NL2000989C2 - Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht. - Google Patents

Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht. Download PDF

Info

Publication number
NL2000989C2
NL2000989C2 NL2000989A NL2000989A NL2000989C2 NL 2000989 C2 NL2000989 C2 NL 2000989C2 NL 2000989 A NL2000989 A NL 2000989A NL 2000989 A NL2000989 A NL 2000989A NL 2000989 C2 NL2000989 C2 NL 2000989C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
housing
inlet
air flow
air
additive
Prior art date
Application number
NL2000989A
Other languages
English (en)
Inventor
Derk Bastiaan Euwen
Original Assignee
Altena Services B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Altena Services B V filed Critical Altena Services B V
Priority to NL2000989A priority Critical patent/NL2000989C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2000989C2 publication Critical patent/NL2000989C2/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24FAIR-CONDITIONING; AIR-HUMIDIFICATION; VENTILATION; USE OF AIR CURRENTS FOR SCREENING
    • F24F13/00Details common to, or for air-conditioning, air-humidification, ventilation or use of air currents for screening
    • F24F13/02Ducting arrangements
    • F24F13/04Air-mixing units
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F23/00Mixing according to the phases to be mixed, e.g. dispersing or emulsifying
    • B01F23/10Mixing gases with gases
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F23/00Mixing according to the phases to be mixed, e.g. dispersing or emulsifying
    • B01F23/20Mixing gases with liquids
    • B01F23/21Mixing gases with liquids by introducing liquids into gaseous media
    • B01F23/213Mixing gases with liquids by introducing liquids into gaseous media by spraying or atomising of the liquids
    • B01F23/2132Mixing gases with liquids by introducing liquids into gaseous media by spraying or atomising of the liquids using nozzles
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/30Injector mixers
    • B01F25/31Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/30Injector mixers
    • B01F25/31Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows
    • B01F25/313Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced in the centre of the conduit
    • B01F25/3131Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced in the centre of the conduit with additional mixing means other than injector mixers, e.g. screens, baffles or rotating elements
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/30Injector mixers
    • B01F25/31Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows
    • B01F25/313Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced in the centre of the conduit
    • B01F25/3132Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced in the centre of the conduit by using two or more injector devices
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/30Injector mixers
    • B01F25/31Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows
    • B01F25/314Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced at the circumference of the conduit
    • B01F25/3141Injector mixers in conduits or tubes through which the main component flows wherein additional components are introduced at the circumference of the conduit with additional mixing means other than injector mixers
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/30Injector mixers
    • B01F25/32Injector mixers wherein the additional components are added in a by-pass of the main flow
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F25/40Static mixers
    • B01F25/42Static mixers in which the mixing is affected by moving the components jointly in changing directions, e.g. in tubes provided with baffles or obstructions
    • B01F25/43Mixing tubes, e.g. wherein the material is moved in a radial or partly reversed direction
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01FMIXING, e.g. DISSOLVING, EMULSIFYING OR DISPERSING
    • B01F25/00Flow mixers; Mixers for falling materials, e.g. solid particles
    • B01F2025/91Direction of flow or arrangement of feed and discharge openings
    • B01F2025/918Counter current flow, i.e. flows moving in opposite direction and colliding

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Dispersion Chemistry (AREA)

