een verbinding tussen een bepaalde poort van het externe communicatienetwerk en een bepaald abonneestation via een tijdslot dat is toegewezen in responsie op de genoemde bewaakte status in overeenstemming met een voorafbepaalde toewijzingsroutine.
4. Basisstation volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de tweede interface één of meer trunks 5 omvat.
5. Basisstation volgens conclusie 1 t/m 4, met het kenmerk, dat de communicatieschakeling één of meer multiplexers omvat voor het respectievelijk verbinden van de kanaalmodules met één of meer trunks in voorafbepaalde tijdsloten.
6. Basisstation volgens conclusies 1 t/m 5, met het kenmerk, dat elke kanaalmodule omvat een 10 communicatiesignaalprocessor die aan een einde met de tweede interface is gekoppeld voor een verbinding met een gekozen trunk; een kanaalstuureenheid die aan een einde met de communicatiesignaalprocessor is gekoppeld; en een modem die aan een einde met de kanaalstuureenheid en aan dat andere einde met de radiozendontvanginrichting is gekoppeld voor een radiofrequente verbinding met één of meer abonnee-stations; waarbij de communicatiesignaalprocessor door middel van de kanaalstuureenheid is verbonden 15 met de modem voor communicatie met gekozen abonneestations in responsie op stuursignalen uit de verbindingsprocessor (14).
7. Basisstation volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de centrale doorverbindingsinrichting reageert op een commando uit de verbindingsprocessor, waardoor een signaal door de centrale doorverbindingsinrichting wordt ontvangen uit een van de communicatiesignaalprocessors over een bepaalde tijdslot dat moet 20 worden teruggelust naar de communicatiesignaalprocessor, die met dat tijdslot is verbonden, waarbij de kanaalstuureenheid die met de communicatiesignaalprocessor is gekoppeld, de mogelijkheid heeft om commando’s uit de verbindingsprocessor te ontvangen voor de toewijzing van de communicatiesignaalprocessor om met een gekozen abonneestation te communiceren.
8. Basisstation volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de verbindingsprocessor middelen omvat voor 25 het toewijzen van een bepaald tijdslot aan een bepaald abonneestation, welke toewijzingsmiddelen omvatten middelen voor het besturen van de centrale doorverbindingsinrichting om signalen terug te lussen, die worden ontvangen uit de communicatiesignaalprocessor die verbonden is met het bepaalde tijdslot; middelen voor het uitzenden van een adresinitialiseringssignaal naar alle kanaalstuureenheden om een aan het bepaalde abonneestation toegevoegde adres op te slaan in de kanaalstuureenheid, die wordt vrijgege-30 ven in responsie op het door de daarmee verbonden communicatiesignaalprocessor ontvangen van het genoemde teruggeluste voorafbepaalde signaal; en middelen voor het besturen van de kanaalstuureenheid waarin het adres is opgeslagen, om de communicatiesignaalprocessor toe te wijzen aan het bepaalde abonneestation.
9. Basisstation volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat elke kanaalstuureenheid middelen omvat voor 35 het reageren op de opslag van het adres door het uitzenden van een bevestiging naar de verbindingsprocessor en dat de verbindingsprocessor voorts middelen omvat voor het besturen van de centrale doorverbindingsinrichting om signalen terug te lussen die worden ontvangen uit de communicatiesignaalprocessor die met een afwijkend tijdslot is verbonden, wanneer geen bevestiging wordt ontvangen uit de kanaalstuureenheid, die is verbonden met de communicatiesignaalprocessor, die met het eerstgenoemde 40 tijdslot is verbonden.
10. Basisstation volgens conclusie 1 of 3, met het kenmerk, dat een van de kanaalmodules stuursignalen overdraagt tussen het basisstationstuurkanaal en de abonneestations over een radiostuurkanaal toegewezen aan een bepaald tijdslot van een bepaald frequentiekanaal door de verbindingsprocessor in responsie op de genoemde bewaakte status volgens een vooraf bepaalde toewijzingsroutine.
11. Basisstation volgens conclusie 1 of 3, waarbij de centrale doorverbindingsinrichting een concentrator omvat.
12. Basisstation volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een of meer trunkverbindingen worden uitgevoerd door de eerste interface over een radiofrequente verbinding.
