NL2000727C2 - Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. - Google Patents
Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000727C2 NL2000727C2 NL2000727A NL2000727A NL2000727C2 NL 2000727 C2 NL2000727 C2 NL 2000727C2 NL 2000727 A NL2000727 A NL 2000727A NL 2000727 A NL2000727 A NL 2000727A NL 2000727 C2 NL2000727 C2 NL 2000727C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- conveyor
- transition
- track
- tracks
- products
- Prior art date
Links
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 152
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 50
- 239000011324 bead Substances 0.000 claims 1
- 230000037361 pathway Effects 0.000 claims 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 4
- 230000003068 static effect Effects 0.000 description 4
- 230000003139 buffering effect Effects 0.000 description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G21/00—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
- B65G21/16—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors for conveyors having endless load-carriers movable in curved paths
- B65G21/18—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors for conveyors having endless load-carriers movable in curved paths in three-dimensionally curved paths
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G15/00—Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration
- B65G15/10—Conveyors having endless load-conveying surfaces, i.e. belts and like continuous members, to which tractive effort is transmitted by means other than endless driving elements of similar configuration comprising two or more co-operating endless surfaces with parallel longitudinal axes, or a multiplicity of parallel elements, e.g. ropes defining an endless surface
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/52—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/52—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices
- B65G47/56—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices to or from inclined or vertical conveyor sections
- B65G47/57—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices to or from inclined or vertical conveyor sections for articles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/52—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices
- B65G47/68—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices adapted to receive articles arriving in one layer from one conveyor lane and to transfer them in individual layers to more than one conveyor lane or to one broader conveyor lane, or vice versa, e.g. combining the flows of articles conveyed by more than one conveyor
- B65G47/71—Devices for transferring articles or materials between conveyors i.e. discharging or feeding devices adapted to receive articles arriving in one layer from one conveyor lane and to transfer them in individual layers to more than one conveyor lane or to one broader conveyor lane, or vice versa, e.g. combining the flows of articles conveyed by more than one conveyor the articles being discharged or distributed to several distinct separate conveyors or to a broader conveyor lane
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/74—Feeding, transfer, or discharging devices of particular kinds or types
- B65G47/76—Fixed or adjustable ploughs or transverse scrapers
- B65G47/763—Fixed ploughs or transverse scrapers
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/74—Feeding, transfer, or discharging devices of particular kinds or types
- B65G47/76—Fixed or adjustable ploughs or transverse scrapers
- B65G47/766—Adjustable ploughs or transverse scrapers
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/74—Feeding, transfer, or discharging devices of particular kinds or types
- B65G47/82—Rotary or reciprocating members for direct action on articles or materials, e.g. pushers, rakes, shovels
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G2207/00—Indexing codes relating to constructional details, configuration and additional features of a handling device, e.g. Conveyors
- B65G2207/24—Helical or spiral conveying path
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Branching, Merging, And Special Transfer Between Conveyors (AREA)
- Cosmetics (AREA)
Description
NL 10558-VH/vw
Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het transporteren van producten welke voorzien is van ten minste een eerste transporteur en een tweede transporteur, die elk ten minste een eerste aandrijfbare 5 transportbaan voor het daarop dragen en transporteren van de producten omvatten; en ten minste een eerste overgang tussen de eerste transportbaan van de eerste transporteur en de eerste transportbaan van de tweede transporteur over welke eerste overgang de producten tussen de eerste transporteur en de 10 tweede transporteur door middel van een eerste stuurorgaan verplaatsbaar zijn, zodat een paar met elkaar samenwerkende eerste transportbanen wordt gevormd, waarbij tenminste de aan de eerste overgang grenzende gedeelten van het paar eerste transportbanen althans ongeveer parallel aan elkaar zijn en 15 althans ongeveer dezelfde transportrichting hebben.
Een dergel'ijke inrichting is bekend uit WO2005/102877. De bekende inrichting heeft een eerste transporteur en een tweede transporteur, waarbij tussen de eerste en de tweede transporteur een parallelle overgang aanwezig is. 20 Een dergelijke overgang voorkomt dat producten gemakkelijk instabiel worden bij het passeren daarvan, zoals bijvoorbeeld het geval is bij een kopse overgang tussen twee transporteurs. Er bestaat thans behoefte aan het verhogen van de transportcapaciteit van de inrichting.
25 Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een inrichting die in deze behoefte voorziet.
Dit doel wordt bereikt met de inrichting volgens de uitvinding die het kenmerk heeft, dat de eerste en de tweede transporteur elk zijn voorzien van ten minste een tweede 30 transportbaan respectievelijk tweede overgang en tweede stuurorgaan teneinde ten minste twee paren met elkaar samenwerkende eerste transportbanen en met elkaar samenwerkende tweede transportbanen te vormen, waarbij ten minste de eerste trans- 2 porteur een paralleldeel heeft waarin de eerste en tweede transportbaan van de eerste transporteur parallel aan elkaar lopen en de onderlinge afstand daarvan in dwarsrichting van de eerste en tweede transportbaan kleiner is dan de breedte van 5 de eerste transportbaan van de tweede transporteur ter plaatse van de eerste overgang.
Door deze kenmerken kan met de inrichting volgens de uitvinding een hogere transportcapaciteit worden bereikt, terwijl toch de mogelijkheid wordt geboden om de inrichting compact te 10 houden. Vanwege de in zijdelingse richting benodigde ruimte voor parallelle overgangen is de inrichting volgens de uitvinding niet eerder overwogen om de transportcapaciteit bij toepassing van dit type overgang te verhogen door middel van meerdere transportbanen. Door de geringe onderlinge afstand 15 tussen twee transportbanen in dwarsrichting daarvan in het paralleldeel wordt de door de inrichting ingenomen ruimte geminimaliseerd. Met de inrichting volgens de uitvinding kan dus een relatief hoge transportcapaciteit worden bereikt met meerdere onafhankelijke productstromen.
20 Verder is het door de meerdere parallele overgangen moge lijk om elk van de transportbanen van tenminste een productgeleiding aan één kant van de overgangen te verschaffen, welke geleiding bij de overgang niet onderbroken wordt waardoor de scheiding van productstromen en een verhoogde sta-25 biliteit zeker gesteld is.
Bij een de voorkeur genietende uitvoeringsvorm zijn de tenminste eerste en tweede transportbaan van de eerste en de tweede transporteur zodanig parallel naast elkaar opgesteld dat de eerste en tweede overgang in de transportrichting zij-30 delings zijn versprongen, en ligt de eerste transportbaan van de tweede transporteur ter plaatse van de eerste overgang aan dezelfde zijde van de eerste transportbaan van de eerste transporteur als de tweede transportbaan van de tweede transporteur ter plaatse van de tweede overgang aan de zijde van de 35 tweede transportbaan van de eerste transporteur ligt. Door deze opstelling kan de inrichting in aanvulling op het compacte paralleldeel ook compact gebouwd worden ter plaatse van de overgangen.
3
De inrichting is ter plaatse van de overgangen nog compacter wanneer de eerste transportbaan van de tweede transporteur althans ongeveer in het verlengde ligt van de tweede transportbaan van de eerste transporteur.
5 In een praktische uitvoeringsvorm zijn de aan de eerste en tweede overgang grenzende parallelle gedeelten van de tenminste eerste en tweede transportbaan van de eerste en tweede transporteur gekromd. Dit biedt het voordeel, dat talrijke vormen van transporteurs mogelijk zijn, terwijl de parallelle 10 overgangen gehandhaafd kunnen blijven.
Bij een voordelige uitvoeringsvorm heeft ten minste één van de transporteurs tenminste gedeeltelijk een spiraalvorm. Eventueel hebben de eerste en de tweede transporteur voor en na de eerste en tweede overgang een spiraalvorm. Het voordeel 15 van een spiraalvorm is de gunstige verhouding tussen de lengte van een transportbaan en de daardoor ingenomen ruimte. Onder spiraalvorm wordt hierin de driedimensionale helixvorm verstaan.
