NL2003378C2 - Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. - Google Patents
Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2003378C2 NL2003378C2 NL2003378A NL2003378A NL2003378C2 NL 2003378 C2 NL2003378 C2 NL 2003378C2 NL 2003378 A NL2003378 A NL 2003378A NL 2003378 A NL2003378 A NL 2003378A NL 2003378 C2 NL2003378 C2 NL 2003378C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fork
- spacer
- frame
- objects
- arm
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 12
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 claims description 30
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 5
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 3
- 230000001174 ascending effect Effects 0.000 claims 1
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 9
- 239000000758 substrate Substances 0.000 description 5
- 238000000151 deposition Methods 0.000 description 4
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 2
- 235000004443 Ricinus communis Nutrition 0.000 description 1
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 1
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 1
- 230000001788 irregular Effects 0.000 description 1
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/08—Devices for filling-up flower-pots or pots for seedlings; Devices for setting plants or seeds in pots
- A01G9/088—Handling or transferring pots
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Forklifts And Lifting Vehicles (AREA)
Description
INRICHTING, SAMENSTEL EN WERKWIJZEN VOOR OPNAME EN WEGZETTEN VAN OPPAKBARE VOORWERPEN
De onderhavige uitvinding betreft een inrichting voor 5 opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen, zoals plantenpotten, van of op een ondergrond voor de voorwerpen. De bekende inrichtingen omvatten een beweegbaar gestel, zoals een heftruck; een geleider aan het gestel; en een vork, welke ten minste in gebruik met de geleider is 10 verbonden voor op- en/of neergaande verplaatsing daarvan en is ingericht voor het dragen van ten minste één van de voorwerpen; en een aandrijving, welke in bekrachtigde toestand de vork op- en/of neergaand beweegt langs de geleider. De uitvinding betreft daarnaast tevens een 15 samenstel, ten minste omvattende: een met een geleider aan een beweegbaar gestel verbindbare vork, welke is ingericht voor het dragen van ten minste één van de voorwerpen. Verder betreft de uitvinding een werkwijze voor het met een vork aan een beweegbaar gestel oppakken van voorwerpen van een 20 ondergrond, en een werkwijze voor het met een vork aan een beweegbaar gestel wegzetten van voorwerpen op een ondergrond.
Dergelijke inrichtingen, samenstellen en werkwijzen zijn bijvoorbeeld bekend uit het toepassingsgebied van het 25 uiteen- of dichter bij elkaar zetten van plantenpotten.
Voorbeelden van openbaarmakingen uit dit gebied zijn EP-A-0.395.166 en van de uitvinders van de onderhavige uitvinding ook WO-A-03/049.534. Desalniettemin is de onderhavige uitvinding evenzeer toepasbaar in inrichtingen met meer 30 conventionele vorken dan bekend uit de twee genoemde publicaties.
2
De stand der techniek kent echter divers nadelen en tekortkomingen, welke voornamelijk, doch niet exclusief, verband houden met bediening.
Bijvoorbeeld bij de stand der techniek volgens WO-5 03/049.534 moet een bestuurder relatief veel moeite doen om de bediening van de inrichting en het samenstel en de uitvoering van de werkwijze onder de knie te krijgen.
Bijvoorbeeld in het geval van een zogenaamde wijderzetvork, zoals bekend uit WO-A-03/049534, als de 10 voorwerpen moeten worden weggezet, vallen de in dit geval als plantenpotten vormgegeven voorwerpen aan het uiteinde van de vork ca 1 a 2 cm uit de vork. De feitelijke hoogte van de vork boven de ondergrond hangt dan dus samen met de hoogte van de voorwerpen en de wijze van aangrijping 15 daarvan. Zou het voorkomen dat de vork hoger boven de ondergrond voor het wegzetten van de voorwerpen is gepositioneerd, dan is de resulterende valafstand groter, en vallen de potten veelvuldig om. Als daarentegen die afstand te klein is, dan komen de potten te vroeg uit de vork en 20 wordt het wijderzetten zeer onregelmatig. De heftruck chauffeur moet deze afstand dus zelf visueel inschatten, terwijl die chauffeur op een heftruck zit op een afstand van een slordige twee meter of meer achter de uiteinden van de vork. Het vergt veel oefening en behendigheid om te 25 voorkomen dat de plantenpotten omvallen.