13. Basisstation volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat een of meer trunkverbindingen worden 50 uitgevoerd door de tweede interface over een radiofrequente verbinding.
14. Basisstation volgens conclusie 1, voorts gekenmerkt door een afzonderlijk niet-variërend stuurkanaal voor het uitzenden van slechts stuursignalen geïnitieerd door de abonneestations.
15. Basisstation volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat een aantal stuurinrichtingen respectievelijk is gekoppeld met elke multiplexer en dat een lokale bus de stuurinrichtingen en de kanaalmodules koppelt, 55 waarbij volgens de genoemde bewaakte status de verbindingsprocessor een tijdslot van een bepaalde trunk kiest om het basisstationstuurkanaal te vormen en waardoor de stuurinrichting die met de met de bepaalde trunk verbonden multiplexer is gekoppeld, functioneert als een primaire stuurinrichting voor het koppelen van 23 193162 het basisstationstuurkanaal over de lokale bus met de andere stuurinrichtingen en met de kanaalmodules voor het vrijgeven van de verbindingsprocessor om de status van de andere tijdsleuven te bewaken en de andere tijdsloten toe te wijzen.
16. Basisstation volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat elke kanaalmodule een aantal toegewezen 5 tijdsloten verbindt met een corresponderend aantal abonneestations, en dat de toewijzingsroutine bestaat uit het toewijzen van alle tijdsloten die bij een bepaalde kanaalmodule behoren, voorafgaand aan het toewijzen van de bij een andere kanaalmodule behorende tijdsloten en daarna de tijdsloten toewijst, die behoren bij een kanaalmodule die is gekoppeld met een andere multiplexer dan de multiplexer die met de kanaalmodule is gekoppeld, die bij de onmiddellijk voorafgaand toegewezen tijdsloten behoort.
17. Basisstation volgens conclusie 1 of 3, met het kenmerk, dat middelen aanwezig zijn voor het verminderen van jitter en om de slip in de ontvangen signalen te besturen, welke middelen een framebuffer omvatten, die een aantal frames kan bevatten; en dat een gekozen adres binnen elk frame correspondeert met een gekozen kanaaltoewijzing, welke frames een initiële voorafbepaalde afstand hebben. Hierbij 7 bladen tekening
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9800006A NL194571C (nl) | 1987-08-14 | 1998-05-26 | Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US7127987 | 1987-08-14 | ||
| US07/071,279 US4777633A (en) | 1987-08-14 | 1987-08-14 | Base station for wireless digital telephone system |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8800636A NL8800636A (nl) | 1989-03-01 |
| NL193162B NL193162B (nl) | 1998-08-03 |
| NL193162C true NL193162C (nl) | 1998-12-04 |
Family
ID=22100350
Family Applications (2)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8800636A NL193162C (nl) | 1987-08-14 | 1988-03-15 | Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk. |
| NL9800006A NL194571C (nl) | 1987-08-14 | 1998-05-26 | Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk. |
Family Applications After (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9800006A NL194571C (nl) | 1987-08-14 | 1998-05-26 | Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk. |
Country Status (23)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4777633A (nl) |
| JP (1) | JP2979319B2 (nl) |
| KR (1) | KR910010007B1 (nl) |
| CN (1) | CN1011561B (nl) |
| AU (1) | AU585748B2 (nl) |
| BE (1) | BE1002284A4 (nl) |
| BR (1) | BR8801530A (nl) |
| DE (2) | DE3845018B4 (nl) |
| DK (1) | DK172084B1 (nl) |
| ES (1) | ES2007170A6 (nl) |
| FI (1) | FI98430C (nl) |
| FR (1) | FR2619477B1 (nl) |
| GB (2) | GB8805618D0 (nl) |
| HK (1) | HK83494A (nl) |
| IL (1) | IL85678A (nl) |
| IT (1) | IT1219926B (nl) |
