NL2004012C2 - Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan. - Google Patents

Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan. Download PDF

Info

Publication number
NL2004012C2
NL2004012C2 NL2004012A NL2004012A NL2004012C2 NL 2004012 C2 NL2004012 C2 NL 2004012C2 NL 2004012 A NL2004012 A NL 2004012A NL 2004012 A NL2004012 A NL 2004012A NL 2004012 C2 NL2004012 C2 NL 2004012C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
wall
medium
housing
flow channel
recess
Prior art date
Application number
NL2004012A
Other languages
English (en)
Inventor
Wilhelmus Johannes Joseph Maas
Petrus Lambertus Wilhelmus Hurkmans
Original Assignee
Dispensing Technologies Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Dispensing Technologies Bv filed Critical Dispensing Technologies Bv
Priority to NL2004012A priority Critical patent/NL2004012C2/nl
Priority to PCT/US2010/003243 priority patent/WO2011087493A1/en
Priority to US12/928,958 priority patent/US20110210184A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2004012C2 publication Critical patent/NL2004012C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05BSPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
    • B05B7/00Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas
    • B05B7/02Spray pistols; Apparatus for discharge
    • B05B7/04Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge
    • B05B7/0416Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid
    • B05B7/0433Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid with one inner conduit of gas surrounded by an external conduit of liquid upstream the mixing chamber
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05BSPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
    • B05B7/00Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas
    • B05B7/02Spray pistols; Apparatus for discharge
    • B05B7/04Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge
    • B05B7/0416Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid
    • B05B7/0483Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid with gas and liquid jets intersecting in the mixing chamber
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D83/00Containers or packages with special means for dispensing contents
    • B65D83/14Containers for dispensing liquid or semi-liquid contents by internal gaseous pressure, i.e. aerosol containers comprising propellant
    • B65D83/58Containers for dispensing liquid or semi-liquid contents by internal gaseous pressure, i.e. aerosol containers comprising propellant with separate inlets for contents and propellant feeding into a duct upstream of the dispensing valve
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05BSPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
    • B05B11/00Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
    • B05B11/01Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
    • B05B11/06Gas or vapour producing the flow, e.g. from a compressible bulb or air pump
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05BSPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
    • B05B7/00Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas
    • B05B7/02Spray pistols; Apparatus for discharge
    • B05B7/04Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge
    • B05B7/0416Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid
    • B05B7/0491Spray pistols; Apparatus for discharge with arrangements for mixing liquids or other fluent materials before discharge with arrangements for mixing one gas and one liquid the liquid and the gas being mixed at least twice along the flow path of the liquid
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B05SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
    • B05BSPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
    • B05B7/00Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas
    • B05B7/02Spray pistols; Apparatus for discharge
    • B05B7/10Spray pistols; Apparatus for discharge producing a swirling discharge
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D83/00Containers or packages with special means for dispensing contents
    • B65D83/14Containers for dispensing liquid or semi-liquid contents by internal gaseous pressure, i.e. aerosol containers comprising propellant
    • B65D83/60Containers for dispensing liquid or semi-liquid contents by internal gaseous pressure, i.e. aerosol containers comprising propellant with contents and propellant separated

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Dispersion Chemistry (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Nozzles (AREA)