Daarbij komt dat de vork veelal tijdens het wegzetten in een voorover geneigde stand wordt gebracht, hetgeen het zicht van de chauffeur op (de hoogte boven het oppervlak van) de vork verder belemmert.
30 Een nog verder complicerend probleem is de vork lichter wordt, naarmate meer potten vanaf de vork zijn weggezet. De vork wordt dan dus lichter, en omdat de veelal hydraulische druk in een hefsysteem (met bijvoorbeeld een mast als 3 geleider voor in hoofdzaak verticale beweging van de vork) daaraan niet wordt aangepast, komt het van de heftruck af gerichte einde van de vork omhoog, waardoor de "valhoogte" van de plantenpotten verder wordt vergroot. De chauffeur van 5 de heftruck, die de vork moet bedienen, moet dus tijdens het wijderzetten een aantal keren de punten van de vorken naar beneden doen (nijgen) of de vork langs de mast omlaag brengen. Daarbij geldt echter nog steeds dat de tolerantie maar één centimeter (de hoogte van de punt van de vork boven 10 de ondergrond) bedraagt. Aldus vergt het bedienen van een dergelijke inrichting veel behendigheid en is dit dus erg lastig om aan te leren.
Met de onderhavige uitvinding is beoogd ten minste één van de bovengenoemde of een ander probleem van een 15 inrichting volgens de stand der techniek te verhelpen of althans te verminderen, waartoe een inrichting volgens de uitvinding zich onderscheidt van één volgens de stand der techniek, door ten minste één afstandhouder welke in gebruik een minimale ruimte definieert tussen de vork en de 20 ondergrond.
Tijdens het wijder steunt de vork op de ondergrond af met de afstandhouder tussen de vork en de ondergrond, zodat een hoogte binnen de gewenste tolerantie veilig kan worden gesteld, zonder afhankelijk te zijn van de ervaring en 25 behendigheid van de chauffeur. Er kan in het met de mast en de hoogte van de vork daarlangs samenhangende hydraulische systeem een neerwaartse druk in stand worden gehouden, en de afstandhouders zorgen dat de vork dan niet op de ondergrond komt te rusten, terwijl gelijktijdig de vork op een 30 dusdanige hoogte wordt gehouden, dat de voorwerpen over de gewenste afstand (binnen de tolerantie) zullen vallen als die van de vork af komen. Het oppakken kan op eenzelfde wijze geschieden. Daarbij moeten transporteurs of dragers, 4 welke over of langs tanden van de vork kunnen zijn aangebracht, worden aangedreven met een zelfde snelheid maar in tegengestelde richting als de beweging van het gestel over of langs de ondergrond. Aldus is een nieuwe en zeer 5 eenvoudige en in al haar eenvoud uitermate elegante en aldus inventieve verbetering (zo niet oplossing) geboden voor de problemen met inrichtingen volgens de stand der techniek.
Het zou voor een vakman veel eerder voor de hand hebben gelegen om met hydrauliek en/of elektronica een 10 gememoriseerde hoogte en/of stand van de vork vast te leggen en vervolgens de inrichting overeenkomstig aan te sturen.
Dit vergt echter weer een aanzienlijke investering in termen van de aldus te verwezenlijken oplossing, die dan bovendien nog eens voor falen of ten minste storingen gevoeliger is 15 dan de onderhavige uitvinding.
Opgemerkt zij, dat de uitvinding tevens is belichaamd in een samenstel van een vork met de afstandhouder; een werkwijze voor het oppakken en een werkwijze voor het (al dan niet wijder uit elkaar) wegzetten van de voorwerpen, in 20 het bijzonder, doch niet uitsluitend, plantenpotten.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat de afstandhouder verplaatsingsmiddelen omvat uit de groep, welke ten minste 25 omvat: ten minste één rol, ten minste één wiel, ten minste één zwenkwiel, ten minste één band, of enig ander verplaatsingsmiddel. Als aanvulling of als alternatief kunnen zelfs glijblokken of slijtlichamen worden toegepast. Van belang is het om te voorkomen, dat de afstandhouder een 30 belemmering op kan leveren voor de beweging van het gestel.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat de afstandhouder een zich 5 in hoofdzaak neerwaarts uitstrekkende arm omvat. De lengte van de arm is dan te kiezen en/of in te stellen in overeenstemming met: de afmetingen van de vork, de afmetingen van de voorwerpen, in het bijzonder 5 plantenpotten; de wijze van oppakken van de voorwerpen (tussen of op tanden van de vork); en de gewenste maximale valhoogte van de plantenpotten.