| MX (1) | MX171366B (nl) |
| NL (2) | NL193162C (nl) |
| NO (1) | NO175559C (nl) |
| PT (1) | PT87283B (nl) |
| RU (1) | RU2003229C1 (nl) |
| SE (3) | SE468617B (nl) |
| UA (1) | UA27687C2 (nl) |
Families Citing this family (57)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4675863A (en) | 1985-03-20 | 1987-06-23 | International Mobile Machines Corp. | Subscriber RF telephone system for providing multiple speech and/or data signals simultaneously over either a single or a plurality of RF channels |
| US4825448A (en) * | 1986-08-07 | 1989-04-25 | International Mobile Machines Corporation | Subscriber unit for wireless digital telephone system |
| FR2645690B1 (fr) * | 1987-07-08 | 1997-12-19 | Int Mobile Machines | Dispositif d'initialisation d'une voie de communication entre un poste d'abonne et une station de base dans un systeme de communication |
| BE1004074A3 (fr) * | 1987-07-08 | 1992-09-22 | Internat Mobile Machines Corp | Dispositif d'initialisation d'une voie de communication entre un poste d'abonne et une station de base dans un systeme de communication. |
| US4811420A (en) * | 1987-07-08 | 1989-03-07 | International Mobile Machines Corporation | Initialization of communication channel between a subsciber station and a base station in a subscriber communication system |
| US4785450B1 (en) * | 1987-08-06 | 1999-10-12 | Interdigital Tech Corp | Apparatus and method for obtaining frequency agility in digital communication system |
| DE3845015B4 (de) * | 1988-11-07 | 2006-08-31 | Interdigital Technology Corporation, Wilmington | Digitales Funkfernsprechsystem |
| RU2237366C2 (ru) * | 1988-11-11 | 2004-09-27 | ИнтерДигитал Текнолоджи Корпорейшн | Коммуникационная система и метод присвоения временных интервалов и частотных каналов |
| US4953197A (en) * | 1988-12-08 | 1990-08-28 | International Mobile Machines Corporation | Combination spatial diversity system |
| US5150361A (en) * | 1989-01-23 | 1992-09-22 | Motorola, Inc. | Energy saving protocol for a TDM radio |
| US5008900A (en) * | 1989-08-14 | 1991-04-16 | International Mobile Machines Corporation | Subscriber unit for wireless digital subscriber communication system |
| US5146473A (en) | 1989-08-14 | 1992-09-08 | International Mobile Machines Corporation | Subscriber unit for wireless digital subscriber communication system |
| US6389010B1 (en) | 1995-10-05 | 2002-05-14 | Intermec Ip Corp. | Hierarchical data collection network supporting packetized voice communications among wireless terminals and telephones |
| GB2241850B (en) * | 1990-03-08 | 1994-05-25 | Marconi Co Ltd | Signal transmission system |
| US5212806A (en) * | 1990-10-29 | 1993-05-18 | International Business Machines Corporation | Distributed control methods for management of migrating data stations in a wireless communications network |
| US5239673A (en) * | 1990-10-29 | 1993-08-24 | International Business Machines Corporation | Scheduling methods for efficient frequency reuse in a multi-cell wireless network served by a wired local area network |
| JP2500963B2 (ja) | 1990-10-29 | 1996-05-29 | インターナショナル・ビジネス・マシーンズ・コーポレイション | 双方向情報通信方法 |
| US5274841A (en) * | 1990-10-29 | 1993-12-28 | International Business Machines Corporation | Methods for polling mobile users in a multiple cell wireless network |
| EP0495575B1 (en) * | 1991-01-18 | 1997-08-06 | National Semiconductor Corporation | Repeater interface controller |
| SE467856B (sv) * | 1991-01-31 | 1992-09-21 | Ericsson Telefon Ab L M | Transcoder foer ett mobilradiosystem |
| USRE38627E1 (en) | 1991-05-15 | 2004-10-19 | Interdigital Technology Corp. | High capacity spread spectrum channel |
| US5127002A (en) * | 1991-07-17 | 1992-06-30 | Motorola, Inc. | Time slot assigner for use in a serial communication system |
