NL2000793C2 - Probe voor het meten van een elektrisch veld. - Google Patents
Probe voor het meten van een elektrisch veld. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000793C2 NL2000793C2 NL2000793A NL2000793A NL2000793C2 NL 2000793 C2 NL2000793 C2 NL 2000793C2 NL 2000793 A NL2000793 A NL 2000793A NL 2000793 A NL2000793 A NL 2000793A NL 2000793 C2 NL2000793 C2 NL 2000793C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- antenna
- housing
- detection circuit
- probe according
- conductive
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01R—MEASURING ELECTRIC VARIABLES; MEASURING MAGNETIC VARIABLES
- G01R29/00—Arrangements for measuring or indicating electric quantities not covered by groups G01R19/00 - G01R27/00
- G01R29/08—Measuring electromagnetic field characteristics
- G01R29/0864—Measuring electromagnetic field characteristics characterised by constructional or functional features
- G01R29/0878—Sensors; antennas; probes; detectors
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- Electromagnetism (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Waveguide Aerials (AREA)
- Measurement Of Resistance Or Impedance (AREA)
Description
Probe voor het meten van een elektrisch veld
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een probe of sensor voor het meten van een elektrisch veld, omvattende 5 tenminste één antenne; een detectieschakeling voor elke antenne, welke detectieschakeling verbonden is met de overeenstemmende antenne voor het detecteren van een RF signaal; en een behuizing waarin een verwerkingsschakeling voor het verwerken van een gedetecteerd signaal is opgenomen. De 10 uitvinding heeft verder betrekking op een monopool antenne die gebruikt kan worden in een dergelijke probe.
Dergelijke veldprobes worden typisch gebruikt om RF velden te meten voor allerhande toepassingen, zoals het meten van de elektrische veldsterkte tijdens het testen van de 15 stralingsimmuniteit, het kalibreren van het elektrisch veld in testopstellingen, het bepalen van de homogeniteit van het elektrisch veld in een testinstallatie of het meten van de elektrische veldsterkte om te bepalen of de veldniveaus onder een voor personen toelaatbare waarde liggen.
20 De bekende veldprobes gebruiken typisch een aantal antenne-elementen, en een schakeling om het RF signaal om te zetten in een DC spanning waarvan de amplitude een functie is van de amplitude van het RF signaal. Bij dergelijke probes is het wenselijk dat deze goed werken, en in het bijzonder 25 isotroop zijn in een breed frequentie- en amplitudebereik.
Een dergelijke probe wordt bijvoorbeeld beschreven in US 5,057,848. De daarin beschreven probe heeft drie antenne subsystemen die georiënteerd zijn langs respectievelijk een X, Y en Z as. De antenne-elementen zijn verbonden met een 30 detectie/filterschakeling, vanwaar de gedetecteerde signalen doorgegeven worden aan een verwerkingsschakeling die verbonden is met een voedings- en communicatieschakeling, vanwaar 2000793 2 optische datasignalen via een optische vezel verstuurd worden voor verdere verwerking, bijvoorbeeld op een PC. Elk antenne subsysteem omvat een monopool 60 en een schijfvormige antenne 64. De monopool antenne wordt hier via een "las (splice or 5 crimp) 94 - geleider 96 - houder (socket) 98" structuur verbonden met een HF detectieschakeling. Deze HF detectieschakeling geeft de gedetecteerde signalen door aan een verwerkingsschakeling die samen met de voedingsschakeling aangebracht is op PCB's 396, 398 in de behuizing - zie figuur 10 12. Een dergelijke probe heeft het nadeel dat er geen goede scheiding is tussen detectieschakeling enerzijds en verwerkingsschakeling anderzijds en dat de detectiediode in de behuizing is aangebracht. Hierdoor zal de probe onnauwkeurig zijn bij metingen van hoogfrequente zwakke signalen.
15 Ook zijn probes bekend die gebruik maken van dipool antenne-elementen met weerstandsdelen, waarbij de detectieschakeling in het midden of aan de zijkant van de dipoolantennes wordt voorzien. Zo beschrijft US 6,593,869 een probe met X, Y, en Z dipool antennes, waarbij elke dipool twee 20 getwiste takken met discrete weerstandselementen omvat en de diodes aangebracht zijn in het centrum van de twee takken. Verder beschrijft het artikel van Motohisa Kanda et al, met de titel "An Isotropic Eelectric-Field Probe with Tapered Resistive Dipoles for Broad-Band Use, 100kHz to 18 GHz", IEEE, 25 Transactions on Microwave Theory and techniques, vol. MTT-35, no. 2, February 1987, een probe met dipool antenne-elementen met tapse weerstandselementen. Het belangrijkste nadeel van dergelijke antenne-elementen is dat de veld probe een niet isotroop antwoord verschaft door de verbindingsdraden met hoge 30 impedantie die nodig zijn tussen de antenne-elementen en de verwerkingsschakeling, waarbij de verwerkingsschakeling buiten het centrum gemonteerd moet worden.