Bij een alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting 20 omvat de eerste en tweede transporteur twee paren eerste en tweede transportbanen, welke zodanig zijn opgesteld, dat de eerste transportbaan van de tweede transporteur zich ter plaatse van de eerste overgang aan de van de tweede transportbaan van de eerste transporteur afgekeerde zijde van de eerste 25 transportbaan van de eerste transporteur bevindt, en de tweede transportbaan van de tweede transporteur zich ter plaatse van de tweede overgang aan de van de eerste transportbaan van de eerste transporteur afgekeerde zijde van de tweede transportbaan van de eerste transporteur bevindt. Deze opstelling biedt 30 de mogelijkheid om de transportbanen van de eerste transporteur in de richting van de tweede transporteur zo lang mogelijk aan elkaar te laten grenzen.
Bij voorkeur vormen de twee paren eerste en tweede transportbanen een eenheid, waarin het paralleldeel zich direct 35 vanaf de eerste en de tweede overgang uitstrekt, zoals gezien vanaf de tweede naar de eerste transporteur, en waarbij de inrichting is voorzien van ten minste twee van dergelijke eenheden, waarbij de eenheden ter plaatse van de eerste en 4 tweede transportbanen van de eerste transporteurs tenminste gedeeltelijk parallel aan elkaar lopen binnen een parallel gedeelte van een paralleltransporteur, en waarbij de afstand tussen de eenheden voorbij het parallelle gedeelte toeneemt, 5 zoals gezien vanaf het parallelle gedeelte naar de overgangen.· Verder kan de paralleltransporteur tenminste gedeeltelijk een spiraalvorm hebben, waarbij de eenheden eventueel op verschillende niveaus de spiraalvorm verlaten, zoals gezien langs een centrale as van de spiraalvorm.
10 Bij een andere uitvoeringsvorm zijn de tenminste eerste en tweede transportbanen van de eerste en tweede transporteur zodanig opgesteld dat de tenminste eerste en tweede overgangen, in de dwarsrichting van de eerste en tweede transportbanen ter plaatse van de eerste en tweede overgang 15 gezien, althans ongeveer in lijn liggen. Dit is een eenvoudige opstelling, waarbij de eerste transporteur er vanwege het pa-ralleldeel toch voor zorgt dat de inrichting compact is.
Bij nog een andere uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede transportbaan van de eerste en tweede transporteur zo-20 danig opgesteld dat de eerste en tweede overgang boven elkaar liggen. Hierdoor wordt weinig ruimte in de dwarsrichting van de transportbanen ter plaatse van de overgangen ingenomen.
Tussen de tenminste eerste en tweede transportbaan van tenminste de tweede transporteur kan ten minste een verdere 25 overgang zijn verschaft, waarover de producten tussen de eerste en de tweede transportbaan van de tweede transporteur door middel van ten minste een verplaatsingsorgaan verplaatsbaar zijn teneinde de van de eerste transporteur naar de tweede transporteur getransporteerde producten van de tweede naar de 30 eerste of van de eerste naar tweede transportbaan van de tweede transporteur te brengen, of de van de tweede transporteur naar de eerste transporteur getransporteerde producten over de eerste en de tweede transportbaan van de tweede transporteur te verdelen. Deze uitvoeringsvorm verschaft de mogelijkheid om 35 de tweede transporteur als een samenvoegingsorgaan of verdeler van producten te laten dienen. Vanwege de parallelle overgangen kunnen de producten op een stabiele wijze van verschillende transportbanen naar een gemeenschappelijke baan 5 worden gebracht of vanaf een gemeenschappelijke baan over aangrenzende transportbanen verdeeld worden.
Om de stabiliteit te maximaliseren, kunnen de tenminste eerste en tweede transportbaan van de tweede transporteur zo-5 danig worden aangedreven, dat deze dezelfde transportsnelheid hebben.
Bij een gunstige uitvoeringsvorm strekt de eerste transportbaan van de tweede transporteur zich, vanuit de tweede transporteur naar de eerste transporteur gezien, voorbij de 10 eerste overgang uit en heeft een op afstand van de eerste overgang gelegen eerste distaai gedeelte, terwijl de eerste transportbaan van de eerste transporteur een op afstand van de eerste overgang gelegen tweede distaai gedeelte heeft, waarbij de afstand tussen de eerste overgang en het eerste distale ge-15 deelte gelijk is aan de afstand tussen de eerste overgang en het tweede distale gedeelte, wanneer de afstand langs een rechte lijn wordt gemeten, maar waarbij de lengte van de eerste transportbaan van de eerste transporteur tussen de eerste overgang en het tweede distale gedeelte langer is dan de leng-20 te van de eerste transportbaan van de tweede transporteur tussen de eerste overgang en het eerste distale gedeelte, teneinde de eerste transportbaan van de tweede transporteur tenminste gedeeltelijk een bypass voor de eerste transportbaan van de eerste transporteur te laten vormen. Dit heeft met name 25 een voordeel bij een bufferinrichting, omdat het daarbij gewenst kan zijn om producten via een bypass te kunnen transporteren wanneer er niet gebufferd hoeft te worden.
Het bij de eerste overgang behorende eerste stuurorgaan kan schakelbaar zijn voor het al dan niet verplaatsen van pro-30 dueten tussen de eerste transportbaan van de tweede transporteur en de eerste transportbaan van de eerste transporteur. Dit is met name gewenst wanneer de tweede transporteur als verdeler voor het verdelen van één product-stroom over verschillende transportbanen wordt toegepast.
35 De uitvinding heeft ook betrekking op een verdeler voor het verdelen van producten afkomstig van een gemeenschappelijke transportbaan naar ten minste drie transportbanen, welke gemeenschappelijke transportbaan en transportbanen aandrijf- 6 baar zijn in een transportrichting, zich parallel aan elkaar uitstrekken en aan elkaar grenzen, en waarbij tussen de gemeenschappelijke transportbaan, en de daaraan grenzende eerste transportbaan ten minste een eerste verdelerovergang aanwezig 5 is, over welke eerste verdelerovergang de producten tussen de gemeenschappelijke transportbaan en de eerste transportbaan verplaatsbaar zijn door middel van een bij de eerste verdelerovergang behorend eerste verplaatsingsorgaan, waarbij tenminste het eerste verplaatsingsorgaan schakelbaar is voor 10 het al dan niet verplaatsen van de producten van de gemeenschappelijke transportbaan naar de eerste transportbaan teneinde voor de producten twee verschillende trajecten na het eerste verplaatsingsorgaan te kunnen selecteren, en waarbij de verdeler verder is voorzien van een aantal verdere overgangen 15 en daarbij behorende verplaatsingsorganen voor het verder verdelen van de producten naar de transportbanen, van welke verplaatsingsorganen er ten minste twee schakelbaar zijn en zodanig zijn opgesteld, dat het ene schakelbare verplaat-singorgaan de producten afkomstig uit het ene geselecteerde 20 traject over twee aan elkaar grenzende transportbanen kan verdelen, terwijl het andere schakelbare verplaatsingorgaan de producten afkomstig uit het andere geselecteerde traject over twee aan elkaar grenzende transportbanen kan verdelen.
Bij voorkeur is het eerste verplaatsingsorgaan sneller 25 schakelbaar dan de andere schakelbare verplaatsingsorganen, omdat snel schakelbare verplaatsingsorganen significant duurder zijn dan langzaam schakelbare verplaatsingsorganen wanneer producten uit zeer hoge productstromen, bijvoorbeeld 30.000 producten per uur, zijwaarts verplaatst dienen te worden. Door 30 de hierboven gedefinieerde opstelling met één snel schakelbaar verplaatsingsorgaan en tenminste twee langzaam schakelbare verplaatsingsorganen toe te passen, kan één van de langzaam schakelbare verplaatsingsorganen omgeschakeld worden in de tijdsperiode, waarin het snel schakelbare verplaatsingsorgaan 35 in een zodanig positie staat dat langs dit langzaam schakelbare verplaatsingsorgaan geen producten stromen.
De gemeenschappelijke transportbaan kan voorbij het eerste verplaatsingsorgaan en eventueel verdere 7 verplaatsingsorganen in de transportrichting gezien overgaan in een transportbaan van de tweede transporteur. Hierdoor hoeft geen extra gemeenschappelijke transportbaan naast de tweede transporteur te worden aangebracht.
