NL2000890C2 - Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000890C2 NL2000890C2 NL2000890A NL2000890A NL2000890C2 NL 2000890 C2 NL2000890 C2 NL 2000890C2 NL 2000890 A NL2000890 A NL 2000890A NL 2000890 A NL2000890 A NL 2000890A NL 2000890 C2 NL2000890 C2 NL 2000890C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- net
- guide surface
- guide
- net part
- crops
- Prior art date
Links
- 239000002689 soil Substances 0.000 claims abstract description 15
- 238000000034 method Methods 0.000 claims abstract description 4
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 4
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 description 3
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000006261 foam material Substances 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C9/00—Potato planters
- A01C9/02—Potato planters with conveyor belts
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Soil Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Transplanting Machines (AREA)
Description
Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol-of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen volgens de aanhef van conclusie 1.
Een dergelijke inrichting is reeds bekend uit de 5 praktijk. Bij deze inrichting worden twee plantnetten met daartussen de gewassen langs twee rollen tot in de bodem geleid. Alhoewel een dergelijke inrichting in hoofdzaak naar tevredenheid werkt, blijft ook hier nog het langer bestaande probleem aanwezig dat het tweede netdeel naar binnen trekt op 10 het moment dat de bol- of knolvormige gewassen aan de ruimte tussen het eerste en tweede netdeel worden afgegeven. Hierdoor wordt de verdeling van de gewassen over de breedte van de netdelen verstoord, respectievelijk dekt het tweede netdeel de buitenste regels van de gewassen niet goed af, waardoor de 15 gewassen van de buitenste regels bij het rooien verloren kunnen gaan. Ondanks het feit dat dit probleem al lang bestaat en grote nadelen veroorzaakt, is tot nu toe geen bevredigende oplossing gevonden.
De uitvinding beoogt thans een inrichting te ver-20 schaffen, waarbij dit probleem is verminderd of zelfs geheel is opgelost.
Hiertoe wordt de inrichting volgens de uitvinding daardoor gekenmerkt, dat de geleidingsmiddelen verder zijn voorzien van randgeleiders voor het geleiden van de randen van 25 het tweede netdeel tenminste vanaf de toevoerplaats voor gewassen naar het geleidingsvlak.
Doordat het tweede netdeel nu aan de randen wordt geleid bij het inbrengen van de gewassen, wordt voorkomen dat het tweede netdeel naar binnen trekt en niet goed wordt gepo-30 sitioneerd ten opzichte van de gewassen. Hierdoor wordt een goede opsluiting van de gewassen door de netdelen bewerkstel- 2000890 2 ligd en blijft een regelmatige verdeling van de gewassen gehandhaafd. Als gevolg daarvan kunnen de gewassen vervolgens op betrouwbare wijze worden gerooid.
Bij voorkeur zijn de randgeleiders in aanraking met 5 het geleidingsvlak zodanig dat het tweede netdeel tussen de randgeleiders en het geleidingsvlak wordt geklemd voordat het tweede netdeel van de randgeleiders afloopt en door het geleidingsvlak verder wordt geleid.
Door deze maatregel vindt een zeer betrouwbare over-10 dracht van de geleiding door de randgeleiders naar de geleiding door het geleidingsvlak plaats en krijgt het tweede netdeel geen kans om op enig moment alsnog naar binnen te trekken. Zodra het tweede netdeel goed op het geleidingsvlak of op het daarop gelegen eerste netdeel aanligt, zal het twee-15 de netdeel geen neiging meer hebben naar binnen te trekken.
Bij voorkeur verlopen de randgeleiders vanaf een ge-leidingsrol of dergelijke naar het gekromde geleidingsvlak, zodat het tweede netdeel wordt geleid over de gehele lengte tussen twee geleidingselementen voor en na de toevoerplaats.
20 Het is gunstig indien daarbij de randgeleiders voorlopen vanaf de geleidingsrol of dergelijke via een omkeerrol naar het ge-leidingsvlak, waarbij de omkeerrol bij voorkeur een antislip oppervlak bezit. Op deze wijze wordt het net niet alleen aan de randen goed geleid, doch vindt er ook over de breedte van 25 het tweede netdeel een ondersteuning plaats, waarbij het antislip oppervlak verder de neiging van het tweede netdeel om naar binnen te trekken tegengaat.
