NL2000550C2 - Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. - Google Patents
Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000550C2 NL2000550C2 NL2000550A NL2000550A NL2000550C2 NL 2000550 C2 NL2000550 C2 NL 2000550C2 NL 2000550 A NL2000550 A NL 2000550A NL 2000550 A NL2000550 A NL 2000550A NL 2000550 C2 NL2000550 C2 NL 2000550C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- floor
- floor elements
- elements
- lower leg
- leg
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/48—Special adaptations of floors for incorporating ducts, e.g. for heating or ventilating
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/17—Floor structures partly formed in situ
- E04B5/18—Floor structures partly formed in situ with stiffening ribs or other beam-like formations wholly cast between filling members
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/17—Floor structures partly formed in situ
- E04B5/23—Floor structures partly formed in situ with stiffening ribs or other beam-like formations wholly or partly prefabricated
- E04B5/26—Floor structures partly formed in situ with stiffening ribs or other beam-like formations wholly or partly prefabricated with filling members between the beams
- E04B5/266—Filling members covering the undersurface of the beams
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E04—BUILDING
- E04B—GENERAL BUILDING CONSTRUCTIONS; WALLS, e.g. PARTITIONS; ROOFS; FLOORS; CEILINGS; INSULATION OR OTHER PROTECTION OF BUILDINGS
- E04B5/00—Floors; Floor construction with regard to insulation; Connections specially adapted therefor
- E04B5/16—Load-carrying floor structures wholly or partly cast or similarly formed in situ
- E04B5/32—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements
- E04B5/36—Floor structures wholly cast in situ with or without form units or reinforcements with form units as part of the floor
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Floor Finish (AREA)
- Building Environments (AREA)
Description
STELSEL VAN VLOERELEMENTEN ALSMEDE EEN WERKWIJZE VOOR HET VERVAARDIGEN VAN DE VLOERELEMENTEN EN EEN WERKWIJZE VOOR HET VERVAARDIGEN VAN EEN VLOERCONSTRUCTIE MET BEHULP VAN DE
VLOERELEMENTEN
5
De uitvinding heeft betrekking op een stelsel van vloerelementen, welke vloere Ie menten thermisch isolerend materiaal omvatten en bestemd zijn om te worden geplaatst op een in hoofdzaak vaste ondergrond als beschaling voor een daarop aan te brengen ribbenvloer.
10 Algemeen bekend zijn betonvloeren bestaande uit betonplaten welke aan de onderzijde zijn voorzien van betonribben en naarde onderzijden voorzien van thermisch isolatiemateriaal van allerlei vormen en profielen. Dergelijke vloeren worden in onderdelen fabrieksmatig vervaardigd en in het bouwwerk als vrijdragende vloer opgesteld van steunpunt tot steunpunt, ook boven zogenaamde kruipruimten of 15 leidingenruimten van geringe hoogten, waarna zij worden aangevuld met een hoeveelheid beton, afhankelijk van het vloertype. Dergelijke vloersystemen zijn bijvoorbeeld bekend uit de Nederlandse octrooiaanvragen 7904326 - 7907756 - 8002014 en 8006287, alsook uit het Europese octrooi 0558826.
Omdat deze vloeren en ook andere typen grootschaliger vloerdelen niet bedoeld 20 zijn als rustend op vaste grond, doch als vrijdragende vloeren voor het overspannen van kruipruimten, vertonen zij in dwarsdoorsnede gezien betonribben van forse hoogten, hetgeen leidt tot geprofileerde ondervlakken van het isolatiemateriaal.
Het formeren van kruip- of leidingenruimten onder de begane grondvloeren in bouwwerken wordt de laatste jaren zowel door overheden, waaronder Waterschappen, 25 als door wetenschappers zoals T.N.O. R.I.V.M. afgewezen, zowel uit waterhuishoudings-als gezondheidsmotieven. Waterschappen moeten omwille van kruipruimten het grondwaterpeil onnodig laag houden in bebouwde gebieden, terwijl men nu juist tot het inzicht is gekomen dat hemelwater in de bodem moet infiltreren, enerzijds om overtollig water zoveel mogelijk te bergen en anderzijds om uitdroging tegen te gaan.
30 Gezondheidsaspecten vormen een tweede belangrijke reden om van kruipruimten of te zien. Enige jaren geleden wees een landelijk onderzoek van T.N.O. uit, dat in Nederland kruipruimten doorgaans zo vochtig zijn dat door allerlei onvolkomenheden in de begane grondvloeren, zoals slecht afsluitende luiken, sparingen voor leidingen door de vloeren, naden en dergelijke per etmaal gemiddeld een liter vocht 35 in dampvorm per woning de woonruimten binnendringt met alle gevolgen van dien zoals huismijt, Cara-problemen enz. Ten overvloede is door wetenschappers gewezen op de 2 kruipruimten waar het schadelijke Radon vanuit de bodem zich concentreert om samen met vochtige dampen verblijfsruimten binnen te dringen. De door de overheid aangekondigde verscherpte Norm voor Radontoelaatbaarheid in gebouwen onderschrijft deze inzichten.