Description

INRICHTING VOOR HET VERMENGEN VAN MEDIA, ALSMEDE WERKWIJZE VOOR DE VERVAARDIGING DAARVAN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een 5 inrichting voor het vermengen van media, alsmede op een werkwijze voor de vervaardiging van een stroomkanaal voor een dergelijke inrichting.
Er zijn commercieel verkrijgbare spuitflessen voor reinigingsproducten, lichaamsverzorging, insecticiden en 10 luchtverfrissers beschikbaar in varianten waarbij lucht en vloeistof worden gemengd teneinde een nevelvormig mengsel te verkrijgen dat vervolgens via de spuitmond van de spuitfles naar de omgeving wordt verspreid. Er is een voortdurende behoefte om de vermenging van diverse media te verbeteren, 15 teneinde een nevelvormig sproeibeeld te verkrijgen dat uit zo klein mogelijke druppels bestaat.
Een doel van de onderhavige uitvinding is om een inrichting te verschaffen welke problemen uit de stand der techniek ten minste deels voorkomt en in het bijzonder een 20 verbeterde vermenging van media en/of een nevelvormig sproeibeeld verschaft met een druppelgrootte die kleiner is dan thans met spuitsystemen volgens de stand der techniek realiseerbaar is.
Het genoemde doel is bereikt met de inrichting 25 volgens de uitvinding, omvattende een huis, een in het huis aangebrachte eerste aanvoerleiding voor het aanvoeren van een eerste medium, een stroomkanaal voor het van de eerste aanvoerleiding naar een spuitmond van het huis geleiden van het eerste medium, een in het huis aangebrachte tweede 30 aanvoerleiding voor het aanvoeren van een tweede medium, waarbij ten minste één van de media in hoofdzaak vloeibaar is, verdeelmiddelen voor het aan het door het stroomkanaal stromende eerste medium toevoeren van het tweede medium, waarbij het eerste medium zodanig langs en/of tegen het 2 aangevoerde vloeibare medium stroombaar is dat een vermenging van het eerste medium en het tweede medium optreedt, en waarbij de spuitmond is ingericht om daardoorheen het gevormde mengsel van het eerste en tweede 5 medium uit het huis naar de omgeving daarvan te verspreiden.
Doordat het eerste medium door het stroomkanaal in de richting van de spuitmond van de inrichting wordt verplaatst, en tijdens deze verplaatsing in contact komt met een eveneens aangevoerd tweede medium, ontstaat een 10 vermenging van het eerste medium en het tweede medium en verlaat het aldus gevormde mengsel uiteindelijk via de spuitmond de inrichting, vanwaar het naar de omgeving wordt verspreid.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm voeren de 15 verdeelmiddelen het vloeibare medium aan het stroomkanaal toe, opdat daarin een vermenging van het eerste medium en het tweede medium optreedt.
Doordat het vloeibare medium aan het stroomkanaal wordt toegevoerd, ontstaat in het stroomkanaal een 20 vermenging van het eerste en het tweede medium. Door de geringe afmetingen van het stroomkanaal worden het eerste en tweede medium tezamen door het stroomkanaal met beperkte dwarsdoorsnede verplaatst, waardoor een goede vermenging optreedt.
25 Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft het stroomkanaal een dwarsdoorsnede oppervlak in het bereik van 0.03 - 0.3 mm2. Door de toepassing van een stroomkanaal met een dergelijk gering dwarsdoorsnede-oppervlak, welke met spuitgiettechnieken niet rechtstreeks realiseerbaar is, en 30 waarvoor in de onderhavige uitvinding een op spuitgieten gebaseerde vervaardigingswerkwijze wordt gepresenteerd, ontstaat een verbeterde vermenging van het eerste en tweede medium.
3
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is één van de media in hoofdzaak gasvormig, waardoor bij vermenging van het gasvormige medium en het in hoofdzaak vloeibare medium, de vloeistofdruppels uiteenvallen tot 5 kleinere druppelgroottes en uiteindelijk als een fijne nevel worden verspreid.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvatten de verdeelmiddelen één of meer kanalen. De verdeelmiddelen voeren het vloeibare medium toe aan het door 10 het stroomkanaal stromende gasvormige medium. Door meerdere kanalen hiervoor toe te passen, is het mogelijk om de volumestroom toegevoerd vloeibaar medium aan het stroomkanaal evenredig met het aantal kanalen te laten toenemen, totdat een gewenste volumestroom wordt bereikt die 15 tot een gewenste vermenging leidt.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvatten de verdeelmiddelen een uit een in hoofdzaak poreus materiaal gevormd deel. Door de verdeelmiddelen uit een in hoofdzaak poreus materiaal te vormen, ontstaat in wezen een 20 ontelbaar groot aantal kanalen, welke tezamen enerzijds de druppelgrootte van het vloeibare medium reduceert wanneer dit zich door het poreuze materiaal verplaatst en anderzijds deze verkleinde druppels van het tweede medium over een groter oppervlak toevoert aan het door het stroomkanaal 25 stromende eerste medium. Deze kleine druppelgrootte, gecombineerd met het toegenomen contactoppervlak ten gevolge van het grote aantal kanalen dat gevormd wordt door de poriën van het poreuze materiaal, bewerkstelligt een verbeterde vermenging van het eerste en tweede medium.