In een dusdanige uitvoeringsvorm kan de inrichting / het samenstel zodanig zijn, dat de arm in lengte instelbaar 10 is in overeenstemming met van een gebruikstoestand afhankelijke gewenste ruimte tussen de vork en de ondergrond. Te denken valt aan een cilinder als arm, of bijvoorbeeld een telescoop-arm, een schroefspindel-arm of een andere soortgelijke arm. Aldus kan met zeer eenvoudige 15 en betrouwbare mechanische middelen een zeer effectieve inrichting / samenstel worden verwezenlijkt.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat de arm een zwenkarm omvat. 20 Een zwenkarm is dan in een gebruikstoestand onder de vork te zwenken, en buiten gebruik te stellen door deze weg te draaien van een positie onder de vork, zodat deze vork, bijvoorbeeld voor het oppakken van voorwerpen, zoals plantenpotten, tot op de ondergrond voor de voorwerpen kan 25 zakken of worden neergelaten.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat de afstandhouder aan ten minste één van het gestel, de geleider en de vork is 30 aangebracht. De afstandhouder heeft dan vanaf de aan het gestel of de geleider of vork aangebrachte positie de invloed om de valhoogte mede te kunnen bepalen. In een aan de geleider of het gestel aangebrachte uitvoeringsvorm is te 6 vergemakkelijken, dat de afstandhouder buiten gebruik kan worden gesteld en de vork dan tot op de ondergrond kan worden neergelaten.
In een geprefereerde maar niet limiterende 5 uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat het gestel en/of de geleider een neigmechanisme omvat, waarmee een stand van de geleider ten opzichte van verticaal is in te stellen. Aldus kan de vork met het van het gestel en de geleider af 10 gekeerde einde neerwaarts worden georiënteerd om de voorwerpen weg te zetten of gewoonweg te plaatsen op de ondergrond. In het bijzonder in een uitvoeringsvorm met dragers of transporteurs op of langs de tanden van de vork (maar ook in een uitvoeringsvorm met een vork zonder enige 15 drager of transporteur) kan een dusdanige neiging worden benut om de voorwerpen beheerd weg of neer te zetten.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens de uitvinding de eigenschap, dat de afstandhouder in gebruik 20 zo ver mogelijk in de richting van de naar het gestel georiënteerde zijde onder de vork is aangebracht. Aldus zal de afstandhouder ook geen belemmering vormen bij het naar een hoek kantelen van de geleider en/of de vork, maar bovendien - en zelfs in een uitvoeringsvorm zonder een 25 dergelijke mogelijkheid om de geleider en/of de vork te laten neigen - zal met een dusdanige positionering de afstandhouder geen voorwerpen onbedoeld om kunnen stoten.
In een geprefereerde maar niet limiterende uitvoeringsvorm vertoont een inrichting / samenstel volgens 30 de uitvinding de eigenschap, dat ten minste twee afstandhouders zijn aangebracht aan weerszijden in de breedterichting van de vork, dwars op de bewegingsrichting 7 van het gestel. Aldus kan een zo stabiel mogelijke afsteuning van de vork worden verschaft.
Na de voorgaande uiteenzetting van de uitvinding in algemene termen, volgt hieronder een beschrijving van enkele 5 specifieke uitvoeringsvormen van de uitvinding , welke geenszins dienen te worden geïnterpreteerd als beperkend, voor zover dat niet ook blijkt uit de onafhankelijke van de bijgevoegde set conclusies, en waarbij in de diverse aanzichten en verschillende uitvoeringsvormen dezelfde en/of 10 soortgelijke onderdelen, aspecten en componenten kunnen zijn aangeduid met dezelfde referentienummers, en waarin: FIGUUR 1 een perspectivisch aanzicht toont van een inrichting en samenstel, beide volgens de onderhavige uitvinding; 15 FIGUREN 2-8 diverse bedrijfstoestanden tonen van de inrichting en het samenstel uit figuur 1; en FIGUREN 9 en 10 elk een detail in zij-aanzicht tonen van een alternatieve uitvoeringsvorm ten opzichte van figuren 1-8.