Description

Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het behandelen van lucht, omvattende ten minste één een opneemruimte voor luchtbehandelende componenten 5 omsluitende behuizing. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het toepassen van de inrichting overeenkomstig de uitvinding.
De in aanhef genoemde inrichting voor het behandelen van lucht is reeds sedert lange tijd bekend. Dergelijke inrichtingen worden in de markt veelal aangeduid als 10 ‘luchtbehandelingskasten’ en worden doorgaans ingezet voor conditionering van een locale atmosfeer in een ruimte. De behuizingen van de bekende inrichtingen zijn uit metaal of kunststof vervaardigd en omvatten een frame waaraan meerdere panelen zijn bevestigd. De panelen omsluiten een opneemruimte voor passieve of (elektro)mechanische componenten. Voorbeelden van gebruikelijke, in de behuizing 15 geplaatste, componenten zijn: ventilatoren voor actieve verplaatsing van gas, koel- en verwarmingseenheden voor afkoeling en opwarming van lucht, filters voor reiniging van (verontreinigde) lucht, en vochtregulerende eenheden voor het bevochtigen dan wel ontvochtigen van lucht. Het kan tevens bijzonder voordelig zijn om additieven, zoals bijvoorbeeld zuurstof of kooldioxide, toe te voegen aan de door de behuizing stromende 20 luchtstroom, teneinde de kwaliteit van de luchtstroom te kunnen optimaliseren. Echter, uit onderzoek is gebleken dat het additief zich in de behuizing onvoldoende en niet homogeen mengt met de luchtstroom, hetgeen de verrijking van de luchtstroom met het additief negatief beïnvloedt.
25 De uitvinding heeft tot doel het verschaffen van een verbeterde inrichting voor het behandelen van lucht, met behulp waarvan een luchtstroom op verbeterde wijze kan worden verrijkt met een additief.
De uitvinding verschaft daartoe een inrichting van het aanhef genoemde type, waarbij 30 de behuizing is voorzien van: ten minste één op de opneemruimte aansluitende eerste inlaat voor een te behandelen luchtstroom, ten minste één op de opneemruimte aansluitende uitlaat voor de behandelde luchtstroom, ten minste één op de opneemruimte aansluitende tweede inlaat voor het verrijken van de luchtstroom met ten minste één additief, en nabij de tweede inlaat in de opneemruimte gepositioneerde 2 turbulentie opwekkende middelen voor het laten wervelen van de door de behuizing stromende luchtstroom. Uit onderzoek is gebleken dat de relatief slechte menging voornamelijk wordt veroorzaakt door de laminaire stroming van de luchtstroom door de behuizing, hetgeen het vermengen van de luchtstroom met het additief bemoeilijkt. De 5 laminaire stroming wordt daarbij doorgaans onder meer veroorzaakt of bevorderd door het toepassen van een filter en/of een warmtewisselaar in de behuizing, waardoor de luchtsnelheid van de luchtstroom doorgaans aanzienlijk wordt gereduceerd, en waardoor de luchtstroom zich gelaagd zal voortbewegen, waarbij niet of nauwelijks stroming plaatsvindt dwars op de luchtstroom. Bovendien heeft het additief doorgaans 10 een andere temperatuur dan de luchtstroom, hetgeen het vermengen verdergaand bemoeilijkt. Met name ingeval het additief bovenin de behuizing wordt geleid en de luchtstroom relatief koud is vergeleken met de temperatuur van het additief, zal bevredigende menging uitblijven. Door de luchtstroom plaatsselectief in de behuizing te laten wervelen althans nabij de tweede inlaat, waardoor de laminaire stroming wordt 15 verstoord, zal het additief relatief snel en efficiënt kunnen worden verspreid door de gehele (breedte van de) luchtstroom, waardoor op relatief efficiënte wijze een relatief homogene verspreiding van het additief in de luchtstroom kan worden gerealiseerd. De tweede inlaat alsmede de turbulentie opwekkende middelen zullen doorgaans stroomafwaarts ten opzichte van één of meerdere in de behuizing opgenomen 20 luchtbehandelende componenten zijn gepositioneerd. Het additief kan divers van aard zijn en wordt bij voorkeur gevormd door: zuurstof, koolstofdioxide, waterdamp, en/of ozon. Door het toevoegen van een ozonfractie aan de luchtstroom kan de luchtstroom relatief effectief worden gedesinfecteerd. Het is echter tevens mogelijk dat het additief wordt gevormd door een tweede luchtstroom die dient te worden vermengd met de 25 eigenlijke (eerste) luchtstroom, waarbij de tweede luchtstroom zelfs kan worden gevormd door een eerdere aftakking van de eigenlijke (eerste) luchtstroom. Op deze wijze kan de facto een bypass worden gerealiseerd voor een deel van de oorspronkelijke luchtstroom om dit deel althans ten minste één luchtbehandelende component te kunnen laten omzeilen. Alhoewel het additief doorgaans zal worden gevormd door een gas, 30 zoals bijvoorbeeld koolstofdioxide, zuurstof, of ozon, is het tevens denkbaar dat het additief als zodanig wordt gevormd door een vloeistof of een vaste stof. Teneinde het additief op bevredigende wijze te kunnen vermengen met de luchtstroom is het voordelig om het niet-gasvormige additief mee te laten voeren door een gasstroom en als zodanig via de tweede inlaat toe te voeren aan de behuizing. Derhalve is het 3 voordelig ingeval de tweede inlaat is ingericht voor het aan de behuizing toevoeren van een van het additief voorziene in hoofdzaak gasvormige stroom, waarbij wordt aangegeven dat de gasvormige stroom tevens kan worden gevormd door het additief. Opgemerkt zij dat de behuizing overeenkomstig de uitvinding doorgaans zal worden 5 toegepast voor het behandelen van lucht, waarbij lucht wordt gedefinieerd als een atmosferisch mengsel dat verschillende gassen omvat. Echter, het is tevens denkbaar om andere gas(mengsels) dan lucht te behandelen, en te verrijken met één of meerdere additieven, met behulp van de behuizing overeenkomstig de uitvinding.