30 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is het poreus materiaal sponsachtig. Dit sponsachtig materiaal neemt het vloeibare medium op en 'zweet' dit in kleine druppelvorm uit in het stroomkanaal, waar het in contact komt met het eerste medium en hiermee zal vermengen.
4
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat het poreus materiaal gesinterde kunststof die poriën met een diameter in het bereik 10 - 300 ym omvat. Deze gesinterde kunststof is bijvoorbeeld gesinterd polyethyleen.
5 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm wordt het stroomkanaal en/of de spuitmond gevormd door een uitsparing tussen de buitenwand van een spuitmond-inzetstuk en de binnenwand van een binnenruimte in het huis. Hoewel het denkbaar is dat de spuitmond - bijvoorbeeld door middel 10 van een boorgat - is voorgevormd in het huis, wordt volgens een bijzonder voordelig aspect van de uitvinding de spuitmond gevormd door een uitsparing tussen de buitenwand van een spuitmond-inzetstuk en de binnenwand van een ruimte in het huis.
15 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is de uitsparing tussen de buitenwand van het spuitmond-inzetstuk en de binnenwand van de binnenruimte in het huis in de buitenwand van het spuitmond-inzetstuk aangebracht.
Het aanbrengen van de uitsparing in de buitenwand van het 20 spuitmond-inzetstuk heeft het voordeel dat deze buitenwand goed bereikbaar is om hierop een verspanende bewerking toe te passen. Het is echter tevens denkbaar dat het spuitmond-inzetstuk in één keer met voorgevormde uitsparingen wordt gespuitgiet.
25 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is de uitsparing tussen de buitenwand van het spuitmond-inzetstuk en de binnenwand van de binnenruimte in het huis in de binnenwand van de binnenruimte van het huis is aangebracht. Bij voorkeur wordt een in de binnenwand van de 30 binnenruimte van het huis aangebrachte uitsparing meteen voorgevormd wanneer het huis wordt gespuitgiet.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is méér dan één spuitmond voorzien. Bij toepassing van stroomkanalen met een dergelijk geringe dwarsdoorsnede als 5 in de onderhavige uitvinding gepresenteerd, is het denkbaar dat - ter verkrijging van een voldoende grote volumestroom (debiet) - meerdere stroomkanalen zijn voorzien in de verdeelmiddelen. Door 2, 3, 4, .... 5 of meer spuitmonden aan 5 te brengen wordt een voldoende groot debiet gecombineerd met een nevelvormige spray met zeer geringe druppelgrootte.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm omvat de inrichting een aanvoerleiding-inzetstuk dat één of meer verbindingsleidingen tussen tweede aanvoerleiding en 10 het stroomkanaal vormt.
Verder heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een stroomkanaal, omvattende de stappen van het in een huis aanbrengen van een eerste in hoofdzaak langwerpige uitsparing met een 15 binnenwand, het in de uitsparing aanbrengen van een inzetstuk met een buitenwand die gua vorm in hoofdzaak nauw aansluitend is op ten minste een deel van de lengterichting van de binnenwand van de uitsparing, waarbij in de binnenwand van de uitsparing en/of de buitenwand van het 20 inzetstuk ten minste één in hoofdzaak langwerpige groef is aangebracht. Door toepassing van deze werkwijze is het mogelijk om een stroomkanaal te verschaffen dat een klein dwarsdoorsnede-oppervlak heeft dan mogelijk is met conventionele technieken zoals het boren van een dergelijk 25 stroomkanaal. Terwijl met de huidige rechtstreekse spuitgiettechnieken een stroomkanaal met een minimale dwarsdoorsnede van 0.125 mm2 haalbaar is, zijn met de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding door middel van een indirect spuitgietproces stroomkanalen met een veel 30 geringer dwarsdoorsnede-oppervlak realiseerbaar.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze wordt het inzetstuk zodanig geplaatst dat het met zijn buitenwand ten minste over een deel van de lengterichting van de binnenwand van de uitsparing tevens in 6 omtreksrichting in hoofdzaak nauw aansluitend is op de binnenwand van de uitsparing, waarbij de groef een stroomkanaal tussen binnenwand en buitenwand vormt.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van 5 de werkwijze vormt het stroomkanaal aan een buitenwand van het huis een spuitmond.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze omvat deze verder de stap van het in de uitsparing plaatsen van verdeelmiddelen, die het vloeibare 10 medium toevoeren aan het door het stroomkanaal stromende eerste medium, waar vervolgens de gewenste vermenging tussen het eerste en tweede medium plaatsvindt.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze omvat deze verder de stap van het uit een 15 eerste deel en tweede deel samenstellen van het huis, waarbij zich een binnenruimte tussen eerste en tweede deel vormt, voorafgegaan door het in deze binnenruimte aanbrengen van de verdeelmiddelen. Doordat de verdeelmiddelen in de binnenruimte worden aangebracht, zijn ze opgesloten binnen 20 de behuizing en wordt bewerkstelligd dat het in de verdeelmiddelen opgenomen vloeibare tweede medium enkel ter plaatse van een stroomkanaal de verdeelmiddelen kan verlaten.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm 25 van de werkwijze is de groef in hoofdzaak recht.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze is de groef in hoofdzaak helixvormig. Een helixvormige groef heeft het voordeel dat een relatief lang stroomkanaal compact kan worden ingebouwd.