3 EP O 501 169 beschrijft een inrichting op basis van boogantennes voor het meten van e- en h-velden. In deze inrichting wordt een coax-kabel gebruikt om de door de boogantennes ontvangen signalen naar een detectieschakeling 5 binnen in de bolvormige behuizing te leiden.
W02006/003303 beschrijft een substraat waarop een antenne is voorzien. Ook hier worden de elektronische componenten waaronder een detectieschakeling in de behuizing 116 aangebracht.
10 De onderhavige uitvinding heeft als doel het verschaffen van een veldprobe van het in de aanhef genoemde type, waarbij voor een breed frequentiebereik een isotroop antwoord kan worden verkregen met antenne-elementen die kort zijn ten opzicht van de golflengte van de te meten maximumfrequentie.
15 Daartoe onderscheidt de probe volgens de uitvinding zich doordat de behuizing geleidend is en tenminste gedeeltelijk een bij voorkeur in hoofdzaak bolvormig oppervlak heeft ter vorming van een aardvlak voor de tenminste één antenne, waarbij de detectieschakeling buiten de behuizing aangebracht is en 20 gekoppeld is met de verwerkingsschakeling via een doorvoercondensator met een doorvoerterminal en een afscherming, waarbij de doorvoerterminal de detectieschakeling geleidend verbindt met de verwerkingsschakeling, en de afscherming geleidend verbonden is met het geleidend oppervlak 25 van de behuizing.
Op die manier vormt de behuizing een kooi van Faraday en wordt de verwerkingsschakeling volledig afgeschermd van RF signalen van buitenaf waardoor geen beïnvloeding van de DC meetcircuits zal plaatsvinden. Immers, alleen het DC signaal 30 dat afkomstig is van de detectieschakeling wordt via de doorvoercondensator in de behuizing gebracht. Op die manier kunnen ook heel zwakke hoogfrequente signalen op accurate wijze 4 gemeten worden, wat een vereiste is om met zeer korte antenne-elementen te kunnen werken. Deze korte antenne-elementen zijn wenselijk, enerzijds omdat het totale meetvolume van de probe hierdoor kleiner wordt, en anderzijds omdat de maximale 5 werkfrequentie hierdoor kan worden verhoogd.
Verdere voordelige uitvoeringsvormen worden beschreven in de volgconclusies 2-14.
Volgens een ander aspect van de uitvinding onderscheidt de probe van het in de aanhef genoemde type zich doordat elke 10 antenne en detectieschakeling zijn voorzien op een plaat met een basis waarop tenminste één geleidende strook aangebracht is ter vorming van een aarde voor de detectieschakeling, waarbij de behuizing geleidend is, en de plaat loodrecht op de geleidende behuizing aangebracht wordt, een en ander zodanig 15 dat de geleidend strook contact maakt met de behuizing. Merk op dat dit aspect van de uitvinding eveneens kan gecombineerd worden met één of meer maatregelen van de conclusies 1-14.
Door een dergelijke montage van de antenne en detectieschakeling op een plaat buiten de behuizing wordt een 20 zeer compacte probe verkregen. In het bijzonder wanneer drie probes zijn voorzien, heeft dit als voordeel dat de afstand tussen de uiteinden van de antennes tot een minimum wordt herleidt.
Volgens nog een ander aspect van de uitvinding bestaat de 25 behuizing uit tenminste twee delen, waarbij een eerste deel tenminste gedeeltelijk een in hoofdzaak bolvormige geleidende buitenwand heeft ter vorming van een aardvlak voor de tenminste één antenne, en het tweede deel voorzien is van tenminste één opening voor een optische vezel, waarbij in de behuizing ruimte 30 is voorzien voor het daarin monteren van tenminste één PCB waarop onder andere de verwerkingsschakeling is gemonteerd, welk tenminste één PCB bij voorkeur schijfvormig is. Merk op 5 dat dit aspect van de uitvinding eveneens kan gecombineerd worden met één of meer maatregelen van de conclusies 1-14.
Door te werken met een tweedelige geleidende behuizing waarvan tenminste een eerste deel waarop de antennes worden 5 voorzien bolvormig is, kan een heel compacte antenne worden gebouwd, waarbij de afmetingen van de behuizing plus antenne beperkt blijven, zodanig dat een goede homogeniteit wordt verkregen wanneer bijvoorbeeld drie antennes volgens een X, Y en Z richting gebruikt worden.
