NL2001122C2 - Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten. - Google Patents

Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten. Download PDF

Info

Publication number
NL2001122C2
NL2001122C2 NL2001122A NL2001122A NL2001122C2 NL 2001122 C2 NL2001122 C2 NL 2001122C2 NL 2001122 A NL2001122 A NL 2001122A NL 2001122 A NL2001122 A NL 2001122A NL 2001122 C2 NL2001122 C2 NL 2001122C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
product holders
product
plants
holders
row
Prior art date
Application number
NL2001122A
Other languages
English (en)
Inventor
Dirk Bruygom
Original Assignee
Bruygom Constructie En App Nbo
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Bruygom Constructie En App Nbo filed Critical Bruygom Constructie En App Nbo
Priority to NL2001122A priority Critical patent/NL2001122C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL2001122C2 publication Critical patent/NL2001122C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G9/00Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
    • A01G9/08Devices for filling-up flower-pots or pots for seedlings; Devices for setting plants or seeds in pots
    • A01G9/088Handling or transferring pots

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)

Description

Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten 5 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.
In de intensieve land- & tuinbouwindustrie wordt veel gewerkt met machines ondermeer om menselijke fouten te verminderen, doelmatiger te werken en 10 productiecapaciteit te vergroten. Een probleem bij het mechanisch verwerken van gewassen is de benodigde interactie met producten die geen vaste vorm bezitten. De in substraat wortelende planten worden vaak aangeleverd in kratten of trays. Hierin zijn de planten zeer compact gepositioneerd terwijl zij vervolgens met grotere tussenafstand worden geplant, zodanig dat ze doelmatig en doeltreffend kunnen uitgroeien tot 15 vo 1 wassen planten.
Het doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde inrichting en verbeterde werkwijze, voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.
20
De uitvinding verschaft daartoe een inrichting voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten, tussen een eerste positie waarin de in substraat wortelende planten zich op kleinere afstand van elkaar bevinden, en een tweede positie waarin de in substraat wortelende planten zich op grotere afstand van 25 elkaar bevinden, omvattende: producthouders voor het houden van in substraat wortelende planten; koppelmiddelen voor het met een variabele tussenafstand verbinden van aangrenzende producthouders; geleidingsmiddelen voor het geleiden van de producthouders; eerste aandrijfmiddelen voor het aandrijven van een aan een eerste uiteinde van de rij producthouders gelegen producthouder; en tweede aandrijfmiddelen 30 voor het aandrijven van een aan een tweede uiteinde van de rij producthouders gelegen producthouder, waarbij de eerste en tweede aandrijfmiddelen onderling zijn verbonden en waarbij de eerste en tweede aandrijfmiddelen, tijdens het naar dezelfde positie verplaatsen van producthouders, in tegengestelde richting verplaatsbaar zijn. Juist het gebruik van eerste en tweede aandrijfmiddelen ligt minder voor de hand. Indien enkele 2 aandrijfmiddelen reeds de benodigde functionaliteit kunnen verschaffen zal daar van nature de voorkeur naar uitgaan. Edoch juist de aanwezigheid van de meervoudig uitgevoerde eerste en tweede aandrijfmiddelen leidt ertoe dat de afzonderlijke aandrijfmiddelen constructief uiterst eenvoudig kunnen zijn uitgevoerd. De genoemde 5 maatregelen zorgen ervoor dat de aandrijfmiddelen, in de eerste dichtbij elkaar gelegen positie, zich over een relatief korte lengte uitstrekken, in het bijzonder binnen de rij producthouders, en dat de aandrijfmiddelen de producthouders naar de tweede positie verplaatsen, waarbij de producthouders relatief ver uit elkaar zijn gelegen. Hierdoor kan een compacte inrichting gebruikt worden om producthouders toch over een zeer grote 10 breedte te verplaatsen, hetgeen voordelig is omdat zo een groot werkbereik wordt verkregen. Dit wil zeggen dat de onderlinge afstand van planten kan worden gevarieerd van een toestand waarin zij zeer dicht opeen zijn gepakt tot een toestand waarin zij op relatief grote onderlinge afstand zijn geplaatst, bijvoorbeeld een toestand waarin zij worden gebracht om doelmatig uit te groeien.