| US5367524A (en) * | 1991-08-05 | 1994-11-22 | Motorola, Inc. | Method for sequential data transmission |
| CA2099738C (en) * | 1992-09-25 | 1999-01-12 | William Keith Cline | Architecture for a wireless telecommunication system |
| US5404355A (en) * | 1992-10-05 | 1995-04-04 | Ericsson Ge Mobile Communications, Inc. | Method for transmitting broadcast information in a digital control channel |
| WO1994024773A1 (en) * | 1993-04-16 | 1994-10-27 | Trans Video Electronics Inc. | Global video communications systems |
| US6175717B1 (en) * | 1993-04-16 | 2001-01-16 | Trans Video Electronics, Inc. | Global mobile video communications system |
| US5546383A (en) | 1993-09-30 | 1996-08-13 | Cooley; David M. | Modularly clustered radiotelephone system |
| US6243399B1 (en) | 1994-07-21 | 2001-06-05 | Interdigital Technology Corporation | Ring signal generator |
| US6775531B1 (en) * | 1994-07-21 | 2004-08-10 | Interdigital Technology Corporation | Subscriber terminal temperature regulation |
| ATE253785T1 (de) * | 1994-07-21 | 2003-11-15 | Interdigital Tech Corp | Rufsignalgenerator |
| ES2103673B1 (es) * | 1994-12-30 | 1998-05-01 | Alcatel Citesa | Interfaz pcm multilinea para procesado de señal. |
| US5845211A (en) * | 1995-01-13 | 1998-12-01 | Bell South Corporation | Wireless digital network |
| US5778003A (en) * | 1995-03-30 | 1998-07-07 | Newbridge Networks Corporation | Loop-back detection using out-of-band signalling |
| US5734979A (en) * | 1995-05-04 | 1998-03-31 | Interwave Communications International, Ltd. | Cellular base station with intelligent call routing |
| US5781582A (en) * | 1995-05-04 | 1998-07-14 | Interwave Communications International Ltd. | Frequency agile transceiver with multiple frequency synthesizers per transceiver |
| US5682403A (en) * | 1995-05-04 | 1997-10-28 | Wavelink Communications | Spread spectrum communication network signal processor |
| JPH09102977A (ja) * | 1995-10-03 | 1997-04-15 | Mitsubishi Electric Corp | 基地局システム |
| US7590083B2 (en) | 1995-12-07 | 2009-09-15 | Transcore Link Logistics Corp. | Wireless packet data distributed communications system |
| US6125139A (en) * | 1995-12-29 | 2000-09-26 | Advanced Micro Devices, Inc. | Narrowband digital cordless telephone |
| US5771468A (en) * | 1996-01-17 | 1998-06-23 | Telefonaktiebolaget L M Ericsson | Multi-purpose base station |
| JP2842363B2 (ja) * | 1996-03-13 | 1999-01-06 | 日本電気株式会社 | エコーキャンセラ装置 |
| KR970068230A (ko) * | 1996-03-27 | 1997-10-13 | 김광호 | 페이징시스템에서 페이징호 동시송출방법 |
| WO1998013941A1 (en) * | 1996-09-25 | 1998-04-02 | Qualcomm Incorporated | Method and apparatus for detecting bad data packets received by a mobile telephone using decoded speech parameters |
| US7788092B2 (en) * | 1996-09-25 | 2010-08-31 | Qualcomm Incorporated | Method and apparatus for detecting bad data packets received by a mobile telephone using decoded speech parameters |
| US6563802B2 (en) * | 1998-06-22 | 2003-05-13 | Intel Corporation | Echo cancellation with dynamic latency adjustment |
| US6415150B1 (en) * | 1998-09-11 | 2002-07-02 | Ameritech Corporation | System and method for providing telecommunications service using a wireless link |
| US6278742B1 (en) * | 1999-11-19 | 2001-08-21 | Siemens Information And Communication Mobile Llc. | Method and system for power-conserving interference avoidance in communication between a mobile unit and a base unit in a wireless telecommunication system |
| EP1117191A1 (en) * | 2000-01-13 | 2001-07-18 | Telefonaktiebolaget Lm Ericsson | Echo cancelling method |
| US20020101888A1 (en) * | 2001-02-01 | 2002-08-01 | Keck Steven W. | Method and system for controlling the flow of data in a base transceiver station |