10 De tekeningen in bijlage illustreren niet-beperkende voorkeursuitvoeringsvoorbeelden van de onderhavige uitvinding. De hierboven genoemde en andere voordelen, kenmerken en doelen van de uitvinding zullen beter blijken en de uitvinding zal beter begrepen worden uit de volgende gedetailleerde 15 beschrijving met verwijzing naar de tekeningen in bijlage waarin:
Figuur 1 is een perspectivisch aanzicht van een uitvoeringsvorm van een probe volgens de uitvinding;
Figuren 2A en B zijn respectievelijk een perspectivisch en 20 vooraanzicht van een helft van de behuizing van de probe van figuur 1;
Figuren 3A, B en C zijn respectievelijk een perspectivisch aanzicht, een doorsnede en een onderaanzicht van de andere helft van de behuizing van de probe van figuur 1; 25 Figuren 4A en B zijn respectievelijk een perspectivisch aanzicht en een doorsnede van de beschermkappen van de probe van figuur 1;
Figuur 5 is een bovenaanzicht van een substraat met een monopool antenne volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding; 30 Figuren 6A en B zijn schematische aanzichten van de PCB's van de probe van figuur 1; 6
Figuur 7 is een schema van een uitvoering van een detectieschakeling;
Figuur 8 is een blokschema van de in de behuizing gemonteerde elektronica.
5 In de in figuur 1 geïllustreerde uitvoering is de behuizing opgebouwd uit twee in hoofdzaak bolvormige delen 2, 3 die vervaardigd zijn uit een geleidend materiaal, typisch een metaal, en bij voorkeur al dan niet verguld messing. Op een eerste deel 2 van de behuizing zijn drie monopool antennes 4 10 aangebracht volgens een X, Y en Z richting van een orthogonaal assenstelsel. Elke antenne is omgeven door een beschermkap 5 die typisch vervaardigd is uit een materiaal met een lage diëlektrische constante en een lage tand, zoals HMP (hoog moleculair polyetheen).
15 Merk op dat het met name belangrijk is dat het buitenoppervlak rond de antennes 4 in hoofdzaak bolvormig is en dat het overige deel van de behuizing ook een andere vorm kan aannemen, waarbij de afmetingen van de antenne bij voorkeur klein moeten zijn ten opzichte van deze van het aardvlak dat 20 gevormd wordt door het buitenoppervlak van de behuizing rond elke antenne.
In figuren 2A en B is te zien dat het eerste deel 2 voorzien is van drie sleuven 6 waarin telkens een substraat met de monopool 4 aangebracht kan worden. In het midden van elke 25 sleuf 6 is een doorlopend gat 7 voorzien voor een doorvoercondensator (feedthrough capacitor), zoals verder zal worden uiteengezet. Verder is rond elke antenne een cirkelvormige sleuf 8 voorzien voor het monteren van de beschermkap 5.
30 Zoals geïllustreerd wordt in figuur 5, bestaat de monopool antenne 4 uit een ceramisch substraat 50, bijvoorbeeld vervaardigd uit Al203, waarop een taps verlopende laag 51 uit 7 een weerstandsmateriaal, zoals bijvoorbeeld Tantalum Nitride, is aangebracht. Verder zijn vier contacteervlakken (bond pads) 52-55 voorzien voor het bonden van de componenten van de detectie/filterschakeling van figuur 7. De vakman zal begrijpen 5 dat de detectieschakeling ook anders ontworpen en gelayout kan zijn en dat ook meer of minder bond pads voorzien kunnen zijn. De centraal onder de baan 51 aangebrachte bond pads 52, 53 zijn bedoeld voor het verbinden van een detectiediode 71 (zie figuur 7) van de detectieschakeling. Verder wordt een eerste weerstand 10 72 van bijvoorbeeld lOOkO aangebracht tussen bond pad 52 en bond pad 54, en een tweede weerstand 73 van bijvoorbeeld 1MO tussen bond pad 53 en bond pad 54. De detectie/filterschakeling omvat verder een condensator 74 van bijvoorbeeld lOpF die gekoppeld is tussen bondpad 53 en bondpad 55. De condensator is 15 bijvoorkeur een eenlaagscondensator. Voor deze componenten 72-74 worden bij voorkeur SMD ("Surface Mount Devices") componenten toegepast (bijvoorbeeld van het 0402 type) met goede HF eigenschappen, i.e. een condensator met een lage inductie. De detector moet bij voorkeur geschikt zijn voor 20 frequenties tot minimaal 6 GHz, en nog meer bij voorkeur voor hogere frequenties tot 40 GHz.