20 In fig. 1 is een heftruck 1 getoond. De heftruck 1 omvat een gestel 8 en een als mast 10 vormgegeven geleider. Op het gestel 8, dat beweegbaar is op autonome wijze, kan een chauffeur 9 plaatsnemen voor bediening van de inrichting in de vorm van de heftruck 1. Aan de mast 10 is een vork 2 25 op en neer beweegbaar. De vork 2 omvat een reeks tanden 3, en elke tand is uitgerust met een flexibele drager 4. De flexibele dragers 4 zijn gezamenlijk aan te drijven met behulp van een gemeenschappelijke aandrijfas 6, die is verbonden met een (niet getoonde) motor, bijvoorbeeld een 30 hydraulische of een elektrische motor. Elke van de flexibele dragers 4 is door middel van een aandrijfwiel 5 gekoppeld met de aandrijfas 6, zodat omwenteling van de aandrijfas 6 leidt tot gelijktijdige verplaatsing van de flexibele 8 dragers 4 over of langs de tanden 3. De flexibele dragers 4 kunnen ook zijdelings zijn georiënteerd in een andere uitvoeringsvorm, en het is zelfs mogelijk, dat de vork 2 geen flexibele dragers 4 of andere transportmiddelen omvat.
5 Aan de zijkanten van de vork 2, te weten aan weerszijden in de breedte aan de vork 2 ten opzichte van de voortbewegingrichting van het gestel 8 van de heftruck 1 zijn afstandhouders 7 aangebracht. In de hier getoonde uitvoeringsvorm omvat elke van de afstandhouders 7 (waarvan 10 er slechts een zich in het zicht bevindt) een aan de vork 2 aangebrachte balk 11, welke zich vanaf de vork 2 in lengterichting of de voortbewegingrichting achterwaarts uitstrekt ten opzichte van de bewegingsrichting van het gestel 8. Aan het vrije uiteinde van de balk 11 is een 15 zwenkarm 12 aangebracht om een draai-as 15. De zwenkarm 12 is zwenkbaar in de met pijl A aangeduide richting. Aan de tegenover de draai-as 15 gelegen uiteinde 15 van de zwenkarm 12 is een loopwiel 13 aangebracht. Het loopwiel 13 aan de zwenkarm 12 kan rollen over de ondergrond 16, waarover 20 tevens het gestel 8 van de heftruck 1 kan bewegen. Het is mogelijk om plantenpotten 17 op te stellen op deze ondergrond 16. Het is evenzeer mogelijk, dat plantenpotten 17 zijn opgesteld op een andere ondergrond dan die, waarover het gestel 8 van de heftruck 1 kan bewegen.
25 De zwenkarm 12 kan voorwaarts en achterwaarts draaien om de draai-as 15 in de richting van pijl A. in een voorwaarts gedraaide stand van de zwenkarm 12, komt deze aan te liggen tegen een stop-as 14, welke verdere verdraaiing van de zwenkarm 12 verhinderd. Wanneer de zwenkarm 12 30 aanligt tegen de stop-as 14, is het loopwiel 13 gelegen onder de onderzijde van de vork 2 om een afstand of tussenruimte in stand te houden tussen de ondergrond 16 en de vork 2, of althans tussen de ondergrond 16 en de bodem 9 van met de vork 2 opgepakte plantenpotten 17. Het voorgaande en de werking van de in fig. 1 getoonde inrichting en samenstel zullen hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de figuren 2-8.
5 In fig. 2 is een heftruck 1 getoond met aan de zijkant van de vork 2 de afstandhouder 7, die in meer detail is weergegeven in fig. 3, hetgeen ook overeenkomt met hetgeen in fig. 1 is weergegeven. Vanuit de toestand, die in fig. 2 is getoond, wordt de vork 2 omlaag bewogen in de richting 10 van de pijl B als daarbij, zoals in fig. 4 is getoond, het gestel 8 van de heftruck 1 voorwaarts beweegt in de richting van pijl C, zwenkt de zwenkarm 12 van de afstandhouder 7 achterwaarts naar de in fig. 5 getoonde positie. De heftruck 1 kan dan verder voorwaarts bewegen in de richting van pijl 15 C om de tanden 3 van de vork 2 te steken tussen rijen plantenpotten 17. De vork 2 kan slechts een tweetal tanden omvatten, warbij een enkele rij plantenpotten 17, die zich dan uitstrekt in de rijrichting van pijl C, tussen deze twee tanden 3 van de vork 2 worden opgenomen. Nadat de heftruck 1 20 afdoende ver is opgereden in de richting van pijl C met de vork 2 in een op de ondergrond 16 gelegen positie, kan de vork 2 langs de mast 10 omhoog worden verplaatst onder invloed van een (niet getoonde) aandrijving, waarmee aldus de plantenpotten 17 als uitvoeringsvorm van de op te pakken 25 voorwerpen worden opgeheven van de ondergrond 16.