15
In een andere uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede aandrijfmiddelen beiden star verbonden met een gestel. Door deze maatregel wordt de locatie van de producthouders in zowel de eerste als de tweede positie volledig bepaald door de aandrijfmiddelen. Hierdoor zijn er geen andere maatregelen benodigd voor het bepalen van de locatie van 20 de producthouders zoals bijvoorbeeld aanslagen. Deze maatregel leidt ook tot een beperkte stootbelasting van de producthouders en dus eveneens van de in de producthouders gehouden planten. Doordat de aandrijfmiddelen ten opzichte van het gestel een vaste positie innemen, wordt een deel van de aandrijfmiddelen niet bewogen en is er voor het verplaatsen van de producthouders slechts een beperkte hoeveelheid 25 energie benodigd.
In weer een andere uitvoeringsvorm is ten minste één producthouder star verbonden met een gestel. Door deze maatregel is in zowel de eerste als de tweede positie de locatie van de betreffende producthouder eenduidig bepaald, waardoor met grote 30 nauwkeurigheid de plaats van de star gekoppelde producthouder bekend is, op basis van welke referentie ook de positienauwkeurigheid van andere producthouders groot kan zijn. Ook deze maatregel draagt bij tot verdere beperking van de voor aandrijving van de inrichting benodigde energie. Indien én de aandrijfmiddelen én de ten minste één producthouder een vaste positie hebben ten opzichte van het gestel, bewegen alleen een 3 beperkt aantal onderdelen. In een bijzondere uitvoeringsvariant is de star met het gestel verbonden producthouder star verbonden met de geleidingsmiddelen, welke geleidingsmiddelen op hun beurt star verbonden zijn met het gestel.
5 Indien het gestel wordt gebruikt voor het planten van gewassen, is het voordelig als de posities van de door de producthouders gehouden in substraat wortelende planten in de tweede positie aangepast kunnen worden aan een willekeurige gewenste positie waarin de planten vervolgens verder opgekweekt gaan worden. In een andere voorkeursuitvoering is de vaste positie van de ten minste één producthouder instelbaar. 10 In het bijzonder is de vaste positie van de ten minste één producthouder instelbaar, bijvoorbeeld over de lengte van de geleidingsmiddelen door deze te bevestigen met een bout-moer bevestiging. Door gebruik te maken van losneembare koppelmiddelen kan de positie van de star gekoppelde producthouder worden ingesteld en deze instelling kan tevens de referentie vormen voor andere producthouders zodat door het bepalen van de 15 positie van de star gekoppelde producthouder ook de posities van de overige producthouders wordt bepaald.
Om de inrichting zo compact mogelijk te kunnen construeren zijn in weer een andere uitvoeringsvorm de producthouders in de eerste positie ten opzichte van elkaar 20 aanliggend gepositioneerd. Indien in de eerste dichtbij elkaar gelegen positie de eerste en tweede aandrijfmiddelen zich binnen de rij producthouders uitstrekken levert dit in de eerste positie een zeer compacte constructie op. In het bijzonder worden de producthouders onder een lichte voorspanning tegen elkaar gedrukt. Het voordeel hiervan is dat tijdens het gebruik van de inrichting de in een rij gelegen producthouders 25 in de eerste positie bij het uitoefenen van beperkte kracht niet de neiging hebben om van elkaar los te komen. Zo kan bijvoorbeeld als gevolg van plotselinge bewegingen van een met de geleidingsmiddelen verbonden gestel voorkomen worden dat er beschadiging optreden aan de producthouders en/of de daarin gehouden in substraat wortelende planten. Bij het naar de tweede positie verplaatsen van de producthouders, 30 zullen de aandrijfmiddelen een kracht moeten leveren die de voorspanning overschrijdt of de voorspanning zal opgeheven (of althans verminderd) moeten kunnen worden.