5 De uitvinding zal hierna verder worden toegelicht aan de hand van tekeningen, die uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding schematisch weergeven.
Fig. 1 is een schematisch bovenaanzicht van een gedeelte van een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvin-10 ding.
Fig. 2 is een met Fig. 1 overeenkomend aanzicht van een eerste alternatieve uitvoeringsvorm.
Fig. 3 is een met Fig. 1 overeenkomend aanzicht van een tweede alternatieve uitvoeringsvorm.
15 Fig. 4 is een met Fig. 1 overeenkomend aanzicht van een derde alternatieve uitvoeringsvorm.
Fig. 5 is een schematisch bovenaanzicht van een gedeelte van een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding, waarbij de tweede transporteur als een samenvoegorgaan 20 functioneert.
Fig. 6a en 6b zijn schematische bovenaanzichten van alternatieve uitvoeringsvormen van die volgens Fig. 5.
Fig. 7a-7d zijn schematische bovenaanzichten van een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding, waarbij 25 de tweede transporteur als een verdeler functioneert, hetgeen in vier verschillende situaties wordt geïllustreerd.
Fig. 8a-8d zijn met Fig. 7a-7d overeenkomende aanzichten, waarin een alternatieve uitvoeringsvorm van de verdeler wordt getoond.
30 Fig. 9 is ccn schematisch bovenaanzicht van een alterna tieve uitvoeringsvorm van een verdeler volgens de uitvinding.
Fig. 10 is een perspectivisch aanzicht van een gedeelte van een verdere alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding.
35 Fig. 1 toont een uitvoeringsvorm van een inrichting 1 voor het transporteren van producten volgens de uitvinding. De uitvoeringsvorm is voorzien van een eerste transporteur 2 en een tweede transporteur 3. Beide transporteurs 2, 3 hebben 8 aandrijfbare transportbanen 4a-d respectievelijk 5a-d voor het daarop dragen en transporteren van de producten. Bij de getoonde uitvoeringsvorm zijn de eerste en de tweede transporteur 2, 3 elk voorzien van vier parallelle en aan el-5 kaar grenzende transportbanen 4a-d en 5a-d. De transportbanen 4a-d, 5a-d worden aangedreven door aandrijfmiddelen, zoals elektromotoren 6, die voor de eerste transporteur 2 in Fig. 1 zijn geïllustreerd. De eerste transporteur 2 heeft in dit geval spiraalvormige transportbanen 4a-d met een rechtlijnige 10 uitloop en de tweede transporteur 3 heeft rechtlijnig verlopende transportbanen 5a-d. De transportbanen 4a-d, 5a-d kunnen bijvoorbeeld transportbanden of lamellenbanden zijn.
Hoewel de uitvinding niet beperkt is tot een eerste transporteur 2 met een spiraalvorm blijkt de spiraalvorm een 15 voordelige uitvoeringsvorm te zijn vanwege de gunstige verhouding tussen de lengte van een transportbaan en de daardoor ingenomen ruimte. Dit is zeker van belang bij bufferinrichtin-gen, waarvoor de onderhavige uitvinding met de parallel geschakelde transportbanen dan ook zeer geschikt is.
20 De transportbanen 4a-d en 5a-d van de eerste respectieve lijk tweede transporteur 2, 3 vormen paren met elkaar samenwerkende transportbanen. Een eerste transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 en een eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 werken bijvoorbeeld met elkaar samen via 25 een eerste overgang 7a, die ook bekend staat als een parallelle overgang. Dit betekent dat de aan de eerste overgang 7a grenzende gedeelten van het paar eerste transportbanen 4a, 5a althans ongeveer parallel aan elkaar zijn en althans ongeveer dezelfde transportrichting hebben. In Fig. 1 is nabij de eer-30 ste overgang 7a tussen het paar eerste transportbanen 4a, 5a verder een eerste stuurorgaan in de vorm van een vaste geleiding 8a getoond, die tijdens aandrijving van de eerste transportbanen 4a en 5a de op de eerste transportbaan 4a aanwezige producten naar de eerste transportbaan 5a geleidt.
35 Het blijkt dat een dergelijke parallelle eerste overgang 7a gunstig is om producten op stabiele wijze van de ene transportbaan 4a naar de andere 5a te verplaatsen. In de praktijk zal de snelheid van de aan elkaar grenzende gedeelten van de 9 eerste transportbanen 4a en 5a ter plaatse van de eerste over-gang 7a overigens ook vaak gelijk zijn. In Fig. 1 is met pijlen aangegeven welke weg de producten binnen de inrichting 1 volgen.
5 Omdat er in de praktijk behoefte bestaat aan hoge trans portcapaciteiten is de inrichting 1 volgens de uitvinding voorzien van meerdere met elkaar samenwerkende paren transportbanen 4a-d en 5a-d. In Fig. 1 is dit geïllustreerd met ondermeer een tweede transportbaan 4b van de eerste transpor-10 teur 2, die via een tweede overgang 7b en een tweede stuurorgaan 8b met een tweede transportbaan (5b) van de tweede transporteur 3 samenwerkt. Een bijzonder kenmerk van de uitvinding is dat ondanks de toepassing van de eerste en tweede parallelle overgangen 7a, 7b tenminste de eerste transporteur 15 2 een paralleldeel heeft waarin tenminste de eerste en tweede transportbaan 4a-b parallel aan elkaar lopen en de onderlinge afstand daarvan in de dwarsrichting van de transportbanen 4a-b kleiner is dan de breedte van de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 ter plaatse van de eerste overgang 20 7a. In de uitvoeringsvorm volgens Fig. 1 zijn alle transport banen 4a-d, 5a-d van dezelfde breedte en op dezelfde wijze als de eerste transportbanen 4a-b, 5a-b geschakeld, maar dit is niet noodzakelijk. Het paralleldeel zou dan gedefinieerd kunnen worden als het deel waar de afstand tussen de 25 transportbanen 4a-d van de eerste transporteur 2 kleiner is dan de breedte van de smalste transportbaan 5a-d van de tweede transporteur 3 ter plaatse van de overgangen 7a-d.
Omdat de transportbanen 4a-d van de eerste transporteur 2 en de transportbanen 5a-d van de tweede transporteur 3 in ie-30 der geval op afstand van de overgangen 7a—d dicht naast elkaar liggen kan de inrichting 1 compact gebouwd worden, hetgeen niet bereikt zou worden als de parallelle overgangen 7 zonder meer naast elkaar geplaatst zouden worden.
In de uitvoeringsvorm volgens Fig. 1 wordt het parallel-35 deel bij de eerste transporteur 2 ondermeer gevormd door het spiraalvormige deel, terwijl de tweede transporteur 3 alleen een rechtlijnig paralleldeel heeft. Bovendien begint het pa- 10 ralleldeel bij beide transporteurs 2, 3 althans ongeveer direct aan weerszijden van de overgangen 7a-7d.
In de uitvoeringsvorm zijn de transportbanen 4a-d, 5a-d van de eerste respectievelijk de tweede transporteur 2, 3 zo-5 danig ten opzichte van elkaar gepositioneerd en zodanig parallel uitgevoerd, dat de eerste en tweede overgang 7a, 7b in de transportrichting zijdelings zijn versprongen. Verder ligt de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 ter plaatse van de eerste overgang 7a aan dezelfde zijde van 10 de eerste transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 als de tweede transportbaan 5b van de tweede transporteur 3 ter plaatse van de tweede overgang 7b aan de zijde van de tweede, transportbaan 4b van de eerste transporteur 2 ligt. Een dergelijke positionering geldt ook voor de overige transportbanen, 15 zodat een getrapte vorm ontstaat, zoals te zien is in Fig. 1. Deze opstelling kan worden bereikt door de overgangen 7a-d tussen twee met elkaar samenwerkende transportbanen 4a-d en 5a-d ter .plaatse van eindgedeelten van de transportbanen te verschaffen. Hierdoor is bijvoorbeeld aan het kopse uiteinde 20 van de tweede transportbaan 4b van de eerste transporteur 2 ruimte om de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 in het verlengde van de tweede transportbaan 4b van de eerste transporteur 2 aan te brengen.