30 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze heeft de groef een variërende diepte. Door deze variërende diepte zal eveneens het doorstroomoppervlak variëren, hetgeen bij een constante toevoerdruk leidt tot een variërende stroomsnelheid van het medium in het 7 stroomkanaal. Hierdoor is het mogelijk om de doorstroomsnelheid van het medium te variëren, teneinde zo een optimale vermenging tussen het eerste en het tweede medium te bewerkstelligen.
5 Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm is de groef taps toelopend in de richting van de spuitmond, waardoor de stroomsnelheid van het medium toeneemt. Het afnemen van het doorstroomoppervlak heeft een verdringende werking, waardoor de vermenging van het eerste en tweede 10 medium wordt bevorderd.
Volgens een nog verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze wordt het stroomkanaal toegepast in een inrichting zoals in het vorengaande omschreven.
In de navolgende beschrijving worden 15 voorkeursuitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding aan de hand van de tekening verder verklaard, waarin tonen:
Figuur 1: een spuitfles waarin een inrichting volgens de onderhavige uitvinding toepasbaar is;
Figuur 2: een eerste uitvoeringsvorm van de 20 inrichting volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 3: een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 4: een derde uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding; 25 Figuur 5: een vierde uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 6: een vijfde uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 7: een zesde uitvoeringsvorm van de 30 inrichting volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 8: een zevende uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding; en
Figuur 9: een achtste uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding.
8
Figuur 1 toont een spuitfles 1 die is samengesteld uit een kopdeel 4 en een fles 20 waarin zich een te verspreiden medium bevindt. Schematisch aangegeven is een ruimte waar zich de inrichting 10 volgens de onderhavige 5 uitvinding bevindt, en welke aan de buitenzijde daarvan een spuitmond 6 van de spuitfles 1 vormt. De inrichting 10 is via (niet getoonde) middelen bedienbaar via de drukknop 8 die zich aan de bovenzijde van het kopdeel 4 van de spuitfles 1 bevindt.
10 In de eerste uitvoeringsvorm, welke getoond wordt in Figuur 2, omvat de inrichting 10 een huis 12 dat is opgebouwd uit een eerste deel 14 en een tweede deel 20. In het eerste deel 14 bevindt zich een eerste aanvoerleiding 28 waardoorheen een eerste medium A wordt aangevoerd. Deze 15 eerste aanvoerleiding 28 is samengesteld uit een eerste deel 30 en een tweede deel 32, waardoorheen het eerste medium A stroombaar is. Verder heeft het eerste deel 14 van het huis 12 een eerste uitstekend deel 16 dat op passende wijze opneembaar is in een uitsparing van het tweede deel 20 van 20 het huis 12.
Het tweede deel 20 van het huis 12 is voorzien van een tweede aanvoerleiding 34 die via een enigszins vernauwd uiteinde 36 is verbonden met een aanvoerleiding 52.
In het tweede deel 24 van het huis 12 is een 25 uitsparing aangebracht die een binnenruimte 38 vormt. Deze binnenruimte 38 heeft een binnenwand 40 waarop het uitstekend deel 16 van het eerste deel 14 van het huis 12 op passende wijze aansluitbaar is.
Zoals getoond in Figuur 2 is er in de binnenruimte 30 38 van het huis 12 een tweetal inzetstukken plaatsbaar. In de in Figuur 2 getoonde voorkeursuitvoeringsvorm zijn dat het spuitmond-inzetstuk 42 en het aanvoerleiding-inzetstuk 46, doch in de andere uitvoeringsvormen kan het aanvoerleiding-inzetstuk 46 zijn vervangen voor alternatieve 9 inzetstukken, zoals de verdeelmiddelen uit poreus materiaal 54 .
In de in Figuur 2 getoonde uitvoeringsvorm is een spuitmond-inzetstuk 42 met een in de lengterichting daarvan 5 aangebrachte groef aangebracht in de binnenruimte 38, alwaar het op nauw passende wijze is opgenomen en contact maakt met ten minste een deel van de binnenwand 40 van de binnenruimte 38. Daar waar de buitenwand 44 van het spuitmond-inzetstuk 42 niet in aanraking is met de binnenwand 40 van de 10 binnenruimte 38, is deze in aansluitend contact met de binnenwand 48 van een inzetstuk, in Figuur 2 het aanvoerleiding-inzetstuk 46.
De in de buitenwand 44 van het spuitmond-inzetstuk 42 aangebrachte groef vormt daarbij een stroomkanaal 33 dat 15 een zeer gering dwarsdoorsnede-oppervlak kan hebben. Daarnaast is het zelfs mogelijk om een variërend doorstroomoppervlak te verschaffen. Wanneer het spuitmond-inzetstuk 42 bijvoorbeeld vooraf als één geheel inclusief uitsparing wordt gespuitgiet, zijn de vormelijke 20 mogelijkheden van een dergelijke uitsparing vrijwel onbegrensd
Het stroomkanaal 33 wordt aldus gevormd door de in de buitenwand 44 van het spuitmond-inzetstuk 42 aangebrachte groef, die een ruimte tussen het spuitmond-inzetstuk 42 en 25 de binnenwand 40 van de binnenruimte 38 en de binnenwand 48 van het aanvoerleiding-inzetstuk 46 vormt.