5 Het bouwen zonder kruipruimten, waarbij leidingen in mantelbuizen worden gelegd zodat de begane grondvloeren geheel gesloten kunnen zijn, neemt dan ook steeds toe. Vooral in de omvangrijke nieuwe woongebieden, in Nederland de zogenaamde VINEX-locaties is dit waar te nemen.
Reeds lang bekend is het maken van een betonplaat op vaste ondergrond. De 10 vereiste thermische isolatie kan zowel onder de betonplaat als op de betonplaat worden aangebracht. Er blijven echter een aantal bezwaren tegen een dergelijke eenvoudige constructie. Vooreerst wat betreft vocht en Radonstraling. Omdat een goede ventilatie ontbreekt, kunnen vocht en Radon slechts een kant uit, te weten doordringen in en door de vloerconstructie. Een tweede belangrijk bezwaar is van constructief economische 15 aard. Bij een betonvloer op vaste grond moet rekening gehouden worden met kleinere of grotere inklinkingen en verzakkingen, ook al is tevoren de grond of het zand verdicht. Dit vereist een redelijke dikte van de betonplaat, omdat dubbele wapeningsnetten zowel positieve als negatieve druk- en trekspanningen moeten opvangen. De economische voordelen van ribbenvloeren, zoals minder beton- en staalverbruik ontbreken hier.
20 Het doel van de onderhavige uitvinding is om een stelsel van vloerelementen te verschaffen van de in de aanhef genoemde soort dat deze nadelen opheft.
Bij het stelsel volgens de uitvinding is daartoe elk vloerelement voorzien van een onderbeen voor afsteuning op de ondergrond en van een bovenbeen voor afsteuning op een onderbeen van een aangrenzend te leggen vloerelement, waarin het bovenbeen aan 25 de onderzijde ervan en het onderbeen aan de bovenzijde ervan is voorzien van samenwerkende profileringen, een en ander zodanig dat er tussen aangrenzend geplaatste vloerelementen zowel een vrije ruimte overblijft ten behoeve van ventilatie als een vrije ruimte voor een rib.
De onderste vrije ruimtes tussen aangrenzende vloerelementen vormen 30 hoofdventilatiekanalen voor de afvoer van vochtdampen aangetast en vermengd met het schadelijke Radon naar en via de buitenzijden van de vloerconstructie. De samenwerkende profileringen garanderen een vaste ligging en sluiten ongewenst verlies van cementwater uit daarop te storten stortmateriaal, zoals beton, zoveel mogelijk uit. De samenwerkende profileringen maken het tevens mogelijk om de vloerelementen compact 35 te verpakken, hetgeen van economische voordeel is bij vervoer en opslag tot het moment 3 van verwerking.
Volgens een eerste praktische uitvoeringsvorm van het stelsel volgens de uitvinding omvatten per element ten minste één uitstulping met een corresponderende uitsparing. Dit leidt tot een eenvoudige vormgeving, zodat de vloerelementen relatief 5 eenvoudig zijn te leggen en te vervaardigen, bijvoorbeeld door deze middels de op het vakgebied bekende matrijsmethode te persen. Volgens een nadere uitwerking van deze eerste praktische uitvoeringsvorm omvat het bovenbeen aan de onderzijde ervan ten minste twee uitstulpingen en omvat het onderbeen aan de bovenzijde ervan ten minste twee uitsparingen. Aangrenzende vloerelementen kunnen nu eenvoudig op een vaste 10 onderlinge afstand uiteen worden geplaatst, waarbij er tussen aangrenzende vloerelementen zowel een ruimte aan de onderzijde ontstaat voor een ventilatiekanaal als een ruimte aan de bovenzijde voor een rib van stortmateriaal van gelijke breedte als het ventilatiekanaal. Volgens een andere uitwerking van het stelsel volgens de uitvinding is de breedte van een samenwerkende uitsparing en uitstulping ongelijk. Hierdoor wordt 15 een maatvaste verbinding gegarandeerd.
Bij een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van het stelsel volgens de uitvinding zijn onder in de vloerelementen in hoofdzaak in dwarsrichting verlopende kanalen aangebracht ter verkrijging van dwarsventilatiekanalen. Deze dwarsventilatiekanalen vormen samen met de hoofdventilatiekanalen een rasterwerk van ventilatiekanalen.