Er wordt opgemerkt, dat volgens Fig. 1 de producten vanaf 25 de spiraalvormige eerste transporteur 2 in de richting van de rechtlijnige tweede transporteur 3 worden verplaatst. Uiteraard is ook de omgekeerde richting denkbaar, waarbij de geleidingen 8a-d uiteraard aan de tegenover gelegen zijden van de overgangen 7a-d dienen te worden geplaatst. In dat geval 30 bewegen de transportbanen 4a-d, 5a-d in de richting tegengesteld aan die is aangegeven met de pijlen in Fig. 1.
Fig. 2 toont een eerste alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting 1, waarbij de overgangen 7a-c zich in het spiraalvormige deel van de eerste en tweede transporteur 2, 3 35 bevinden. De aan de overgangen 7a-c grenzende parallelle gedeelten van transportbanen 4a-c, 5a-c van de eerste en tweede transporteur 2, 3 zijn hier dus gekromd. In dit geval hebben de eerste en de tweede transporteur 2, 3 elk drie parallelle 11 transportbanen 4a-c, respectievelijk 5a-c. Ook bij deze uitvoeringsvorm zijn de overgangen 7a-c in de transportrichting van de transportbanen 4a-c, 5a-c gezien, zijdelings versprongen. Fig. 2 is een duidelijke illustratie van de compactheid 5 van de inrichting 1 in het geval van spiraalvormige transporteurs 2, 3.
Een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting 1 volgens de uitvinding is schematisch afgebeeld in Fig. 3. In dit geval wordt de eerste transporteur 2 gedeeltelijk gevormd 10 door vier parallelle spiraalvormige transportbanen 4a-d. Het paralleldeel van de eerste transporteur 2 ligt nu op afstand van de overgangen 7a-d, omdat pas op afstand van de overgangen 7a-d de onderlinge afstand tussen twee naast elkaar gelegen transportbanen 4a-d kleiner is dan de breedte van de trans-15 portbanen 5a-d van de tweede transporteur 3. Zoals in Fig. 3 is geïllustreerd, lopen de transportbanen 4a-d van de eerste transporteur 2 vanaf de overgangen 7a-d dichter naar elkaar toe in de richting van het paralleldeel. De tweede transporteur 3 omvat vier parallelle banen 5a-d.
20 Bij deze uitvoeringsvorm liggen de overgangen 7a-d in de dwarsrichting van de transportbanen 4a-d, 5a-d ter plaatse van de overgangen 7a-d althans ongeveer in lijn. Bij de tweede transporteur 3 blijven de transportbanen 5a-d vanaf de overgangen 7 evenwijdig lopen, zodat de tweede transporteur 3 in 25 dit geval geen paralleldeel heeft, zoals dat hierboven is gedefinieerd. Het is natuurlijk denkbaar, dat ook deze banen Sari in de richting vanaf de overgangen 7a-d gezien naar elkaar toelopen om de tweede transporteur 3 ook compacter te kunnen bouwen.
30 Fig. 4 toont een derde alternatieve uitvoeringsvorm. In dit geval is de eerste transporteur 2 spiraalvormig en is de inrichting 1 opgebouwd uit drie eenheden 9, 9' en 9'' van elk twee paren met elkaar samenwerkende transportbanen 4a-b, 5a-b. De eenheden 9, 9', 9’’ zijn in een deel. van de spiraalvorm pa-35 rallel aan elkaar. De inrichting.1 volgens deze uitvoeringsvorm is opgebouwd uit drie parallel geschakelde eerste transporteurs 2, die tezamen een paralleltransporteur vormen welke gedeeltelijk een spiraal- of helixvorm heeft. Ter 12 plaatse van de eerste en tweede transportbanen 4a, 4b lopen de eenheden 9, 9', 9'' in een parallel gedeelte van de parallel-transporteur parallel aan elkaar. De afstand tussen de eenheden 9, 9', 9'' voorbij het parallelle gedeelte neemt toe, 5 zoals gezien vanaf het parallelle gedeelte naar de overgangen 7a, 7b van de eenheden 9, 9', 9' ' . De transportbanen 4a, 4b van elke eenheid 9, 9', 9'' verlaten in de getoonde uitvoeringsvorm de paralleltransporteur op verschillende op afstand van elkaar gelegen locaties, zoals gezien in de langsrichting 10 van de eerste en tweede transportbanen 4a, 4b van de eerste transporteurs 2. Het is mogelijk dat de transportbanen 4a, 4b van elke eenheid 9, 9', 9'' de spiraalvorm op een ander niveau verlaten, zoals gezien langs een centrale as van de spiraalvorm. Het is echter ook mogelijk, dat een laatste gedeelte van 15 de paralleltransporteur nabij de overgangen 7a, 7b van de eenheden 9, 9', 9'' zich bijvoorbeeld in een horizontaal vlak uitstrekt, zodat de eerste en tweede transportbanen van de tweede transporteurs 3 van de eenheden 9, 9', 9'' in verschillende richtingen'in een horizontaal vlak uitwaaieren.
20 Onder verwijzing naar Fig. 4 zal de opbouw van één een heid 9 worden toegelicht. De eenheid 9 omvat twee paren met elkaar samenwerkende eerste en tweede transportbanen 4a, 5a respectievelijk 4b, 5b. De eerste en tweede transportbanen 5a en 5b van de tweede transporteur 3 van de eenheid 9 bevinden 25 zich aan weerszijden van de transportbanen 4a, 4b van de eerste transporteur 2. Dit betekent, dat producten die over de transportbanen 4a en 4b naar transportbanen 5a en 5b worden getransporteerd, ter plaatse van de overgangen 7a-b in tegenovergestelde richting worden verplaatst door middel van de 30 geleidingen 8a en 8b.
Fig. 5 toont een spiraalvormige eerste transporteur 2 met rechtlijnig uitlopende transportbanen 4a-d en een rechtlijnige tweede transporteur 3. Bij deze uitvoeringsvorm van de inrichting 1 functioneert de tweede transporteur 3 als een 35 samenvoegorgaan, waarbij de vanaf de eerste transporteur 2 naar de tweede transporteur 3 getransporteerde producten worden samengevoegd naar één gemeenschappelijke transportbaan 10. In deze uitvoeringsvorm worden alle transportbanen 5a-d van de 13 tweede transporteur 2 bij voorkeur door één elektromotor 6' aangedreven, zodat alle transportbanen 5a-d dezelfde trans-portsnelheid hebben.
In dit geval zijn bijvoorbeeld de twee naast elkaar gele-5 gen eerste en tweede transportbanen 5a en 5b van de tweede transporteur 3 voorzien van ten minste een overgang 11b waarover de producten van de transportbanen 5b naar de transportbaan 5a door middel van een verplaatsingsorgaan 12b verplaatsbaar zijn. Een dergelijke overgang 11b en bijbehorend 10 verplaatsingsorgaan 12b zijn ook bij de overige transportbanen 5b-5c en 5c-5d van de tweede transporteur 3 aanwezig (ter illustratie is de overgang lid en bijbehorend stuurorgaan 12d met verwijzingscijfers aangegeven), zodat alle van de eerste transporteur 2 afkomstige producten naar de transportbaan 5a 15 van de tweede transporteur 3 worden samengevoegd. Van daar worden de producten via een parallelle overgang naar de gemeenschappelijke transportbaan 10 verplaatst. In Fig. 5 is te zien, dat de verplaatsingsorganen of geleiders 12a-12d zich over alle transportbanen 5a-d van de tweede transporteur 3 20 uitstrekken. Voor de duidelijkheid zijn de verwijzingscijfers met betrekking tot de verplaatsingsorganen 12a en 12c, en de overgangen 11a en 11c weggelaten.
Fig. 6a en 6b tonen twee uitvoeringsvormen van een spi-raalvormige eerste transporteur 2, maar nu met drie 25 rechtlijnig uitlopende transportbanen 4a-c en een rechtlijnige tweede transporteur 3. Bij deze uitvoeringsvormen van de inrichting 1 is de transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 een lange transportbaan die zich, vanaf de tweede transporteur 3 naar de eerste transporteur 2 gezien, voorbij de overgang 7a 30 uitstrekt. In dit geval functioneert de transportbaan 5a als een bypass voor de eerste transporteur 2, hetgeen een voordeel is wanneer de eerste transporteur 2 als een buffer wordt toegepast. Indien buffering op een bepaald moment niet noodzakelijk is, hoeven de producten geen onnodig lang traject 35 te volgen en kunnen zij het korte traject via de bypass 5c volgen. Eventueel wordt de bypass 5c apart aangedreven, zodat deze in het geval dat niet gebufferd hoeft te worden bijvoorbeeld een andere snelheid kan aannemen.