In een eenvoudige uitvoering zijn de randgeleiders elk voorzien van een eindloos orgaan met aangrijpmiddelen 30 daarop voor het in dwarsrichting vasthouden van het tweede netdeel, waarbij de aangrijpmiddelen kunnen zijn voorzien van in hoofdzaak loodrecht op het eindloze orgaan staande pennen of dergelijke organen die bijvoorbeeld door het net kunnen steken en het net in dwarsrichting kunnen vasthouden of fixe-35 ren. Uiteraard zijn er ook andere mogelijkheden om het net in zijdelings richting vast te houden bijvoorbeeld door klemmen.
De uitvinding omvat tevens een werkwijze voor het in een bodem planten van bol- of knolvormige gewassen, waarbij 3 een eerste netdeel aan een eerste geleidingsvlak wordt toegevoerd, een tweede netdeel aan het geleidingsvlak wordt toegevoerd zodanig dat dit op het eerste netdeel komt te liggen, de gewassen via toevoer- en doseermiddelen worden toegevoerd en 5 gedoseerd en op een toevoerplaats worden afgegeven aan een ruimte tussen de netdelen juist voor het geleidingsvlak, waarna het geleidingsvlak het eerste en tweede netdelen met daartussen de gewassen geklemd in de bodem brengen. Volgens de uitvinding wordt het tweede netdeel tenminste vanaf de toe-10 voerplaats naar het geleidingsvlak aan zijn randen vastgehouden voor het tegengaan van een binnenwaartse beweging daarvan.
De uitvinding zal hierna verder worden toegelicht aan de hand van de tekening. Hier een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding weergeven.
15 Fig. 1 is een schematisch zijaanzicht van een ge deelte van de bollenplantmachine volgens de uitvinding.
Fig. 2 is op grotere schaal weergegeven gedeeltelijk, perspectivisch bovenaanzicht volgens de pijl II in Fig.
1.
20 De in de Fig. 1 en 2 weergegeven inrichting voor het in de bodem planten van knol- of bolgewassen K omvat een in zijn geheel met 1 aangeduid frame dat op niet weergegeven manier is voorzien van wielen of andere middelen voor het verrijden daarvan over de bodem B. De inrichting kan zelfstanding 25 verrijdbaar zijn of worden getrokken door een voertuig, zoals een trekker of dergelijke. De voortbewegingsrichting van de in- richting is in Fig. 1 naar links. De inrichting is voorzien van toevoermiddelen voor de gewassen B, bijvoorbeeld een voorraadhouder in de vorm van een trechter 2 of dergelijke met 30 aan de onderzijde daarvan een aanvoeropening die uitmondt boven trilgoten 2Δ die uitkomen op een eindloze transportband 3. Door middel van deze transportband 3 worden de gewassen naar trilgoten 4 geleid welke naast elkaar zijn geplaatst voor het op regelmatige langsafstand en dwarsafstand afgeven van de ge-35 wassen, met de bedoeling dat deze afstanden worden gehandhaafd tot in de bodem B. Uiteraard zijn andere toevoer- en doseermiddelen denkbaar.
Voor het gemakkelijk kunnen rooien van de gewassen, 4 worden de gewassen ingeklemd tussen netdelen die de gewassen op de gewenste afstanden van elkaar vasthouden en samen met de gewassen in de bodem worden gebracht, zodat bij het rooien slechts de netdelen uit de bodem hoeven te worden getrokken 5 teneinde alle bollen weer uit de bodem naar boven te halen.
Een eerste netdeel 5 wordt vanaf en niet weergegeven voorraad-rol onder de trilgoten 4 door geleid naar een convex gekromd, bewegend geleidingsvlak dat hier deel uitmaakt van een eerste geleidingsrol en vervolgens weer een tweede geleidingsrol die 10 daaronder is geplaatst en in hoogterichting verstelbaar is teneinde over de bodem B te kunnen rollen.