Daarnaast is het aanvoerleiding-inzetstuk 46, dat rondom spuitmond-inzetstuk 42 in de binnenruimte 38 is aangebracht, voorzien van een getrapt deel dat - na 30 plaatsing - een verlengde tweede aanvoerleiding 52 en een kanaal 56 vormt.
Wanneer een vloeistof B wordt aangevoerd door de tweede aanvoerleiding 34 en via het vernauwd uiteinde 36, de verlengde tweede aanvoerleiding 52, en het kanaal 56 10 stroomt, komt het in contact met het gasvormige medium A dat via de eerste aanvoerleiding 30 onder druk wordt aangevoerd. Volgens de onderhavige uitvinding zijn een stroomkanaal 33 en een kanaal 56 met een zeer gering doorstroomoppervlak 5 realiseerbaar, waardoor bij het samenkomen van deze twee stromende media A,B een fijne vermenging optreedt, en uiteindelijk via de spuitmond 6 een fijn verdeelde nevel naar de omgeving kan worden gespoten.
Opgemerkt wordt dat de opbouw van het huis 12 voor 10 een aantal van de andere, nog nader te beschrijven uitvoeringsvormen, meer specifiek de in Figuur 3, 5, 7 getoonde uitvoeringsvormen, identiek is aan die van Figuur 2 waardoor deze opbouw niet wordt herhaald. Met betrekking tot deze uitvoeringsvorm wordt enkel op de verschillen ten 15 opzichte van de in Figuur 2 getoonde uitvoeringsvorm ingegaan.
In de in Figuur 3 getoonde tweede voorkeursuitvoeringsvorm van de inrichting 10 volgens de onderhavige uitvinding is het aanvoerleiding-inzetstuk 46 20 voorzien van meerdere kanalen 56, waardoor op meerdere plaatsen in het stroomkanaal 33 een samenkomst van het gasvormige medium A en het vloeibare medium B zal plaatsvinden. In de Figuur 3 getoonde uitvoeringsvorm zijn een zevental locaties waar het eerste medium A en het tweede 25 medium B samenkomen, hetgeen tot een verbeterde vermenging tussen het eerste en tweede medium A, B leidt. Voor het overige is de in Figuur 3 getoonde tweede voorkeursuitvoeringsvorm gelijk aan de in Figuur 2 getoonde eerste voorkeursuitvoeringsvorm.
30 In de in Figuur 4 getoonde derde voorkeursuitvoeringsvorm is in de binnenruimte 38 een spuitmond-inzetstuk 42 aangebracht dat in zijn buitenwand 44 een groefvormige uitsparing heeft en hierdoor een stroomkanaal 30 vormt tussen de buitenwand 44 en de 11 binnenwand 40 van de binnenruimte 38. In het verlengde van de tweede aanvoerleiding 34 waar doorheen de vloeistof B wordt aangevoerd zijn als inzetstuk verdeelmiddelen 54 in de vorm van een poreus materiaal aangebracht, welke toegevoerde 5 vloeistoffen B door een labyrint van poriën, dat opgevat kan worden als een veelvoud kanalen - verdeelt en aan het stroomkanaal 33 toevoert. De onder druk aangevoerde gasstroom A die zich door het stroomkanaal 33 richting de spuitmond 6 van de inrichting 10 verplaatst komt aldus in 10 contact met zich door de poriën van het poreuze materiaal 54 uittredende vloeistof B, waardoor een vermenging optreedt.
Wanneer een poreus materiaal met een labyrint van poriën (kanalen) met een gering dwarsdoorsnedeoppervlakte toegepast - hetgeen bijvoorbeeld mogelijk is met gesinterd 15 polyethyleen - wordt druppelgrootte van de vloeistof B gereduceerd en als kleine druppels B toegevoerd aan het stroomkanaal 33. Het contact tussen deze verkleinde druppels 33 en de gasstroom A leidt tot een zeer fijne vermenging, welke vervolgens via het stroomkanaal 33 naar de spuitmond 6 20 verder verplaatst en daar naar de omgeving wordt verspreid.
Overigens wordt opgemerkt dat het huis 12 van de in Figuur 4 getoonde voorkeursuitvoeringsvorm wederom uit een eerste deel 14 en een tweede deel 24 is opgebouwd, waarbij in dit geval de poreuze verdeelmiddelen 54 door het 25 tweede deel 24 van het huis 12 en het spuitmond-inzetstuk 42, en het eerste deel van het huis 12 worden opgesloten.
De in Figuur 5 getoonde vierde voorkeursuitvoeringsvorm heeft een huis 12 dat overeenkomstig de in Figuur 2 getoonde uitvoeringsvorm is 30 opgebouwd. Een onderscheid met de in Figuren 2 en 3 getoonde uitvoeringsvormen is dat er rondom het spuitmond-inzetstuk 42 verdeelmiddelen in de vorm van een poreus materiaal 54 zijn aangebracht. De in de buitenwand 44 van het spuitmond-inzetstuk 42 aangebrachte uitsparing is helixvormig, 12 waardoor bij een compacte lengtemaat van het poreuze materiaal 54 toch een relatief lange contactweg tussen de door het stroomkanaal 33 stromende gasvormige medium A en het via het poreuze materiaal 54 verspreide vloeistof B kan 5 plaatsvinden. De toegenomen contactweg leidt tot een verbeterde vermenging van het gasvormige medium A met het vloeibare medium B, terwijl de compacte afmetingen van het huis 12 van de inrichting 10 ongewijzigd kunnen blijven. Opgemerkt wordt een dergelijke helixvormige basis van het 10 stroomkanaal 33 met conventionele boortechnieken niet realiseerbaar zou zijn, terwijl de vervaardiging van een groef in een spuitgietproduct wel eenvoudig realiseerbaar is.