14
Onder verwijzing naar Fig. 6a en 6b is deze configuratie van de bypass als volgt gedefinieerd. De eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 strekt zich, vanuit de tweede transporteur 3 naar de eerste transporteur 2 gezien, voorbij 5 de eerste overgang 7a uit. Verder heeft de eerste transportbaan 5a een eerste distaai gedeelte 13 op afstand van de eerste overgang 7a, terwijl de eerste transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 een tweede distaai gedeelte 14 op afstand van de eerste overgang 7a heeft. De afstand tussen de 10 eerste overgang 7a en het eerste distale gedeelte 13 is gelijk aan de afstand tussen de eerste overgang 7a en het tweede distale gedeelte 14, wanneer de afstand langs een rechte lijn wordt gemeten, maar de lengte van de eerste transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 is tussen de eerste overgang 7a 15 en het tweede distale gedeelte 14 langer dan de lengte van de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 tussen de eerste overgang 7a en het eerste distale gedeelte 13. Met andere woorden, wanneer een product vanaf het tweede distale gedeelte 14 de eerste transportbaan 4a van de eerste transpor-20 teur 2 volgt, wordt een langere weg afgelegd dan in het geval dat het product vanaf het eerste distale gedeelte 13 de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 tot de eerste overgang 7a volgt.
Verder worden bij deze uitvoeringsvorm de producten 25 evenals als bij de uitvoeringsvorm volgens Fig. 5 via de over-gangen lla-llc en door middel van de respectievelijke bijbehorende verplaatsingsorganen 12a-12c over de transportbanen 5a-c verplaatst. De verplaatsingsorganen 12a-12c zijn in dit geval ook statische geleidingen die ten opzichte van de 30 tweede transporteur 3 een vaste positie hebben, maar op zichzelf eventueel actief kunnen zijn, bijvoorbeeld door middel van een aangedreven band of aangedreven rollen.
In de uitvoeringsvorm volgens Fig. 6a worden de producten samengevoegd naar transportbaan 5a van de tweede transporteur 35 3, terwijl in de uitvoeringsvorm volgens Fig. 6b de producten worden samengevoegd naar. transportbaan 5c van de tweede transporteur 3 en van daar via de parallelle overgang 11c naar de gemeenschappelijke transportbaan 10. In Fig. 6a is geïllu- 15 streerd, dat de producten op de transportbaan 4b van de spiraalvormige eerste transporteur 2 via de overgang 7b respectievelijk, de overgang 11a naar de transportbaan 5a van de tweede transporteur 3 worden getransporteerd, zoals aange-5 geven met pijlen. In Fig. 6b worden de producten via overgang 7b naar transportbaan 5b en weer in tegengestelde richting via overgang 11b naar transportbaan 5a verplaatst. Van daar worden de producten via de parallelle overgang 11c naar de gemeenschappelijke transportbaan 10 getransporteerd.
10 Fig. 7a-7d tonen een uitvoeringsvorm van de inrichting 1 met een gedeeltelijk spiraalvormige eerste transporteur 2 en een rechtlijnige tweede transporteur 3. Bij deze uitvoeringsvorm van de inrichting 1 functioneert de tweede transporteur 3 als een verdeler, waarbij de producten over één gemeenschappe-15 lijke transportbaan 10 van de tweede transporteur 3 in de richting van de eerste transporteur 2 worden toegevoerd. In dit geval gaat de gemeenschappelijke transportbaan 10 over in de transportbaan 5d van de tweede transporteur 3, zodat de producten over de transportbanen 5a, 5b, 5c, 5d worden ver-20 deeld en naar de eerste transporteur 2 worden getransporteerd. Tussen de twee naast elkaar gelegen transportbanen 5d en 5c is een eerste verdelerovergang 11a aanwezig waarover de producten tussen de transportbanen 5d en 5c verplaatsbaar zijn door middel van een eerste schakelbaar verplaatsingsorgaan 12a. Als 25 het schakelbare verplaatsingsorgaan 12a geactiveerd is, zoals geïllustreerd in Fig. 7a, kunnen de op transportbaan 10 aanwezige producten via de eerste verdelerovergang 11a naar de naastgelegen transportbaan 5c worden getransporteerd. Op transportbaan 5c worden de producten bij het bereiken van het 30 stuurorgaan 12b via de overgang 11b naar de transportbaan 5b van de tweede transporteur 3 verplaatst.
De naast elkaar gelegen transportbaan 5d,en transportbaan 5c zijn verder voorzien van een tweede verdelerovergang 11c waarover de producten tussen de transportbaan 5d en transport-35 baan 5c verplaatsbaar zijn door middel van een tweede schakelbaar verplaatsingsorgaan 12c. Wanneer het tweede schakelbare verplaatsingsorgaan 12c is geactiveerd, zoals geïllustreerd in Fig. 7b, worden de op de gemeenschappelijke 16 transportbaan 10 vóór het tweede verplaatsingsorgaan 12c aanwezige producten via de tweede verdelerovergang 11c naar de naastgelegen transportbaan 5c getransporteerd. Daar ontmoeten de producten- het stuurorgaan 8c welke de producten via de 5 overgang 7c naar transportbaan 4c geleidt.
Producten die via de eerste verdelerovergang 11a op transportbaan 5b terecht zijn gekomen, kunnen door een derde schakelbaar verplaatsingsorgaan 12d op transportbaan 5b blijven of naar transportbaan 5a worden geleid. Het zal duidelijk 10 zijn dat het aantal transportbanen 4a-d, 5a-d, overgangen 7a-d, lla-d en stuur- en verplaatsingsorganen 8a-d, 12a-d verder uitgebreid kan worden.
In dit geval worden de transportbanen 5a-d door één elektromotor 6 aangedreven,· zodat alle· transportbanen 5a-d 15 dezelfde transportsnelheid hebben. De transportbanen 4a-d van de eerste transporteur 2 kunnen afzonderlijk worden aangedreven, omdat de producten telkens maar naar één van de transportbanen 4a-d worden getransporteerd door selectie van de positie van de schakelbare verplaatsingsorganen 12a, 12c, 20 12d. In deze uitvoeringsvorm zijn de stuurorganen 8a-d en het verplaatsingsorgaan 12b statische geleidingen en de verplaatsingsorganen 12a, 12c, 12d schakelbare geleidingen. Overigens kunnen de geleidingen 8, 12 op zichzelf bijvoorbeeld beweegbare rollen of banden omvatten.
25 In de in Fig. 7a-7d getoonde uitvoeringsvorm is een com binatie van één snel schakelbare geleiding 12a en twee langzaam schakelbare geleidingen 12c, 12d toegepast. In Fig.
7a is de snel schakelbare geleiding. 12c geactiveerd en worden de producten door middel van de langzaam schakelbare geleiding 30 12d via overgang lid naar transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 verplaatst. In de tussentijd kan de langzaam schakelbare geleiding 12c eventueel van stand veranderen om de juiste positie in te nemen voordat de snel schakelbare geleiding 12a van positie verandert. In Fig. 7b is de snel 35 schakelbare geleiding 12a gedeactiveerd en volgen de producten de transportbaan 5d en worden deze door de langzaam schakelbare geleiding 12c naar transportbaan 5c geleid. Daar worden de producten vervolgens via de overgang 7c en door middel van het 17 stuurorgaan 8c naar de transportbaan 4c van de eerste transporteur 2 verplaatst. Ondertussen wordt de langzaam schakelbare geleiding 12d in een andere positie klaargezet, zodat wanneer de snel schakelbare geleiding 12a wordt geacti-5 veerd, de producten via transportbanen 5d en 5c via overgang 11b naar transportbaan 4b worden verplaatst, zoals geïllustreerd in Fig. 7c. Het voordeel van het toepassen van de langzaam schakelbare geleidingen 12c, 12d is, dat deze ten opzichte van een snel schakelbare geleiding significant 10 goedkoper zijn. Met name voor snelle productstromen is deze schakeling van schakelbare geleidingen 12a, 12c, 12d aantrekken j k.