Een tweede netdeel 9 wordt toegevoerd vanaf een voorraadrol 10 en tegengesteld aan de eerste netdeel 5 toegevoerd in de richting van een geleidingsvlak, dat hier deel 15 uitmaakt van een eerste draaibare geleidingsrol 7. De randen van het tweede netdeel 9 lopen daarbij in groeven 11 van het frame 1 voor het handhaven van de breedte daarvan over het horizontale traject. Het net wordt vervolgens geleid onder langs een geleidingsrol 12 en vervolgens over een omkeerrol 13 met 20 antislip oppervlak om vervolgens over bijvoorbeeld nagenoeg 180° omgeleid bij het geleidingsvlak 6 van de eerste geleidingsrol 7 te arriveren. Vlak voordat het eerste en tweede netdeel 5 en 9 op het geleidingsvlak 6 samenkomen is een toe-voerplaats voor de gewassen gevormd, waar de gewassen vanaf de 25 als doseermiddelen fungerende trilgoten 4 aan de ruimte tussen het eerste en tweede netdeel 5, 9 worden afgegeven. De netdelen 5 en 9 zullen vervolgens op de geleidingsrol 7 worden gespannen met de gewassen tussen zich in geklemd, waardoor de gewassen op hun plaats worden gehouden en de gewassen op de 30 gewenste afstanden van elkaar tot in de bodem worden geleid. Door de tweede geleidingsrol worden de netdelen twee maal omgekeerd en komen de gewassen in dezelfde stand als dat zij aan de netdelen zijn toegevoerd in de bodem terecht.
Om te voorkomen dat het tweede netdeel 9 juist voor 35 de aangrijping op het geleidingsvlak 6 van de eerste geleidingsrol 7 naar binnen wordt getrokken en als het ware wordt ingesnoerd, zijn volgens de uitvinding randgeleiders 14 aangebracht (de tekening toont de randgeleider 14 aan één rand van 5 het netdeel 9), die de randen van het tweede netdeel 9 vanaf de geleidingsrol 12 in zijdelingse richting vasthouden en daarmee voorkomen dat deze randen naar binnen worden getrokken. Deze randgeleiders 14 blijven zo lang met de randen van 5 het tweede netdeel 9 in ingrijping totdat het tweede netdeel aan de eerste geleidingsrol 7 is overgegeven, waardoor wordt voorkomen dat het tweede netdeel alsnog samentrekt.
In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zijn de randgeleiders 14 voorzien van een eindloos orgaan, zoals een 10 riem, band, ketting of dergelijke die aan zijn buitenzijde is voorzien van aangrijpmiddelen in de vorm van pennen of andere uitsteeksels die tenminste in de richting van het tweede netdeel 9 uitsteken en derhalve door het tweede netdeel kunnen steken om deze zodoende in dwarsrichting tegen te houden. Het 15 eindloze orgaan 15 loopt enerzijds om de omkeerrol 13, bijvoorbeeld in een groef daarvan en is in de transportrichting van de netdelen 5, 9 gezien na de eerste geleidingsrol 7 geleid om een wiel 17. Het eindloze orgaan 15 is zodanig geleid, dat dit zelf of tenminste de daarop aangebrachte pennen 16 in 20 ingrijping komen met de eerste geleidingsrol 7, die ter plaatse, of over zijn gehele oppervlak, kan zijn vervaardigd van een zacht of vervormbaar materiaal, zoals schuimmateriaal, teneinde het tweede netdeel 9 tussen de randgeleiders 14 en de eerste geleidingsrol 7 (of het eerste netdeel 5 daarop) te 25 kunnen klemmen. Zodra het tweede netdeel 9 aangrijpt op het geleidingsvlak 6 van de geleidingsrol 7 zal het tweede netdeel niet meer de neiging hebben om naar binnen te trekken en kunnen de randgeleiders 14 buiten ingrijping met het tweede netdeel worden gebracht, respectievelijk loopt het tweede netdeel 30 9 over de geleidingsrol 7 weg van de randgeleiders 14. In aan vulling op het eindloze orgaan 15 met de pennen 16 kan een (U-vormig) geleidingsprofiel evenwijdig hieraan zijn aangebracht, zodanig dat het netdeel 9 tussen eindloze orgaan 15 en het geleidingsprof iel loopt en de pennen door het profiel worden ge-35 leid waardoor wordt voorkomen dat het eindloze orgaan door de binnenwaartse trekkracht van het netdeel verdraait met het risico van het losraken van het netdeel 9 van de pennen 16.