10 De positionering van de turbulentie opwekkende middelen ten opzichte van de tweede inlaat is zodanig dat de luchtstroom ter plaatse van de tweede inlaat voldoende in turbulentie kan worden gebracht teneinde een afdoende menging van het additief met de luchtstroom te kunnen realiseren. Bij voorkeur sluit de tweede inlaat daarbij in hoofdzaak aan op de turbulentie opwekkende middelen, teneinde de voldoende menging 15 van het additief met de luchtstroom te kunnen garanderen. Het is echter tevens denkbaar dat de turbulentie opwekkende middelen stroomopwaarts en/of stroomafwaarts ten opzichte van de tweede inlaat zijn gepositioneerd. Alhoewel het additief doorgaans zal worden toegediend aan de door de turbulentie opwekkende middelen reeds in werveling gebrachte luchtstroom, is het aldus tevens denkbaar om ten minste een fractie van het 20 additief (juist) voor het in werveling brengen van de luchtstroom aan de luchtstroom toe te dienen, waarbij de intensieve menging pas zal geschieden na het laten wervelen van de luchtstroom door de turbulentie opwekkende middelen.
De turbulentie opwekkende middelen kunnen zeer divers van aard zijn, doch bij 25 voorkeur omvat de turbulentie opwekkende middelen ten minste één tweedimensionale of driedimensionale structuur voorzien van ten minste één eerste doorvoeropening, en bij nadere voorkeur meerdere eerste doorvoeropeningen, voor doorvoer van de luchtstroom. Daarbij zijn de turbulentie opwekkende middelen doorgaans geperforeerd uitgevoerd, teneinde de turbulentie in de luchtstroom te kunnen opwekken. Door de 30 luchtstroom geforceerd te laten stromen door de eerste doorvoeropening zal een werveling van de luchtstroom worden gerealiseerd. De turbulentie opwekkende middelen zijn doorgaans passief van aard, waarbij de luchtstroom zal wervelen als gevolg van de vormgeving van de turbulentie opwekkende middelen. Echter, het is tevens denkbaar dat de turbulentie opwekkende middelen meer actief van aard zijn, 4 waarbij de turbulentie opwekkende middelen bijvoorbeeld kunnen zijn voorzien van (actieve of passieve) bewegende componenten, zoals bijvoorbeeld roteerbare raderen.
In een voorkeursuitvoering omvatten de turbulentie opwekkende middelen ten minste 5 één tweede doorvoeropening voor het additief, waarbij de eerste doorvoeropening en de tweede doorvoeropening bij nadere voorkeur doch niet noodzakelijkerwijs worden gevormd door verschillende openingen. Hierdoor is het mogelijk de eerste doorvoeropening te optimaliseren voor het laten wervelen van de luchtstroom en de tweede doorvoeropening te optimaliseren voor het toedienen van het additief aan de in 10 werveling gebrachte of de in werveling te brengen luchtstroom. In een bijzondere voorkeursuitvoering omvatten de turbulentie opwekkende middelen ten minste één mengbuis, welke mengbuis een mantel omvat waarin ten minste één eerste doorvoeropening is aangebracht, waarbij ten minste één open uiteinde in hoofdzaak is aangesloten op de tweede inlaat. Door toepassing van een (rechte) mengbuis kan het 15 additief worden toegediend aan de luchtstroom vanuit een richting die in hoofdzaak loodrecht staat op de globale stromingsrichting van de luchtstroom. Bij nadere voorkeur is de mengbuis zodanig aangebracht in de behuizing dat de lengteas van de mengbuis in hoofdzaak dwars staat op de door de behuizing geleide luchtstroom, waardoor zowel de luchtstroom alsook het additief zo efficiënt mogelijk door de mengbuis kunnen worden 20 geleid. In een bijzondere voorkeursuitvoering omvatten de turbulentie opwekkende middelen meerdere van dergelijke mengbuizen. De mengbuizen zijn doorgaans in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar in de behuizing opgenomen en kunnen op afstand van elkaar zijn gepositioneerd, waarbij een deel van de luchtstroom tussen de mengbuizen door kan stromen. Het is tevens denkbaar dat de mengbuizen tegen elkaar aan zijn 25 gepositioneerd, waardoor de luchtstroom in hoofdzaak volledig door de mengbuizen zal worden geleid. De mengbuizen zullen doorgaans in één of meerdere rijen gerangschikt zijn, waarbij de verschillende rijen achter elkaar zijn geplaatst bezien vanuit de stromingsrichting van de luchtstroom. De open uiteinden van de mengbuizen sluiten bij voorkeur in hoofdzaak aan op de tweede inlaat, waarbij eventueel een op de tweede 30 inlaat en de mengbuizen aansluitende verdeelkap wordt toegepast voor het, doorgaans gelijkmatig, verdelen van het additief over de verschillende mengbuizen.
In een voorkeursuitvoering is de tweede inlaat voorzien van ten minste één regelklep voor het reguleren van de hoeveelheid aan de behuizing toe te voeren additief. Ingeval 5 meerdere additieven via meerdere tweede inlaten dienen te worden toegediend aan de behuizing is het denkbaar dat meerdere regelkleppen worden toegepast voor het per additief kunnen reguleren van de hoeveelheid toe te dienen additief.
5 De turbulentie opwekkende middelen, die bij voorkeur één of meerdere mengbuizen omvatten, zijn bij voorkeur ten minste gedeeltelijk uit kunststof vervaardigd. Specifieke voorbeelden van toe te passen kunststoffen zijn: PVC, PP, en PE. Enige belangrijke voordelen van de toepassing van kunststof ter vervaardiging van de turbulentie opwekkende middelen zijn dat kunststof doorgaans relatief goedkoop is, goed 10 herbruikbaar is zonder dat het direct gerecycleerd hoeft te worden, en relatief eenvoudig recycleerbaar. Daarenboven heeft een kunststof een relatief laag soortelijk gewicht (ten opzichte van de meeste metalen), een relatief goede oxidatiebestendigheid, en relatief goede (thermische en elektrische) isolerende eigenschappen.
15 In een voorkeursuitvoering zijn de eerste inlaat en de uitlaat in eikaars verlengde gelegen, waardoor de luchtstroom volgens een lineair traject door de behuizing kan worden geleid, hetgeen vanuit procestechnisch oogpunt veelal voordelig zal zijn.