Snel schakelbare geleidingen zijn in de techniek bekend, zoals multi-segment kleppen. Dergelijke kleppen zijn in staat 15 om uit een snelle productstroom slechts één willekeurig gekozen product uit de stroom van bewegingsrichting te veranderen. . Een snelle productstroom over een transportbaan is bijvoorbeeld 30.000 producten per uur.
Fig. 8a-8d toont een gedeeltelijk spiraalvormige eerste 20 transporteur 2 en een rechtlijnige tweede transporteur 3. Bij deze uitvoeringsvorm van de inrichting 1 functioneert de tweede transporteur 3 ook als een verdeler, zoals bij die volgens Fig. 7a-7d. In dit geval zijn drie snel schakelbare geleidingen 12a, 12c, 12d aanwezig om. de producten vanaf een 25 gemeenschappelijke transportbaan 10, die in dit geval overgaat in de transportbaan 5a van de tweede transporteur 3, direct naar de transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 te verplaatsen (met geleiding 12d) of indirect naar de transportbanen 4b en 4a via de transportbanen 5b en 5c (door 30 middel, van geleidingen 12c en 12a). In dit geval behoort bij de eerste overgang 7a dus een schakelbare geleiding 12d in plaats van een overgang met een statische geleiding zoals in de bovengenoemde uitvoeringsvormen.
Fig. 9 toont een schematisch bovenaanzicht van een alter-35 natieve uitvoeringsvorm van een verdeler volgens de uitvinding. Bij deze uitvoeringsvorm is de verdeler voorzien van een gemeenschappelijke transportbaan 10 en drie transportbanen 5a-c. De gemeenschappelijke transportbaan 10 en 18 transportbanen 5a, 5b, 5c zijn aandrijfbaar in dezelfde trans-portrichting met dezelfde snelheid. Tussen de gemeenschappelijke transportbaan 10 en de daaraan grenzende transportbaan 5c is een eerste verdelerovergang 11a aanwezig.
5 Over de eerste verdelerovergang 11a zijn de producten tussen de gemeenschappelijke transportbaan 10 en de transportbaan 5c verplaatsbaar door middel van een bij de eerste verdelerovergang 11a behorend eerste schakelbaar verplaatsingsorgaan 12a. Hiermee kunnen de producten naar de transportbaan 5c worden 10 geleid of worden doorgelaten. Aan het eind van de gemeenschappelijke transportbaan 10 is een statische geleiding 12e aanwezig die de doorgelaten producten via de overgang 11e naar de transportbaan 5c geleidt. De verdeler is verder voorzien van twee overgangen 11c, lid en daarbij behorende schakelbare 15 verplaatsingsorganen 12c, 12d. Daarmee kunnen de producten verder worden verdeeld naar de transportbanen 5a, 5b en 5c, zoals geïllustreerd met behulp van pijlen in Fig. 9. De schakelbare verplaatsingsorganen 12c en 12d verdelen dus de producten, die afkomstig zijn van de transportbaan 5c of de 20 gemeenschappelijke transportbaan 10, over twee aan elkaar grenzende transportbanen 5a, 5b of 5b, 5c. Uiteraard zijn vele andere configuraties en uitbreidingen van transportbanen, overgangen en al dan niet schakelbare verplaatsingsorganen denkbaar.
25 Fig. 10 toont een verdere alternatieve uitvoeringsvorm van de inrichting 1 volgens de uitvinding. In dit geval heeft de eerste transporteur 2 een spiraalvorm en is een eerste gedeelte van de tweede transporteur 3 uitgevoerd als rechtlijnige transporteur. De eerste en tweede transporteur 2, 30 3 hebben elk twee transportbanen 4a-b, 5a-b. De transportbanen 4a, 4b, 5a, 5b kunnen elk een aparte aandrijving hebben. De eerste transportbaan 4a van de eerste transporteur 2 werkt via de overgang 7a samen met de eerste transportbaan 5a van de tweede transporteur 3; en de tweede transportbaan 4b van de 35 eerste transporteur 2 werkt via de overgang 7b samen met de tweede transportbaan 5b van de tweede transporteur 3. Verder is in Fig. 10 het eerste stuurorgaan 8a schematisch getoond. Het paralleldeel is in Fig. 10 overigens niet afgebeeld. Even- 19 tueel is de uitvoeringsvorm volgens Fig. 10 ook denkbaar zonder paralleldeel.
Bij deze uitvoeringsvorm liggen de paren transportbanen 4a-b en 5a-b ter plaatse van de overgangen 8a, 8b boven el-5 kaar, zodat ook.de eerste en de tweede overgang 7a, 7b boven elkaar liggen. Hierdoor wordt in zijdelingse richting van de transportbanen 4a-b, 5a-b ruimte bespaard. In Fig. .10 zijn verder voor de eerste transportbaan 4a en tweede transportbaan 4b respectievelijk terugvoerbanen 4a' en 4b' getoond, welke 10 niet parallel lopen met het spiraalvormige deel van de eerste transporteur 2 en een relatief kort traject volgen terug naar een begingedeelte van de spiraalvorm.
Bij de eerste transporteur 2 volgens Fig. 10 zijn de transportbanen 4a, 4b in elkaar gevlochten. In de langsrich-15 ting langs de centrale hartlijn van de spiraalvorm gezien wisselen bij deze zogenaamde double twist spiraal de eerste transportbaan 4a en tweede transportbaan 4b elkaar af, zie Fig. 10. In feite zijn meerdere boven elkaar gelegen parallelle transportbanen tezamen in een helixvorm gewikkeld en hoeft 20 de eerste transporteur 2 niet beperkt te zijn tot twee transportbanen 4a, 4b. Eventueel is denkbaar, dat elke transportbaan 4a, 4b weer naast elkaar gelegen parallelle deelbanen heeft, die eventueel weer onafhankelijk van elkaar aandrijfbaar zijn.
25 Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat met de inrich ting volgens de uitvinding een hoge transportcapaciteit tussen twee transporteurs wordt bereikt, waarbij parallelle overgangen voor een stabiele overgang van de producten tussen de transporteurs zorgen, terwijl de inrichting bovendien compact 30 gehouden kan worden.
De uitvinding is niet beperkt tot de in de tekeningen weergegeven en hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden die op verschillende manieren binnen het kader van de uitvinding kunnen worden gevarieerd. Er kunnen bijvoorbeeld kenmerken van 35 verschillende uitvoeringsvormen worden gecombineerd. Verder zijn vele variaties denkbaar met betrekking tot de positionering van de overgangen tussen twee naast elkaar gelegen parallelle transportbanen van de tweede transporteur. Voorts 20 is een inrichting denkbaar, waarbij niet een enkele product-stroom per baan wordt getransporteerd, maar een massa productstroom; eventueel wordt de massa productstroom over meerdere parallelle banen geleid.
Claims (21)
1. Inrichting (1) voor het transporteren van produc ten welke voorzien is van ten minste een eerste transporteur (2) en een tweede transporteur (3), die elk ten minste een eerste aandrijfbare transportbaan (4a, 5a) voor het daarop dragen en transporteren van de producten omvatten; en ten min-10 ste een eerste overgang (7a) tussen de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) en de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) over welke eerste overgang (7a) de producten tussen de eerste transporteur (2) en de tweede transporteur (3) door middel van een eerste stuurorgaan 15 (8a) verplaatsbaar zijn, zodat een paar met elkaar samenwer kende eerste transportbanen (4a, 5a) wordt gevormd, waarbij tenminste de aan de eerste overgang (7a) grenzende gedeelten van het paar eerste transportbanen (4a, 5a) althans ongeveer parallel aan elkaar zijn en althans ongeveer dezelfde trans-20 portrichting hebben, met het kenmerk, dat de eerste (2) en de tweede transporteur (3) elk zijn voorzien van ten minste een tweede transportbaan (4b-d, 5b-d) respectievelijk tweede overgang (7b-d) en tweede stuurorgaan (8b-d) teneinde ten minste tweè paren met elkaar samenwerkende eerste transportbanen en 25 met elkaar samenwerkende tweede transportbanen (4b-d, 5b-d) te vormen, waarbij ten minste de eerste transporteur (2) een pa-ralleldeel heeft waarin de eerste en tweede transportbaan (4a- d) van de eerste transporteur (2) parallel aan elkaar lopen en de onderlinge afstand daarvan in dwarsrichting van de eerste 30 en tweede transportbaan (4a-d) kleiner is dan de breedte van de eerste transportbaan (5a-d) van de tweede transporteur (3) ter plaatse van de eerste overgang (7).