Uiteraard is het mogelijk de randgeleiders op andere 6 wijze uit te voeren, bijvoorbeeld als op elkaar aansluitende wielen met aangrijpmiddelen, zoals uitsteeksels of dergelijke, waarmee het tweede netdeel 9 tot aan de eerste geleidingsrol 7 continu in aangrijping is. Ook andere uitvoeringen zijn denk-5 baar, waarbij bijvoorbeeld een binnenwaartse verplaatsing van de randen van het netdeel 9 door klemmen wordt verhinderd.
De eerste en tweede netdelen 5 en 9 worden gedurende een transport door de inrichting door niet weergegeven spanmiddelen op spanning gehouden teneinde de netdelen op betrouw-10 bare wijze door de inrichting te geleiden.
De uitvinding is niet beperkt tot het in de tekening weergegeven en in het voorgaande beschreven uitvoeringvoor-beeld, dat op verschillende manieren binnen het kader van de uitvinding kan worden gevarieerd. Zo is het mogelijk dat ook 15 voor het eerste netdeel 5 randgeleiders worden aangebracht. De geleidingsmiddelen zijn ook voor andere toepassingen geschikt, waarbij één of meer netdelen van en/of naar een geleidingsvlak worden geleid.
2000890
Claims (11)
1. Inrichting voor het in een bodem planten van bol-of knolvormige gewassen, voorzien van een over de bodem verrijdbaar frame, toevoer- en doseermiddelen voor het toevoeren 5 en gedoseerd afgeven van de gewassen, en geleidingsmiddelen voor het geleiden van ten minste eerste en tweede overlappende netdelen naar de bodem, waarbij de doseermiddelen op een toe-voerplaats uitmonden tussen de door de netdelen te volgen banen voor het gedoseerd afgeven van de gewassen aan de ruimte 10 tussen de netdelen, terwijl de geleidingsmiddelen een convex gekromd, beweegbaar geleidingsvlak omvatten voor het geleiden van het eerste netdeel, de daarop liggende gewassen en het afdekkende tweede netdeel, met het kenmerk, dat de geleidingsmiddelen verder zijn voorzien van randgeleiders voor het 15 geleiden van de randen van het tweede netdeel tenminste vanaf de toevoerplaats naar het geleidingsvlak.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de randgeleiders in aanraking zijn met het geleidingsvlak zodanig dat het tweede netdeel tussen de randgeleiders en het gelei- 20 dingsvlak wordt geklemd voordat het tweede netdeel van de randgeleiders afloopt en door het geleidingsvlak verder wordt geleid.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de randgeleiders verlopen vanaf een geleidingsrol of dergelijke 25 naar het gekromde geleidingsvlak.
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de randgeleiders verlopen vanaf de geleidingsrol of dergelijke via een omkeerrol naar het geleidingsvlak.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de om-30 keerrol een antislip oppervlak bezit.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de randgeleiders elk zijn voorzien van een eindloos orgaan met aangrijpmiddelen daarop voor het in dwarsrichting fixeren van het tweede netdeel.
7. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij de aan gri jpmiddelen zijn voorzien van in hoofdzaak loodrecht op het eindloze orgaan staande pennen. 2000890
8. Inrichting volgens conclusie 4 of 5 en 6 of 7, waarbij het eindloze orgaan van de randgeleiders over het om-keerorgaan is geleid.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 5 waarbij het gekromde geleidingsvlak onderdeel vormt van een geleidingsrol en bij voorkeur wordt gevolgd door een tweede geleidingsrol.
10. Werkwijze voor het in een bodem planten van bol-of knolvormige gewassen, waarbij een eerste netdeel aan een 10 eerste geleidingsvlak wordt toegevoerd, een tweede netdeel aan het geleidingsvlak wordt toegevoerd zodanig dat dit op het eerste netdeel komt te liggen, de gewassen via toevoer- en do-seermiddelen worden toegevoerd en gedoseerd en op een toevoer-plaats worden afgegeven aan een ruimte tussen de netdelen 15 juist voor het geleidingsvlak, waarna het geleidingsvlak het eerste en tweede netdelen met daartussen de gewassen geklemd in de bodem brengen, met het kenmerk, dat het tweede netdeel tenminste vanaf de toevoerplaats naar het geleidingsvlak aan zijn randen wordt vastgehouden voor het tegengaan van een bin-20 nenwaartse beweging daarvan.