De behuizing zal doorgaans zijn voorzien van ten minste één luchtbehandelende 20 component (anders dan de turbulentie opwekkende middelen), zoals bijvoorbeeld één of meerdere filters en één of meerdere warmtewisselaars. De warmtewisselaars kunnen daarbij zijn ingericht voor het opwarmen of afkoelen van de luchtstroom, doch tevens (additioneel) voor het ontvochtigen van de luchtstroom. Doorgaans zal de luchtstroom de luchtbehandelende component(en) in laminaire toestand verlaten, welke laminaire 25 toestand opvolgend zal worden doorbroken door de turbulentie opwekkende middelen voor het kunnen vermengen van de luchtstroom met één of meerdere additieven.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een mengbuis ten gebruike in een inrichting overeenkomstig de uitvinding. Voordelen en uitvoeringsvarianten van de mengbuis zijn 30 reeds in het voorgaande uitvoerig beschreven.
De uitvinding heeft daarnaast betrekking op een werkwijze voor het toepassen van een inrichting overeenkomstig de uitvinding, omvattende de stappen: A) het via de eerste inlaat in de behuizing leiden van een te behandelen luchtstroom, B) het in de behuizing 6 laten wervelen van de luchtstroom nabij de tweede inlaat, C) het via de tweede inlaat in de behuizing leiden van ten minste één met de luchtstroom te vermengen additief, en D) het via de uitlaat uit de behuizing leiden van de met het ten minste ene additief verrijkte luchtstroom. Alhoewel stap B) en stap C) successievelijk kunnen worden uitgevoerd, 5 waarbij stap C) volgt op stap B), is het tevens denkbaar deze volgorde om te keren, waarbij stap B) volgt op stap C). Echter, veelal zullen stap B) en stap C) gelijktijdig worden uitgevoerd. Voordelen van de werkwijze zijn reeds in het voorgaande uitvoerig beschreven.
10 In een voorkeursuitvoering omvat de werkwijze tevens stap E) omvattende het, vóór het laten wervelen van de luchtstroom in de behuizing overeenkomstig stap B), in de behuizing behandelen, en bij nadere voorkeur filteren, van de luchtstroom. In een alternatieve voorkeursuitvoering omvat de werkwijze tevens stap F) omvattende het, vóór het laten wervelen van de luchtstroom in de behuizing overeenkomstig stap B), in 15 de behuizing opwarmen en/of afkoelen van de luchtstroom. Het is tevens denkbaar de luchtstroom andersoortige behandelingen te laten ondergaan, zoals bijvoorbeeld een lichtbehandeling.
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren 20 weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: figuur la een schematisch aanzicht op een eerste uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting overeenkomstig de uitvinding, figuur lb een schematisch aanzicht op een tweede uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting overeenkomstig de uitvinding, 25 figuur lc een schematisch aanzicht op een derde uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting overeenkomstig de uitvinding, figuur 2 een meer gedetailleerd aanzicht op de inrichting volgens figuur lc, figuur 3a een perspectivisch aanzicht op een samenstel van mengbuizen zoals toegepast in de inrichting volgens figuur lc en figuur 2, 30 figuur 3b een perspectivisch aanzicht op een alternatief samenstel van mengbuizen ten gebruike in een inrichting overeenkomstig de uitvinding, en figuur 4 een schematisch aanzicht op een andere inrichting overeenkomstig de uitvinding.
7
Figuur la een schematisch aanzicht op een eerste uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting 1 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting omvat een behuizing 2 voorzien van een eerste inlaat 3 voor een te behandelen luchtstroom (aangegeven middels pijlen) en een uitlaat 4 voor de behandelde luchtstroom. In de behuizing 2 is 5 een filter 5 opgenomen voor het filteren van de luchtstroom. Stroomafwaarts ten opzichte van het filter is een warmtewisselaar 6 voor het, in dit uitvoeringsvoorbeeld, koelen van de luchtstroom. De behuizing 2 is tevens voorzien van een tweede inlaat 7 voor het vermengen van de luchtstroom met een bij voorkeur gasvormig additief (aangegeven middels onderbroken pijlen). Een voorbeeld van toe te dienen additief is 10 zuurstof. De hoeveelheid aan de behuizing 2 toe te dienen additief kan worden gereguleerd middels een regelklep 8. Zoals getoond bevindt de luchtstroom zich na het doorstromen van zowel het filter 5 alsook de warmtewisselaar 6 in een laminaire toestand. Door het toedienen van het additief aan de laminair stromende luchtstroom zal prima facie onvoldoende vermenging tussen de luchtstroom en het additief worden 15 gerealiseerd, temeer daar de juist gekoelde luchtstroom zwaarder zal zijn dan het doorgaans ongekoelde (en daarmee relatief warme) additief, waardoor het additief de facto op de luchtstroom zal blijven drijven, zoals tevens is getoond in figuur lb. Teneinde nochtans een voldoende vermenging te kunnen realiseren omvat de behuizing 2 turbulentie opwekkende middelen 9 die in dit uitvoeringsvoorbeeld stroomopwaarts 20 ten opzichte van de tweede inlaat 7 zijn gepositioneerd. De turbulentie opwekkende middelen 9 zijn ingericht voor het opheffen van de laminaire toestand van de luchtstroom door het laten wervelen van de luchtstroom. Juist na het in werveling brengen van de luchtstroom wordt het additief aan een in de behuizing 2 gevormde mengkamer 31 toegediend, alwaar het additief tevens zal gaan wervelen. Door deze 25 wervelingen van zowel de luchtstroom alsook het additief zal een intensieve vermenging van de luchtstroom en het additief plaatsvinden, waardoor het additief in hoofdzaak homogeen kan worden verspreid in de luchtstroom.
Figuur lb toont een schematisch aanzicht op een tweede uitvoeringsvoorbeeld van een 30 inrichting 10 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting 10 is in hoofdzaak gelijkend op de in figuur la getoonde inrichting 1. De inrichting 10 volgens figuur lb omvat een behuizing 11 voorzien van een eerste inlaat 12 voor een te behandelen luchtstroom (aangegeven middels pijlen) en een uit laat 13 voor de behandelde luchtstroom. In de behuizing 11 is een filter 14 opgenomen voor het filteren van de luchtstroom.
8