In de in Figuur 6 getoonde vijfde 15 voorkeursuitvoeringsvorm wordt een stroomkanaal 33 getoond dat een variërende dwarsdoorsnede-oppervlakte heeft. In tegenstelling tot een geboord gat is het met een spuitgegiet deel mogelijk om een uitsparing met een variabele dwarsdoorsnede-oppervlakte te maken. In de getoonde 20 uitvoeringsvorm is het stroomkanaal 33 naar de spuitmond 6 toe taps toelopend, waardoor een verdringend effect optreedt, hetgeen tot een verbeterde vermenging van een eerste medium A een tweede medium B leidt.
Uiteraard is de variërende dwarsdoorsnede-25 oppervlakte van het stroomkanaal 33, alsmede de vorm daarvan, bij toepassing van spuitgietproductien, zoals bij de huidige uitvinding het geval is, niet beperkt tot een zuiver taps toelopende uitsparing of een helixvormige baan zoals getoond in Figuur 5. Ten overvloede wordt opgemerkt 30 dat een groef met variërende dwarsdoorsnede-oppervlakte ook toepasbaar is in de Figuren 2-5 getoonde voorkeursuitvoeringsvormen.
In de in Figuur 7 getoonde zesde voorkeursuitvoeringsvorm wordt in de binnenruimte 38 die is 13 aangebracht in het tweede deel 20 van het huis verdeelmiddelen in de vorm van een poreus materiaal 54 aangebracht. Zich door het poreuze materiaal 54 heen verplaatsende vloeistof B zal door de poriën van het poreuze 5 materiaal 54 tot kleine druppelgrootte worden verkleind, en vervolgens in contact komen met de door het stroomkanaal 33 stromende gasstroom A, waardoor een vermenging optreedt.
Deze vermenging wordt verder bewerkstelligd door een aan het uiteinde taps toelopende vorm, waardoor een 10 verdringingseffect optreedt. Dit verdringingseffect zorgt enerzijds voor een toename van de stroomsnelheid van het mengsel van gas A en vloeistof B, en tevens voor een verdere verdringing die de vermenging van beide media ten goede komt. Uiteindelijk verlaat het mengsel van media A, B via de 15 spuitmond 6 de inrichting 10.
De in Figuur 8 getoonde zevende voorkeursuitvoeringsvorm is een modificatie van de in Figuur 7 getoonde uitvoeringsvorm, waarbij het eerste deel 14 van het huis 12 een aanvulling op het eerste uitstekend deel 16 20 een tweede uitstekend deel 18 heeft, waar doorheen zich het stroomkanaal 33 uitstrekt. Via de tweede aanvoerleiding 34 aangevoerde vloeibare medium B verspreidt zich door het poreuze materiaal 54 en komt in contact met het eveneens door dit poreuze materiaal 54 stromende gasmedium A, 25 waardoor een vermenging optreedt. Het mengsel A, B gaat vervolgens via een voorgevormd kanaal 7 naar de spuitmond 6, alwaar het als mengsel naar de omgeving wordt verspreid.
Figuur 9 toont een achtste voorkeursuitvoeringsvorm, waarbij in het huis 12 een eerste 30 aanvoerleiding 28 voor het daardoorheen aanvoerven van een eerste medium A, alsmede een tweede aanvoerleiding 34 voor het daardoorheen aanvoeren van een tweede medium B, zijn aangebracht. De media A, B komen in het stroomkanaal 33 tezamen, alvorens ze door in de binnenruimte 38 aangebrachte 14 verdeelmiddelen 54 worden 'geperst'. Doordat de media A, B door de kanalen van de verdeelmiddelen 54 worden geperst, wordt de druppelgrootte van het vloeibare medium verkleind, en ontstaat een fijn verdeeld mengsel. Het gevormde mengsel 5 wordt vervolgens via een in het huis 12 aangebracht voorgevormd kanaal 7 geleid naar de spuitmond 6, waarvandaan het als een fijnnevelig mengsel naar de omgeving wordt verspreid.
In gebruik wordt bij voorkeur eerst een stroming 10 van het gasvormig medium A op gang gebracht, welke door de verdeelmiddelen 54 een stromingsweerstand ondervindt. Vervolgens wordt het in hoofdzaak vloeibaar medium B toegevoegd, en worden de media A, B, tezamen door de verdeelmiddelen 54 geperst. Door de microstructuur ontstaat 15 in de verdeelmiddelen 54 een zeer fijn nevelvormig mengsel van de gasvormige A en vloeibare B media. Nadat een gewenste hoeveelheid nevelvormig mengsel via de spuitmond 6 naar de omgeving is verspreid, wordt bij voorkeur eerst de aanvoer van vloeibaar medium B gestaakt, en korte tijd daarna pas de 20 aanvoer van het in hoofdzaak gasvormige medium A. Hierdoor wordt er nog korte tijd gasvormig medium A nageblazen, en worden de kanalen in de verdeelmiddelen 54 schoongeblazen, hetgeen verstopping voorkomt.
Volgens een alternatieve (niet getoonde) 25 uitvoeringsvorm, is het denkbaar dat een vloeistof met vluchtige stoffen daarin door de verdeelmiddelen 54 wordt geperst, waarbij tijdens het door de verdeelmiddelen 54 stromen van dit medium een vermenging van de vloeistof en de daarin aanwezige vluchtige stoffen optreedt, met een fijn 30 nevelig mengsel als gevolg.
De hierboven beschreven uitvoeringsvormen zijn, hoewel ze voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding tonen, enkel bedoeld om de onderhavige uitvinding te illustreren en niet om op enigerlei wijze de omschrijving 15 van de uitvinding te beperken. In het bijzonder wordt opgemerkt dat de vakman technische maatregelen van de verschillende uitvoeringsvormen kan combineren, zoals het toepassen van een stroomkanaal met variërende doorsnede-5 oppervlakte. Hoewel in de getoonde uitvoeringsvormen het eerste medium A gasvormig is, en het tweede medium B in hoofdzaak vloeibaar is, zal de vakman inzien dat dit niet noodzakelijk is, en dat de omgekeerde situatie eveneens werkt. De omvang van de uitvinding wordt dan ook uitsluitend 10 bepaald door de nu volgende conclusies.