20 Aldus is een circuit gevormd dat is gericht op ontluchting naar een of meerdere zijkanten van de vloerconstructie.
Volgens weer een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van het stelsel volgens de uitvinding zijn boven in de vloerelementen in hoofdzaak in dwarsrichting verlopende uitsparingen aangebracht voor opname van dwarsribben van stortmateriaal.
25 Eveneens kunnen de vloerelementen zijn voorzien van insnijdingen voor de kanalen en/of uitsparingen.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen volgens de uitvinding, welke werkwijze de volgende stappen omvat: - Het selecteren van, bij voorkeur grootschalige, vormen van een geschikt 30 thermisch isolatiemateriaal; - Het met behulp van gloeidraad, draadzaag of anderszins geheel of nagenoeg geheel lossnijden van vloerelementen, zodanig dat het bovenbeen van een eerste vloerelement wordt losgesneden van het onderbeen van een tweede vloerelement; en - Het tijdens het lossnijden van de vloerelementen aanbrengen van de 35 samenwerkende profileringen in de onderzijde van het bovenbeen van het eerste 4 vloerelement en in de bovenzijde van het onderbeen van het tweede vloerelement. Met behulp van de werkwijze wordt zodanig gesneden dat de benen van de vloerelementen op geneste wijze tegen elkaar aansluiten, zodat er geen snijverlies ontstaat.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van 5 een vloerconstructie op een in hoofdzaak vlakke ondergrond met behulp van het stelsel vloerelementen volgens de uitvinding, welke werkwijze de volgende stappen omvat: - Het aangrenzend leggen van de vloerelementen, waarbij het onderbeen van elk vloerelement afsteunt op de ondergrond en waarbij het bovenbeen van elk vloerelement afsteunt op het onderbeen van het aangrenzend gelegen vloerelement, zodanig dat er 10 tussen aangrenzend gelegde vloerelementen zowel een vrije ruimte overblijft ten behoeve van ventilatie als een vrije ruimte vooreen rib; - Het vormen van een vloerconstructie op de aangrenzend gelegde vloerelementen door het storten van een geschikt stortmateriaal, zoals beton, over de aangrenzend gelegde vloerelementen; en 15 - Het laten uitharden van het stortmateriaal.
Met behulp van de werkwijze volgens de uitvinding kan op snelle, eenvoudige en economische wijze een thermisch isolerende en horizontaal ventilerende bodemafsluitende vloerconstructie worden vervaardigd, rustend op een in hoofdzaak vlakke grond, welke vloer aan de naar beneden gerichte zijde is voorzien van thermisch 20 isolerend materiaal als beschaling voor een vloerconstructie van stortmateriaal, zoals beton, en welke vloer is voorzien van ventilatiekanalen aan de onderzijde, waarbij de vloerconstructie bestaat uit een plaat welke aan de onderzijde, op onderling regelmatige afstand van elkaar, van ribben is voorzien.
25 Aan de hand van de tekening zal de uitvinding nader worden verklaard. In de tekening toont:
Figuur 1 in dwarsdoorsnede een voorkeursuitvoeringsvorm van het stelsel van vloerelementen volgens de uitvinding als onderdeel van een geïsoleerde betonribbenvloer; 30 Figuur 2 in dwarsdoorsnede een aantal vloerelementen uit figuur 1 in geneste positie ter illustratie van de werkwijze volgens de uitvinding voor het vervaardigen van de vloerelementen;
Figuur 3 een gedeelte van de geïsoleerde betonribbenvloer uit figuur 1 in bovenaanzicht; 3 5 Figuur 4 in dwarsdoorsnede een zijaansluiting van de betonribbenvloer uit figuur 1 5 tegen bijvoorbeeld muurwerk;
Figuur 5 in dwarsdoorsnede evenwijdig aan de looprichting van de vloe re Ie menten uit figuur 1 een kopse aansluiting van de vloer tegen bijvoorbeeld muurwerk; en 5 Figuur 6 in dwarsdoorsnede evenwijdig aan de looprichting van de vloerelementen een dwarsventilatiekanaal geformeerd in het onderbeen van een vloerelement.
Figuur 1 toont in dwarsdoorsnede een gedeelte van een betonribbenvloer 1 10 bedoeld voor toepassing op vlakke vaste bodem, waarbij de betonconstructie gestort is op een beschaling van vloerelementen 2 uit thermisch isolerend materiaal met een algemeen Z-vormig profiel.