Onder verwijzing naar figuren 6-8 wordt het afzetten of wegzetten of wijder zetten van de plantenpotten 17 beschreven. Fig. 6 toont de uitgangspositie daarvan, waarbij plantenpotten 17 zijn opgenomen tussen de tanden 3 van de 30 vork 2. Daarbij wordt de vork 2 langs de mast 10 omlaag bewogen in de richting van pijl B, en in tegenstelling tot de situatie van fig. 4 rijd daarbij het gestel 8 van de heftruck 1 in achterwaartse richting, welke overeenkomt met 10 die van pijl D, welke tegengesteld is aan pijl C. met het wiel 13 van de afstandhouder 7 in contact met de ondergrond 16 lijkt deze beweging in de richting van pijl D van de heftruck ertoe, dat de zwenkarm 12 weg zwenkt in de richting 5 van pijl E en aan komt te liggen tegen de pen 14. Als alternatief en in enigszins gewijzigde configuratie zou de zwenkarm 12 ook aan kunnen komen te liggen tegen een hiel 18 van de vork 2, welke hiel 18 ook in fig. 3 is aangeduid. In ieder geval wordt met de pen 14 of de hiel 18 10 bewerkstelligd, dat bij het bereiken van een aanliggende stand van de zwenkarm 12 tegen-pen 14 of hiel 18 de zwenkarm niet verder door kan zwenken. Aldus kan een minimale afstand tussen de vork2 en de ondergrond worden gedefinieerd. De lengte van de zwenkarm 12 kan worden gekozen in 15 overeenstemming met de hoogte van de te verwerken plantenpotten 17. Daartoe kan de zwenkarm 12 verwisselbaar zijn aangebracht aan de draai-as 15, of kunnen configuraties voor de zwenkarm 12 worden gekozen. Daarover volgt hieronder nadere informatie.
20 Wanneer de zwenkarm 12 in de richting van pijl E in fig. 7 voorwaarts is gezwenkt en vast is komen te staan onder de vork 2 om een zekere, vooraf bepaalde hoogte van de vork 2 ten opzichte van de ondergrond 16 te verzekeren, kan de heftruck 1 en meer in het bijzonder het gestel 8 daarvan 25 verder rijden in de richting van pijl D met als doel het wegzetten of afzetten of wijder zetten van de plantenpotten 17. Daartoe kan de mast 10 voorover worden gekanteld of geneigd met een neigmechanisme, dat op zich conventioneel is en waarvan hier geen verdere details zullen worden gegeven. 30 Een neiging van de mast 10 heeft als direct gevolg, dat ook de tanden en de vork 2 onder een hoek komen te staan ten opzichte van de met ondergrond 16 overeenkomende horizontaal, welke hoek is aangeduid met hoek a in fig. 8.
11
Wanneer de heftruck 1 verder rijdt in de richting van pijl D met de mast 10 voorover gekanteld in de richting van pijl F, kunnen de dragers 4 of andere transporteurs in werking worden gesteld om de plantenpotten 17 aan het 5 uiteinde van de tanden van de vork 2 te verplaatsen. Bij het bereik van het uiteinde van de vork 2 komen de plantenpotten 17 vrij voor het wegzetten daarvan op de ondergrond 16 in een tempo, dat direct wordt bepaald door de snelheid van de directe dragers 4. Deze snelheid staat in een zekere 10 verhouding tot de rijsnelheid van het gestel 8 in de richting van pijl D, zodat de afstand tussen neergezette plantenpotten kan worden gevarieerd ten opzichte van de oorspronkelijke tussenafstand, zoals die bijvoorbeeld in figuren 2 en 5 is weergegeven. Aldus kunnen de plantenpotten 15 17 dichter bij elkaar of verder van elkaar af worden geplaatst op de ondergrond 16.