| WO2005086520A1 (ja) * | 2004-03-09 | 2005-09-15 | Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. | ランダムアクセス方法及び無線通信端末装置 |
| GB0614543D0 (en) * | 2006-07-21 | 2006-08-30 | Vodafone Plc | RF Distribution |
| US7673084B2 (en) * | 2007-02-20 | 2010-03-02 | Infineon Technologies Ag | Bus system and methods of operation using a combined data and synchronization line to communicate between bus master and slaves |
| US8340055B1 (en) * | 2010-07-16 | 2012-12-25 | Sprint Spectrum L.P. | Prioritization of final page attempt to mobile station |
| EP2565653B1 (en) * | 2011-09-05 | 2019-05-08 | Fluke Corporation | Watchdog for voltage detector with display triggering visual warning |
| CN103902362B (zh) * | 2014-04-29 | 2018-05-18 | 浪潮电子信息产业股份有限公司 | 一种对gtc软件shift模块串行代码并行化的方法 |
| US9854467B2 (en) * | 2014-11-13 | 2017-12-26 | Echostar Technologies Llc | Methods and systems for device wireless module diagnostics |
Family Cites Families (14)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4121158A (en) * | 1975-10-24 | 1978-10-17 | Siemens Aktiengesellschaft | Radio system |
| DE2659635B2 (de) * | 1976-12-30 | 1979-06-13 | Siemens Ag, 1000 Berlin Und 8000 Muenchen | Verfahren zur digitalen Informationsübertragung fiber Funk |
| US4215244A (en) * | 1978-12-18 | 1980-07-29 | The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Army | Self-adaptive mobile subscriber access system employing time division multiple accessing |
| JPS6027218B2 (ja) * | 1980-10-31 | 1985-06-27 | 日本電気株式会社 | 無線電話装置の制御チヤンネル障害検出方式 |
| JPS5881349A (ja) * | 1981-11-10 | 1983-05-16 | Nec Corp | 過疎地用無線電話交換方式 |
| US4562572A (en) * | 1983-01-11 | 1985-12-31 | International Telephone And Telegraph Corporation | Cellular mobile radio service telephone system |
| JPS60250736A (ja) * | 1984-05-28 | 1985-12-11 | Fujitsu Ltd | 多方向時分割無線通信方式 |
| US4608711A (en) * | 1984-06-21 | 1986-08-26 | Itt Corporation | Cellular mobile radio hand-off utilizing voice channel |
| DE3443974A1 (de) * | 1984-12-01 | 1986-06-05 | Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart | Verfahren zum uebertragen von digitalen informationen in einem funktelefonnetz |
| US4675863A (en) * | 1985-03-20 | 1987-06-23 | International Mobile Machines Corp. | Subscriber RF telephone system for providing multiple speech and/or data signals simultaneously over either a single or a plurality of RF channels |
| DE3527330A1 (de) * | 1985-07-31 | 1987-02-05 | Philips Patentverwaltung | Digitales funkuebertragungssystem mit verbindungsbegleitenden organisationskanal im zeitmultiplexrahmen |
| EP0219559B1 (de) * | 1985-10-17 | 1990-09-05 | ANT Nachrichtentechnik GmbH | Mobilfunksystem für die Übertragung sowohl digitaler als auch analoger Signale |
| US4825448A (en) * | 1986-08-07 | 1989-04-25 | International Mobile Machines Corporation | Subscriber unit for wireless digital telephone system |
| US4785450B1 (en) * | 1987-08-06 | 1999-10-12 | Interdigital Tech Corp | Apparatus and method for obtaining frequency agility in digital communication system |
-
1987
- 1987-08-14 US US07/071,279 patent/US4777633A/en not_active Expired - Lifetime
-
1988
- 1988-03-09 GB GB888805618A patent/GB8805618D0/en active Pending
- 1988-03-09 SE SE8800824A patent/SE468617B/sv unknown
- 1988-03-10 DK DK130088A patent/DK172084B1/da not_active IP Right Cessation
- 1988-03-15 NL NL8800636A patent/NL193162C/nl not_active IP Right Cessation
- 1988-03-16 GB GB8806221A patent/GB2208774C/en not_active Expired - Lifetime
- 1988-03-22 IL IL85678A patent/IL85678A/xx not_active IP Right Cessation
- 1988-03-29 ES ES8800957A patent/ES2007170A6/es not_active Expired
- 1988-03-30 BE BE8800372A patent/BE1002284A4/fr not_active IP Right Cessation
- 1988-03-30 BR BR8801530A patent/BR8801530A/pt not_active IP Right Cessation