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de tenminste eerste en tweede transportbaan (4a-d, 5a-d) van de eerste 35 en de tweede transporteur (2, 3) zodanig parallel naast elkaar zijn opgesteld dat de eerste en tweede overgang (7a-d) in de transportrichting zijdelings zijn versprongen, en de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) ter plaatse van de eerste overgang (7a) aan dezelfde zijde van de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) ligt als de tweede transportbaan (5b) van de tweede transporteur (3) ter 5 plaatse van de tweede overgang (7b) aan de zijde van de tweede transportbaan (4b) van de eerste transporteur (2) ligt.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) althans ongeveer in het verlengde ligt van de tweede transportbaan (4b) 10 van de eerste transporteur (2).
4. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij tenminste de aan de eerste en tweede overgang (7a-d) grenzende parallelle gedeelten van de tenminste eerste en tweede transportbaan (4a-d, 5a-d) van de eerste en tweede 15 transporteur (2, 3) gekromd zijn.
5. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één van de transporteurs (2, 3) tenminste gedeeltelijk een spiraalvorm heeft.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de eerste 20 en de tweede transporteur (2, 3) voor en na de eerste en tweede overgang (7a, 7b) een spiraalvorm hebben.
7. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de eerste (2) en tweede transporteur (3) twee paren eerste en tweede transportbanen (4a-b, 5a-b) omvatten, welke zodanig zijn opge- 25 steld, dat de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) zich ter plaatse van de eerste overgang (7a) aan de van de tweede transportbaan (4b) van de eerste transporteur (2) afgekeerde zijde van de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) bevindt, en de tweede trans- 30 portbaan (5b) van de tweede transporteur (3) zich ter plaatse van de tweede overgang (7b) aan de van de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) afgekeerde zijde van de tweede transportbaan (4b) van de eerste transporteur (2) bevindt .
8. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij de twee paren eerste en tweede transportbanen (4a-b, 5a-b) een eenheid vormen (9, 9', 9'' ) , waarin het paralleldeel zich direct vanaf de eerste en de tweede overgang (7a-b) uitstrekt, zoals gezien vanaf de tweede (3) naar de eerste transporteur (2), en waarbij de inrichting (1) is voorzien van ten minste twee van dergelijke eenheden (9, 9', 9''), waarbij de eenheden (9, 9', 5 9'') ter plaatse van de eerste en tweede transportbanen (4a-b) van de eerste transporteurs (2) tenminste gedeeltelijk parallel aan elkaar lopen binnen een parallel gedeelte van een paralleltransporteur, en waarbij de afstand tussen de eenheden voorbij het parallelle gedeelte toeneemt, zoals gezien vanaf 10 het parallelle gedeelte naar de overgangen (7a, 7b).
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij de paral-leltransporteur tenminste gedeeltelijk een spiraalvorm heeft.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de eenheden (9, 9', 9'') op verschillende niveaus de spiraalvorm 15 verlaten, zoals gezien langs een centrale as van de spiraalvorm.
11. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de tenminste eerste en tweede transportbanen (4a-d, 5a-d) van de eerste en tweede transporteur (2, 3) zodanig zijn opgesteld 20 dat de tenminste eerste en tweede overgangen (7a-d), in de dwarsrichting van de eerste en tweede transportbanen (4a-d, 5a-d) ter plaatse van de eerste en tweede overgang (7a-d) gezien, althans ongeveer in lijn liggen.
12. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de eer-25 ste en tweede transportbaan (4a-d, 5a-d) van de eerste en tweede transporteur (2, 3) zodanig zijn opgesteld dat de eerste en tweede overgang (7a-d) boven elkaar liggen.
13. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij tussen de tenminste eerste en tweede transportbaan (5a-d) van ten 30 minste de tweede transporteur (3) ten minste een verdere overgang (lla-e) is verschaft, waarover de producten tussen de eerste en tweede transportbaan (5a-5d) van de tweede transporteur (3) door middel van ten minste een verplaatsingsorgaan (I2a-e) verplaatsbaar zijn teneinde de van de eerste transpor-35 teur (2) naar de tweede transporteur (3) getransporteerde producten van de tweede naar de eerste of van de eerste naar de tweede transportbaan (5a-d) van de tweede transporteur (3) 0/1 e— -j te brengen, of de van de tweede transporteur (3) naar de eerste transporteur (2) getransporteerde producten over de eerste en de tweede transportbaan (5a-d) van de tweede transporteur (3) te verdelen.
14. Inrichting volgens conclusie 13, waarbij de ten minste eerste en tweede transportbaan (5a-5d) van de tweede transporteur (3) zodanig worden aangedreven, dat deze dezelfde transportsnelheid hebben.
15. Inrichting volgens conclusie 13, waarbij de eer-10 ste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) zich, vanuit de tweede transporteur (3) naar de eerste transporteur (2) gezien, voorbij de eerste overgang (7a) uitstrekt en een op afstand van de eerste overgang (7a) gelegen eerste distaai gedeelte (13) heeft, en waarbij de eerste transportbaan (4a) 15 van de eerste transporteur (2) een op afstand van de eerste overgang (7a) gelegen tweede distaai gedeelte (14) heeft, waarbij de afstand tussen de eerste overgang (7a) en het eerste distale gedeelte (13) gelijk is aan de afstand tussen de eerste overgang (7a) en het tweede distale gedeelte (13), wan-20 neer de afstand langs een rechte lijn wordt gemeten, maar waarbij de lengte van de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) tussen de eerste overgang (7a) en het tweede distale gedeelte (14) langer is dan de lengte van de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) tus-25 sen de eerste overgang (7a) en het eerste distale gedeelte (13), teneinde de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) tenminste gedeeltelijk een bypass voor de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur (2) te laten vormen.
16. Inrichting volgens conclusie 15, waarbij een bij de eerste overgang (7a) behorend eerste stuurorgaan (12d) schakelbaar is voor het al dan niet verplaatsen van producten tussen de eerste transportbaan (5a) van de tweede transporteur (3) en de eerste transportbaan (4a) van de eerste transporteur 35 (2).
17. Inrichting volgens één van de conclusies 13-15, waarbij ten minste één van de verplaatsingsorganen (12a-d) schakelbaar is voor het al dan niet verplaatsen van producten tussen twee naast elkaar gelegen transportbanen (5a-d) van de tweede transporteur (3).
18. Verdeler voor het verdelen van producten afkom-5 stig van een gemeenschappelijke transportbaan (10) naar ten minste drie transportbanen (5a-d), welke gemeenschappelijke transportbaan (10) en transportbanen (5a-d) aandrijfbaar zijn in een transportrichting, zich parallel aan elkaar uitstrekken en aan elkaar grenzen, en waarbij tussen de gemeenschappelijke 10 transportbaan (10) en een daaraan grenzende eerste transportbaan (5c, 5d) ten minste een eerste verdelerovergang (11a) aanwezig is, over welke eerste verdelerovergang (11a) de producten tussen de gemeenschappelijke transportbaan (10) en de eerste transportbaan (5c, 5d) verplaatsbaar zijn door middel 15 van een bij de eerste verdelerovergang (11a) behorend eerste verplaatsingsorgaan (12a), waarbij tenminste het eerste ver-plaatsingsorgaan (12a) schakelbaar is voor het al dan niet verplaatsen van de producten van de gemeenschappelijke transportbaan (10) naar de eerste transportbaan (5c, 5d) teneinde 20 voor de producten twee verschillende trajecten na het eerste verplaatsingsorgaan (12a) te kunnen selecteren, en waarbij de verdeler verder is voorzien van een aantal verdere overgangen (llb-e) en daarbij behorende verplaatsingsorganen (12b-e) voor het verder verdelen van de producten naar de transportbanen 25 (5a-5c), van welke verplaatsingsorganen (12b-e) er ten minste twee (12c, 12d) schakelbaar zijn en zodanig zijn opgesteld, dat het ene schakelbare verplaatsingorgaan (12c) de producten afkomstig uit het ene geselecteerde traject over twee aan elkaar grenzende transportbanen (5a-d) kan verdelen, terwijl het 30 andere schakelbare verplaatsingorgaan (12d) de producten afkomstig uit het andere geselecteerde traject over twee aan elkaar grenzende transportbanen (5a-d) kan verdelen.