Elk vloerelement 2 is voorzien van een onderbeen 12 voor afsteuning op de ondergrond en van een bovenbeen 11 voor afsteuning op een onderbeen 12 van een 15 aangrenzend te leggen vloerelement 2. Het bovenbeen 11 en het onderbeen 12 zijn voorzien van samenwerkende profileringen 13,14, 15,16, die zich aan de onderzijde respectievelijk aan de bovenzijde ervan bevinden.
Door het uiteen plaatsen van de vloerelementen t.o.v. elkaar ontstaat ruimte voor een ribvulling en betondruklaag welke samen een T-vormige betonconstructie 18 geven. 20 Door het uiteenplaatsen van de vloerelementen ontstaat ruimte 19 aan de onderzijde tussen de vloerelementen als ventilatiekanalen evenwijdig lopende aan de betonribben. Omdat de diktes van de benen 11 en 12 van de vloerelementen gelijk, maar ook verschillend kunnen zijn, kan bij de productie van de vloerelementen vooreen veelheid aan hoogten voor de betonribben en ventilatiekanalen worden gekozen.
25 De profilering aan de onderzijde van de bovenbenen 11 omvat ten minste twee uitstulpingen 13 en 14. De profilering aan de bovenzijde van de onderbenen 12 omvat ten minste twee uitsparingen 15 en 16.
Daarbij is de combinatie 13-15 in dwarsdoorsnede gezien in geringe mate zwaarder uitgevoerd dan de combinatie 14-16. Door bij het verplaatsen van de 30 vloerelementen onderling de bredere uitstulping 13 te drukken in de smallere uitsparing 16, ontstaat niet alleen een verzekerde breedte voor betonribben en ventilatiekanalen, maar ook een dichte zijdelingse sluiting tussen de vloerelementen onderling waardoor vochtverlies vanuit het verse beton wordt voorkomen. De loze uitsparing 15, die overblijft in de bodembeschaling voor de betonribben, leidt ertoe dat vergeleken met een vlakke 35 bodembeschaling de meestal enkele bewapeningsstaaf 17 onder in de ribben bij 6 betonribbenvloeren, een verlaagde positie verkrijgt, waardoor een sterkere betonconstructie wordt bereikt. Ook de centrale ligging in de breedte van de rib wordt verzekerd, omdat afstandringen of andere afstandhouders een vaste positie verkrijgen in de sleuf.
5 De ventilatiekanalen 19 kunnen onderling worden verbonden door onder in de vloerelementen dwarsventilatiekanalen 20 te formeren. Deze kunnen van verschillende vorm zijn en ook inwendig dwars door het onderbeen worden gemaakt. Het eenvoudigst kan dit door afhankelijk van de grootte van een vloerveld en de ontluchtingsrichting naar een of meerdere zijkanten van het betreffende bouwwerk, door sponningen in de 10 onderbenen 12 deze dwarskanalen te formeren. Indien bij de productie van de vloerelementen ter plaatse van een uiteinde een insnijding of zaagsnede wordt gemaakt, kan hiervan naar behoefte op het bouwwerk middels een tweede insnijding gebruik worden gemaakt, hetzij voor het bereiken van een rasterwerk van ventilatiekanalen, hetzij voor een ringwerk langs de buitenzijden van het vloerveld of voor een enkel 15 dwarskanaal bij een klein vloerveld. Kwalijke gronddampen, waaronder Radongas worden aldus op horizontale wijze afgevoend.
Figuur 2 illustreert in dwarsdoorsnede de werkwijze volgens de uitvinding voor het vervaardigen van vloerelementen 2.
In een eerste stap worden grootschalige vormen van een geschikt thermisch 20 isolatiemateriaal, bijvoorbeeld polystyreenschuim, geselecteerd.
In een tweede stap wonden de vloerelementen daaruit los gesneden, zodanig dat het bovenbeen 11 van een eerste vloerelement wordt losgesneden van het onderbeen 12 van een tweede vloerelement. Voor het lossnijden kan gebruik worden gemaakt van gloeidraad, draadzaag of andere geschikte op het vakgebied bekende technieken. De 25 vloerelementen kunnen geheel worden losgesneden of nagenoeg geheel, bijvoorbeeld tot punt 26. In het laatste geval kunnen de vloerelementen aan elkaar bevestigd blijven tot aan het moment van verwerking, waarop ze eenvoudig van elkaar kunnen worden losgemaakt.
In een derde stap wordt tijdens het lossnijden van de vloerelementen de 30 samenwerkende profileringen aangebracht. De onderzijde van het bovenbeen 11 van het vloerelement wordt voorzien van uitstulpingen 13 en 14 en de bovenzijde van het onderbeen 12 wordt voorzien van uitsparingen 15 en 16.