In de getoonde uitvoering van de probe wordt het ceramisch substraat 50 met zijn basis in de sleuf 6 geplaatst, waarbij de bondpads 54 en 55 met behulp van een geleidend materiaal, zoals 25 bijvoorbeeld een zilverlijm, verbonden worden met de geleidende behuizing, waarbij de geleidende behuizing dus tegelijk aardvlak (ground plane) is voor de antenne-elementen. De vakman zal begrijpen dat in plaats van lijmen ook andere technieken, zoals solderen, gebruikt kunnen worden om het substraat 30 loodrecht op het aardvlak te bevestigen.
Bondpad 53 wordt via de feedthrough terminal van een doorvoercondensator verbonden met de elektronica in de 8 behuizing, waarbij de afscherming (shielding plate) van de doorvoercondensator verbonden wordt met de behuizing, bijvoorbeeld door solderen. De doorvoercondensator heeft bij voorkeur kleine afmetingen en goede HF eigenschappen en kan 5 bijvoorbeeld een waarde van InF hebben. Een geschikte doorvoercondensator is bijvoorbeeld deze van het 2463-002-X5U0-152P LF type van de fabrikant Tusonix.
Door een dergelijke montage van de monopool-elementen op de behuizing wordt het parasitair oppikken van velden achter de 10 detectorschakeling, voordat het DC signaal de kooi van Faraday wordt ingevoerd, tot een minimum beperkt, hetgeen ten goede komt aan de nauwkeurigheid van de probe. Zo kunnen ook heel zwakke signalen gedetecteerd worden. Bovendien leidt de symmetrische opbouw tot een probe met goede isotrope 15 eigenschappen.
De tapse transmissielijn van de monopool werkt als een attenuator die vermijdt dat resonantie optreedt bij λ/4 en is ontworpen voor een goede en gelijkmatige impedantie aanpassing tussen de veld impedantie en het detector element. Maximum 20 vermogensoverbrenging zal plaatsvinden wanneer de weerstand van de weerstandslaag gelijk is aan de verre veld impedantie in de vrije ruimte, i.e. 120p Ohm (=377 Ohm). Verder zal de maximaal gedetecteerde frequentie hoger zijn voor een lagere weerstand (waarbij ook de parasitaire capaciteit van de detectiediode een 25 rol zal spelen), maar moet uiteraard resonantie worden vermeden, i.e. de antenne moet korter zijn dan de golflengte van de hoogste te detecteren frequentie. Al naargelang de gewenste eigenschappen van de probe kunnen dus onder andere de afmetingen van de weerstandslaag 51, de dikte van deze laag en 30 het gebruikte weerstandsmateriaal geoptimaliseerd worden.
De lengte van de weerstandslaag 51 ligt bij voorkeur tussen 0,5 mm en 15 mm, en de breedte is bij voorkeur tenminste 9 5 keer kleiner dan de lengte en nog meer bij voorkeur 10 keer kleiner. Door de breedte veel kleiner te maken dan de lengte wordt een goede richtingsgevoeligheid verkregen, waardoor de isotropie van de sensor verbetert. De weerstand van het 5 weerstandsmateriaal ligt bij voorkeur tussen 0,5 en ΙΟΩ/sq, en nog meer bij voorkeur tussen 1 en 5 Ω/sq.
Verder is de lengte van de weerstandslaag bij voorkeur tenminste twee keer kleiner dan de diameter van de behuizing. Immers hoe korter de antenne ten opzichte van de afmetingen van 10 het aardvlak, hoe beter de frequentierespons. De diameter van de behuizing ligt typisch tussen 5 en 30 mm, en bij voorkeur tussen 10 en 25 mm.