Met de zwenkarm 12 in de voorwaarts gezwenkte stand van bijvoorbeeld fig. 8 kan een continue beperkte druk op de vork 2 worden uitgeoefend/ immers, de zwenkarm 12 voorkomt, 20 dat d e vork 2 kan dalen tot een lager niveau dan een gewenste hoogte. Bij die gewenste hoogte is het mogelijk om de plantenpotten 17 bijvoorbeeld binnen de tolerantie van bijvoorbeeld 1 cm boven de ondergrond 16 af te zetten, zodat een slechts zeer kleine valhoogte voor de plantenpotten 17 25 resteert, wanneer deze vrijkomen van de vork 2.
In fig. 9 is een alternatieve uitvoeringsvorm getoond voor de afstandhouder 7 volgens de figuren 1-8. In fig. 9 is de afstandhouder 7 vervangen door een dubbelwerkende cilinder 19 met een wiel 13 aan het uiteinde van een 30 zuigerstang 20. De dubbelwerkende cilinder 19 is aangesloten op een tweetal hydraulische leidingen 21, 22, respectievelijk voor een op- en neergaande beweging van de zuigerstang 20. Aldus kan de minimale hoogte, tot waar de 12 vork 2 kan afdalen bij neerzetten of wegzetten of wijder zetten van plantenpotten worden bepaald, bijvoorbeeld in overeenstemming met de hoogte van deze plantenpotten 17 (in fig. 9 niet getoond). Dit geeft meer vrijheid dan de 5 configuratie van de figuren 1-8, waar de hoogte in hoofdzaak is bepaald door de lengte van de zwenkarm 12, die moet worden vervangen, als andere afmetingen van plantenpotten 17 gaan worden gebruikt of moeten verwerkt.
In fig. 10 is nog een andere alternatieve 10 uitvoeringsvorm getoond, waar verscheidene ogen 23 aan een stang 24 zijn aangebracht en aldus de effectieve hoogte van de een zwenkarm vormende stang 24 kan worden ingesteld door een gewenst oog 23 te selecteren om aangebracht te worden op de draai-as 15.
15 Zo blijkt, dat er vele verschillende aanvullende en alternatieve uitvoeringsvormen binnen het kader van de onderhavige uitvinding mogelijk zijn, voor zo ver deze niet zijn uitgesloten naar de letter of geest van de bijgevoegde conclusies, en waarbinnen alternatieven en equivalenten 20 zeker zijn inbegrepen. De pen 14 kan worden vervangen door aanligging van een zwenkarm 12, 24 tegen een hiel 18 van de vork 2, en een loopwiel 13 kan worden vervangen door een willekeurige rol of zelfs een neerlaatbaar zwenkwiel aan het uiteinde van een bij voorkeur in lengte instelbaar element 25 of arm, waarbij een dergelijk element of een dergelijke arm bij voorkeur instelbaar in lengte is om rekening te houden met de diverse afmetingen van met de inrichting en het samenstel te verwerken plantenpotten of andere voorwerpen.
30
Claims (14)
1. Inrichting voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen, zoals plantenpotten, van of op een ondergrond 5 voor de voorwerpen, omvattende: - een beweegbaar gestel, zoals een heftruck; - een geleider aan het gestel; en - een vork, welke ten minste in gebruik met de geleider is verbonden voor op- en/of neergaande verplaatsing daarvan en 10 is ingericht voor het dragen van ten minste één van de voorwerpen; en - een aandrijving, welke in bekrachtigde toestand de vork op- en/of neergaand beweegt langs de geleider, en verder met - ten minste één afstandhouder welke in gebruik een minimale 15 ruimte definieert tussen de vork en de ondergrond.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de afstandhouder verplaatsingsmiddelen omvat uit de groep, welke ten minste omvat: ten minste één rol, ten minste één wiel, ten minste één zwenkwiel, ten minste één band, of enig 20 ander verplaatsingsmiddel.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de afstandhouder een zich in hoofdzaak neerwaarts uitstrekkende arm omvat.
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de arm in 25 lengte instelbaar is in overeenstemming met van een gebruikstoestand afhankelijke gewenste ruimte tussen de vork en de ondergrond.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de arm een cilinder omvat.
6. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies 3-5, waarbij de arm een zwenkarm omvat.
7. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, waarbij de afstandhouder aan ten minste één van het gestel en de vork is aangebracht.
8. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande 5 conclusies, waarbij het gestel en/of de geleider een neigmechanisme omvat, waarmee een stand van de geleider ten opzichte van verticaal is in te stellen.
9. Inrichting volgens ten minste één van de voorgaande conclusies, waarbij de afstandhouder in gebruik zo ver 10 mogelijk in de richting van de naar het gestel georiënteerde zijde onder de vork is aangebracht.
10. Inrichting ten minste één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste twee afstandhouders zijn aangebracht aan weerszijden in de breedterichting van de 15 vork, dwars op de bewegingsrichting van het gestel.
11. Samenstel, omvattende: - een ten minste met een geleider aan een beweegbaar gestel verbindbare vork, welke is ingericht voor het dragen van ten minste één van de voorwerpen; en 20. ten minste één afstandhouder welke in gebruik een ruimte definieert tussen de vork en de ondergrond.
12. Werkwijze voor het met een vork aan een beweegbaar gestel oppakken van voorwerpen van een ondergrond, omvattende: 25. het uitlijnen van de vork op ten minste één voorwerp; - het buiten gebruik stellen van een afstandhouder, welke in gebruik een minimale ruimte definieert tussen de vork en de ondergrond; en - het onder of om het voorwerp steken van de vork.
13. Werkwijze voor het met een vork aan een beweegbaar gestel wegzetten van voorwerpen op een ondergrond, omvattende: - het dragen met de vork van ten minste één voorwerp, met de vork daaronder of daarom gestoken; - het in gebruik stellen van een afstandhouder, welke in gebruik een minimale ruimte definieert tussen de vork en de 5 ondergrond; en - het op de ondergrond wegzetten van het voorwerp vanaf de vork.
14. Werkwijze volgens conclusie 13, verder omvattende neigen van de vork ten opzichte van de ondergrond, en het 10 tijdens beweging van het gestel in een met een hogere zijde van de vork in geneigde stand overeenkomende richting wegzetten van de voorwerpen.
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003378A NL2003378C2 (nl) | 2009-08-21 | 2009-08-21 | Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. |
| US12/860,526 US20110091305A1 (en) | 2009-08-21 | 2010-08-20 | Device, assembly and methods for picking up and putting down objects capable of being picked up |
| EP10173553A EP2286660A1 (en) | 2009-08-21 | 2010-08-20 | Device, assembly and methods for picking up and putting down objects capable of being picked up |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2003378A NL2003378C2 (nl) | 2009-08-21 | 2009-08-21 | Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. |
| NL2003378 | 2009-08-21 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2003378C2 true NL2003378C2 (nl) | 2011-02-22 |
Family
ID=42041551
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2003378A NL2003378C2 (nl) | 2009-08-21 | 2009-08-21 | Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20110091305A1 (nl) |
| EP (1) | EP2286660A1 (nl) |
| NL (1) | NL2003378C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108715423A (zh) * | 2018-08-16 | 2018-10-30 | 安徽工程大学 | 一种全自动搬运小车及其使用方法 |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US20130202400A1 (en) | 2012-02-03 | 2013-08-08 | Magline, Inc. | Pallet truck adapter |
| WO2016073427A1 (en) | 2014-11-05 | 2016-05-12 | Crown Equipment Corporation | Pallet truck with integrated half-size pallet support |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0395166A1 (en) * | 1989-04-24 | 1990-10-31 | Robertus Marinus Cornelis Olsthoorn | Transporter for potted plants |
| WO2003049534A1 (en) * | 2001-12-11 | 2003-06-19 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus and method for moving or positioning wider or narrower of objects |
| WO2004077932A1 (en) * | 2003-03-05 | 2004-09-16 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus for supporting a grip and set down apparatus for pot plants |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2494505A (en) * | 1948-06-30 | 1950-01-10 | Shepard Co Lewis | Stabilized load-lifting power-actuated truck |
| US2754020A (en) * | 1954-05-18 | 1956-07-10 | Thomas J Dunn | Fork lift attachment for a work vehicle |