Stroomafwaarts ten opzichte van het filter is een warmtewisselaar 15 voor het, in dit uitvoeringsvoorbeeld, koelen van de luchtstroom. De behuizing 11 is tevens voorzien van een tweede inlaat 16 voor het vermengen van de luchtstroom met een gasvormig additief (aangegeven middels onderbroken pijlen). Teneinde voldoende vermenging 5 tussen de luchtstroom en het additief te kunnen realiseren omvat de behuizing 11 turbulentie opwekkende middelen 17 voor het kunnen laten wervelen van de luchtstroom alsmede het additief. In de onderhavige figuur is getoond dat de tweede inlaat 16 stroomopwaarts ten opzichte van de turbulentie opwekkende middelen 17 is gepositioneerd, waardoor het additief vooreerst aan de laminair stromende luchtstroom 10 wordt toegevoerd, waarbij nauwelijks onderlinge vermenging optreedt, waarna de luchtstroom en de additiefstroom in werveling zullen worden gebracht door de turbulentie opwekkende middelen 17, waardoor intensieve onderlinge vermenging zal optreden.
15 Figuur lc een schematisch aanzicht op een derde uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting 18 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting 18 is in hoofdzaak gelijkend op de in figuur la getoonde inrichting 1 en de in figuur lb getoonde inrichting 10. De inrichting 18 volgens figuur lc omvat (tevens) een behuizing 19 voorzien van een eerste inlaat 20 voor een te behandelen luchtstroom (aangegeven middels pijlen) en een uitlaat 20 21 voor de behandelde luchtstroom. In de behuizing 19 is een filter 22 opgenomen voor het filteren van de luchtstroom. Stroomafwaarts ten opzichte van het filter is een warmtewisselaar 23 voor het in dit uitvoeringsvoorbeeld opwarmen van de luchtstroom. De behuizing 19 is tevens voorzien van een tweede inlaat 24 voor het vermengen van de luchtstroom met een van een additief voorzien gas (aangegeven middels onderbroken 25 pijlen). Teneinde voldoende vermenging tussen de luchtstroom en het additief te kunnen realiseren omvat de behuizing 19 turbulentie opwekkende middelen 25 voor het kunnen laten wervelen van de luchtstroom alsmede het van het additief voorziene gas. In dit uitvoeringsvoorbeeld is getoond dat de turbulentie opwekkende middelen 25 aansluiten op de tweede inlaat 24, waardoor in of juist na de turbulentie opwekkende middelen een 30 intensieve vermenging zal plaatsvinden van de luchtstroom met het additief. De turbulentie opwekkende middelen 25 kunnen worden gevormd door een veelvoud naast elkaar gepositioneerde mengbuizen 26 (zie figuur 2). Het open uiteinde 27 van elke mengbuis 26 sluit daarbij aan op de tweede inlaat 24. Doordat een lineair gerangschikt samenstel van mengbuizen 26 wordt toegepast (zie figuur 3a), zal de tweede inlaat 24 9 doorgaans langwerpig zijn uitgevoerd, en bijvoorbeeld worden gevormd door een sleuf. Elke mengbuis 26 is tweezijdig voorzien van meerdere doorvoeropeningen 28 voor het geforceerd door de mengbuizen 26 leiden van de luchtstroom, waardoor de luchtstroom en daarmee het additief zal gaan wervelen. De mengbuizen 26 zijn bij voorkeur uit 5 kunststof en in het bijzonder uit polyvinylchloride vervaardigd.
Figuur 3b toont een perspectivisch aanzicht op een alternatief samenstel 29 van mengbuizen 30 ten gebruike in een inrichting overeenkomstig de uitvinding. De mengbuizen zijn constructief identiek aan de in figuur 2 en figuur 3a getoonde 10 mengbuizen 26. Echter, de rangschikking van de mengbuizen 26 is in dit uitvoeringsvoorbeeld zodanig dat de mengbuizen 26 in achter elkaar en onderling versprongen rijen zijn gerangschikt, hetgeen de ontwikkeling van turbulentie in een luchtstroom en een additief, en daarmee de onderlinge vermenging van de luchtstroom en het additief ten goede kan komen.
15
Figuur 4 toont een schematisch aanzicht op een andere inrichting 31 overeenkomstig de uitvinding. De inrichting 31 omvat een behuizing 32, welke behuizing 32 is voorzien van een eerste inlaat 33 voor een eerste deel van een luchtstroom, een tweede inlaat 34 voor een tweede (overig) deel van een luchtstroom, en een uit laat 35 voor de door de 20 behuizing 32 geleide luchtstroom. De stromingsrichting van de luchtstroom, veelal gevormd door een retourstroom uit een luchtbehandelend circuit, wordt in figuur 4 aangegeven middels pijlen. In de behuizing 32 is ten minste één warmtewisselaar 36 opgenomen die stroomafwaarts ten opzichte van de eerste inlaat 33 en stroomopwaarts ten opzichte van de tweede inlaat 34 is gepositioneerd. De tweede inlaat 34 fungeert 25 aldus de facto als een bypass voor (het tweede deel van) de luchtstroom voor het kunnen omzeilen van de warmtewisselaar 36. De verhouding tussen het eerste deel van de luchtstroom en het tweede deel van de luchtstroom kan worden gereguleerd middels nabij de tweede inlaat 34 gepositioneerde regelklep 37. De tweede inlaat 34 sluit aan op meerdere in lijn, en onderling op afstand van elkaar gepositioneerde mengbuizen 38, 30 waarbij elke mengbuis 38 éénzijdig is voorzien van meerdere doorvoeropeningen 39 voor doorvoer van de luchtstroom. Door toepassing van de mengbuizen 38 kan het vóór de warmtewisselaar in de behuizing geleid deel van de luchtstroom intensief worden vermengd met het na de warmtewisselaar in de behuizing geleid deel van de luchtstroom. De herenigde, gemengde luchtstroom wordt vervolgens via de uitlaat 35 10 uit de behuizing 32 geleid. De inrichting 31 omvat tevens een op de uitlaat 35 aansluitende ventilator 40 voor het afzuigen van de luchtstroom in de richting van een distributiekanaal 41 voorzien van uitstroomopeningen 42 voor het efficiënt kunnen koelen of opwarmen, en/of het bevochtigen of ontvochtigen van een ruimte. Optioneel 5 is de inrichting voorzien van één of meerdere additiefinjectoren 43, in het bijzonder vochtinjectoren, voor het kunnen verrijken van de luchtstroom met een additief, in het bijzonder vocht. Tevens kunnen op verschillende locatie in de inrichting 31 volgens figuur 4 ultraviolette straling producerende lampen worden aangebracht, teneinde de luchtstroom te kunnen onderwerpen aan een lichtbehandeling.
10
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen.
15