Claims (24)

1. Inrichting (10), omvattende: - een huis (12); 5. een in het huis (12) aangebrachte eerste aanvoerleiding (28) voor het aanvoeren van een eerste medium (A) ; - een stroomkanaal (33) voor het van de eerste aanvoerleiding (28) naar een spuitmond (6) van het huis (12) 10 geleiden van het eerste medium (A); - een in het huis (12) aangebrachte tweede aanvoerleiding (34) voor het aanvoeren van een tweede medium (B) ; - waarbij ten minste één van de media (A, B) in 15 hoofdzaak vloeibaar is; - verdeelmiddelen (54, 56) voor het aan het door het stroomkanaal (33) stromende eerste medium (A) toevoeren van het tweede medium (B), waarbij het eerste medium (A) zodanig langs en/of tegen het aangevoerde vloeibare medium 20 (B) stroombaar is dat een vermenging van het eerste medium (A) en het tweede medium (B) optreedt; en - waarbij de spuitmond (6) is ingericht om daardoorheen het gevormde mengsel van het eerste en tweede medium (A, B) uit het huis naar de omgeving daarvan te 25 verspreiden.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de verdeelmiddelen (54, 56) het vloeibare medium (A, B) aan het stroomkanaal (33) toevoeren, opdat daarin een vermenging van 30 het eerste medium (A) en het tweede medium (B) optreedt.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het stroomkanaal (33) een dwarsdoorsnede-oppervlak heeft in het bereik van 0.03 - 0.3 mm2.
4. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij één van de media (A, B) in hoofdzaak gasvormig is.
5. Inrichting volgens één van de voorgaande 5 conclusies, waarbij de verdeelmiddelen (54, 56) één of meer kanalen omvatten.
6. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de verdeelmiddelen (54) een uit een in 10 hoofdzaak poreus materiaal gevormd deel omvatten.
7. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij het poreus materiaal sponsachtig is.
8. Inrichting volgens conclusie 6, waarbij het poreus materiaal gesinterde kunststof is die poriën met een diameter in het bereik 10 - 300 ym omvat.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande 20 conclusies, waarbij het stroomkanaal (33) en/of de spuitmond (6) wordt gevormd door een uitsparing tussen de buitenwand (44) van een spuitmond-inzetstuk (42) en de binnenwand (40) van een binnenruimte (38) in het huis (12).
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de uitsparing tussen de buitenwand (44) van het spuitmond- inzetstuk (42) en de binnenwand (40) van de binnenruimte (38) in het huis (12) in de buitenwand (44) van het spuitmond-inzetstuk (42) is aangebracht. 30
11. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de uitsparing tussen de buitenwand (44) van het spuitmond- inzetstuk (42) en de binnenwand (40) van de binnenruimte (38) in het huis (12) in de binnenwand (40) van de binnenruimte (38) van het huis (12) is aangebracht.
12. Inrichting volgens één van de voorgaande 5 conclusies, waarbij méér dan één spuitmond (6) is voorzien.
13. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, verder omvattende een aanvoerleidinginzetstuk (46) dat één of meer verbindingsleidingen (56) tussen tweede 10 aanvoerleiding (34) en het stroomkanaal (33) vormt.
14. Werkwijze voor het vervaardigen van een stroomkanaal (33), omvattende de stappen van: - het in een huis (12) aanbrengen van een eerste 15 in hoofdzaak langwerpige uitsparing (38) met een binnenwand (40) ; - het in de uitsparing (38) aanbrengen van een inzetstuk (42) met een buitenwand (44) die qua vorm in hoofdzaak nauw aansluitend is op ten minste een deel van de 20 lengterichting van de binnenwand (40) van de uitsparing (38) ; - waarbij in de binnenwand (40) van de uitsparing (38) en/of de buitenwand van het inzetstuk (42) ten minste één in hoofdzaak langwerpige groef is aangebracht. 25
15. Werkwijze volgens conclusie 14, waarbij de groef een dwarsdoorsnede-oppervlak heeft dat kleiner is dan 0.125 mm2.
16. Werkwijze volgens conclusie 14, waarbij het inzetstuk (42) zodanig wordt geplaatst dat het met zijn buitenwand (44) ten minste over een deel van de lengterichting van de binnenwand (40) van de uitsparing (38) tevens in omtreksrichting in hoofdzaak nauw aansluitend is op de binnenwand (40) van de uitsparing (38), waarbij de groef een stroomkanaal (33) tussen binnenwand (40) en buitenwand (44) vormt.
17. Werkwijze volgens conclusie 16, waarbij het stroomkanaal (33) aan een buitenwand van het huis (12) een spuitmond (6) vormt.
18. Werkwijze volgens één van de conclusies 16-17, 10 verder omvattende de stap van het in de uitsparing (38) plaatsen van verdeelmiddelen (54, 56).
19. Werkwijze volgens conclusie 16, verder omvattende de stap van het uit een eerste deel (14) en 15 tweede deel (20, 24) samenstellen van het huis (12), waarbij zich een binnenruimte tussen eerste en tweede deel (20, 24) vormt, voorafgegaan door het in deze binnenruimte (38) aanbrengen van de verdeelmiddelen (54, 56).
20. Werkwijze volgens één van de conclusies 16-19, waarbij de groef in hoofdzaak recht is.
21. Werkwijze volgens één van de conclusies 14-20, waarbij de groef een variërend doorstroomoppervlak heeft. 25
22. Werkwijze volgens één van de conclusies 14-21, waarbij de groef taps toelopend is.
23. Werkwijze volgens één van de conclusies 14-19, 30 waarbij de groef in hoofdzaak helixvormig is.
24. Werkwijze volgens één van de conclusies 14-23, waarbij het stroomkanaal (33) wordt toegepast in een inrichting volgens een van de conclusies 1-13.
NL2004012A 2009-12-23 2009-12-23 Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan. NL2004012C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004012A NL2004012C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan.
PCT/US2010/003243 WO2011087493A1 (en) 2009-12-23 2010-12-23 Device for mixing media and method for producing same ("aeroflair spray nozzle")
US12/928,958 US20110210184A1 (en) 2009-12-23 2010-12-23 Device for mixing media and method for producing same ("aeroflair spray nozzle")