Bij de werkwijze sluiten de horizontale benen 11 en 12 op geneste wijze tegen elkaar aan zodat geen snijverlies ontstaat. Aan het begin en einde van de plaat vallen 35 wel gedeelten van zowel onderbeen als bovenbeen vrij, doch deze kleine hoeveelheid 7 zal zeker bruikbaar zijn bij zijaansluitingen en dergelijke in het vloerveld, zoals is aangegeven in figuur 4. Stippellijn 25 geeft aan, dat voor dwarsbetonribben sponningen kunnen worden gemaakt, maar ook dat vloerelementen met verlaagd bovenbeen 21 kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van verzwaarde betonstroken 5 of het bereiken van plaatselijk verlaagde gedeelten, bijvoorbeeld voor badruimten en dergelijke.
Figuur 3 toont in bovenaanzicht een gedeelte van een vloerveld tussen omsluitende grenzen van bijvoorbeeld muurwerk. De dwarsrichting D en de langsrichting L zijn aangegeven. Voor details van aansluitingen wordt verwezen naar andere figuren.
10 Het dwarsventilatiekanaal volgens figuur 6 (69) behoeft niet in den lijn te liggen maar kan bij ongelijke lengten van vloerelementen verspringend zijn.
Figuur 4, toont in dwarsdoorsnede een tegen muurwerk aansluitende beëindiging van de vloer, tegengesteld aan de beëindiging in figuur 1. Onderbeen 12 wordt hier vrijgehouden van de muur, waardoor ventilatiekanaal 49 ontstaat. Hulpstuk 44 dat gelijk 15 is aan het profiel van bovenbeen 11 kwam vrij bij de productie van de vloerelementen en vindt hier toepassing. Kanaal 49 kan door het muurwerk ontluchting vinden. Samen met kanalen langs de andere zijden van het vloerveld ontstaat een ventilatiecircuit.
Figuur 5 toont in een dwarsdoorsnede evenwijdig aan de lengterichting van de Vloerelementen en betonribben een kopse beëindiging van het vloerveld. Door een 20 dwarse sponning in het onderbeen 12 kan ook hier door het muurwerk ontluchting van kanaal 59 plaatsvinden. Als een onbetrouwbare bodem, of ongeacht welke andere reden, het noodzakelijk maakt dat de vloer met de uiteinden van de betonribben op het muurwerk of dergelijke wordt opgelegd, kan verzwaring van de betondoorsnede nabij de oplegging gewenst zijn. Ter plaatse verlaagde bovenbenen als aangegeven met stippel-25 lijn 25 van figuur 2 en enige inkorting van de bovenbenen waardoor bredere betonribben boven en nabij de oplegging ontstaan, bieden daarvoor een oplossing.
Figuur 6 toont in een dwarsdoorsnede evenwijdig aan de lengterichting van de vloerelementen en betonribben hoe dwarse sponningen in onderbenen 12 de hoofdventilatiekanalen verbinden door 69. Afhankelijk van de grootte van het vloerveld en van 30 de wens om tot een rasterpatroon van ventilatiekanalen te komen, kunnen dwarskanalen op iedere gewenste plaats in de vloer worden geformeerd. Het eenvoudigst kan dit aan een van de uiteinden van de vloerelementen door twee snijlijnen, waarvan een aantal stuks reeds voorgesneden zijn, zodat naar believen een tweede snijlijn voldoet.
De in de figuren getoonde betonribbenvloer, die als voorkeursuitvoeringsvorm van 35 de uitvinding is beschreven, is vervaardigd volgens de onderstaande werkwijze. In een 8 eerste stap worden de van de vloerelementen 2 aangrenzend gelegd, waarbij het onderbeen 12 van elk vloerelement 2 afsteunt op de ondergrond en waarbij het bovenbeen 11 van elk vloerelement 2 afsteunt op het onderbeen van het aangrenzend gelegen vloerelement, zodanig dat er tussen aangrenzend gelegde vloerelementen 5 zowel een vrije ruimte 19 overblijft ten behoeve van ventilatie als een vrije ruimte 18 voor een rib.
In een volgende stap wordt een vloerconstructie gevormd op de aangrenzend gelegde vloerelementen 2 door het storten van een geschikt stortmateriaal, zoals beton, over de aangrenzend gelegde vloerelementen. Tot slot dient het stortmateriaal uit te 10 harden.
Met behulp van het stelsel van vloerelementen en de werkwijze volgens de uitvinding is een thermisch isolerende en horizontaal ventilerende bodemafsluitende vloerconstructie voorzien, rustend op vlakke grond, welke vloer aan de naar beneden gerichte zijde is voorzien van thermisch isolerend materiaal als beschaling voor een 15 betonconstructie en welke vloer is voorzien van ventilatiekanalen aan de onderzijde, waarbij de betonconstructie bestaat uit een betonnen plaat welke aan de onderzijde, op onderling regelmatige afstand van elkaar, van betonribben is voorzien.