- 1988-03-31 FR FR8804299A patent/FR2619477B1/fr not_active Expired - Lifetime
- 1988-03-31 AU AU14127/88A patent/AU585748B2/en not_active Expired
- 1988-04-06 NO NO881468A patent/NO175559C/no not_active IP Right Cessation
- 1988-04-07 JP JP63084207A patent/JP2979319B2/ja not_active Expired - Lifetime
- 1988-04-12 MX MX1108788A patent/MX171366B/es unknown
- 1988-04-15 DE DE3845018A patent/DE3845018B4/de not_active Expired - Lifetime
- 1988-04-15 DE DE3812611A patent/DE3812611C2/de not_active Revoked
- 1988-04-18 CN CN88102129A patent/CN1011561B/zh not_active Expired
- 1988-04-19 IT IT47867/88A patent/IT1219926B/it active
- 1988-04-20 PT PT87283A patent/PT87283B/pt not_active IP Right Cessation
- 1988-05-12 KR KR1019880005585A patent/KR910010007B1/ko not_active Expired
- 1988-05-12 FI FI882229A patent/FI98430C/fi not_active IP Right Cessation
- 1988-08-12 UA UA4356237A patent/UA27687C2/uk unknown
- 1988-08-12 RU SU884356237A patent/RU2003229C1/ru not_active IP Right Cessation
-
1994
- 1994-08-18 HK HK83494A patent/HK83494A/xx not_active IP Right Cessation
-
1998
- 1998-05-26 NL NL9800006A patent/NL194571C/nl not_active IP Right Cessation
- 1998-06-23 SE SE9802261A patent/SE523859C2/sv not_active IP Right Cessation
-
2004
- 2004-03-10 SE SE0400592A patent/SE526116C2/sv not_active IP Right Cessation
Also Published As
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL193162C (nl) | Basisstation in een abonneecommunicatienetwerk voor communicatie van signalen tussen abonneestations en een extern communicatienetwerk. | |
| US3732374A (en) | Communication system and method | |
| EP0100662B1 (en) | Digital communication system | |
| EP0051794B1 (en) | Distributed-structure message switching system on random-access channel for message dialogue among processing units | |
| US4750171A (en) | Data switching system and method | |
| US5440555A (en) | Access system | |
| EP0096419B1 (en) | Distributed variable-band switching system for speech and data | |
| CA2102439C (en) | Structure and method for combining pcm and common control data on a backplane bus | |
| EP0173947B1 (en) | Wideband integrated services local communication system | |
| JPH04233354A (ja) | リング通信システム及びリング伝送媒体へのアクセスを制御する方法 | |
| US4769839A (en) | Method and device for the transfer of data in a data loop | |
| JPS6338130B2 (nl) | ||
| JPH0133060B2 (nl) | ||
| JPH0126211B2 (nl) | ||
| US4672606A (en) | Method, station and system for the transmission of messages in the form of data packets | |
| JPH05336141A (ja) | ループネットワーク | |
| CA1339158C (en) | Base station for wireless digital telephone system | |
| EP0269423A2 (en) | Local area network exchange | |
| JP2521923B2 (ja) | 蓄積型星状通信網 | |
| JPS61206343A (ja) | ワ−ド同期式時分割多重スロツトアクセス方式 | |
| JPH10173584A (ja) | 衛星回線アクセス方式 | |
| JP4360224B2 (ja) | 通信ネットワーク及び通信制御装置 | |
| JPH11164337A (ja) | 交換機内の制御データ転送方式 | |
| JPS60102044A (ja) | マルチプレクサ | |
| JPS63193635A (ja) | ル−プ伝送システム |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| DNT | Communications of changes of names of applicants whose applications have been laid open to public inspection |
Free format text: INTERDIGITAL COMMUNICATIONS CORPORATION |
|
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: INTERDIGITAL TECHNOLOGY CORPORATION |
|
| BK | Erratum |
Free format text: PAT. BUL. 08/98, HEADING K, SECTIONS 1, 2 AND 3, PAGES 1033 AND 1036: THE MAIN CLASSIFICATION ACCORDING TO THE INT. CL. SHOULD READ: H04Q 7/24. A NEW FRONT PAGE OF THE PAMPHLET OF THE ABOVE MENTIONED EXAMINED APPLICATION HAS BEEN ISSUED. |
|
| BK | Erratum |
Free format text: PAT. BUL. 02/99, HEADING P, SECTION 1, 2 AND 3, PAGES 162 AND 165; THE INT. CL. H04Q 7/04 SHOULD BE MODIFIED INTO: H04Q 7/24 |
|
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20080315 |