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2004012A NL2004012C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan.
NL2004012 2009-12-23

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2004012C2 true NL2004012C2 (nl) 2011-06-27

Family

ID=42542725

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2004012A NL2004012C2 (nl) 2009-12-23 2009-12-23 Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan.

Country Status (3)

Country Link
US (1) US20110210184A1 (nl)
NL (1) NL2004012C2 (nl)
WO (1) WO2011087493A1 (nl)

Families Citing this family (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7677420B1 (en) 2004-07-02 2010-03-16 Homax Products, Inc. Aerosol spray texture apparatus for a particulate containing material
US7487893B1 (en) 2004-10-08 2009-02-10 Homax Products, Inc. Aerosol systems and methods for dispensing texture material
JP5310917B2 (ja) * 2011-09-30 2013-10-09 ダイキン工業株式会社 空気調和装置の室外機
US9435120B2 (en) 2013-03-13 2016-09-06 Homax Products, Inc. Acoustic ceiling popcorn texture materials, systems, and methods
USD718624S1 (en) 2013-06-14 2014-12-02 Homax Products, Inc. Actuator assembly
CA2859537C (en) 2013-08-19 2019-10-29 Homax Products, Inc. Ceiling texture materials, systems, and methods
USD787326S1 (en) 2014-12-09 2017-05-23 Ppg Architectural Finishes, Inc. Cap with actuator
US9572555B1 (en) * 2015-09-24 2017-02-21 Ethicon, Inc. Spray or drip tips having multiple outlet channels
CN107050717B (zh) * 2017-05-16 2019-08-27 成都科飞自源气动科技有限公司 灭火器干粉智能时域喷射器
KR20240118190A (ko) 2017-11-17 2024-08-02 프리슬랜드캄피나 네덜란드 비.브이. 제품을 분배 및 발포하기 위한 장치 및 방법

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2021698A (en) * 1978-05-05 1979-12-05 Valois Sa Aerosol valve with improved vapor mixing
US5816504A (en) * 1993-09-24 1998-10-06 Ing. Erich Pfeiffer Gmbh Discharge apparatus for flowable media
DE202006013373U1 (de) * 2006-08-31 2006-11-30 Ing Wen Precision Ent. Co., Ltd., Chung-Li Aufbau eines Parfümzerstäubers
EP2058022A1 (en) * 2007-11-08 2009-05-13 Terumo Kabushiki Kaisha Sprayer

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3907207A (en) * 1974-08-07 1975-09-23 Brien John W O Atomizing sprayer device
US3970219A (en) * 1975-03-03 1976-07-20 Spitzer Joseph G Aerosol containers for foaming and delivering aerosols and process
US3937364A (en) * 1975-04-03 1976-02-10 Hershel Earl Wright Foam dispensing device
US4141472A (en) * 1976-07-19 1979-02-27 Spitzer Joseph G Aerosol container with gas-permeable membrane
US4979528A (en) * 1988-10-07 1990-12-25 Andrene Associates Gas actuated valve system
DE60332935D1 (de) * 2002-05-07 2010-07-22 Spraying Systems Co Sprühdüsenanordnung mit interner mischluftzerstäubung
US6824079B2 (en) * 2003-01-24 2004-11-30 S. C. Johnson & Son, Inc. Aerosol dispenser assembly and method of reducing the particle size of a dispensed product
GB0516024D0 (en) * 2005-08-04 2005-09-14 Incro Ltd Nozzle arrangements
US8205809B2 (en) * 2008-01-30 2012-06-26 Gojo Industries, Inc. Atomizing foam pump

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2021698A (en) * 1978-05-05 1979-12-05 Valois Sa Aerosol valve with improved vapor mixing
US5816504A (en) * 1993-09-24 1998-10-06 Ing. Erich Pfeiffer Gmbh Discharge apparatus for flowable media
DE202006013373U1 (de) * 2006-08-31 2006-11-30 Ing Wen Precision Ent. Co., Ltd., Chung-Li Aufbau eines Parfümzerstäubers
EP2058022A1 (en) * 2007-11-08 2009-05-13 Terumo Kabushiki Kaisha Sprayer

Also Published As

Publication number Publication date
WO2011087493A1 (en) 2011-07-21
US20110210184A1 (en) 2011-09-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2004012C2 (nl) Inrichting voor het vermengen van media, alsmede werkwijze voor de vervaardiging daarvan.
EP0941144B1 (en) A colliding stream spray dispensing system with a moldable nozzle
US20070176028A1 (en) Nozzle arrangements
JP2002538923A (ja) 組織接着剤のような異なる粘度の成分を混合し塗布する方法および装置
NL8901877A (nl) Mengkamer voor het mengen van een gasvormig en een vloeibaar bestanddeel, werkwijze voor het vormen van nauwe kanalen, en volgens deze werkwijze van nauwe kanalen voorziene lichaam of voorwerp.
BR0213921A (pt) Método e montagem de matriz de extrusor para injetar aditivos alimentìcios em materiais alimentìcios extrudáveis durante a extrusão
JP2000511819A (ja) 混合および分注デバイス
JP2015528745A (ja) ノズル組立体
CN1761526A (zh) 气溶胶容器的喷射按钮
JP5924655B1 (ja) 噴出ノズル管
CN101237941B (zh) 雾化喷嘴和包括该雾化喷嘴的气雾剂罐
US10335805B2 (en) Nozzle arrangement and dispensing head
AU2013346537B2 (en) Drinking straw
JP2004237150A (ja) 定量吐出装置
WO2018168877A1 (ja) 粘稠物質用小容量容器
US8622322B2 (en) Dispensing apparatus
JP6350996B2 (ja) アクチュエータおよび注出装置
US20030161977A1 (en) Four layer nozzle for forming four layer articles
JP2007169692A (ja) 金属粉末製造装置
CN1849175A (zh) 流体制品喷雾头
CN207138146U (zh) 高粘度流体喷嘴
WO2013073336A1 (ja) 液体霧化装置
CN207138145U (zh) 一种高粘度流体喷嘴
EP1097003B1 (de) Spender für medien sowie verfahren zur herstellung eines spenders
EP0682986A2 (en) Improved spray gun for glue applications

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20130701