De uitvinding is vanzelfsprekend niet beperkt tot de beschreven en getoonde voorkeursuitvoeringsvorm. Opgemerkt wordt dat ter verkrijging van slechts 20 bodemafsluitende ventilerende vloerconstructies, waarbij de ribvullingen slechts een afsluitende ballastfunctie vervullen, er over de bovenvlakken en ribvullingen geen beton-druklaag behoeft te worden aangebracht en het beton door ander materiaal kan worden vervangen. Een voorbeeld hiervan vormen vloerconstructies, waarbij aan begaanbaarheid slechts weinig belang wordt gehecht, maar aan afsluiting van vocht en 25 bodemdampen des te meer. Te denken valt hier vooral aan bestaande kruipruimten, die bijna altijd vochtig, niet geïsoleerd en gevuld met ophopingen zijn van vochtdamp en Radongas. Vergeleken met de betonribbenvloer heeft hier de betondruklaag over de vloerelementen weinig zin, maar een goedkope plasticfolie of dergelijke wel.
Als daarentegen in een vloerveld verzwaarde betonstroken en dergelijke nodig 30 zijn, bijvoorbeeld voor op te nemen lijnlasten, kunnen vloerelementen met verdund bovenbeen worden toegepast op deze plaatsen. Ook kan het constructief wenselijk worden geacht een semi-opgelegde vloer te maken als de bodem, hoewel gestabiliseerd, niet wordt vertrouwd. Verzwaring nabij de oplegging kan dan zowel door een zwaardere betondruklaag ter plaatse als door verbreding en/of verdieping van de uiteinden van de 35 betonribben eenvoudig worden bereikt.
9
De betonvulling in de ribben heeft naast een verstijvende functie voor de gehele constructie ook een ballastfunctie tegen opdrijving van de vloer als het waterpeil onder de vloer stijgt. Het beton kan hierbij ook worden vervangen door ander materiaal van voldoende gewicht. Als de vloerelementen van polystyreenschuim zijn gemaakt, een 5 materiaal dat nagenoeg geen water opneemt bij onderdompeling, zal het thermisch isolerend vermogen van een dergelijke bodemafsluitende vloer bij geringe stijging van het waterpeil ook nagenoeg intact blijven.
De onderhavige uitvinding strekt zich derhalve uit tot elke uitvoeringsvorm die valt binnen de reikwijdte van de beschermingsomvang zoals gedefinieerd in de conclusies 10 bezien in het licht van de voorgaande beschrijving en bijbehorende tekeningen.
Claims (9)
1. Stelsel van vloerelementen, welke vloerelementen thermisch isolerend materiaal 5 omvatten en bestemd zijn om te worden geplaatst op een in hoofdzaak vaste ondergrond als beschaling voor een daarop aan te brengen ribbenvloer, waarin elk vloerelement is voorzien van een onderbeen voor afsteuning op de ondergrond en van een bovenbeen voor afsteuning op een onderbeen van een aangrenzend te leggen vloerelement, waarin het bovenbeen aan de onderzijde ervan en het 10 onderbeen aan de bovenzijde ervan zijn voorzien van samenwerkende profileringen, een en ander zodanig dat er tussen aangrenzend geplaatste vloerelementen zowel een vrije ruimte overblijft ten behoeve van ventilatie als een vrije ruimte voor een rib.
2. Stelsel volgens conclusie 1, waarin de profileringen per element ten minste één 15 uitstulping met een corresponderende uitsparing omvatten.
3. Stelsel volgens conclusie 1, waarin het bovenbeen aan de onderzijde ervan ten minste twee uitstulpingen omvat en waarin het onderbeen aan de bovenzijde ervan ten minste twee uitsparingen omvat. 20
4. Stelsel volgens conclusie 2 of 3, waarin de breedte van een samenwerkende uitsparing en uitstulping ongelijk is.
5. Stelsel volgens een van de voorgaande conclusies, waarin onder in de 25 vloerelementen in hoofdzaak in dwarsrichting verlopende ventilatiekanalen zijn aangebracht.
6. Stelsel volgens een van de voorgaande conclusies, waarin boven in de vloerelementen in hoofdzaak in dwarsrichting verlopende uitsparingen voor 30 dwarsribben zijn aangebracht.
7. Stelsel volgens conclusie 5 of 6, waarin de vloerelementen zijn voorzien van insnijdingen voor de kanalen en/of uitsparingen.
8. Werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen zoals beschreven in een of II meer van de voorgaande conclusies, welke werkwijze de volgende stappen omvat: a) Het selecteren van, bij voorkeur grootschalige, vormen van een geschikt thermisch isolatiemateriaal; b) Het met behulp van gloeidraad, draadzaag of anderszins geheel of nagenoeg 5 geheel lossnijden van vloerelementen, zodanig dat het bovenbeen van een eerste vloerelement wordt losgesneden van het onderbeen van een tweede vloerelement; c) Het tijdens het lossnijden van de vloerelementen aanbrengen van de samenwerkende profileringen in de onderzijde van het bovenbeen van het 10 eerste vloerelement en in de bovenzijde van het onderbeen van het tweede vloerelement.
9. Werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie op een in hoofdzaak 15 vlakke ondergrond met behulp van het stelsel vloerelementen zoals beschreven in conclusies 1 t/m 7, welke werkwijze de volgende stappen omvat: a) Het aangrenzend leggen van de vloerelementen, waarbij het onderbeen van elk vloerelement afsteunt op de ondergrond en waarbij het bovenbeen van elk vloerelement afsteunt op het onderbeen van het aangrenzend gelegen 20 vloerelement, zodanig dat er tussen aangrenzend gelegde vloerelementen zowel een vrije ruimte overblijft ten behoeve van ventilatie als een vrije ruimte voor een rib; b) Het vormen van een vloerconstructie op de aangrenzend gelegde vloerelementen door het storten van een geschikt stortmateriaal, zoals beton, over de 25 aangrenzend gelegde vloerelementen; en c) Het laten uitharden van het stortmateriaal.
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000550A NL2000550C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. |
| PL08102432T PL1972735T3 (pl) | 2007-03-21 | 2008-03-10 | Układ podłogowych elementów i sposób wytwarzania podłogowych elementów i sposób wytwarzania konstrukcji podłogi przy użyciu podłogowych elementów |
| EP08102432A EP1972735B1 (en) | 2007-03-21 | 2008-03-10 | System of floor elements and method for manufacturing the floor elements, and a method for manufacturing a floor construction using the floor elements |
| DE602008000592T DE602008000592D1 (de) | 2007-03-21 | 2008-03-10 | System von Bodenelementen und Verfahren zur Herstellung der Bodenelemente sowie Verfahren zur Herstellung einer Bodenkonstruktion mit den Bodenelementen |
| AT08102432T ATE456717T1 (de) | 2007-03-21 | 2008-03-10 | System von bodenelementen und verfahren zur herstellung der bodenelemente sowie verfahren zur herstellung einer bodenkonstruktion mit den bodenelementen |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000550 | 2007-03-21 | ||
| NL2000550A NL2000550C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000550C2 true NL2000550C2 (nl) | 2008-09-23 |
Family
ID=38624374
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000550A NL2000550C2 (nl) | 2007-03-21 | 2007-03-21 | Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1972735B1 (nl) |
| AT (1) | ATE456717T1 (nl) |
| DE (1) | DE602008000592D1 (nl) |
| NL (1) | NL2000550C2 (nl) |
| PL (1) | PL1972735T3 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2014134740A1 (en) | 2013-03-08 | 2014-09-12 | 0984494 B.C. Ltd. | Radon gas mitigation systems and apparatus |
| GB2535815B (en) * | 2015-05-27 | 2017-05-17 | Jablite Ltd | An insulating panel and a construction on a structural element of a building |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2367162A1 (fr) * | 1976-10-08 | 1978-05-05 | Costamagna & Cie B M | Perfectionnements aux entrevous isolants pour planchers |
| NL7806703A (nl) * | 1978-06-21 | 1979-12-28 | Bredero Nv | Begane-grond-vloer en voetomhulling voor een profiel- balk daarvan. |
| NL9400429A (nl) * | 1994-03-18 | 1995-11-01 | Houdstermaatschappij H B J Bon | Werkwijze voor het aanleggen van een vloer met vloerverwarming; alsmede isolatie-element voor toepassing daarbij. |
| US5934036A (en) * | 1996-11-01 | 1999-08-10 | Gallagher, Jr.; Daniel P. | Insulated concrete slab assembly |