Figuur 8 toont een blokschema van een mogelijke uitvoering van de in de behuizing opgenomen elektronica voor het verwerken 15 van de gedetecteerde signalen. De X, Y en Z signalen die door de respectievelijke antenne-elementen worden opgevangen worden sequentieel gemeten en via een schakelaar 63 doorgegeven aan drie in parallel geschakelde versterkers 81-83, zodanig dat verschillende ranges parallel worden gemeten. Versterker 84 is 20 bedoeld om een temperatuurcompensatie uit te voeren. In de behuizing is een diode (niet getoond) gemonteerd die identiek is aan de detectiediode 71. Deze diode bevindt zich dus in de kooi van Faraday en wordt niet beïnvloed door signalen van buitenaf, maar zal wel in hoofdzaak dezelfde temperatuur hebben 25 als de detectiediode 71, aangezien zowel de behuizing (uit metaal) als het substraat en de verbindingsmaterialen goede thermisch geleidende eigenschappen hebben. Op die manier kunnen meetfouten als gevolg van temperatuursverhogingen worden vermeden. De uitgangssignalen van de versterkers 81-84 worden 30 doorgegeven aan een bus 85 die deze signalen overbrengt naar een microcontroller 62 voor verdere verwerking. Verder is een voedings/communicatieblok 87 voorzien dat enerzijds voorziet in 10 de voeding van de verschillende componenten via onder andere lijnen 88 en 89 (de voedingslijnen zijn niet voor alle componenten getoond) en dat anderzijds meetdata ontvangt van de microcontroller (niet getoond). Deze meetdata worden via een 5 LED 61 omgezet in optische signalen die via een vezel uit de behuizing worden gebracht. Het voedingsblok 87 omvat verder een optisch-elektrische converter 60 voor het omzetten van een optisch vermogen dat via een vezel in de behuizing wordt binnengebracht in een elektrisch vermogen.
10 Zoals getoond in figuren 3A, B en C, zijn in het tweede half bolvormig deel 3 van de behuizing twee doorlopende gaten 10, 11 voorzien voor het doorlaten van telkens een optische vezel voor respectievelijk het verzenden van de meetdata via een LED 61 en voor het voeden van een optisch-elektrische 15 converter 60 (zie figuur 6A en figuur 8). De optisch- elektrische converter en de zend LED, inclusief de benodigde optische uitlijning hiervan, zijn geïntegreerd in de elektrisch geleidende behuizing, zodanig dat de fiber optie kabels via een waveguide doorvoer de behuizing worden binnengevoerd. Hierdoor 20 is de ingang van deze optische kabels volledig hoogfrequent dicht en wordt een zeer compacte en robuuste probe gerealiseerd. Verder is de buitenwand van het deel 3 voorzien van bevestigingsgaten 13 voor montage op bijvoorbeeld een statief. Het deel 3 is verder voorzien van drie boringen 12 25 voor schroeven, welke kunnen samenwerken met overeenstemmende boringen 15 in het deel 2 voor het tegen elkaar monteren van de twee helften van de behuizing. De boringen 12 zijn aan de buitenwand van deel 3 zodanig uitgevoerd dat de schroeven verzonken aangebracht kunnen worden.
30 Een eerste PCB, dat getoond is in figuur 6A wordt in het deel 3 gemonteerd met de achterzijde waarop de diodes 60, 61 aangebracht zijn, tegen de vlakke binnenwand 14 van het deel 3 11 van de behuizing, een en ander zodanig dat de diodes voor de gaten 60, 61 gelegen zijn. Op de voorzijde van dit eerste PCB zijn onder andere een microcontroller 62 en een aantal niet getoonde daarmee verbonden discrete elementen gemonteerd.
5 Componenten 68, 69 (figuren 6A en 6B) zijn bedoeld voor de elektrische verbinding tussen het eerste en het tweede PCB.
Een tweede PCB dat getoond is in figuur 6B wordt op een afstand van eerste PCB gemonteerd. Op de achterzijde van het tweede PCB dat naar het eerste PCB is gericht zijn typisch een 10 aantal niet getoonde discrete elementen en componenten 66, 67 aangebracht welke nodig zijn voor de voedings- en communicatieschakeling 87 (zie figuur 8). Op de voorzijde van het tweede PCB zijn typisch de switch 63 en de versterkers 81-83 waarvan een aantal componenten 64-65 zijn getoond, 15 aangebracht. Verder is een kristal 70 voorzien als klokoscillator voor de microcontroller 62.
De vakman zal begrijpen dat de uitvinding niet beperkt is tot de hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden en dat vele modificaties en varianten mogelijk zijn zonder het kader van de 20 uitvinding te verlaten, waarbij de beschermingsomvang enkel bepaald wordt door de conclusies in bijlage.
2000793
Claims (17)
1. Probe voor het meten van een elektrisch veld, omvattende: 5. tenminste één antenne, - een detectieschakeling voor elke antenne, welke detectieschakeling verbonden is met de overeenstemmende antenne voor het detecteren van een RF signaal, en - een behuizing waarin een verwerkingsschakeling voor het 10 verwerken van een gedetecteerd signaal is opgenomen, met het kenmerk, dat de behuizing geleidend is en tenminste gedeeltelijk een in hoofdzaak bolvormig oppervlak heeft ter vorming van een aardvlak voor de tenminste één antenne, waarbij de detectieschakeling buiten de behuizing aangebracht is en 15 gekoppeld is met de verwerkingsschakeling via een doorvoercondensator met een doorvoerterminal en een afscherming, waarbij de doorvoerterminal de detectieschakeling geleidend verbindt met de verwerkingsschakeling, en de afscherming geleidend verbonden is met het geleidend oppervlak 20 van de behuizing.