In een voorkeursuitvoering zijn de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie begrensd door de koppelmiddelen. Door het gebruik van koppelmiddelen 4 kunnen meerdere producthouders met een enkele aandrijving worden verplaatst; de koppelmiddelen zullen de bij het verplaatsen van een enkele producthouder de overige gekoppelde producthouders meenemen. In een voorkeursuitvoering wordt hiertoe gebruik gemaakt van een flexibele band, welke band aan de producthouders is 5 verbonden met bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld bout-moer verbindingen. Er kan bewust worden gekozen voor een flexibele band die niet of slechts in zeer geringe mate rekbaar is om een grote positienauwkeurigheid te verkrijgen. Anderzijds kan er ook bewust voor een elastische band worden gekozen die als voordeel heeft dat bij het verplaatsen van de producthouders demping optreedt, wat de krachten op de 10 producthouders en de gehouden in substraat wortelende planten vermindert. Het gebruik van een band met bout-moer verbindingen voor bevestiging aan de producthouders heeft als voordeel dat de gemaximeerde onderlinge afstand tussen de producthouders in de tweede positie eenvoudig instelbaar/wijzigbaar is. In de praktijk is succesvol gebruik gemaakt van zogenaamde ’’tie wraps” (kabelbinders) als koppelmiddelen.
15
De optimale onderlinge afstand van de producthouders in de tweede positie, en daarmee ook van de te planten in substraat wortelende planten, hangt af van de effecten die men ermee wil bereiken. Indien tijdens het kweekproces na het planten van in substraat wortelende planten opvolgende geautomatiseerde handelingen dienen te worden 20 verricht, is het voordelig de planten in een rij en op onderling gelijke afstand zijn geplant. In een specifieke uitvoeringsvorm zijn de onderlinge afstanden van alle producthouders in de tweede positie dan ook zodanig door de koppelmiddelen begrensd dat deze onderlinge afstanden gelijk zijn. Hierdoor is het zeer eenvoudig de in een rij gelegen in substraat wortelende planten op onderling gelijke afstand te planten.
25
In een andere uitvoeringsvorm zijn de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen begrensd dat deze onderlinge afstanden tussen de producthouders variëren. Aldus ontstaat er een grote vrijheid ten aanzien van de plantmogelijkheden. Ook is het mogelijk de inrichting gedeeltelijk 30 automatisch in te zetten, bijvoorbeeld door de te planten in substraat wortelende planten door menselijke tussenkomst in de producthouders te plaatsen. Aldus kan tijdens het plaatsen van de in substraat wortelende planten bijvoorbeeld rekening worden gehouden met variaties in de omvang en vorm van de in substraat wortelende planten.
5
In weer een andere uitvoeringsvorm zijn de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen begrensd dat deze onderlinge afstanden tussen de producthouders toenemen naarmate de producthouders meer in het midden van de rij producthouders zijn gelegen. Planten worden vaak in een 5 zogenaamd plantenbed met een bepaalde breedte en lengte geplant, waarbij aan de zijkanten in het algemeen meer lichtinval optreedt dan in het midden van het bed. Het voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat door de onderlinge afstanden tussen de planten in het midden van het plantenbed groter te maken dan aan de zijkanten de planten gelijkmatiger groeien en een homogenere kwaliteit laten zien. Indien 10 bijvoorbeeld het oogsten van de planten machinaal gebeurd, heeft het voordelen de planten gelijkmatig te laten groeien.
In weer een andere uitvoeringsvorm zijn de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen begrensd dat de 15 afstanden tussen de door de producthouders gehouden in substraat wortelende planten overeenkomen met de gewenste afstanden tussen de te planten in substraat wortelende planten. Deze maatregel heeft als voordeel dat na het in de tweede positie verplaatsen van de producthouders deze in een eenvoudige beweging gepositioneerd kunnen worden voor het planten van de in substraat wortelende planten in de bodem.
20