Claims (21)

1. Inrichting voor het behandelen van lucht, omvattende ten minste één een opneemruimte voor luchtbehandelende componenten omsluitende behuizing, welke 5 behuizing is voorzien van: ten minste één op de opneemruimte aansluitende eerste inlaat voor een te behandelen luchtstroom, ten minste één op de opneemruimte aansluitende uit laat voor de behandelde luchtstroom, ten minste één op de opneemruimte aansluitende tweede inlaat voor het verrijken van de luchtstroom met ten minste één additief, en nabij de tweede inlaat in de opneemruimte gepositioneerde turbulentie 10 opwekkende middelen voor het nabij de tweede inlaat laten wervelen van de door de behuizing stromende luchtstroom.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tweede inlaat in hoofdzaak aansluit op de turbulentie opwekkende middelen. 15
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen ten minste één eerste doorvoeropening voor de luchtstroom omvatten.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen meerdere eerste doorvoeropeningen voor de luchtstroom omvatten.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen ten minste één tweede doorvoeropening voor het 25 additief omvatten.
6. Inrichting volgens conclusie 3 of 4 en conclusie 5, met het kenmerk, dat de eerste doorvoeropening en de tweede doorvoeropening worden gevormd door verschillende openingen. 30
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen ten minste één mengbuis omvatten, welke mengbuis een mantel omvat waarin ten minste één eerste doorvoeropening is aangebracht, waarbij ten minste één open uiteinde is aangesloten op de tweede inlaat.
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de mengbuis zodanig is aangebracht in de behuizing dat de lengteas van de mengbuis in hoofdzaak dwars staat op de door de behuizing geleide luchtstroom staat. 5
9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen meerdere mengbuizen omvatten.
10. Inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de meerdere mengbuizen in 10 hoofdzaak naast elkaar zijn gepositioneerd.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat de meerdere mengbuizen in hoofdzaak tegen elkaar aan zijn gepositioneerd.
12. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tweede inlaat is ingericht voor het aan de behuizing toevoeren van een van het additief voorziene in hoofdzaak gasvormige stroom.
13. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 20 tweede inlaat is voorzien van een regelklep voor het reguleren van de hoeveelheid aan de behuizing toe te voeren additief.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de turbulentie opwekkende middelen ten minste gedeeltelijk uit kunststof zijn vervaardigd. 25
15. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de eerste inlaat en de uitlaat in eikaars verlengde zijn gelegen.
16. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de 30 behuizing is voorzien van ten minste één filter en/of ten minste één warmtewisselaar.
17. Mengbuis ten gebruike in een inrichting volgens een der conclusies 7-11.
18. Werkwijze voor het toepassen van een inrichting volgens een der conclusies 1-16, omvattende de stappen: A) het via de eerste inlaat in de behuizing leiden van een te behandelen luchtstroom, B) het in de behuizing laten wervelen van de luchtstroom nabij de tweede inlaat, C) het via de tweede inlaat in de behuizing leiden van ten minste één met de 5 luchtstroom te vermengen additief, en D) het via de uitlaat uit de behuizing leiden van de met het ten minste ene additief verrijkte luchtstroom.
19. Werkwijze volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat stap B) en stap C) 10 gelijktijdig worden uitgevoerd.
20. Werkwijze volgens conclusie 18 of 19, met het kenmerk, dat de werkwijze tevens omvat stap E) omvattende het, vóór het laten wervelen van de luchtstroom in de behuizing overeenkomstig stap B), in de behuizing filteren van de luchtstroom. 15
21. Werkwijze volgens een der conclusies 18-20, met het kenmerk, dat de werkwijze tevens omvat stap F) omvattende het, vóór het laten wervelen van de luchtstroom in de behuizing overeenkomstig stap B), in de behuizing opwarmen en/of afkoelen van de luchtstroom. 20
NL2000989A 2007-11-09 2007-11-09 Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht. NL2000989C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000989A NL2000989C2 (nl) 2007-11-09 2007-11-09 Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2000989A NL2000989C2 (nl) 2007-11-09 2007-11-09 Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht.
NL2000989 2007-11-09