2. Probe volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tenminste één antenne een monopool antenne is.
3. Probe volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de antenne gevormd is door een weerstandslaag die 25 aangebracht is op een plaat.
4. Probe volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de weerstandslaag taps verloopt.
5. Probe volgens conclusie 3 of 4, waarbij de weerstandslaag een lengte en een breedte heeft, waarbij de 30 lengte gemeten is in de lengterichting van de antenne, met het kenmerk, dat de lengte van de weerstandslaag tenminste vijf 2 0 00 793 keer groter, en bij voorkeur tenminste 10 keer groter is dan de maximale breedte van de taps verlopende weerstandslaag.
6. Probe volgens een der conclusies 4-5, met het kenmerk, dat de lengte van de antennes ligt tussen 0,5 en 15 mm, bij 5 voorkeur tussen 0,5 en 4 mm.
7. Probe volgens een der conclusies 3-6, met het kenmerk, dat de detectieschakeling op de plaat van de antenne is gemonteerd.
8. Probe volgens een der conclusies 3-7, waarbij de 10 antenneplaat een basis heeft, met het kenmerk, dat de detectieschakeling een diode omvat die gemonteerd is tussen twee centrale bondpads die centraal onder de weerstandslaag, onder elkaar, bij de basis van de plaat zijn voorzien, waarbij de onderste centrale bondpad via de doorvoerterminal van de 15 doorvoercondensator doorheen de behuizing verbonden is met de verwerkingsschakeling.
9. Probe volgens een der conclusies 3-8, waarbij de antenneplaat een basis heeft, met het kenmerk, dat de basis voorzien is van tenminste één geleidende strook ter vorming van 20 de aarde van de detectieschakeling en dat het geleidend oppervlak van de behuizing voorzien is van een sleuf voor het daarin aanbrengen van de basis van de plaat, één en ander zodanig dat de plaat in hoofdzaak loodrecht staat op het geleidend oppervlak van de behuizing en dat de tenminste één 25 geleidende strook geleidend verbonden is met de behuizing.
10. Probe volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de tenminste één geleidende strook op de basis van de plaat twee bondpads omvat die bij voorkeur symmetrisch ten opzichte van de antenne zijn aangebracht.
11. Probe volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de detectieschakeling een low-barrier Schottky diode omvat.
12. Probe volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de afmetingen van de behuizing tenminste twee keer groter zijn dan de lengte van de antenne.
13. Probe volgens een der voorgaande conclusies, waarbij 5 de antenne in hoofdzaak bestaat uit een weerstandslaag met het kenmerk, dat de weerstand van de laag ligt tussen 0,5 en 10 O/sq, bij voorkeur tussen 1 en 4 0/sq.
14. Probe volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat drie antennes aangebracht zijn op de geleidende 10 behuizing volgens drie loodrecht op elkaar gerichte assen.
15. Probe voor het meten van een elektrisch veld, omvattende tenminste één antenne, een detectieschakeling voor elke antenne, welke detectieschakeling verbonden is met de overeenstemmende antenne voor het detecteren van een RF 15 signaal, en een behuizing waarin een verwerkingsschakeling voor het verwerken van een gedetecteerd signaal is opgenomen, met het kenmerk, dat elke antenne en detectieschakeling voorzien zijn op een plaat met een basis waarop tenminste één geleidende strook aangebracht is ter vorming van een aarde voor de 20 detectieschakeling, waarbij de behuizing geleidend is, en de plaat loodrecht op de geleidende behuizing aangebracht wordt, één en ander zodanig dat de geleidend strook contact maakt met de behuizing.
16. Probe voor het meten van een elektrisch veld, 25 omvattende tenminste één antenne, een detectieschakeling voor elke antenne, welke detectieschakeling verbonden is met de overeenstemmende antenne voor het detecteren van een ontvangen RF signaal, en een behuizing waarin een verwerkingsschakeling voor het verwerken van een gedetecteerd signaal is opgenomen, 30 met het kenmerk, dat de behuizing bestaat uit tenminste twee delen, waarbij een eerste deel tenminste gedeeltelijk een in hoofdzaak bolvormige geleidende buitenwand heeft ter vorming van een aardvlak voor de tenminste één antenne, en het tweede deel voorzien is van tenminste één waveguide opening voor een optische vezel, waarbij in de behuizing ruimte is voorzien voor het daarin monteren van tenminste één PCB waarop onder andere 5 de verwerkingsschakeling is gemonteerd.