Aan de zijkanten van een plantenbed is niet alleen meer lichtinval dan in het midden van het plantenbed, maar er is tevens meer ruimte. In een voordelige uitvoeringsvorm zijn aan ten minste één uiteinde van de rij producthouders ten minste twee producthouders star verbonden. Hierdoor worden de planten aan de zijkanten van de rij 25 dichter bij elkaar geplant dan planten die midden in de rij zijn gelegen. Reden hiertoe kan zijn dat de planten die aan de randen van plantbedden worden geplant meer ligt en lucht ontvangen dan planten midden in het plantbed. Zo bevinden de aan de buitenkant van het plantenbed geplante planten zich in relatief gunstige omstandigheden, bijvoorbeeld omdat zij geen concurrentie hebben van de zijde van de looppaden en 30 omdat zij de mogelijkheid hebben in een ten opzichte van de bodem schuine stand te groeien.
In een andere voordelige uitvoeringsvorm strekken de geleidingsmiddelen zich lineair uit. Dit levert naast een eenvoudig plantpatroon en de daarmee gepaard gaande opvolgende eenvoudige machinale handelingen, ook een eenvoudigere kinematica op.
6 5 In weer een andere uitvoeringsvorm is de breedte van de rij producthouders in de tweede positie, groter dan de breedte van het gestel. Met een gegeven breedte van het gestel, kan door deze maatregel een breder plantbed verkregen worden. De dimensies van het gestel worden hierdoor niet bepaald door de breedte van het plantbed, waardoor het gestel kleiner uitgevoerd kan worden dan noodzakelijk. Dit maakt de inrichting 10 eenvoudiger te hanteren en vergroot de gebruiksmogelijkheden.
In nog weer een andere uitvoeringsvorm omvat de inrichting een intelligente besturing, voor het besturen van de aandrijfmiddelen. Door gebruik te maken van een intelligente besturing kan de inrichting automatisch aangestuurd worden, zullen er door het 15 ontbreken van menselijke tussenkomst minder fouten gemaakt worden en is de aansturing goed herhaalbaar. In combinatie met een software interface en een management programma kunnen tevens complexere taken uitgevoerd worden.
De uitvinding verschaft tevens een werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een 20 rij gelegen in substraat wortelende planten, met gebruik van de inrichting zoals voorgaand beschreven waarbij de eerste en tweede aandrijfmiddelen onderling zijn verbonden en tijdens het naar dezelfde positie verplaatsen van producthouders in tegengestelde richting verplaatsen. Voor de voordelen van de toepassing van deze werkwijze wordt verwezen naar de voorgaand reeds beschreven voordelen van de 25 inrichting volgens de onderhavige uitvinding.
De onderhavige uitvinding zal verder worden verduidelijkt aan de hand van de in de navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: 30 figuur 1 een perspectivisch, deels opengewerkt, aanzicht op een inrichting volgens de onderhavige uitvinding, waarbij de producthouders in een eerste positie verkeren, figuur 2 een perspectivisch, deels opengewerkt, aanzicht op de inrichting uit figuur 1 waarbij de producthouders in een tweede positie verkeren, en 7 figuur 3 een perspectivisch aanzicht op een andere uitvoeringsvorm van een inrichting volgens onderhavige uitvinding, waarbij de producthouders in de tweede positie verkeren.
5 Figuur 1 toont een inrichting 1 voor het onderling verplaatsen van producthouders 2 die zijn ingericht voor het houden van - in deze figuur niet getoonde - in substraat wortelende planten. De producthouders 2 verkeren in de getoonde toestand in de eerste positie, waarbij de producthouders 2 aanliggend gepositioneerd zijn. De aan een eerste uiteinde van de rij producthouders 2 gelegen producthouder 2a is star verbonden door 10 middel van een eerste bevestigingsplaat 3a met een eerste als pneumatische cilinder 4a. De aan een tweede uiteinde van de producthouders 2 gelegen producthouder 2b is star verbonden door middel van een tweede bevestigingsplaat 3b met een tweede pneumatische cilinder 4b.
15 Producthouders 2, 2a, 2b zijn onderling verbonden door middel van als band uitgevoerde koppelmiddelen 5, waarbij de band 5 aan elke producthouder 2, 2a, 2b is verbonden met bout-moer verbindingen 6. In het bijzonder is de band 5 vervaardigd uit een elastisch materiaal. De hier in de eerste positie getoonde producthouders 2, 2a, 2b hangt de band 5 los tussen de bout-moer verbindingen 6, zodat de producthouders 2, 2a, 20 2b onderling kunnen verplaatsen.