| US2943755A (en) * | 1958-09-16 | 1960-07-05 | Bygg Och Transportekonomie Ab | Lifting fork vehicles |
| US3542227A (en) * | 1968-06-12 | 1970-11-24 | Cascade Corp | Lift truck with ground-engaging means for supporting base of mast |
| US3472408A (en) * | 1968-08-12 | 1969-10-14 | Space Control Corp | Mechanism for moving a load supporting member on a fork lift truck |
| DE2051585A1 (de) * | 1970-10-21 | 1972-05-04 | Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart | Seitenhublader |
| US4177001A (en) * | 1977-08-05 | 1979-12-04 | Blackwood William A | Forklift attachment for highway vehicles |
| US4289442A (en) * | 1979-10-26 | 1981-09-15 | Stevens James L | Boom lift load relief |
| US4424872A (en) * | 1980-10-23 | 1984-01-10 | Ingmar Granlind | Truck |
| US5641261A (en) * | 1993-10-18 | 1997-06-24 | Taylor Iron-Machine Works, Inc. | Fork lift truck |
| GB2439333A (en) * | 2006-06-20 | 2007-12-27 | Bamford Excavators Ltd | Loading machine with ABS |
-
2009
- 2009-08-21 NL NL2003378A patent/NL2003378C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2010
- 2010-08-20 US US12/860,526 patent/US20110091305A1/en not_active Abandoned
- 2010-08-20 EP EP10173553A patent/EP2286660A1/en not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0395166A1 (en) * | 1989-04-24 | 1990-10-31 | Robertus Marinus Cornelis Olsthoorn | Transporter for potted plants |
| WO2003049534A1 (en) * | 2001-12-11 | 2003-06-19 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus and method for moving or positioning wider or narrower of objects |
| WO2004077932A1 (en) * | 2003-03-05 | 2004-09-16 | Visser's-Gravendeel Holding B.V. | Apparatus for supporting a grip and set down apparatus for pot plants |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN108715423A (zh) * | 2018-08-16 | 2018-10-30 | 安徽工程大学 | 一种全自动搬运小车及其使用方法 |
| CN108715423B (zh) * | 2018-08-16 | 2023-06-02 | 安徽工程大学 | 一种全自动搬运小车及其使用方法 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US20110091305A1 (en) | 2011-04-21 |
| EP2286660A1 (en) | 2011-02-23 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP3638607B1 (fr) | Systeme de stockage et de transport d'objets entreposes dans des rayonnages d'un entrepot | |
| EP2788272B1 (en) | Stacker and method for displacing goods | |
| NL1028344C2 (nl) | Depalletiseerinrichting. | |
| US5542803A (en) | Bale picker and stacker | |
| US9301508B2 (en) | Poultry loading assembly | |
| NL2003378C2 (nl) | Inrichting, samenstel en werkwijzen voor opname en wegzetten van oppakbare voorwerpen. | |
| CN113474233A (zh) | 可调间距叉齿托盘搬运车 | |
| FR2508885A1 (fr) | Procede permettant de retourner une unite de chargement autour d'un axe sensiblement vertical et appareil pour sa mise en oeuvre | |
| EP1599399B1 (en) | Article carrier for a grading apparatus | |
| FR3049559A1 (fr) | Chariot de manutention de charge, notamment pour la preparation de commande | |
| NL2009177C2 (nl) | Oogsttransportwagen. | |
| NL1028078C2 (nl) | Transportinrichting zoals een vorkheftruck, met een van een transporteur voorzien hefplatform. | |
| WO2002004769A1 (fr) | Machine de plantation de pieux, piquets ou autres | |
| CA2088691A1 (fr) | Dispositif de positionnement a l'arret pour chariot de manutention | |
| EP1870354A1 (fr) | Ensemble de manutention d'un produit, notamment dans le domaine de l'agroalimentaire | |
| NL2008876C2 (nl) | Landbouwwerktuig. | |
| DE3247960A1 (de) | Foerderfahrzeug | |
| US1943742A (en) | Article handling device | |
| NL1022847C2 (nl) | Steuninrichting voor het ondersteunen van een oppak- en neerzetinrichting voor potplanten. | |
| NL1005626C2 (nl) | Transportsysteem | |
| EP0298834A1 (fr) | Dispositif d'avance pas-à-pas, notamment pour déplacer une succession d'objets suivant une direction d'avancement sur un chemin de transport | |
| JP3594327B2 (ja) | 結球野菜収穫機 | |
| JP3314365B2 (ja) | 根菜類積載装置とこれを搭載した自走収穫機 | |
| EP3359472A1 (fr) | Dispositif et procédé de préparation de réceptacle de charge et ensemble comprenant ledit réceptacle et un tel dispositif | |
| JP4413149B2 (ja) | 育苗箱分離装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20140301 |