17. Monopool antenne voor gebruik in een probe volgens een der voorgaande conclusies. 2000793
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000793A NL2000793C2 (nl) | 2007-08-03 | 2007-08-03 | Probe voor het meten van een elektrisch veld. |
| US12/452,999 US8415943B2 (en) | 2007-08-03 | 2008-08-04 | Probe for measuring an electric field |
| DK08793827.0T DK2183606T3 (en) | 2007-08-03 | 2008-08-04 | Probe for measuring an electric field |
| ES08793827.0T ES2681196T3 (es) | 2007-08-03 | 2008-08-04 | Sonda para medir un campo eléctrico |
| EP08793827.0A EP2183606B1 (en) | 2007-08-03 | 2008-08-04 | Probe for measuring an electric field |
| PCT/NL2008/050532 WO2009020388A1 (en) | 2007-08-03 | 2008-08-04 | Probe for measuring an electric field |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000793 | 2007-08-03 | ||
| NL2000793A NL2000793C2 (nl) | 2007-08-03 | 2007-08-03 | Probe voor het meten van een elektrisch veld. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000793C2 true NL2000793C2 (nl) | 2009-02-09 |
Family
ID=39226646
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000793A NL2000793C2 (nl) | 2007-08-03 | 2007-08-03 | Probe voor het meten van een elektrisch veld. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US8415943B2 (nl) |
| EP (1) | EP2183606B1 (nl) |
| DK (1) | DK2183606T3 (nl) |
| ES (1) | ES2681196T3 (nl) |
| NL (1) | NL2000793C2 (nl) |
| WO (1) | WO2009020388A1 (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US8305282B2 (en) * | 2010-07-23 | 2012-11-06 | Amplifier Research Corporation | Field probe |
| US9244145B2 (en) * | 2011-06-30 | 2016-01-26 | Amber Precision Instruments, Inc. | System and method for measuring near field information of device under test |
| CN102955074A (zh) * | 2012-10-25 | 2013-03-06 | 西安开容电子技术有限责任公司 | 一种环形近场测试探头的设计方法 |
| CN102955075A (zh) * | 2012-10-25 | 2013-03-06 | 西安开容电子技术有限责任公司 | 一种杆状近场测试探头的设计方法 |
| US9151779B2 (en) * | 2012-11-13 | 2015-10-06 | Qualcomm Incorporated | Reconfigurable electric field probe |
| US9337941B2 (en) | 2014-06-20 | 2016-05-10 | The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Navy | Antenna systems and methods for over-the-air transmitter signal measurement |
| NL2020509B1 (en) * | 2018-02-28 | 2019-09-04 | Dare!! B V | Probe with broadband antenna |
| NL2020586B1 (en) * | 2018-03-14 | 2019-09-26 | Dare!! B V | Probe with antenna |
| US11454661B2 (en) | 2020-11-05 | 2022-09-27 | Amplifier Research Corp. | Field probe |
| EP4417954A1 (fr) * | 2023-02-17 | 2024-08-21 | Airbus Operations (S.A.S.) | Râteau de mesure de pression antistatique |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4277744A (en) * | 1978-04-13 | 1981-07-07 | Aeritalia S.P.A. Settore Avionica | Apparatus for measuring electric and magnetic fields |
| EP0501169A1 (de) * | 1991-02-25 | 1992-09-02 | Asea Brown Boveri Ag | Feldstärkenmessgerät |
| WO2006003303A1 (fr) * | 2004-06-09 | 2006-01-12 | France Telecom | Antenne destinee a la mesure du rayonnement electromagnetique ambiant |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4365192A (en) | 1980-08-27 | 1982-12-21 | Holaday Industries, Inc. | Isotopic broad-band survey meter |
| US5057848A (en) | 1989-05-30 | 1991-10-15 | Holaday Industries, Inc. | Broadband frequency meter probe |
| USD445050S1 (en) | 1999-12-02 | 2001-07-17 | Holaday Industries, Inc. | Triaxial sensor assembly |
| DE10160599A1 (de) | 2000-12-11 | 2002-06-13 | Yokohama Rubber Co Ltd | Kraftfahrzeugrad und zugehörige Befestigungsanordnung |
| US6593896B2 (en) | 2001-10-01 | 2003-07-15 | Amplifier Research Corporation | Field probe |
| US6593869B1 (en) | 2002-03-28 | 2003-07-15 | Hrl Laboratories, Llc | High efficiency, high output drive current switch with application to digital to analog conversion |
-
2007
- 2007-08-03 NL NL2000793A patent/NL2000793C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2008
- 2008-08-04 US US12/452,999 patent/US8415943B2/en active Active