De eerste en tweede pneumatische cilinders 4a, 4b omvatten aandrijfstangen 7a, 7b, welke zijn verbonden met bevestigingsplaten 3a, 3b voor het verplaatsen van producthouders 2a, 2b. Tevens omvatten de pneumatische cilinders 4a, 4b 25 aanvoerslangen 8, aangesloten op een - hier niet weergegeven - drukvat, voor het aanvoeren van luchtdruk. De eerste en tweede pneumatische cilinders 4a, 4b, zijn star met elkaar verbonden via bout-moer verbindingen 9. Tevens zijn de eerste en tweede pneumatische cilinders 4a, 4b star verbonden met geleidingsmiddelen 10. De geleidingsmiddelen 10 strekken zich lineair uit, zijn uitgevoerd als balkelementen en 30 omvatten een groef 11, waarin in deze figuur niet zichtbare flensen 12 (zie hiervoor figuur 2) van de producthouders 2 op aanliggen. De geleidingmiddelen 10 zijn via bout-moer verbindingen 13 verbonden met een gestel 14.
8
Indien nu de eerste pneumatische cilinder 4a de eerste bevestigingsplaat 3a verplaatst, zal daarmee de producthouder 2a verplaatsen en tevens het aan de producthouder 2a verbonden deel van band 5. Door producthouder 2a voldoende te verplaatsen zal band 5 de aan de producthouder 2a aanliggende producthouder 2 mee verplaatsen. Indien nu 5 ook de tweede pneumatische cilinder 4b de tweede bevestigingsplaat 3b verplaatst, zal daarmee de producthouder 2b verplaatsen en tevens het aan de producthouder 2b verbonden deel van band 5. Door producthouder 2b voldoende te verplaatsen zal band 5 het aan producthouder 2b aanliggende producthouder 2 mee verplaatsen. Indien de eerste en tweede pneumatische cilinders 4a, 4b de producthouders 2a, 2b vanuit de 10 eerste naar de tweede positie verplaatsen, zal de producthouder 2a in een tegengestelde richting worden verplaats dan producthouder 2b. In het bijzonder heeft een binnen de rij producthouders gelegen producthouder 2c een vaste positie, door de producthouder 2c met hier niet weergegeven (zie hiervoor figuur 2) verbindingsmiddelen 15, in het bijzonder een bout-moer verbinding, te verbinden met geleidingsmiddelen 10. De aan 15 weerszijden van de aan de geleidingsmiddelen 10 vast verbonden producthouder 2c gelegen producthouders 2, 2a, 2b worden, tijdens het naar dezelfde positie verplaatsen van de producthouders 2, 2a, 2b in tegengestelde richting verplaatst. Uiteindelijk zal de band 5 de onderlinge afstand tussen de producthouders 2, 2a, 2b beperken en zijn de producthouders 2, 2a, 2b in hun tweede positie gebracht. Dit is weergegeven in figuur 2.
20
Figuur 2 toont de inrichting 1 uit figuur 1 waarin de producthouders 2, 2a, 2b door de pneumatische cilinders 4a, 4b zijn verplaatst naar de tweede (maximaal uiteengelegen) positie. Hierbij is duidelijk te zien dat de band 5 de onderlinge afstand tussen de producthouders 2, 2a, 2b beperkt. De aandrijfstangen 7a, 7b van pneumatische cilinders 25 4a, 4b strekken zich in deze positie over een grote lengte uit. De producthouder 2c is niet verplaatst, aangezien deze door middel van bout-moer verbinding 15 met geleidingsmiddelen 10 start is verbonden. In deze figuur zijn tevens flensen 12 weergegeven, doordat er ruimte is ontstaan tussen de producthouders voor het geleidend verbinden van de producthouders 2,2a, 2b.
30
Figuur 3 toont een andere uitvoeringsvorm van de inrichting 1, volgens onderhavige uitvinding, waarbij de producthouders 2, 2a, 2b in de tweede positie zijn weergegeven. In deze figuur is duidelijk te zien dat aan zowel het eerste als aan het tweede uiteinde van de rij producthouders 2, 2a, 2b, 2c twee producthouders 2a star met elkaar zijn 9 verbonden en dat in de tweede positie de rij producthouders 2, 2a, 2b, 2c zich voorbij de breedte van het gestel 14 uitstrekt. Hierdoor kan over een grotere breedte geplant worden dan de breedte van het gestel. Doordat aan zowel het eerste en het tweede uiteinde van de rij producthouders 2, 2a, 2b, 2c twee producthouders star met elkaar zijn 5 verbonden, kunnen over een gelijke breedte hetzelfde aantal in substraat wortelende planten worden geplant. Aangezien de twee star verbonden producthouders 2a aan het eerste en tweede uiteinde van de rij producthouders 2, 2a, 2b, 2c zijn gelegen, worden de door de producthouders 2a gehouden in substraat wortelende planten aan de zijkanten van het plantenbed geplant. Aangezien aan de zijkanten zowel meer lichtinval 10 als meer ruimte is, kan de kwaliteit van de planten gelijk blijven.