19. Verdeler volgens conclusie 18, waarbij het eerste verplaatsingsorgaan (12a) sneller schakelbaar is dan de 35 andere schakelbare verplaatsingsorganen (12c, 12d).
20. Verdeler volgens conclusie 18 of 19, waarbij de gemeenschappelijke transportbaan (10) voorbij het eerste ver- plaatsingsorgaan (12a) en eventueel verdere verplaatsingsorga-nen in de transportrichting gezien overgaat in een transportbaan (5a, 5d) van de tweede transporteur (3).
21. Inrichting volgens conclusie 11, waarbij het pa-5 ralleldeel zich op afstand van de tenminste eerste en tweede overgangen (7a-d) bevindt.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000727A NL2000727C2 (nl) | 2006-12-22 | 2007-06-29 | Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. |
| PCT/NL2008/050437 WO2009005349A2 (en) | 2007-06-29 | 2008-06-30 | Apparatus for conveying products and a divider |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000404 | 2006-12-22 | ||
| NL2000404A NL2000404C2 (nl) | 2006-12-22 | 2006-12-22 | Transportinrichting. |
| NL2000727 | 2007-06-29 | ||
| NL2000727A NL2000727C2 (nl) | 2006-12-22 | 2007-06-29 | Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000727C2 true NL2000727C2 (nl) | 2008-06-25 |
Family
ID=39735543
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000727A NL2000727C2 (nl) | 2006-12-22 | 2007-06-29 | Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000727C2 (nl) |
| WO (1) | WO2009005349A2 (nl) |
Families Citing this family (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL2000404C2 (nl) | 2006-12-22 | 2008-06-25 | Ambaflex Internat B V | Transportinrichting. |
| NL2000635C1 (nl) | 2007-05-07 | 2008-11-10 | Specialty Conveyor Bv | Inrichting en werkwijze voor het bufferen van producten. |
| NL2002100C (en) | 2008-10-15 | 2010-04-16 | Specialty Conveyor Bv | A buffer conveyor having parallel tracks. |
| NL2002878C2 (en) * | 2009-05-13 | 2010-11-18 | Ambaflex Internat B V | A conveyor having parallel conveyor members. |
| CN106241324A (zh) * | 2016-10-09 | 2016-12-21 | 金锋馥(滁州)输送机械有限公司 | 一种新型高速电磁铁动力摆轮分拣机构 |
Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3145825A (en) * | 1961-10-03 | 1964-08-25 | Meyer Geo J Mfg Co | Selective quantity ratio divider conveyor |
| FR1501928A (fr) * | 1966-09-29 | 1967-11-18 | Alca Sa | Procédé et dispositif pour diviser une file d'objets en circulation, notamment une file de bouteilles dans une installation d'embouteillage |
| DE8618442U1 (de) * | 1986-07-10 | 1986-09-11 | Kronseder, Hermann, 93086 Wörth | Transportvorrichtung für aufrecht stehende Behältnisse, insbesondere Flaschen |
| DE4442586A1 (de) * | 1994-11-30 | 1996-06-05 | Kronseder Maschf Krones | Vorrichtung zum Verteilen von Gefäßen |
| US6648124B1 (en) * | 2002-09-19 | 2003-11-18 | Garvey Corporation | Product path splitting and merging conveyor system |
| EP1424297A1 (de) * | 2002-11-29 | 2004-06-02 | KHS Maschinen- und Anlagenbau Aktiengesellschaft | Vorrichtung zum Auseinanderführen eines Behälterstromes |
| WO2007067049A1 (en) * | 2005-12-08 | 2007-06-14 | Specialty Conveyor B. V. | A device for buffering products and a method of operating this |
Family Cites Families (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1025991C2 (nl) | 2004-04-21 | 2005-10-24 | Ambaflex Internat B V | Werkwijze en inrichting voor het bufferen van producten. |
-
2007
- 2007-06-29 NL NL2000727A patent/NL2000727C2/nl active Search and Examination
-
2008
- 2008-06-30 WO PCT/NL2008/050437 patent/WO2009005349A2/en not_active Ceased
Patent Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3145825A (en) * | 1961-10-03 | 1964-08-25 | Meyer Geo J Mfg Co | Selective quantity ratio divider conveyor |
| FR1501928A (fr) * | 1966-09-29 | 1967-11-18 | Alca Sa | Procédé et dispositif pour diviser une file d'objets en circulation, notamment une file de bouteilles dans une installation d'embouteillage |
| DE8618442U1 (de) * | 1986-07-10 | 1986-09-11 | Kronseder, Hermann, 93086 Wörth | Transportvorrichtung für aufrecht stehende Behältnisse, insbesondere Flaschen |
| DE4442586A1 (de) * | 1994-11-30 | 1996-06-05 | Kronseder Maschf Krones | Vorrichtung zum Verteilen von Gefäßen |
| US6648124B1 (en) * | 2002-09-19 | 2003-11-18 | Garvey Corporation | Product path splitting and merging conveyor system |
| EP1424297A1 (de) * | 2002-11-29 | 2004-06-02 | KHS Maschinen- und Anlagenbau Aktiengesellschaft | Vorrichtung zum Auseinanderführen eines Behälterstromes |
| WO2007067049A1 (en) * | 2005-12-08 | 2007-06-14 | Specialty Conveyor B. V. | A device for buffering products and a method of operating this |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2009005349A2 (en) | 2009-01-08 |
| WO2009005349A3 (en) | 2009-04-30 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2000404C2 (nl) | Transportinrichting. | |
| NL2000727C2 (nl) | Inrichting voor het transporteren van producten en een verdeler. | |
| KR101227409B1 (ko) | 목적물의 흐름을 분할하는 장치 및 방법 | |
| EP1980504B1 (en) | Modular plastic conveyor belt with high beam strength | |
| CN106660714B (zh) | 高速整体流分拣 | |
| CA2684842C (en) | A movement device on an endless belt of adaptable path | |
| NL2009781C2 (nl) | Transporteur. | |
| NL1030617C2 (nl) | Inrichting voor het bufferen van producten. | |
| US9181041B2 (en) | Buffer conveyor having parallel tracks | |
| CN107438573B (zh) | 具有传送带的输送系统 | |
| CN108883883B (zh) | 用于容器的低压存储设备和/或分配单元 | |
| US6382405B1 (en) | Solid top radius conveyor belt | |
| KR101253562B1 (ko) | 모듈형 플라스틱 컨베이어 벨트, 및 그의 에지 모듈 | |
| MXPA05002746A (es) | Dispositivo para repartir flujo desordenado de objetos cilindricos, por ejemplo botellas de bebidas, entre diferentes rutas. | |
| CN101704442A (zh) | 用于运送物品的运送设备和方法 | |
| JP6805148B2 (ja) | 成形された底側表面を有するコンベヤベルトモジュール | |
| NL2000874C2 (nl) | Inrichting voor het transporteren van producten. | |
| JP4549338B2 (ja) | 長い物品のための可変容量貯留装置 | |
| US9073703B2 (en) | Apparatus and methods for dynamically controlling the spacing of conveyed objects | |
| JP2012025579A (ja) | 搬送品の振り分け装置 | |
| US20110226590A1 (en) | Conveyor unit for a transport system of articles and transport system | |
| US20100037981A1 (en) | Method and device for filling containers | |
| JP6804337B2 (ja) | 中継装置 | |
| CH713483A1 (de) | Kettenpuffer. | |
| JP2023179698A (ja) | 搬送装置および搬送方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up |