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2000989C2 true NL2000989C2 (nl) 2009-05-12

Family

ID=39596515

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2000989A NL2000989C2 (nl) 2007-11-09 2007-11-09 Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2000989C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2676722A1 (de) * 2012-06-20 2013-12-25 YIT Germany GmbH Vorrichtung zur Vermischung von Fluidströmen

Citations (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH581493A5 (en) * 1974-06-24 1976-11-15 Escher Wyss Ag Static mixer for in line mixing - having sudden expansion with secondary fluid injection just prior to it
DE2844046A1 (de) * 1978-10-10 1980-04-17 Kessler & Luch Gmbh Mischkammer fuer klimaanlagen
NL8100287A (nl) * 1973-04-05 1981-06-01 Holland Heating Bv Luchtconditioneerinrichting, luchtbevochtiger en werkwijze voor het conditioneren van lucht.
DD200579A1 (de) * 1981-09-29 1983-05-18 Georg Schmidt Vorrichtung zum mischen von volumenstroemen
EP0294729A2 (de) * 1987-06-08 1988-12-14 HANSA VENTILATOREN UND MASCHINENBAU NEUMANN GMBH & CO. KG Raumlufttechnisches Gerät
DE3802603A1 (de) * 1988-01-29 1989-08-03 Buderus Heiztechnik Gmbh Mischeinrichtung fuer lufterhitzer
WO1994025805A1 (en) * 1993-04-23 1994-11-10 ABB Fläkt Oy Mixing section for supply air and return air in an air-conditioning apparatus
WO1995010009A1 (de) * 1993-10-04 1995-04-13 Luwa Ag Mischvorrichtung
US5516466A (en) * 1994-10-27 1996-05-14 Armstrong International, Inc. Steam humidifier system
DE29808310U1 (de) * 1998-05-11 1999-09-02 Nova-Apparate GmbH, 78166 Donaueschingen Luftbefeuchtungsanlage
US6139425A (en) * 1999-04-23 2000-10-31 Air Handling Engineering Ltd. High efficiency air mixer
WO2004003440A1 (de) * 2002-06-26 2004-01-08 Axair Ag Befeuchtungsvorrichtung
GB2429937A (en) * 2005-09-08 2007-03-14 Siemens Ind Turbomachinery Ltd Apparatus for mixing gas streams