- 2008-08-04 WO PCT/NL2008/050532 patent/WO2009020388A1/en not_active Ceased
- 2008-08-04 ES ES08793827.0T patent/ES2681196T3/es active Active
- 2008-08-04 DK DK08793827.0T patent/DK2183606T3/en active
- 2008-08-04 EP EP08793827.0A patent/EP2183606B1/en active Active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4277744A (en) * | 1978-04-13 | 1981-07-07 | Aeritalia S.P.A. Settore Avionica | Apparatus for measuring electric and magnetic fields |
| EP0501169A1 (de) * | 1991-02-25 | 1992-09-02 | Asea Brown Boveri Ag | Feldstärkenmessgerät |
| WO2006003303A1 (fr) * | 2004-06-09 | 2006-01-12 | France Telecom | Antenne destinee a la mesure du rayonnement electromagnetique ambiant |
Non-Patent Citations (2)
| Title |
|---|
| DE LEO R ET AL INSTITUTE OF ELECTRICAL AND ELECTRONICS ENGINEERS: "LOW COST SENSORS FOR PULSED ELECTROMAGNETIC FIELD MEASUREMENTS", MELECON '96. 8TH. MEDITERRANEAN ELECTROTECHNICAL CONFERENCE. INDUSTRIAL APPLICATIONS IN POWER SYSTEMS, COMPUTER SCIENCE AND TELECOMMUNICATIONS. BARI, IT., MAY 13 - 16, 1996, MELECON. MEDITERRANEAN ELECTROTECHNICAL CONFERENCE, NEW YORK, IEEE, US, vol. VOL. II CONF. 8, 13 May 1996 (1996-05-13), pages 819 - 822, XP000699418, ISBN: 0-7803-3110-9 * |
| HAO-MING SHEN ET AL: "NEW SENSORS FOR MEASURING VERY SHORT ELECTROMAGNETIC PULSES", IEEE TRANSACTIONS ON ANTENNAS AND PROPAGATION, IEEE SERVICE CENTER, PISCATAWAY, NJ, US, vol. 38, no. 6, 1 June 1990 (1990-06-01), pages 838 - 846, XP000137042, ISSN: 0018-926X * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP2183606A1 (en) | 2010-05-12 |
| ES2681196T3 (es) | 2018-09-12 |
| US8415943B2 (en) | 2013-04-09 |
| DK2183606T3 (en) | 2018-08-06 |
| US20100141241A1 (en) | 2010-06-10 |
| WO2009020388A1 (en) | 2009-02-12 |
| EP2183606B1 (en) | 2018-05-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2000793C2 (nl) | Probe voor het meten van een elektrisch veld. | |
| US7595650B2 (en) | Magnetic field probe apparatus and a method for measuring magnetic field | |
| US5905421A (en) | Apparatus for measuring and/or injecting high frequency signals in integrated systems | |
| US7250626B2 (en) | Probe testing structure | |
| US5231346A (en) | Field strength measuring instrument for the simultaneous detection of e and h fields | |
| US6239587B1 (en) | Probe for monitoring radio frequency voltage and current | |
| US8963570B2 (en) | Contactless loop probe | |
| EP1752777A1 (en) | Method and apparatus for measuring electric circuit parameter | |
| US10001521B1 (en) | Transistor test fixture with integrated couplers and method | |
| US5508630A (en) | Probe having a power detector for use with microwave or millimeter wave device | |
| US20030080725A1 (en) | Wide-band RF signal power decting element and power detecting device using the same | |
| US12566202B2 (en) | Test device for high-frequency applications | |
| US7053750B2 (en) | Voltage probe systems having improved bandwidth capability | |
| KR102773185B1 (ko) | 전송 선 | |
| US7482814B2 (en) | Electric/magnetic field sensor | |
| US7777509B2 (en) | Method and apparatus for electrical testing | |
| EP1316806A1 (en) | Non-contact measuring probe device for directional detection of an electromagnetic wave and measuring method | |
| US7893683B2 (en) | Device, probe, and method for the galvanically decoupled transmission of a measuring signal | |
| US6111399A (en) | Measurement system and antenna therefor | |
| Budka et al. | A microwave circuit electric field imager | |
| JP2010217116A (ja) | 電気信号計測用プローブおよび電気信号計測システム | |
| EP3534163B1 (en) | Probe with broadband antenna | |
| JP2020521138A (ja) | プローブ装置 | |
| US20080238405A1 (en) | RF measurement system incorporating a ream assembly and method of using the same | |
| JP2000200943A (ja) | 半導体レ―ザ評価装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| SD | Assignments of patents |
Effective date: 20130927 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20240901 |