Claims (15)

1. Inrichting voor het verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten, tussen een eerste positie waarin de in substraat wortelende planten zich op 5 kleinere afstand van elkaar bevinden, en een tweede positie waarin de in substraat wortelende planten zich op grotere afstand van elkaar bevinden, omvattende: - producthouders voor het houden van in substraat wortelende planten; - koppelmiddelen voor het met een variabele tussenafstand verbinden van aangrenzende producthouders; 10. geleidingsmiddelen voor het geleiden van de producthouders; - eerste aandrijfmiddelen voor het aandrijven van een aan een eerste uiteinde van de rij producthouders gelegen producthouder; - tweede aandrijfmiddelen voor het aandrijven van een aan een tweede uiteinde van de rij producthouders gelegen producthouder; 15 waarbij de eerste en tweede aandrijfmiddelen onderling zijn verbonden, en waarbij de eerste en tweede aandrijfmiddelen, tijdens het naar dezelfde positie verplaatsen van producthouders, in tegengestelde richting verplaatsbaar zijn.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de eerste en tweede aandrijfmiddelen beiden star zijn verbonden met een gestel.
3. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat ten minste één producthouder star is verbonden met een gestel. 25
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk dat de vaste positie van de ten minste één producthouder instelbaar is.
5. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat de 30 producthouders in de eerste positie ten opzichte van elkaar aanliggend zijn gepositioneerd.
6. Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zijn begrensd door de koppelmiddelen.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de onderlinge afstanden tussen alle producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen zijn begrensd dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders gelijk zijn.
8. Inrichting volgens conclusies 6, met het kenmerk dat de onderlinge afstanden 10 tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen zijn begrensd dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders variëren.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen zijn 15 begrensd dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders toenemen naarmate de producthouders meer in het midden van de rij producthouders zijn gelegen.
10. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk dat de onderlinge afstanden tussen de producthouders in de tweede positie zodanig door de koppelmiddelen zijn 20 begrensd dat de afstanden tussen de door de producthouders gehouden in substraat wortelende planten overeenkomen met de gewenste afstanden tussen de te planten in substraat wortelende planten.
11 Inrichting volgens conclusies 1-6, 8-10, met het kenmerk dat aan ten minste 25 één uiteinde van de rij producthouders ten minste twee producthouders star zijn verbonden.
12 Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat de geleidingsmiddelen zich lineair uitstrekken. 30
13 Inrichting volgens conclusies 2-12, met het kenmerk dat de breedte van de rij producthouders in de tweede positie, groter is dan de breedte van het gestel.
14 Inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een intelligente besturing omvat, voor het besturen van de aandrijfmiddelen.
15 Werkwijze voor het verplaatsen van in een rij beweegbaar gelegen 5 producthouders voor in substraat wortelende planten, met gebruik van de inrichting volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk dat de eerste en tweede aandrijfmiddelen producthouders in tegengestelde richting verplaatsen, tijdens het naar eenzelfde positie verplaatsen van de producthouders.
NL2001122A 2007-12-21 2007-12-21 Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten. NL2001122C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2001122A NL2001122C2 (nl) 2007-12-21 2007-12-21 Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2001122A NL2001122C2 (nl) 2007-12-21 2007-12-21 Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.
NL2001122 2007-12-21