Patent Citations (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8100287A (nl) * 1973-04-05 1981-06-01 Holland Heating Bv Luchtconditioneerinrichting, luchtbevochtiger en werkwijze voor het conditioneren van lucht.
CH581493A5 (en) * 1974-06-24 1976-11-15 Escher Wyss Ag Static mixer for in line mixing - having sudden expansion with secondary fluid injection just prior to it
DE2844046A1 (de) * 1978-10-10 1980-04-17 Kessler & Luch Gmbh Mischkammer fuer klimaanlagen
DD200579A1 (de) * 1981-09-29 1983-05-18 Georg Schmidt Vorrichtung zum mischen von volumenstroemen
EP0294729A2 (de) * 1987-06-08 1988-12-14 HANSA VENTILATOREN UND MASCHINENBAU NEUMANN GMBH & CO. KG Raumlufttechnisches Gerät
DE3802603A1 (de) * 1988-01-29 1989-08-03 Buderus Heiztechnik Gmbh Mischeinrichtung fuer lufterhitzer
WO1994025805A1 (en) * 1993-04-23 1994-11-10 ABB Fläkt Oy Mixing section for supply air and return air in an air-conditioning apparatus
WO1995010009A1 (de) * 1993-10-04 1995-04-13 Luwa Ag Mischvorrichtung
US5516466A (en) * 1994-10-27 1996-05-14 Armstrong International, Inc. Steam humidifier system
DE29808310U1 (de) * 1998-05-11 1999-09-02 Nova-Apparate GmbH, 78166 Donaueschingen Luftbefeuchtungsanlage
US6139425A (en) * 1999-04-23 2000-10-31 Air Handling Engineering Ltd. High efficiency air mixer
WO2004003440A1 (de) * 2002-06-26 2004-01-08 Axair Ag Befeuchtungsvorrichtung
GB2429937A (en) * 2005-09-08 2007-03-14 Siemens Ind Turbomachinery Ltd Apparatus for mixing gas streams

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2676722A1 (de) * 2012-06-20 2013-12-25 YIT Germany GmbH Vorrichtung zur Vermischung von Fluidströmen

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8002881B2 (en) Fume treatment method and apparatus using ultraviolet light to degrade contaminants
KR20010050463A (ko) 제약업, 식품업 및 생명공학 분야를 위한 청정공기설비
KR20180091880A (ko) 처리 설비 및 공작물을 처리하기 위한 방법
DE102010043750B4 (de) Vorrichtung und Verfahren zur Abgaskühlung in Kraftfahrzeugen
US20210308614A1 (en) Device for bringing a gas stream and a liquid stream into contact
KR940000131A (ko) 개선된 수처리 시스템
US11185881B2 (en) Drying facility for painting
NL2000989C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het behandelen van lucht.
CN107084466A (zh) 新风换气机
KR20240093555A (ko) 열 확산에 의한 배기 가스 처리
US20190186768A1 (en) Air treatment system for managing the condition of air in an enclosed environment
DE50211069D1 (de) Vorrichtung und Verfahren zur Rückkühlung von Kühlmitteln oder Rückkühlmedien oder zur Kältegewinnung
US20090321370A1 (en) Apparatus for treating a liquid with a gas
KR20120089503A (ko) 선박의 퓨리파이어 룸 환기구조
CN105617900B (zh) 用于活性炭吸附塔的氨气和空气混合装置
US7578883B1 (en) Arrangement and method for abating effluent from a process
EP1321042B1 (de) Räucheranlage
CN1766438A (zh) 换气装置
KR101723858B1 (ko) 휘발성 유기화합물 농축장치 및 이의 제어방법
US20220341665A1 (en) Separating device, treatment system, method for separating two spatial regions, and method for treating workpieces
DE102009009109B3 (de) Verfahren zur Belüftung eines Raumes
EP2390594A2 (de) Vorrichtung zur Erwärmung von Medien
KR102128792B1 (ko) 열화학 필터를 이용한 공기청정기
CN218459071U (zh) 有机废气处理装置
ATE469779T1 (de) Vorrichtung zum austausch von wärme

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140601