11. Geleidingsmiddelen bij voorkeur voor toepassing in een inrichting volgens een der voorgaande conclusies, welke zijn voorzien van randgeleiders voor het geleiden van de randen van een netdeel, zodanig dat het binnenwaarts naar elkaar 25 toe bewegen van de randen wordt tegengegaan. 2000890
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000890A NL2000890C2 (nl) | 2007-10-01 | 2007-10-01 | Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000890 | 2007-10-01 | ||
| NL2000890A NL2000890C2 (nl) | 2007-10-01 | 2007-10-01 | Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000890C2 true NL2000890C2 (nl) | 2009-04-03 |
Family
ID=40716792
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000890A NL2000890C2 (nl) | 2007-10-01 | 2007-10-01 | Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2000890C2 (nl) |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1000674C2 (nl) * | 1995-06-27 | 1996-12-31 | Hendrik Vlaming | Werkwijze voor het telen van gewas tussen twee gescheiden netten en daarbij behorende inrichtingen. |
| NL1025174C2 (nl) * | 2004-01-06 | 2005-07-07 | Cavo Latuco U A | Plantinrichting. |
-
2007
- 2007-10-01 NL NL2000890A patent/NL2000890C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1000674C2 (nl) * | 1995-06-27 | 1996-12-31 | Hendrik Vlaming | Werkwijze voor het telen van gewas tussen twee gescheiden netten en daarbij behorende inrichtingen. |
| NL1025174C2 (nl) * | 2004-01-06 | 2005-07-07 | Cavo Latuco U A | Plantinrichting. |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP3056073A1 (en) | Planter | |
| ITBO20080166A1 (it) | Dispositivo per il convogliamento singolarizzato di articoli oblunghi | |
| US20130020176A1 (en) | Device and method for transporting elongate food products | |
| KR20010041431A (ko) | 농산물 선별 이송 메커니즘 | |
| NL2000890C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het in de bodem planten van bol- of knolvormige gewassen tussen netdelen, en daarbij toegepaste geleidingsmiddelen. | |
| JP2008019091A (ja) | もやしの揃え供給装置 | |
| AU2006269575A1 (en) | Conveyor system with pivotable hooks | |
| US1696803A (en) | Feeding device for manufacturing and wrapping of sweetmeats and the like | |
| JP2018191526A (ja) | 苗移植機 | |
| EP3581027A1 (en) | Egg transport device, in particular an egg lift | |
| DK159582B (da) | Apparat til transport og udlosning af fisk | |
| BR102014010216A2 (pt) | esteira alimentadora para uma colheitadeira de cana-de-açúcar | |
| NL2003072C2 (nl) | Plantinrichting en werkwijze voor het planten van houders met teeltmateriaal in een ondergrond. | |
| US1969639A (en) | Threshing apparatus with vertical drum | |
| KR101448432B1 (ko) | 선별기용 공급장치 | |
| JP2001169673A (ja) | 育苗用トレイにおける床土充填装置 | |
| KR101399858B1 (ko) | 벨트컨베이어용 낙광 제거장치 | |
| US2972845A (en) | Device for picking up by suction the cigarettes advancing in rows on conveyor tapes, for discharging same into boxes, and for carrying away the filled boxes | |
| JP7595989B2 (ja) | 果菜受体及び果菜自動選別装置 | |
| US2626094A (en) | Bag-filling machine with adjustably mounted article guide rails | |
| NL1006427C2 (nl) | Oogstinrichting. | |
| NL2016879B1 (nl) | Inrichting voor het vormen van bossen van gewassen en binden ervan, in het bijzonder een bos of boeket van snijbloemen | |
| NL1016027C2 (nl) | Inrichting voor het overbrengen van zaad of zaailingen bevattende substraatkluiten of dergelijke. | |
| NL193303C (nl) | Inrichting voor het rijdend rooien van een tussen een ondernet en een bovennet in de grond gekweekt gewas. | |
| NL1025174C2 (nl) | Plantinrichting. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20130501 |