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2001122C2 true NL2001122C2 (nl) 2009-06-23

Family

ID=39713950

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2001122A NL2001122C2 (nl) 2007-12-21 2007-12-21 Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2001122C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2036512B1 (nl) * 2023-12-13 2025-06-20 Bercomex Flower Proc Solutions B V Grijper en werkwijze voor het uit een broeimedium trekken van een rij planten, in het bijzonder tulpen

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3615026A (en) * 1967-06-24 1971-10-26 Ulrich Englert Apparatus for shifting flower pots and for lifting and lowering such pots in gardening nurseries
US4947579A (en) * 1988-10-19 1990-08-14 Weirton Steel Corporation Computer operated automatic seedling plant transplanting machine
US5911631A (en) * 1996-09-23 1999-06-15 Bouldin & Lawson, Inc. Seedling transplanter with easily detachable gripper

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3615026A (en) * 1967-06-24 1971-10-26 Ulrich Englert Apparatus for shifting flower pots and for lifting and lowering such pots in gardening nurseries
US4947579A (en) * 1988-10-19 1990-08-14 Weirton Steel Corporation Computer operated automatic seedling plant transplanting machine
US5911631A (en) * 1996-09-23 1999-06-15 Bouldin & Lawson, Inc. Seedling transplanter with easily detachable gripper

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL2036512B1 (nl) * 2023-12-13 2025-06-20 Bercomex Flower Proc Solutions B V Grijper en werkwijze voor het uit een broeimedium trekken van een rij planten, in het bijzonder tulpen

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5215550A (en) Seedling array transplanter
KR102340921B1 (ko) 수경재배 식물의 스마트팜 자동화 장비
JP5277379B2 (ja) 移動栽培装置
NL2001122C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het onderling verplaatsen van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.
KR20200129355A (ko) 자동 트레이 순환장치를 구비한 농작물 재배장치
EP2022322B1 (en) Plant for filling automatically pressed peat or the like into containers for cultivations of plants and vegetables of various kind
CA2902407C (en) A device for the positioning of a number of supports on a rail
DE60211023T2 (de) Vorrichtung und verfahren um schmaler und breiter objekte zu bewegen oder zu stellen
NL9000803A (nl) Werkwijze voor het zijdelings aangrijpen van plantwortelkluiten.
EP1397034B1 (en) Device for placing plant matter onto or in a bed
EP2486783A1 (en) Conveying device for containers for plants and/or flowers
JP7304311B2 (ja) 多段式栽培装置
NL2022411B1 (en) Handling device
JP5823255B2 (ja) 栽培ベンチ
CN216567156U (zh) 自动化蔬菜采收包装流水线
US6435228B1 (en) Drilling apparatus for filled pots during movement
JP6595392B2 (ja) 移動栽培装置
CN208425173U (zh) 一种基于机器视觉的花盆基质精准打孔装置
US3771257A (en) Tying machine
CN119256727B (zh) 用于穴盘育苗的移栽装备及定深移栽方法
NL2030254B1 (en) Chrysanthemum harvesting assembly
NL2001119C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het veranderen van de onderlinge positie van in een rij gelegen in substraat wortelende planten.
JP2016144405A (ja) 移動栽培装置
US20250040494A1 (en) Sapling planting unit
BE1026428B1 (nl) Inrichting en werkwijze voor het laden van een kar

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20140701