| WO2001057329A1 (en) * | 2000-02-04 | 2001-08-09 | Hans Gylling | Structure layer of floor and wall |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL7904326A (nl) | 1979-06-01 | 1980-12-03 | Arnhem Bv J G | Betonvloerkonstuktie, die aan de onderzijde is geiso- leerd en daarbij gebruikte elementen uit isolatie- materiaal. |
| NL7907756A (nl) | 1979-10-22 | 1981-04-24 | Dijk Bv Gebr Van | Kombinatievloer en vulelement daarvoor. |
| NL8006287A (nl) | 1980-01-17 | 1981-08-17 | Arnhem Bv J G | Betonvloerconstructie, die aan de onderzijde is geisoleerd en daarbij gebruikte elementen uit isolatiemateriaal. |
| NL8002014A (nl) | 1980-04-03 | 1981-11-02 | Omnia Adviesbureau B V | Werkwijze voor het vervaardigen van een isolerende vloer. |
| ATE130069T1 (de) | 1992-03-03 | 1995-11-15 | Arnhem Bv J G | Verfahren zur herstellung eines deckenelementes oder einer rippedecken und wärmedämmplatte für deckenelementen. |
-
2007
- 2007-03-21 NL NL2000550A patent/NL2000550C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2008
- 2008-03-10 DE DE602008000592T patent/DE602008000592D1/de active Active
- 2008-03-10 PL PL08102432T patent/PL1972735T3/pl unknown
- 2008-03-10 AT AT08102432T patent/ATE456717T1/de not_active IP Right Cessation
- 2008-03-10 EP EP08102432A patent/EP1972735B1/en not_active Not-in-force
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2367162A1 (fr) * | 1976-10-08 | 1978-05-05 | Costamagna & Cie B M | Perfectionnements aux entrevous isolants pour planchers |
| NL7806703A (nl) * | 1978-06-21 | 1979-12-28 | Bredero Nv | Begane-grond-vloer en voetomhulling voor een profiel- balk daarvan. |
| NL9400429A (nl) * | 1994-03-18 | 1995-11-01 | Houdstermaatschappij H B J Bon | Werkwijze voor het aanleggen van een vloer met vloerverwarming; alsmede isolatie-element voor toepassing daarbij. |
| US5934036A (en) * | 1996-11-01 | 1999-08-10 | Gallagher, Jr.; Daniel P. | Insulated concrete slab assembly |
| WO2001057329A1 (en) * | 2000-02-04 | 2001-08-09 | Hans Gylling | Structure layer of floor and wall |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ATE456717T1 (de) | 2010-02-15 |
| EP1972735B1 (en) | 2010-01-27 |
| EP1972735A1 (en) | 2008-09-24 |
| PL1972735T3 (pl) | 2010-04-30 |
| DE602008000592D1 (de) | 2010-03-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA2083140C (en) | Method for plaza deck construction | |
| KR101802538B1 (ko) | 물의 유동을 관리하기 위한 조립체 및 모듈 | |
| US5342141A (en) | Movable surface paving apparatus and method for using the same | |
| JP4724268B2 (ja) | 可変長さの壁連結部を有する隔離コンクリート型枠システム | |
| EP1165909B1 (en) | Demountable modular floor for watertight raised decks | |
| EP1325991A1 (en) | Method for manufacturing a floor of concrete and shuttering slab for use therein | |
| NL1003858C2 (nl) | Vleugelvloerelement van beton. | |
| CN107109843A (zh) | 预制的隔热承重屋顶元件和制造屋顶元件的方法 | |
| US6698148B1 (en) | Demountable modular floor for watertight raised decks | |
| NL2000550C2 (nl) | Stelsel van vloerelementen alsmede een werkwijze voor het vervaardigen van de vloerelementen en een werkwijze voor het vervaardigen van een vloerconstructie met behulp van de vloerelementen. | |
| US7131239B2 (en) | Structural slab and wall assembly for use with expansive soils | |
| DE19801123B4 (de) | Fundamentaufbau sowie Sockelelement für die Verwendung darin | |
| RU80168U1 (ru) | Устройство дорожной одежды | |
| WO2000053858A1 (en) | Construction element | |
| AU2014252765B2 (en) | Slab construction | |
| CA1337634C (en) | Insulating structure | |
| NL2033072B1 (nl) | Geïsoleerde spouwmuurconstructie met folie-dragende zetelelementen. | |
| CA2345197C (en) | Bridge structure with concrete deck having precast slab | |
| US11891769B2 (en) | Systems and methods for using discarded (degraded) asphalt shingles (DAS) for stabilizing soils in building and surface constructions | |
| CN116537455B (zh) | 用于高大乔木和灌木混种的种植屋面结构及其施工方法 | |
| CN115506360B (zh) | 减少地下室肥槽沉降的回填方法 | |
| EP3763894B1 (en) | Infilling element for formwork for the building sector | |
| Perrier | Ultra light cellular structure—French approach | |
| EP1945863A1 (en) | Method and foundation system for the transfer and spreading of load from a building structure onto stable layers | |
| GB2543894A (en) | Constructions and methods for casting slabs |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20101001 |